Heilige Geest en in kalfstongen spreken? Niets raars aan. Maar hoed je voor de Geilige Geest en internetporno. Is die geest uit de fles dan is ruggenmerg verweking de minste van je zorgen…..

Zondag ga ik naar de kerk. Ik ben er wekenlang niet geweest. Geen energie. Te depri of grieperig. Hond ziek, Heks ziek. Hittegolf…… Of ik kreeg mezelf niet in de tweede versnelling, nodig om op tijd ter plekke te geraken.

De preek gaat over Pinksteren. Het spreken in tongen, hetgeen ik als kind maar smerig vond, -het deed me denken aan de grote gebraden kalfstong op een schaal tijdens het zondagse diner frivool bewegend in gelovige kelen,- maar niet ongewoon.

De Heilige Geest was voor mij een vertrouwd soort vriend in de vorm van een vurige vogel, die op je hoofd ging zitten bij tijd en wijle. Waardoor je in kalfstongen ging spreken. De Geilige Geest kende ik nog niet, noch de plek waar die graag ging zitten, noch de impact van deze duivelse tegenhanger op het functioneren van de hersenpan der mensheid.

Ik zag de afgelopen week een shockerende documentaire over het effect van porno op onze hersenen. Met name het onaffe puberbrein is gevoelig voor deformatie door een teveel aan waardeloze seksbeelden. Je ruggenmerg verweekt er dan niet van maar het scheelt niet veel! Er raakt wel degelijk zenuwweefsel beschadigd: Adolescenten zijn in no time verslaafd! Veel jongemannen zijn voor hun twintigste al voor hun leven verpest op het gebied van seks.

Alleen jongemannen? Heks ziet ook documentatie over aan porno verslaafde vrouwen, maar het komt veel minder voor. Wellicht omdat vrouwen van oudsher niet zo vatbaar zijn voor beelden. Wij houden van een goed verhaal, hetgeen je zelden tegenkomt in de porno-industrie…….

Afgetrokken en sufgerukt is hun heilige tuin nog onverkend. Ze kennen alleen het korte verslavende neurologische traject naar ontlading, niet de vreugde van de ontmoeting met een medemens. Nooit zullen ze de zoete extase smaken van ware verbinding. Maar ja, wat kan het hen schelen. Wijven pakken en zoveel mogelijk als een konijn overal opspringen is hun credo. Een normale relatie kunnen ze niet aan….. Ze hebben geen idee wat dat is.

Zulke types maken alles wat mooi is kapot. Ze raggen jouw heilige tuin aan gort als ze er zelf wat bevrediging uit kunnen peuren. Je lichaam is een object geworden voor andermans bevrediging. Jouw features functioneren in andermans fantasie. Jijzelf als mens doet er niet toe. Geen zak. Geen bal.

Een door porno gedeformeerd brein is echt geen pretje in je bedje. Goddank stamt Heks van voor het computertijdperk. Mijn leeftijdgenoten zijn nog opgegroeid met de Panorama en de Lach. Of de Chick. Onschuldig vermaak vergeleken met de extreme psychopathische sekshandelingen waar het internet je op trakteert als je het woord porno intoetst.

In de documentaire zie je hoe hele jonge kinderen met een beetje pech online de meest vreselijke beelden te zien kunnen krijgen. Er is geen filter ter wereld dat alles eruit vist……

In de kerk zie ik mijn oude vrienden Jip en Janneke. Ik heb hen al sinds kerst nauwelijks getroffen. Als ik aanwezig was waren zij er niet en vice versa. ‘Ik was in de lappenmand,’ zegt Jip. We zitten grapjes te maken tegen elkaar. Onze manier om met de slagen van het leven om te gaan.

Later praat ik met een vriendinnetje van me, die twee zware kankeraanvallen heeft overleefd onlangs. Dat ze nog leeft is een wonder. ‘Accepteer het geschenk, dat is wat ik vanbinnen hoor, Heks, het geschenk der genezing,’ vertrouwt ze me toe, ‘Maar dat is moeilijk hoor, ik ben dankbaar en blij, maar volledig accepteren dat ik weer helemaal beter ben?’

Ja, als je lichaam je zo in de steek laat ben je wel eventjes bezig om er weer vertrouwen in te krijgen. Voor de deur van de kerk praten we verder.

We krijgen gezelschap van een koorgenoot van Heks. Ze  vertelt trots over haar geliefde mega eega. Hij heeft onlangs een lintje gekregen! ‘Ik heb een geweldige lieve man, daar heb ik hem op uitgezocht. Zijn karakter, zo geweldig! Ik heb zelf een lastige achtergrond. Toen ik hem ontmoette wist ik direct: Die man moet ik hebben!’

‘Een moeilijke jeugd veroorzaakt vaak ziekte op jonge leeftijd,’ beweert mijn recent genezen vriendinnetje, ‘Dat hebben ze in een groot wetenschappelijk onderzoek ontdekt, dus misschien heb jij jouw moeilijke achtergrond op die manier gecompenseerd!’ We schieten in de lach. Fantastisch toch?

‘Wat ik wel heel naar vind is dat zo’n jeugd je blijft achtervolgen. Ik ben nu ruim de zestig gepasseerd, maat ik kan er bij tijd en wijle toch nog enorm veel last van hebben. Dat gaat helaas nooit over… Ondanks mijn geweldige man!’

Sommige mensen compenseren niet. Die zoeken gewoon iemand uit als partner, die de hel van hun jeugd doet herleven. Is dat dom? Is het onwetendheid? Zijn de hersens niet anders gewend? Verslaafd aan slaag en scheldpartijen? Als porno je brein kan veranderen en je leven nooit meer iets wordt daardoor, waarom zou slaag en vernedering niet een vergelijkbaar effect kunnen hebben?

Het is uit en te na onderzocht natuurlijk: Schadelijke ouders. Er is alleen nog geen medicijn tegen ontdekt. Ook bestaan er geen afkickklinieken om hen uit je systeem te krijgen. Ze zijn alomtegenwoordig in je kinderwereldweb. En ook later in je geïnternaliseerde spinnekoppenversie hiervan. Je kunt ze nu eenmaal niet wegfilteren of blokkeren……

Blonde aap heeft mensen lief zonder condoom in een grote kooi op televisie. De natte droom van menig gemankeerd dorpspastoor of domineeszoon. Absurde verhalen van Grunberg vermaken me tijdens mijn minivakantie op Aloha Beach. Alias het balkon van Huize Heks.

De afgelopen dagen houdt ik vakantie in eigen huis. Ik geniet van het heerlijke weer. ’s Middags lig ik in mijn hangmat. Ik heb een ouderwetse leesaanval. Ik jas er een paar boeken doorheen. Plotseling vind ik een boek van Arnon Grunberg in de boekenkast. Apocalyps. O ja, gekregen van een ex. Geen idee waarom ook alweer.

‘Zo gek, Frogs, die krentenkakker gaf nooit zomaar iets. Ik kan de presentjes op de vinger van 1 hand tellen ongeveer. Maar hiervan kan ik me totaal niet herinneren wat er achter zat. Iets goed maken? Verjaardag? Sinterklaas? Nee. Maar er staat wel een verhaal in, dat eventueel op mij kan slaan nu ik erover nadenk. Het heet “De blonde aap” Fantastisch geschreven overigens. Een volstrekt idiote geschiedenis.’

Heks houdt wel van Grunberg. De man kan schrijven. Hij legt weinig uit, wel zo prettig. En hij is wars van gemoraliseer. Heerlijk. Wel observeert hij scherp en genadeloos. Hij was mijns inziens op jonge leeftijd al een bepaald punt voorbij, dat nodig is om echt vrij te kunnen schrijven. Het punt van rekening houden met de gevoelens van degenen over wie je schrijft…… Pleasen lijkt niet bepaald zijn werkwijze.

Ik vermoed dat veel mensen hem niet aardig vinden en dat hem dat een worst is. Maar ik kan me vergissen natuurlijk.

Het verhaal gaat over een vrouw, die na een leven van stiekem huilen, eetclubjes en fietsclubjes een dodelijk saaie autobiografie schrijft. En hoe ze uiteindelijk van iedereen wil houden. Juist van de mensen waar niemand om geeft. Een soort iedereen is mijn partnergedoe, zoals Heks dat aanhangt, maar dan extremer.

Zij gaat ook daadwerkelijk met al die verschoppelingen de liefde bedrijven. Of wat daarvoor doorgaat. Zonder condoom omdat ze de werkelijkheid geen geweld aan wil doen. In haar eigen televisieshow. Opgesloten in een grote kooi…..

Het wordt haar dood, want de monstermensen die ze liefheeft vreten haar langzaam op….. Ze zijn wel dankbaar en blij overigens. Sommigen ervaren voor het eerst liefde in hun  armzalige leven. Een enkeling kan voor het eerst gebruik maken van zijn armetierige geslacht. Haar offer wordt zeker gewaardeerd binnen de waan van de dag.

De blonde aap wil dat alles echt is. We zijn het contact met de werkelijkheid verloren in haar optiek. Ook in die thematiek herken ik me. Real people. Zoals Hawaiianen dat fenomeen noemen. Gefascineerd lees ik verder. Af en toe lig ik onder de tafel van het lachen. Het is ook grappig. En absurd.

Mocht ik het boek gekregen hebben om me op de kast te jagen, dan moet ik de gulle gever teleurstellen. Ik lach me een ongeluk om het verhaal. Maar ja, de analogie tussen Heks en de blonde aap gaat maar ten dele op. Mij krijg je met geen stok in een kooi en al helemaal niet op televisie. Ook condoomloze seks met Jan en Alleman is uitgesloten. Laat staan dat ik mezelf laat opvreten…..

Of is het een sleutelroman/verhaal?

Hoewel? Dat laatste is wel min of meer gebeurd. Alleen heette het niet opvreten maar uitvreten……

‘De werkelijkheid is vaak absurder dan wat je maar kunt verzinnen. Dat is me al vaak opgevallen. Het zijn rare verhalen, die Grunberg vertelt, maar kijk om je heen, ik zie wel gekkere dingen…… En minder lachwekkend helaas,’ oreer ik tegen mijn kikkervriend. Hij is een beetje nieuwsgierig geworden naar het boek. ‘Het heet Apocalyps. Je mag het wel lenen, als ik het uit heb.’ Ik leen zelden meer boeken uit. Het zijn vrienden van me en ik mis ze als  ze er niet zijn. Ook heb ik er al teveel nooit meer terug gekregen. Maar Frogsie is een uitzondering.

Stilte voor of na de storm? In het oog van de orkaan is het ook stil. Je kunt ook stil zijn terwijl je toch spreekt. Andersom zie je vaker: Een kakofonie aan onrustige gedachtes zodra je eindelijk eens je mond dicht houdt…..

De laatste tijd heb ik vooral behoefte aan stilte. Niet dat ik dan zelf zo stil ben. Regelmatig heb ik last van mijn tijdelijke Gilles de la Tourette. Ik scheld en scheld. Machteloze woede. De stilte heb ik nodig om die nijd te kunnen omarmen. Omvatten. Mijn kop er omheen te kunnen vouwen. Te laten uitrazen…..

Maar met enige regelmaat is het ook echt stil van binnen. Het inwendige geschreeuw houdt op. Soms pruttel ik nog een paar uur zachtjes na. Om uiteindelijk in een staat van genade te belanden. Waar helemaal niets is. Geen boosheid, maar ook geen vreugde. Alleen het gevoel er te zijn. En dat dat goed is, ondanks wat dan ook.

Gisterenavond zie ik een dame op televisie. Mirjam van der Vegt. Ze geeft ons een nachtzoen, althans, dat is het format van het programma. Deze zachte vrouw vertelt ons over stilte. Wat het voor haar betekent: De drie treden naar stilte vanuit de Benedictijnse kloostertraditie. Ze werkt ook met mensen aan stil worden:

Een persoonlijk stiltetraject in fases:
De eerste trede – herademen: VERKENNEN
De tweede trede – struikeling: VERDIEPEN & VERBINDEN
De derde trede – innerlijke vrede: VERBINDEN & VERANKEREN

Gisteren tijdens de koorrepetitie moeten we steeds wachten tot de andere stemmen hun partij hebben ingestudeerd. Snel zoek ik Plumvillage op op mijn Iphone. Er is weer een 21 dagen retraite in juni! Oh, wat wil ik er graag heen. Natuurlijk zal Thay ons niet meer toespreken. Dat gaan de Dharma teachers doen.

Ik ging in feite altijd alleen maar voor mijn leraar. Wat al zijn leerlingen beweren interesseerde me nooit een biet. Sommigen van hen verdacht ik van een levensgroot ego. En ik denk dat ik daar gelijk in heb. Niemand kan in zijn buurt komen……

Toch voel ik zo’n sterk verlangen om te gaan. Om me onder te dompelen in de stilte. Om al mijn oude vrienden en vriendinnen te zien. Van over de gehele wereld. Om me verbonden te voelen met de Sangha. Zelfs om me dood te ergeren aan allerlei mafketels, die je daar ook in grote getale tegenkomt. Zoals in elk spiritueel centrum waar ook ter wereld. De zoekenden en verdwaalden. De shoppers en grasshoppers. En een incidentele heks.

‘Heks ik ergerde me de eerste keren dat ik hier was ook altijd groen en geel aan dat schijnheilige gedoe van sommige lieden,’ mijn Canadese vriendinnetje heeft daar na haar derde retraite  geen last meer van, ‘Ik ben me gewoon gaan realiseren dat zij ook maar simpelweg aan het oefenen zijn. Net als ik.’

Stil worden, ik ben ermee bezig. Volgens mij bevind ik me in de fase van het struikelen. Het gevecht. Het op mijn plaat gaan. En weer opstaan.

Ik ken het gevoel bemind te worden. Ik heb het goddelijke vaak mogen ervaren. Het is niet iets fantastisch met tromgeroffel en trompetgeschal. In die zin valt het een beetje tegen. Geen bijbelse engelenkoren komen eraan te pas. Het is als liggen in het gras. Elk sprietje voelen. En ook de bomen en de wolken. Alles lijkt ook licht te geven. Verlichting is eigenlijk heel gewoon. In Plumvillage is een non verlicht geraakt terwijl ze op het toilet zat…….,

Stil worden versus schelden. Intenties zijn leuk, maar zelfs goed bedoeld pakt niet altijd goed uit. Kwade intenties transformeren je echter zonder meer tot creep.

Stilte voor de storm, stille wateren hebben diepe gronden, spreken is zilver, maar zwijgen is goud. Horen, zien en…? Van oudsher heeft de mens veel waarde gehecht aan het houden van je kakel. Maar ook aan het tegenovergestelde: In den beginne was het Woord. Het Woord was zelfs God….

Zorgvuldig spreken. Het komt er niet altijd van. Hele periodes gaat het vrij aardig en dan opeens maak ik verbaal gehakt van mijn nietsvermoedende medemens. De aanleiding kan reuze triviaal zijn.

Als een dikke constipatieve drol de weg verstoppen door veertig te rijden op een provinciale weg bijvoorbeeld. Terwijl ik juist last heb van nodeloze haastige spoed. Je kunt vrij straffeloos schelden in een auto met de ramen dicht. Nu het echter zomer wordt moet ik op gaan passen. Ik wil niet dat iemand mijn scheldkanonades hoort. Groot kans dat er dan een keertje iemand uit zijn auto stapt om me te lijf te gaan….

Zit je dan alleen maar te schelden tegenwoordig, Heks? Komt er nooit meer iets aardigs uit je slokker? Welnee. Er komen met enige regelmaat toch reuze vriendelijke dingen uit mijn keelgat. Het is zeker geen open riool. Maar ik heb zelf last van mijn gescheld. Het ontregelt me. Ik kan er niet achter staan en toch moet het er uit. Mijn hart een moordkuil is al helemaal geen optie.

‘Ik stuur het naar ‘de planeet Scheld’, vertrouw ik Steenvrouw toe als ze op de koffie komt. Ze moet er om lachen. ‘Ik wil het gewoon niet naar al die eikels en dozen sturen waar ik zo kwaad op ben. Het is uiteindelijk energie. Hele negatieve ook nog eens. Maar ja, eigenlijk verdienen ze het wel om eens een koekje van eigen deeg te krijgen.’

‘Je intenties zijn heel belangrijk heb ik ontdekt. En die komen bij je terug uiteindelijk. Waren ze slecht, dan ben je alsnog zelf de lul. Goeie intenties verwarmen je als een duffelse jas. Creepy intenties transformeren je rücksichtslos in een engerd. Daar helpt geen moedertjelief aan.’

 

 

Een nieuwe lente en een nieuw geluid? Ik ben blij dat er weer eens iemand naar me fluit! Heks wandelt met Varkentje door bloeiende Leidse Hout. Kippenpootjes en vreemde studies. Kinderlijke verwondering en je bent nooit te oud om iets te leren.

Vanavond wandel ik met Ysbrandt door het Leidse Hout. Het is verrukkelijk weer. Zacht en zwoel. Het bos staat in bloei. Moedertje Natuur in haar bruidskleed. De daslook, het fluitenkruid, verschillende bomen en heesters: Een witte bloemenvloed. Varkentje loopt er decoratief doorheen te snuffelen.

Traag treuzel ik langs de paden. Ik heb mijn fototoestel bij me en zet de telelens erop. Het begint al een beetje te schemeren, maar daar is mijn camera op berekend: Schemerstand uit de losse hand. Het is rustig in het bos, maar niet verlaten. Hier en daar lopen mensen te wandelen. De bankjes zijn zonder uitzondering bezet. Zelfs de elfenbankjes.

‘Wat een heerlijk weer, hè,’ ik begin een praatje met een olijke man. Hij staat de lege schaapskooi te bestuderen. Binnen de kortste keren hebben we een heel leuk gesprek over fotografie en camera’s. Zijn dochter heeft deze hobby. En de vader zit in het drukkersvak. Wat grappig toch weer, zo’n ontmoeting. Het lijkt op de tijd dat iedereen mijn partner was.  Die tijd voor de ontdekking van het fenomeen narcisme.

Als ik doorloop kom ik een man tegen met een klein wit hondje. Hij draagt het in zijn armen. ‘Ze heeft het warm,’ verklaart hij, ‘Ik wilde eigenlijk naar het strand gaan, maar het was al wat laat. Nou, als ik in de auto was gestapt was ik er al lang geweest.’ Hij lacht. ‘Maar hier is het ook niet verkeerd, ik heb net een gebraden kippenpootje gehad van die jongemannen daar. Ze hebben over, jij krijgt er vast ook eentje!’

Hout28

Iets verderop staat een picknicktafel volgeladen met etenswaren en drankjes. Er zitten vier jongens omheen. Ze lachen en praten. ‘Zal ik een foto van jullie maken?’ Dat mag. Maar dan moet ik wel een paar kippenpoten opeten.

‘Kom er bij zitten, wil je iets drinken?’ Een grappige gast met een hoge kuif is duidelijk de gangmaker. Hij maakt grapjes op het flirterige af: Een rascharmeur! Maar ook de andere jongens laten zich niet onbetuigd. Er vliegen wat vragen over en weer. De knapperd naast me studeert politieke geografie. Huh? Nog nooit van gehoord. Weer iets geleerd vandaag. Een heel interessant vakgebied volgens mij!

‘Wilt u ook een sigaret?’ Welja, waarom niet. Tevreden lurk ik aan een zware Marlboro. Zwabberig sta ik op. Helemaal licht in het hoofd. Het lijkt wel een toversigaretje.

Bij de pomp was ik mijn handen. Ze zitten helemaal onder de kippenkluivensmurrie. Ysbrandt heeft meegenoten van het diner. Hij is vooral gek op stukjes kraakbeen…

‘Veel plezier!’ roep ik naar mijn gastheren, ‘Bedankt voor de gastvrijheid!’ ‘We gaan je blog lezen, Heks, is dit em?’ Ik staar op het display van een telefoon. ‘Recepten van de Toverheks’ staat er. Ja. Verrek. Ze hebben em in de gauwigheid alweer gevonden. Midden in het bos.

Zo loop ik licht in mijn hoofd het laatste stuk richting uitgang. Het Hout is vergeven van de zoete bloesemgeuren. Ik begin weer lekker in mijn vel te zitten. Dat merk ik aan de enthousiaste reacties van al mijn partners. Ja, want narcisten en psychopaten ten spijt ga ik toch terug naar mijn oude overtuiging.

Dat als je liefde en compassie kunt genereren iedereen je partner is. Je hoeft er niet mee bevriend te zijn. En al zeker niet iedereen in huis te halen. En in die hele moeilijke gevallen van narcisme of psychopathie is veel afstand het beste. Misschien zelfs een straatverbod……

Maar je kunt om niemand heen. Uiteindelijk.

Interbeing noemt Thich Nath Hanh dat. We zijn niets zonder de ander. Of zoals ze het in het Taoïsme zeggen: De vogel wordt gevlogen (IPV de vogel is gevlogen…. 🙂 of de vogel vliegt), de vis wordt gezwommen. ….

‘Verboden te huilen, verboden te kniezen, verboden je goede humeur te verliezen….’ schreef mijn vader in mijn poëziealbum . Niet dat hij zich er altijd aan hield, maar het is een goed streven. Heks wil niet als zuurpruim door het leven. Werk aan de winkel dus!

‘Zo Heks, je lijf voelt veel beter aan dan pakweg zes weken geleden,’ tevreden kijkt mijn fysiotherapeute me aan. Ze heeft me net weer grondig gemarteld. ‘Met name je onderrug zit in de lift. Er zit weer wat beweging in die plank…. ‘ Mooi zo. Blijkbaar begint die bijna chronische stress uit mijn lijf te trekken.

Recente ontwikkelingen alsmede het mooie weer hebben een heilzaam effect. Ik krijg weer zin in het leven. ’s Avonds loop ik langs het strand te flaneren. Ik pik weer eens een terrasje mee. En ik kan weer schateren zonder spierpijn te krijgen wegens gebrek aan training der lachspieren.

Nu zie ik ook wel de noodzaak van deze ontwikkeling in. Ik wil geen verbitterd oud wijf worden. Die zijn er al genoeg. Menopauzale monsters met een door hormonale insufficiëntie veroorzaakte zuurpruim in plaats van vagina tussen de benen. Gisteren heb ik het met twee van zulke types aan de stok gehad. Ik hoefde er niet eens iets voor te doen!

De eerste pruim beloert me geruime tijd terwijl ik wat kruidenplantjes uitzoek bij de bloemist. Ik heb mijn fiets achter de veilingkar geplaatst. In de schaduw, zodat Varkentje het niet te warm krijgt. Hij zit eraan vastgebonden… Voorzichtig pak ik de mooiste exemplaren eruit. Het mens blijft loeren.

Zou zij soms die kruidenplantjes willen hebben? Nou ja, er staan er nog genoeg. Maar nee, ze pakt een grote paarse petunia. Kleurt precies bij haar samengeknepen pruimenmondje. Zo mondje, zo kontje….

Tot mijn verbazing begint het secreet tegen me aan te prossen. Ze gaat zo dicht op me staan dat het onaangenaam wordt. ‘Ga nu eens weg,’ zegt ze uiteindelijk, terwijl ik geen kant op kan. Klem tussen de veilingkar, mijn fiets en die taart. ‘Laat mij er nu eens bij, zet die fiets weg,’ commandeert de sergeant-majoor van lik m’n vestje en dan m’n oor. Vast moeder geweest van een groot gezin: Kan niet anders dan commanderen en is gewend haar zin te krijgen.

Het valt me nog mee dat ik geen oplawaai krijg tijdens 1 van haar charges. Als een tank rolt ze af en aan, terwijl ik mezelf uit mijn benarde positie verlos. Zwijgend verplaats ik mijn fiets een meter. Nu zit Varkentje in de zon.

Overdreven foute reactie van het klotewijf verder vertrekt ze abrupt met haar petunia. Geen idee waarom ik nu eigenlijk mijn fiets moest verplaatsen behalve dan om haar haar zin te geven. Ze heeft de kruidenplanten geen blik waardig gekeurd……

‘Wat een raar mens,’ zeg ik tegen de verkoper. Hij werpt me een berustende blik toe. Blij dat dat lastige wijf is opgehoepeld. ‘Reis je wel eens met de trein?’ Hij geeft me een paar bonnenboekjes vol voordeelcoupons mee. Als goedmakertje denk ik.

Even later heb ik weer beet met een secreet. Ik ga mijn Havermikske ophalen in de biowinkel. Er komt een vrouw binnen met een Vietnamese hoed op haar knoestige kop. ‘Wat een mooie hoed, mevrouw,’ complimenteer ik haar, ‘Bent u soms in Plumvillage geweest?’

Het mens kijkt me nijdig aan. ‘Iedereen heeft maar commentaar op die hoed, belachelijk, mensen zijn niks gewend. Leiden is toch zo’n stomme stad. Je zou denken dat men hier wel iets kan hebben, maar nee. Ik heb zonneallergie, daarom draag ik die hoed.’

Pissig gaat ze achter me in de rij staan. Ik kijk in haar chagrijnige rotkop onder die prachtige hoed. Mijn ‘Ik heb ook zo’n hoed, ze zijn geweldig, iedereen in Plumvillage loopt ermee op zijn kop,’ maakt geen indruk.

Mijn verhaal is aan dovemansoren besteed. Plumvillage interesseert haar niet. Ze heeft geen idee waar ik het over heb en dat wil ze graag zo houden. ‘Ik heb niets met trends,’ zegt ze beledigend. Ok dan.  Je kunt het krijgen zoals je het hebben wilt. Stom stuk verdriet.

‘Plumvillage is geen trend, het bestaat al zeker veertig jaar. En Boeddhisme is al helemaal geen trend te noemen,’ zeg ik bits. Ik draai me om en laat haar in haar zurige maandverbandensopje gaar koken. Wat een hopeloze taart. Zo wil ik niet worden!

De dames achter de kassa grijnzen me meelevend toe. Zij worden ook niet vrolijk van deze vreemde walgvogel. Ze negeren de hoed. Een gewaarschuwd mens telt voor twee…..

Weg met mijn eigen innerlijke zuurpruim. Overlevende uit het land der duisternis. Ik  heb besloten weer eens wat leuke dingen te gaan doen. Eerst ga ik een keertje uit met een hele leuke man. Dat zit al een tijdje in de pen, maar het kwam er maar niet van. Gewoon voor de gein. Wat positieve aandacht voor de verandering.

Ook ga ik wat nieuwe initiatieven ontplooien. Wat verse uitdagingen om het leven weer spannend te maken. Alles om niet te verzuren; De zoetheid van het bestaan opzoeken om niet te verbitteren.

Laat alle zuurpruimen en bitterkoekjes maar de Rambam krijgen. Ik fluit mijn eigen  liedje. Een nieuwe lente en een nieuwe geluid!

 

 

Eten uit een Klikobak, smullen in de Vlikobak: Hele volksstammen duiken dagelijks vrijwillig in het afval op zoek naar een maaltijd, de zogeheten dumpster divers. Maar een hoogbejaarde man hoort daar niet thuis volgens Heks. Zo’n oude hongerige baas roerend in het vuilnis wordt me toch te gek.

Vanmorgen staat de zwerver weer uit de Vlikobak van het hotel tegenover mijn huis te eten. Althans, hij is op zoek. Helaas is het ding vrij onlangs geleegd. Na wat nutteloos gegraai in de leegte geeft hij het teleurgesteld op. Heks hangt intussen uit het raam. Ik heb net een flinke pan pittige paprikasoep gekookt. Misschien lust deze Oost-Europees ogende oude man er wel een grote kop van.

Ja, graag. Zijn bleke blauwe ogen lichten op. Even later serveer ik mijn brouwsel met een glutenvrije boterham erbij. In de gevel van mijn huis is een bankje ingemetseld. Daar zet ik het dienblad op. ‘Ik kom zo terug, eet smakelijk!’ de man verstaat prima Nederlands. Hij valt al staande aan op de soep. Voorovergebogen staat hij te genieten.

Mijn hulp kijkt eventjes later uit het raam. Ze wijst op een paar ranzige roddeltantes. ‘Kijk eens naar die rare taarten, hoe ze naar die man kijken, vol afschuw en afkeuring,’ verontwaardigd kijkt ze me aan, ‘Ze staan hem gewoon openlijk te bespreken! Wat heb ik daar toch een hekel aan, dat eeuwige oordelen.  Alleen maar omdat hij daar een beetje raar een kop soep staat te eten, bah.’

De opgedirkte keurige ‘tante Betjes’ verdwijnen uit zicht. Hun poepbruine decolletés puilen aan alle kanten uit hun te kleine wit met gouden truttentruitjes. Hun geblondeerde getoupeerde haren als een vlag op een strontschuit boven hen uittorenend. Ja, sneu als je zo in elkaar steekt, maar bepaald niet uitzonderlijk…..

Even later zit ik weer beneden bij mijn zwerver. ‘Mijn buurman moet een nieuwe dak op zijn huis. Maar hij heeft er geen geld voor over. Het kost maar 10.000 euro!’ begint de oude baas. Buurman? Huis? Het is helemaal geen zwerver! De man kletst intussen vrolijk verder. Hij vindt iets verskrikkulluk. Krijg nou wat, bespeur ik daar een Katwijks accent? Niks Oost Europa!

Nu is Katwijk niet te vergelijken met enige andere gemeente in Nederland, zelfs hun taal heeft een totaal andere oorsprong en ontwikkeling dan de rest van ons kikkerlandje. Door dit fenomeen gecombineerd met de van oudsher grote mate van inteelt in deze van origine geïsoleerde kustplaats zou je inderdaad toch kunnen spreken van een geheel andere bevolkingsgroep…..

Mijn nieuwsgierigheid is natuurlijk gewekt. Waarom eet deze lieve zachte oude Kattukker uit de vuilnisbak? Als je 10.000 euro niet veel geld vindt kun je toch wel wat uitgeven aan een fatsoenlijke maaltijd?

‘Mijn zuster heeft Alzheimer, ze zit in Overduin,’ langzamerhand vallen er wat puzzelstukje in elkaar. De zus kookte natuurlijk. En nu niet meer. ‘Ik ben al 45 jaar alleen,’ vervolgt hij. Vanaf zijn 33e dus reken ik snel uit. Misschien jong weduwnaar geworden? Of zijn zijn ouders toen overleden en schoten hij en zijn zuster over?

De rest van de familie is dood hoor ik vervolgens. Vroeger waren de meeste Katwijkse gezinnen behoorlijk groot. Niet leuk om als enige over te blijven. Waarschijnlijk kan hij helemaal niet koken. Soms zijn mensen ook te krenterig om geld uit te geven aan ‘tafeltje dek je’.

Mijn vriend Jip werkt voor die organisatie. In Katwijk! Dagelijks brengt hij een keur aan bejaarden een uitstekende maaltijd. Heks kan het niet eten, want het is vergeven van de gluten, lactose, soja en conserveringsmiddelen. Maar normale mensen hebben daar ogenschijnlijk geen last van.

Mijn nieuwe bejaarde vriend zit lekker te smikkelen van een witlofsalade met mandarijntjes en appel. Heerlijk aangemaakt met citroenolijfolie. Jammie. Zo vind je ze niet in de Kliko van het hotel. Hun eten zou ik zelfs niet wegkrijgen als ik het aan tafeltje in hun louche restaurant geserveerd krijg. Met een miljoen euro bonus.

‘Bedankt,’ zegt de oude baas bij het afscheid. Tot de volgende keer maar weer. Want die komt er vast. Hij staat met enige regelmaat op zijn fragiele vogelkop in het afval. Ik heb hem ook wel eens een paar euro toegestopt voor een kopje koffie. Wonderlijk, wonderlijk, deze man. Misschien behoort hij tot een nieuwe groep bejaarden: Zwervende ouderen, zoals in Roemenië.

De zorg is hier uiteindelijk ook niet meer wat het geweest is. Als zo’n lieve en vriendelijke man zo gemakkelijk tussen de mazen van het zorgnet valt, is hij vast niet de enige. Lang leve onze kutregering. en vooral ook: Lang leve alle rechtse eikels die die regering in het zadel hebben geholpen…..

Maar ja, het kan altijd erger. In Amerika stevenen ze af op een narcist als president: Donald Trump, enger dan eng, een braakmiddel van een man, is de enige echte kandidaat voor de republikeinen. Een dieptepunt voor dat land. Je mag toch maar hopen dat die volgevreten varkenskop het niet gaat halen. Trump president? Dan zijn de rapen gaar…….

Dumpster Diving in Nederland.

 

 

 

Koude koningsdag begint helemaal verkeerd. Heks heeft al een kater voordat ze ook maar één biertje gedronken heeft. Gelukkig trek ik bij. Ik eindig zowaar blij. Door zware mallemolens en frivool noorderlicht!

De nacht voor koningsdag hang ik met mijn kop boven het watercloset. Oh, oh, wat ben ik beroerd. Mijn hele verteringssysteem keert zich binnenstebuiten. Keert zich tegen me. En dat voor de vrouw die nooit over haar nek ging!

Zeker dertig, veertig jaar kwam het er nauwelijks van. Ik kon zuipen als een tempelier en tegelijkertijd in brakke bootjes over woeste baren varen, terwijl iedereen om mee heen rollend in zijn eigen kots lag te braken: Ik had nergens last van.

Sinds mijn whiplash is dat anders.

Op de feestdag zelf heb ik afgesproken met Frogs voor een lekkere brunch. Meuh. We verplaatsen het tijdstip naar straks en later. We skippen de brunch. Uiteindelijk lopen we dan toch de stad in. Om de hoek van de steeg staan allemaal kraampjes. Ik heb eerder tijdens mijn hondenronde al een paar kleine kroonluchters en een theeservies gescoord. Voor een habbekrats.

We slenteren langs de stalletjes. Mijn Afghaanse stenenman staat er met een overvolle kraam. ‘Ik heb wel wat voor je, maar niet bij me. Op 5 mei kom ik weer,’ zegt hij nadat ik zijn uitstalling heb geïnspecteerd zonder iets van mijn gading te vinden. Er liggen alleen maar goedkopere sierraden gezet met veelvoorkomende kristallen. Hij kent mijn liefde voor een echte goeie steen. En hij heeft iets in gedachten….

Vorig jaar bracht hij vuuropalen mee op bevrijdingsdag. En een grote boulderopaal gevat in ijzersteen….. Die zijn behoorlijk tekeer gegaan in mijn leven…. Jaren geleden leverde hij me mijn trouwring voor mijn huwelijk met mezelf. Een edelopaal met veel vuur. Ja, Heks houdt echt van opaal, de baby onder de kristallen….. Benieuwd wat hij nu weer voor me in petto heeft.

‘Ik wil nog eventjes naar een ketting kijken bij een paar hele leuke dames. Het zijn aurora borealis stenen. Kristallen met een speciale metaallaag. Ooit ontwikkeld door Swarovski. Ze lijken een beetje op Rijnstenen. Prachtig. Komt uit Amerika, jaren vijftig…!’

Frogs kijkt me wazig aan. Waar heb ik het over? Even later staan we voor een kraam gevuld met antieke sierraden en oude hoedjes. Ik pak het beoogde halssierraad van een kleine buste en hang het om mijn nek. ‘Maak eens dicht, Frogsie,’ commandeer ik mijn verschrikte kikkervriend. Al zijn vermogens tot fijne motoriek moeten eraan geloven. Geconcentreerd staat hij te prutsen. Het is ook nog eens een raar haaksysteem….

Heks begint te giechelen, maar uiteindelijk hangt het collier om mijn hals. Prachtig! Verrukt staar ik in de kleine spiegel naar mijn opgetogen gezicht met daaronder een waterval aan schittering: Werkelijk schitterend!

Ik doe goede zaken met de dames. Ze vertellen me over de geschiedenis van deze ketting en pakken em intussen mooi in. In een prachtig oud doosje zie ik later. Wat een toewijding!

Bij een ander kraampje zie ik een porseleinen popje. Piepklein. ‘Wat kost dat poppetje?’ vraag ik aan de verkoper. Frogs vindt het maar raar. Wat moet je nu met zo’n popje? ‘Ik wilde gewoon weten wat zoiets kost, Frogs. Ik heb precies zo’n ding op mijn godinnenaltaar staan. Gekocht voor een kwartje in de kringloop. En het is dus gewoon 20 euro waard. Grappig toch?’

Akka Brinkman (links) van Antiek en Curiosa, akkabrinkman@hotmail.com, 06-10581000

Ja, Heks heeft een neus voor kwaliteit. Laat haar over een rommelmarkt lopen en ze vist er met haar bionisch oog alle spullen van waarde uit. Het heeft iets met aandacht te maken. Alles wat mooi is, is ontstaan in aandacht. En dat zie je aan iets af. Dat geeft het intrinsieke waarde, ongeacht wat het is en waar het voor bedoeld is.

Zo koop ik tot slot een Turks koffiemolentje. Een prachtig aandachtig gebrouwen apparaat. ‘Leuk om mee te nemen als ik ga kamperen,’ roep ik enthousiast. Ik zie mezelf al in een tent zitten met dat gekke loodzware koperen ding. ‘Je kunt er ook een goeie klap mee uitdelen,’ vervolg ik. Ik kijk teveel enge moordprogramma’s tegenwoordig. Maar het is waar. Een oplawaai van deze mallemolen overleef je waarschijnlijk niet….

We eindigen in de WW. Onze geliefde stamkroeg van honderd jaar geleden. We komen oude vrienden tegen. Sommigen half vergaan door alcoholmisbruik en andere slechte gewoontes, anderen verdriedubbeld in de breedte in de vorm van een valhelm.  Maar toch nog even lief en aardig als altijd.

‘Het leven is niet eerlijk, Frogs. De leukste mensen gaan er helemaal naar de kloten door.’

Opeens zie ik een oude thuishulp van me. Een stevige dame met prachtig rood haar. Ze speelt in een heel leuk bandje herinner ik me. Ze heeft een geinig vriendje, waarmee ze een biertje deelt. Ik zie hen duidelijk genieten van de muziek, elkaar, hun vriendenkring. We maken een kort praatje, want we mogen elkaar heel graag!

Later thuis kook ik een kippensoepje. Frogs wandelt met het hondje. Precies op het moment dat hij mijn huis weer binnenstapt is de soep klaar. Hij wordt natuurlijk niet zo heet gegeten als hij wordt opgediend, maar het scheelt niet veel.

‘MMMMMmmmmmmmmm…. Heks, wat is dit lekker!’ Mijn kikkervriend zit te knorren van geluk. En het is waar. Dit soepje kan een dode tot leven wekken. Tevreden lepel ik mijn bordje leeg. Om mijn nek hangt het noorderlicht. Tegenover me zit een liefhebbende kikkervriend. Aan mijn voeten ligt een dwaas varkentje met een lampenkap op zijn kop. Ik ben helemaal gelukkig en tevree. En dat is ook wel eens fijn voor de verandering.

IMG_3208

‘Fake relationships, fake fights’, volgens één van de vroegere deelnemers aan ‘The Hills’: voor elk wat wils. Heks kijkt uit pure verveling uren en uren naar dit realitysoapachtige gegluur bij vrienden en buren.

 

Zaterdag lig ik bewegingloos in bed voor de televisie. Rillerig en koud. Murw van al het doorworstelde verdriet. Ja. Heks had een goeie dip vorige week. Viraal geïnitieerd weliswaar. Maar toch, leuk is anders.

Ik kijk naar ‘The Hills‘. Een stompzinnige realitysoap van MTV. Jaren geleden heb ik ook eens een aantal episodes gezien. Toen werd de ‘hoofdrol’ ingevuld door een chique sloerieachtige kroegtijger. Eerdere jaargangen, -het is ongelofelijk, maar dit programma heeft jarenlang gelopen-, draaiden grotendeels om een keurig welopgevoed tutje, Lauren, en haar suffe opgepoetste vriendinnen. Boeiend van saaiheid.

Lauren en Heidi

Alle in de waargebeurde serie voorkomende mensen hebben geld in hun pocket. Veel geld. Je ziet ze zelden echt hard werken, maar toch wonen ze in enorme huizen met zwembaden. Net als hun ouders. Elke avond gaan ze uit eten, er wordt nooit gekookt.

Daarna hangen ze rond in dure en ongezellige clubs. Regelmatig ontstaan daar onder invloed van drank en drugs de raarste situaties. Je ziet echter nooit iemand drinken of snuiven. Ze worden high van elkaar lijkt wel…..

De mannelijke acteuters scoren zonder uitzondering hoog op de narcistische meelat. Leuke mannen komen zelden in beeld. De op zich knappe edoch boerende, rochelende en ongewassen foute vriend van één van de dames echter wel. Met enige regelmaat boert hij een compleet alfabet recht in de camera, terwijl hij intussen verveeld in zijn ongewassen dreadlocks krabt. Gelukkig worden we niet olfactorisch door hem gemarteld, het is goddank televisie…..

Eén stel, de Speidi’s,  springt met kop en schouders boven het graaiveld uit. Huppelkutje Heidie en haar hele foute man Spencer. Laatstgenoemde is toch wel zo’n engerd. Hij zou zo de hoofdrol kunnen spelen in de eerste beste griezelfilm over het leven van een psychopaat. Hij hoeft dan slechts zichzelf te zijn…. Met groeiende verbazing zie ik hoe hij opereert.

Verbazing? Ja, het verbijstert me hoezeer zulke mensen volgens bepaalde narcistische wetmatigheden te werk gaan zonder dat iemand het in de gaten heeft. Behalve degene die door dit schadelijke gedrag wordt getroffen. In dit geval de hartsvriendin van Huppelkutje, de oersaaie Lauren.

Alle in de man aanwezige haat projecteert hij op het arme mutsje. Hij verspreidt roddels over haar werk in de porno industrie. Zij zou een sekstape hebben verspreid van zichzelf en haar ex. Dit preutse meisje. Wars van lichamelijkheden….. Echt geloofwaardig ook.

Zijn vriendin zet onmiddellijke een paar stevige oogkleppen op. Ze kiest voor haar man. Intussen is ze boos op haar boezemvriendin. Waarom doet ze toch zo moeilijk? Deze prinses op de erwt is zo gewend haar zin te krijgen, dat ze er maar niet bij kan dat het en keertje niet lukt.

Eigenlijk is ze een prima match voor die narcist. Na een aantal afleveringen heb ik geen medelijden meer met haar. In wat voor’n wereld leeft die vrouw? Het is gewoon een vuile bitch!

Maar goed. Evenzogoed kijk ik de hele zaterdag naar afleveringen over dit oppervlakkige vriendenclubje. Ik denk aan al mijn eigen voorbije vriendenclubjes. Het zijn vaak tijdelijke aangelegenheden. Veel water bij de wijn. Een paar mensen die de groep dragen. Een hoop meelopers en een paar narcisten. Leve de lol zolang het gezellig is. Als het leuk is is het leuk. Maar als de nood aan de man is zijn ze er niet bij!

Maar ja. Het is voor de meeste mensen zo: Goede vrienden zijn vaak maar op 1 hand te tellen. Als je aan 1 hand niet genoeg aan hebt zoals Heks mag je van geluk  spreken!