Soms zit er gewoon een steekje los aan iets of iemand. Of een kabeltje. Dat is prima te verhelpen. Problemen met je moederbord kun je beter niet oplopen: Dat betekent meestal einde verhaal!

Vakantie is vermoeiend. Het werkt al sterk ontregelend op de gemiddelde mens, maar voor een ME-patiënt is het bijkans dodelijk. Gelukkig maar dat het zo leuk is om je mee bezig te houden over het algemeen. Dat maakt het dan weer de moeite waard. Het is tenslotte nogal iets om je leven ervoor te wagen!

Een jaar geleden kwam ik ook terug van een reisje. De meest verschrikkelijke vakantie ooit. Met een soort bermbom naast me in de auto. Mijn tent gedeeld met een voortdurend erupterende vulkaan. Ik heb de foto’s nooit meer bekeken, de zwavelige bom uit mijn bestaan gebannen en de draad van mijn leven uiteindelijk weer opgepakt.

Het had wat voeten in de aarde, maar het is gelukt om me los te maken van die kwibus. Tijdens mijn verblijf in het klooster voel ik de laatste restjes ellende uit mijn lijf trekken. Letterlijk. Ik heb de eerste week wat indringende doch vage dromen over de fulminerende vulkaan.

Ik doe geen enkele moeite om ze me te herinneren. Het zijn restdromen. De laatste rommeltjes worden uit mijn heilige tuin geveegd. Opgeruimd staat netjes.

Mijn heilige tuin. Mijn innerlijk heiligdom. Leeggeroofd en vernacheld. Geplaatst in deze Boeddhistische hof van Eden vol pruimen, nonnetjes en lieve leken kom ik helemaal bij. Mijn gaarde bouwt weer op. Binnen een paar dagen heradem ik. Ik hervind mijn Mojo.

De tijd in het klooster vliegt voorbij. Ondanks het feit, dat we alles zo traag doen. Ik keer alweer huiswaarts voor ik er goed en wel aan toe ben. Een dagje knallen achter het stuur en ik lig weer in mijn eigen bedje…..

Toch is het ook fijn om weer thuis te zijn al kost het me moeite om de boel hier weer op te pakken. Ik moet eerst enorm uitrusten van mijn vakantie. Pas na een week bel ik wat vrienden op.

Mijn geheugen is volledig gewist in het klooster. Prettig, maar niet handig! Ik vergeet een aantal afspraken…. Maar daar kom ik pas veel later achter.

Mijn computer doet raar, als ik em weer opstart. Mijn afwezigheid heeft hem geen goed gedaan. Uiteindelijk breng ik hem naar mijn geniale achterneef. Hij heeft slecht nieuws. ‘Ik ben bang dat het moederbord beschadigd is. Dat betekent meestal einde computer. Ik denk niet dat het dat kabeltje is waar we het eerder over hadden. Dat zag er namelijk nog goed uit. Voor de zekerheid zal ik toch nog een nieuw exemplaar bestellen, maar …..’

Hij bereidt me vast voor op een financiële aderlating, mocht het nieuwe kabeltje niets doen. Een nieuwe computer is een enorme uitgave!

Vandaag zit ik weer achter mijn oude vertrouwde MAC. Het vernieuwde kabeltje heeft goede diensten bewezen! Het zag er in eerste instantie slecht uit, maar in de praktijk viel het weer alles mee. Gelukkig maar. Mijn computertje is intussen precies ingericht zoals ik het hebben wil, ik wil em niet kwijt!

Zo keer ik langzaam in mijn leven terug. Ik heb nog prachtige verhalen in de pen over mijn reisje. Als ik een beetje bijgekomen ben zullen die er ongetwijfeld uitvloeien. Eindelijk kan ik ook mijn foto’s op mijn computer zetten. Mijn prachtige gerepareerde oude vertrouwde laptop.

Verrukkelijk romig amandelsoepje met venkel. Of venkelsoepje met amandelen. Geheel glutenvrij, lactosevrij en sojavrij natuurlijk. Lekker met tomatensalade en rucola/basilicumpesto.

i

Met enige regelmaat zit er een flinke venkelknol in mijn groentepakket. Ik ben er niet dol op. Op zich een prima groente, die venkel, maar zodra je em ergens aan toevoegt begint zijn smaak direct te overheersen…. Het gebeurt dus nogal eens dat de knol een rot einde heeft in de groentelade van mijn koelkast. Een weggerot einde wel te verstaan!

Onlangs eet mijn vriendinnetje Joy bij Heks. Zoals altijd zitten we uitgebreid te klessebessen over van alles en nog wat. Ook over lekker eten natuurlijk. Plotseling begint ze enthousiast te ratelen over een geweldig soepje van venkel met amandelen. ‘Het is zo verrukkelijk! En echt helemaal niet ingewikkeld qua bereiding. Ik ben er helemaal aan verslingerd…’

Mijn nieuwsgierigheid is gewekt. Als ik weer zo’n onverlaat tussen de worteltjes en broccoli aantref weet ik wat me te doen staat.

En ja hoor: Afgelopen week zit er weer zo’n onding in mijn pakket. Maar deze keer ligt hij niet vruchteloos in de groentelade te wachten totdat ik em een keertje in een visschotel stop. Binnen een dag verwerk ik de knol in een amandelroomsoep. Diezelfde avond belt Frogs me over iets. ‘Heb je al gegeten?’ Ik wil mijn nieuwe gerecht op iemand los laten natuurlijk. Mijn kikkervriend moet nog dineren. Grif accepteert hij mijn uitnodiging.

image

Als hij de eerste hap van de soep neemt slaakt hij onwillekeurig een kreet. Zo lekker is het! Ja, dit soepje is eersteklas subliem van smaak. En zo gemakkelijk te bereiden: Een kind kan de was doen.

Amandelroomsoep met venkel. Ofwel venkelsoep met amandelroom:

Snipper een ui en een paar teentjes knoflook, fruit in ruim olijfolie glazig, eerst de ui en later de knoflook. Voeg een fijngesneden venkelknol toe. Meebakken. Een paar flinke eetlepels amandelmeel even meefruiten. Liter kokend water erbij, bouillonblokjes oplossen. Alles eventjes laten doorkoken en staafmixen maar: Net zo lang doorgaan totdat een romige substantie ontstaat. Serveren met een beetje geschaafde amandelen of dille als garnering. Eet smakelijk!

Frogs krijgt ook nog een heerlijke tomatensalade met rucola/basilicumpesto voorgeschoteld:
Was een flinke bos basilicum en een grote bak rucola. Gooi in een keukenmachine. Pijnboompitten naar smaak toevoegen. Eventueel teentjes knoflook. Sap van een halve citroen of limoen erbij en een deciliter olijfolie. Geruime tijd laten pureren. Serveren met fijngehakte tomaten, bleekselderij en wat er verder zoal in je groentelade zwerft. Mmmmmmm.

Beide gerechten kunnen prima in de koelkast worden bewaard. Zodat je dagenlang verrukkelijk kunt lunchen…..

image

Heerlijk koffie drinken met Non Hollandaise gevolgd door niet blij zijn met een dode mus…… Dagen later ontdek ik het verschil tussen een dood vogeltje, maar dat is een ander verhaal. Een spannend verhaal bovendien! Met wel een goede afloop.

Na een paar dagen verwoest meedraaien in het kloosterritme is het ‘Lazy Day’. Deze dag word je geacht zo lui mogelijk door te brengen. Veel mensen krijgen dat niet voor elkaar. Als een zot gaan ze enorme wandelingen plannen, gezamenlijk bomen omhelzen of andere nuttige bezigheden verenigen met het aangename. Kortom: Er is van alles te doen!

Heks is echter kampioen in het houden van een degelijke ‘Lazy Day’. Als het weer het toelaat hang ik in mijn hangmat. Het weer laat echter niets toe deze retraite. Dientengevolge zit ik lekker onder mijn luifel voor de tent koffie te drinken met mijn vriendin de Non Hollandaise. Speciaal voor de gelegenheid heb ik naast mijn espressoapparaat ook mijn melkschuimer meegebracht. En stroopwafels!

We zitten heerlijk te klessebessen. Er valt veel bij te praten na twee jaar radiostilte. ‘Het lukt me niet om allerlei mailcontacten te onderhouden,’ verzucht mijn vriendin, ‘Zelfs mijn familie krijgt zelden een berichtje terug als ze me mailen. Het leven hier is gewoon te hectisch, er gebeurt altijd zoveel in het hier en nu. Bovendien zijn de internetmogelijkheden nogal beperkt. Brievenschrijverij schiet er volledig bij in…..’

Ik snap het. Ik kom ook niet toe aan smsjes met het thuisfront, laat staan emailcontact. Blogjes schrijven schiet er ook bij in. Liever geef ik me volledig over aan het leven in dit aardse paradijs. Ik leef op. Niet langer overleven! Nee. Leven! En bij lekker leven hoort een bakkie troost.

‘Mmmmmm,’ geniet mijn vriendin, ‘Wat is dit een heerlijk kopje koffie, Heks! Hier in het klooster ben ik echt de enige, die zoveel van koffie houdt. Vroeger was er nog een Duitse non met een voorliefde voor dit goddelijke goedje. Toch is het echt een Hollandse traditie, dat koffie drinken. Zo gezellig ook! Heerlijk!’

Urenlang doen we ons tegoed aan cappuccino, koekjes en chocolade. De rest van de dag hang ik lekker rond in en om mijn tent. Totdat ik met mijn Amerikaanse familielid naar St Foy le Grand tuf. Daar is een enorme Leclerc. Ik wil een blogje posten en een reserveluchtbed scoren. Ook mijn gasfles is bijna leeg.

Mijn maatje is toe aan een kleine break. Het kloosterleven trekt een zware wissel op haar humeur. Een zekere onrust maakt zich van haar meester. Na een kleine roadtrip voelt ze zich een stuk beter.

Op de terugweg zitten we lekker te lachen. De ramen van mijn auto staan open, het is heerlijk weer geworden.

Plotseling horen we een harde knal. Een vogel heeft zichzelf dood gevlogen tegen de spiegel aan de passagierskant. Hij zit bekneld tussen de spiegel en het raam.

Verschrikt stop ik mijn dodelijke kanariepiet. We halen de verongelukte vogel voorzichtig van mijn auto af. Een sliertje bloed komt uit zijn bekje. Zijn oogjes zijn dicht. Slap hangt hij in de handen van mijn kompaan. Het leven is echt uit zijn lijfje geweken……..

Naast de weg is een greppel. ‘We gooien hem niet in die greppel, hoor. Kom laten we hem in elk geval begraven.’ Snel haal ik een stoffer en blik uit mijn auto. Ik graaf een kuiltje met het blik. We leggen onze zangvriend erin en dekken hem toe met aarde en bladeren.

Wat een sof. Arm beestje. Hopelijk was het geen moedervogel met een nest vol hongerige kindertjes……..

Zo komt er een ruw einde aan deze heerlijke middag. Heks houdt een rotgevoel over aan dit treffen. Ik weet wel dat een ongeluk in een klein hoekje zit. Zelf ben ik regelmatig op de korrel genomen door een medeweggebruiker. Maar een vogel? Die heeft toch geen enkele kans tegenover een auto. Zelfs zo’n klein kanariepietje als het mijne is geen partij voor welke vogel dan ook….

Die avond slaap ik in met een gevoel van tekort schieten. Op het verkeerde moment op de verkeerde plek zijn. Ik hoop maar dat het een oude vrijgezelle vreemde vogel was. Enigszins suïcidaal indien mogelijk. Misschien is het beestje me in dat geval wel dankbaar voor deze grove vorm van euthanasie……

 

 

Adem is bewustzijn, onze ademhaling is een heilig voertuig: Het voert ons terug naar huis. Ons eigen heilige huisje. Veilig opgeborgen in onze borstkas…….

front-Gautama

Na een paar dagen in het klooster kom ik langzamerhand in een ander ritme. Ik sta steeds vroeger op, maar lig ook veel eerder dan normaal in bed. Na tien uur ’s avonds is hier sowieso niets meer te beleven. Alle dames liggen in hun tentjes en kamers te ronken. Hier en daar wordt een compleet bos omgezaagd.

Mijn achterbuurvrouw spant wat dat betreft de kroon. Ondanks haar dagdagelijkse inzet voor milieuorganisaties elimineert ze ’s nachts met enige regelmaat een flink tropisch regenwoud. Niet met opzet overigens. Gewoon ontspannen ademend in haar slaap……

Ademen is een belangrijk topic in de kloostergemeenschap. Er wordt veel aandacht besteed aan dit fenomeen. De eerste 21 dagen retraite. die ik ooit bij Thich Nath Hanh deed ging over de Anapanasati Soetra, ofwel de Soetra over bewuste ademhaling. Door bewuste adem te halen kun je verlicht raken! Jawel!

‘Elke keer als je adem haalt kom je thuis bij jezelf,’ krijg ik keer op keer te horen. Al jaren. Toch dringt het nu pas goed tot me door: Je kunt je ademhaling gebruiken om telkens terug te keren naar je innerlijke woning, je eigen heilige ruimte.

Het afgelopen jaar is die ruimte verwoest. Iemand heeft alle heilige heksenhuisjes aan gort gestampt, mijn goddelijke adem in mijn keel doen stokken.  Ja, er is grondig op mijn hart getrapt! Mijn ademtochten bleven steken in eindeloos gesnik zonder me naar huis te voeren. Mijn verwoeste thuisbasis. Vergeten hoe er te komen. Sowieso weinig zin om daar te zijn…..

Maar hoe wonderlijk! In Plumvillage liggen genoeg liefdevolle voetstappen om me te inspireren. Het is 1 en al heilige ruimte wat de klok slaat! En als de klok slaat staan we allemaal stil, letterlijk, alsof we betoverd zijn. Als er ergens ook maar een ienieminie belletje klinkt keert de hele goegemeente terug naar zijn of haar ademhaling. Ofwel naar huis.

Na een paar dagen voel ik het restant ellende uit mijn buik verdwijnen. Het hoort er niet meer thuis. Precies een jaar geleden stortte mijn wereld in. En nu exact een jaar later blijk ik er gewoon nog te zijn. Mijn heilige hart blijkt nog te kloppen. Er is een prachtige wereld om in te ademen en te leven. Met liefdevolle mensen van vlees en bloed. Bewust ademend.  Dagelijks terugkerend naar huis.

 

 

Leef je nog Heks?  Ja. Maar langzaam. Adem in, adem uit. Morgen is er weer even dag!

  
De eerste keer dat ik een maand in Plumvillage verbleef, nu precies tien jaar geleden, nam ik uiterst fanatiek deel aan het programma. Ik stond om vier uur op. Zat om vijf uur te mediteren . Om zeven uur was ik alweer present voor de dharmatalk van Thich Nath Hanh. Ik stond eindeloos in de rij voor mijn ontbijtje. Daarna ging ik mee met de wandelmeditatie. En ik deed ook braaf mee aan allerlei klusjes…..

 

  

Door de grote hoeveelheden natriumglutamnaat in het eten sliep ik helemaal niet ’s nachts. Ik gebruikte nog geen LDN, dus ik pikte alle rondwarende retraitevirissen mee. …-

Natuurlijk was ik volledig gesloopt na drie weken. Ik ben ongeveer een jaar bezig geweest om weer bij te komen. De keren daarop nam ik flink gas terug. Na mijn auto-ongeluk werd het een compleet ander verhaal. Een jaar erna ging ik weer naar Plum, met whiplash en al, maar mijn verblijf in een simpele tent op een dun matrasje was duidelijk te hoog gegrepen. 

Sindsdien kampeer ik in vol ornaat. Een compleet hemelbed staat achter in mijn tent. Als een prinses op de erwt lig ik op een stuk of drie matrassen en een stretcher. Bedolven onder een stapel dekens. Mijn hoofd rust op mijn geliefde boekweitkussen. 

Ook volg ik een verlicht programma. De ochtend meditatie sla ik vaak over. Liever kom ik aan voldoende uren slaap. Ik ontbijt lekker in mijn tent met glutenvrije spulletjes. Ik rijd niet mee met een bus, noch wandel ik drie kwartier tegen een berg op. Nee. Ik rijd lekker in mijn gele gevaar van hot naar haar. Onderweg pik ik Vietnamese zustertjes op. Of een wandelaar met kramp in de kuiten. Dankbaar nestelen ze zich op de achterbank van mijn parkietje. 

–  
In de namiddag doe ik mee aan het dharmadelen in mijn familie, maar daarna eet ik in mijn tent. Als er geen darmengedeel is, eet ik met mijn familie. ’s Avonds poets ik de plaat. Maar niet altijd. Soms zit ik toch weer vooraan bij een of andere presentatie.

En raad eens? Ik voel me veel beter. Relaxed in plaats van opgejaagd. Uitgerust in plaats van gestrest. Het is natuurlijk te gek voor woorden dat je burn out raakt van een retraite in een klooster. Dat gaat me niet meer gebeuren. Nu zit ik bijvoorbeeld lekker in het mannenklooster. Ik heb hier gegeten. Het eten is veel beter te verteren voor Heks bij de monniken. Niet bomvol soja. Dus stomweg lekkerder……

  

I have arrived, I am home: Na woeste reis door kletsnat Frankrijk komt Heks eindelijk aan in Plumvillage. Tot grote verrassing van mijn non-vriendin…….

 
Na een woeste heenreis van hot naar haar door overstroomd Frankrijk, kom ik donderdagavond dan eindelijk aan in Plumvillage. Om exact zes uur, precies op tijd voor het avondeten. Ik ga op zoek naar mijn vriendin, de Nederlandse non. Ik wil bij haar in de Nederlandse ‘familie’. ‘Er is dit jaar geen Hollandse groep. We zijn verdeeld over andere families. Zuster Lan heeft wel een groep: met mensen van over de hele wereld,’ vertelt een oude bekende me bij het begroeten. 

Omdat ik mezelf nog niet heb aangemeld, op een enkel mailtje na, besluit ik mezelf in te delen bij mijn geliefde zuster. Al snel ben ik er achter waar ze uithangt. 

‘Nou ja,’ roept ze blij verrast, ‘Kijk nu toch eens!’ We vliegen elkaar om de hals. ‘Je stond helemaal niet op de lijst’ stralend staat ze me te bekijken. Het is alweer twee jaar geleden, dat we elkaar voor het laatst zagen…..

  
Even later word ik voorgesteld aan mijn retraite-familie. We eten gezamenlijk. Daarna ga ik op zoek naar een goede plek voor mijn tent. De eerste optie keur ik af. Ik ga niet weer drie weken in de volle zo’n staan. Ver van het toiletgebouw. Stel dat we weer een hittegolf krijgen zoals twee jaar terug. Toen al mijn medicatie dagelijks werd gekookt……

Ik vind een plek tegenover een faciliteitengebouw. Onder de bomen, nabij de hut, die ik wil gebruiken als tijdelijk atelier. En bovendien pal naast een pad waar ik met de auto kan komen. Dus geen gedoe met kruiwagens vol bagage over hobbelig terrein, hulp vragen enzovoort. Kortom ideaal. Het veld is bestemd voor stafleden alsmede single women staat expliciet geschreven op een bord. ‘Hier achter is nog een veld, maar dat is zo doorweekt, daar zou ik niet gaan staan,’ adviseert een staflid me. 

  
Net als ik mijn spullen uit de auto heb gegooid komt er een ander staflid zich tegen me aan bemoeien. Het kan niet, eigenlijk dan, want er is gisteren iets besloten, min of meer, bladiebla. Ik ken het fenomeen, het geëmmer over dit soort futiliteiten, waar ik altijd tegenaan loop zodra ik hier ben. 

De een vindt dit, de ander dat. Iedereen wil dat je luistert natuurlijk. Heks wordt altijd verkeerd ingeschat. Niemand gelooft op het eerste gezicht dat ik een hopeloos lijf heb……

‘Ik heb van zeker zes anderen gehoord dat ik hier kan staan. Het is ideaal voor me. Vlak bij de toiletten. In de schaduw. Mijn spullen liggen er al, dus ik ga hier gewoon staan,’ zeg ik vriendelijk. Ze trekt een zuur gezicht en na vier dagen doet ze dat nog steeds als ze me tegenkomt. Het zei zo. Ik ga me niet meer verdedigen. 

Mijn kampeerplek is fantastisch, het is me en zuur gezicht waard. 

I have arrived , I am home.

Die nacht lig ik op mijn riante veldbed te creperen van de pijn, dat dan weer wel natuurlijk. Mijn god. Wat heeft mijn lijf een klap gehad van de voorbereidingen en de rampenreis. Maar ik ben er. Halleluja. Amen. 

    

Tegenslag mag. Maar niet elke dag. Het heeft ook positieve kanten: Het leven is uiteindelijk toch 1 groot avontuur. Vraag maar aan Harlekijntje…..

  
Tegenslag heeft ook zo zijn positieve kanten. Als alles van een leien dakje loopt maak je beduidend minder mee. Vorige week ben ik compleet opgetuigd op weg naar een ravissant feestje, als de demper van mijn uitlaat de geest geeft. Klonkklonkklonk hoor ik, net wanneer ik de snelweg verlaten heb. Op zich al een godswonder, dat het ding gewacht heeft met eraf vallen totdat de kust veilig was. Een ongeluk zit in een klein hoekje en ik heb niet graag de dood van een motorrijder op mijn geweten om maar iets te noemen…..

Een knetterend lawaai begeleidt dit voorval. Heks zet de auto aan de kant. Ik ga de ANWB maar bellen. Op vijf minuten rijden van mijn feestje anderhalf uur wachten is natuurlijk balen. Achter me stopt een auto. Een knappe kerel stapt uit. ‘Je uitlaat ligt eraf. Althans, je demper. Je gaat zeker de ANWB bellen?’ 

‘Niet doen! Zit je anderhalf uur te wachten en dan trekken ze die demper eraf en zeggen rijdt maar naar de garage…. Of naar huis. Ik ben monteur, ik kan het ook eventjes voor je doen. Kun je gewoon lekker naar je feestje.’ Hij lacht me vriendelijk toe. Vervolgens trekt hij die vermaledijde demper eraf en ik vervolg knetterend mijn weg. ’s Avonds rijd ik in een oorverdovende herrie naar huis. Het feestje is leuk. ‘Ik had die jongen mee moeten vragen als bedankje,’ bedenk ik me later, ‘was vast heel gezellig geweest.’

  
Met een gereanimeerde auto rijd ik gisteren het land uit. Heks gaat een kleine maand in retraite in Plumvillage. De laatste weken stonden in het teken van regelen, regelen, regelen. En nu is alles geregeld. Er wordt op mijn huis en op mijn dierentuin gepast. Varkentje is onder de pannen. Het avontuur lokt.
Het lokt nogal hard blijkt. Als ik uitgekacheld van de voorbereidingen de stad uit rijd kan ik nog niet vermoeden wat er allemaal boven mijn hoofd hangt.


Het eerste gedeelte van de reis verloopt voorspoedig. Wel traag, want ik kruip als een slak om Rotterdam en Antwerpen heen. Het is druk op de weg. In Noord Frankrijk kan ik eindelijk een beetje vaart maken. Bij Parijs geef ik mijn TomTom de opdracht om de Boulevard Periferique te vermijden. En daar begint de ellende. De vervangende route is afgesloten. Ik rijdt een paar uur van hot naar haar door deze metropool. Overal staan borden dat ik er niet door kan. ‘Wat een waanzin om op zoveel plekken aan de weg te werken ,’ denk ik bij mezelf. Die domme Fransen ook. 

Uiteindelijk lukt het me om de stad aan de goede kant te verlaten. Op zich best een pretatie, want later blijkt er een noodtoestand te zijn afgekondigd….. Het is vreselijk weer. De regen komt met bakken van de hemel…

Ik kom op een louche Route Nationale terecht vol kuilen en met nauwelijks zichtbare markering. De weg draait , stijgt en daalt en ik heb maar een paar meter zicht. Ik ga een hotel zoeken, besluit ik. Ik stop bij een verlaten benzinestation en ga aan de slag met mijn booking.com app. Om te ontdekken dat niets werkt. Ik krijg internet niet aan de praat. 
  
Als ik doorrijd  kom ik toch op de péage. Mooi zo. Ik geef gas en hoop ergens onderweg een stom goedkoop hotel tegen te komen. Plotseling is de weg afgesloten. Voor ik het weet ben ik noodgedwongen op weg naar Nantes! Ik wil niet naar Bretagne. Bij de eerste beste afslag ga ik van de weg af. Ik beland in een soort vrachtwagendorp. Allemaal kolossen staan te wachten. Waarop?

Nadat ik driehonderd rondjes rondom een rotonde heb gereden ontdek ik een gewone parkeerplaats. Ik kan geen kant op. Het is beestachtig weer. Ik besluit hier dan maar te overnachten. Ik mis mijn hondje. Met hem erbij voel ik me gewoon een stuk veiliger. Maar goed. Ik hang gele dekens voor de ramen. Een zonnescherm sluit de voorruit af voor nieuwsgierige blikken. Ik wikkel me in een paar dekens, zoek mijn kussen op, neem een oogbadje. Ja echt. Je moet toch wat bij wijze van sanitair ritueel. Met moeite sukkel ik in een soort halfslaap

Soms staan er mensen een tijdje naast me te telefoneren en te schreeuwen. Ik ben niet de enige die is gestrand. Maar het grootste deel van de nacht is de plek godverlaten. Om een uurtje of zes houd ik het voor gezien. Ik ga weer rijden. Ik moet eerst maar eens ontdekken hoe ik in godsnaam in Orléans kom.
Via de Route Nationale kom ik een aardig end, maar opeens staat alles vast. Echt muurvast. Na een uur is er nog geen enkele beweging waarneembaar. Intussen heb ik vernomen dat ik in een natuurramp ben beland. Half Frankrijk staat onder water. Het is een wonder, dat ik het zo’n end geschopt heb met mijn kuikentje.

  
Ik ontsnap uit de file en besluit op de bonnefooi op zoek te gaan naar iets groters dan een boerengat. Dat valt nog niet mee. Veel wegen zijn afgesloten. Toch vind ik een klein stadje met een kroeg en een bakker. De bakkersvrouw is zeer kordaat. ‘Madame heeft in haar auto geslapen,’ roept ze naar haar man, ‘waar is dat adres van die gite?’ Ze belt met een boer uit de omgeving, die kamers verhuurt. Er is nog iets vrij. ‘En leg jij haar eens even uit hoe ze er moet komen,’ commandeert ze haar echtgenoot.


Intussen legt ze verrukkelijk aardbeientaartjes in de vitrine, door manlief zelf gebakken. Wat jammer dat Heks het niet mag eten. Het water loopt me in de mond. Een kopje koffie zou ook erg welkom zijn. En ergens een plasje doen…….


Even later ben ik weer op weg. Ik heb hier niets aan mijn TomTom. De straat kent ie niet. De bakker heeft echter een geweldige kaart getekent. Een kwartiertje later heb ik het adres gevonden. Ik wordd allerhartelijkst verwelkomt door de boer. Zijn vrouw zit vast in Orléans. Een vriend komt ook logeren , want zijn huis is ondergelopen. 

‘Wil je een lekker ontbijtje?’ De man zet koffie, schenk jus d’orange in, zet jam op tafel en yoghurt. Heks eet wat van haar eigen smerige glutenvrije brood met de zalige eigengemaakte confiture. Intussen klets de boer honderduit. Het is een knappe en charmante kerel. Hij is hier geboren en getogen op deze prachtige boerderij.


Niet veel later lig ik in een warm bad. Ik slaap de gehele verdere dag, afgewisseld met het lezen in Harlekijntje. De avond voor vertrek kreeg ik de complete serie cadeau van Kras. We blijken allebie als kind idolaat te zijn geweest van deze boeken geschreven door Josephine Sieb. ‘Harlekijntje is een heerlijke ADHDer,’ volgens mijn vriendin. 


Morgen ga ik weer op pad. De vrouw van de boer weet een goeie sluiproute, die nog open is. Ze is er net via teruggekeerd op de boerdeij. Vanaf Orléans schijnt de péage weer operationeel te zijn. Op hoop van zegen dan maar. Als het morgen niet lukt, rijd ik door naar Spanje……..

  
 

Zelfmoordpil voor als je niet meer wil. Beschikbaar voor iedereen? Of voor mensen boven de 18? Of vanaf 80 jaar? In de aanbieding bij het Kruidvat? Gewoon online te bestellen? Vragen, vragen……. Of moet je het leven maar verdragen?

Vanmorgen ontwaak ik voor de televisie. Het journaal schudt me pas echt goed wakker.  De Coöperatie Laatste Wil en de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) bepleiten om een zelfmoordpil op de markt te brengen. Iedereen die niet in aanmerking komt voor euthanasie kan dan gewoon het heft in eigen hand nemen. Toe maar.

Een proef met mensen vanaf 18 jaar wordt de politiek dan weer te gortig. Maar met mensen vanaf 80 is misschien wel een goed idee. De politiek in de vorm van Pia Dijkstra van D66 komt komt nog dit jaar met een wetsvoorstel dat het senioren mogelijk moet maken hun leven te beëindigen als ze er zelf helemaal klaar mee zijn en er echt niets meer van kunnen verwachten.

Opeens ben ik klaarwakker. Mijn ogen puilen uit mijn kop van nijd. ‘Gdvrdmm’, grom ik binnensmonds. Wat is dit nu weer voor’n idioot gedoe? Boven de 80 ben je blijkbaar niet meer zoveel waard. Belachelijk! Mijn moedertje is 80: Haar broze leven is hartstikke kostbaar!

Heks is tegen de zelfmoordpil. Ik begrijp dat er behoefte aan is. Ikzelf heb ook regelmatig gewenst uit mijn lijden verlost te worden. Als ik weer eens een jaartje of wat doodziek in bed lag. Zonder dat iemand het in de gaten had. In het tijdperk voor LDN. Of als ik weer eens werd uitgemolken en uitgekotst door een narcistische vriend, vriendin, geliefde of wat dan ook. En daarbij dan ook nog eens in bed lag te rotten. Die combinatie is dodelijk kan ik je vertellen, alleen je gaat er niet dood aan…..

Maar goed. Toch ben ik er tegen. Terwijl tegelijkertijd ik ook vind dat je mensen met die problematiek niet kunt laten barsten. Tevens weet ik dat de regelgeving rondom euthanasie erop neerkomt dat je je lijden louter verkort, als je toch al op sterven na dood bent. Alle andere gevallen komen niet in aanmerking. Dus ben je net als Heks eindeloos ziek, maar je gaat er niet aan dood: Jammer dan.

Nu worden ME-patiënten natuurlijk helemaal niet geholpen in Nederland. Zogenaamd stellen we ons aan. We moeten vooral sporten terwijl het niet gaat: Om conditie op te bouwen! Vanuit die hopeloze niet werkende levensgevaarlijke cognitieve braaktherapie. Een lekkere chemokuur waar in Noorwegen 70% door geneest krijgen we niet. Ik heb er graag een kaal bolletje voor over om mijn leven terug te krijgen. Maar nee. Zoek het maar uit.

Bij mij in de kerk heeft een aantal jaar geleden een ME-patiënte zich van het leven beroofd. Ze kon de uitzichtloosheid van haar lijden niet meer aan. Iedereen schrok zich een ongeluk. Jeetje, wat verschrikkelijk. En daar bleef het bij. Nooit meer iets over gehoord.

Stel je voor dat die zelfmoordpil er komt. Voor iedereen en alle leeftijden…… Er komt een run op, let op mijn woorden! Door ME-patiënten. Een sukkeldrafjesrun. Door uitgeputte mensen. Die eigenlijk te moe zijn om em in te nemen.

Maar Heks hoeft zo’n pil niet. Ik wil leven. Ook al doet het pijn.

Vanmorgen wandel ik langs de Singel. Het druilt van de regen. Het is guur en koud. Ysbrandt vindt het ook maar zozo. Toch breekt de zon door in mijn hart. Straalt er warmte uit mijn ogen. Kan iedereen weer op mijn glimlach rekenen.

Na een jaar depressie als gevolg van narcistische mishandeling begin ik weer te leven. Ik heb geen haast meer. De ongedurigheid is voorbij. Het schelden is verstomd. Ik ben precies waar ik moet wezen. Hier in dit lastige prachtige lijf. In mijn mooie waardevolle amoebe-leventje.

Psychiater en publicist Bram Bakker: Zelfmoordpil

Over de lobby voor een levensbeëindigende pil bij psychisch lijden en de tegenargumenten daarvoor

Varkenswangen met vijgenazijn en whisky. Natuurlijk glutenvrij, lactosevrij, sojavrij. Heerlijk gerecht getoverd uit mijn heksenketel voedt dierbare vrienden. En een nieuwe naam voor een KRASSE dame….

Woensdag sta ik bij de slager. Er liggen varkenswangen in de vitrine. Mijn nieuwsgierigheid is gewekt. Ik ben voorstander van gebruik van het hele varken als je zo’n dier slacht. Zoals vroeger bij mijn vader thuis. Ieder najaar werd een knorrende huisvriend geofferd. Alle restanten werden verwerkt tot bloedworsten, kopkaas en balkenbrei. De wangen werden vast ook opgesoupeerd!

Varkens lijken overigens erg op mensen naar het schijnt. En vice versa! Ze zijn bijzonder intelligent en ondanks hun voorkeur voor blubber zie ik geen enkele reden om het dier onrein te noemen. Zo gemeen! In India eten ze geen koeien, maar dat is omdat die dieren HEILIG zijn. Klinkt alweer een stuk beter.

Voor mij is alle leven heilig. Je dient er respectvol mee om te gaan. Ik eet levende wezens. Granen, fruit, groenten, vlees en vis. Ik leef niet op prana. En ik wordt ook gegeten. Door bacteriën, virussen en hele kolonies gistachtigen……

‘Hoe bereid je zoiets?’ De slager ratelt een recept af. ‘Het staat ook op onze website. De clou is om het heel lang in de oven te zetten. Hoe langer, hoe beter.’ Ok. Goeie tip.

Ik koop een kilo en ga thuis aan de slag. Op internet vind ik het recept. Iemand met een kookblog heeft het volgens het boekje klaargemaakt, maar de smaak was toch niet optimaal. Te zoet. Te veel honing. Ze stelt voor de honig te vervangen door sinaasappelsap. Goed idee. Heks gaat het natuurlijk toch weer anders doen. Doe ik altijd. Nog nooit van mijn leven heb ik een recept exact volgens de richtlijnen klaargemaakt. Altijd goochel ik met nieuwe ingrediënten of afwijkende hoeveelheden. Ik kan het niet laten.

Zo ook nu. Ik vervang de olijfolie met boter om de wangen in te braden door cocosvet en een beetje ghee (geklaarde boter). Ik vervang de honing grotendeels door vijgenazijn. Ook zoet, maar niet mierzoet. Bovendien maakt de azijn het vlees zacht. Ik gooi er om die reden ook nog sap van een halve citroen bij en citroenrasp. En een schep pirpirikruiden. En een flinke scheut whisky. En tot slot 6 gehalveerde tenen knoflook.

Verder heb ik het recept van de site gevolgd. Ik heb het echter 4,5 uur in de oven laten garen. Afgedekt met folie, om al die verrukkelijke sappen niet te laten vervliegen. Maar in tegenstelling tot mijn voorbeeld heb ik het zo uit de oven geserveerd: Geen saus door een zeef gedrukt zoals in het originele recept. Een dag laten staan voordat je het opeet is wel een hele goede tip. Dan kunnen al die smaken diep in de wangen dringen……

Ik kook er allebei groenten bij. Broccoli en bloemkool. Herenboontjes in knoflook gebakken. Rode kool met appel en een heel fijn gesnipperd rauw sjalotje. Laatstgenoemde is een bijzonder goede combinatie met dit gerecht. Die houd ik er dan ook in voor een volgende keer.

Donderdagavond bel ik Frogs. Hij komt maar wat graag eten. Hij is bekend met de heerlijkheden, die ik uit mijn heksenketel tover. Tevreden zie ik hem smullen. Goeie hemel, wat heb ik lekker gekookt. Ik maak een paar mooie foto’s van mijn bord, maar helaas heb ik die plaatjes per ongeluk weggegooid.

Ook vrijdag maak ik iemand blij met deze lekkernij. Ras belt. ‘Heb je zin om te komen eten?’ Ja, dat heb ik wel. Maar zal ik dan het eten meenemen?

‘Jeetje Heks, wat is dit lekker. Wat kan jij goed koken! Ongelofelijk!’ zegt mijn vriendin als we samen aan de maaltijd zitten, ‘Ook die groentes, zo speciaal klaargemaakt. En dan die puree van aardappel en koolrabi. Fantastisch. En zelfs een toetje! Ik ben dol op rabarber.’

Het is fijn om elkaar weer te zien. Het was alweer eventjes geleden. Ras zat een maand in Spanje. In the middle of nowhere. Ze laat me foto’s zien van een rauw en verlaten landschap. Prachtig. De wereld kent veel plekken waar nooit iemand komt.

‘Het is een hele goede reis geweest, Heks. En ik heb mijn naam veranderd! Ik vond Ras nooit een fijne naam, maar gelukkig heb ik nog een hele mooie doopnaam en die ga ik eindelijk gebruiken. Ik wilde dat al toen ik twaalf was, maar toen lukte het me niet om het voor elkaar te krijgen: Vanaf nu heet ik Kras.’

Kras. Het past bij mijn vriendin. Ze is ook kras. Ik moet er nog een beetje aan wennen. ‘Raskras, Krasras,’ mompel ik onderweg naar huis. Het vraagt een zekere overgangsperiode. Als ik een woord zoek dat naar mijn vriendin verwijst gebruik ik nog steeds haar oude naam. Maar Kras zit eraan te komen. Het moet nog een beetje inslijten. Over een jaar weet ik niet beter……

 

 

 

Nar sist narrig, halsstarrig in zijn eigen mist, hij heeft al zoveel zaad verkwist, in vreemde krochten, dat beslist; zijn eigen vrouw is nogal warrig. Zoektermen zijn inspirerend blijkt! Maar ook vaak heel grappig. En soms vreemd. Bizar zelfs…..

Soms kijk ik in mijn statistieken naar de gebruikte zoektermen. Er staan er altijd maar een paar vermeld. De rest is zogenaamd onbekend, maar vroeger zag ik er meer, dus ik denk dat het een keuze van mijn provider is om er minder te tonen.

Vandaag staat er ‘Prins Bernard’ narsist. Die wilde ik jullie toch niet onthouden. Nar en sist. Een slang aan het hof. Een hofnar ook. Een kolderkop met een anjer erop. En ongetwijfeld een narcist. Arme Juliana. Van ellende heeft ze haar heil toen maar gezocht bij een spiritueel narciste. Voor het tegenwicht als het ware. Laatstgenoemde werd met veel bombarie ontmaskerd, maar droplulletje Bernard mocht blijven…..

Links en rechts strooide hij vrouwen complimenteus zand in de ogen, gevolgd door een lading kwistig verspild zaad. Onechte kinderen schoten als paddestoelen de grond uit na confrontatie met zijn paddestoel. Iets zegt me dat we daar bij onze Willy niet bang voor hoeven te zijn.

Nar sist narrig, halsstarrig in zijn eigen mist, hij heeft al zoveel zaad verkwist, in vreemde krochten, dat beslist; zijn eigen vrouw is nogal warrig.

Hofnar sist

Maar goed, de zoektermen. Ik lach me soms gek als ik zie wat mensen zoeken en wat ze vervolgens bij Heks vinden. ‘Grote rode tepels’ gezocht bijvoorbeeld om vervolgens terecht te komen bij een zeug op kinderboerderij Het Geertje. Een kleine greep uit recente zoektermen.

  • schoondochter zwanger neuken
    • geleut van zeeheksen
      • diep vergist in sommige mensen
        • penispaprika
          • godin met tieten en 8 armen
            • heksen cannabis
              • playboykutjes
                • vrouw met penis
                • wat zijn herenbonen
                  • heksenmagie
                  • van hier naar tokio grappen
                  • ik wil mooie teksten met mooie bloemen
                  • prins bernhard narsist
                  • zuster anna bloedwijn
                  • iris koops boek
                    • niet vergeten hoor
                    • sylvia over mijn lijk
                    • zeer oude dametjes met jonge kerels

jajaja, het is me wat.

Natuurlijk zit ikzelf ook dagelijks dingen op te zoeken op het wereldwijde web. Ongelofelijk wat je met een druk op de knop allemaal te weten kunt komen. Hoe deden we dat vroeger?

Vroeger ging je naar de bibliotheek. Daar kon je best het één en ander vinden. Vooral als je net als Heks het vak bibliografisch basisapparaat verplicht had doorworsteld. Hier leerde je je weg vinden in de wondere wereld der bibliotheken. Zou dat vak nog gegeven worden? Zit er nog weleens iemand te verstoffen in een bibliotheek?

Zeer oude dametjes met jonge kerels intoetsen en je komt bij Heks terecht. Vrouw met penis werkt ook. Godin met tieten en armen. Sowieso wordt er veel gezocht en gevonden op penis, tiet of neuken. Seks verkoopt. Ook als het om recepten voor een vrolijk leven gaat!

  • vrouwen schrijven niet met gun toeten
  • baby poesjes
  • wat draagt een speurneus
  • verkleed als vrouw
    • heks geliefde
    • zelfverzonnen vlees
    • verkleden oud moedertje
      • man verkleed als vrouw
      • verband tussen temazepam en alzheimer
      • andijviestamppot lactosevrij
      • iemand die denkt dat ie dikke tieten heeft
      • zoenende kikkers
      • narcistische politici

Nu is op de thematiek van mijn blog natuurlijk geen pijl te trekken. De onderwerpen stuiteren alle kanten op. Je loopt even veel kans op een lekker glutenvrij recept als op een gepeperde opinie over een triviaal onderwerp. Sowieso mag ik graag schelden, maar er stromen ook luchtige verhaaltjes uit mijn pen. Hier en daar borrelt er wat occulte materie op uit mijn heksenketel, maar het volgende moment is het weer christelijke ethiek wat de klok slaat.

Boeddhisme is ook een terugkerend onderwerp, maar hoe verhoud dat zich nu weer met al dat gescheld op narcisten en psychopaten?

Vooralsnog schrijf ik precies waar ik zin in heb. Sommige dingen laten zich niet beschrijven. Die zit ik uit. Maar veel van mijn belevenissen laten zich prima vatten in een verhaaltje. Aangedikt of uitgekleed. Voorzien van wat sappige tags. Zodat ook licht pornoverslaafde stumpers nog eens worden getrakteerd op een goed verhaal of receptje.