Super VikThor ‘Vlekje’ van de Hazelberg!

DSC04815

De laatste loodjes met Ysbrandt wogen zwaar. Toch waren ook die moeilijke uren heel bijzonder, ik had ze voor geen goud willen missen!

Vorige week vrijdag ga ik met Ysbrandt en buurman op stap. Ys’ grote vriend, de enorme Duitse herder van mijn buurman laten we maar thuis, want mijn oude hondje is uiterst kwetsbaar geworden.

Vlak voordat we het huis verlaten zie ik dat mijn kanjer bloed plast. O jee, een blaasontsteking vrees ik. Niet best. Op ons gemak tuffen we naar het Valkenburgse meertje. We genieten van een heerlijk uurtje in de zon. Buurman en Heks maken voortdurend absurde grappen zoals gewoonlijk.

Ysbrandt wil een balletje. We spelen met mijn oude makker. Een man komt langs met een prachtige zwart-witte  Springer Spaniël, een jonge vitale versie van mijn hondje. De viervoetige heren snuffelen aan elkaar. Wij maken een praatje met de eigenaar.

Op de terugweg gaan we langs de dierenarts. Ysbrandt piest in de wachtkamer, een geluk bij een ongeluk: Een poepzakje om zijn piemeltje tijdens ons uitje mocht niet baten. Hij vertikte het gewoonweg om er in te plassen. Gelijk heeft ‘ie! Snel zuig ik een beetje urine op met een pipet. De dokter onderzoekt het monster en ontdekt inderdaad een blaasontsteking.

Er gaat een flink shot antibiotica in. Ik krijg een kuur mee voor een week. ‘Ik weet niet of hij dat gaat redden. Zijn buikje is zo dik en opgezet. Hij ademt zo snel en oppervlakkig de laatste dagen en nachten. Ik geef hem zoveel plaspilletjes en nog hoor ik hem reutelen…..’ Bovendien zie ik de Demodex rond zijn oogjes opkomen. Met een beetje pech wordt mijn mooie ventje ook nog kaal.

‘Ik heb dit weekend dienst, je kunt me altijd bellen,’ zegt de dierenarts, een schat van een dame. Ze ziet ook wel dat het niet meevalt voor mijn kereltje. ‘Morgen zijn we gewoon open tot 2 uur. Dan kun je altijd even langskomen…’

Eenmaal thuis geef ik de beestjes eten. Voor Ysbrandt maak ik een heerlijke bak rauw vlees met extra Carnitine, Taurine, Alpha Liponzuur en CoQ10 om zijn hartje te ondersteunen. Een beetje glucosamine en chondroitine  moet zijn spieren en gewrichten soepel houden. Tot slot gooi ik er een paar kippennekken bij.

Enthousiast staat mijn ventje zijn bak leeg te schrapen. De kippennekken sleept hij mee zijn bench in. Krakend maakt hij ze soldaat. Mijn zieke hondje eet aanmerkelijk beter dan zijn Vrouw. Ik krijg al dagen geen hap door mijn keel……

Later die avond bel ik de buurman. Ik ben een beetje in paniek. Ys eet dan nog wel goed, maar daar is alles mee gezegd. Het beestje is doodziek. Ik ben als de dood dat zijn nieren het opgeven. ‘Ik leg de telefoon naast mijn bed, Heks, als het nodig is ga ik met je mee naar de dierenarts…’

De hele nacht loop ik te spoken. Met enige regelmaat piest mijn ventje een chemisch geurend bloedspoor door het huis. Ik dweil het op en spreek hem bemoedigend toe. ‘Geeft niks, schat, kijk maar, alweer opgeruimd…’

Midden in de nacht zit ik bij hem. Ik kijk hem recht aan. ‘No coming, no going,’ fluister ik, ‘Jij zit in mijn hart en ik in het jouwe. Altijd. Dat zal niet veranderen, lieverd.’ Hij lijkt me te begrijpen. Doordringend kijkt hij terug. De schat.

IMG_8918

‘Er komt een moment dat je weet dat het zover is, Heks,’ zei mijn vriendin, de vrouw van de acupuncturist afgelopen week. Zij is ervaringsdeskundige op dit gebied. ‘Het is een hele moeilijke beslissing, maar je weet wanneer het zover is. Daar moet je op vertrouwen.’

Het is zover.

De volgende ochtend lopen we een rondje door de wijk. Mijn ventje wil perse het hele rondje lopen. Het gaat erg langzaam. Hierna eet hij zijn bak niet meer leeg. Halverwege houdt hij het voor gezien. Ook laat hij een pensstaafje liggen. Dat is nog nooit gebeurd….

Ik bel de buurman, ik bel de dierenarts. ‘Ik zal het heel cru zeggen, mevrouw Heks, u kunt beter een week te vroeg de stekker eruit trekken dan een dag te laat. Beestjes met deze indicatie sterven een vreselijke ellendige natuurlijke dood, want ze stikken. U bent heel verstandig.’

Om half twee kunnen we terecht……

Om kwart voor 1 belt buurman aan. We stoppen mijn kereltje in de auto. Onderweg laten we hem nog eventjes lopen in een park. Hij draait nog een laatste drolletje. Hij rolt nog een laatste keertje door het gras. Op weg naar de kliniek maken we zoals gewoonlijk gruwelijke grappen. Eerst verkoop buurman een hoop onzin en dan Heks.

‘Ik kwam tijdens mijn zoektocht naar een geschikt crematorium een verhaal tegen over een dierenarts die zijn vriendin vermoordde. Daarna heeft hij haar in stukken gehakt en bij verschillende dierencrematoria aangeboden…..’ We zitten enorm te lachen als we de straat in rijden. Ys kijkt vergenoegd. We zijn gelukkig allemaal ontspannen. Ondanks de dodelijke stress…..

In de wachtkamer van de dokter krijgt Varkentje nog wat ham van van der Zon. Hij vindt het heerlijk natuurlijk. Als we aan de beurt zijn geef ik hem nog een heleboel lekkertjes. Hij krijgt een prikje om rustig te worden. Nog meer lekkertjes….. Totdat hij te duf is om te kauwen.

‘Vaak zakken hondjes met deze ernstige problematiek op zo’n eerste prik al helemaal weg. Groot kans dat er verder niets nodig is…’ De dierenarts spreekt me bemoedigend toe.

Ys loopt naar de deur. Hij wil naar huis. Ik loods hem weer de spreekkamer in. De dokter geeft hem nog maar een tweede prikje. Mijn ventje blijft stokstijf voor de Vrouw staan. Niet veel later staat hij enorm te hijgen. Verdorie. Nu heeft hij het toch benauwd. Net als ik me daar enorm zorgen over maak, gaat hij eindelijk liggen. Hij zakt in slaap.

YSBRANDT13

Toch zijn er twee dodelijke giftig blauwe injecties nodig voordat hij gaat. Hij wil niet weg. Nog bijna een uur ligt hij zachtjes te ademen. Pas na de vierde prik geeft hij het op. ‘Als u hem niet geholpen had, was het waarschijnlijk echt een drama geworden. Dit hondje is zo taai. Hij zou tot de laatste snik hebben volgehouden voor de baas. U heeft een goed besluit genomen. Ik werk overigens niet mee aan zoiets als ik het er niet mee eens ben….’

Mijn mannetje ligt zo vredig te ‘slapen’. Zijn mooie zachte achter oortjes uitgewaaierd over de vloer. Zo laat ik hem achter.

In de auto brul ik het uit. Buurman zit ook te snikken. We pakken elkaar beet.

In Huize Heks nemen we een goeie borrel. ‘Weet je wat ik toch zo vreemd vond, Buurman,’ giebel ik, ‘De dierenarts ging voor elke dodelijke prik de huid van Ysbrandt desinfecteren….. Zodat hij geen infectie krijgt…..’ We liggen dubbel.

De hele middag praten we over het gebeurde. Over onze hondjes. We bellen uitgebreid met Frogs, zo ver weg in Portugal. Oh wat misen we hem vandaag! Ik steek een kaarsje aan voor mijn hondenengeltje.

YSBRANDT14

Hij heeft nu vrede. Zijn zieke lichaampje is weer gezond en mooi en jong. Hij springt weer een meter in de lucht. Hij kan zijn bek weer openen, zijn tong weer uitsteken. Weer gapen….. Hij kan weer rennen en zwemmen. Daar in de mooie hondenhemel. Waar allemaal oude vrienden hem begroeten.

Het is vreselijk ellendig dat Ysbrandt niet langer hier is, maar ik voel me gek genoeg ook opgelucht en gelukkig. En trots. Trots op ons, we hebben het samen toch maar geklaard!

Ons leven samen is 1 grote liefdesgeschiedenis. Vanaf dag 1 tot aan nu. Elke dag van elkaar gehouden. Iedere dag samen genoten. Mijn rouw om Ysbrandt wordt gekleurd door al deze gouden ervaringen samen.

We wonen altijd in elkaars hart, mijn lieve hondje en ik…..

 

 

Heks heeft weer een hondje! Even voorstellen: VikThor ‘Vlekje’ van de Hazelberg. Geboren op 18 juni 2016. Waardig opvolger van zijn grote broer Ysbrandt.

Deze foto stond op internet

VikThor: Overwinnaar en dondergod. Alias Donar. Zijn runeteken, de donderbezem kom je nog wel eens op gevels tegen. Een donderbezem? Een viervoeter met zo’n naam is werkelijk een perfect hondje voor een heks……

VikThor is geboren in de voortreffelijke Kennel van de Hazelberg te  Heeswijk-Dinther in Brabant. Hij heeft maar liefst negen boertjes en zusjes. Allemaal gefokt voor de jacht. Echte werkhondjes….

VikThor met zijn nieuwe suikeroompie  ome Frogs!

 

Sterven, het waanzinnige afscheid: In memoriam Ysbrandt.

Afgelopen zaterdag is Ysbrandt vredig ingeslapen. Zijn mooie hondenleven is ten einde. Hij is vertrokken naar de eeuwige jachtvelden, ideaal natuurlijk voor een jachthond.

We missen hem verschrikkelijk. Het huis is zo leeg en stil.

Toch ben ik ook blij. We hebben het samen volbracht. Zijn lijdensweg is ten einde. Hij heeft nu rust.

Rust in vrede, lief Varkentje. Je leeft voort in mijn hart.

Thich Nhat Hanh: No coming, no going….

“No coming, no going, no after, no before.
I hold you close to me. I release you to be so free.
Because I am in you and you are in me,
because I am in you and you are in me.”

‘Partir c’est mourir un peu’.

Afscheid nemen doet pijn. Het is een beetje sterven.

De afgelopen week gaat het bergafwaarts met mijn hondje. Mijn kat Snuitje is ook nog eens zoek. Het wordt me teveel. Ik krijg het niet voor elkaar om ’s nachts overal te gaan roepen. Ook lukt het me niet om een tweede ronde te flyeren en posters op te hangen. Goddank krijg ik hulp!

Joy en haar lief komen me helpen. Heks drukt een hele berg flyers met een subliem goeie foto van mijn schatje erop. Vorige week op dinsdagavond komen mijn vrienden alles ophalen. Ze gaan al dit materiaal de komende week door omringende wijken verspreiden.

‘Willen jullie een glaasje wijn?’ vraag ik hoopvol nadat we de koffie ophebben. Natuurlijk. Gezellig. Ik geniet van het uurtje met dit onvolprezen stel kattenvrienden. Ysbrandt krijgt een lekkertje. Het lijkt allemaal gewoon en normaal vanavond……

Een dag later besluit ik naar het strand te gaan met mijn schatje. Dit nadat ik een dag eerder met de dierenarts heb gebeld, omdat mijn beestje het zo slecht had de nacht ervoor. Vandaag is het echter heerlijk zonnig edoch koel weer. Ik stop mijn varkentje in de auto en rijd rustig en voorzichtig  naar Noordwijk.

Op ons gemak sukkelen we het strand op. Mijn ventje wil een balletje. Hij rent er een paar keer op een soort van drafje achteraan door het verkoelende water. Dan komt hij naast me zitten in het rulle zand. Samen kijken we naar de zee. Hij steekt zijn grote neus in de wind en geniet van alle geuren.

Tot slot pakken we een terrasje. Ik bestel een frietje zoals altijd. En hij mag er ook een paar natuurlijk. Eerst sabbel ik het zout er grotendeels uit. Daarna stop ik er af en toe eentje in zijn lieve bekkie. Oh lieve god, wat houd ik toch veel van mijn kereltje….

Een dag later lopen we door het Leidse Hout. Dit bos waar we zoveel tijd samen hebben doorgebracht. Het is pisweer. Het bos is verlaten. Ik heb op buienradar gekeken naar een tijdstip zonder hoosbuien, dus we lopen redelijk droog. Ys loopt nog geen halve meter van mijn knieën. Af en toe piest hij of draait een lekker drolletje. Hij eet nog goed. Halleluja!

Het lijkt wel een wandelmeditatie in de traditie van Thich Nhat Hanh. Zo langzaam hebben we nog nooit samen gelopen. Rustig kachelen we een royale ronde. Tussendoor rusten we eventjes uit op een bankje.

De trappen op en af wordt steeds moeilijker. Mijn bikkel moet steeds dieper ademhalen voor hij er überhaupt aan begint. Daarom heb ik een nieuw spelelement toegevoegd: Iets lekkers! Het blijkt zo motiverend te werken, dat hij bijna de trap aflazert in zijn haast beneden te komen. Maar goed. Het leidt af van zijn moeite om dit klusje te klaren….

Ach beesie. We zitten in ons laatste stukje samen. Spoedig ga je naar de eeuwige jachtvelden. Vol konijnen, hazen en fazanten. Daar wachten allemaal oude hondenvrienden op je. En een incidentele vijand.

Vanmorgen wandelen we door de buurt. Bij de slager halen we een stukje worst. Bij de sigarenboer een snoepje. Ik verwen mijn ventje. Voornamelijk met gezonde dingen. Maar iets slechts moet ook maar kunnen. Ik stop er nog maar een plaspilletje in ….

Hond eet kattenvoer en moet het bezuren: Het is nu eenmaal niet ‘elke dag feest’! Voor Snuitje al helemaal niet. Zij zal ‘elke dag feest’ wel missen……

Vanmorgen staat mijn viervoeter weer enorm te hijgen. Hij moet vast nodig plassen. Ik sleur hem naar buiten voor alweer een tweede uitlaatronde, maar het gehijg houdt niet op. Wat gek. Wat is er gebeurd tussen zeven uur vanmorgen en nu? Op dat onzalige tijdstip heb ik hem ook al een keertje uitgelaten. Toen was hij nog zeer patent.

Als ik de keuken inloop gaat me een lichtje op. Meneer heeft de kattenkast met snoepjes opengebroken. De zak met pensstaven ligt leeg op de keukenvloer. Ook heeft hij een zakje ‘elke dag feest’ buitgemaakt. Het favoriete eten van mijn kattenkolonie. De snippers folie getuigen van een waar feestmaal. Bremzout weliswaar. Potverdorie.

Gisteren zoek ik op internet naar dieetrichtlijnen voor honden met hartfalen. Het laatste wat je ze moet geven is natuurlijk kattenvoer………. Ook zijn de meeste hondensnoepjes taboe, omdat ze vol zitten met suiker, zout en andere ellende. Rauw vlees lijkt me geen punt alsmede pensstaafjes. Daar bestaat zijn dieet toch al grotendeels uit, dat komt mooi uit.

Vandaag heb ik geen zin.  Ik  heb geen zin om op te staan. Ik heb geen zin om op te schieten, geen zin om me te haasten voor de kerk, geen zin om Snuitje weer te gaan zoeken. ‘Je zoekt het maar uit, rotpoesje,’ mopper ik in mezelf, ‘zomaar een beetje weglopen. Belachelijk natuurlijk. Je zult er wel achterkomen dat je het hier zo slecht nog niet hebt, benieuwd of je ‘elke dag feest’ krijgt daar waar je nu bent….’

Gisterenavond tegen half 1 belt een man me op. Eerst op mijn mobiel, ik grijp natuurlijk net mis, daarna op mijn vaste telefoon. ‘Ik loop hier in de steeg bij de padvinders en zie een cypers poesje zitten, heel aanhankelijk, vrij klein, wit befje…..’  Binnen een minuut sta ik buiten met een trui over mijn pyjama. Verwilderd ren ik door de steeg. De man staat me rustig op te wachten.

Achter een stapel hout zit een klein poesje. Hij rent op me af als ik hem roep. Het is een mij volstrekt onbekende kat, maar eventjes ben ik in de veronderstelling dat het Bolster is. De kleinzoon van oma Snuitje. Ook zo’n puntneus. Is die nu ook al ontsnapt?

Maar nee, het is een schatje van een katje, maar niet mijn schatje…. Nadat ik hem lekker heb geknuffeld, laat ik hem weer vrij….. Ik stuur de man een berichtje om hem te bedanken. De hele buurt is in touw. Mensen melden me dat ze hebben gezocht in schuurtjes en tuinen. Tevergeefs. Mijn kleine eigenwijze poesje blijft zoek.

Haar dochter Pippi is er ernstig door van slag. Ze scharrelt door het huis op zoek naar haar moeder. Regelmatig kijkt ze me zeer verontrust aan. ‘Waar is mijn mamaatje? Ik mis haar!’

Zo langzamerhand ben ik de wanhoop nabij. Misschien zie ik haar wel nooit meer terug. Het is zo’n schatje…. Wie weet heeft iemand zich mijn katje gewoon toegeëigend. Bah.

Vanbinnen blijft echter de overtuiging overeind dat ze terug komt. Op een dag. Hopelijk zeer binnenkort.

Mijn viervoetige vriend is zo ziek als een hond en hondsberoerd. Zelfs in dit hondenweer heeft hij nog last van de hitte. Heks maakt slapende hond wakker en gaat naar dierenarts.

Vorige week woensdag tijdens een laatste avondlijke zoekronde naar Snuitje is Ysbrandt niet vooruit te branden. Al dagen loopt hij extreem te puffen en te sukkelen: Het arme beest heeft last van de warmte. Nu is het echter goed afgekoeld. Ook miezert het een beetje. Ideaal voor oude hondjes!

Bezorgd neem ik waar dat hij alleen maar terug naar huis wil. Iedere stap is hem teveel. Eenmaal thuis zit hij zo te hijgen, dat ik er niet goed van word. Angstig kijkt hij me aan. Het arme beest krijgt nauwelijks lucht! Zijn bek houdt hij gek genoeg dicht. Ploffend beweegt hij met zijn opgetrokken wangetjes. Ook al zo’n vreemde ontwikkeling.

Mijn hondje is echt in paniek nu. Ik heb het idee, dat hij er gewoon in kan blijven! Het is zaak om hem kalm te krijgen. Terwijl ik hem voorzichtig neerleg en behandel met mijn gouden handjes voel ik hem rustiger worden. ‘Het komt goed schatje, morgen gaan we naar de dierenarts en ik ga niet weg zonder plaspillen.’

Al maanden heb ik het idee dat Ys last heeft van een lekkende hartklep. Hij heeft al jaren een hartruisje en ook is zijn gulle hondenhart een beetje vergroot. Daarnaast heeft hij vocht in de longen en een rare rochelhoest. ‘Het kan ook bronchitis zijn,’ aldus mijn dierenart, ‘Maak eerst maar eens een echo.’

De echo moest wachten, want de beoogde maker lag in het ziekenhuis. Daarna ben ik naar Frankrijk vertrokken. Daarna had ik geen geld meer. Mijn hondje ging weer helemaal goed. Misschien waren al die problemen gewoon naweeën van zijn castratie…..

Tot vorige week. Mijn schat lijkt er in te blijven. Heks schrikt zich een ongeluk. De volgende dag zit ik bij een invaller. Mijn eigen dierenarts is op vakantie. Al snel is ze het met me eens, dat hier sprake is van hartfalen: Volle longen, vergoot hart, dikke opgezette buik en een stevige hartruis…..

‘We weten pas precies wat het is na een echo. Maar je hebt gelijk, 999 van de 1000 keer gaat het om hartfalen met een lekkende klep. Het ligt er in dit geval dik bovenop. Laten we direct de behandeling inzetten, want het dier voelt zich hondsberoerd…. Je kunt die echo altijd nog maken…’

Ik krijg een doos plastabletten mee.

‘Volgens mij is er nog meer aan de hand,’ vertel ik de vrouw, ‘Ik heb op internet zitten zoeken naar problemen met de kaak bij de hond en ben me rot geschrokken. Al enige tijd heeft Ysbrandt last van zijn kaak. Uw collega kon niets vinden, het gebit is goed. Ik dacht eigenlijk dat het in het gewricht zat, maar wat ik gevonden heb is veel ernstiger!’

‘Volgens mij lijdt mijn hondje aan Kaakmyositis. een progressieve ziekte van de kauwspieren, ze sterven geleidelijk af. Of accuut, maar dit lijkt me de chronische vorm te zijn. Werkelijk alles wat ik bij Ysbrandt waarneem aan symptomen, zie ik in dit ziektebeeld terug. Zoals het feit dat hij zijn bek niet meer kan openen. En zijn veranderde gezichtsuitdrukking. Hij heeft inderdaad een vossenkoppie gekregen.’

Toevallig heeft deze dierenarts in haar leven een keer eerder met deze zeer zeldzame aandoening te maken gehad. Ze herkent dan ook de symptomen. Die hond heeft overigens maar twee maanden geleefd na het stellen van de diagnose…… ‘Bij die hond kreeg ik de bek helemaal niet meer open, maar bij Ysbrandt ook maar nauwelijks. En de kop is ingevallen… Je weet het pas zeker na een biopt van de kauwspier. Die sturen we dan op voor onderzoek….’

‘Ja, maar het lijkt me toch duidelijk dat het die aandoening is. Dus waarom eerst weer weken onderzoek doen. Hij heeft misschien nog maar een paar maanden…… Ik wil gewoon behandelen. Het enige dat werkt zijn cortisonen. Dus daar wil ik op inzetten….’

Helaas betekent het toedienen van cortisonen ook weer dat die verdraaide Demodex ofwel pupyschurft een nieuwe kans krijgt om mijn hondje kaal te maken… Het immuunsysteem moet plat om de resterende kaakspieren te redden, maar eenmaal plat krijgt die ellendige parasiet weer een kans! ‘Zou je hem niet gewoon chronisch behandelen met Tactilgifbaden en Ivomec?’ vraagt de dierenarts. Oh jee. Wat een gedoe.

Ysbrandt is gigantisch opgeknapt van al dat plassen. Hij rochelt en hoest niet meer, want het ventje krijgt weer lucht. Intussen hebben we ook nog een hartpilletje ingezet en mijn acupuncturist heeft me nog wat alternatieve medicijnen meegegeven. Mijn dagen bestaan uit hondje uitlaten en nog eens hondje uitlaten en alweer hondje uitlaten.

Ontelbaar veel kleine piesrondjes door de steeg. Net zoals toen hij nog een puppy was.

 

Daarnaast probeer ik een ritme te vinden om al die medicijnen op het juiste tijdstip bij hem naar binnen te krijgen. De smakelijke kauwtabletten voor het hart vindt hij bijvoorbeeld smerig. ‘Wat nu smakelijk? Maak dat de kat wijs!’ zie je hem denken. Die peperdure pillen moeten echter nuchter gegeven worden. dus door zijn eten mengen is geen optie…..

Met veel kabaal staat hij daarna hele bakken water weg te slobberen. Van al die cortisonen en plaspillen krijg je maar dorst! Ook aast hij weer op broodkorsten en kippenpootjes in de Leidse parken. Ook door de cortisonen. Met enig regelmaat pakt hij stiekem iets van de grond. Schijnheilig probeert hij het dan ongezien naar binnen te werken voordat ik het in de gaten heb. Maar de baas heeft altijd alles in de gaten!

Balend laat hij het beoogde stuk voedsel dan maar weer vallen. Behalve de kreeftenpoot, die hij afgelopen week scoorde. Die rook toch zo lekker! Halsstarrig houdt hij hem in zijn bek. Geen gezicht natuurlijk.

Pas na drie keer streng ‘los’ roepen laat hij de poot vallen. Je hoeft geen medelijden met hem te hebben hoor. Mijn Varkentje wordt gruwelijk verwend!

Waar ik erg aan moet wennen, is dat ik mijn stoere onverslijtbare hondje zo moet ontzien. Ik ben zo gewend veel van hem te vragen. En geloof me, als ik dat nu nog doe probeert hij het ook nog te geven. Omdat het nu eenmaal het beste hondje van de hele wereld is!

Na een onrustige week met een lamlendig hondje ga ik gisteren samen met hem de auto wassen. Op een kussen in de schaduw ligt hij me te observeren. Er waait een verkoelend windje. De vrouw wast haar kanariepiet. Ook wordt al het vakantiestof eruit gezogen. Tot slot strooi ik wat lavendelolie door mijn karretje.

Daarna gaan we naar het Valkenburgermeertje. Op ons gemak kuieren we langs het strandje. Mijn Varkentje vraagt om de bal. Met beleid gooi ik dan toch maar weer een balletje voor hem. Ik zorg dat hij zich goed afkoelt in het water. Ook mag hij niet te lang achter elkaar spelen.

Als een jonge god rent hij achter zijn balletje. Het is heerlijk weer. We hebben het weer overleefd!

Die avond zit Ysbrandt eindeloos bij me te knuffelen. Oh, vrouw, wat was het gezellig vanmiddag. Wat hebben we genoten saampjes. Heerlijk! Waf!

 

 

Hommeles in de Heksenketel: Kat zoek, hond ziek en zelf voel ik me ook niet zo lekker…..

DSC00425

Vorige week maandag kom ik opgewekt uit de sportschool. Ik ben toch zo trots dat het me een keertje gelukt is om er überhaupt heen te gaan. Ik gooi mijn natte handdoek over de waslijn en verzamel mijn beestenboel voor wat brokjes en iets lekkers. Gewoontegetrouw tel ik kattenneusjes. Eventjes checken of iedereen binnen is, voordat ik de balkondeur dicht doe. Maar wat gek, ik mis een neusje!

Verschrikt stroop ik het hele huis af. Tevergeefs. Ik roep in de tuintjes en in de steeg. Waar zit Snuitje?

384587_153971018039829_15109475_n

Misschien heeft ze zich ergens verstopt. Het gebeurt wel vaker dat ik een kat niet direct kan vinden in mijn volgestouwde heksenstulpje. Het is echter niets voor Snuitje. Zij is stapelgek op eten: brokjes, kattensnoepjes en ook een stukje rookworst kan zij zeer waarderen. Zodra ik de koelkast open staat ze naast me. Nog nooit heeft zij het op dit punt laten afweten. Er klopt iets niet!

Mijn gevoel bedriegt me niet. Mijn kleine meisje is er inderdaad vandoor. Dagenlang sta ik bij elk binnentuintje te roepen. Ik bel aan bij mensen en doorzoek hun schuurtjes. Ik dwaal door het leegstaande Boerhaavemuseum, terwijl dat helemaal niet mag blijkt later. Ik weet me toegang tot een verlaten schoolplein te verschaffen. Ik klim met halsbrekende toeren op tuinmuurtjes.  Gluur in hofjes en perkjes. Ik hang overals posters op. Ik flyer de hele wijk en ook de belendende straten. Ik sta midden in de nacht op om nog eens overal te gaan roepen…….

Snuitje poster

Na een week ben ik helemaal kapot. Mijn heup ligt uit de kom en al dat gewandel maakt het alleen maar erger. Ook heb ik hoogstwaarschijnlijk alle energie van de komende weken verspeeld.

Bovendien is mijn hondje ook nog eens ernstig ziek geworden. De godganse dag ben ik bezig om mijn ventje er weer bovenop te helpen. Nadat ik ’s nachts naar Snuitje heb gezocht. Gigantisch veel werk…..

Vandaag neem ik een kleine pauze. Ik moet ook voor mezelf zorgen. Er staat al drie dagen een bak met geschilde aardappels en een bak met schoongemaakte groentes klaar in mijn koelkast, maar elke avond ben ik te moe om het te koken en vervolgens op te eten. De bijbehorende tartaartjes heb ik maar ingevroren. Vandaag moet ik echt weer eens een keertje warm eten!

En dan? Ik vrees een volgende zoekronde door alle wijken van de binnenstad. Waar zit dat kleine mormeltje? Waarom komt ze niet tevoorschijn? Leeft ze eigenlijk nog wel………?

Sporten brengt me de gewenste sportmaatjes. En sommige mannenpraatjes vullen geen vrouwengaatjes! Hoe graag ze dat ook zouden willen! Wat Heks betreft gaan de deuren van het Korps Mariniers wagenwijd open voor vrouwen. De hoogste tijd!

Maandagavond ga ik sporten, althans: Het moet ervoor doorgaan. Ik heb al tijden een sportkaart, maar ik maak er zelden gebruik van. Bij mijn huidige poging om mezelf weer aan de praat te krijgen hoort echter ook bewegingstherapie. De ligamenten rond mijn gewrichten moeten sterker worden. En ook voor andere aspecten van mijn leven kan het positief werken.

Eerst ga ik onder de zonnebank. Door die antibioticakuur heb ik weinig meegekregen van het mooie weer van de afgelopen periode. Ik kan wel een kleurtje gebruiken! Daarna volg ik een yogales. Ik doe lekker voor spek en bonen mee, zodat mijn gewrichten enigszins in de kom blijven. Lekker is anders, maar toch is het prettig om te doen. Tot slot een sauna’tje toe.

Woensdag ben ik alweer in de sportschool te vinden. Tijdens een buikspierklasje word ik aangestaard door een vrouw. Ik staar terug. Ze komt me vaag bekend voor. Pas als ze glimlacht zie ik wie het is. Een saunamaatje uit het verleden. ‘Ik herken je niet met je kleren aan,’ roepen we over en weer. En: ‘Ga je zo de sauna in?’

‘Mijn partner heeft me verlaten na 20 jaar,’ vertelt ze me later al zwetende. ‘De mijne was een narcist. Die ellendeling en vreemdganger heb ik hoogstpersoonlijk de deur gewezen,’ puffend vul ik haar in over mijn meest recente liefdesleven. We hebben allebei een klotejaar gedraaid door onze mislukte relaties. ‘Ga mee naar een singleparty zaterdag. Hartstikke leuk, ik ga regelmatig. Als je zegt dat je alleen voor de gezelligheid komt laten de heren je redelijk met rust. Je kunt er heerlijk salsadansen, partners zat!’

Heks heeft er wel oren naar, maar ik moet natuurlijk maar zien of ik het ga redden. We wisselen telefoonnummers uit. Terwijl we zo bezig zijn hoor ik opeens iemand mijn naam roepen. ‘Heks, wat leuk, ben jij het? Ik herken je niet met je kleren uit.’ Een hondenvriendinnetje van me springt spiernaakt door de kleedruimte mijn blikveld in.

Ha, wat een gezelligheid. De dames blijken elkaar ook te kennen. Ze zijn hier iedere avond! Fijn. In mijn pogingen weer te gaan sporten heb ik regelmatig naar een maatje gezocht. Helaas loopt niemand in mijn vriendenkring warm voor lidmaatschap van één of andere stomme sportschool.

De zondag erop heb ik alweer een afspraak aldaar. Deze keer met een trainster. Zij gaat me oefeningen geven om mijn ligamenten te versterken. Eerst sta ik eindeloos te wiebelen op een gehalveerde bal. De onderkant is rond en de bovenkant plat. Een beetje à la het wereldbeeld uit de middeleeuwen met de platte aarde en het ronde uitspansel, maar dan ondersteboven.

Daarna moet ik op een grote bal gaan staan en kunstjes doen. ‘Vind je het niet eng?’ vraagt de bijzonder coole instructrice. Het is een beer van een dame. Volgende week gaat ze de landmacht in. Echt iets voor haar! Nee, Heks is niet bang. Althans niet om op die bal te gaan staan.

Wat ik wel vrees is hoe ik me morgen voel. Het is altijd tricky als een ME-patiënt gaat bewegen. Voor je het weet beland ie een half jaar in bed….

Na de instructie en een buikspierklasje kletsen we wat na. ‘Zou je niet bij het Korps Mariniers willen?’ Heks is gewoon nieuwsgierig. Het lijkt me echt iets voor haar!

Haar ogen gaan stralen. Ze is echt een hele stoere meid! Dan komt er echter tot mijn verbijstering een geheel ander verhaal uit haar mond. ‘Dat kan ik beter niet doen,’ haar stem wordt mat. Hoe is dat nu mogelijk?

Wel: Eén of andere kerel heeft op haar in zitten praten, dat dat geen goed idee is. En waarom dan wel niet?

Omdat het zo moeilijk is voor de mannen. Ze kunnen hun werk niet goed doen met een vrouwelijke exponent van het menselijk geslacht in hun gelederen. Ze kunnen een vrouw nu eenmaal niet zien lijden. Ze zal dus de zwakste schakel zijn in het peloton blablabla.

Ik hoor het al. Een eikel van een vent heeft zijn frustraties op haar botgevierd en met succes. Ze heeft het idee om haar droom te volgen opgegeven. Door zo’n gefrustreerde kwal. Dan maar bij de landmacht……

Heks wilde vroeger brandweer worden of zeeman. Dat dat toentertijd echt niet kon werd me al snel duidelijk. Gelukkig zijn de tijden enigszins veranderd…..

Als mannen gynaecoloog kunnen worden en zich het recht verwerven om recht in onze kut te kijken, dan mogen wij ook best eens een brandje blussen toch? Of een stoomboot besturen. Bij wijze van vrouwelijke Sint Nicolaas.

(Niemand hoor je overigens over de discriminatie van vrouwen in het Sinterklaasverhaal. De volstrekte afwezigheid van onze sekse in de beeldvorming rondom dit feest. Zelfs buitenlanders krijgen meer voor elkaar op dat vlak…. Maar goed, het is nogal vroeg om alweer te beginnen met de hopeloze Zwarte Pieten discussie…)

‘Ik hoop dat je voor het hoogst haalbare gaat, gewoon toetreden tot het Korps Mariniers, wees de eerste vrouw die dit doet,’ enthousiasmeer ik haar. Ja, waarom ook niet? Het Korps zal er waarschijnlijk gigantisch van opknappen!

Korps Mariniers open voor vrouwen!

Experiment met vrouwen in Korps Mariniers in VS loopt uit op drama.

Toelating vrouwen in Korps Mariniers bekeken.

 

Alles is anders in Plumvillage na het wegvallen van hun mannelijke versie van de ‘queen bee’. Toch is Thay nog zeer aanwezig. Heks gaat gewoon met hem mediteren bovenop een berg. Als vanouds!

Ruim anderhalf jaar geleden krijgt mijn hoogbejaarde leraar Thich Nhat Hanh een herseninfarct. Een aantal maanden ervoor bezoek ik zijn seminar met als werktitel: ‘What happens when we die?’ ‘Hij bereidt zijn sangha voor op zijn verscheiden,’ denkt Heks als ze dat van tevoren ergens leest. Ik ben vast niet de enige die dat toen dacht!

Thay overleeft echter zijn infarct en langzamerhand stabiliseert zijn toestand. Praten kan hij helaas niet meer. Deze verbaal zeer begaafde man is met stomheid geslagen. Lesgeven is er dus niet meer bij. Als ik eind mei afreis naar de Dordogne heb ik geen idee wat me te wachten staat. Voorheen draaide zo’n retraite volledig om de virtuoze dharmatalks van Thich Nhat Hanh.

Mijn vriendin de non vertelt me dat hij vroeger wel twee talks per dag gaf. Eentje in het Engels en eentje in het Vietnamees. Die laatste werd je ook geacht te volgen: Er waren gelukkig altijd wel vertalers aanwezig!

‘Misschien komt er wel niemand deze keer,’ mijn vrees blijkt ongegrond. Uit alle windstreken zijn toch weer busladingen leerlingen ingevlogen. De Hamlets zijn afgeladen vol. Niet zo overvol als de vorige keer, maar toch vol.

En ja, het is anders om geen les te hebben van Thay. Het is namelijk zo fantastisch om hem als leraar te hebben. Ik realiseer me hoe bevoorrecht ik ben geweest al die jaren. Ik heb de talks van die verrukkelijke man in levende lijve meegemaakt!

Deze keer moeten we het zonder Thay stellen. Hoewel? Tijdens de eerste talk komt hij plotseling binnen. Zijn verzorgers duwen hem voort in een rolstoel. Het wordt doodstil in de afgeladen meditatiehal. Iedereen is diep ontroerd. Dan zingen we hem toe. Heks voelt tranen langs haar wangen stromen. Wat hou ik toch veel van deze man. Zelfs al zegt onze leraar geen woord, hij is nog steeds zeer aanwezig.

Zo zien we onze geliefde zenmeester toch ook deze keer af en toe: Tijdens de les komt hij regelmatig eventjes binnen. Hij scant de ruimte met zijn ZEN-blik. Een paar keer zit hij maar een halve meter van me af, omdat ik graag helemaal aan de zijkant zit met al mijn kleurpotloden, verf en plakspullen. Zoals altijd kijkt hij dwars door me heen!

Halverwege de derde week hebben we les in New Hamlet. Het weer is een beetje wisselend, om de haverklap valt er een bui op je kop. Na de les is het echter droog. Het zonnetje breekt door. We gaan lekker tegen de berg op wandelen: Walking mediation, iets dat Thay toch zo graag deed. Helaas valt er weinig meer te lopen voor hem…..

Eerst zingen we allemaal liedjes rondom de Belltower. Een dagelijks terugkerend ritueel. De woorden en melodieën zijn vaak uiterst eenvoudig. Kinderlijk bijna. Vroeger zijn er regelmatig mensen geweest, die dat maar niks vonden. Niet serieus genoeg. Ze gingen zich beklagen bij Thay en pleitten voor verandering. Onze leraar echter liet zich niet verbakken, de liedjes bleven.

Nu weten we niet beter. Volwassen mensen maken speels de bijbehorende gebaren in de lucht, terwijl ze vol overgave de eenvoudige woorden zingen. ‘Happiness is here and now’. Eerst in het Engels, dan nemen de Fransen het over. ‘Le bonheur est maintenant…’ Binnen de kortste keren horen we ditzelfde lied in het Fins, Zweeds, Spaans, Portugees, Chinees, Vietnamees, Tagalog en ga zo maar door.

Tot onze vreugde duikt Thay op in zijn rolstoel. Zijn leerlingen beginnen hem tegen de berg op te duwen. Wij volgen als makke schapen. Tussen de pruimenbomen door slingert een lint van blije mensen omhoog. Hoger en hoger gaat het, de monniken hebben er aardig de sokken in gezet.

Bovenaan de heuvel houden ze stil. Wij schapen drommen om hen heen. Onze leraar wordt omgeven door verrukte leerlingen. Sommigen van hen hebben hem nog nooit in levende lijve gezien. Ze gaan vlak voor zijn neus staan en maken een foto. Of ze gaan naast hem poseren en iemand anders maakt een kiekje. Thay kan geen kant op natuurlijk. Hij moet het gelaten over zich heen laten komen….

Dan draaien de verzorgers zijn stoel om. Iemand bedient de bel en het wordt stil. Gezamenlijk mediteren we als vanouds. Ik drink het landschap in. Ik wil niet per se met Thay op de foto, maar dit is wat ik wil. Samen met mijn leraar hier zitten. De lucht inademen, die hij inademt. Het landschap indrinken, dat hij indrinkt. Interzijn met deze grote geest.

Na de meditatie pakken de mensen hun lunchpakket. Het is tijd om te eten, iets waar ze in het klooster nooit de hand mee lichten. Mijn lunch ligt in mijn auto.

Zodoende daal ik achter Thay de berg af. Ik draal nog even onder de moerbeibomen. Op mijn gemak pluk ik er een heleboel. Verzaligd prop ik de zoete vruchten in mijn mond. Overvloed.

Als we die middag dharma-delen komt natuurlijk deze bijzondere wandelmeditatie ter sprake. Wat was het fijn dat Thich Nhat Hanh erbij was!

‘Ik vond het verschrikkelijk dat mensen zomaar foto’s van hem gingen maken. Hoe kun je dat nu doen? Die man kan geen kant op!’ Iemand heeft zich groen en geel geërgerd, ‘Het maakt me zo verdrietig, hebben mensen dan geen fatsoen?’ Heks snapt dit heel goed. Op mij kwam het ook niet prettig over, dat gefotografeer. Maar ik erger me er niet aan. Ik doe gewoon net of ik het niet zie….

De Vietnamese non, die onze familie faciliteert neemt het woord. Ze is een goedlachse schat van een vrouw. ‘Ik zal jullie een beetje invullen over Thay. Hij is niet de zielige man, die sommigen van hem maken. Ik zie hem regelmatig en behalve dat hij niet kan praten is er nog net zoveel contact.’

Ze vertelt hoe ze nog steeds bij hem permissie vraagt om elders een retraite te gaan leiden. Hoe hij nog steeds zeer aanwezig is. Hoe hij geniet van het leven, van een stukje wandelen, de natuur…..

IMG_8838 - versie 2

‘Vroeger had hij een gigantische hekel aan fotograferen. Als je met hem op de foto wilde gaf hij je de ZEN-look!’ Ze trekt een streng gezicht. We liggen dubbel. Thich Nhat Hanh heeft het vermogen dwars door je heen te kijken. Een onthutsende ervaring! Heks heeft ook wel eens de ZEN-look gekregen, toen ze hem van korte afstand probeerde te fotograferen. Van schrik liet ik bijna mijn camera vallen…..

‘Later heeft hij zijn mening herzien. Hij begrijpt dat het voor mensen belangrijk is om een foto van hem te hebben. Sommigen hebben er jaren op gewacht om hun leraar een keertje te mogen zien. Ook met ons is hij uitgebreid op de foto gegaan. Elke monnik of non apart. Eerst een officiële foto,’ ze trekt een heel serieus gezicht en gaat kaarsrecht zitten, ‘en daarna een hele vrolijke of gekke….’

Ach, mijn geliefde leraar. Gevangen in zijn lijf.

Een Vietnamese monnik, een bootvluchteling die in Nederland terecht kwam en dientengevolge vloeiend Nederlands spreekt, geeft op een goeie dag een talk. Hij vertelt over een heldere droom, die hij kreeg na het herseninfarct van zijn leraar. Toen deze in coma lag in het ziekenhuis van Bordeaux.

In de droom ziet hij Thay, heel duidelijk. Deze leest hem iets voor, maar gaat zo snel, dat de monnik het niet kan volgen. ‘Rustig aan, Thay,’ roept hij uit, maar Thich Nhat Hanh is niet te stoppen. Slechts vier regels heeft hij onthouden van hetgeen hem werd gezegd:

  1. Still intact, Still complete, full.
  2. There are ways, there are paths, we need to face by ourselves.
  3. We feel inspired by, we just do it.
  4. We don’t calculate anything.