Wakker worden van een droom: Heldere dromen zijn geen bedrog. Toch? Heks droomt een tegenvraag. Nu het antwoord nog…….

Afgelopen week word ik wakker van een droom. Dat is over het algemeen een teken dat die droom me iets te vertellen heeft. Maar wat droomde ik dan? Slaapdronken prent ik mezelf de beelden in. Ik creëer een paar triggers op cruciale plekken, zodat ik me morgenochtend de droom min of meer kan herinneren. 

Er word aan de deur gebeld. Als ik open doe staan er een aantal mij onbekende mensen met kinderen op de stoep. Ze zijn verre ‘familie’ van me, zo beweren ze. En ze hebben het moeilijk. Direct beginnen ze daarover te vertellen. ‘Waarom komen jullie uitgerekend naar mij toe?’ vraagt Heks gis. Ze krijgt geen antwoord. De mij vreemde familieleden ratelen door over hun ellende.

‘Waarom komen jullie uitgerekend naar mij toe? Hoe komen jullie op dat idee?’ Ik vraag het gewoon nog maar eens. En opnieuw krijg ik geen antwoord. Hardnekkig blijven ze spuien en spuien. Een beerput gaat open. De drek loopt uit hun bek langs hun nek. Wat gek.

Opnieuw vraag ik waarom ze nu uitgerekend hierheen zijn gekomen? Ik blijf het vragen. Ik luister niet naar hun gezeik. Ik wil nu wel eens weten waarom er altijd mensen met ellende op mijn stoep staan. Onbekenden. Of vage kennissen. Of verre familieleden waar ik nog nooit van gehoord heb.

Dan schiet ik wakker. Wat een gekke droom. Raar hoor. En wat reageerde ikzelf vreemd. Normaal gesproken zit iemand allang bij me binnen als ie een zielig gezichtje trekt. Ik reageer heel anders dan ik van mezelf gewend ben in de droom. Of misschien is er echt iets aan het veranderen in Heks. Misschien krijg ik eindelijk grip op iets wat me al jaren nekt…..

‘Jij zit altijd maar naar Jan en Alleman’s ellende te luisteren Heks,’ zei mijn ex van honderd jaar geleden Blonde Buurman onlangs tegen me. ‘Ik herinner me nog goed hoe je destijds in de kroeg werkte en geduldig alle vreselijke verhalen van allerlei dronken idioten stond aan te horen. Ik ken je niet anders!’

Goh, deed ik dat toen ook al? Ja. Ik deed het al als kind. Ook toen sprong ik in de bres voor kids die gepest werden. Ik wierp me op als hun beschermster. Ik luisterde geduldig naar hopeloze verhalen over verschrikkelijke thuissituaties. Maar over mijn eigen situatie repte ik met geen woord…..

De paragnost Peter van der Hurk wees me ook al op die eigenschap. Volgens hem moet ik er maar geld voor gaan vragen. ‘Zet een tafeltje neer met een naambordje erop. En laat mensen betalen voor je een consult. Jij kunt bovendien ook nog eens genezen met je handen. Gewoon een praktijk openen, dan ben je zo uit de sores….!’

Gemakkelijker gezegd dan gedaan natuurlijk. Je kunt moeilijk opeens uit het blinde niks een rekening presenteren als je weer eens eindeloos naar een droevig verhaal hebt zitten luisteren. Of iemand mateloos hebt zitten bevestigen. Het zou me een deining geven!

Voorlopig neem ik een uitgebreide luistervakantie. De komende tijd ben ik niet bereikbaar in dat opzicht. Ik ben als het ware eventjes in gesprek. Met mezelf wel te verstaan. Dus ik neem andermans problemen niet meer aan. Dat is wat de droom me vertelt.

Er is iets wezenlijks aan het verschuiven vanbinnen. Een op zich goede eigenschap is tegen me gaan werken. Niet best natuurlijk. Dat moet toch anders kunnen! Daar word nu aan gewerkt……

Ga je dan nooit meer naar iemand luisteren? Word je vanaf nu Oostindisch doof Heks? Sta je bij het minste of geringste aandacht vragende rotverhaal stampvoetend met je vingers in je oren omdat je niet wilt horen?

Wie weet. Ik denk niet dat het zo’n vaart zal lopen, waarschijnlijk is het tijdelijk, maar zeg nooit nooit.

Wonderhondje in de hondenhemel gunt zijn droevige Vrouwtje een nieuwe viervoetige vriend om haar gezelschap te houden. Plotseling komt er een pup op mijn pad. Toeval? Ys lijkt daar de poot in te hebben. Varkentje heeft nog steeds een flinke hondenteen in mijn mensenpap!

Vorige week ben ik op zoek naar puppy’s op internet. Onbewust bijna. Ik betrap mezelf er als het ware op. Ik verdiep me in zowel de Engelse Springer Spaniël als de Epagneul Breton ofwel Bretoense Spaniël. Dit omdat Ysbrandt een mix was van deze twee geweldige rassen.

Ik vind van alles, onder andere genetische ellende bij de Springers. Heupdysplasie, progressieve retina atrofie en ga zo maar door. Je kunt voor een habbekrats een pup kopen, maar daar zitten dan geen papieren bij. Je hebt geen idee wat je in huis haalt. Misschien wel een heleboel genetische ellende.

 

Een paar fokkers springen er uit. Eentje heeft pups, die op het punt staan het nest te verlaten. In een opwelling schrijf ik dinsdagavond een mail met de vraag of er nog beestjes te vergeven zijn. Zodra ik de mail heb verstuurd bedenk ik me dat dit waanzin is. Ja, er komt een nieuwe pup, ooit, maar laat ik eerst even bijkomen. Op vakantie gaan bijvoorbeeld….

Ik hoor niets meer terug op de mail en maak plannen om een midweek naar Buitenkunst te gaan. Ik heb al een paar afspraken omgezet, als ik donderdagavond plotseling toch een mailtje zie van de fokker. Ze hebben nog precies 1 reutje, zwart/wit. Lief dapper ventje, overgebleven omdat anderen teefjes wilden, of de bruin/witte variant.

Vlijmscherpe tandjes

Als ik de foto’s zie smelt ik. Hij is precies wat ik zoek! De volgende ochtend bel ik op om een afspraak te maken. Ik wil dit ventje bekijken.

De rest van die vrijdag ben ik bezig met het checken van de fokker, bellen met de Raad van Toezicht, de Nederlandse ‘Engelse Springer Spaniël  Club’ enzovoorts. Kennel van de Hazelberg blijkt een uitstekende naam te hebben. ‘Het zijn gezonde en hele goeie zachte hondjes, die daar vandaan komen. Ik heb ze regelmatig gezien op Springerdagen…..’ vertelt de dame van de Nederlandse Springer vereniging.

Eind van de middag lig ik op tafel bij de fysiotherapeut. Ze haalt me grondig uit de knoop. Hierna prop ik snel een maaltijd naar binnen. Gevolgd door een straffe bak koffie.

En zo rijd ik dan aan het begin van de avond naar het wonderschone Brabant. Een pak geld in mijn tas. Voor het geval dat. Het is bijna anderhalf uur rijden. Gelukkig is de weg zo goed als leeg.

Ik voel me kalm en vastberaden. Ja, er komt een up. En misschien wel deze. Het is razendsnel, dat wel. Maar Ysbrandt is het ermee eens. Sterker nog: Hij wil dit echt graag. Het is voor mijn trouwe kameraad veel gemakkelijker om me los te laten als hij weet dat er weer een hondje in mijn leven is. Niets zo ellendig voor een honden-engel als een treurend baasje.

‘Vier mijn leven met je nieuwe hondje, Vrouw. Loop waar wij liepen, doe wat wij deden, ik ben een engeltje op zijn schouder…..’ hoor ik hem als het ware zeggen.

Tegen achten ben ik ter plaatse. Een prachtige verbouwde boerderij in the middle of nowhere. Ik word hartelijk ontvangen. We gaan direct naar de pup kijken.

VikThor zit in een ren met een nest dashonden van vier weken oud. ‘Wel zo gezellig voor hem,’ lacht de man. Zodra ik het kereltje zie ben ik verkocht. Hij loopt zo parmantig door de tuin te rennen! Ook de ouders van de pup zijn aanwezig. Schitterende honden.

Ysbrandt als pup, precies even oud toen als zijn kleine ‘broertje’ nu……

Paps vlijt zich neer in het gras en laat zich uitgebreid aanhalen. Wat een schat! Ik zou hem zo inlijven! Het ziet er goed uit! Alle dingen waar je op moet letten als je een pup aanschaft zijn hier dik in orde.

‘Wil je een kop koffie?’ We gaan aan de tuintafel zitten. Ik heb een kleine pup op schoot. Goeiig laat hij zich aaien. Even later valt hij in slaap. Daar smelt Heks natuurlijk helemaal van, dat begrijp je.

De fokker vertelt me een heleboel dingen, waarvan ik helaas ook alweer één en ander vergeten ben. Gelukkig kan ik dat altijd navragen. We vullen een formulier in, waarbij de pup van eigenaar wisselt. De koop wordt gesloten.

Ik krijg een pakket voer, een prachtige stamboom en een stapeltje paperassen mee. Het blad van de Engelse Springervereniging zit ook in het pakket. De deal is rond!

‘Ik ga natuurlijk weer jachttraining doen met hem, net zoals met mijn vorige hond,’ vertel ik de man. Ik laat hem een foto zien van Ys. ‘Oh, wat een prachtige hond, maar een kruising Springer/Epagneul? Wat bezielt mensen toch? Dat zijn toch volstrekt tegengestelde karakters? De Epagneul in de verte en de Springer dicht naast je…..’

Goh, zo leer ik postuum nog van alles over mijn geliefde Varkentje! Hij had gewoon een enorme genetisch gedicteerde tegenstrijdigheid in zijn karakter….. Zijn naam was dus inderdaad zeer goed gekozen!

‘Ik ga maar eens terug rijden, het is al over negenen.’ Heks komt overeind. De fokker neemt de pup mee en zo lopen we naar de auto. De moeder van het jong verblikt of verbloost niet. Wat haar betreft zit haar taak er op. Ze heeft geen zin meer in hondjes met scherpe tandjes hangend aan haar tepels. Als VikThor het eerder die avond nog een keertje enthousiast probeert schudt ze hem geïrriteerd af.

Ik heb een kattentas meegenomen en daar past dit piepkleine diertje met gemak in. Enigszins overdonderd zit hij te kijken. Dan rijden we weg.

‘Piep, piep,’ hoor ik naast me. Heks maakt sussende geluidjes. Als ik de snelweg opdraai steek ik mijn hand in de mand. Het kleine hondje gaat er direct op liggen. Zo rijden we het hele stuk saampjes terug. Tegen het eind van de rit poept hij van de stress. Een verschrikkelijke stallucht vult de auto. Gelukkig zijn we bijna thuis.

Als ik de mand binnen zet zitten er direct vijf katten omheen. Met grote ogen bekijken ze het monstertje. VikThor geeft geen krimp. Hij is duidelijk de aanwezigheid van allerlei beesten gewend.

Die nacht heb ik een heel klein hondje in mijn armen. Hij piept en snikt een beetje, maar hij weet al wie de Vrouw is. En dat hij bij haar veilig is. Een paar keer ren ik met hem naar buiten. Dan moet hij eventjes een poepie doen.

Om een uurtje of 2 s’nachts sms’t Frogs dat hij is geland. Ik vertel hem over VikThor. Oh, wat gek voor mijn kikkervriend. Toen hij een paar weken geleden op vakantie ging leefde Ysbrandt nog. ‘Neem maar goed afscheid van hem,’ zei Heks. Ik had een vreemd voorgevoel. En nu woont er alweer een andere viervoetige vriend in Huize Heks!

Frogsie moet nog tot de volgende morgen wachten om ons nieuwe makkertje in zijn armen te sluiten. Tegelijkertijd is er geen Ysbrandt meer bij de voordeur. Geen ‘ogen op stokjes’. Geen klein opgewonden Varkentje superblij dat zijn suikeroom weer in het land is…….

Mijn kleine hondje VikThor verzacht de pijn enorm. Als ik met hem wandel danst Ysbrandt in zijn voetspoor achter ons aan. Als ik hem knuffel geniet mijn engel-hondje mee. Ysbrandt is blij dat zijn Vrouwtje weer een hondje heeft. Ik verdenk hem er zelfs van er de hand in te hebben gehad. Of beter gezegd de poot…..

Het is toch wonderbaarlijk dat er binnen een week weer zo’n heerlijk kereltje hier woont. Heks heeft sterk de indruk dat Ysbrandt hem voor me heeft uitgezocht……..

VikThor ontdekt de wereld. Het Bosje van Bosman: Hij krijgt er geen genoeg van!

Bij Ome Rik op schoot!

Een leven houdt op. Het leven gaat door. Confronterend hoor. Heks voelt zich onthand zonder haar hond. Ik loop maar wat verloren rond.

Nadat Ysbrandt zijn laatste adem heeft uitgeblazen lig ik dagenlang voor Pampus. Ik slaap me een slag in de rondte. Na een dag krijg ik ook geweldig veel trek. Niet verbazingwekkend: Ik heb een soort extreme vastenkuur gevolgd de laatste weken….

Op zondag neemt Hopla me mee naar ‘De Buurt‘, een zomerproject bij het station. Er is vandaag een kledingbeurs. Ook kun je er heerlijke hapjes eten. En er is zelfs een stadsstrand! Ys had het geweldig gevonden!

Ik loop wat verloren rond zo zonder hond. Toch heb ik mijn best gedaan op mezelf. Douchen, haartjes schoon, lippenstift en mooie jurk….. Hoedje natuurlijk. Varkentje zou trots op me zijn.

Op het terrein van ‘de Buurt’ vinden we allemaal leuke tweedehands kleren. Ik heb dit jaar de uitverkoop finaal gemist door alle toestanden in mijn dierentuin. Nu scoor ik een paar geweldige dingen voor een eurootje per stuk. Een jasje van 10 Feet, een jurkje van Tommy Hilfiger een ga zo maar door. Ik kikker er helemaal van op.

Een paar dames bij een kraam hebben lol in Heks. Ik koop er een heel mooi fleurig jurkje voor bijna niets. ‘Die hoed moet je ook even passen, ik vind het echt iets voor jou,’ de verkoopster plant een rare roze hoed op mijn hoofd. En ja hoor, het ding staat geweldig! ‘De krijg je erbij, van mij,’ knipoogt ze.

Had ik flink sjans? Volgens Hopla waren de dames hartstikke hetero, maar Heks weet het nog zo net niet. Hoe dan ook voel ik me gezien. En dat is altijd leuk!

Als we helemaal verzadigd zijn met nieuwe kledingstukken gaan we iets eten. Op het terrein staat een hele rij foodtruckachtige eetkraampjes opgesteld. Met picknicktafels er voor. Er is ruim keus en zelfs binnen mijn idiote dieet is er genoeg eetbaars te vinden. We hebben een heerlijke middag. Het zonnetje schijnt. De wereld is prachtig. Mijn hondje is dood.

Dat overvalt me zodra ik later de voordeur open doe. Geen wachtend ventje. Geen wandelrondje. Ik brand een kaarsje voor mijn hemelse gabbertje.

Maandag lig ik de hele dag in bed. Ik ga de deur niet uit. Dat is in geen honderd jaar gebeurd! ’s Avonds kom de vrouw van Buurman langs. Net op het moment dat Ysbrandt wordt gecremeerd. Terwijl in het crematorium de oven staat te loeien met daarin het lichaampje van Ys, zitten wij aan de wijn.

We praten over hem. En over hun honden. Over zijn vriendschap met hun huidige Duitse herder en de vijandschap met hun vroegere exemplaar. Terwijl het vuur oplaait praten we maar door. Af en toe laten we een traantje. Ys was gewoon erg geliefd.

Dinsdag komt Vlinder me opzoeken. De prachtige dochter van Trui en een grote kleine vriendin van mijn hondje. Ze was zeven toen ik op een goeie dag met een pup bij hen binnen kwam lopen. Vanaf het eerste moment was ze helemaal idolaat van mijn hondje. En vice versa!

Haar moeder en Heks lagen vaak in een deuk als we dat kleine meisje met mijn hondje zagen wandelen. Een naturel alpha: Ze was superstreng voor Ys.

Woensdag staat Trui zelf op de stoep. Ze sleept me de deur uit. Dus gaan we lekker naar buiten, maar niet naar strand of duinen. Daar heb ik geen zin in. We blijven in de stad.

Zo sla ik tijd stuk met een paar vrienden. Verder wil ik niemand zien. Ik krijg veel lieve mailtjes en berichtjes om me te troosten. Ontzettend lief. Het doet me goed.

Donderdag haal ik de as van Ysbrandt op. Ik heb hem laten cremeren bij Dierencrematorium Groenendijk, een prachtige oude boerderij in de polder bij Hazerswoude. De eigenaar ontvangt me hartelijk. Na wat formaliteiten krijg ik een strooibus met mijn hondje erin mee. Althans wat er van over is.

Ik heb met Frogs afgesproken om hem samen een mooi plekje te geven in de duinen. Bij een prachtig meertje, waar ik regelmatig een een gouden uurtje met mijn viervoeter heb doorgebracht.

Leven zonder mijn hondje. Het is geen doen.

Omgaan met het sterven van je hond.

Rouwen om je lieve huisdier.

 

Super VikThor ‘Vlekje’ van de Hazelberg!

DSC04815

De laatste loodjes met Ysbrandt wogen zwaar. Toch waren ook die moeilijke uren heel bijzonder, ik had ze voor geen goud willen missen!

Vorige week vrijdag ga ik met Ysbrandt en buurman op stap. Ys’ grote vriend, de enorme Duitse herder van mijn buurman laten we maar thuis, want mijn oude hondje is uiterst kwetsbaar geworden.

Vlak voordat we het huis verlaten zie ik dat mijn kanjer bloed plast. O jee, een blaasontsteking vrees ik. Niet best. Op ons gemak tuffen we naar het Valkenburgse meertje. We genieten van een heerlijk uurtje in de zon. Buurman en Heks maken voortdurend absurde grappen zoals gewoonlijk.

Ysbrandt wil een balletje. We spelen met mijn oude makker. Een man komt langs met een prachtige zwart-witte  Springer Spaniël, een jonge vitale versie van mijn hondje. De viervoetige heren snuffelen aan elkaar. Wij maken een praatje met de eigenaar.

Op de terugweg gaan we langs de dierenarts. Ysbrandt piest in de wachtkamer, een geluk bij een ongeluk: Een poepzakje om zijn piemeltje tijdens ons uitje mocht niet baten. Hij vertikte het gewoonweg om er in te plassen. Gelijk heeft ‘ie! Snel zuig ik een beetje urine op met een pipet. De dokter onderzoekt het monster en ontdekt inderdaad een blaasontsteking.

Er gaat een flink shot antibiotica in. Ik krijg een kuur mee voor een week. ‘Ik weet niet of hij dat gaat redden. Zijn buikje is zo dik en opgezet. Hij ademt zo snel en oppervlakkig de laatste dagen en nachten. Ik geef hem zoveel plaspilletjes en nog hoor ik hem reutelen…..’ Bovendien zie ik de Demodex rond zijn oogjes opkomen. Met een beetje pech wordt mijn mooie ventje ook nog kaal.

‘Ik heb dit weekend dienst, je kunt me altijd bellen,’ zegt de dierenarts, een schat van een dame. Ze ziet ook wel dat het niet meevalt voor mijn kereltje. ‘Morgen zijn we gewoon open tot 2 uur. Dan kun je altijd even langskomen…’

Eenmaal thuis geef ik de beestjes eten. Voor Ysbrandt maak ik een heerlijke bak rauw vlees met extra Carnitine, Taurine, Alpha Liponzuur en CoQ10 om zijn hartje te ondersteunen. Een beetje glucosamine en chondroitine  moet zijn spieren en gewrichten soepel houden. Tot slot gooi ik er een paar kippennekken bij.

Enthousiast staat mijn ventje zijn bak leeg te schrapen. De kippennekken sleept hij mee zijn bench in. Krakend maakt hij ze soldaat. Mijn zieke hondje eet aanmerkelijk beter dan zijn Vrouw. Ik krijg al dagen geen hap door mijn keel……

Later die avond bel ik de buurman. Ik ben een beetje in paniek. Ys eet dan nog wel goed, maar daar is alles mee gezegd. Het beestje is doodziek. Ik ben als de dood dat zijn nieren het opgeven. ‘Ik leg de telefoon naast mijn bed, Heks, als het nodig is ga ik met je mee naar de dierenarts…’

De hele nacht loop ik te spoken. Met enige regelmaat piest mijn ventje een chemisch geurend bloedspoor door het huis. Ik dweil het op en spreek hem bemoedigend toe. ‘Geeft niks, schat, kijk maar, alweer opgeruimd…’

Midden in de nacht zit ik bij hem. Ik kijk hem recht aan. ‘No coming, no going,’ fluister ik, ‘Jij zit in mijn hart en ik in het jouwe. Altijd. Dat zal niet veranderen, lieverd.’ Hij lijkt me te begrijpen. Doordringend kijkt hij terug. De schat.

IMG_8918

‘Er komt een moment dat je weet dat het zover is, Heks,’ zei mijn vriendin, de vrouw van de acupuncturist afgelopen week. Zij is ervaringsdeskundige op dit gebied. ‘Het is een hele moeilijke beslissing, maar je weet wanneer het zover is. Daar moet je op vertrouwen.’

Het is zover.

De volgende ochtend lopen we een rondje door de wijk. Mijn ventje wil perse het hele rondje lopen. Het gaat erg langzaam. Hierna eet hij zijn bak niet meer leeg. Halverwege houdt hij het voor gezien. Ook laat hij een pensstaafje liggen. Dat is nog nooit gebeurd….

Ik bel de buurman, ik bel de dierenarts. ‘Ik zal het heel cru zeggen, mevrouw Heks, u kunt beter een week te vroeg de stekker eruit trekken dan een dag te laat. Beestjes met deze indicatie sterven een vreselijke ellendige natuurlijke dood, want ze stikken. U bent heel verstandig.’

Om half twee kunnen we terecht……

Om kwart voor 1 belt buurman aan. We stoppen mijn kereltje in de auto. Onderweg laten we hem nog eventjes lopen in een park. Hij draait nog een laatste drolletje. Hij rolt nog een laatste keertje door het gras. Op weg naar de kliniek maken we zoals gewoonlijk gruwelijke grappen. Eerst verkoop buurman een hoop onzin en dan Heks.

‘Ik kwam tijdens mijn zoektocht naar een geschikt crematorium een verhaal tegen over een dierenarts die zijn vriendin vermoordde. Daarna heeft hij haar in stukken gehakt en bij verschillende dierencrematoria aangeboden…..’ We zitten enorm te lachen als we de straat in rijden. Ys kijkt vergenoegd. We zijn gelukkig allemaal ontspannen. Ondanks de dodelijke stress…..

In de wachtkamer van de dokter krijgt Varkentje nog wat ham van van der Zon. Hij vindt het heerlijk natuurlijk. Als we aan de beurt zijn geef ik hem nog een heleboel lekkertjes. Hij krijgt een prikje om rustig te worden. Nog meer lekkertjes….. Totdat hij te duf is om te kauwen.

‘Vaak zakken hondjes met deze ernstige problematiek op zo’n eerste prik al helemaal weg. Groot kans dat er verder niets nodig is…’ De dierenarts spreekt me bemoedigend toe.

Ys loopt naar de deur. Hij wil naar huis. Ik loods hem weer de spreekkamer in. De dokter geeft hem nog maar een tweede prikje. Mijn ventje blijft stokstijf voor de Vrouw staan. Niet veel later staat hij enorm te hijgen. Verdorie. Nu heeft hij het toch benauwd. Net als ik me daar enorm zorgen over maak, gaat hij eindelijk liggen. Hij zakt in slaap.

YSBRANDT13

Toch zijn er twee dodelijke giftig blauwe injecties nodig voordat hij gaat. Hij wil niet weg. Nog bijna een uur ligt hij zachtjes te ademen. Pas na de vierde prik geeft hij het op. ‘Als u hem niet geholpen had, was het waarschijnlijk echt een drama geworden. Dit hondje is zo taai. Hij zou tot de laatste snik hebben volgehouden voor de baas. U heeft een goed besluit genomen. Ik werk overigens niet mee aan zoiets als ik het er niet mee eens ben….’

Mijn mannetje ligt zo vredig te ‘slapen’. Zijn mooie zachte achter oortjes uitgewaaierd over de vloer. Zo laat ik hem achter.

In de auto brul ik het uit. Buurman zit ook te snikken. We pakken elkaar beet.

In Huize Heks nemen we een goeie borrel. ‘Weet je wat ik toch zo vreemd vond, Buurman,’ giebel ik, ‘De dierenarts ging voor elke dodelijke prik de huid van Ysbrandt desinfecteren….. Zodat hij geen infectie krijgt…..’ We liggen dubbel.

De hele middag praten we over het gebeurde. Over onze hondjes. We bellen uitgebreid met Frogs, zo ver weg in Portugal. Oh wat misen we hem vandaag! Ik steek een kaarsje aan voor mijn hondenengeltje.

YSBRANDT14

Hij heeft nu vrede. Zijn zieke lichaampje is weer gezond en mooi en jong. Hij springt weer een meter in de lucht. Hij kan zijn bek weer openen, zijn tong weer uitsteken. Weer gapen….. Hij kan weer rennen en zwemmen. Daar in de mooie hondenhemel. Waar allemaal oude vrienden hem begroeten.

Het is vreselijk ellendig dat Ysbrandt niet langer hier is, maar ik voel me gek genoeg ook opgelucht en gelukkig. En trots. Trots op ons, we hebben het samen toch maar geklaard!

Ons leven samen is 1 grote liefdesgeschiedenis. Vanaf dag 1 tot aan nu. Elke dag van elkaar gehouden. Iedere dag samen genoten. Mijn rouw om Ysbrandt wordt gekleurd door al deze gouden ervaringen samen.

We wonen altijd in elkaars hart, mijn lieve hondje en ik…..

 

 

Heks heeft weer een hondje! Even voorstellen: VikThor ‘Vlekje’ van de Hazelberg. Geboren op 18 juni 2016. Waardig opvolger van zijn grote broer Ysbrandt.

Deze foto stond op internet

VikThor: Overwinnaar en dondergod. Alias Donar. Zijn runeteken, de donderbezem kom je nog wel eens op gevels tegen. Een donderbezem? Een viervoeter met zo’n naam is werkelijk een perfect hondje voor een heks……

VikThor is geboren in de voortreffelijke Kennel van de Hazelberg te  Heeswijk-Dinther in Brabant. Hij heeft maar liefst negen boertjes en zusjes. Allemaal gefokt voor de jacht. Echte werkhondjes….

VikThor met zijn nieuwe suikeroompie  ome Frogs!

 

Sterven, het waanzinnige afscheid: In memoriam Ysbrandt.

Afgelopen zaterdag is Ysbrandt vredig ingeslapen. Zijn mooie hondenleven is ten einde. Hij is vertrokken naar de eeuwige jachtvelden, ideaal natuurlijk voor een jachthond.

We missen hem verschrikkelijk. Het huis is zo leeg en stil.

Toch ben ik ook blij. We hebben het samen volbracht. Zijn lijdensweg is ten einde. Hij heeft nu rust.

Rust in vrede, lief Varkentje. Je leeft voort in mijn hart.

Thich Nhat Hanh: No coming, no going….

“No coming, no going, no after, no before.
I hold you close to me. I release you to be so free.
Because I am in you and you are in me,
because I am in you and you are in me.”

‘Partir c’est mourir un peu’.

Afscheid nemen doet pijn. Het is een beetje sterven.

De afgelopen week gaat het bergafwaarts met mijn hondje. Mijn kat Snuitje is ook nog eens zoek. Het wordt me teveel. Ik krijg het niet voor elkaar om ’s nachts overal te gaan roepen. Ook lukt het me niet om een tweede ronde te flyeren en posters op te hangen. Goddank krijg ik hulp!

Joy en haar lief komen me helpen. Heks drukt een hele berg flyers met een subliem goeie foto van mijn schatje erop. Vorige week op dinsdagavond komen mijn vrienden alles ophalen. Ze gaan al dit materiaal de komende week door omringende wijken verspreiden.

‘Willen jullie een glaasje wijn?’ vraag ik hoopvol nadat we de koffie ophebben. Natuurlijk. Gezellig. Ik geniet van het uurtje met dit onvolprezen stel kattenvrienden. Ysbrandt krijgt een lekkertje. Het lijkt allemaal gewoon en normaal vanavond……

Een dag later besluit ik naar het strand te gaan met mijn schatje. Dit nadat ik een dag eerder met de dierenarts heb gebeld, omdat mijn beestje het zo slecht had de nacht ervoor. Vandaag is het echter heerlijk zonnig edoch koel weer. Ik stop mijn varkentje in de auto en rijd rustig en voorzichtig  naar Noordwijk.

Op ons gemak sukkelen we het strand op. Mijn ventje wil een balletje. Hij rent er een paar keer op een soort van drafje achteraan door het verkoelende water. Dan komt hij naast me zitten in het rulle zand. Samen kijken we naar de zee. Hij steekt zijn grote neus in de wind en geniet van alle geuren.

Tot slot pakken we een terrasje. Ik bestel een frietje zoals altijd. En hij mag er ook een paar natuurlijk. Eerst sabbel ik het zout er grotendeels uit. Daarna stop ik er af en toe eentje in zijn lieve bekkie. Oh lieve god, wat houd ik toch veel van mijn kereltje….

Een dag later lopen we door het Leidse Hout. Dit bos waar we zoveel tijd samen hebben doorgebracht. Het is pisweer. Het bos is verlaten. Ik heb op buienradar gekeken naar een tijdstip zonder hoosbuien, dus we lopen redelijk droog. Ys loopt nog geen halve meter van mijn knieën. Af en toe piest hij of draait een lekker drolletje. Hij eet nog goed. Halleluja!

Het lijkt wel een wandelmeditatie in de traditie van Thich Nhat Hanh. Zo langzaam hebben we nog nooit samen gelopen. Rustig kachelen we een royale ronde. Tussendoor rusten we eventjes uit op een bankje.

De trappen op en af wordt steeds moeilijker. Mijn bikkel moet steeds dieper ademhalen voor hij er überhaupt aan begint. Daarom heb ik een nieuw spelelement toegevoegd: Iets lekkers! Het blijkt zo motiverend te werken, dat hij bijna de trap aflazert in zijn haast beneden te komen. Maar goed. Het leidt af van zijn moeite om dit klusje te klaren….

Ach beesie. We zitten in ons laatste stukje samen. Spoedig ga je naar de eeuwige jachtvelden. Vol konijnen, hazen en fazanten. Daar wachten allemaal oude hondenvrienden op je. En een incidentele vijand.

Vanmorgen wandelen we door de buurt. Bij de slager halen we een stukje worst. Bij de sigarenboer een snoepje. Ik verwen mijn ventje. Voornamelijk met gezonde dingen. Maar iets slechts moet ook maar kunnen. Ik stop er nog maar een plaspilletje in ….

Hond eet kattenvoer en moet het bezuren: Het is nu eenmaal niet ‘elke dag feest’! Voor Snuitje al helemaal niet. Zij zal ‘elke dag feest’ wel missen……

Vanmorgen staat mijn viervoeter weer enorm te hijgen. Hij moet vast nodig plassen. Ik sleur hem naar buiten voor alweer een tweede uitlaatronde, maar het gehijg houdt niet op. Wat gek. Wat is er gebeurd tussen zeven uur vanmorgen en nu? Op dat onzalige tijdstip heb ik hem ook al een keertje uitgelaten. Toen was hij nog zeer patent.

Als ik de keuken inloop gaat me een lichtje op. Meneer heeft de kattenkast met snoepjes opengebroken. De zak met pensstaven ligt leeg op de keukenvloer. Ook heeft hij een zakje ‘elke dag feest’ buitgemaakt. Het favoriete eten van mijn kattenkolonie. De snippers folie getuigen van een waar feestmaal. Bremzout weliswaar. Potverdorie.

Gisteren zoek ik op internet naar dieetrichtlijnen voor honden met hartfalen. Het laatste wat je ze moet geven is natuurlijk kattenvoer………. Ook zijn de meeste hondensnoepjes taboe, omdat ze vol zitten met suiker, zout en andere ellende. Rauw vlees lijkt me geen punt alsmede pensstaafjes. Daar bestaat zijn dieet toch al grotendeels uit, dat komt mooi uit.

Vandaag heb ik geen zin.  Ik  heb geen zin om op te staan. Ik heb geen zin om op te schieten, geen zin om me te haasten voor de kerk, geen zin om Snuitje weer te gaan zoeken. ‘Je zoekt het maar uit, rotpoesje,’ mopper ik in mezelf, ‘zomaar een beetje weglopen. Belachelijk natuurlijk. Je zult er wel achterkomen dat je het hier zo slecht nog niet hebt, benieuwd of je ‘elke dag feest’ krijgt daar waar je nu bent….’

Gisterenavond tegen half 1 belt een man me op. Eerst op mijn mobiel, ik grijp natuurlijk net mis, daarna op mijn vaste telefoon. ‘Ik loop hier in de steeg bij de padvinders en zie een cypers poesje zitten, heel aanhankelijk, vrij klein, wit befje…..’  Binnen een minuut sta ik buiten met een trui over mijn pyjama. Verwilderd ren ik door de steeg. De man staat me rustig op te wachten.

Achter een stapel hout zit een klein poesje. Hij rent op me af als ik hem roep. Het is een mij volstrekt onbekende kat, maar eventjes ben ik in de veronderstelling dat het Bolster is. De kleinzoon van oma Snuitje. Ook zo’n puntneus. Is die nu ook al ontsnapt?

Maar nee, het is een schatje van een katje, maar niet mijn schatje…. Nadat ik hem lekker heb geknuffeld, laat ik hem weer vrij….. Ik stuur de man een berichtje om hem te bedanken. De hele buurt is in touw. Mensen melden me dat ze hebben gezocht in schuurtjes en tuinen. Tevergeefs. Mijn kleine eigenwijze poesje blijft zoek.

Haar dochter Pippi is er ernstig door van slag. Ze scharrelt door het huis op zoek naar haar moeder. Regelmatig kijkt ze me zeer verontrust aan. ‘Waar is mijn mamaatje? Ik mis haar!’

Zo langzamerhand ben ik de wanhoop nabij. Misschien zie ik haar wel nooit meer terug. Het is zo’n schatje…. Wie weet heeft iemand zich mijn katje gewoon toegeëigend. Bah.

Vanbinnen blijft echter de overtuiging overeind dat ze terug komt. Op een dag. Hopelijk zeer binnenkort.