Road trip: Toverheks, Boeddhistische Non en Bosuil ofwel une Chouette Hulotte gaan op queeste; Reizen naar buiten en naar binnen…. Een geneeskrachtig avontuur.

De aspirant monnik bekijkt de vogel voorzichtig.

Als ik een goede week in het klooster ben hebben we les op een andere locatie: New Hamlet. Het is een flink end rijden, dus iedereen is al vroeg uit de veren om op tijd bij de bus te zijn. Heks gaat met de auto, ondanks het dringende verzoek om dat niet te doen. Iemand spreekt me er zelfs vermanend over toe. ‘Klets maar raak,’ glimlach ik onschuldig zwijgend naar de bemoeial, ‘Ik heb zo mijn redenen om met eigen vervoer te gaan en die gaan je niets aan!’

We krijgen hulp van een paar lieve dames. Deze schat heeft ook een gele Peugeot 107 vertelt ze me. Wat een toeval! Een Franse versie van Heks!

Heks wordt regelmatig op de vingers getikt over allerlei vermeend slecht gedrag. Gisteren nog hier in de kerk. Waarom ik toch altijd op het nippertje naar binnen schuif. Of ik soms aandacht wil trekken? Stond ik me toch nog een beetje te verdedigen, omdat ik de vingertikster graag mag…. De vrouw heeft wel een punt natuurlijk, zeker in haar optiek. Maar ja. Ik heb nu eenmaal de grootste moeite om waar dan ook op tijd te zijn, überhaupt om waar dan ook te zijn!

In het klooster kost het me niet de minste moeite om op tijd te zijn. Ik heb gewoon niets anders te doen: Geen hond uitlaten, behandelaars bezoeken, administratie bijhouden, huis opruimen….. Met het grootste gemak arriveer ik overal op het juiste tijdstip. Heerlijk. Ik haast me nergens voor en als ik iets niet haal, laat ik het gewoon schieten.

Vanmorgen rijd ik met mijn vriendin, de Nederlandse non, naar het andere klooster. Op ons gemak gaan we op pad. Als we het dal uitdraaien en op de heuvelkam terecht komen stokt zoals altijd de adem in mijn keel. Het uitzicht is adembenemend! Kilometers ver kijken we door de Dordogne. Ontroerd rijd ik over de kam langs het dal.

Plotseling zien we een bevriend echtpaar langs de weg lopen. Voor hen uit loopt een dame met een enorme vogel in haar handen. Het is een uil! Heks stopt haar auto. Snel springen we er uit. De vrouw legt de vogel in een greppel en gaat er snel vandoor. ‘Hij lag op de weg, hij is gewond! Helaas heb ik geen tijd om me er verder mee bezig te houden. Ik heb haast, ik moet naar mijn werk, mijn baas zit op me te wachten!’

la chouette hulotte

la chouette hulotte

Onthutst staan we te kijken. ‘Leeft die uil nog?’ informeer ik bezorgd. Het beest leeft nog. Onze vriend haalt hem voorzichtig uit de greppel en houdt hem omhoog. Goeie hemel, wat een prachtig dier! Eén oog zit dicht, maar zijn andere oog kijkt me helder en wakker aan. Ik voel mijn hart opengaan.

‘Hij is waarschijnlijk geraakt door een auto,’ zeggen we tegen elkaar, ‘Hij moet naar een dierenarts.’

Onze vriendin, de non, helpt het gezelschap uit de droom. ‘Je hoeft hier echt nergens aan te komen met gevonden wild. Vorig jaar vond ik een aangeschoten hert. De enige, die ik ervoor kon interesseren was de jagersvereniging. Geen dierenarts wil er zijn handen aan branden. Zij willen alleen maar huisdieren. Of vee. We moeten iets anders verzinnen…..’

We besluiten naar het andere klooster te rijden en het gewonde dier mee te nemen. ‘Ik laat je niet in de steek, uileballetje,’ slis ik stiekem in uilentaal tegen de vogel, ‘Ik zal zorgen dat je ergens wordt geholpen, wees maar niet bang!’

Uit mijn lijf komt een veld rustgevende moeder-aarde-energie. Het legt een deken van liefde en kalmte rondom het diertje. De Godin heeft zich het lot van haar vogelkind aangetrokken. De Grote Moeder gaat alle zeilen bijzetten om dit prachtige schepsel te redden!

‘Misschien is er wel een dierenarts onder de deelnemers aan de retraite,’ zeg ik hoopvol tegen mijn vriendin, als we weer onderweg zijn. Zij zit naast met met de uil in een knalgele gebloemde koeltas op haar schoot. Hij zit gerieflijk op een fleurig tafelkleedje! Het dier is gelukkig heel rustig. Stress is funest. Dodelijk vaak bij aangeschoten wild….

Bij de dierenarts

In het klooster blijkt dat er inderdaad een dierenarts aanwezig is: Eén van de aspirant monniken beoefende in zijn vorige leven dit beroep. Na de lezing snorren we hem op. Ook een paar dierlievende dames staan ons met raad en daad terzijde. Zij vinden een kliniek in Bordeaux, waar ze wild behandelen in plaats van opeten. En een vogelresort in Arcachon, die het dier na de eerstelijns behandeling wil rehabiliteren!

‘Het beestje ziet er behoorlijk levendig uit,’ de knappe aspirant kijkt me verbluft aan, ‘en hij is zo relaxed, dat is echt een wonder. Soms gaan ze dood van de stress nog voordat je iets voor hen hebt kunnen doen. Ik laat hem dan ook zoveel mogelijk met rust, volgens mij is hij prima te redden! Maar dan moet hij helaas helemaal naar Bordeaux!’

‘Het is wel een ongelofelijk end rijden,’ roepen mijn nieuwe vrienden door elkaar. We staan te overleggen hoe het nu verder moet. ‘Ik vind het geen probleem om te gaan, als jullie me het adres geven en eventjes met die mensen willen bellen dat ik er aan kom, dan ga ik direct op weg,’ verzucht ik. Ik laat dit dier niet stikken!

Mijn vriendin  de non kijkt me stralend aan. ‘Ik ga mee, we hebben vanmiddag toch geen dharma-discussie, ik heb mijn handen vrij, dus het komt prima uit!’ Ha fijn. Een road trip met mijn maatje! De uil wordt met koelbox en al in een kartonnen doos gezet. Zorgvuldig bevestig ik het geheel in de veiligheidsgordels. Even later zijn we op weg.

Weer is er een péage ondergelopen door de overvloedige regenval. Dat betekent ook nog eens omrijden! We nemen de prachtige route national. Die is behoorlijk bobbelig, hetgeen me zorgen baart. Ik hoop dat Uil er niet al teveel last van heeft! De weg voert ons langs kleine dorpen en stadjes. Wat is het hier toch schitterend mooi. Op ons gemak rijden we naar Bordeaux.

Intussen zitten we heerlijk met elkaar te praten: Mijn vriendin vertelt me haar hele levensverhaal! Daar hebben we alle tijd voor! Tegen het eind van de middag zijn we in de grote stad. Het is druk, want vrijdagmiddag en spits. De TomTom voert ons echter moeiteloos via een tussenweg naar het doel, een schier onvindbare kliniek.

‘Ah, een Hulotte!’ roepen de artsen in koor als we met onze kleine gewonde vogelvriend binnenkomen. Ofwel een Chouette Hulotte, een bosuil! Wat klinkt dat ook weer lekker, zo’n zoete chouette in plaats van een uil….. Ze tillen hem uit de doos. Geroutineerd wordt hij bekeken. Het beest geeft geen kik. De dokter aait hem over zijn bolletje en hij vindt het heerlijk!

‘Het is zo’n schatje, ik kon hem ook gewoon knuffelen en aaien, dat had ik helemaal niet verwacht,’ zegt Heks verwonderd tegen de arts. ‘Van alle uilen is dit de meest lieve soort. De gemiddelde uil kan best agressief zijn, die moet je echt niet proberen te aaien. Handschoenen zijn dan onontbeerlijk…. Maar deze soort is erg vriendelijk!’

Nou, was ik al verliefd op het dier, dit kleine wonder, dan word het nu alleen maar erger. Verrukt kijk ik hoe ze mijn schatje meenemen voor een grondig onderzoek. We wachten rustig totdat de artsen klaar zijn met het beestje. We willen uiteindelijk weten hoe het afloopt natuurlijk!

‘Hij heeft alleen een flinke bloeduitstorting rond zijn oog, zijn vleugels zijn goddank nog intact. Hij heeft absoluut een aanvaring met een auto te verduren gehad! We geven hem antibiotica en wat cortisonen. Maandag gaat hij naar Arcachon, voor revalidatie. Hij komt er weer helemaal bovenop. Dank jullie wel voor het brengen, niet veel mensen getroosten zich die moeite!’

We nemen tevreden afscheid. Wat heerlijk dat het zo goed afloopt. Dolgelukkig beginnen we aan de terugweg.

‘We gaan het eten in het klooster niet meer halen, Heks, zullen we ergens onderweg stoppen om iets te drinken?’ Een prima idee. Omdat het intussen erg druk is op de weg schieten we toch geen bal op. In een stadje doen we ons te goed aan koffie met gebak. We wandelen het hele plaatsje rond en babbelen intussen vrolijk verder over het leven in het algemeen en onze levens in het bijzonder!

Na een heerlijke middag achter het stuur met het beste reisgezelschap ooit komen we terug in het klooster. Tevreden, vrolijk, opgewonden en blij. Over een paar weken laten ze Uil weer vrij. Waarschijnlijk vindt hij zijn weg terug naar zijn habitat. Hemelsbreed is het niet eens zo ver naar Arcachon. Zo’n vogel vliegt met het grootste gemak over al die bergen en heuvels heen!

s’Avonds lig ik lekker in mijn tent. De eerste nacht van mijn verblijf  hier zat er een uil te roepen in de boom boven mijn hoofd. Een waanzinnig prachtig geluid. Ik kon er zelfs niet van slapen! Nu is het rustig. Alleen geritsel van bladeren. ‘Zou het dezelfde uil zijn geweest zijn?’ vraag ik me af. De kans is groot, want we hebben het dier hier vlakbij gevonden.

De volgende dag vind ik een piepklein veertje in mijn koelbox, tezamen met een uilepoepje op mijn gebloemde tafelkleedje. Het kleedje spoel ik uit. Dus uilen poepen, ondanks hun tevens produceren van uilenballen. Ze hebben gewoon ook een cloaca, net als alle andere vreemde vogels!

Het veertje plak ik in mijn aantekeningenboek. Een klein bewijs van de onwijs gave redding van een wijze vogel.

DSC03941

Hoe tekenbestrijding schimmelvorming in de hand werkt en hoe opgelucht ademhalen je humeur verbetert!

Na  mijn vakantie ga ik aan de antibiotica. Ik heb een tekenbeet opgelopen en de plek is licht ontstoken. ‘Ik zie geen kring,’ zegt de huisarts. Nee, maar niet iedereen, die Lyme oploopt krijgt zo’n kring. Er zijn uitzonderingen. Heks reageert altijd anders dan de rest. Een muggenbeet levert intense pijnen op. Wie weet wat er gebeurt na een tekenbeet…..

‘Ik geef je een kuur voor tien dagen,’ mijn huisarts is eruit. Geen risico nemen in dit geval. ‘Twee weken,’ zegt hij als hij mijn gezicht ziet. Heks is als de dood dat ze Lyme oploopt. Het zou absoluut het einde van mijn leven beteekenen. Zonder Lyme is het al een hele heisa om mezelf in de lucht te houden!

‘Je mag niet in de zon met deze medicatie,’ waarschuwt zowel de arts als de apotheek me. Mooi is dat. Verplicht binnen zitten midden in de zomer! Het blijkt niets uit te maken. Het is vreselijk weer. Zonder problemen houd ik me aan het protocol.

Na elf dagen steek ik mijn tong uit naar mezelf. Een bruine tong, helemaal beschimmeld. Bah. De kuur heeft de deur open gezet voor allerhande organismen, die niet in mijn lijf thuishoren. Een kort overleg met de huisarts volgt. Ik stop met de kuur en ga over op de Trisporal. Ik moet nu die schimmelkolonies weer wegwerken.

Intussen werkt mijn LDN niet meer naar behoren. Bijwerking van de schimmels. Ik verrek van de pijn. Ik krijg mezelf nauwelijks in de benen, maar het moet. Hondjes laten zichzelf niet uit. Mijn heupen hangen sinds mijn reisje chronisch uit de kom…..

Met X-benen strompel ik de trap op en af. Gouden tip van mijn jongste zus: Hypermobiliteit zit in de familie.

Denk nu niet dat het slecht gaat met Heks. Ik zit prima in mijn vel. Dat wel. Ik voel me veel beter dan ik me in tijden gevoeld heb. Hoe het komt? Geen idee.

Mijn omgeving is niet wezenlijk anders. Ik ben nog steeds veel te veel alleen. Mijn lijf functioneert onverminderd knudde. Maar elke avond mediteer ik op mijn kussentje voor mijn enorme bel: Gepokt en gemazeld door de ademsoetra! Ik wandel met mijn hondje en ben helemaal hier en nu.

Zaterdagavond is het eindelijk een beetje zwoel als ik mijn laatste rondje met Ysbrandt maak. In een parkje passeer ik een clubje hangmannen. Als ik hen nader zijn de opmerkingen niet van de lucht. ‘Respect, mooie dame, wat zie je er ……’ de man zoekt naar woorden , maar vindt ze niet, ‘zo verzorgd, zo goed…’ Heks groet het gezelschap en wandelt tussen hen door als door een erehaag.

Het is de Godin in me, die zo danst en bloeit. De Boeddha, die in me ademt en wandelt. Het wakker geworden Christusbewustzijn. Noem het hoe je wilt: Ik ben weer in mijn heiligdom aangeland. En ondanks alle gekreukel van de laatste tijd, want geloof me, zo’n lijf is echt geen pretje, ben ik werkelijk thuis. Bij mezelf. I have arrived, I am home!

 

Ãnãpãnasati Soetra

“Lang inademend, weet hij: ‘Ik adem lang in.’ Lang uitademend, weet hij: ‘Ik adem lang uit.’ Kort inademend, weet hij: ‘Ik adem kort in.’ Kort uitademend, weet hij: ‘Ik adem kort uit.'(4)
“Hij traint [zichzelf]: ‘Het gehele lichaam ervarend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘Het gehele lichaam ervarend, zal ik uitademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De lichamelijke formaties kalmerend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De lichamelijke formaties kalmerend, zal ik uitademen.’ 

 “Hij traint [zichzelf]: ‘Vreugde ervarend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘Vreugde ervarend, zal ik uitademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘Geluk ervarend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘Geluk ervarend, zal ik uitademen.’ 
“Hij traint [zichzelf]: ‘De mentale formaties ervarend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De menale formaties ervarend, zal ik uitademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De mentale formaties kalmerend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De mentale formaties kalmerend, zal ik uitademen.’ 

 “Hij traint [zichzelf]: ‘De geest ervarend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De geest ervarend, zal ik uitademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De geest tevredenstellend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De geest tevredenstellend, zal ik uitademen.’
“Hij traint [zichzelf]: ‘De geest concentrerend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De geest concentrerend, zal ik uitademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De geest bevrijdend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De geest bevrijdend, zal ik uitademen.’

 “Hij traint [zichzelf]: ‘Onbestendigheid beschouwend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘Onbestendigheid beschouwend, zal ik uitademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘Ondergang beschouwend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘Ondergang beschouwend, zal ik uitademen.'(5)
“Hij traint [zichzelf]: ‘Ophouding beschouwend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘Ophouding beschouwend, zal ik uitademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘Loslaten beschouwend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘Loslaten beschouwend, zal ik uitademen.’

Soms zit er gewoon een steekje los aan iets of iemand. Of een kabeltje. Dat is prima te verhelpen. Problemen met je moederbord kun je beter niet oplopen: Dat betekent meestal einde verhaal!

Vakantie is vermoeiend. Het werkt al sterk ontregelend op de gemiddelde mens, maar voor een ME-patiënt is het bijkans dodelijk. Gelukkig maar dat het zo leuk is om je mee bezig te houden over het algemeen. Dat maakt het dan weer de moeite waard. Het is tenslotte nogal iets om je leven ervoor te wagen!

Een jaar geleden kwam ik ook terug van een reisje. De meest verschrikkelijke vakantie ooit. Met een soort bermbom naast me in de auto. Mijn tent gedeeld met een voortdurend erupterende vulkaan. Ik heb de foto’s nooit meer bekeken, de zwavelige bom uit mijn bestaan gebannen en de draad van mijn leven uiteindelijk weer opgepakt.

Het had wat voeten in de aarde, maar het is gelukt om me los te maken van die kwibus. Tijdens mijn verblijf in het klooster voel ik de laatste restjes ellende uit mijn lijf trekken. Letterlijk. Ik heb de eerste week wat indringende doch vage dromen over de fulminerende vulkaan.

Ik doe geen enkele moeite om ze me te herinneren. Het zijn restdromen. De laatste rommeltjes worden uit mijn heilige tuin geveegd. Opgeruimd staat netjes.

Mijn heilige tuin. Mijn innerlijk heiligdom. Leeggeroofd en vernacheld. Geplaatst in deze Boeddhistische hof van Eden vol pruimen, nonnetjes en lieve leken kom ik helemaal bij. Mijn gaarde bouwt weer op. Binnen een paar dagen heradem ik. Ik hervind mijn Mojo.

De tijd in het klooster vliegt voorbij. Ondanks het feit, dat we alles zo traag doen. Ik keer alweer huiswaarts voor ik er goed en wel aan toe ben. Een dagje knallen achter het stuur en ik lig weer in mijn eigen bedje…..

Toch is het ook fijn om weer thuis te zijn al kost het me moeite om de boel hier weer op te pakken. Ik moet eerst enorm uitrusten van mijn vakantie. Pas na een week bel ik wat vrienden op.

Mijn geheugen is volledig gewist in het klooster. Prettig, maar niet handig! Ik vergeet een aantal afspraken…. Maar daar kom ik pas veel later achter.

Mijn computer doet raar, als ik em weer opstart. Mijn afwezigheid heeft hem geen goed gedaan. Uiteindelijk breng ik hem naar mijn geniale achterneef. Hij heeft slecht nieuws. ‘Ik ben bang dat het moederbord beschadigd is. Dat betekent meestal einde computer. Ik denk niet dat het dat kabeltje is waar we het eerder over hadden. Dat zag er namelijk nog goed uit. Voor de zekerheid zal ik toch nog een nieuw exemplaar bestellen, maar …..’

Hij bereidt me vast voor op een financiële aderlating, mocht het nieuwe kabeltje niets doen. Een nieuwe computer is een enorme uitgave!

Vandaag zit ik weer achter mijn oude vertrouwde MAC. Het vernieuwde kabeltje heeft goede diensten bewezen! Het zag er in eerste instantie slecht uit, maar in de praktijk viel het weer alles mee. Gelukkig maar. Mijn computertje is intussen precies ingericht zoals ik het hebben wil, ik wil em niet kwijt!

Zo keer ik langzaam in mijn leven terug. Ik heb nog prachtige verhalen in de pen over mijn reisje. Als ik een beetje bijgekomen ben zullen die er ongetwijfeld uitvloeien. Eindelijk kan ik ook mijn foto’s op mijn computer zetten. Mijn prachtige gerepareerde oude vertrouwde laptop.

Verrukkelijk romig amandelsoepje met venkel. Of venkelsoepje met amandelen. Geheel glutenvrij, lactosevrij en sojavrij natuurlijk. Lekker met tomatensalade en rucola/basilicumpesto.

i

Met enige regelmaat zit er een flinke venkelknol in mijn groentepakket. Ik ben er niet dol op. Op zich een prima groente, die venkel, maar zodra je em ergens aan toevoegt begint zijn smaak direct te overheersen…. Het gebeurt dus nogal eens dat de knol een rot einde heeft in de groentelade van mijn koelkast. Een weggerot einde wel te verstaan!

Onlangs eet mijn vriendinnetje Joy bij Heks. Zoals altijd zitten we uitgebreid te klessebessen over van alles en nog wat. Ook over lekker eten natuurlijk. Plotseling begint ze enthousiast te ratelen over een geweldig soepje van venkel met amandelen. ‘Het is zo verrukkelijk! En echt helemaal niet ingewikkeld qua bereiding. Ik ben er helemaal aan verslingerd…’

Mijn nieuwsgierigheid is gewekt. Als ik weer zo’n onverlaat tussen de worteltjes en broccoli aantref weet ik wat me te doen staat.

En ja hoor: Afgelopen week zit er weer zo’n onding in mijn pakket. Maar deze keer ligt hij niet vruchteloos in de groentelade te wachten totdat ik em een keertje in een visschotel stop. Binnen een dag verwerk ik de knol in een amandelroomsoep. Diezelfde avond belt Frogs me over iets. ‘Heb je al gegeten?’ Ik wil mijn nieuwe gerecht op iemand los laten natuurlijk. Mijn kikkervriend moet nog dineren. Grif accepteert hij mijn uitnodiging.

image

Als hij de eerste hap van de soep neemt slaakt hij onwillekeurig een kreet. Zo lekker is het! Ja, dit soepje is eersteklas subliem van smaak. En zo gemakkelijk te bereiden: Een kind kan de was doen.

Amandelroomsoep met venkel. Ofwel venkelsoep met amandelroom:

Snipper een ui en een paar teentjes knoflook, fruit in ruim olijfolie glazig, eerst de ui en later de knoflook. Voeg een fijngesneden venkelknol toe. Meebakken. Een paar flinke eetlepels amandelmeel even meefruiten. Liter kokend water erbij, bouillonblokjes oplossen. Alles eventjes laten doorkoken en staafmixen maar: Net zo lang doorgaan totdat een romige substantie ontstaat. Serveren met een beetje geschaafde amandelen of dille als garnering. Eet smakelijk!

Frogs krijgt ook nog een heerlijke tomatensalade met rucola/basilicumpesto voorgeschoteld:
Was een flinke bos basilicum en een grote bak rucola. Gooi in een keukenmachine. Pijnboompitten naar smaak toevoegen. Eventueel teentjes knoflook. Sap van een halve citroen of limoen erbij en een deciliter olijfolie. Geruime tijd laten pureren. Serveren met fijngehakte tomaten, bleekselderij en wat er verder zoal in je groentelade zwerft. Mmmmmmm.

Beide gerechten kunnen prima in de koelkast worden bewaard. Zodat je dagenlang verrukkelijk kunt lunchen…..

image

Heerlijk koffie drinken met Non Hollandaise gevolgd door niet blij zijn met een dode mus…… Dagen later ontdek ik het verschil tussen een dood vogeltje, maar dat is een ander verhaal. Een spannend verhaal bovendien! Met wel een goede afloop.

Na een paar dagen verwoest meedraaien in het kloosterritme is het ‘Lazy Day’. Deze dag word je geacht zo lui mogelijk door te brengen. Veel mensen krijgen dat niet voor elkaar. Als een zot gaan ze enorme wandelingen plannen, gezamenlijk bomen omhelzen of andere nuttige bezigheden verenigen met het aangename. Kortom: Er is van alles te doen!

Heks is echter kampioen in het houden van een degelijke ‘Lazy Day’. Als het weer het toelaat hang ik in mijn hangmat. Het weer laat echter niets toe deze retraite. Dientengevolge zit ik lekker onder mijn luifel voor de tent koffie te drinken met mijn vriendin de Non Hollandaise. Speciaal voor de gelegenheid heb ik naast mijn espressoapparaat ook mijn melkschuimer meegebracht. En stroopwafels!

We zitten heerlijk te klessebessen. Er valt veel bij te praten na twee jaar radiostilte. ‘Het lukt me niet om allerlei mailcontacten te onderhouden,’ verzucht mijn vriendin, ‘Zelfs mijn familie krijgt zelden een berichtje terug als ze me mailen. Het leven hier is gewoon te hectisch, er gebeurt altijd zoveel in het hier en nu. Bovendien zijn de internetmogelijkheden nogal beperkt. Brievenschrijverij schiet er volledig bij in…..’

Ik snap het. Ik kom ook niet toe aan smsjes met het thuisfront, laat staan emailcontact. Blogjes schrijven schiet er ook bij in. Liever geef ik me volledig over aan het leven in dit aardse paradijs. Ik leef op. Niet langer overleven! Nee. Leven! En bij lekker leven hoort een bakkie troost.

‘Mmmmmm,’ geniet mijn vriendin, ‘Wat is dit een heerlijk kopje koffie, Heks! Hier in het klooster ben ik echt de enige, die zoveel van koffie houdt. Vroeger was er nog een Duitse non met een voorliefde voor dit goddelijke goedje. Toch is het echt een Hollandse traditie, dat koffie drinken. Zo gezellig ook! Heerlijk!’

Urenlang doen we ons tegoed aan cappuccino, koekjes en chocolade. De rest van de dag hang ik lekker rond in en om mijn tent. Totdat ik met mijn Amerikaanse familielid naar St Foy le Grand tuf. Daar is een enorme Leclerc. Ik wil een blogje posten en een reserveluchtbed scoren. Ook mijn gasfles is bijna leeg.

Mijn maatje is toe aan een kleine break. Het kloosterleven trekt een zware wissel op haar humeur. Een zekere onrust maakt zich van haar meester. Na een kleine roadtrip voelt ze zich een stuk beter.

Op de terugweg zitten we lekker te lachen. De ramen van mijn auto staan open, het is heerlijk weer geworden.

Plotseling horen we een harde knal. Een vogel heeft zichzelf dood gevlogen tegen de spiegel aan de passagierskant. Hij zit bekneld tussen de spiegel en het raam.

Verschrikt stop ik mijn dodelijke kanariepiet. We halen de verongelukte vogel voorzichtig van mijn auto af. Een sliertje bloed komt uit zijn bekje. Zijn oogjes zijn dicht. Slap hangt hij in de handen van mijn kompaan. Het leven is echt uit zijn lijfje geweken……..

Naast de weg is een greppel. ‘We gooien hem niet in die greppel, hoor. Kom laten we hem in elk geval begraven.’ Snel haal ik een stoffer en blik uit mijn auto. Ik graaf een kuiltje met het blik. We leggen onze zangvriend erin en dekken hem toe met aarde en bladeren.

Wat een sof. Arm beestje. Hopelijk was het geen moedervogel met een nest vol hongerige kindertjes……..

Zo komt er een ruw einde aan deze heerlijke middag. Heks houdt een rotgevoel over aan dit treffen. Ik weet wel dat een ongeluk in een klein hoekje zit. Zelf ben ik regelmatig op de korrel genomen door een medeweggebruiker. Maar een vogel? Die heeft toch geen enkele kans tegenover een auto. Zelfs zo’n klein kanariepietje als het mijne is geen partij voor welke vogel dan ook….

Die avond slaap ik in met een gevoel van tekort schieten. Op het verkeerde moment op de verkeerde plek zijn. Ik hoop maar dat het een oude vrijgezelle vreemde vogel was. Enigszins suïcidaal indien mogelijk. Misschien is het beestje me in dat geval wel dankbaar voor deze grove vorm van euthanasie……

 

 

Adem is bewustzijn, onze ademhaling is een heilig voertuig: Het voert ons terug naar huis. Ons eigen heilige huisje. Veilig opgeborgen in onze borstkas…….

front-Gautama

Na een paar dagen in het klooster kom ik langzamerhand in een ander ritme. Ik sta steeds vroeger op, maar lig ook veel eerder dan normaal in bed. Na tien uur ’s avonds is hier sowieso niets meer te beleven. Alle dames liggen in hun tentjes en kamers te ronken. Hier en daar wordt een compleet bos omgezaagd.

Mijn achterbuurvrouw spant wat dat betreft de kroon. Ondanks haar dagdagelijkse inzet voor milieuorganisaties elimineert ze ’s nachts met enige regelmaat een flink tropisch regenwoud. Niet met opzet overigens. Gewoon ontspannen ademend in haar slaap……

Ademen is een belangrijk topic in de kloostergemeenschap. Er wordt veel aandacht besteed aan dit fenomeen. De eerste 21 dagen retraite. die ik ooit bij Thich Nath Hanh deed ging over de Anapanasati Soetra, ofwel de Soetra over bewuste ademhaling. Door bewuste adem te halen kun je verlicht raken! Jawel!

‘Elke keer als je adem haalt kom je thuis bij jezelf,’ krijg ik keer op keer te horen. Al jaren. Toch dringt het nu pas goed tot me door: Je kunt je ademhaling gebruiken om telkens terug te keren naar je innerlijke woning, je eigen heilige ruimte.

Het afgelopen jaar is die ruimte verwoest. Iemand heeft alle heilige heksenhuisjes aan gort gestampt, mijn goddelijke adem in mijn keel doen stokken.  Ja, er is grondig op mijn hart getrapt! Mijn ademtochten bleven steken in eindeloos gesnik zonder me naar huis te voeren. Mijn verwoeste thuisbasis. Vergeten hoe er te komen. Sowieso weinig zin om daar te zijn…..

Maar hoe wonderlijk! In Plumvillage liggen genoeg liefdevolle voetstappen om me te inspireren. Het is 1 en al heilige ruimte wat de klok slaat! En als de klok slaat staan we allemaal stil, letterlijk, alsof we betoverd zijn. Als er ergens ook maar een ienieminie belletje klinkt keert de hele goegemeente terug naar zijn of haar ademhaling. Ofwel naar huis.

Na een paar dagen voel ik het restant ellende uit mijn buik verdwijnen. Het hoort er niet meer thuis. Precies een jaar geleden stortte mijn wereld in. En nu exact een jaar later blijk ik er gewoon nog te zijn. Mijn heilige hart blijkt nog te kloppen. Er is een prachtige wereld om in te ademen en te leven. Met liefdevolle mensen van vlees en bloed. Bewust ademend.  Dagelijks terugkerend naar huis.

 

 

Leef je nog Heks?  Ja. Maar langzaam. Adem in, adem uit. Morgen is er weer even dag!

  
De eerste keer dat ik een maand in Plumvillage verbleef, nu precies tien jaar geleden, nam ik uiterst fanatiek deel aan het programma. Ik stond om vier uur op. Zat om vijf uur te mediteren . Om zeven uur was ik alweer present voor de dharmatalk van Thich Nath Hanh. Ik stond eindeloos in de rij voor mijn ontbijtje. Daarna ging ik mee met de wandelmeditatie. En ik deed ook braaf mee aan allerlei klusjes…..

 

  

Door de grote hoeveelheden natriumglutamnaat in het eten sliep ik helemaal niet ’s nachts. Ik gebruikte nog geen LDN, dus ik pikte alle rondwarende retraitevirissen mee. …-

Natuurlijk was ik volledig gesloopt na drie weken. Ik ben ongeveer een jaar bezig geweest om weer bij te komen. De keren daarop nam ik flink gas terug. Na mijn auto-ongeluk werd het een compleet ander verhaal. Een jaar erna ging ik weer naar Plum, met whiplash en al, maar mijn verblijf in een simpele tent op een dun matrasje was duidelijk te hoog gegrepen. 

Sindsdien kampeer ik in vol ornaat. Een compleet hemelbed staat achter in mijn tent. Als een prinses op de erwt lig ik op een stuk of drie matrassen en een stretcher. Bedolven onder een stapel dekens. Mijn hoofd rust op mijn geliefde boekweitkussen. 

Ook volg ik een verlicht programma. De ochtend meditatie sla ik vaak over. Liever kom ik aan voldoende uren slaap. Ik ontbijt lekker in mijn tent met glutenvrije spulletjes. Ik rijd niet mee met een bus, noch wandel ik drie kwartier tegen een berg op. Nee. Ik rijd lekker in mijn gele gevaar van hot naar haar. Onderweg pik ik Vietnamese zustertjes op. Of een wandelaar met kramp in de kuiten. Dankbaar nestelen ze zich op de achterbank van mijn parkietje. 

–  
In de namiddag doe ik mee aan het dharmadelen in mijn familie, maar daarna eet ik in mijn tent. Als er geen darmengedeel is, eet ik met mijn familie. ’s Avonds poets ik de plaat. Maar niet altijd. Soms zit ik toch weer vooraan bij een of andere presentatie.

En raad eens? Ik voel me veel beter. Relaxed in plaats van opgejaagd. Uitgerust in plaats van gestrest. Het is natuurlijk te gek voor woorden dat je burn out raakt van een retraite in een klooster. Dat gaat me niet meer gebeuren. Nu zit ik bijvoorbeeld lekker in het mannenklooster. Ik heb hier gegeten. Het eten is veel beter te verteren voor Heks bij de monniken. Niet bomvol soja. Dus stomweg lekkerder……

  

I have arrived, I am home: Na woeste reis door kletsnat Frankrijk komt Heks eindelijk aan in Plumvillage. Tot grote verrassing van mijn non-vriendin…….

 
Na een woeste heenreis van hot naar haar door overstroomd Frankrijk, kom ik donderdagavond dan eindelijk aan in Plumvillage. Om exact zes uur, precies op tijd voor het avondeten. Ik ga op zoek naar mijn vriendin, de Nederlandse non. Ik wil bij haar in de Nederlandse ‘familie’. ‘Er is dit jaar geen Hollandse groep. We zijn verdeeld over andere families. Zuster Lan heeft wel een groep: met mensen van over de hele wereld,’ vertelt een oude bekende me bij het begroeten. 

Omdat ik mezelf nog niet heb aangemeld, op een enkel mailtje na, besluit ik mezelf in te delen bij mijn geliefde zuster. Al snel ben ik er achter waar ze uithangt. 

‘Nou ja,’ roept ze blij verrast, ‘Kijk nu toch eens!’ We vliegen elkaar om de hals. ‘Je stond helemaal niet op de lijst’ stralend staat ze me te bekijken. Het is alweer twee jaar geleden, dat we elkaar voor het laatst zagen…..

  
Even later word ik voorgesteld aan mijn retraite-familie. We eten gezamenlijk. Daarna ga ik op zoek naar een goede plek voor mijn tent. De eerste optie keur ik af. Ik ga niet weer drie weken in de volle zo’n staan. Ver van het toiletgebouw. Stel dat we weer een hittegolf krijgen zoals twee jaar terug. Toen al mijn medicatie dagelijks werd gekookt……

Ik vind een plek tegenover een faciliteitengebouw. Onder de bomen, nabij de hut, die ik wil gebruiken als tijdelijk atelier. En bovendien pal naast een pad waar ik met de auto kan komen. Dus geen gedoe met kruiwagens vol bagage over hobbelig terrein, hulp vragen enzovoort. Kortom ideaal. Het veld is bestemd voor stafleden alsmede single women staat expliciet geschreven op een bord. ‘Hier achter is nog een veld, maar dat is zo doorweekt, daar zou ik niet gaan staan,’ adviseert een staflid me. 

  
Net als ik mijn spullen uit de auto heb gegooid komt er een ander staflid zich tegen me aan bemoeien. Het kan niet, eigenlijk dan, want er is gisteren iets besloten, min of meer, bladiebla. Ik ken het fenomeen, het geëmmer over dit soort futiliteiten, waar ik altijd tegenaan loop zodra ik hier ben. 

De een vindt dit, de ander dat. Iedereen wil dat je luistert natuurlijk. Heks wordt altijd verkeerd ingeschat. Niemand gelooft op het eerste gezicht dat ik een hopeloos lijf heb……

‘Ik heb van zeker zes anderen gehoord dat ik hier kan staan. Het is ideaal voor me. Vlak bij de toiletten. In de schaduw. Mijn spullen liggen er al, dus ik ga hier gewoon staan,’ zeg ik vriendelijk. Ze trekt een zuur gezicht en na vier dagen doet ze dat nog steeds als ze me tegenkomt. Het zei zo. Ik ga me niet meer verdedigen. 

Mijn kampeerplek is fantastisch, het is me en zuur gezicht waard. 

I have arrived , I am home.

Die nacht lig ik op mijn riante veldbed te creperen van de pijn, dat dan weer wel natuurlijk. Mijn god. Wat heeft mijn lijf een klap gehad van de voorbereidingen en de rampenreis. Maar ik ben er. Halleluja. Amen. 

    

Tegenslag mag. Maar niet elke dag. Het heeft ook positieve kanten: Het leven is uiteindelijk toch 1 groot avontuur. Vraag maar aan Harlekijntje…..

  
Tegenslag heeft ook zo zijn positieve kanten. Als alles van een leien dakje loopt maak je beduidend minder mee. Vorige week ben ik compleet opgetuigd op weg naar een ravissant feestje, als de demper van mijn uitlaat de geest geeft. Klonkklonkklonk hoor ik, net wanneer ik de snelweg verlaten heb. Op zich al een godswonder, dat het ding gewacht heeft met eraf vallen totdat de kust veilig was. Een ongeluk zit in een klein hoekje en ik heb niet graag de dood van een motorrijder op mijn geweten om maar iets te noemen…..

Een knetterend lawaai begeleidt dit voorval. Heks zet de auto aan de kant. Ik ga de ANWB maar bellen. Op vijf minuten rijden van mijn feestje anderhalf uur wachten is natuurlijk balen. Achter me stopt een auto. Een knappe kerel stapt uit. ‘Je uitlaat ligt eraf. Althans, je demper. Je gaat zeker de ANWB bellen?’ 

‘Niet doen! Zit je anderhalf uur te wachten en dan trekken ze die demper eraf en zeggen rijdt maar naar de garage…. Of naar huis. Ik ben monteur, ik kan het ook eventjes voor je doen. Kun je gewoon lekker naar je feestje.’ Hij lacht me vriendelijk toe. Vervolgens trekt hij die vermaledijde demper eraf en ik vervolg knetterend mijn weg. ’s Avonds rijd ik in een oorverdovende herrie naar huis. Het feestje is leuk. ‘Ik had die jongen mee moeten vragen als bedankje,’ bedenk ik me later, ‘was vast heel gezellig geweest.’

  
Met een gereanimeerde auto rijd ik gisteren het land uit. Heks gaat een kleine maand in retraite in Plumvillage. De laatste weken stonden in het teken van regelen, regelen, regelen. En nu is alles geregeld. Er wordt op mijn huis en op mijn dierentuin gepast. Varkentje is onder de pannen. Het avontuur lokt.
Het lokt nogal hard blijkt. Als ik uitgekacheld van de voorbereidingen de stad uit rijd kan ik nog niet vermoeden wat er allemaal boven mijn hoofd hangt.


Het eerste gedeelte van de reis verloopt voorspoedig. Wel traag, want ik kruip als een slak om Rotterdam en Antwerpen heen. Het is druk op de weg. In Noord Frankrijk kan ik eindelijk een beetje vaart maken. Bij Parijs geef ik mijn TomTom de opdracht om de Boulevard Periferique te vermijden. En daar begint de ellende. De vervangende route is afgesloten. Ik rijdt een paar uur van hot naar haar door deze metropool. Overal staan borden dat ik er niet door kan. ‘Wat een waanzin om op zoveel plekken aan de weg te werken ,’ denk ik bij mezelf. Die domme Fransen ook. 

Uiteindelijk lukt het me om de stad aan de goede kant te verlaten. Op zich best een pretatie, want later blijkt er een noodtoestand te zijn afgekondigd….. Het is vreselijk weer. De regen komt met bakken van de hemel…

Ik kom op een louche Route Nationale terecht vol kuilen en met nauwelijks zichtbare markering. De weg draait , stijgt en daalt en ik heb maar een paar meter zicht. Ik ga een hotel zoeken, besluit ik. Ik stop bij een verlaten benzinestation en ga aan de slag met mijn booking.com app. Om te ontdekken dat niets werkt. Ik krijg internet niet aan de praat. 
  
Als ik doorrijd  kom ik toch op de péage. Mooi zo. Ik geef gas en hoop ergens onderweg een stom goedkoop hotel tegen te komen. Plotseling is de weg afgesloten. Voor ik het weet ben ik noodgedwongen op weg naar Nantes! Ik wil niet naar Bretagne. Bij de eerste beste afslag ga ik van de weg af. Ik beland in een soort vrachtwagendorp. Allemaal kolossen staan te wachten. Waarop?

Nadat ik driehonderd rondjes rondom een rotonde heb gereden ontdek ik een gewone parkeerplaats. Ik kan geen kant op. Het is beestachtig weer. Ik besluit hier dan maar te overnachten. Ik mis mijn hondje. Met hem erbij voel ik me gewoon een stuk veiliger. Maar goed. Ik hang gele dekens voor de ramen. Een zonnescherm sluit de voorruit af voor nieuwsgierige blikken. Ik wikkel me in een paar dekens, zoek mijn kussen op, neem een oogbadje. Ja echt. Je moet toch wat bij wijze van sanitair ritueel. Met moeite sukkel ik in een soort halfslaap

Soms staan er mensen een tijdje naast me te telefoneren en te schreeuwen. Ik ben niet de enige die is gestrand. Maar het grootste deel van de nacht is de plek godverlaten. Om een uurtje of zes houd ik het voor gezien. Ik ga weer rijden. Ik moet eerst maar eens ontdekken hoe ik in godsnaam in Orléans kom.
Via de Route Nationale kom ik een aardig end, maar opeens staat alles vast. Echt muurvast. Na een uur is er nog geen enkele beweging waarneembaar. Intussen heb ik vernomen dat ik in een natuurramp ben beland. Half Frankrijk staat onder water. Het is een wonder, dat ik het zo’n end geschopt heb met mijn kuikentje.

  
Ik ontsnap uit de file en besluit op de bonnefooi op zoek te gaan naar iets groters dan een boerengat. Dat valt nog niet mee. Veel wegen zijn afgesloten. Toch vind ik een klein stadje met een kroeg en een bakker. De bakkersvrouw is zeer kordaat. ‘Madame heeft in haar auto geslapen,’ roept ze naar haar man, ‘waar is dat adres van die gite?’ Ze belt met een boer uit de omgeving, die kamers verhuurt. Er is nog iets vrij. ‘En leg jij haar eens even uit hoe ze er moet komen,’ commandeert ze haar echtgenoot.


Intussen legt ze verrukkelijk aardbeientaartjes in de vitrine, door manlief zelf gebakken. Wat jammer dat Heks het niet mag eten. Het water loopt me in de mond. Een kopje koffie zou ook erg welkom zijn. En ergens een plasje doen…….


Even later ben ik weer op weg. Ik heb hier niets aan mijn TomTom. De straat kent ie niet. De bakker heeft echter een geweldige kaart getekent. Een kwartiertje later heb ik het adres gevonden. Ik wordd allerhartelijkst verwelkomt door de boer. Zijn vrouw zit vast in Orléans. Een vriend komt ook logeren , want zijn huis is ondergelopen. 

‘Wil je een lekker ontbijtje?’ De man zet koffie, schenk jus d’orange in, zet jam op tafel en yoghurt. Heks eet wat van haar eigen smerige glutenvrije brood met de zalige eigengemaakte confiture. Intussen klets de boer honderduit. Het is een knappe en charmante kerel. Hij is hier geboren en getogen op deze prachtige boerderij.


Niet veel later lig ik in een warm bad. Ik slaap de gehele verdere dag, afgewisseld met het lezen in Harlekijntje. De avond voor vertrek kreeg ik de complete serie cadeau van Kras. We blijken allebie als kind idolaat te zijn geweest van deze boeken geschreven door Josephine Sieb. ‘Harlekijntje is een heerlijke ADHDer,’ volgens mijn vriendin. 


Morgen ga ik weer op pad. De vrouw van de boer weet een goeie sluiproute, die nog open is. Ze is er net via teruggekeerd op de boerdeij. Vanaf Orléans schijnt de péage weer operationeel te zijn. Op hoop van zegen dan maar. Als het morgen niet lukt, rijd ik door naar Spanje……..

  
 

Zelfmoordpil voor als je niet meer wil. Beschikbaar voor iedereen? Of voor mensen boven de 18? Of vanaf 80 jaar? In de aanbieding bij het Kruidvat? Gewoon online te bestellen? Vragen, vragen……. Of moet je het leven maar verdragen?

Vanmorgen ontwaak ik voor de televisie. Het journaal schudt me pas echt goed wakker.  De Coöperatie Laatste Wil en de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) bepleiten om een zelfmoordpil op de markt te brengen. Iedereen die niet in aanmerking komt voor euthanasie kan dan gewoon het heft in eigen hand nemen. Toe maar.

Een proef met mensen vanaf 18 jaar wordt de politiek dan weer te gortig. Maar met mensen vanaf 80 is misschien wel een goed idee. De politiek in de vorm van Pia Dijkstra van D66 komt komt nog dit jaar met een wetsvoorstel dat het senioren mogelijk moet maken hun leven te beëindigen als ze er zelf helemaal klaar mee zijn en er echt niets meer van kunnen verwachten.

Opeens ben ik klaarwakker. Mijn ogen puilen uit mijn kop van nijd. ‘Gdvrdmm’, grom ik binnensmonds. Wat is dit nu weer voor’n idioot gedoe? Boven de 80 ben je blijkbaar niet meer zoveel waard. Belachelijk! Mijn moedertje is 80: Haar broze leven is hartstikke kostbaar!

Heks is tegen de zelfmoordpil. Ik begrijp dat er behoefte aan is. Ikzelf heb ook regelmatig gewenst uit mijn lijden verlost te worden. Als ik weer eens een jaartje of wat doodziek in bed lag. Zonder dat iemand het in de gaten had. In het tijdperk voor LDN. Of als ik weer eens werd uitgemolken en uitgekotst door een narcistische vriend, vriendin, geliefde of wat dan ook. En daarbij dan ook nog eens in bed lag te rotten. Die combinatie is dodelijk kan ik je vertellen, alleen je gaat er niet dood aan…..

Maar goed. Toch ben ik er tegen. Terwijl tegelijkertijd ik ook vind dat je mensen met die problematiek niet kunt laten barsten. Tevens weet ik dat de regelgeving rondom euthanasie erop neerkomt dat je je lijden louter verkort, als je toch al op sterven na dood bent. Alle andere gevallen komen niet in aanmerking. Dus ben je net als Heks eindeloos ziek, maar je gaat er niet aan dood: Jammer dan.

Nu worden ME-patiënten natuurlijk helemaal niet geholpen in Nederland. Zogenaamd stellen we ons aan. We moeten vooral sporten terwijl het niet gaat: Om conditie op te bouwen! Vanuit die hopeloze niet werkende levensgevaarlijke cognitieve braaktherapie. Een lekkere chemokuur waar in Noorwegen 70% door geneest krijgen we niet. Ik heb er graag een kaal bolletje voor over om mijn leven terug te krijgen. Maar nee. Zoek het maar uit.

Bij mij in de kerk heeft een aantal jaar geleden een ME-patiënte zich van het leven beroofd. Ze kon de uitzichtloosheid van haar lijden niet meer aan. Iedereen schrok zich een ongeluk. Jeetje, wat verschrikkelijk. En daar bleef het bij. Nooit meer iets over gehoord.

Stel je voor dat die zelfmoordpil er komt. Voor iedereen en alle leeftijden…… Er komt een run op, let op mijn woorden! Door ME-patiënten. Een sukkeldrafjesrun. Door uitgeputte mensen. Die eigenlijk te moe zijn om em in te nemen.

Maar Heks hoeft zo’n pil niet. Ik wil leven. Ook al doet het pijn.

Vanmorgen wandel ik langs de Singel. Het druilt van de regen. Het is guur en koud. Ysbrandt vindt het ook maar zozo. Toch breekt de zon door in mijn hart. Straalt er warmte uit mijn ogen. Kan iedereen weer op mijn glimlach rekenen.

Na een jaar depressie als gevolg van narcistische mishandeling begin ik weer te leven. Ik heb geen haast meer. De ongedurigheid is voorbij. Het schelden is verstomd. Ik ben precies waar ik moet wezen. Hier in dit lastige prachtige lijf. In mijn mooie waardevolle amoebe-leventje.

Psychiater en publicist Bram Bakker: Zelfmoordpil

Over de lobby voor een levensbeëindigende pil bij psychisch lijden en de tegenargumenten daarvoor