Een nieuwe lente en een nieuw geluid? Ik ben blij dat er weer eens iemand naar me fluit! Heks wandelt met Varkentje door bloeiende Leidse Hout. Kippenpootjes en vreemde studies. Kinderlijke verwondering en je bent nooit te oud om iets te leren.

Vanavond wandel ik met Ysbrandt door het Leidse Hout. Het is verrukkelijk weer. Zacht en zwoel. Het bos staat in bloei. Moedertje Natuur in haar bruidskleed. De daslook, het fluitenkruid, verschillende bomen en heesters: Een witte bloemenvloed. Varkentje loopt er decoratief doorheen te snuffelen.

Traag treuzel ik langs de paden. Ik heb mijn fototoestel bij me en zet de telelens erop. Het begint al een beetje te schemeren, maar daar is mijn camera op berekend: Schemerstand uit de losse hand. Het is rustig in het bos, maar niet verlaten. Hier en daar lopen mensen te wandelen. De bankjes zijn zonder uitzondering bezet. Zelfs de elfenbankjes.

‘Wat een heerlijk weer, hè,’ ik begin een praatje met een olijke man. Hij staat de lege schaapskooi te bestuderen. Binnen de kortste keren hebben we een heel leuk gesprek over fotografie en camera’s. Zijn dochter heeft deze hobby. En de vader zit in het drukkersvak. Wat grappig toch weer, zo’n ontmoeting. Het lijkt op de tijd dat iedereen mijn partner was.  Die tijd voor de ontdekking van het fenomeen narcisme.

Als ik doorloop kom ik een man tegen met een klein wit hondje. Hij draagt het in zijn armen. ‘Ze heeft het warm,’ verklaart hij, ‘Ik wilde eigenlijk naar het strand gaan, maar het was al wat laat. Nou, als ik in de auto was gestapt was ik er al lang geweest.’ Hij lacht. ‘Maar hier is het ook niet verkeerd, ik heb net een gebraden kippenpootje gehad van die jongemannen daar. Ze hebben over, jij krijgt er vast ook eentje!’

Hout28

Iets verderop staat een picknicktafel volgeladen met etenswaren en drankjes. Er zitten vier jongens omheen. Ze lachen en praten. ‘Zal ik een foto van jullie maken?’ Dat mag. Maar dan moet ik wel een paar kippenpoten opeten.

‘Kom er bij zitten, wil je iets drinken?’ Een grappige gast met een hoge kuif is duidelijk de gangmaker. Hij maakt grapjes op het flirterige af: Een rascharmeur! Maar ook de andere jongens laten zich niet onbetuigd. Er vliegen wat vragen over en weer. De knapperd naast me studeert politieke geografie. Huh? Nog nooit van gehoord. Weer iets geleerd vandaag. Een heel interessant vakgebied volgens mij!

‘Wilt u ook een sigaret?’ Welja, waarom niet. Tevreden lurk ik aan een zware Marlboro. Zwabberig sta ik op. Helemaal licht in het hoofd. Het lijkt wel een toversigaretje.

Bij de pomp was ik mijn handen. Ze zitten helemaal onder de kippenkluivensmurrie. Ysbrandt heeft meegenoten van het diner. Hij is vooral gek op stukjes kraakbeen…

‘Veel plezier!’ roep ik naar mijn gastheren, ‘Bedankt voor de gastvrijheid!’ ‘We gaan je blog lezen, Heks, is dit em?’ Ik staar op het display van een telefoon. ‘Recepten van de Toverheks’ staat er. Ja. Verrek. Ze hebben em in de gauwigheid alweer gevonden. Midden in het bos.

Zo loop ik licht in mijn hoofd het laatste stuk richting uitgang. Het Hout is vergeven van de zoete bloesemgeuren. Ik begin weer lekker in mijn vel te zitten. Dat merk ik aan de enthousiaste reacties van al mijn partners. Ja, want narcisten en psychopaten ten spijt ga ik toch terug naar mijn oude overtuiging.

Dat als je liefde en compassie kunt genereren iedereen je partner is. Je hoeft er niet mee bevriend te zijn. En al zeker niet iedereen in huis te halen. En in die hele moeilijke gevallen van narcisme of psychopathie is veel afstand het beste. Misschien zelfs een straatverbod……

Maar je kunt om niemand heen. Uiteindelijk.

Interbeing noemt Thich Nath Hanh dat. We zijn niets zonder de ander. Of zoals ze het in het Taoïsme zeggen: De vogel wordt gevlogen (IPV de vogel is gevlogen…. 🙂 of de vogel vliegt), de vis wordt gezwommen. ….

‘Verboden te huilen, verboden te kniezen, verboden je goede humeur te verliezen….’ schreef mijn vader in mijn poëziealbum . Niet dat hij zich er altijd aan hield, maar het is een goed streven. Heks wil niet als zuurpruim door het leven. Werk aan de winkel dus!

‘Zo Heks, je lijf voelt veel beter aan dan pakweg zes weken geleden,’ tevreden kijkt mijn fysiotherapeute me aan. Ze heeft me net weer grondig gemarteld. ‘Met name je onderrug zit in de lift. Er zit weer wat beweging in die plank…. ‘ Mooi zo. Blijkbaar begint die bijna chronische stress uit mijn lijf te trekken.

Recente ontwikkelingen alsmede het mooie weer hebben een heilzaam effect. Ik krijg weer zin in het leven. ’s Avonds loop ik langs het strand te flaneren. Ik pik weer eens een terrasje mee. En ik kan weer schateren zonder spierpijn te krijgen wegens gebrek aan training der lachspieren.

Nu zie ik ook wel de noodzaak van deze ontwikkeling in. Ik wil geen verbitterd oud wijf worden. Die zijn er al genoeg. Menopauzale monsters met een door hormonale insufficiëntie veroorzaakte zuurpruim in plaats van vagina tussen de benen. Gisteren heb ik het met twee van zulke types aan de stok gehad. Ik hoefde er niet eens iets voor te doen!

De eerste pruim beloert me geruime tijd terwijl ik wat kruidenplantjes uitzoek bij de bloemist. Ik heb mijn fiets achter de veilingkar geplaatst. In de schaduw, zodat Varkentje het niet te warm krijgt. Hij zit eraan vastgebonden… Voorzichtig pak ik de mooiste exemplaren eruit. Het mens blijft loeren.

Zou zij soms die kruidenplantjes willen hebben? Nou ja, er staan er nog genoeg. Maar nee, ze pakt een grote paarse petunia. Kleurt precies bij haar samengeknepen pruimenmondje. Zo mondje, zo kontje….

Tot mijn verbazing begint het secreet tegen me aan te prossen. Ze gaat zo dicht op me staan dat het onaangenaam wordt. ‘Ga nu eens weg,’ zegt ze uiteindelijk, terwijl ik geen kant op kan. Klem tussen de veilingkar, mijn fiets en die taart. ‘Laat mij er nu eens bij, zet die fiets weg,’ commandeert de sergeant-majoor van lik m’n vestje en dan m’n oor. Vast moeder geweest van een groot gezin: Kan niet anders dan commanderen en is gewend haar zin te krijgen.

Het valt me nog mee dat ik geen oplawaai krijg tijdens 1 van haar charges. Als een tank rolt ze af en aan, terwijl ik mezelf uit mijn benarde positie verlos. Zwijgend verplaats ik mijn fiets een meter. Nu zit Varkentje in de zon.

Overdreven foute reactie van het klotewijf verder vertrekt ze abrupt met haar petunia. Geen idee waarom ik nu eigenlijk mijn fiets moest verplaatsen behalve dan om haar haar zin te geven. Ze heeft de kruidenplanten geen blik waardig gekeurd……

‘Wat een raar mens,’ zeg ik tegen de verkoper. Hij werpt me een berustende blik toe. Blij dat dat lastige wijf is opgehoepeld. ‘Reis je wel eens met de trein?’ Hij geeft me een paar bonnenboekjes vol voordeelcoupons mee. Als goedmakertje denk ik.

Even later heb ik weer beet met een secreet. Ik ga mijn Havermikske ophalen in de biowinkel. Er komt een vrouw binnen met een Vietnamese hoed op haar knoestige kop. ‘Wat een mooie hoed, mevrouw,’ complimenteer ik haar, ‘Bent u soms in Plumvillage geweest?’

Het mens kijkt me nijdig aan. ‘Iedereen heeft maar commentaar op die hoed, belachelijk, mensen zijn niks gewend. Leiden is toch zo’n stomme stad. Je zou denken dat men hier wel iets kan hebben, maar nee. Ik heb zonneallergie, daarom draag ik die hoed.’

Pissig gaat ze achter me in de rij staan. Ik kijk in haar chagrijnige rotkop onder die prachtige hoed. Mijn ‘Ik heb ook zo’n hoed, ze zijn geweldig, iedereen in Plumvillage loopt ermee op zijn kop,’ maakt geen indruk.

Mijn verhaal is aan dovemansoren besteed. Plumvillage interesseert haar niet. Ze heeft geen idee waar ik het over heb en dat wil ze graag zo houden. ‘Ik heb niets met trends,’ zegt ze beledigend. Ok dan.  Je kunt het krijgen zoals je het hebben wilt. Stom stuk verdriet.

‘Plumvillage is geen trend, het bestaat al zeker veertig jaar. En Boeddhisme is al helemaal geen trend te noemen,’ zeg ik bits. Ik draai me om en laat haar in haar zurige maandverbandensopje gaar koken. Wat een hopeloze taart. Zo wil ik niet worden!

De dames achter de kassa grijnzen me meelevend toe. Zij worden ook niet vrolijk van deze vreemde walgvogel. Ze negeren de hoed. Een gewaarschuwd mens telt voor twee…..

Weg met mijn eigen innerlijke zuurpruim. Overlevende uit het land der duisternis. Ik  heb besloten weer eens wat leuke dingen te gaan doen. Eerst ga ik een keertje uit met een hele leuke man. Dat zit al een tijdje in de pen, maar het kwam er maar niet van. Gewoon voor de gein. Wat positieve aandacht voor de verandering.

Ook ga ik wat nieuwe initiatieven ontplooien. Wat verse uitdagingen om het leven weer spannend te maken. Alles om niet te verzuren; De zoetheid van het bestaan opzoeken om niet te verbitteren.

Laat alle zuurpruimen en bitterkoekjes maar de Rambam krijgen. Ik fluit mijn eigen  liedje. Een nieuwe lente en een nieuwe geluid!

 

 

Eten uit een Klikobak, smullen in de Vlikobak: Hele volksstammen duiken dagelijks vrijwillig in het afval op zoek naar een maaltijd, de zogeheten dumpster divers. Maar een hoogbejaarde man hoort daar niet thuis volgens Heks. Zo’n oude hongerige baas roerend in het vuilnis wordt me toch te gek.

Vanmorgen staat de zwerver weer uit de Vlikobak van het hotel tegenover mijn huis te eten. Althans, hij is op zoek. Helaas is het ding vrij onlangs geleegd. Na wat nutteloos gegraai in de leegte geeft hij het teleurgesteld op. Heks hangt intussen uit het raam. Ik heb net een flinke pan pittige paprikasoep gekookt. Misschien lust deze Oost-Europees ogende oude man er wel een grote kop van.

Ja, graag. Zijn bleke blauwe ogen lichten op. Even later serveer ik mijn brouwsel met een glutenvrije boterham erbij. In de gevel van mijn huis is een bankje ingemetseld. Daar zet ik het dienblad op. ‘Ik kom zo terug, eet smakelijk!’ de man verstaat prima Nederlands. Hij valt al staande aan op de soep. Voorovergebogen staat hij te genieten.

Mijn hulp kijkt eventjes later uit het raam. Ze wijst op een paar ranzige roddeltantes. ‘Kijk eens naar die rare taarten, hoe ze naar die man kijken, vol afschuw en afkeuring,’ verontwaardigd kijkt ze me aan, ‘Ze staan hem gewoon openlijk te bespreken! Wat heb ik daar toch een hekel aan, dat eeuwige oordelen.  Alleen maar omdat hij daar een beetje raar een kop soep staat te eten, bah.’

De opgedirkte keurige ‘tante Betjes’ verdwijnen uit zicht. Hun poepbruine decolletés puilen aan alle kanten uit hun te kleine wit met gouden truttentruitjes. Hun geblondeerde getoupeerde haren als een vlag op een strontschuit boven hen uittorenend. Ja, sneu als je zo in elkaar steekt, maar bepaald niet uitzonderlijk…..

Even later zit ik weer beneden bij mijn zwerver. ‘Mijn buurman moet een nieuwe dak op zijn huis. Maar hij heeft er geen geld voor over. Het kost maar 10.000 euro!’ begint de oude baas. Buurman? Huis? Het is helemaal geen zwerver! De man kletst intussen vrolijk verder. Hij vindt iets verskrikkulluk. Krijg nou wat, bespeur ik daar een Katwijks accent? Niks Oost Europa!

Nu is Katwijk niet te vergelijken met enige andere gemeente in Nederland, zelfs hun taal heeft een totaal andere oorsprong en ontwikkeling dan de rest van ons kikkerlandje. Door dit fenomeen gecombineerd met de van oudsher grote mate van inteelt in deze van origine geïsoleerde kustplaats zou je inderdaad toch kunnen spreken van een geheel andere bevolkingsgroep…..

Mijn nieuwsgierigheid is natuurlijk gewekt. Waarom eet deze lieve zachte oude Kattukker uit de vuilnisbak? Als je 10.000 euro niet veel geld vindt kun je toch wel wat uitgeven aan een fatsoenlijke maaltijd?

‘Mijn zuster heeft Alzheimer, ze zit in Overduin,’ langzamerhand vallen er wat puzzelstukje in elkaar. De zus kookte natuurlijk. En nu niet meer. ‘Ik ben al 45 jaar alleen,’ vervolgt hij. Vanaf zijn 33e dus reken ik snel uit. Misschien jong weduwnaar geworden? Of zijn zijn ouders toen overleden en schoten hij en zijn zuster over?

De rest van de familie is dood hoor ik vervolgens. Vroeger waren de meeste Katwijkse gezinnen behoorlijk groot. Niet leuk om als enige over te blijven. Waarschijnlijk kan hij helemaal niet koken. Soms zijn mensen ook te krenterig om geld uit te geven aan ‘tafeltje dek je’.

Mijn vriend Jip werkt voor die organisatie. In Katwijk! Dagelijks brengt hij een keur aan bejaarden een uitstekende maaltijd. Heks kan het niet eten, want het is vergeven van de gluten, lactose, soja en conserveringsmiddelen. Maar normale mensen hebben daar ogenschijnlijk geen last van.

Mijn nieuwe bejaarde vriend zit lekker te smikkelen van een witlofsalade met mandarijntjes en appel. Heerlijk aangemaakt met citroenolijfolie. Jammie. Zo vind je ze niet in de Kliko van het hotel. Hun eten zou ik zelfs niet wegkrijgen als ik het aan tafeltje in hun louche restaurant geserveerd krijg. Met een miljoen euro bonus.

‘Bedankt,’ zegt de oude baas bij het afscheid. Tot de volgende keer maar weer. Want die komt er vast. Hij staat met enige regelmaat op zijn fragiele vogelkop in het afval. Ik heb hem ook wel eens een paar euro toegestopt voor een kopje koffie. Wonderlijk, wonderlijk, deze man. Misschien behoort hij tot een nieuwe groep bejaarden: Zwervende ouderen, zoals in Roemenië.

De zorg is hier uiteindelijk ook niet meer wat het geweest is. Als zo’n lieve en vriendelijke man zo gemakkelijk tussen de mazen van het zorgnet valt, is hij vast niet de enige. Lang leve onze kutregering. en vooral ook: Lang leve alle rechtse eikels die die regering in het zadel hebben geholpen…..

Maar ja, het kan altijd erger. In Amerika stevenen ze af op een narcist als president: Donald Trump, enger dan eng, een braakmiddel van een man, is de enige echte kandidaat voor de republikeinen. Een dieptepunt voor dat land. Je mag toch maar hopen dat die volgevreten varkenskop het niet gaat halen. Trump president? Dan zijn de rapen gaar…….

Dumpster Diving in Nederland.

 

 

 

Koude koningsdag begint helemaal verkeerd. Heks heeft al een kater voordat ze ook maar één biertje gedronken heeft. Gelukkig trek ik bij. Ik eindig zowaar blij. Door zware mallemolens en frivool noorderlicht!

De nacht voor koningsdag hang ik met mijn kop boven het watercloset. Oh, oh, wat ben ik beroerd. Mijn hele verteringssysteem keert zich binnenstebuiten. Keert zich tegen me. En dat voor de vrouw die nooit over haar nek ging!

Zeker dertig, veertig jaar kwam het er nauwelijks van. Ik kon zuipen als een tempelier en tegelijkertijd in brakke bootjes over woeste baren varen, terwijl iedereen om mee heen rollend in zijn eigen kots lag te braken: Ik had nergens last van.

Sinds mijn whiplash is dat anders.

Op de feestdag zelf heb ik afgesproken met Frogs voor een lekkere brunch. Meuh. We verplaatsen het tijdstip naar straks en later. We skippen de brunch. Uiteindelijk lopen we dan toch de stad in. Om de hoek van de steeg staan allemaal kraampjes. Ik heb eerder tijdens mijn hondenronde al een paar kleine kroonluchters en een theeservies gescoord. Voor een habbekrats.

We slenteren langs de stalletjes. Mijn Afghaanse stenenman staat er met een overvolle kraam. ‘Ik heb wel wat voor je, maar niet bij me. Op 5 mei kom ik weer,’ zegt hij nadat ik zijn uitstalling heb geïnspecteerd zonder iets van mijn gading te vinden. Er liggen alleen maar goedkopere sierraden gezet met veelvoorkomende kristallen. Hij kent mijn liefde voor een echte goeie steen. En hij heeft iets in gedachten….

Vorig jaar bracht hij vuuropalen mee op bevrijdingsdag. En een grote boulderopaal gevat in ijzersteen….. Die zijn behoorlijk tekeer gegaan in mijn leven…. Jaren geleden leverde hij me mijn trouwring voor mijn huwelijk met mezelf. Een edelopaal met veel vuur. Ja, Heks houdt echt van opaal, de baby onder de kristallen….. Benieuwd wat hij nu weer voor me in petto heeft.

‘Ik wil nog eventjes naar een ketting kijken bij een paar hele leuke dames. Het zijn aurora borealis stenen. Kristallen met een speciale metaallaag. Ooit ontwikkeld door Swarovski. Ze lijken een beetje op Rijnstenen. Prachtig. Komt uit Amerika, jaren vijftig…!’

Frogs kijkt me wazig aan. Waar heb ik het over? Even later staan we voor een kraam gevuld met antieke sierraden en oude hoedjes. Ik pak het beoogde halssierraad van een kleine buste en hang het om mijn nek. ‘Maak eens dicht, Frogsie,’ commandeer ik mijn verschrikte kikkervriend. Al zijn vermogens tot fijne motoriek moeten eraan geloven. Geconcentreerd staat hij te prutsen. Het is ook nog eens een raar haaksysteem….

Heks begint te giechelen, maar uiteindelijk hangt het collier om mijn hals. Prachtig! Verrukt staar ik in de kleine spiegel naar mijn opgetogen gezicht met daaronder een waterval aan schittering: Werkelijk schitterend!

Ik doe goede zaken met de dames. Ze vertellen me over de geschiedenis van deze ketting en pakken em intussen mooi in. In een prachtig oud doosje zie ik later. Wat een toewijding!

Bij een ander kraampje zie ik een porseleinen popje. Piepklein. ‘Wat kost dat poppetje?’ vraag ik aan de verkoper. Frogs vindt het maar raar. Wat moet je nu met zo’n popje? ‘Ik wilde gewoon weten wat zoiets kost, Frogs. Ik heb precies zo’n ding op mijn godinnenaltaar staan. Gekocht voor een kwartje in de kringloop. En het is dus gewoon 20 euro waard. Grappig toch?’

Akka Brinkman (links) van Antiek en Curiosa, akkabrinkman@hotmail.com, 06-10581000

Ja, Heks heeft een neus voor kwaliteit. Laat haar over een rommelmarkt lopen en ze vist er met haar bionisch oog alle spullen van waarde uit. Het heeft iets met aandacht te maken. Alles wat mooi is, is ontstaan in aandacht. En dat zie je aan iets af. Dat geeft het intrinsieke waarde, ongeacht wat het is en waar het voor bedoeld is.

Zo koop ik tot slot een Turks koffiemolentje. Een prachtig aandachtig gebrouwen apparaat. ‘Leuk om mee te nemen als ik ga kamperen,’ roep ik enthousiast. Ik zie mezelf al in een tent zitten met dat gekke loodzware koperen ding. ‘Je kunt er ook een goeie klap mee uitdelen,’ vervolg ik. Ik kijk teveel enge moordprogramma’s tegenwoordig. Maar het is waar. Een oplawaai van deze mallemolen overleef je waarschijnlijk niet….

We eindigen in de WW. Onze geliefde stamkroeg van honderd jaar geleden. We komen oude vrienden tegen. Sommigen half vergaan door alcoholmisbruik en andere slechte gewoontes, anderen verdriedubbeld in de breedte in de vorm van een valhelm.  Maar toch nog even lief en aardig als altijd.

‘Het leven is niet eerlijk, Frogs. De leukste mensen gaan er helemaal naar de kloten door.’

Opeens zie ik een oude thuishulp van me. Een stevige dame met prachtig rood haar. Ze speelt in een heel leuk bandje herinner ik me. Ze heeft een geinig vriendje, waarmee ze een biertje deelt. Ik zie hen duidelijk genieten van de muziek, elkaar, hun vriendenkring. We maken een kort praatje, want we mogen elkaar heel graag!

Later thuis kook ik een kippensoepje. Frogs wandelt met het hondje. Precies op het moment dat hij mijn huis weer binnenstapt is de soep klaar. Hij wordt natuurlijk niet zo heet gegeten als hij wordt opgediend, maar het scheelt niet veel.

‘MMMMMmmmmmmmmm…. Heks, wat is dit lekker!’ Mijn kikkervriend zit te knorren van geluk. En het is waar. Dit soepje kan een dode tot leven wekken. Tevreden lepel ik mijn bordje leeg. Om mijn nek hangt het noorderlicht. Tegenover me zit een liefhebbende kikkervriend. Aan mijn voeten ligt een dwaas varkentje met een lampenkap op zijn kop. Ik ben helemaal gelukkig en tevree. En dat is ook wel eens fijn voor de verandering.

IMG_3208

‘Fake relationships, fake fights’, volgens één van de vroegere deelnemers aan ‘The Hills’: voor elk wat wils. Heks kijkt uit pure verveling uren en uren naar dit realitysoapachtige gegluur bij vrienden en buren.

 

Zaterdag lig ik bewegingloos in bed voor de televisie. Rillerig en koud. Murw van al het doorworstelde verdriet. Ja. Heks had een goeie dip vorige week. Viraal geïnitieerd weliswaar. Maar toch, leuk is anders.

Ik kijk naar ‘The Hills‘. Een stompzinnige realitysoap van MTV. Jaren geleden heb ik ook eens een aantal episodes gezien. Toen werd de ‘hoofdrol’ ingevuld door een chique sloerieachtige kroegtijger. Eerdere jaargangen, -het is ongelofelijk, maar dit programma heeft jarenlang gelopen-, draaiden grotendeels om een keurig welopgevoed tutje, Lauren, en haar suffe opgepoetste vriendinnen. Boeiend van saaiheid.

Lauren en Heidi

Alle in de waargebeurde serie voorkomende mensen hebben geld in hun pocket. Veel geld. Je ziet ze zelden echt hard werken, maar toch wonen ze in enorme huizen met zwembaden. Net als hun ouders. Elke avond gaan ze uit eten, er wordt nooit gekookt.

Daarna hangen ze rond in dure en ongezellige clubs. Regelmatig ontstaan daar onder invloed van drank en drugs de raarste situaties. Je ziet echter nooit iemand drinken of snuiven. Ze worden high van elkaar lijkt wel…..

De mannelijke acteuters scoren zonder uitzondering hoog op de narcistische meelat. Leuke mannen komen zelden in beeld. De op zich knappe edoch boerende, rochelende en ongewassen foute vriend van één van de dames echter wel. Met enige regelmaat boert hij een compleet alfabet recht in de camera, terwijl hij intussen verveeld in zijn ongewassen dreadlocks krabt. Gelukkig worden we niet olfactorisch door hem gemarteld, het is goddank televisie…..

Eén stel, de Speidi’s,  springt met kop en schouders boven het graaiveld uit. Huppelkutje Heidie en haar hele foute man Spencer. Laatstgenoemde is toch wel zo’n engerd. Hij zou zo de hoofdrol kunnen spelen in de eerste beste griezelfilm over het leven van een psychopaat. Hij hoeft dan slechts zichzelf te zijn…. Met groeiende verbazing zie ik hoe hij opereert.

Verbazing? Ja, het verbijstert me hoezeer zulke mensen volgens bepaalde narcistische wetmatigheden te werk gaan zonder dat iemand het in de gaten heeft. Behalve degene die door dit schadelijke gedrag wordt getroffen. In dit geval de hartsvriendin van Huppelkutje, de oersaaie Lauren.

Alle in de man aanwezige haat projecteert hij op het arme mutsje. Hij verspreidt roddels over haar werk in de porno industrie. Zij zou een sekstape hebben verspreid van zichzelf en haar ex. Dit preutse meisje. Wars van lichamelijkheden….. Echt geloofwaardig ook.

Zijn vriendin zet onmiddellijke een paar stevige oogkleppen op. Ze kiest voor haar man. Intussen is ze boos op haar boezemvriendin. Waarom doet ze toch zo moeilijk? Deze prinses op de erwt is zo gewend haar zin te krijgen, dat ze er maar niet bij kan dat het en keertje niet lukt.

Eigenlijk is ze een prima match voor die narcist. Na een aantal afleveringen heb ik geen medelijden meer met haar. In wat voor’n wereld leeft die vrouw? Het is gewoon een vuile bitch!

Maar goed. Evenzogoed kijk ik de hele zaterdag naar afleveringen over dit oppervlakkige vriendenclubje. Ik denk aan al mijn eigen voorbije vriendenclubjes. Het zijn vaak tijdelijke aangelegenheden. Veel water bij de wijn. Een paar mensen die de groep dragen. Een hoop meelopers en een paar narcisten. Leve de lol zolang het gezellig is. Als het leuk is is het leuk. Maar als de nood aan de man is zijn ze er niet bij!

Maar ja. Het is voor de meeste mensen zo: Goede vrienden zijn vaak maar op 1 hand te tellen. Als je aan 1 hand niet genoeg aan hebt zoals Heks mag je van geluk  spreken!

 

 

 

Heks en Frogs bezoeken het geboortehuis van Johan Cruijff. ‘Buiten spelen zou een vak moeten zijn op school….’ staat er op de gevel. Bloemen op de stoep. Brieven en gedichten. Ook mijn kikkervriend kwaakt een bijdrage!

Het is alweer een paar weken geleden dat ik met Frogs naar een feestje ga in de hoofdstad. ‘Ik wil eerst eventjes langs het geboortehuis van Johan Cruijff, Heks. We hoeven niet eens ver om te rijden!’ Ik vind het een prima idee. Laten we gaan kijken waar onze held het levenslicht zag. ‘Ik neem mijn TomTom wel mee, Frogsie, dan hoeven we niet te zoeken…’

Zo rijden we dan op een gure zondagmiddag samen naar Amsterdam. Ysbrandt mag ook mee. Het is voor zijn grote operatie. Hij is nog in het bezit van zijn dierbare balletjes…. Niet onbelangrijk als je het geboortehuis van een balvirtuoos gaat bezoeken…..

Met behulp van mijn onvolprezen navigatiesysteem staan we in no time op de hoek van de Tuinbouwstraat en de Akkerstraat. In dit piepkleine hoekhuis is ons nationale voetbalgenie ter wereld gekomen. In dit eenvoudige volksbuurtje is hij opgegroeid. ‘Hij speelde altijd poortvoetbal met jongens uit de buurt,’ zegt Frogs. We kijken rond in dit tuindorp met zijn door poorten afgesloten hoven. De perfecte buurt voor dat spelletje…

‘Ik kan me ook herinneren dat Cruijff aan het spelen was, Frogs. Ik was piepklein, misschien drie jaar oud, en zat bij mijn vader op schoot. We keken samen naar een belangrijke wedstrijd op televisie.’

‘Hij was maar aan het schreeuwen over die Cruijff. Helemaal enthousiast. Mijn vader! Dat was meestal een hele rustige man….. Zal wel weer zo’n wedstrijd zijn geweest waarin dit grote talent iets fenomenaals liet zien! Zoals die lob uit jouw gedicht.’

We kijken naar de bloemen op de stoep van het huis. Er liggen allemaal epistels bij. ‘Ik heb dat gedicht ook bij me, Heks. Ik ga het tussen de bloemen leggen.’ Hij maakt aanstalten om het papier neer te leggen.

‘Je moet het wel eventjes voordragen, Frogs. Vooruit met de geit. Maak ik een mooie foto.’ Even later draagt de warme stem van Frogs het gedicht door de straat. De huidige bewoner van het pand komt naar buiten. Toevallig. Hij glimlacht. Kennelijk zijn we niet de enigen, die hier op de stoep staan te oreren….

Als we later in de auto stappen en wegrijden komen de volgende pelgrims alweer op de proppen. Een BMW vol voetbalvrouwen of iets wat daar op lijkt: Geblondeerde dames met enorme neptieten. Ik kan zo snel niet zien of er mannen achter al dat geblondeerde en getoupeerde haargeweld schuilgaan.

‘Dat was fijn, Heks, ik ben helemaal klaar voor een feestje.’ Even later zitten we aan de fantastische hapjes en drankjes van Zwaan. Glutenvrij ook nog! Het is haar verjaardag vandaag. En dat gaan we met haar vieren!

De lob

 

THE HUB12

Appelige Heks in het land der duisternis, het is voorwaar het is geen kattenpis. Slachtoffers van narcistische mishandeling zijn over het algemeen wel eventjes bezig om op verhaal te komen en het licht te zien aan het einde van hun tunnelvisie. Het is niet anders. Het moet maar.

Een depressie is natuurlijk vaak naar binnen geslagen agressie. Nu weet ik ook wel dat er veel verschillende soorten depressie zijn. Aan welke vorm ik momenteel lijd? Geen idee. Dat er veel agressie onder zit is me wel duidelijk. Van binnen ben ik woest. Op allerlei uiteenlopende lullige lieden.

De gemeenschappelijke noemer is liefde versus gebruik. Heel veel mensen slaan je met hun eigenwijsheden om de oren in naam der liefde. In werkelijkheid gebruiken ze je gewoon voor hun eigen egocentrische doeleinden, want het gros der mensheid is in mijn huidige optiek louter met zichzelf bezig.

Helaas stellen juist zulke lieden vaak niet al teveel voor, dus in feite houden ze zich helemaal nergens mee bezig……. 😉

In mij is iets aan het veranderen. Ik kan allerlei stompzinnige leugenachtig geneuzel gewoon niet meer aanhoren. Ik kan bijbehorende egocentrische acties niet meer aanzien.

Mensen die te maken hebben gehad met narcistische mishandeling komen terecht in ‘het land der duisternis’ volgens Iris Koops, schrijfster van het boek ‘Het Verdwenen Zelf’. Toen ik dit voor het eerst las dacht ik ‘Daar kom ik nog goed mee weg. Ik ben wel beschadigd en het is allemaal heel pijnlijk, maar het ergste hebben we gehad. Ik ben in elk geval van die kwibus verlost.’

Helaas. Zo gemakkelijk gaat dat niet. Het gif is al naar binnen gekropen. Het heeft mijn eigenwaarde, vermogen tot liefhebben, eigenliefde, liefde voor mijn medemensen en wat al niet aangetast.

Ik voel louter walging bij een groot aantal mafketels waar ik vroeger moeiteloos compassie voor kon opbrengen. Omdat ik hen eindelijk zie in hun narcistische essentie. Omdat ik intussen weet dat ze wegens gebrek aan empathie zonder problemen over lijken gaan. Omdat ik hun minne acties heb leren interpreteren voor wat ze zijn: Minne acties van miezerige griezels.

Best schokkend. Mijn wereldbeeld staat op zijn kop. Narcisten en psychopaten hebben me doen twijfelen aan de aangeboren goedheid van de mens. De mens is misschien juist wel van nature slecht. Alleen als je alle zeilen bijzet kun je er wellicht nog iets van maken met jezelf…..

Narcisten. Je hebt ze in alle soorten en maten. De meeste zijn man. Een klein percentage is vrouw. Echte loeders zijn dat. Ik heb ze genoeg om me heen gehad. Van full blown narcisten met hun charismatische uitstraling en hun gaatjes vullende praatjes tot de thin skinned exemplaren  met hun onzekerheid en impotentie. Twee uiterste expressies van dezelfde stoornis. Want het is een stoornis. Een persoonlijkheidsstoornis.

Alleen hebben ze er zelf weinig last van. Dat besteden ze uit aan de omgeving. Zoals ze wel meer uit besteden aan de omgeving. In feite leven ze als een parasiet op de energie van anderen……

'Bahbahbah'

‘Hihihi’

Dat verklaart misschien waarom ik nog steeds in het land der duisternis zit. Ik ben helemaal leeggezogen en nog steeds wordt er van me gejat! De afgelopen week heb ik mijn handen vol gehad om te zorgen dat ik niet opnieuw word leeggehaald. En het is gelukt! Ik heb wat gaten dichtgetimmerd!

Het voelt onwennig om niet gewoon lekker van iedereen te houden. Het is moeilijk om niet in mijn oude fouten te vervallen van water bij de wijn knikkeren en extra mijn best doen. Pleasen desnoods. Ik scheld echter moeiteloos op een aantal klojo’s en kuttenkoppen die zich van hun slechtste kant hebben laten zien in mijn leven. Ik verwens hen in onverbloemde termen. Maar veel verder kom ik niet.

Ik zou willen dat de dingen anders waren. Een wereld zonder narcisten en psychopaten. Kunnen we daar al dat genetisch gemanipuleer niet voor inzetten? De aandoening heeft uiteindelijk een stevige erfelijke component. Dat heb ik maar weer al te goed meegekregen van mijn laatste narcist. Niet dat hij zich daar van bewust was of zelf iets van wist. Die zit met zijn aandoening nog flink in de mist.

Onlangs schrijf ik een beknopt epistel ter afscheid aan iemand die me ook al meermalen te grazen heeft genomen. Jaren achter elkaar. Keer op keer. Zonder gene. Vol het mes erin. Pogingen mijnerzijds om 1 en ander te bespreken zijn nooit op iets uit gelopen. Nee natuurlijk niet. Dat zitten zulke types echt niet op te wachten, een beetje naar zichzelf kijken…..Het ligt toch zeker aan de ander?

Zoals altijd als je geen sjoege meer geeft gaat zo’n figuur trachten de banden weer aan te halen. Behoorlijk balen, want wat moet je ermee?

Niets. Heks hoeft er helemaal niets meer mee, want het voelt niet OK. Wat wel te doen is me vooralsnog een raadsel. Het enige wat er verder nog uit me komt momenteel is een zee aan tranen.

Want ja, onder elke vorm van woede ligt verdriet. Dat is ook zo’n ijzeren wetmatigheid…….

Ik denk aan de woorden van Thich Nath Hanh: Do nothing, stay fresh. Dat laatste is al lastig zat…..

 

 

 

 

Kommer en kwel, tobben tot je erbij neervalt, dweilen met de kraan open: Het zit niet mee in Huize Heks. Volgens mij zit ik intussen wel op de bodem van de put. Nu kan het alleen maar beter gaan……

Afgelopen weekend is het vreselijk weer. Zondagmorgen loop ik met een onwillig hondje te wandelen. Hij is niet vooruit te branden. Sloom sukkelt hij achter Heks aan. Met een sneue snuit heft hij zijn achterpoot en piest lauw tegen een struik. Ellendig draait hij een drolletje. Halverwege geeft hij aan echt weer terug naar huis te willen.

Zuchtend geef ik gehoor aan zijn onuitgesproken wens. We maken er een beschaafde wandeling van. Er komt ook een donkere lucht aanzetten van heb ik jou daar. Varkentje heeft dan wel een regenjasje aan, maar tegen dit soort buien is geen jas gewassen……

Eenmaal thuis wil mijn ventje niet eten. Geen goed teken. Hij ziet er beroerd uit. Sneu ligt hij in zijn mandje. Heks zit hem te observeren. Wat is er aan de hand? Ik zie hem zo ongeveer met het kwartier ellendiger worden. Snel neem ik zijn temperatuur op. Boven de 39 graden. Hij heeft koorts!

Ik bel de dierenarts. We kunnen eventjes langskomen. Ome Frogs gaat mee. Als de bliksem laden we Varkentje in zijn bolide en scheuren naar de waarnemende dierenarts. Daar wordt Ysbrandt op een tafel gehesen. Een thermometer verdwijnt in zijn kleine anusje. Zijn koorts is gestegen. Oh, wat voelt hij zich beroerd.

‘Ik weet niet wat het precies is, zijn buik voelt op zich ok, maar die koorts bevalt me niets. De wond ziet er goed uit, maar misschien zit er toch een ontsteking van binnen….’ Mijn ventje wordt van top tot teen bepoteld. Hij krijgt een shot antibiotica.

Met een pak pijnstillers en een kuur amoxicilline onder mijn arm ga ik naar huis. Aan het begin van de avond begint Ysbrandt als een gek te hijgen. Alsof hij het Spaans benauwd heeft. Hij voelt zo verhit! Hij eet niet, drinkt niet……. In paniek bel ik weer naar de dierenarts. ‘Honden hebben dat soms. Je schrikt je inderdaad een ongeluk. Wacht maar even af totdat de penicilline inwerkt. Dat kan nog wel een dag duren….’

Wat later drinkt mijn monster een bak water leeg en begint zowaar iets te eten. De koorts zakt in de loop van de avond een beetje. Een onrustige nacht volgt. Ook maandag is het nog niks met hem. Die avond begint hij alarmerend te hoesten. De hele nacht word ik uit mijn slaap gehouden door een rochelende oude man. Kokhalzend probeert hij zich te ontdoen van slijm. Slijm? Waar komt dat nu weer vandaan?

Een dag later zit ik weer bij de dierenarts. Mijn eigenste deze keer. Hij maakt een paar röntgenfoto’s van Ys’ torso. Prachtig om te zien overigens. ‘Kijk, zijn hart is een beetje vergroot. Hij hoort zo groot te zijn…’ De dokter wijst aan waar het hondenhartje van mijn hartje hoort te eindigen, ‘Ook zie ik veel slijm in zijn bronchiën. Dat verklaart dat gehoest. Maar waar dat vandaan komt…’

Het zou goed kunnen, dat het hartje van Ysbrandt niet goed werkt, waardoor er wat oedeemvorming in de longen ontstaat. Later bedenk ik me, dat koorts dan natuurlijk funest is. Het hart moet dan zo hard aan de gang…. Dat verklaart misschien de enorme toename van het gehoest. Mijn kereltje rochelt al een tijdje af en toe, maar nooit zo vaak en heftig als nu……

 

Ik krijg wat codeïne mee. En het dringende advies om een echo te laten maken. Weer een rib uit mijn lijf natuurlijk….. ‘Ik mats je met de röntgenfoto’s, Heks, de tweede krijg je van mij.’ Mijn dierenarts krijgt wel een beetje medelijden met mijn portemonnaie.

Oh, oh, wat een getob. De dagen erna boks ik met moeite wat eten en medicatie in mijn ventje. Maar ook ikzelf lig opeens helemaal om. Geveld door een geniepig buikgriepje. Gevolgd door een stevige verkoudheid. Dit in combinatie met mijn zieke hondje en mijn toch al niet geringe depressie van de laatste tijd maakt dat ik het helemaal gehad heb.

Wat een kutleven. Je doet je gloeiende best, maar krijgt niets voor elkaar. In mijn dooie eentje sla ik wat ellendige dagen stuk. Meuh! Blegh! Geef mijn portie maar aan Fikkie.

Een kwade dag voor Varkentje. Na jaren virtuoos alle loopse teefjes in Leiden en omstreken te hebben bespeeld moet zijn klokkenspel er nu eindelijk aan geloven: Komt deze Don Juan dit weer te boven?

Een aantal weken geleden ga Ik met Varkentje naar de dierenarts. De eerste afspraak loopt mis. Ik kom er achter dat ik bij een collega terecht zal komen en ik wil toch echt een consult bij mijn eigenste dierenarts! Mijn hondje is veel relaxter bij deze dokter dan bij welke andere vakbroeder of -zuster dan ook!

‘De heer Kermani heeft geen spreekuur meer in Leiden, u kunt alleen nog in Lisse terecht. Daar opent hij komende maandag een nieuwe vestiging. Misschien bent u wel de eerste cliënt!’ De assistente is bereidwillig en vriendelijk. Ze boekt mijn afspraak direct om.

Dus ik moet de bollenstreek in. Geen probleem. Zolang je een autootje hebt en die heb ik! Leuk ook om een kijkje te nemen op de nieuwe locatie van mijn dierenarts.

Eerst kan ik de kersverse praktijk natuurlijk niet vinden, ondanks het feit dat er een feestelijke zuil knaloranje ballonnen voor de deur staat. Ik heb de laatste tijd weer last van mijn whiplash. Wazig zien, alles vergeten en gedesoriënteerd raken bij het minste of geringste. En hoofdpijn natuurlijk. Gemeen knijphandje in nek ook….. Maar ik laat me niet uit het veld slaan. Bovendien heb ik een TomTom. Die brengt me doorgaans daar waar ik moet wezen. Ook vandaag.

Ik ben niet de allereerste klant op de nieuwe locatie. Maar het scheelt niet veel. De afspraak verloopt chaotisch. Logisch natuurlijk. Je moet je weg weer vinden in zo’n nieuwe omgeving. ‘Ik heb niet eens mijn stethoscoop hier. Die heeft iemand weer meegenomen naar Leiden…’ Gelukkig komt het ding toch nog tevoorschijn…..

Ik krijg tot slot een rondleiding door het werkelijk schitterende complex. Alle apparatuur is modern en gloednieuw. Het enige dat nog harder glimt dan alle instrumentaria is de dierendokter zelf. Trots vertelt hij dat zelfs de burgermeester even is geweest ter eren van de feestelijke opening vanmorgen…..

Omdat mijn hondje de laatste tijd rochelt als een oude man en kreunt wanneer hij gaat liggen laat ik wat extra onderzoek doen. ‘Hij heeft een kleine tumor op zijn kont. Een slechte plek om te opereren. Meestal zijn ze goedaardig, maar soms ontwikkelen ze zich tot een kwaadaardige kanker. Ik neem een biopt.’

Goddank ziet hij de tumor. Dat hebben we te danken aan mijn hondenvriendin Dog Lady. Zij heeft onlangs het kontje van mijn hondje kaal geschoren. Werkelijk geen gezicht. Als hij voor me uit rent zie ik zijn balletjes er vrolijk onderuit bengelen. Zijn kleine klokkenspel stuitert open en bloot in de rondte. Zijn balletjes lijken opeens ook veel lager te hangen……’Dat doe ik nooit meer,’ denk ik dan steeds. Maar nu ben ik toch wel erg blij met zijn kale kont.

Een goeie week later krijg ik de uitslag van het bloedonderzoek en de punctie. ‘Het is inderdaad een kleine tumor, meestal zijn ze goedaardig, zo ook deze, maar ze kunnen zich kwaadaardig ontwikkelen. Ik heb even overlegd met een hierin gespecialiseerde collega. Dit soort tumoren zijn over het algemeen hormoon geïnitieerd. Hetgeen betekent dat ze vaak spontaan verdwijnen als je je hond castreert…’

Heks is er eventjes stil van. Moet die ouwe man er dan toch nog an? Of vanaf beter gezegd. Raakt deze eeuwige Don Juan van de Leidse parken dan eindelijk zijn wilde haren kwijt? Hoewel: Honden krijgen meestal een veel dikkere vacht na castratie. Arme, arme Ysbrandt.

‘Opereren op die plek is heel lastig, je loopt de kans er een incontinente hond aan over te houden…. Je kunt natuurlijk ook niets doen..’ Snel maak ik een afspraak voor de castratie. Ik wil mijn hondje niet verliezen aan de gevolgen van een hormonaal aangedreven turbotumor. De dagen voor de operatie geniet ik nog maar van mijn hanige hondje. Hoe hij listig de loopse teefjes het hof maakt. Hoe zijn klokkenspel vrolijk rammelt onder zijn geschoren achterkant. Hij moest eens weten!

Maar woensdag is het dan toch echt zo ver. Om 9 uur ’s morgens lever ik mijn monster af. Ik klets een beetje met de dierenarts. Hij zit nog aan de koffie. Intussen krijgt Ys prikjes om slaperig te worden. ‘Doe je voorzichtig met mijn schatje? Hij moet nog zeker 19 jaar mee. Vanmorgen zag ik een hond op het journaal, die dertig jaar is geworden. Bizar!’

Mijn dierenarts kijkt me ongelovig aan. Dertig jaar?  ‘Ja, een veel grotere hond dan Ysbrandt. Een Australische herder……’ Nu leg ik de lat natuurlijk wel erg hoog! Hoe zuiverder het ras en hoe groter de hond: Hoe korter ‘ie leeft en hoe minder gezond. Mijn kleine bastaard heeft echt betere papieren!

Aan het eind van de ochtend haal ik em op. Een heel sneu hondje met een rompertje aan klimt moeizaam in de auto. Onderweg laat ik em nog eventjes plassen, maar hij wil alleen maar naar huis. Voorzichtig til ik em de trap op. De rest van de dag ligt hij zielig in zijn mandje. Op een paar kleine ommetjes na. Zelfs de slager krijgt er geen stukje worst in. Kun je nagaan.

Een clubje dak- en thuislozen vraagt lachend waarom mijn hondje een speelpakje aanheeft. Als ik hen vertel over zijn recente castratie grijpen ze massaal naar hun eigen kruis. Alsof ze vrezen er zelf ook aan te moeten geloven. ‘Jezus,’ roept de grootste van het stel, terwijl hij witjes wegtrekt, ‘Arm beest, wat verschrikkelijk voor je….. Lief zijn voor hem, Heks!’ Ik beloof het.

In de loop van de avond komt ome Frogs op ziekenbezoek. Hij heeft al ge’smst en gebeld….. Voorzichtig draagt hij mijn hondje nog een keertje de trappen af voor een laatste wandelingetje. Gelaten loopt Varkentje achter ons aan te sukkelen. Een piepklein plasje komt er uit. Vind je het gek? Hij wil helemaal niet drinken. Waarschijnlijk is hij nog steeds kotsmisselijk….

Pas vanmiddag neemt hij zijn eerste slok water. Hij drink gelijk zijn halve bak leeg. Eten is er nog niet bij. Op een enkel snoepje na, dat hij onderweg heeft gekregen van een hondenvriend. Listig verleid ik hem met een stukje ham. Of extra lekker voer. Het helpt niet. Na een paar hapjes laat hij de rest staan.

Geeft niks. Ik moet toch oppassen dat hij niet dikker wordt na deze ingreep. Vanaf morgen is hij weer zeer gebeten op lekkers en snoepjes vrees ik. ‘We moeten hem 20% minder eten geven, dus ook veel minder lekkers, Ome Frogs,’ ik probeer streng te kijken naar mijn kikkervriend. We moeten er allebei om lachen. Varkentje wordt nu eenmaal vreselijk verwend door zijn suikeroompje……

Beschaamde Heks wordt op het matje geroepen door haar dierenarts naar aanleiding van een kwetsend blog over zijn beroepsgroep. Ik blijk het ook nog eens bij het verkeerde eind te hebben! De prijsstijgingen in deze branche worden veroorzaakt door een huizenhoog BTW tarief. Huisdieren zijn luxe artikelen geworden! Te gek voor woorden natuurlijk. Teken de petitie!