Kommer en kwel, tobben tot je erbij neervalt, dweilen met de kraan open: Het zit niet mee in Huize Heks. Volgens mij zit ik intussen wel op de bodem van de put. Nu kan het alleen maar beter gaan……

Afgelopen weekend is het vreselijk weer. Zondagmorgen loop ik met een onwillig hondje te wandelen. Hij is niet vooruit te branden. Sloom sukkelt hij achter Heks aan. Met een sneue snuit heft hij zijn achterpoot en piest lauw tegen een struik. Ellendig draait hij een drolletje. Halverwege geeft hij aan echt weer terug naar huis te willen.

Zuchtend geef ik gehoor aan zijn onuitgesproken wens. We maken er een beschaafde wandeling van. Er komt ook een donkere lucht aanzetten van heb ik jou daar. Varkentje heeft dan wel een regenjasje aan, maar tegen dit soort buien is geen jas gewassen……

Eenmaal thuis wil mijn ventje niet eten. Geen goed teken. Hij ziet er beroerd uit. Sneu ligt hij in zijn mandje. Heks zit hem te observeren. Wat is er aan de hand? Ik zie hem zo ongeveer met het kwartier ellendiger worden. Snel neem ik zijn temperatuur op. Boven de 39 graden. Hij heeft koorts!

Ik bel de dierenarts. We kunnen eventjes langskomen. Ome Frogs gaat mee. Als de bliksem laden we Varkentje in zijn bolide en scheuren naar de waarnemende dierenarts. Daar wordt Ysbrandt op een tafel gehesen. Een thermometer verdwijnt in zijn kleine anusje. Zijn koorts is gestegen. Oh, wat voelt hij zich beroerd.

‘Ik weet niet wat het precies is, zijn buik voelt op zich ok, maar die koorts bevalt me niets. De wond ziet er goed uit, maar misschien zit er toch een ontsteking van binnen….’ Mijn ventje wordt van top tot teen bepoteld. Hij krijgt een shot antibiotica.

Met een pak pijnstillers en een kuur amoxicilline onder mijn arm ga ik naar huis. Aan het begin van de avond begint Ysbrandt als een gek te hijgen. Alsof hij het Spaans benauwd heeft. Hij voelt zo verhit! Hij eet niet, drinkt niet……. In paniek bel ik weer naar de dierenarts. ‘Honden hebben dat soms. Je schrikt je inderdaad een ongeluk. Wacht maar even af totdat de penicilline inwerkt. Dat kan nog wel een dag duren….’

Wat later drinkt mijn monster een bak water leeg en begint zowaar iets te eten. De koorts zakt in de loop van de avond een beetje. Een onrustige nacht volgt. Ook maandag is het nog niks met hem. Die avond begint hij alarmerend te hoesten. De hele nacht word ik uit mijn slaap gehouden door een rochelende oude man. Kokhalzend probeert hij zich te ontdoen van slijm. Slijm? Waar komt dat nu weer vandaan?

Een dag later zit ik weer bij de dierenarts. Mijn eigenste deze keer. Hij maakt een paar röntgenfoto’s van Ys’ torso. Prachtig om te zien overigens. ‘Kijk, zijn hart is een beetje vergroot. Hij hoort zo groot te zijn…’ De dokter wijst aan waar het hondenhartje van mijn hartje hoort te eindigen, ‘Ook zie ik veel slijm in zijn bronchiën. Dat verklaart dat gehoest. Maar waar dat vandaan komt…’

Het zou goed kunnen, dat het hartje van Ysbrandt niet goed werkt, waardoor er wat oedeemvorming in de longen ontstaat. Later bedenk ik me, dat koorts dan natuurlijk funest is. Het hart moet dan zo hard aan de gang…. Dat verklaart misschien de enorme toename van het gehoest. Mijn kereltje rochelt al een tijdje af en toe, maar nooit zo vaak en heftig als nu……

 

Ik krijg wat codeïne mee. En het dringende advies om een echo te laten maken. Weer een rib uit mijn lijf natuurlijk….. ‘Ik mats je met de röntgenfoto’s, Heks, de tweede krijg je van mij.’ Mijn dierenarts krijgt wel een beetje medelijden met mijn portemonnaie.

Oh, oh, wat een getob. De dagen erna boks ik met moeite wat eten en medicatie in mijn ventje. Maar ook ikzelf lig opeens helemaal om. Geveld door een geniepig buikgriepje. Gevolgd door een stevige verkoudheid. Dit in combinatie met mijn zieke hondje en mijn toch al niet geringe depressie van de laatste tijd maakt dat ik het helemaal gehad heb.

Wat een kutleven. Je doet je gloeiende best, maar krijgt niets voor elkaar. In mijn dooie eentje sla ik wat ellendige dagen stuk. Meuh! Blegh! Geef mijn portie maar aan Fikkie.

Een kwade dag voor Varkentje. Na jaren virtuoos alle loopse teefjes in Leiden en omstreken te hebben bespeeld moet zijn klokkenspel er nu eindelijk aan geloven: Komt deze Don Juan dit weer te boven?

Een aantal weken geleden ga Ik met Varkentje naar de dierenarts. De eerste afspraak loopt mis. Ik kom er achter dat ik bij een collega terecht zal komen en ik wil toch echt een consult bij mijn eigenste dierenarts! Mijn hondje is veel relaxter bij deze dokter dan bij welke andere vakbroeder of -zuster dan ook!

‘De heer Kermani heeft geen spreekuur meer in Leiden, u kunt alleen nog in Lisse terecht. Daar opent hij komende maandag een nieuwe vestiging. Misschien bent u wel de eerste cliënt!’ De assistente is bereidwillig en vriendelijk. Ze boekt mijn afspraak direct om.

Dus ik moet de bollenstreek in. Geen probleem. Zolang je een autootje hebt en die heb ik! Leuk ook om een kijkje te nemen op de nieuwe locatie van mijn dierenarts.

Eerst kan ik de kersverse praktijk natuurlijk niet vinden, ondanks het feit dat er een feestelijke zuil knaloranje ballonnen voor de deur staat. Ik heb de laatste tijd weer last van mijn whiplash. Wazig zien, alles vergeten en gedesoriënteerd raken bij het minste of geringste. En hoofdpijn natuurlijk. Gemeen knijphandje in nek ook….. Maar ik laat me niet uit het veld slaan. Bovendien heb ik een TomTom. Die brengt me doorgaans daar waar ik moet wezen. Ook vandaag.

Ik ben niet de allereerste klant op de nieuwe locatie. Maar het scheelt niet veel. De afspraak verloopt chaotisch. Logisch natuurlijk. Je moet je weg weer vinden in zo’n nieuwe omgeving. ‘Ik heb niet eens mijn stethoscoop hier. Die heeft iemand weer meegenomen naar Leiden…’ Gelukkig komt het ding toch nog tevoorschijn…..

Ik krijg tot slot een rondleiding door het werkelijk schitterende complex. Alle apparatuur is modern en gloednieuw. Het enige dat nog harder glimt dan alle instrumentaria is de dierendokter zelf. Trots vertelt hij dat zelfs de burgermeester even is geweest ter eren van de feestelijke opening vanmorgen…..

Omdat mijn hondje de laatste tijd rochelt als een oude man en kreunt wanneer hij gaat liggen laat ik wat extra onderzoek doen. ‘Hij heeft een kleine tumor op zijn kont. Een slechte plek om te opereren. Meestal zijn ze goedaardig, maar soms ontwikkelen ze zich tot een kwaadaardige kanker. Ik neem een biopt.’

Goddank ziet hij de tumor. Dat hebben we te danken aan mijn hondenvriendin Dog Lady. Zij heeft onlangs het kontje van mijn hondje kaal geschoren. Werkelijk geen gezicht. Als hij voor me uit rent zie ik zijn balletjes er vrolijk onderuit bengelen. Zijn kleine klokkenspel stuitert open en bloot in de rondte. Zijn balletjes lijken opeens ook veel lager te hangen……’Dat doe ik nooit meer,’ denk ik dan steeds. Maar nu ben ik toch wel erg blij met zijn kale kont.

Een goeie week later krijg ik de uitslag van het bloedonderzoek en de punctie. ‘Het is inderdaad een kleine tumor, meestal zijn ze goedaardig, zo ook deze, maar ze kunnen zich kwaadaardig ontwikkelen. Ik heb even overlegd met een hierin gespecialiseerde collega. Dit soort tumoren zijn over het algemeen hormoon geïnitieerd. Hetgeen betekent dat ze vaak spontaan verdwijnen als je je hond castreert…’

Heks is er eventjes stil van. Moet die ouwe man er dan toch nog an? Of vanaf beter gezegd. Raakt deze eeuwige Don Juan van de Leidse parken dan eindelijk zijn wilde haren kwijt? Hoewel: Honden krijgen meestal een veel dikkere vacht na castratie. Arme, arme Ysbrandt.

‘Opereren op die plek is heel lastig, je loopt de kans er een incontinente hond aan over te houden…. Je kunt natuurlijk ook niets doen..’ Snel maak ik een afspraak voor de castratie. Ik wil mijn hondje niet verliezen aan de gevolgen van een hormonaal aangedreven turbotumor. De dagen voor de operatie geniet ik nog maar van mijn hanige hondje. Hoe hij listig de loopse teefjes het hof maakt. Hoe zijn klokkenspel vrolijk rammelt onder zijn geschoren achterkant. Hij moest eens weten!

Maar woensdag is het dan toch echt zo ver. Om 9 uur ’s morgens lever ik mijn monster af. Ik klets een beetje met de dierenarts. Hij zit nog aan de koffie. Intussen krijgt Ys prikjes om slaperig te worden. ‘Doe je voorzichtig met mijn schatje? Hij moet nog zeker 19 jaar mee. Vanmorgen zag ik een hond op het journaal, die dertig jaar is geworden. Bizar!’

Mijn dierenarts kijkt me ongelovig aan. Dertig jaar?  ‘Ja, een veel grotere hond dan Ysbrandt. Een Australische herder……’ Nu leg ik de lat natuurlijk wel erg hoog! Hoe zuiverder het ras en hoe groter de hond: Hoe korter ‘ie leeft en hoe minder gezond. Mijn kleine bastaard heeft echt betere papieren!

Aan het eind van de ochtend haal ik em op. Een heel sneu hondje met een rompertje aan klimt moeizaam in de auto. Onderweg laat ik em nog eventjes plassen, maar hij wil alleen maar naar huis. Voorzichtig til ik em de trap op. De rest van de dag ligt hij zielig in zijn mandje. Op een paar kleine ommetjes na. Zelfs de slager krijgt er geen stukje worst in. Kun je nagaan.

Een clubje dak- en thuislozen vraagt lachend waarom mijn hondje een speelpakje aanheeft. Als ik hen vertel over zijn recente castratie grijpen ze massaal naar hun eigen kruis. Alsof ze vrezen er zelf ook aan te moeten geloven. ‘Jezus,’ roept de grootste van het stel, terwijl hij witjes wegtrekt, ‘Arm beest, wat verschrikkelijk voor je….. Lief zijn voor hem, Heks!’ Ik beloof het.

In de loop van de avond komt ome Frogs op ziekenbezoek. Hij heeft al ge’smst en gebeld….. Voorzichtig draagt hij mijn hondje nog een keertje de trappen af voor een laatste wandelingetje. Gelaten loopt Varkentje achter ons aan te sukkelen. Een piepklein plasje komt er uit. Vind je het gek? Hij wil helemaal niet drinken. Waarschijnlijk is hij nog steeds kotsmisselijk….

Pas vanmiddag neemt hij zijn eerste slok water. Hij drink gelijk zijn halve bak leeg. Eten is er nog niet bij. Op een enkel snoepje na, dat hij onderweg heeft gekregen van een hondenvriend. Listig verleid ik hem met een stukje ham. Of extra lekker voer. Het helpt niet. Na een paar hapjes laat hij de rest staan.

Geeft niks. Ik moet toch oppassen dat hij niet dikker wordt na deze ingreep. Vanaf morgen is hij weer zeer gebeten op lekkers en snoepjes vrees ik. ‘We moeten hem 20% minder eten geven, dus ook veel minder lekkers, Ome Frogs,’ ik probeer streng te kijken naar mijn kikkervriend. We moeten er allebei om lachen. Varkentje wordt nu eenmaal vreselijk verwend door zijn suikeroompje……

Beschaamde Heks wordt op het matje geroepen door haar dierenarts naar aanleiding van een kwetsend blog over zijn beroepsgroep. Ik blijk het ook nog eens bij het verkeerde eind te hebben! De prijsstijgingen in deze branche worden veroorzaakt door een huizenhoog BTW tarief. Huisdieren zijn luxe artikelen geworden! Te gek voor woorden natuurlijk. Teken de petitie!

 

Vertrouwen is een kwetsbare vogel. Eenmaal beschaamd schuilt zij schuw onder een grote steen. Maar in goed gezelschap kruipt zij uit haar schamele schulp: Heks kijkt naar ’The Undateables’. Vertederende verhalen over ontluikende liefde……

Als ik niet kan slapen kijk ik naar stompzinnige televisieprogramma’s. Momenteel heb ik een voorkeur voor moorddadige verslagen van de bizarre daden van de meest beruchte narcisten en psychopaten van de laatste decennia. Hun ‘moment of fame’ breed uitgemeten in een gedramatiseerde documentaire. Maar soms zie ik iets gezelligs. Zoals ‘The Undateables‘. Een programma waarin de kneus op relatiegebied centraal staat.

Ik kijk naar al die gemankeerde stumpers op zoek naar liefde. Want een mens kan nog zo beperkt zijn, toch wil ‘ie die ene speciale persoon in zijn of haar leven. Om het even. Nemen en geven is nu eenmaal een dagelijkse behoefte van de homo sapiens. Dat was al zo ten tijde van de homo erectus. We functioneren gewoon niet optimaal zonder onze zielsmaat. 1 + 1 = 3. Als je niet uitkijkt ook letterlijk, maar die leeftijd is Heks te boven….

‘Heks, je maakt de laatste tijd grapjes over je mislukte relatie. Het valt me op. Haha, wat een geweldige woordspelingen overigens,’ Frogs moet lachen om mijn anagrammen van de naam van een voormalige kwelgeest. Ik verzin de  één na de ander. ‘Vrouwklooi, trouwklooi, pauwprooiflikflooi…….’ De echte zijn leuker. En haarscherp.

Ja, mijn verbroken verbinding. ‘Goh, ik dacht juist dat het iemand met een warm hart was, omdat hij met jou was. Dan moet je toch wel een goed mens zijn, om met jou een relatie te hebben…’ geeft een familielid me een etiket van hier tot Tokio. Ik ben blijkbaar ook een undateable persoon, omdat ik een chronische ziekte heb. Ik moet god op mijn blote knietjes dankbaar zijn dat iemand zich er toe heeft kunnen zetten om zich überhaupt met me in te laten.

De hele wereld mag raar zijn of gek, egocentrisch, gewelddadig en gestoord, vrouwen gaan massaal relaties aan met seriemoordenaars of Jihadisten of narcistische politici …..mannen zijn dol op egocentrische golddiggers met opgeblazen neptieten en een slecht karakter, maar als je iets fysieks mankeert lig je eruit.

Zie je er redelijk uit, dan ben je wel goed voor een wip. Maar daarna is het toch echt: ‘Uit, spuit, de bocht gaat uit…’ Ik verzin dit niet. Heb het aan den lijve ondervonden. En niet door een wildvreemde kerel. Nee, een uiterst betrouwbaar persoon uit de vriendenkring van mijn clan had deze modus operandus. Een volgevreten impotente zak overigens. Hij bakte er niet al teveel van.

Maar goed, niemand heeft zich in mijn geval afgevraagd of er soms iets mis was de mannen die zo goed waren zich tot mijn hopeloze niveau te verlagen. Maar er was wel veel mis. Narcisme: Het is wat het is……. Ik drink nog liever ouwewijvenpis, dan dat ik ooit nog eens zo’n monster uit de levensvijver vis. De volgende die ik aan de haak sla trek ik grondig  na….

De onbemiddelbare mensen in het programma lijden aan allerlei uiteenlopende aandoeningen. Er is bijvoorbeeld een heerlijke jongeman met het syndroom van Down. Sommigen hebben een flinke verstandelijke beperking, zijn zo autistisch als een ui of roepen om de haverklap’schijt en motherfucker’ : Gilles de la Tourette. Dat laatste heb ik onlangs ook opgelopen geloof ik……

Anderen hebben rare bulten, missen een paar ledematen, zijn kaal alsmede vrouw, dame met baard en snor of wat dan ook. Heks past perfect in dit rijtje. Behalve mijn snor zie je dan wel niets aan de buitenkant, maar mijn lijf heeft toch echt zo zijn beperkingen.

Ik geniet van het gekke televisieprogramma. Het heeft iets ontwapenends. In onze narcistische maatschappij, waarin alleen de besten mee mogen doen is opeens plaats voor gebrek. Daarnaast is het altijd fijn om te zien hoe mensen elkaar gelukkig maken. Hoe ze iets toevoegen aan het leven van een geliefd medemens. Elkaar op de kaart zetten. Hoe op ieder potje toch weer een dekseltje past.

Behalve op dit potje dan. Dekselse narcisten hebben gepoogd dit potje te breken. Een gebroken vrouw, wie wil dat nou?

Ik zou natuurlijk een echte pot kunnen worden. Dat is me dringend geadviseerd. Geen idee waarom overigens. Volgens mij hebben mijn lesbische zusters zo hun eigen problemen. Procentueel loop je wel minder kans op een narciste, maar het scheelt maar een fractie……?Om daar nu mijn hele seksuele identiteit voor op het spel te zetten gaat me te ver….. 😉

‘No mud, no lotus’. Ik hou van die tekst van Thich Nath Hanh. Ik heb zelfs een kalligrafie van zijn hand met deze woorden er op. Het is het enige zinvolle antwoord op de modderstromen die het leven soms over je heen spoelt. Als je het al overleeft, dan biedt het vruchtbare bodem.

Het laatste half jaar heb ik heel veel geleerd. Er is een tsunami aan gevoelens over me heen gekomen. Doordat er schellen van mijn ogen vielen ten aanzien van een zekere persoonlijkheidsstoornis, ben ik opeens veel gaan begrijpen van mijn achtergrond en moeizame gang door het leven: Ik ben altijd stekeblind geweest voor dit fenomeen, terwijl mijn directe omgeving er bol van stond…..

Zo is mijn leven doorspekt geraakt met klappen incasseren en aangepast gedrag: Dansend om de hete brei de ander blijven pleasen. Narcistische woede uitbarstingen voorkomen. Over mijn grenzen gaan om harmonie te bewerkstelligen en  bewaren. Eindeloos vertrouwen houden in leugenbakken en idioten….. tegen beter weten in vaak. Narcisten nemen alleen maar, dus: Geven, geven, geven…. Tot ik er bij neerval.

‘Fijn dat je er weer om kunt lachen, Heks.’ Ja, inderdaad. Soms ontdek ik weer iets, valt er weer een kwartje over bedrog, leugens of  vreemdgaan. ‘Nu weet ik het wel,’ denk ik dan. Waarom eindeloos blijven treuren om mensen, die nergens om geven behalve hun eigen huichelachtige hachje.

Waarom in godsnaam gestoorde geesten proberen te begrijpen, die niets anders in huis hebben dan alles wat mooi en kostbaar is kapot maken? Waarom proberen te begrijpen wat iemand zonder ziel bezielt? Waarom de stumper nog zielig vinden, die rücksichtslos het mes zet in alles wat heilig en goed is in jouw wereld?

Vorige week loop ik ’s avonds met mijn hondje te wandelen. Een knappe Marokkaanse jongeman fietst voorbij. ‘Hoi jij met je hoed, wat zie je er mooi uit! Geweldig!’ De complimenten vliegen om mijn oren. ‘Dank je wel,’ het is altijd goed om voor sweettalk te bedanken. De jongen steekt schuin de straat over en fietst een gracht op. Hij blijft complimenten schreeuwen. Heks moet er om lachen. ‘Als je me je nummer geeft kom ik terug,’ is zijn enthousiaste uitsmijter…….

De hele weg naar huis moet ik er om gniffelen. Grappig toch weer. Twee dagen later ben ik weer in trek bij mijn mannelijke medemens. Dit keer loop ik in een winkel als ik word aangesproken door een oudere man. Alweer met een islamitische achtergrond. Het is een charismatische oude baas. Vrolijk staat hij met me te flirten. Als hij lacht verbergt hij een slechte tand achter zijn hand. Heel charmant!

‘Spreekt u engels?’ vraagt hij me vriendelijk. Als ik Nederlands blijkt te spreken is hij verbaasd. ‘Ik dacht dat u een Amerikaanse filmster bent….! Even later kom ik hem weer tegen. Drie gangpaden verder. ‘Wat een toeval dat ik u weer tref,’ begint de charmeur lachend. Hand voor zijn rotte tand. Ik bezorg hem de dag van zijn leven door even met hem te klessebessen: Je praat tenslotte niet elke dag met een echte Hollywoodster!

Als hij met tegenzin zijn hielen licht klampt een dame me aan. ‘Wat was dat schattig,’ reageert ze vertederd op mijn nieuwbakken aanbidder, ‘Een echte heer. Hij was helemaal weg van u. Maar u ziet er ook zo speciaal uit. Zo’n ding,’ ze wijst op mijn chique gebreide poncho, ‘vind je echt niet hier in Leiden….’ Nu moet Heks lachen. ‘Ik heb em aan de overkant van deze straat gekocht. Volgens mij hebben ze nog precies zo’n exemplaar hangen…’

Uitverkoopje natuurlijk. Ik pas altijd in kleding, die niemand wil of kan aantrekken, laat staan durft te dragen…. Heks durft wel. Met veel lef combineer ik eindeloos met gekke kledingstukken en vreemde hoofddeksels. Ik ben tenslotte hier op aarde ter decoratie. En al ben ik dan undateable volgens mijn omgeving, iemand moet wel een enorm groot hart hebben om zich met me in te laten, ik mag er toch zijn.

Zo undatable ben ik overigens niet. Ondanks mijn beperkingen heb ik in mijn vorige relatie praktisch alle honneurs waargenomen. Heks kookte het eten, zorgde voor een schoon huis, maakte het gezellig, betaalde het leeuwendeel van onze gezamenlijke kosten met mijn WAOtje, luisterde dagelijks eindeloos naar zijn geleuterkoek over het enige onderwerp dat hem interesseerde: hijzelf.

Ook op andere gebieden liet meneer het afweten. Eindeloos geduld, bakken aandacht en een rib uit mijn lijf verder bleek deze zogenaamd zeer dateable kerel de kluit volledig te belazeren. Gelukkig ben ik er achter gekomen.

Pijnlijk natuurlijk. Maar zoals televisiegoeroe Doctor Phil zou zeggen: ‘Wat is erger dan twee jaar met een volstrekt foute man samen te zijn? Twee jaar en 1 dag!’

‘Soms kom je iemand tegen, waarvan je niet begrijpt dat ie nog alleen is, een lot uit de loterij’ zei mijn vroegere thuiszorg Truus jaren geleden tegen me, naar aanleiding van mijn verbroken relatie met de Tank, ‘Na een paar maanden wordt het je dan pijnlijk duidelijk. Aha. Daarom rennen alle vrouwen gillend weg bij deze man.’

Soms duurt het iets langer. Het ligt er maar aan hoeveel gezichten iemand heeft. En of maar vooral wanneer je zijn ware gezicht te zien krijgt. Bij narcisten kan dat best eventjes duren. Zolang jij je gloeiende best doet en niet tegen hem in gaat is er niets aan de hand. Maak je hem echter kwaad dan zal hij zich wreken. Soms stiekem, zoals in mijn geval. Maar eenmaal een bepaald punt voorbij wordt je gegarandeerd openlijk aangevallen. Bij voorkeur van achteren, zodat je je niet kunt verdedigen. Niks zo lekker voor zulke helden als een mes in iemands rug….

Vertrouwen is een kwetsbare vogel. Als ze zich veilig waant zingt zij het hoogste lied. Eenmaal beschaamd verstopt ze zich in een klein donker hoekje. Of onder een koude steen. Grijpt je bij de enkels in het hoge gras. Doet je ruggelings tuimelen.

Vallen en opstaan. Het is niet anders.

 

Glutenvrije, lactosevrije, sojavrije Spaghetti Moskowitski met aubergine en wodka. Volgens Steenvrouw niet verkeerd geëxperimenteerd. Het was goed binnen te houden…..

Met enige regelmaat staat Steenvrouw op de stoep. Of Heks vliegt een rondje om en staat op haar stoep. Met bezem en al. Niet om haar stoepje schoon te vegen, maar om lekker te klessebessen. Of te schelden op de wereld. Maar vooral: Om samen om het leven te lachen, want we delen een merkwaardig gevoel voor humor. Zwart als de nacht, maar nooit gemeen. Nou ja, een klein beetje gemeen, hooguit. Nooit ten koste van. Maar wel erg grappig.

Onlangs eet mijn vriendin in Huize Heks. Ik kan eigenlijk niet bewegen. Ik ben total loss van helemaal niks. Maar ik heb mijn zinnen gezet op een gezellig avondje. Ik zit alweer dagen in mijn eentje naar mijn slaapkamermuur te koekeloeren. Bovendien is zij mijn gekreupel wel gewend. Als er iets op de grond flikkert ligt ze in een deuk. In plaats van me uit te schelden voor stomme koe of te klagen over mijn gebrekkigheden. Wel zo prettig.

Ook steekt ze graag en handje toe bij het snij- en hakwerk. Altijd tricky op kreukeldagen met mijn zwabberarmen. Maar met mijn maatje in de buurt geen probleem.

‘Ik maak Spaghetti Bolognese. Super simpel, maar toch lekker. Troosteten. En zo umami!’roep ik als ze binnenkomt. Intussen smeer ik plakken aubergine in met zout. Ik heb zin in zachte zoete snottige gebakken plakken van deze godenvrucht. Terwijl ik loop te redderen, ontdek ik dat er geen rode wijn in huis is. Een onontbeerlijk ingrediënt.

Ik schenk een glaasje rosé in voor ons beiden. Het is een geweldig goeie fles, overgebleven uit een voorraadje van vorig jaar. Zonde om in de pastasaus te gooien….. ‘Ik maak em af met wodka,’ besluit ik. Benieuwd hoe het zal smaken. Steenvrouw zit te schuddebuiken van de lach. Zij kan mijn experimenten altijd wel waarderen.

Uiteindelijk staat er dan toch een geweldige maaltijd op tafel. ‘He, gezellig zo, met z’n tweetjes,’ glimmen we naar elkaar met volle mond. ‘Wat een geluk heb ik met deze schat als vriendin!’ denk ik bij mezelf. ‘Ik ben ook blij met jou, Heks, ik voel me altijd heerlijk bij je,’ zegt Steenvrouw. Alsof ze mijn gedachten leest!

Glutenvrije, lactosevrije, sojavrije Spaghetti Moskowitski met wodka. Hak rode uien, wat sjalotjes en een paar tenen knoflook  fijn. Bak in een grote koekenpan voldoende rundergehakt. Ik kook altijd voor een weeshuis, dus ik neem een pond. Goed roeren, zodat het lekker rul wordt. Uien erbij, meebakken tot ze glazig zijn. Op het laatst de knoflook toevoegen. Nog even doorbakken, pas op dat de knoflook niet verbrandt.  Een grote pot tomatensaus toevoegen. Ik neem altijd gepureerde biologische tomaten zonder enge smaakstofjes.

Bij gebrek aan oregano gaat er vandaag marjolein in. Een een beetje rozemarijn. Tot slot een flinke scheut wodka. Even laten doorkoken en klaar!

Aubergine van te voren en insmeren met zout. Tijdje laten liggen, zodat vocht er uit trekt. Hierna langzaam garen in koekenpan met ruim olijfolie.

Heerlijk met een salade van winterpostelein, raapsteeltjes en wat er verder in de koelkast ligt. Serveer met glutenvrije pasta. Ikzelf geef de voorkeur aan een soort gemaakt van mais. Glaasje rosé erbij en smullen maar!

En was het smullen? ‘Heel aparte combinatie, echt lekker, Heks!’ Aldus Steenvrouw.

Heks heeft last van Ouroboros! Al je zenuwen in de knoeios…… Niks bijzonders, komt in de beste families voor. Een overprikkeld verslag van een saai gelag.

 

‘Heks, het is zo stil op je blog, alles ok?’ Mijn vriendin Engel maakt zich zorgen. Wat is er aan de hand? Al anderhalve week taal noch teken van deze toverkol. Bizar. Normaal gesproken kletst ze de oren van onze kop. Soms gaat het nergens over. En toch maakt ze er een verhaal van…..

Ja, dat is zo. Maar nu eventjes niet.

De laatste paar weken ben ik druk met andere dingen. In bed liggen en slapen bijvoorbeeld. Of wat daarvoor doorgaat…… Of voor Pampus liggen. Mezelf voortslepen van hot naar haar. Maar ook een klein beetje bijdragen aan het bezweren van een crisis in de familie. Iemand is plotseling ernstig fysiek onderuit gegaan dus de hele clan is in rep en roer……

Zo dus. ‘Van die dingen,’ zou Don Leo zeggen.

Heks is buitengewoon en onaangenaam vermoeid geraakt door de bijbehorende stressprikkels. Mijn kapotte systeem is niet meer gebouwd op welke vorm van spanning dan ook. Als ik schrik komt er een eindeloze kettingreactie op gang, een loop van stress: Ouroboros, de slang die in zijn eigen staart bijt. Deze onmogelijkheid om in ontspanmodus te geraken resulteert uiteindelijk in urenlang gestuiter door mijn huis. Meestal ’s nachts gek genoeg.

Op die manier rust ik natuurlijk niet echt uit . Voor de televisie sukkel ik in slaap. Plankerig dobber ik door druk duister dromenland om tenslotte door de dageraad verlost te worden: Ik ontwaak min of meer uit de dood, sta op als een half lijk en reanimeer mezelf met koffie en pijnstillers tot het niveau van hond uitlaten. Want dat staat iedere ochtend als eerste op het programma.

Vandaag ben ik na dit programmaonderdeel alweer helemaal klaar. Ik moet echt nog wat dingen doen, geloof me. Ook ik heb te maken met alle suffe dagelijkse handelingen om jezelf in de lucht te houden. Alleen heb ik al zoveel uit mijn handen laten vallen tussen het moment dat ik mijn ogen open deed en nu, dat ik het eventjes voor gezien houd. Lekker in bed met een suf soapje op de achtergrond. Beetje schrijven.

Er staan nog heel wat verhaaltjes op stapel. Tussen alle halvezolige momenten door ben ik  toch op stap geweest. En zelfs als je in bed ligt kun je van alles meemaken. Wonderbaarlijk toch.

Warrige week vol miskleunen en gedoe. Heks is moe. Nou moe, alweer een waarheid als een ouwe koe. Boe. Uit de sloot: Bitterheid op de koop toe! Toch ben ik er beter aan toe dan en half jaartje geleden, toen ook smaakpapillen schipbreuk leden: Ik ben weer LEKKER aan het kokkerellen!

De afgelopen week heb ik teveel aan mijn fiets. Ik moet dit, ik moet dat. Terwijl de tank chronisch leeg is. Ernstig leeg. Woensdag neemt mijn acupuncturist me te grazen. Hij zet een paar gemene naalden in handen en voeten. En een venijnig exemplaar bovenop mijn hoofd. Precies op mijn kruintje. ‘Ga je me weer verbinden met de kosmos?’ grap ik langs mijn neus weg. ‘Het is hard nodig,’ grijnst mijn behandelaar.

Even later trek ik mijn vilten hoedje over mijn ogen en val in slaap. Uren lang dobber ik in een parallelle wereld. Als ik weer boven kom drijven ben ik gaar. Of klaar. In elk geval sta ik een kwartiertje later weer buiten.

Die dag gaat er van alles mis. ‘Hoe laat haal je dochter Vlinder op?’ app’t mijn vriendin ’s morgens even na elven. Ik zie het hele bericht niet, want ik ben druk met het herinrichten van mijn net gearriveerde nieuwe koelkast. Ik ben sowieso totaal niet van de app. Ik mis die dingen altijd, zie ze vaak pas dagen later…. Soms ben ik mijn mobiel uren kwijt, moet ik mezelf weer opbellen met mijn vaste telefoon om dat geniale onding terug te vinden…..

Ik haal Vlinder dus niet op. Ik ontdek pas dat dat de bedoeling is als ik in een poging de stad uit te komen muurvast kom te staan op de Hooigracht. Ik diep mijn telefoontje op uit mijn tas en zie eindelijk het bericht. Oeps.

Snel pleeg ik een paar telefoontjes. Ik blijk totaal vergeten te zijn dat we na mijn uitvoering van de Matthäus hierover gesproken hebben. Weken geleden. Toen ik op de adrenaline stond te stuiteren van vermoeidheid na een hele dag zingen.

‘Je moet me echt hierover een herinnering sturen, want ik heb mijn telefoon met daarin mijn agenda niet bij me, dus ik vergeet het geheid!’ riep ik nog. Het was aan dovemansoren gericht. Mijn gebrekkige geheugen deed de rest.

Hè getsie. Wat vervelend. ‘Waarom sein je me dan ook niet in, een mailtje of sms een dag ervoor bijvoorbeeld?’ zeg ik kriebelig tegen de dochter, als ik haar tenslotte aan de telefoon krijg, ‘Je weet toch hoe total loss ik ben na 7 uur zingen?’ Ik vergeet sowieso alles waar ik bij sta. Zelfs als de omstandigheden wel optimaal zijn. Soms ben ik vergeten wat ik wil zeggen nog voordat het mijn mond verlaat…..

Het is dus te laat om haar nog op te halen. Haar afspraak is al voorbij. Later hoor ik dat ook zij die dag geen beste dag had. Dubbel balen dus…..

Maar goed. Na de naalden ben ik weer een beetje bij de les. Ik laat mijn hondje uit. Het is afschuwelijk zuur en koud weer. Bah. Tegen de tijd dat ik weer in Leiden ben ben ik helemaal verkleumd. Ik moet vanavond mijn werkkamer opruimen, morgen komt de dame van de belastingbonnetjes. Helaas kan ik niet meer bewegen.

Zo zit ik dan de hele avond onrustig op de bank. Te moe om te slapen. Mijn lijf stuitert alle kanten op. Mijn hoofd is ook niet rustig. Ik moet zoveel en niks lukt. Ik ben te moe om te koken, te moe om te eten, te moe om te slapen…..

Pas laat val ik in slaap en de volgende ochtend om zeven uur gaat de wekker alweer. Brakjes ga ik in mijn werkkamer aan de slag. Ik stop alle kleren in de kast. Sorteer schoenen. Zoek post bij elkaar. Jakker een stofzuiger door de ruimte.

Om een uurtje of half elf ga ik naar mijn huisarts. De man loopt altijd uren uit, dus ik zit verplicht een uur stuk te slaan met niksen. Terwijl mijn hele huis op zijn kop staat……

In de wachtkamer schrijf ik aan een blogje. Een kind van anderhalf is niet bij met weg te slaan. Zijn olijke koppie zit onder de waterpokken. Ik maak geintjes met het ventje. Hij drukt met zijn kleverige knuistje op mijn tablet en het onaffe verhaaltje vliegt online……

Uiteindelijk kom ik met mijn waslijst bij de dokter. ‘Lang geleden, Heks, dat ik je gezien heb,’ lacht hij me toe. Ik kom twee keer per week bij het therapeuticum, maar niet bij hem persoonlijk. Maar nu heb ik toch echt een heleboel vragen.

Je moet wel lang wachten voordat je aan de beurt bent bij deze huisarts, maar hij neemt wel altijd alle tijd voor je. Vandaag moet ik onder andere een paar verwijsbrieven, een verklaring voor de verzekering over bepaalde medicatie en tot slot allerlei akelige bloedonderzoeken aanvragen. Dat is de ellende van een ontrouwe partner. Je kunt van alles oplopen. Daar pluk je dan later de zure vruchten van. Als je pech hebt nog jaren….

Welnu. Wat een week. En nog is het niet gedaan. Ook de dagen hierna moet ik vol aan de bak. Met een koortsig vermoeid lijf en een tobberig vol snothoofd.

‘Toch gaat het de goede kant op met me,’ beweer ik tegen Frogs, ‘Ik ben weer regelmatig heel lekker aan het koken! Dat is een goed teken, want lekker koken is alleen mogelijk met liefde in je hart. Een half haar geleden heb ik een keertje zo smerig gekookt, Zwaan kwam toen eten. Ik zat helemaal niet lekker in mijn vel en dat was goed te proeven: Zouteloos verdriet en smakeloze bitterheid maakten het opeten van dit gerecht een ware beproeving.’

‘Ik had natuurlijk veel eten over en dat zat nog in de vriezer. Ik heb het allemaal weggeflikkerd. Weg met die akelige nasmaak van moeilijke tijden! Want er komen betere tijden, ik voel het aan mijn hekseneksteroog!’

Ga naar de markt en koop een kilo vis voor bijna niks. Nodig een vriend uit en een stelletje kattekoppen. Improviseer met wat je zoal in de groentela van je koelkast hebt liggen. Voeg ruim olijfolie, citroen en munt toe: Noord Afrikaanse aanslag…. op smaakpapillen!

Zaterdagmiddag loop ik lekker over de markt te flaneren. Het is heerlijk weer, ik heb de lente in mijn bol. Ik ben niet de enige. De stad loopt vol vrolijke uitgelaten dartele mensen: Een kudde koeien na een lange winter voor het eerst in de wei….

De Griek schept de laatste Taramosalata voor me uit een bijna lege bak. Bij de Marokkaanse viskraam ga ik op zoek naar een lekker visje voor de kat.

‘Kijk, je mag dat allemaal meenemen voor 25 euro.’ De kolossale visboer maakt een weids gebaar over het restant van zijn koopwaar. Een berg rode poon. Zeker een kilootje of vijf, zes. Aan zijn postuur te zien kan hij zelf probleemloos een kilo of wat wegzetten. Dus waarom iemand anders niet? Hij glimlacht me bemoedigend toe. Het is een verleidelijk aanbod. Maar vijf kilo rode poon samen met mijn katten in een weekend soldaat maken?

Dat wordt zelfs Heks te gortig. Zeker nu mijn vriezer het begeven heeft…. Uiteindelijk neem ik ruim een kilo mee. Een enorme zak vol vis. Snel gooit de visboer er nog een handvol gefileerde poontjes bovenop. Een bonus! Ysbrandt staat er likkebaardend naar te kijken. Hij is dol op vis. Soms vraag ik me af of hij soms een verdwaalde zeehond is. Of een gereïncarneerde dolfijn.

Eenmaal weer thuis zit ik toch maar mooi met al die vis. Hoewel ik dol ben op rode poon, zie ik het mezelf niet allemaal in mijn eentje opeten….. Ik hoop dat mijn katten het lekker vinden. Anders heb ik toch een probleem.

Terwijl ik een beetje zit uit te puffen van een middag vol beweging gaat de telefoon. ‘Heks, ik zit op het terras bij ’t Praethuys. Kom je ook?’ toetert mijn kikkervriend in mijn oor. Ik heb een beter idee. ‘Kom hierheen, Frogsie, ik heb lekkere dingetjes gehaald op de markt en straks gooi ik een visje in de pan…’ Dat laat mijn kameraad zich geen twee keer zeggen: Heks die in haar kookpot roert! Altijd goed voor een fenomenale maaltijd!

Even later zitten we lekker te klessebessen onder het genot van een hapje en een drankje. Intussen google ik recepten met rode poon. Ik vind iets heel aardigs van Jamie Oliver. ‘Het probleem is dat ik maar zeer beperkt ingrediënten in huis heb, Frogs. Het meeste ligt bij jou thuis in jouw koelkast…..’ We moeten erom lachen. De koelkast van Frogs is altijd dramatisch leeg. Behalve nu de mijne kapot is!

‘Het is toch zo gemakkelijk, als je altijd hetzelfde eet, dan heb je niet al die kruiderijen en ingrediënten nodig,’ plaag ik hem. Nu is ome Frogs toch verontwaardigd. ‘Ik eet echt niet altijd hetzelfde, ik koop gewoon per keer wat ik nodig heb om te koken,’ pepert hij me in.

Het recept van Jamie bevalt allerlei dingen die ik niet in huis heb. Geen probleem. Ik ga een variatie op dit thema maken met spullen, die wel in mijn tijdelijke minikoelkastje liggen. Om te beginnen een bos munt.

‘Heks, ik vind jouw recepten altijd het leukst om te lezen,’ roept de Wilde Boerenzoon onlangs enthousiast door de telefoon, ‘Wanneer ga je weer eens lekker voor ons koken? Vooral de manier waarop je ze opschrijft. Gewoon boem. Niks afmeten. Hopla. Daar houd ik van!’

Ziet er goed uit, Heks…

Bij deze dan. Speciaal voor hem. Een kanjer van een experiment. Natuurlijk zonder gluten, lactose of soja:

Ga tegen sluitingstijd naar de markt en laat je voor weinig geld een kilo rode poonfilet aansmeren. Het is een mooi stevig visje. De graat zit er nog in, maar het velletje en de kop zijn er af. Gooi de poon in een flinke bak marinade van olijfolie, citroensap, citroenrasp, rode peper, munt, peper, zout en knoflook. Uurtje laten intrekken. Langer marineren maakt het nog lekkerder natuurlijk.

Met rijst en broccoli

Kook of stoom sperzieboontjes, snijboontjes en/of broccoli. Kook rijst of glutenvrije couscous. Maak een salade van tomaten, komkommer, muntolijfolie, citroensap, verse munt, uitje en knoflook. Bak de boontjes na het koken met een uitje en knoflook.

Bak de visjes in ruim cocosvet in een koekenpan om en om tot ze een mooi bruin korstje hebben. Uit de pan nemen. De marinade erin gooien. Goed laten inkoken, zodat de uitjes en knoflook garen. Aanlengen met witte wijn. Half bouillonblokje erbij. Het aangebakken laagje van de gebakken vis van de bodem losschrapen en voilà: Een heerlijke saus voor over de visjes..

Alles bij elkaar op een bord knikkeren en smullen maar.

Mmmmmmmmmmm!

De ene dag heb ik de rijst aangemaakt met citroenolijfolie en munt. Een dag later heb ik couscous gemengd met de salade tot een mooie Taboeleh.

Het ‘magische ingrediënt’ is de in de gehele maaltijd aanwezige combinatie van munt, citroen en olijfolie. Heel Noord-Afrikaans! Daar komen ook de meest fantastische dingen vandaan, dat blijkt maar weer! Onze Hollandse smaakpapillen zouden nog in het stenen tijdperk verkeren als we niet een beetje waren heropgevoed door de verschillende stromen migranten van de laatste eeuw met hun exotische eetgewoontes! De meeste aanslagen door vreemdelingen zijn vooralsnog op onze smaakpapillen gepleegd.

Met tabouleh en guacamole, gesmoorde winterpostelein en boontjes…

 

In memoriam: Mijn ouwe trouwe schuddebuikende piepende en krakende huisgenoot Koelkast is niet meer. Heks is ontdaan. Maar niet getreurd, Liebherr doet zijn intrede in Huize Heks. Binnenkort.

Woensdagavond geef ik vrij laat de beesten eten. Zeven hongerige katten zitten op de keukentafel en de buffetkast te schreeuwen. Ysbrandt stofzuigt  de vloer op zoek naar kattenbrokjes. Ik pak zijn eten uit de koelkast. Het voelt warm aan. Huh?

Snel loop ik terug naar mijn schuddebuikende stuk huisraad. Hij staat doodstil. Ook fluit hij niet naar me, zoals gewoonlijk. Zijn lichtje brandt nog, maar toch is hij overleden! Heel stilletjes heeft hij ergens in de de afgelopen uren zijn laatste koude adem uitgeblazen…..

Oh jee, ook dat nog.

Ik zet em een keertje aan en uit. Het helpt niet. Ook gedraai aan zijn enige knopje heeft geen enkel effect.

Snel voer ik het vee. Wat nu? De volgepropte vriezer is nog stijfbevroren. Ik stuur een nood-sms aan Frogs. ‘Ik lig al bijna in bed, Heks. En morgen moet ik heel vroeg op. Dus ik kan je niet helpen. Wel mag je alles in mijn vriezer stoppen. Die is helemaal leeg. Je hebt de sleutel, dus kijk maar…’

Heks is ook gaar. ‘Morgen is er weer een dag,’ bedenk ik me. Zodoende laat ik de boel de boel en ga ook bijtijds slapen. Dat lukt niet. Ik zit de halve nacht in mijn doodstille woonkamer. Jeetje, wat een rust. Ik mis mijn kouwelijke luidruchtige stuk meubilair!

De volgende dag kom ik maar niet op gang. Aan het begin van de middag ben ik dan eindelijk zover, dat ik met koelboxen vol diepvrieszooi richting Frogs vertrek. Ik prop alles in het vriesvak van zijn ijskast, mijn oude exemplaar. ‘Jeetje, Frogs,’ grap ik een dag later, ‘ Die oude doet het nog prima en mijn nieuwe is kapot. Ik kom em weer ophalen, hoor……’

Niets is minder waar. Ik ben me online aan het oriënteren op een spiksplinternieuwe koelvriescombinatie. Als snel zie ik door de bevroren bomen het ijzige bos niet meer. Uiteindelijk loop ik de witgoedwinkel hier om de hoek binnen. Er is geen enkel passend apparaat voorradig, maar ik kan er wel eentje bestellen natuurlijk.

 

Zo gezegd, zo gedaan. Volgende week komt er een hele mooie Liebherr. De Cadillac onder de koelkasten volgens de verkoper. Morgen krijg ik een noodexemplaar. Een oude rammelkast met fluittonen waarschijnlijk. Gezellig!

Vandaag ruim ik samen met mijn hulp alle restanten voedsel uit het kapotte apparaat op. We maken em een beetje schoon. ‘We nemen die oude koelkast gewoon weer mee, maar zorg dat er geen restanten vlees of zoiets inzitten, zei de jongeman in de winkel tegen me. Ha, stel je voor. Het komt regelmatig voor dat mensen hun oude vriezer met inhoud en al meegeven….Ontdooid en wel, soms in verregaande staat van ontbinding. Walgelijk natuurlijk!’

De vorige keer dat mijn koelkast het begaf lag ik drie dagen later in het ziekenhuis met een darmafsluiting. Precies met pasen. Een soort wederopstanding, want ik dacht werkelijk dat ik dood ging van de pijn. We zijn drie dagen verder nu en pasen is ook net aan voorbij, dus ik heb goede moed dat me dat deze keer niet gebeurt.

Aan het eind van de middag fiets ik naar Engel. Ze is jarig. Ik heb een enorme zachtroze Helleboris bij me in feestelijk cellofaan. Ysbrandt draaft enthousiast naast me. Hoera, we gaan iets leuks doen!

‘En?’ informeer ik, nadat ik haar heb gefeliciteerd en gezoend, ‘Is ie nog geweest?’ We giebelen. Een vriendin van de jarige heeft haar gisteren zitten plagen ‘Ik bezorg je een geweldige verrassing morgenmiddag!’ dreigde ze. En wat voor’n verrassing…. Een professionele striptease door een ‘politieagent’. Haha.

Natuurlijk kwam er ‘zogenaamd’ iets tussen. Het blijft bij een goeie grap. We moeten het met louter voorpret doen. We grijnzen ondeugend. ‘Ach,’ zeg ik laconiek, ‘Beter zo. Ysbrandt heeft al eens in de ballen van een politieman gehangen. Ik weet niet wat er gebeurt als een agent ook nog eens al zijn kleren uittrekt! Hij eindigt misschien als smurf….’

De rest van het bezoek is al vertrokken. Ik ben echt laat. ‘Kom, ik maak je flesje wijn open, Heks.’ Ik heb een minifles witte wijn meegebracht. Niet koud natuurlijk, helaas. Engel gaat op zoek naar een kurkentrekker. Ze is pas vorige week hierheen verhuisd, overal staan nog dozen. ‘Ik weet niet of ik er eentje heb, Heks, ik drink nooit wijn.’ Ze spit al haar keukenlades om. Geen kurkentrekker.

Ik doe nog een lauwe poging om de kurk erin te duwen met mijn duim. We willen gewoon feestelijk klinken! Uiteindelijk zitten we lekker aan de dubbeldrank met chips. Hele lekkere chips. Dat merk moet ik onthouden!

Jarige Engel in haar nieuwe knusse huisje. Vergenoegd zit ze een paar verhalen te vertellen. Na een uurtje is de koek op bij Heks. Plankerig hijs ik mezelf overeind. ‘Heb je last van je rug?’ Ja, die zit helemaal vast na al dat gesjouw met koelboxen vol bevroren eten….. Ze legt haar genezende handjes er op.

Ik ben eigenlijk te moe om ervan te genieten. Maar ik voel wel van alles tintelen en in beweging komen. Even later ga ik met Varkentje richting huis. Ik fiets een stukje en dan laat ik hem los in de berm. Zo kuier ik langs de Singel. De stad heeft iets feestelijks. Het is al bijna half acht, toch zitten er mensen op de terrassen. Soms met dekentjes om hun benen, maar toch buiten. Genietend van de lauwe lentelucht.

‘Jouw verjaardag is met recht de eerste echte voorjaarsdag!’ roep ik eerder verrukt tegen mijn vriendin. Tot gisteren heb ik steeds in een dikke donzen winterjas met Ys gelopen. Vandaag niet. Een warm vest en een leren jasje zijn voldoende. Ik hoef ze niet eens dicht te knopen!

Nu zit ik weer rustig thuis op de bank. Hongerige poezen staan op het balkon te schreeuwen. Mijn hondje ligt aan mijn voeten. Hij houdt me met  één oog in de gaten. Hij heeft ook honger. De kleine koelcrisis is bezworen. Ik hoef helemaal niets meer vandaag. Nou ja, beesten voeren, mezelf voeren en nog een hondenrondje…..

En morgen? Dan is er weer een dag.

 

Grieperig paasweekend, Heks vertoeft grotendeels in bed. Toch heb ik ook eventjes pret! Gezellige paasbrunch met Frogs en mooie expositie van Fred Rohde,’ Nummer 14’: Foto’s uit 1985, waarop ons nationale voetbalicoon Johan Cruijf met Ajax traint op het strand van Wassenaar…….

 

Paasbrunch, Ysbrandt ligt geduldig onder de tafel te wachten op wat komen gaat…. Stukje worst bijvoorbeeld…..

Pasen valt vroeg dit jaar. Het is net lente. Die verdraaide klok gaat precies op eerste paasdag een uurtje vooruit. Dat betekent een hele korte nacht. Om kwart over acht beginnen alle kerkklokken in de binnenstad te luiden!

Heks loopt al nachtenlang te spoken. Er zit een gemeen virus in mijn lijf en ik ben oververmoeid door de uitvoering met mijn koor. Bovendien hangen er allerlei gewrichten uit de kom. Niet bepaald lekker. Ik heb donderdag grotendeels in bed doorgebracht, maar vrijdag niet. Ondanks mijn krakkemikkige constitutie doe ik boodschappen en kook zelfs eten. Ik ben het in bed liggen beu.

Heks in haar paaspakje met eierdopje

Zaterdag maak ik een flinke wandeling met mijn hondje. ’s Middags loop ik zelfs lekker over de markt te flaneren. Ik flirt met een marktkoopman met trieste ogen. Even later staan ze niet meer zo triest. Later maak een uitgebreid praatje met een jochie dat zijn vader aan het helpen is in de notenkraam. ‘Mevrouw, wilt u een paar nootjes proeven?’ Natuurlijk, oh wat zijn ze lekker. ‘Wat is dat voor’n soort hondje? Hij ziet er zo leuk uit,’ het ventje is helemaal vertederd door mijn Varkentje. En ik door dit kereltje!

Heks en Frogs zien momenteel overal nummer 14……….

 

Zondag sta ik uitermate brak op. Ook al voor de zoveelste keer. Vandaag echter trek ik nauwelijks bij na een paar uur. O jee, nu is het echt mis. Er zit geen enkele rek meer in. Ik heb mijn hele trukendoos al open getrokken en nog geeft mijn lijf geen sjoege.

Even overweeg ik om mezelf een gigantische schop onder mijn kont te verkopen, teneinde toch naar de kerk te gaan, maar ik heb de puf niet. Ook heb ik spierpijn, hoofdpijn en buikpijn. Ik krijg geen hap door mijn keel. Eerst maar eens een rondje fietsen met het hondje. Het is ijskoud. Bibberend werk ik mijn verplichtingen af. Mijn lichaam houdt het voor gezien. Ik krijg mezelf niet gereanimeerd vandaag.

In de loop van de middag stuur ik Frogs een nood-sms. ‘Heb je zin in een lekkere wandeling me een lief Varkentje?’ Het is natuurlijk maar de vraag of hij tijd heeft. Goddank komt mijn kikkervriend mijn hondje ophalen. ‘Ik breng hem vanavond wel terug, kruip maar lekker in je bed, Heks. Of zal ik em gewoon een nachtje bij me houden?’

‘Breng em maar terug Frogs,’ Heks kan haar schatje niet missen. Bovendien zie ik dan ook nog een medemens vanavond. Ook belangrijk als je dagenlang in bed verdwijnt! Toen ik Pappa afgelopen week sprak vertelde hij over een flinke griepaanval, die hij een paar weken geleden het hoofd moest bieden. ‘Echt heel erg Heks, helemaal niet leuk. Goh, wat was ik er beroerd aan toe. Ik heb wel 5 dagen in bed gelegen!’

‘Zit niet te zeuren, schat, ik heb dagelijks met dit soort toestanden te maken. Momenteel heb ik elke nacht koorts of iets wat daarvoor doorgaat. Elke ochtend sta ik doodziek naast mijn bed. En ik zie soms dagenlang geen mens, behalve in een park als ik met m’n hondje loop rond te stumperen. Maar met dit zure weer van de laatste maanden zijn ook de parken leeg en somber.’

Op tweede paasdag hebben Heks en Frogs afgesproken voor een gezellige brunch. Aanvankelijk was het plan om een aantal vrienden uit te nodigen, maar dat gaat niet lukken natuurlijk .

De tafel staat vol lekkere dingetjes. Ik heb kwarteleitjes gekookt. Frogs eet er zowaar eentje op. ‘Ik hou alleen van paaseieren, Heks. Daar werd ik als kind al mee geplaagd…..’ We zitten gezellig te keuvelen tussen de bloemen en planten: Ik heb een complete voorjaarstuin aangelegd op mijn keukentafel.

Die middag gaan we eventjes kijken bij een kleine expositie over Johan Cruijf. Onze vriend Trueman heeft dit nationale icoon in 1985 gefotografeerd, toen hij met Ajax aan het trainen was op het strand van Wassenaar. ‘Goh, ik wist helemaal niet dat je foto’s van hem hebt gemaakt,’ roepen Frogs en ik om beurten. ‘Ik werkte toen voor het Leidsch Dagblad. Zij logeerden in Hotel Duinoord. Ik werd gewoon op pad gestuurd…’

De foto’s staan vol met topspelers uit een grijs verleden. Trueman wijst allemaal voetbalcoryfeeën aan, zoals Rijkaard, Koeman en ga zo maar door. De foto’s zijn prachtig! Ik maak weer foto’s van de foto’s. Gewoon een impressie. Maar de originelen zijn vele malen mooier…..

Frogs heeft een gedicht geschreven over zijn held. ‘Ik was indertijd aanwezig bij het meest beroemde doelpunt dat hij ooit gemaakt heeft: de lob! Ik ging altijd met mijn vader en broer naar ADO kijken en op een dag speelden ze tegen Ajax. Ik stond er met mijn neus bovenop, toen hij die goal maakte. Maar ik kan me er weinig van herinneren. Van het moment zelf bedoel ik…..’

‘Wel weet ik nog dat hij een keertje rakelings langs me liep op weg naar de kleedkamers. Ook heel speciaal, Heks. Dat doelpunt is overigens grandioos. Wereldwijd wordt het gezien als een van de mooiste doelpunten ooit gemaakt. Hij heeft nog meer geweldige doelpunten gescoord, maar deze is voor mij superspeciaal. Ik heb er een gedicht over geschreven…’

In de galerie, temidden van al die prachtige foto’s, draagt Frogs het gedicht voor. Een intiem optreden, want we zijn maar met z’n drietjes. Het zure zonnige waaiweer met ijskoude rukwinden houdt mensen in hun huis gevangen. ‘Gisteren en vanmorgen is het lekker druk geweest,’ vertelt de fotograaf.

Frogs maakt ons aan het lachen met zijn optreden. Ik maak een paar mooie foto’s van deze oude vrienden. Ik ken hen beiden al meer dan dertig jaar en nog steeds hebben we altijd pret samen!

Even later gaan we ervandoor. Trueman heeft het druk. Hij is bezig met het schoonmaken van een paar oude afdrukken van foto’s van Cruijf op zijn laptop. Er komt zeer binnenkort een boek uit over deze grote ambassadeur van Nederland en zijn foto’s komen daarin!

Wij laten ons terugwaaien naar het huis van Frogs. Daar zit Varkentje op ons te wachten. Heks kan niet meer lopen tegen die tijd, heupen hangen uit de kom. Mijn lichaam is compleet vernacheld. ‘Ik heb er een virusje bij, Frogs, dezelfde ellendeling die jou plaagt, alleen ik heb het natuurlijk tien keer zo erg. Alles doet zeer. Ik kan geen pap meer zeggen, laat staan dat ik worst lust. Ik heb helemaal nergens trek in. Ik wil slapen.’

Mijn kikkervriend brengt me thuis met de auto en gaat ook nog mijn hondje voor me uitlaten. Ik lig de rest van de dag gestrekt. Pas in de loop van de avond ben ik weer een klein beetje aanspreekbaar. Dan brengt Frogs Ysbrandt terug. ‘Het was ondanks alle grieperigheid toch een hele gezellige pasen, Frogsie.’

God wat ben ik blij met zo’n goede vriend. Zonder hem had ik toch mooi liggen creperen dit weekend. Oververmoeidheid, spierpijn, gewrichten uit de kom, griep en honden uitlaten gaat nu eenmaal niet samen.

De lob (1972)

Op een gegeven moment kwam de lob
de bal van de voet van Johan
verschalkte Kees en Ton
ik stond erbij en keek ernaar
met vader en broer in het Haagse Zuiderpark
hark de herinnering aan
de keeper bleef staan
de bal rolde tot voordeel van de een
tot nadeel van de ander
in het levende doel

nu is hij gegaan
ik zie het beeld
het touwtje aan zijn hand
de beweging zo snel
tot de magistrale lob

niemand neemt ons

‘un momento dado’ af.

Rik van Boeckel
24 maart 2016
R.I.P Johan Cruijff

Video-opname van het magistrale doelpunt.

Morning after….. Altijd even slikken. Pijnstillers in mijn geval. Maar ook: Het is weer zo ver! Gezellig samenzijn met poezenvriendin! Alle poezen geaaid en verwend. Varkentje ook blij.

De dag na de Matthäus sta ik doodziek op. Mijn ene oog kijkt loens in mijn andere broekzak. Mijn kop heeft sowieso veel weg van een ouwe gymschoen. Gelukkig heb ik niets om handen. Alhoewel…. Plotseling realiseer ik me dat ik om twaalf uur een afspraak heb met mijn therapeute. Goeie hemel. Ik kan geen stom woord uitbrengen. Mijn lichaam is een soort pijnlijke wandelende plank. Mijn gezicht bestaat uit oude lappen…..

Ik krijg het voor elkaar om op tijd ter plaatse te zijn, maar vraag me niet hoe. ‘God Heks, wat zie je er uit!’ Mijn therapeute kijkt me geschrokken aan. Zo heeft ze me nog nooit meegemaakt. Bijna niemand overigens. Op dit soort momenten ga ik normaal gesproken niet naar buiten, behalve om het hondje uit te laten. En dat doe ik dan snel, zwijgend en incognito.

Ondanks mijn ellendige uiterlijk en halvezolige lijf heb ik genoeg te melden en te schelden. Ik ben nu al meer dan een half jaar zo depressief als een ui. Er komt maar geen eind aan. Positieve tegengeluiden en spirituele prietpraat ‘Het aards bestaan is een leerschool, dit is een schuurpapiertje van het leven, alles heeft betekenis, je bent niet voor niets ziek, je hebt het zelf veroorzaakt’ en dergelijke kan ik niet meer horen. Ook wegwuifgedrag gaat er niet meer in bij mij. Gelukkig is mijn therapeute ook somber vandaag. ‘Ja Heks, de wereld zit vol gekkigheid. De mensheid is vaak hopeloos bezig.’

Een dag later kom ik Pappa tegen op straat. Ik heb hem sinds kerst niet meer gezien. ‘Ga mee een kopje koffie drinken, Heks,’ nodigt hij me uit. Even later zitten we in een leuk biologisch eethuisje. Ik vertel hem wat sombere verhalen, maar moet er ook om lachen. Ik maak er zelfs wat goeie grappen over. Zodoende ontstaan er een soort regenboog tussen de tafeltjes en de toog.

Pappa is Boeddhist, ik ken hem van Shambala. Hij leeft vanuit het principe van de fundamentele goedheid van de mens. Een uitgangspunt dat ik ook altijd gehuldigd heb. Tot voor kort. Een plaatje waarin geen plek is voor narcisten en psychopaten. Die onverlaten die ons niet kunnen liefhebben maar prima kunnen haten.

‘Heb je alweer verkering?’ vraag ik mijn oude vriend, ‘Shambala is altijd een geweldige vijver voor jou om uit te vissen…..’ Ondeugend kijk ik hem aan. En ja hoor, hij heeft sinds kort weer beet. Een leuke dame van zijn leeftijd passend in zijn leefstijl…..

Aafje kan zich niet inhouden……

‘Ik moet gaan, lieverd, laten we snel iets afspreken!’ Heks racet ervandoor. Ik haal nog even wat bloemen en plantjes om mijn huis op te fleuren. Vanavond krijg ik bezoek. Goddank is mijn onvolprezen hulp geweest: Er ging van alles mis en eventjes zag het ernaar uit dat ik met pasen in een vies huis zou zitten…..

Een uurtje later schuift mijn poezenvriendinnetje Joy mijn heksenhuisje binnen. Ze is bepakt en bezakt met presentjes: Kluifjes voor Ysbrandt, snoepjes voor de katten, bloemen en chocolade voor Heks, kattenmelk, flessen wijn…….. Ik kook een lekker soepje en gooi wat pasta met garnalen in de pan. Intussen drinken we een glaasje wijn en kletsen bij.

Levensgevaarlijk!

En waarover? Over mijn poezengezin en haar kat Siep: De dochter van mijn Pippi en de Boskat, kleindochter van Snuitje en Ferguut, zus van Bolster, nichtje van Aafje en Leonoor. Kortom, Siep is familie van al mijn katten!

‘Ik zie zoveel terug in Siep van jouw beestenboel. Ze mauwt precies zo als Snuitje, maar heeft weer veel gedrag van ThayThay de Boskat, zoals haar fascinatie met water en haar zachte geknerp naar alles wat vliegt…..’ Stuk voor stuk somt ze eigenschapen van mijn beestjes op, die ze terugziet in haar Siep. En ze kan het weten, want ze past regelmatig op mijn dierentuin.

Oh, ze zijn toch zo lekker, die poezensnoepjes!

Alle katten worden geknuffeld en Ys wordt schandelijk verwend. In de loop van de avond gaan we hoedjes passen. ‘Wat staan die hoedjes je goed,’ roep ik enthousiast. Mijn vriendin heeft een echt hoedenhoofd! ‘Ik heb binnenkort een bruiloft, mag ik er dan eentje lenen?’ Natuurlijk. We zoeken direct een paar mooie exemplaren uit.

Het is ruim na middernacht, we zitten al zeker twee uur met ogen op stokjes, als we eindelijk afscheid nemen. Zoals altijd raken we maar niet uitgepraat. ‘We zijn nu drie jaar vriendin, lieve Heks, en Siep is ook bijna drie jaar bij mij! Dat gaan we binnenkort vieren!’

Samen met Varkentje wandel ik een stukje met haar mee naar huis. Wat een heerlijke avond. De uren zijn voorbijgevlogen!

 Vrolijk samenzijn met kattenvriendin: De dochter van mijn kat Pippi boft maar met haar kattenvrouwtje! Alle poezen geaaid en helemaal bijgepraat. Waarover? Onze monsters natuurlijk!

Geef! Meer!