Met je knar in een fietskar is nog niet zo eenvoudig. Heks loopt tegen allemaal praktische problemen aan. Vier fietsen en twee aanhangers verder kan ik er nog steeds niet mee ‘uit de voeten’…….

Zaterdag wil ik uitslapen. VikThor houdt me al nachten uit mijn slaap met zijn kleine plasjes en minipoepjes in de steeg. Ook de afgelopen nacht heeft hij me een aantal keren ruw gewekt uit zoete dromen. Om negen uur houd ik het voor gezien. We gaan ontbijten.

Een uurtje later liggen we alweer te pitten. Heks is moe, maar haar hondje ook! We hebben dan ook een paar intensieve dagen achter de rug. Het is tijd voor een kleine pauze. Zodat mijn ventje kan al zijn energie kan gebruiken om te groeien. Uiteindelijk is dat zijn core business op dit moment.

Al een paar dagen ben ik bezig om te zorgen dat ik met mijn prachtige hondenfietskar kan rijden. Zo heb ik de elektrische Batavis fiets van mijn mamaatje te leen. Helaas interfereert de aansluiting van de kar op de as van de fiets met het beveiligingssysteem van de fiets. ‘Je loopt de kans dat het ding blijft rijden en versnellen op momenten dat je eigenlijk stil wilt staan, levensgevaarlijk!’ aldus de fietsenmaker.

Hij weigert het klusje te klaren. De man heeft met de fabrikant van de fiets gebeld en die heeft de ingreep ten sterkste afgeraden. ‘Veiligheid voor alles, mevrouwtje!’ Hij heeft gelijk. Ik zal iets anders moeten verzinnen.

‘Kan er wel een knop achter het zadel worden bevestigd? Dan hang ik mijn antieke houten Batavis aanhangwagentje erachter. Daar past mijn hondje ook prima in.’ De fietsenmaker krabt achter zijn grote oren.

‘Dat lijkt me geen probleem. Breng de spullen maar langs, dan maak ik het in orde.’ O jee. Die zadelknop ligt nog bij mijn ex. Hij weigerde dit kleine attribuut terug te geven bij het scheiden der boedel. Mijn aan hem uitgeleende kar kreeg ik mee, maar naar de bijbehorende zadelknop kon ik fluiten.

Getreiter natuurlijk. Niet dat hij er iets aan heeft. Tenzij hij em in zijn hol stopt!

‘Misschien heb ik er nog wel ergens eentje liggen. Het is een wat verouderd systeem, dus ik weet het niet zeker. Kom vanmiddag maar eventjes informeren.’ De fietsenmaker keert zijn zolder ondersteboven en vindt geen knop. Pech. Moet hij er weer eentje bestellen. Als ze nog leverbaar zijn tenminste….

Kijk zo heb ik dus intussen vier fietsen. En twee fietskarren. Maar ik kan er nog steeds niet mee fietsen, omdat er telkens iets ontbreekt, niet kan of kapot is. Of verdwenen, ingepikt, vernacheld.

De hele zaterdag houden we rust. ’s Middags fiets ik eventjes met mijn hondje in een tas aan mijn stuur naar een park. Zoals altijd als ik met VikThor wandel zitten er gillende meisjes naar hem te zwaaien. ‘Oh, wat een schatje,’ zwijmelen ze gezamenlijk, ‘Kom maar hier, lekkertje….’ Dronkenlappen hikken vertederd naar mijn hondje. Kleine kinderen lopen in trance achter mijn piepkleine pup aan……

Een puppy brengt licht en tederheid. Vrouwen rammelen massaal met hun eierstokken als begroeting, mannen flirten vrolijk met het baasje van het beestje. Zelfs junks zijn even verlost van hun jeukende Cold Turkey en zuipschuiten vergeten tijdelijk hun drankzucht…..

Overal waar ik met mijn hondje verschijn verdwijnt chagrijn. En dat is fijn.

 

De hondsdagen zijn voorbij! Het waren zware weken, dus ik ben BLIJ toe! Terwijl ik gaar kook in mijn sop, maalt er van alles door mijn kop…. Ja, dat hoort er nu eenmaal bij.

Het is een rare zomer voor Heks. De hondsdagen  zijn letterlijk hondsdagen dit jaar. Daarnaast hebben we ook nog eens te maken gehad met geweldig hondenweer. Tot slot ben ik natuurlijk hondsmoe van die hondsdolle laatste periode met Ysbrandt……

Gelukkig vind ik nu niet meer alleen de hond in de pot ofwel strooibus bij wijze van urn, maar ook weer achter de voordeur! Nou ja, hond……De pup beter gezegd.

Mijn nieuwe huisgenoot begint zich al aardig thuis te voelen. Ook groeit hij als kool. Elke dag zie ik een paar nieuwe stipjes verschijnen op zijn witte vacht. Z’n vlekje is allang niet meer alleen daar op zijn kleine ruggetje: Hij eindigt waarschijnlijk als het paard van Sinterklaas. Maar dan de hondse versie daarvan!

Vandaag, donderdag, neem ik gas terug. Het plan om met Frogs op stap te gaan laat ik varen. Ik heb al drie dagen pijn in mijn arme buik. Negeren helpt niet. Het zal wel een simpel zomergriepje zijn, maar lekker is anders.

Dus lig ik lekker in mijn bedje. Vanmiddag fiets ik eventjes met VikThor naar het Bosje van Bosman. We rennen over het grasveld en zoeken een plekje halverwege. Een klein uurtje breng ik zo met mijn hondje door.

Elke avond brand ik een kaarsje voor Ysbrandt. Met wat wierook om mijn gebeden kracht bij te zetten. Ik mis Varkentje. Mijn lieve ouwe gabbertje. Daar is geen kruid tegen gewassen, zelfs geen geneeskrachtig pupgewas……

Binnenkort gaat het gewone leven weer beginnen. Vrienden komen terug van vakantie. De koorrepetities nemen weer een aanvang. Ik ga me weer met andere dingen bezig houden dan louter hondjes….

Mijn hoofd loopt nog regelmatig dezelfde gedachtengang na. Of ik dingen anders had kunnen aanpakken. Had ik Ys beter niet kunnen laten castreren dit voorjaar en die tumor maar moeten laten voor wat het was? Ben ik te laat met hartmedicatie begonnen? Het schijnt overigens zinloos te zijn om ermee te beginnen als er nog geen klachten zijn…. Had ik die uiterst zeldzame aandoening kaakmyositis niet eerder moeten ontdekken? Heb ik hem niet voortijdig de dood ingejaagd? En ga zo maar door.

Dat is de ellende als je een geliefd huisdier laat inslapen. Die beslissing is nauwelijks te nemen. Het gaat tegen al je verlangens in. Je loopt een beetje voor god te spelen, maar als je niks doet gaat je diertje door een hel! Kortom: Het houdt je nog geruime tijd bezig…

Deze zomer ben ik ook uit de depressie geraakt. Mijn verblijf in Plumvillage heeft me geen windeieren gelegd. ‘Als ik had geweten dat Yssie nog maar zo kort te leven had was ik nooit gegaan,’ zeg ik tegen Frogs. Toch is het voor mijn vertrek door me heengegaan dat zoiets zou kunnen gebeuren. Ik was er pas gerust op om te gaan toen ik wist dat Frogs de honneurs waar zou nemen.

Ach, arme Frogsie. Hij kwam wel van een hele koude kermis thuis na zijn vakantie. Goddank heeft Varkentje nog een paar weken bij hem gebivakkeerd vlak voor zijn dood. Een geluk bij een ongeluk voor mijn kikkervriend.

Je moet geen slapende honden wakker maken, dat weet iedereen. Maar dode honden bijten niet (al zien ze lelijk), ofwel van doden is geen gevaar te duchten. En: Komt men over de hond, dan komt men over de staart; als de grootste moeilijkheden overwonnen zijn, dan komt de rest vanzelf.

En tot slot een honds Leids glibberspreekwoord: Hij hep een goed hart. Ut had alleen gekookt op sun rug moete hange. Zo hoog dat de honde erbij kunne. (=Iemand is niet aardig)

Wonderhondje in de hondenhemel gunt zijn droevige Vrouwtje een nieuwe viervoetige vriend om haar gezelschap te houden. Plotseling komt er een pup op mijn pad. Toeval? Ys lijkt daar de poot in te hebben. Varkentje heeft nog steeds een flinke hondenteen in mijn mensenpap!

Vorige week ben ik op zoek naar puppy’s op internet. Onbewust bijna. Ik betrap mezelf er als het ware op. Ik verdiep me in zowel de Engelse Springer Spaniël als de Epagneul Breton ofwel Bretoense Spaniël. Dit omdat Ysbrandt een mix was van deze twee geweldige rassen.

Ik vind van alles, onder andere genetische ellende bij de Springers. Heupdysplasie, progressieve retina atrofie en ga zo maar door. Je kunt voor een habbekrats een pup kopen, maar daar zitten dan geen papieren bij. Je hebt geen idee wat je in huis haalt. Misschien wel een heleboel genetische ellende.

 

Een paar fokkers springen er uit. Eentje heeft pups, die op het punt staan het nest te verlaten. In een opwelling schrijf ik dinsdagavond een mail met de vraag of er nog beestjes te vergeven zijn. Zodra ik de mail heb verstuurd bedenk ik me dat dit waanzin is. Ja, er komt een nieuwe pup, ooit, maar laat ik eerst even bijkomen. Op vakantie gaan bijvoorbeeld….

Ik hoor niets meer terug op de mail en maak plannen om een midweek naar Buitenkunst te gaan. Ik heb al een paar afspraken omgezet, als ik donderdagavond plotseling toch een mailtje zie van de fokker. Ze hebben nog precies 1 reutje, zwart/wit. Lief dapper ventje, overgebleven omdat anderen teefjes wilden, of de bruin/witte variant.

Vlijmscherpe tandjes

Als ik de foto’s zie smelt ik. Hij is precies wat ik zoek! De volgende ochtend bel ik op om een afspraak te maken. Ik wil dit ventje bekijken.

De rest van die vrijdag ben ik bezig met het checken van de fokker, bellen met de Raad van Toezicht, de Nederlandse ‘Engelse Springer Spaniël  Club’ enzovoorts. Kennel van de Hazelberg blijkt een uitstekende naam te hebben. ‘Het zijn gezonde en hele goeie zachte hondjes, die daar vandaan komen. Ik heb ze regelmatig gezien op Springerdagen…..’ vertelt de dame van de Nederlandse Springer vereniging.

Eind van de middag lig ik op tafel bij de fysiotherapeut. Ze haalt me grondig uit de knoop. Hierna prop ik snel een maaltijd naar binnen. Gevolgd door een straffe bak koffie.

En zo rijd ik dan aan het begin van de avond naar het wonderschone Brabant. Een pak geld in mijn tas. Voor het geval dat. Het is bijna anderhalf uur rijden. Gelukkig is de weg zo goed als leeg.

Ik voel me kalm en vastberaden. Ja, er komt een up. En misschien wel deze. Het is razendsnel, dat wel. Maar Ysbrandt is het ermee eens. Sterker nog: Hij wil dit echt graag. Het is voor mijn trouwe kameraad veel gemakkelijker om me los te laten als hij weet dat er weer een hondje in mijn leven is. Niets zo ellendig voor een honden-engel als een treurend baasje.

‘Vier mijn leven met je nieuwe hondje, Vrouw. Loop waar wij liepen, doe wat wij deden, ik ben een engeltje op zijn schouder…..’ hoor ik hem als het ware zeggen.

Tegen achten ben ik ter plaatse. Een prachtige verbouwde boerderij in the middle of nowhere. Ik word hartelijk ontvangen. We gaan direct naar de pup kijken.

VikThor zit in een ren met een nest dashonden van vier weken oud. ‘Wel zo gezellig voor hem,’ lacht de man. Zodra ik het kereltje zie ben ik verkocht. Hij loopt zo parmantig door de tuin te rennen! Ook de ouders van de pup zijn aanwezig. Schitterende honden.

Ysbrandt als pup, precies even oud toen als zijn kleine ‘broertje’ nu……

Paps vlijt zich neer in het gras en laat zich uitgebreid aanhalen. Wat een schat! Ik zou hem zo inlijven! Het ziet er goed uit! Alle dingen waar je op moet letten als je een pup aanschaft zijn hier dik in orde.

‘Wil je een kop koffie?’ We gaan aan de tuintafel zitten. Ik heb een kleine pup op schoot. Goeiig laat hij zich aaien. Even later valt hij in slaap. Daar smelt Heks natuurlijk helemaal van, dat begrijp je.

De fokker vertelt me een heleboel dingen, waarvan ik helaas ook alweer één en ander vergeten ben. Gelukkig kan ik dat altijd navragen. We vullen een formulier in, waarbij de pup van eigenaar wisselt. De koop wordt gesloten.

Ik krijg een pakket voer, een prachtige stamboom en een stapeltje paperassen mee. Het blad van de Engelse Springervereniging zit ook in het pakket. De deal is rond!

‘Ik ga natuurlijk weer jachttraining doen met hem, net zoals met mijn vorige hond,’ vertel ik de man. Ik laat hem een foto zien van Ys. ‘Oh, wat een prachtige hond, maar een kruising Springer/Epagneul? Wat bezielt mensen toch? Dat zijn toch volstrekt tegengestelde karakters? De Epagneul in de verte en de Springer dicht naast je…..’

Goh, zo leer ik postuum nog van alles over mijn geliefde Varkentje! Hij had gewoon een enorme genetisch gedicteerde tegenstrijdigheid in zijn karakter….. Zijn naam was dus inderdaad zeer goed gekozen!

‘Ik ga maar eens terug rijden, het is al over negenen.’ Heks komt overeind. De fokker neemt de pup mee en zo lopen we naar de auto. De moeder van het jong verblikt of verbloost niet. Wat haar betreft zit haar taak er op. Ze heeft geen zin meer in hondjes met scherpe tandjes hangend aan haar tepels. Als VikThor het eerder die avond nog een keertje enthousiast probeert schudt ze hem geïrriteerd af.

Ik heb een kattentas meegenomen en daar past dit piepkleine diertje met gemak in. Enigszins overdonderd zit hij te kijken. Dan rijden we weg.

‘Piep, piep,’ hoor ik naast me. Heks maakt sussende geluidjes. Als ik de snelweg opdraai steek ik mijn hand in de mand. Het kleine hondje gaat er direct op liggen. Zo rijden we het hele stuk saampjes terug. Tegen het eind van de rit poept hij van de stress. Een verschrikkelijke stallucht vult de auto. Gelukkig zijn we bijna thuis.

Als ik de mand binnen zet zitten er direct vijf katten omheen. Met grote ogen bekijken ze het monstertje. VikThor geeft geen krimp. Hij is duidelijk de aanwezigheid van allerlei beesten gewend.

Die nacht heb ik een heel klein hondje in mijn armen. Hij piept en snikt een beetje, maar hij weet al wie de Vrouw is. En dat hij bij haar veilig is. Een paar keer ren ik met hem naar buiten. Dan moet hij eventjes een poepie doen.

Om een uurtje of 2 s’nachts sms’t Frogs dat hij is geland. Ik vertel hem over VikThor. Oh, wat gek voor mijn kikkervriend. Toen hij een paar weken geleden op vakantie ging leefde Ysbrandt nog. ‘Neem maar goed afscheid van hem,’ zei Heks. Ik had een vreemd voorgevoel. En nu woont er alweer een andere viervoetige vriend in Huize Heks!

Frogsie moet nog tot de volgende morgen wachten om ons nieuwe makkertje in zijn armen te sluiten. Tegelijkertijd is er geen Ysbrandt meer bij de voordeur. Geen ‘ogen op stokjes’. Geen klein opgewonden Varkentje superblij dat zijn suikeroom weer in het land is…….

Mijn kleine hondje VikThor verzacht de pijn enorm. Als ik met hem wandel danst Ysbrandt in zijn voetspoor achter ons aan. Als ik hem knuffel geniet mijn engel-hondje mee. Ysbrandt is blij dat zijn Vrouwtje weer een hondje heeft. Ik verdenk hem er zelfs van er de hand in te hebben gehad. Of beter gezegd de poot…..

Het is toch wonderbaarlijk dat er binnen een week weer zo’n heerlijk kereltje hier woont. Heks heeft sterk de indruk dat Ysbrandt hem voor me heeft uitgezocht……..

VikThor ontdekt de wereld. Het Bosje van Bosman: Hij krijgt er geen genoeg van!

Bij Ome Rik op schoot!

Een leven houdt op. Het leven gaat door. Confronterend hoor. Heks voelt zich onthand zonder haar hond. Ik loop maar wat verloren rond.

Nadat Ysbrandt zijn laatste adem heeft uitgeblazen lig ik dagenlang voor Pampus. Ik slaap me een slag in de rondte. Na een dag krijg ik ook geweldig veel trek. Niet verbazingwekkend: Ik heb een soort extreme vastenkuur gevolgd de laatste weken….

Op zondag neemt Hopla me mee naar ‘De Buurt‘, een zomerproject bij het station. Er is vandaag een kledingbeurs. Ook kun je er heerlijke hapjes eten. En er is zelfs een stadsstrand! Ys had het geweldig gevonden!

Ik loop wat verloren rond zo zonder hond. Toch heb ik mijn best gedaan op mezelf. Douchen, haartjes schoon, lippenstift en mooie jurk….. Hoedje natuurlijk. Varkentje zou trots op me zijn.

Op het terrein van ‘de Buurt’ vinden we allemaal leuke tweedehands kleren. Ik heb dit jaar de uitverkoop finaal gemist door alle toestanden in mijn dierentuin. Nu scoor ik een paar geweldige dingen voor een eurootje per stuk. Een jasje van 10 Feet, een jurkje van Tommy Hilfiger een ga zo maar door. Ik kikker er helemaal van op.

Een paar dames bij een kraam hebben lol in Heks. Ik koop er een heel mooi fleurig jurkje voor bijna niets. ‘Die hoed moet je ook even passen, ik vind het echt iets voor jou,’ de verkoopster plant een rare roze hoed op mijn hoofd. En ja hoor, het ding staat geweldig! ‘De krijg je erbij, van mij,’ knipoogt ze.

Had ik flink sjans? Volgens Hopla waren de dames hartstikke hetero, maar Heks weet het nog zo net niet. Hoe dan ook voel ik me gezien. En dat is altijd leuk!

Als we helemaal verzadigd zijn met nieuwe kledingstukken gaan we iets eten. Op het terrein staat een hele rij foodtruckachtige eetkraampjes opgesteld. Met picknicktafels er voor. Er is ruim keus en zelfs binnen mijn idiote dieet is er genoeg eetbaars te vinden. We hebben een heerlijke middag. Het zonnetje schijnt. De wereld is prachtig. Mijn hondje is dood.

Dat overvalt me zodra ik later de voordeur open doe. Geen wachtend ventje. Geen wandelrondje. Ik brand een kaarsje voor mijn hemelse gabbertje.

Maandag lig ik de hele dag in bed. Ik ga de deur niet uit. Dat is in geen honderd jaar gebeurd! ’s Avonds kom de vrouw van Buurman langs. Net op het moment dat Ysbrandt wordt gecremeerd. Terwijl in het crematorium de oven staat te loeien met daarin het lichaampje van Ys, zitten wij aan de wijn.

We praten over hem. En over hun honden. Over zijn vriendschap met hun huidige Duitse herder en de vijandschap met hun vroegere exemplaar. Terwijl het vuur oplaait praten we maar door. Af en toe laten we een traantje. Ys was gewoon erg geliefd.

Dinsdag komt Vlinder me opzoeken. De prachtige dochter van Trui en een grote kleine vriendin van mijn hondje. Ze was zeven toen ik op een goeie dag met een pup bij hen binnen kwam lopen. Vanaf het eerste moment was ze helemaal idolaat van mijn hondje. En vice versa!

Haar moeder en Heks lagen vaak in een deuk als we dat kleine meisje met mijn hondje zagen wandelen. Een naturel alpha: Ze was superstreng voor Ys.

Woensdag staat Trui zelf op de stoep. Ze sleept me de deur uit. Dus gaan we lekker naar buiten, maar niet naar strand of duinen. Daar heb ik geen zin in. We blijven in de stad.

Zo sla ik tijd stuk met een paar vrienden. Verder wil ik niemand zien. Ik krijg veel lieve mailtjes en berichtjes om me te troosten. Ontzettend lief. Het doet me goed.

Donderdag haal ik de as van Ysbrandt op. Ik heb hem laten cremeren bij Dierencrematorium Groenendijk, een prachtige oude boerderij in de polder bij Hazerswoude. De eigenaar ontvangt me hartelijk. Na wat formaliteiten krijg ik een strooibus met mijn hondje erin mee. Althans wat er van over is.

Ik heb met Frogs afgesproken om hem samen een mooi plekje te geven in de duinen. Bij een prachtig meertje, waar ik regelmatig een een gouden uurtje met mijn viervoeter heb doorgebracht.

Leven zonder mijn hondje. Het is geen doen.

Omgaan met het sterven van je hond.

Rouwen om je lieve huisdier.

 

Super VikThor ‘Vlekje’ van de Hazelberg!

DSC04815

De laatste loodjes met Ysbrandt wogen zwaar. Toch waren ook die moeilijke uren heel bijzonder, ik had ze voor geen goud willen missen!

Vorige week vrijdag ga ik met Ysbrandt en buurman op stap. Ys’ grote vriend, de enorme Duitse herder van mijn buurman laten we maar thuis, want mijn oude hondje is uiterst kwetsbaar geworden.

Vlak voordat we het huis verlaten zie ik dat mijn kanjer bloed plast. O jee, een blaasontsteking vrees ik. Niet best. Op ons gemak tuffen we naar het Valkenburgse meertje. We genieten van een heerlijk uurtje in de zon. Buurman en Heks maken voortdurend absurde grappen zoals gewoonlijk.

Ysbrandt wil een balletje. We spelen met mijn oude makker. Een man komt langs met een prachtige zwart-witte  Springer Spaniël, een jonge vitale versie van mijn hondje. De viervoetige heren snuffelen aan elkaar. Wij maken een praatje met de eigenaar.

Op de terugweg gaan we langs de dierenarts. Ysbrandt piest in de wachtkamer, een geluk bij een ongeluk: Een poepzakje om zijn piemeltje tijdens ons uitje mocht niet baten. Hij vertikte het gewoonweg om er in te plassen. Gelijk heeft ‘ie! Snel zuig ik een beetje urine op met een pipet. De dokter onderzoekt het monster en ontdekt inderdaad een blaasontsteking.

Er gaat een flink shot antibiotica in. Ik krijg een kuur mee voor een week. ‘Ik weet niet of hij dat gaat redden. Zijn buikje is zo dik en opgezet. Hij ademt zo snel en oppervlakkig de laatste dagen en nachten. Ik geef hem zoveel plaspilletjes en nog hoor ik hem reutelen…..’ Bovendien zie ik de Demodex rond zijn oogjes opkomen. Met een beetje pech wordt mijn mooie ventje ook nog kaal.

‘Ik heb dit weekend dienst, je kunt me altijd bellen,’ zegt de dierenarts, een schat van een dame. Ze ziet ook wel dat het niet meevalt voor mijn kereltje. ‘Morgen zijn we gewoon open tot 2 uur. Dan kun je altijd even langskomen…’

Eenmaal thuis geef ik de beestjes eten. Voor Ysbrandt maak ik een heerlijke bak rauw vlees met extra Carnitine, Taurine, Alpha Liponzuur en CoQ10 om zijn hartje te ondersteunen. Een beetje glucosamine en chondroitine  moet zijn spieren en gewrichten soepel houden. Tot slot gooi ik er een paar kippennekken bij.

Enthousiast staat mijn ventje zijn bak leeg te schrapen. De kippennekken sleept hij mee zijn bench in. Krakend maakt hij ze soldaat. Mijn zieke hondje eet aanmerkelijk beter dan zijn Vrouw. Ik krijg al dagen geen hap door mijn keel……

Later die avond bel ik de buurman. Ik ben een beetje in paniek. Ys eet dan nog wel goed, maar daar is alles mee gezegd. Het beestje is doodziek. Ik ben als de dood dat zijn nieren het opgeven. ‘Ik leg de telefoon naast mijn bed, Heks, als het nodig is ga ik met je mee naar de dierenarts…’

De hele nacht loop ik te spoken. Met enige regelmaat piest mijn ventje een chemisch geurend bloedspoor door het huis. Ik dweil het op en spreek hem bemoedigend toe. ‘Geeft niks, schat, kijk maar, alweer opgeruimd…’

Midden in de nacht zit ik bij hem. Ik kijk hem recht aan. ‘No coming, no going,’ fluister ik, ‘Jij zit in mijn hart en ik in het jouwe. Altijd. Dat zal niet veranderen, lieverd.’ Hij lijkt me te begrijpen. Doordringend kijkt hij terug. De schat.

IMG_8918

‘Er komt een moment dat je weet dat het zover is, Heks,’ zei mijn vriendin, de vrouw van de acupuncturist afgelopen week. Zij is ervaringsdeskundige op dit gebied. ‘Het is een hele moeilijke beslissing, maar je weet wanneer het zover is. Daar moet je op vertrouwen.’

Het is zover.

De volgende ochtend lopen we een rondje door de wijk. Mijn ventje wil perse het hele rondje lopen. Het gaat erg langzaam. Hierna eet hij zijn bak niet meer leeg. Halverwege houdt hij het voor gezien. Ook laat hij een pensstaafje liggen. Dat is nog nooit gebeurd….

Ik bel de buurman, ik bel de dierenarts. ‘Ik zal het heel cru zeggen, mevrouw Heks, u kunt beter een week te vroeg de stekker eruit trekken dan een dag te laat. Beestjes met deze indicatie sterven een vreselijke ellendige natuurlijke dood, want ze stikken. U bent heel verstandig.’

Om half twee kunnen we terecht……

Om kwart voor 1 belt buurman aan. We stoppen mijn kereltje in de auto. Onderweg laten we hem nog eventjes lopen in een park. Hij draait nog een laatste drolletje. Hij rolt nog een laatste keertje door het gras. Op weg naar de kliniek maken we zoals gewoonlijk gruwelijke grappen. Eerst verkoop buurman een hoop onzin en dan Heks.

‘Ik kwam tijdens mijn zoektocht naar een geschikt crematorium een verhaal tegen over een dierenarts die zijn vriendin vermoordde. Daarna heeft hij haar in stukken gehakt en bij verschillende dierencrematoria aangeboden…..’ We zitten enorm te lachen als we de straat in rijden. Ys kijkt vergenoegd. We zijn gelukkig allemaal ontspannen. Ondanks de dodelijke stress…..

In de wachtkamer van de dokter krijgt Varkentje nog wat ham van van der Zon. Hij vindt het heerlijk natuurlijk. Als we aan de beurt zijn geef ik hem nog een heleboel lekkertjes. Hij krijgt een prikje om rustig te worden. Nog meer lekkertjes….. Totdat hij te duf is om te kauwen.

‘Vaak zakken hondjes met deze ernstige problematiek op zo’n eerste prik al helemaal weg. Groot kans dat er verder niets nodig is…’ De dierenarts spreekt me bemoedigend toe.

Ys loopt naar de deur. Hij wil naar huis. Ik loods hem weer de spreekkamer in. De dokter geeft hem nog maar een tweede prikje. Mijn ventje blijft stokstijf voor de Vrouw staan. Niet veel later staat hij enorm te hijgen. Verdorie. Nu heeft hij het toch benauwd. Net als ik me daar enorm zorgen over maak, gaat hij eindelijk liggen. Hij zakt in slaap.

YSBRANDT13

Toch zijn er twee dodelijke giftig blauwe injecties nodig voordat hij gaat. Hij wil niet weg. Nog bijna een uur ligt hij zachtjes te ademen. Pas na de vierde prik geeft hij het op. ‘Als u hem niet geholpen had, was het waarschijnlijk echt een drama geworden. Dit hondje is zo taai. Hij zou tot de laatste snik hebben volgehouden voor de baas. U heeft een goed besluit genomen. Ik werk overigens niet mee aan zoiets als ik het er niet mee eens ben….’

Mijn mannetje ligt zo vredig te ‘slapen’. Zijn mooie zachte achter oortjes uitgewaaierd over de vloer. Zo laat ik hem achter.

In de auto brul ik het uit. Buurman zit ook te snikken. We pakken elkaar beet.

In Huize Heks nemen we een goeie borrel. ‘Weet je wat ik toch zo vreemd vond, Buurman,’ giebel ik, ‘De dierenarts ging voor elke dodelijke prik de huid van Ysbrandt desinfecteren….. Zodat hij geen infectie krijgt…..’ We liggen dubbel.

De hele middag praten we over het gebeurde. Over onze hondjes. We bellen uitgebreid met Frogs, zo ver weg in Portugal. Oh wat misen we hem vandaag! Ik steek een kaarsje aan voor mijn hondenengeltje.

YSBRANDT14

Hij heeft nu vrede. Zijn zieke lichaampje is weer gezond en mooi en jong. Hij springt weer een meter in de lucht. Hij kan zijn bek weer openen, zijn tong weer uitsteken. Weer gapen….. Hij kan weer rennen en zwemmen. Daar in de mooie hondenhemel. Waar allemaal oude vrienden hem begroeten.

Het is vreselijk ellendig dat Ysbrandt niet langer hier is, maar ik voel me gek genoeg ook opgelucht en gelukkig. En trots. Trots op ons, we hebben het samen toch maar geklaard!

Ons leven samen is 1 grote liefdesgeschiedenis. Vanaf dag 1 tot aan nu. Elke dag van elkaar gehouden. Iedere dag samen genoten. Mijn rouw om Ysbrandt wordt gekleurd door al deze gouden ervaringen samen.

We wonen altijd in elkaars hart, mijn lieve hondje en ik…..

 

 

Heks heeft weer een hondje! Even voorstellen: VikThor ‘Vlekje’ van de Hazelberg. Geboren op 18 juni 2016. Waardig opvolger van zijn grote broer Ysbrandt.

Deze foto stond op internet

VikThor: Overwinnaar en dondergod. Alias Donar. Zijn runeteken, de donderbezem kom je nog wel eens op gevels tegen. Een donderbezem? Een viervoeter met zo’n naam is werkelijk een perfect hondje voor een heks……

VikThor is geboren in de voortreffelijke Kennel van de Hazelberg te  Heeswijk-Dinther in Brabant. Hij heeft maar liefst negen boertjes en zusjes. Allemaal gefokt voor de jacht. Echte werkhondjes….

VikThor met zijn nieuwe suikeroompie  ome Frogs!

 

Sterven, het waanzinnige afscheid: In memoriam Ysbrandt.

Afgelopen zaterdag is Ysbrandt vredig ingeslapen. Zijn mooie hondenleven is ten einde. Hij is vertrokken naar de eeuwige jachtvelden, ideaal natuurlijk voor een jachthond.

We missen hem verschrikkelijk. Het huis is zo leeg en stil.

Toch ben ik ook blij. We hebben het samen volbracht. Zijn lijdensweg is ten einde. Hij heeft nu rust.

Rust in vrede, lief Varkentje. Je leeft voort in mijn hart.

Thich Nhat Hanh: No coming, no going….

“No coming, no going, no after, no before.
I hold you close to me. I release you to be so free.
Because I am in you and you are in me,
because I am in you and you are in me.”

‘Partir c’est mourir un peu’.

Afscheid nemen doet pijn. Het is een beetje sterven.

De afgelopen week gaat het bergafwaarts met mijn hondje. Mijn kat Snuitje is ook nog eens zoek. Het wordt me teveel. Ik krijg het niet voor elkaar om ’s nachts overal te gaan roepen. Ook lukt het me niet om een tweede ronde te flyeren en posters op te hangen. Goddank krijg ik hulp!

Joy en haar lief komen me helpen. Heks drukt een hele berg flyers met een subliem goeie foto van mijn schatje erop. Vorige week op dinsdagavond komen mijn vrienden alles ophalen. Ze gaan al dit materiaal de komende week door omringende wijken verspreiden.

‘Willen jullie een glaasje wijn?’ vraag ik hoopvol nadat we de koffie ophebben. Natuurlijk. Gezellig. Ik geniet van het uurtje met dit onvolprezen stel kattenvrienden. Ysbrandt krijgt een lekkertje. Het lijkt allemaal gewoon en normaal vanavond……

Een dag later besluit ik naar het strand te gaan met mijn schatje. Dit nadat ik een dag eerder met de dierenarts heb gebeld, omdat mijn beestje het zo slecht had de nacht ervoor. Vandaag is het echter heerlijk zonnig edoch koel weer. Ik stop mijn varkentje in de auto en rijd rustig en voorzichtig  naar Noordwijk.

Op ons gemak sukkelen we het strand op. Mijn ventje wil een balletje. Hij rent er een paar keer op een soort van drafje achteraan door het verkoelende water. Dan komt hij naast me zitten in het rulle zand. Samen kijken we naar de zee. Hij steekt zijn grote neus in de wind en geniet van alle geuren.

Tot slot pakken we een terrasje. Ik bestel een frietje zoals altijd. En hij mag er ook een paar natuurlijk. Eerst sabbel ik het zout er grotendeels uit. Daarna stop ik er af en toe eentje in zijn lieve bekkie. Oh lieve god, wat houd ik toch veel van mijn kereltje….

Een dag later lopen we door het Leidse Hout. Dit bos waar we zoveel tijd samen hebben doorgebracht. Het is pisweer. Het bos is verlaten. Ik heb op buienradar gekeken naar een tijdstip zonder hoosbuien, dus we lopen redelijk droog. Ys loopt nog geen halve meter van mijn knieën. Af en toe piest hij of draait een lekker drolletje. Hij eet nog goed. Halleluja!

Het lijkt wel een wandelmeditatie in de traditie van Thich Nhat Hanh. Zo langzaam hebben we nog nooit samen gelopen. Rustig kachelen we een royale ronde. Tussendoor rusten we eventjes uit op een bankje.

De trappen op en af wordt steeds moeilijker. Mijn bikkel moet steeds dieper ademhalen voor hij er überhaupt aan begint. Daarom heb ik een nieuw spelelement toegevoegd: Iets lekkers! Het blijkt zo motiverend te werken, dat hij bijna de trap aflazert in zijn haast beneden te komen. Maar goed. Het leidt af van zijn moeite om dit klusje te klaren….

Ach beesie. We zitten in ons laatste stukje samen. Spoedig ga je naar de eeuwige jachtvelden. Vol konijnen, hazen en fazanten. Daar wachten allemaal oude hondenvrienden op je. En een incidentele vijand.

Vanmorgen wandelen we door de buurt. Bij de slager halen we een stukje worst. Bij de sigarenboer een snoepje. Ik verwen mijn ventje. Voornamelijk met gezonde dingen. Maar iets slechts moet ook maar kunnen. Ik stop er nog maar een plaspilletje in ….