Wie een kuil graaft voor een ander is sociaal bezig! En: Laatste tropische dagen van 2016 nodigen uit tot spijbelen. Heerlijk!

Dinsdagmorgen belt Frogs. ‘Ga je vanavond mee naar het strand? Het is zulk mooi weer.’ Eigenlijk zou ik bij hem gaan eten en vervolgens naar het koor vertrekken. Terwijl mijn kikkervriend op VikThor zou passen. ‘Ik weet het niet, Frogs, ik moet natuurlijk repeteren. Je weet dat ik het nooit zomaar oversla.’

Een paar uur later is het 35 graden Celsius. Veel te warm in de middag om met mijn hondje naar buiten te gaan. Ook mijn zin om braaf te oefenen met mijn zangmaatjes is tanende. ‘Laten we het doen,’ sms ik mijn kikkervriend. Een paar uur later vist hij me op met zijn grote bolide.

We rijden naar de Wassenaarse Slag. Daar zijn veel minder honden dan op het hondenstrand in Noordewijk. En aangezien VikThor nog een laatste enting moet krijgen is dat een veiliger optie.

We dragen mijn ventje tot aan de vloedlijn. Zijn snelgroeiende hypermobiele ledematen mogen nog niet zwaar ploeteren door zacht zand. We zoeken een plekje en genieten een paar uur van het zalige weer. Af en toe springen we in het water om af te koelen.

Een echtpaar komt voorbij met een paar enthousiaste volwassen Springers. Ze rennen vol overgave achter een balletje aan. Volledig gefocust. VikThor ziet het vol spanning aan. Licht trillend observeert hij zijn grote broers. ‘Wat geweldig! Stoer! Dat wil ik ook!’ zie je hem denken. Als ze weg zijn graaft hij een kuil.

Tegen achten zoeken we een strandtent op om een hapje te eten. We zijn net op tijd. Om acht uur gaat de keuken dicht!

Strandpaviljoen Sport‘ heeft geweldige uitbaters. Niet alleen hebben ze een prachtige Springer Spaniël en een Duitse Herder rondlopen. Ook kun je er glutenvrije/sojavrije/lactosevrije producten bestellen. De kinderen van het echtpaar hebben ook de nodige allergieën en dit heeft hen gemotiveerd om te zorgen dat mensen met coeliakie en dergelijke gewoon bij hen terecht kunnen voor een lekker maal. Of een portie glutenvrije/lactosevrije bitterballen!

We zitten eerste rang voor een fenomenale zonsondergang. Terwijl we proosten met een goed glas wijn en genieten van ons eten zakt op de achtergrond de gouden zon in een roze/oranje/paarse vlammenzee.

Frogs is wel een beetje afgeleid, want naast ons zit een knappe gescheiden huismoeder met haar kinderen. Morgen moeten ze gewoon naar school. ‘Ze hebben zelfs proefwerkweek. maar ja, het is zo heerlijk op het strand. We blijven nog eventjes….’

Misdadig natuurlijk, proefwerkweek tijdens zo’n hittegolf. Frogs heeft al de hele dag vrij in verband met een tropenrooster op de school waar hij les geeft! Dat is het betere werk!

Om een uurtje of negen wordt het alweer donker. Het is nog steeds dertig graden. Op ons gemakje gaan we naar huis. VikThor is helemaal happy. Doodmoe ligt hij te slapen in de mand op mijn schoot.

‘Morgen moet ik helaas wel aan het werk, Heks, ik ga dus maar direct naar huis. Het was heerlijk aan het strand. Niet te geloven dat het zulk fantastisch weer is, de meteorologische herfst is officieel al begonnen!’

Ik voel me ook zeer tevreden. Spijbelen is soms toch zo geweldig! Ik ben dol op mijn koor, maar deze magische zomeravond in de herfst ging toch eventjes voor!

Alles is anders in Plumvillage na het wegvallen van hun mannelijke versie van de ‘queen bee’. Toch is Thay nog zeer aanwezig. Heks gaat gewoon met hem mediteren bovenop een berg. Als vanouds!

Ruim anderhalf jaar geleden krijgt mijn hoogbejaarde leraar Thich Nhat Hanh een herseninfarct. Een aantal maanden ervoor bezoek ik zijn seminar met als werktitel: ‘What happens when we die?’ ‘Hij bereidt zijn sangha voor op zijn verscheiden,’ denkt Heks als ze dat van tevoren ergens leest. Ik ben vast niet de enige die dat toen dacht!

Thay overleeft echter zijn infarct en langzamerhand stabiliseert zijn toestand. Praten kan hij helaas niet meer. Deze verbaal zeer begaafde man is met stomheid geslagen. Lesgeven is er dus niet meer bij. Als ik eind mei afreis naar de Dordogne heb ik geen idee wat me te wachten staat. Voorheen draaide zo’n retraite volledig om de virtuoze dharmatalks van Thich Nhat Hanh.

Mijn vriendin de non vertelt me dat hij vroeger wel twee talks per dag gaf. Eentje in het Engels en eentje in het Vietnamees. Die laatste werd je ook geacht te volgen: Er waren gelukkig altijd wel vertalers aanwezig!

‘Misschien komt er wel niemand deze keer,’ mijn vrees blijkt ongegrond. Uit alle windstreken zijn toch weer busladingen leerlingen ingevlogen. De Hamlets zijn afgeladen vol. Niet zo overvol als de vorige keer, maar toch vol.

En ja, het is anders om geen les te hebben van Thay. Het is namelijk zo fantastisch om hem als leraar te hebben. Ik realiseer me hoe bevoorrecht ik ben geweest al die jaren. Ik heb de talks van die verrukkelijke man in levende lijve meegemaakt!

Deze keer moeten we het zonder Thay stellen. Hoewel? Tijdens de eerste talk komt hij plotseling binnen. Zijn verzorgers duwen hem voort in een rolstoel. Het wordt doodstil in de afgeladen meditatiehal. Iedereen is diep ontroerd. Dan zingen we hem toe. Heks voelt tranen langs haar wangen stromen. Wat hou ik toch veel van deze man. Zelfs al zegt onze leraar geen woord, hij is nog steeds zeer aanwezig.

Zo zien we onze geliefde zenmeester toch ook deze keer af en toe: Tijdens de les komt hij regelmatig eventjes binnen. Hij scant de ruimte met zijn ZEN-blik. Een paar keer zit hij maar een halve meter van me af, omdat ik graag helemaal aan de zijkant zit met al mijn kleurpotloden, verf en plakspullen. Zoals altijd kijkt hij dwars door me heen!

Halverwege de derde week hebben we les in New Hamlet. Het weer is een beetje wisselend, om de haverklap valt er een bui op je kop. Na de les is het echter droog. Het zonnetje breekt door. We gaan lekker tegen de berg op wandelen: Walking mediation, iets dat Thay toch zo graag deed. Helaas valt er weinig meer te lopen voor hem…..

Eerst zingen we allemaal liedjes rondom de Belltower. Een dagelijks terugkerend ritueel. De woorden en melodieën zijn vaak uiterst eenvoudig. Kinderlijk bijna. Vroeger zijn er regelmatig mensen geweest, die dat maar niks vonden. Niet serieus genoeg. Ze gingen zich beklagen bij Thay en pleitten voor verandering. Onze leraar echter liet zich niet verbakken, de liedjes bleven.

Nu weten we niet beter. Volwassen mensen maken speels de bijbehorende gebaren in de lucht, terwijl ze vol overgave de eenvoudige woorden zingen. ‘Happiness is here and now’. Eerst in het Engels, dan nemen de Fransen het over. ‘Le bonheur est maintenant…’ Binnen de kortste keren horen we ditzelfde lied in het Fins, Zweeds, Spaans, Portugees, Chinees, Vietnamees, Tagalog en ga zo maar door.

Tot onze vreugde duikt Thay op in zijn rolstoel. Zijn leerlingen beginnen hem tegen de berg op te duwen. Wij volgen als makke schapen. Tussen de pruimenbomen door slingert een lint van blije mensen omhoog. Hoger en hoger gaat het, de monniken hebben er aardig de sokken in gezet.

Bovenaan de heuvel houden ze stil. Wij schapen drommen om hen heen. Onze leraar wordt omgeven door verrukte leerlingen. Sommigen van hen hebben hem nog nooit in levende lijve gezien. Ze gaan vlak voor zijn neus staan en maken een foto. Of ze gaan naast hem poseren en iemand anders maakt een kiekje. Thay kan geen kant op natuurlijk. Hij moet het gelaten over zich heen laten komen….

Dan draaien de verzorgers zijn stoel om. Iemand bedient de bel en het wordt stil. Gezamenlijk mediteren we als vanouds. Ik drink het landschap in. Ik wil niet per se met Thay op de foto, maar dit is wat ik wil. Samen met mijn leraar hier zitten. De lucht inademen, die hij inademt. Het landschap indrinken, dat hij indrinkt. Interzijn met deze grote geest.

Na de meditatie pakken de mensen hun lunchpakket. Het is tijd om te eten, iets waar ze in het klooster nooit de hand mee lichten. Mijn lunch ligt in mijn auto.

Zodoende daal ik achter Thay de berg af. Ik draal nog even onder de moerbeibomen. Op mijn gemak pluk ik er een heleboel. Verzaligd prop ik de zoete vruchten in mijn mond. Overvloed.

Als we die middag dharma-delen komt natuurlijk deze bijzondere wandelmeditatie ter sprake. Wat was het fijn dat Thich Nhat Hanh erbij was!

‘Ik vond het verschrikkelijk dat mensen zomaar foto’s van hem gingen maken. Hoe kun je dat nu doen? Die man kan geen kant op!’ Iemand heeft zich groen en geel geërgerd, ‘Het maakt me zo verdrietig, hebben mensen dan geen fatsoen?’ Heks snapt dit heel goed. Op mij kwam het ook niet prettig over, dat gefotografeer. Maar ik erger me er niet aan. Ik doe gewoon net of ik het niet zie….

De Vietnamese non, die onze familie faciliteert neemt het woord. Ze is een goedlachse schat van een vrouw. ‘Ik zal jullie een beetje invullen over Thay. Hij is niet de zielige man, die sommigen van hem maken. Ik zie hem regelmatig en behalve dat hij niet kan praten is er nog net zoveel contact.’

Ze vertelt hoe ze nog steeds bij hem permissie vraagt om elders een retraite te gaan leiden. Hoe hij nog steeds zeer aanwezig is. Hoe hij geniet van het leven, van een stukje wandelen, de natuur…..

IMG_8838 - versie 2

‘Vroeger had hij een gigantische hekel aan fotograferen. Als je met hem op de foto wilde gaf hij je de ZEN-look!’ Ze trekt een streng gezicht. We liggen dubbel. Thich Nhat Hanh heeft het vermogen dwars door je heen te kijken. Een onthutsende ervaring! Heks heeft ook wel eens de ZEN-look gekregen, toen ze hem van korte afstand probeerde te fotograferen. Van schrik liet ik bijna mijn camera vallen…..

‘Later heeft hij zijn mening herzien. Hij begrijpt dat het voor mensen belangrijk is om een foto van hem te hebben. Sommigen hebben er jaren op gewacht om hun leraar een keertje te mogen zien. Ook met ons is hij uitgebreid op de foto gegaan. Elke monnik of non apart. Eerst een officiële foto,’ ze trekt een heel serieus gezicht en gaat kaarsrecht zitten, ‘en daarna een hele vrolijke of gekke….’

Ach, mijn geliefde leraar. Gevangen in zijn lijf.

Een Vietnamese monnik, een bootvluchteling die in Nederland terecht kwam en dientengevolge vloeiend Nederlands spreekt, geeft op een goeie dag een talk. Hij vertelt over een heldere droom, die hij kreeg na het herseninfarct van zijn leraar. Toen deze in coma lag in het ziekenhuis van Bordeaux.

In de droom ziet hij Thay, heel duidelijk. Deze leest hem iets voor, maar gaat zo snel, dat de monnik het niet kan volgen. ‘Rustig aan, Thay,’ roept hij uit, maar Thich Nhat Hanh is niet te stoppen. Slechts vier regels heeft hij onthouden van hetgeen hem werd gezegd:

  1. Still intact, Still complete, full.
  2. There are ways, there are paths, we need to face by ourselves.
  3. We feel inspired by, we just do it.
  4. We don’t calculate anything.

 

 

 

 

Gewoontepatronen laten zich niet gemakkelijk doorbreken. Je kunt ze maar beter vervangen door iets nieuws. Heks worstelt met haar neiging elke keer in dezelfde groef terecht te komen. Misschien is het tijd voor een nieuwe bezem: Die vegen tenminste schoon!

Sinds ik terug ben van mijn retraite is het zaak om niet direct in mijn oude patronen te vervallen. ‘Gewoonte energie’ noemen ze dat in Bhoeddhistische kringen. We hebben er allemaal last van: Je wilt wel anders, beter leven, maar je zit vast in je groef. Van je groef in je graf als je niet uitkijkt. Bewust zijn, jezelf her inneren: Het is een hele klus.

Toch zit em hier wel de kneep.

Ik ga het klooster in met een brandende vraag. Hoe kun je het nog hebben over de fundamentele goedheid van de mens als je met narcisten en psychopaten te maken hebt? Dit kwaadaardige volkje dat alleen om zichzelf geeft en verder louter neemt. Deze liegende en bedriegende medemensen. De wolven in schaapskleren. Die machtswellustige en seksueel gefrustreerde egoïsten……

Waar blijf je met al je goede bedoelingen oog in oog met deze onmenselijke persoonlijkheidsstoornis?

Ik krijg er geen antwoord op. De meeste mensen hebben geen idee wat narcisten nu eigenlijk voor’n wezenloze wezens zijn. Net als ik een tijdje geleden. De neiging bestaat om compassie te hebben met deze meedogenloze agressors. Ik ken die neiging.

Dan hoor ik tijdens een Dharmatalk door een sprankelende non opeens het verlossende woord. Haar verhaal gaat niet over narcisten, noch over psychopaten. Hier in Plumvillage zijn alle mensen gewoon medemensen.

‘Soms zie je iemand lijden, maar ze willen het niet toegeven. Of je ziet iemand, die heel boos is, maar ze beweren van niet. Sterker nog: Ze zeggen rustig dat jij boos bent en dat jij lijdt. Maar ook voor hen geldt: Zolang je niet toegeeft dat je lijdt verandert er niets. Je zit er in vast. Je kunt overigens zowel in lijden als geluk blijven steken….’

‘Wees geen slachtoffer,’ zegt Thay altijd. Hij is er zelf het levende voorbeeld van. Zelfs in zijn huidige positie, na het herseninfarct. ‘Wie weet hoe hij moet lijden kan er zijn voordeel mee doen. No mud, no lotus.’

In de loop van de retraite verdwijnt de noodzaak om een antwoord te krijgen op mijn vraag. Ik ben stomweg helemaal niet meer bezig met het thema narcisme. Evenmin denk ik aan de narcisten in mijn leven. Het is me om het even. Leven en laten leven. Ze zoeken het maar uit. Zolang zijzelf hun lijden niet erkennen is er weinig aan te doen. En als er iemand al iets aan moet doen dan zijn ze het toch echt zelf……

Wel dringt het tot me door dat ik beter voor mezelf moet zorgen. Ik neem iedereen in bescherming behalve mezelf. Ik spring voor Jan en Alleman in de bres, maar mezelf laat ik creperen. Ik stel niet of nauwelijks grenzen en die worden dan nog met voeten getreden en zwaar overschreden. En dat vergeef ik dan weer grif.

Ook moet ik ophouden met alleen maar te luisteren naar anderen. Ik mag zelf ook delen wat er in me omgaat. Zeker bij vrienden! Na mijn relatiebreuk is het me met enige regelmaat gebeurd dat mensen waar ik altijd eindeloos naar zit te luisteren me na een paar weken de mond snoerden. Of ik kon ophouden met die verhalen, ze wisten het nu wel!

Thuisgekomen zit ik elke dag op mijn kussentje te mediteren. In de stilte luister ik naar mezelf. Ik ben mijn eigen soulmate. Daarnaast zie ik maar weinig mensen en dat voelt prima. Ik ben op zoek naar nieuwe patronen en daar horen nieuwe gewoontes en nieuw gedrag bij. Maar o jee, ik schiet als ik niet uitkijk zo weer in mijn oude groef.

Het leven test me door iemand op mijn pad te sturen, die een zwaar beroep op me doet. Soms kun je er gewoon met je petje niet bij hoe onrechtvaardig mensen door hun dierbaren behandeld worden. Als dan ook de omgeving een duit in het zakje doet en de maatschappij er nog een schepje bovenop doet en het rechtssysteem faalt……

Heks voelt natuurlijk compassie opwellen in haar hart en voor ik het weet spring ik in de bres. Ik luister, schrijf brieven, help uit de brand, bid en brand kaarsjes. Niks mis mee.

Toch moet ik ook in deze situatie heel goed mijn grenzen bewaken, want als ik niet uitkijk vreet het me op. Ik realiseer me dat ik in een mij zeer bekend patroon ben beland:

Een wildvreemde of vage bekende zit zwaar in de shit en staat bij me op de stoep. Ik bied de helpende hand en een luisterend oor. Een scheve ‘vriendschap’ ontstaat, waarbij ik luister en geef. Dit gaat geruime tijd goed. Dan verandert er iets: De andere partij haalt me onderuit, gaat op mijn nek zitten of probeert me de les lezen. Ellendig einde verhaal.

Vorige week in de kerk zette iemand nog op die manier haar nagels in me! Ook die dame heeft regelmatig haar hart bij me gelucht toen ze in de problemen zat bedacht ik me later. Ik ben daar uiterst discreet mee omgegaan natuurlijk, maar toch vindt ze het nodig me op mijn nummer te zetten! MEUH!

Kort samengevat: Eerst zet iemand je op een voetstuk, omdat ie je nodig heeft. Dan beland je in een zogenaamde vriendschap die mank gaat. En tot slot stampt zo’n medemens je dan de grond in, omdat je tegenvalt in het gebruik.  Een simpele formule op zich. Dat wel.

Tijdens de retraite lukt het me prima om mijn grenzen te bewaken.  Tevens luisteren mijn sangha-familieleden ook naar hetgeen ik te vertellen hebt en wat mij bezig houdt of pijn doet tijdens de dharmadiscussies. In deze veilige omgeving oefen ik verwoed op het mezelf handhaven tussen mijn medemensen. En het lukt!

Thuisgekomen is dat een ander  verhaal. In mijn gewone dagdagelijkse omgeving wankelt mijn besluit om mijn ruimte in te nemen. Het is ontzettend moeilijk om zaken anders aan te pakken. Grenzen trekken is niet echt mijn ding. Ook kost het me moeite om niet aardig te zijn. Ik ben een hopeloze pleaser… Ik geef al iets weg voordat ik er over heb nagedacht. En elke keer doe ik het weer.

Daarom zit ik nu stil op mijn kussen te ademen voordat ik iets doe of toezeg. Ik trek wel een grens, doe soms de deur niet open. Ik leg niet uit waarom en hoe, maar bescherm mezelf tegen mensen die me leegtrekken. Er is namelijk een groot verschil tussen energie geven en leeggetrokken worden. In het eerste geval komt het uit de ‘Oneindige Bron’. Dat gebeurt als ik mensen instraal bijvoorbeeld. Dat is heerlijk, ook voor mezelf.

Helaas pluggen er regelmatig mensen stiekem in. Ze verorberen mijn persoonlijke energie, zoals een vampier het bloed van zijn gastheer… En ik heb al zo weinig energie: Ik wil het nu wel eens voor mezelf gebruiken. Al was het alleen maar om mijn huis op te ruimen! Maar ook tekenen en schilderen, lezen en muziek maken schieten er al jaren bij in.

‘You have to take care of yourself before you can take care of others,’ zegt televisiegoeroe Phil op de achtergrond van mijn geschrijf tegen de dochters van een ontaarde alcoholiste. Zij houden van hun moeder, maar diens hersenen zijn zo vergiftigd door drank en pillen, dat ze die liefde op een bizarre manier retourneert. Ik zie ongelofelijke voorbeelden voorbij komen. Tenenkrommend. Wat een keihard wijf!

Phil vervolgt ‘Als jouw moeder ontkent dat jij bent misbruikt door haar partner en de relatie met die man gewoon nog 12 jaar doorzet: Stop er geen energie meer in. Jij moet nu echt voor jezelf gaan zorgen. Je bent ernstig getraumatiseerd en jouw moeder ontkent dat. Erken het in elk geval zelf en zorg voor dat geschonden kind in je, zodat je kunt helen. Eerder kun je niets voor wie dan ook betekenen!’

Wat zegt Thich Nhat Hanh ook alweer? ‘We rennen vaak zonder erbij na te denken achter de brandstichters aan, als ons huis in de fik vliegt.’ Je hebt er niets aan. Het is ook gewoonte-energie. En ook ‘Als je niet thuis bent bij jezelf kan iedereen met het grootste gemak inbreken en de boel leeghalen‘.

Ik ben bezig om voor mijn eigen woning te zorgen, mijn ruimte te beschermen. Ik hoop daar een goede gewoonte van te maken…..

Vorstelijk uitstapje vol zoete traktaties en weidse vergezichten: Welkome afwisseling van verwoed navelstaren……

We zoeken elkaar regelmatig op

Ik ben nog geen week in het klooster als ik met een lid van mijn internationale familie op stap ga. Een pittige tante uit Missisippi met een heerlijk recalcitrant karakter. Heks gaat een paar boodschappen halen in een ‘Winkel Walhalla’: Een berg supermarchés op een kluitje. Ook wil ik een blogje posten. Eén van de weinige, die ik produceer tijdens mijn reis.

Het is het uitje waarbij een vogel zich doodvliegt tegen mijn auto. Dit werpt natuurlijk een smet op de gezellige middag…..

Daar staat mijn kanariepiet

Mijn nieuwe vriendin trekt regelmatig met me op. Er is sprake van grote sympathie tussen ons. ‘Heks, toen jij die eerste dag binnenkwam met je cowboylaarzen en hoed, dacht ik meteen: “Met die dame kan ik het vast goed vinden!” En kijk eens: Ik had gelijk!’ Tevreden grijnst ze me toe.

Helaas krijgt mijn maatje het na de eerste tien dagen moeilijk. Zo’n retraite duurt best lang. Er zijn dagen dat je helemaal tureluurs wordt van al dat navelstaren. Er komen allerlei emoties los waar je ook niet op zit te wachten, vaak ben je jarenlang druk bezig geweest om die ellende juist te onderdrukken!

Halverwege de rit gaan er bovendien ook nog eens een heleboel mensen naar huis. Er komen weer nieuwe deelnemers bij. Ook onze familie wordt getroffen door dat fenomeen: Een aantal leden zijn opeens weg en er komen wildvreemde mensen voor in de plaats.

Vroeger was dit niet zo, dan bleef iedereen gewoon de volle drie weken. Op een enkele uitzondering na. De opgebouwde energie bleef zodoende intact. Heel belangrijk in groepsprocessen!

Heks heeft minder last van het gebeuren, want ik heb me volledig ingesteld op het feit dat alles altijd weer anders is. Niets is blijvend. Zelfs niet in een klooster. Toch vindt ook Heks het jammer dat zovelen naar huis gaan. Van sommige mensen heb ik niet eens afscheid genomen!

Mijn maatje echter krijgt het echt te zwaar. Zozeer zelfs dat ze een tripje naar Amsterdam plant. Onbezonnen bestelt ze een ticket om vanuit Bordeaux een weekendje heen en weer te vliegen. ‘Kun je me zaterdag naar het station brengen?’ vraagt ze plotseling.

Daar ga ik natuurlijk niet aan meewerken. ‘Vraag maar aan een zuster,’ adviseer ik haar vriendelijk. Ik heb een beter idee: Het is tijd voor een kleine roadtrip met mijn nieuwe vriendinnetje. Uit ervaring weet ik dat je daar geweldig van kunt opknappen.

We besluiten em te smeren als we les hebben in een ander klooster. Na de dharmatalk gaan we ervan tussen in mijn kanariepiet. ‘Oh, wat heerlijk,’ hoor ik naast me een heel blij meisje verzuchten, ‘Ik ben nog geen seconde alleen van het terrein afgeweest, behalve die keer dat we boodschappen gingen doen…..’

Vlak bij het klooster is een klein slaperig plaatsje op een berg. Heks kent het wel. Ik heb er ooit schoenen gekocht met mijn vriendin de non. Schoenen met bloemen. Rare schoenen. Geen exemplaren die je denkt aan te treffen in zo’n suf provinciestadje van niks.

Ik sleep mijn vriendin mee naar dit schoenenparadijs. Stomverbaasd wurmt ze zich door deze volgestouwde winkel van Sinkel. Naast schoeisel verkopen ze ook speelgoed en vishengels. We passen enthousiast een aantal bizarre modellen en natuurlijk vind ik weer een perfect fijn fleurig schoenenpaar.

We halen fruit en andere boodschappen, treuzelen een tijdje in een brocante. Jeetje, wat verkopen ze in Frankrijk toch een prachtige oude spulletjes voor bijna niks. Ik scoor een prachtige koperen kaarsenstandaard vol krullen en bloemen.

Een absolute bezienswaardigheid in Duras is het kasteel. Prominent ligt het aan de rand van de stad, uitkijkend over een enorm dal. We besluiten het te bezoeken. Bij een lieve werkstudente kopen we een toegangsbewijs en een koptelefoon met rondleiding. Op ons gemak slenteren we het hele kasteel rond, van de kelder tot het dak. Daar aanbeland krijgen we als bonus een oogverblindend uitzicht! Een verpletterend panorama. Ademloos laten we het landschap op ons inwerken.

Verder hebben we veel lol samen. Zo’n kasteel spreekt natuurlijk tot de verbeelding. We stellen ons van alles voor, daarin gestimuleerd door de rare verhalen uit onze koptelefoon. Mijn god, wat een idioten hebben hier gewoond. Zoals altijd verbaast Heks zich weer over extreme decadentie en misbruik van macht. De wereld staat er bol van. Nu, vroeger en naar ik vrees ook de toekomst.

Amerika heeft een uitstekend voorbeeld van dit verschijnsel in de race voor de functie van president. De dubieuze Troefkaart van de republikeinen. (Trump betekent troef. Wat mij betreft betekent het Snoef…..)  Een narcist als presidentskandidaat. Idioterie ten top natuurlijk: Een gestoorde gek aan de top……

Jammer dat Trump geen genoegen neemt met een positie als kasteelheer op het franse platteland. Daar kan hij beduidend minder kwaad dan in Washington.

De nieuwe Trumptower?

Als we het hele bouwwerk hebben verkend is het tijd voor een ijsje. In het stadje is een geweldige ijssalon. Wel tachtig soorten liggen uitgestald in een vitrine, ook een flink aantal smaken geschikt voor consumptie door Heks met haar achterlijke dieet. We bestellen een paar enorme bollen en een kopje koffie. Verrukt smikkelen we van het zalige goedje.

‘Ik neem er nog eentje,’ verzaligd likt mijn tafelgenoot langs haar lippen. Zonder problemen werkt ze nog een bol naar binnen. Ik lig intussen al een beetje om van al die suiker, dus ik laat het hierbij. Heks is allang blij dat ze een keertje mee kan doen. Meestal kijk ik de andere kant op als mensen zich te buiten gaan aan zalige zoetigheid zoals taart, toetjes en ijsjes.

Er zit altijd wel iets in dat ik niet mag en bovendien verdraag ik suiker niet goed. Zoals iedereen overigens, maar de meeste mensen hebben dat totaal niet in de gaten….. Die denken dat ze ergens anders zo moe van worden. Of schimmelig. Of dik……

Suf van de suiker en eufoor van ons geweldige uitje rijden we terug naar Lower Hamlet. ‘Dank je wel voor deze heerlijke middag,’ zeggen we tegen elkaar. Mijn vriendinnetje is weer helemaal bijgetrokken. De dag volgend op onze trip is ze druk bezig om haar vlucht naar Amsterdam te cancelen. Ze hoeft niet meer te vluchten.

Ze is net als ik: Arrived. Home!

Duras22

 

 

Minivakantie in bont gezelschap op prachtige locatie. Oude school bewijst goede dienst als modern vakantiehuis: Het leven een leerschool? Nu even niet!

 

drenthe01

Woensdagmorgen om een uurtje of tien staat Frogs op de stoep. We gaan een paar dagen op vakantie. Kras heeft een huis gehuurd in Drenthe en haar hele vriendenkring uitgenodigd. Wie kan komen komt. Supergezellig natuurlijk.

Heks is net een beetje bijgetrokken van haar retraite. Ik heb nog niet eens al mijn vakantiespulletjes opgeruimd of ik sta alweer in te pakken. Gelukkig ga ik niet kramperen deze keer. Dat scheelt enorm in de mee te sjouwen troep.

Ik zoek me een ongeluk naar mijn koffer. Het onding is verdwenen. Wat vreemd, ik had em toch in de berging gezet? Staat hij dan nog in de gang? Of op mijn werkkamer? Nee, het valies is nergens te vinden. Bizar.

Zoals altijd als ik iets niet kan vinden denk ik dat het gestolen is. Een hardnekkig fenomeen sinds mijn stelende thuiszorg jaren geleden. Die gemene griezelige narcistische Indiase vrouw met haar grote brutale mond vol gouden tanden, haar pad-achtige kleine dikke volgepropte lijf behangen met goud en haar stem als een cirkelzaag heeft me echt een trauma bezorgd. Mijn onbevangenheid als ik iets niet kan vinden is voorgoed naar z’n gallemiezen.

Nu verdwijnen er nog steeds zo nu en  dan spulletjes uit mijn huis. In Plumvillage koop ik bijvoorbeeld als eerste een nieuwe wandel-bel om mijn zoekgeraakte bel te vervangen. Een paar jaar geleden liet ik dit vernuftige wonder der techniek enthousiast aan een destijds graag geziene gast zien en dat is de laatste keer geweest dat ik de bel zelf gezien heb. Weg! Verschwunden….. Nooit meer teruggevonden……

Ook die gast laat zich overigens niet meer zien in Huize Heks, maar dat kan natuurlijk toeval zijn: Meestal komen mijn spulletjes na een tijd gewoon weer tevoorschijn uit de in mijn huis heersende troep.

Heks heeft natuurlijk gewoon teveel spullen. En als een slak sjouw ik mijn huisraad ook nog eens achter me aan. Gemiddeld loop ik wel een uur per dag naar iets te zoeken: Als je niets hebt raak je ook niets kwijt. Een kopzorg minder…..

Frogs gooit alle bagage in zijn bolide en een uurtje later zijn we op weg. Eerst Ysbrandt eventjes ergens lanceren natuurlijk. Het monster mag ook mee. ‘Wie komen er eigenlijk nog meer?’ vraagt mijn kikkervriend. Geen idee. Het is een grote verrassing.

Mijn vriend zit aan het stuur en ik vlecht met kleurige linten een pak lavendel tot mooie flesjes. Het is een behoorlijk end rijden. Pas in de loop van de middag zijn we ter plekke.

Kras heeft een oude school gehuurd blijkt. Het is een prachtig gebouw, smaakvol verbouwd en ingericht. Beneden is een enorme ruimte met hoge ramen, een open haard en een ruime keuken. Er brandt een lekker vuurtje in de haard. Mooi zo. Het is er echt weer voor!

De gigantische huiskamer is gevuld met gekrijs van kinderen en geblaf van honden: Onze nieuwe huisgenoten. We laten het over ons heenkomen. Iemand geeft ons koffie en we eten een boterham. Langzamerhand landen we een beetje in dit paradijselijke oord.

’s Avonds zitten we met alle gasten rond de ellenlange tafel. Er is heerlijk gekookt door deze en gene: Dat regelt zich allemaal vanzelf blijkt.

Genoeglijk zitten we later bij elkaar. Iedereen doet maar zo’n beetje waar ie zin in heeft. Af en toe verdwijnen we naar buiten met de hondjes. De omgeving is schitterend mooi. We drinken het landschap in….

Een paar heerlijke dagen slaan we zo stuk met elkaar. Het bonte gezelschap smeedt zich aaneen tot een internationale familie. Niets hoeft, alles mag.

‘Dank je wel, Kras, voor dit geweldige initiatief,’ als we weer thuis zijn bedank ik mijn vriendin, ‘Je hebt zo’n fantastische ruimte geschapen om bij elkaar te zijn. We hebben het heerlijk gehad.’

Intussen heb ik ook als mosterd na de maaltijd mijn koffer weer teruggevonden in de berging. Helemaal niet uit de gang gestolen dus! Wel ben ik intussen mijn goeie bril kwijt. Hij zat niet in de brillenkoker. Al een week zoek ik me een ongeluk, hetgeen niet meevalt zonder bril. Zou ‘ie soms gestolen zijn? Wat denk je?

 

 

Paradijselijke LUSTthof gerund door een ex-monnik. Het klinkt tegenstrijdig, maar dat is het niet. Het woord strijd is sowieso volstrekt niet van toepassing op deze vredige locatie…..

De dag voor onze roadtrip ben ik ook al met mijn vriendin de non op stap. Probleemloos komen we deze keer om half tien uur ’s morgens aan in het andere klooster voor de dharmatalk. Een soort boeddhistische preek of les. ‘Zullen we samen lunchen straks? Ik heb geen zin om de hele middag hier in de drukte te blijven, maar ik weet wel een mooi rustig plekje om te picknicken….!’

Mijn vriendin kijkt me stralend aan, ‘Het is een prachtige rozentuin hier in de buurt. Met een theehuis erbij. De uitbater is een uitgetreden monnik. Hij heeft een praktijk voor osteopathie gecombineerd met die tuin. Dit nadat hij is getrouwd met een vrouw, die altijd met haar kinderen ons klooster bezocht, nadat ze heel jong weduwe was geworden. Zij stamt uit een familie met landerijen….’

Ze wijst in de verte, waar het landgoed zich bevindt. ‘Goh,’ zeg ik verwonderd tegen mijn gesprekspartner, ‘ Ik dacht dat je voor je leven het klooster in gaat, als je intreedt, maar ik hoor voortdurend verhalen over mensen, die na een paar jaar trouwen en kinderen krijgen.’  We grinniken.

‘Ja, het is inderdaad de bedoeling dat je blijft, maar in de praktijk werkt het toch anders. Uit mijn ordonatie-clubje is bijna niemand meer over. Ikzelf en nog iemand anders. Die is echter al een tijdje met verlof. Het kloosterleven is echt niet altijd gemakkelijk!’

Intussen heb ik ook dit jaar toch al weer heel wat aspiranten rond zien lopen; Mensen met een groot verlangen om permanent tot deze kloostergemeente te behoren. ‘Ben jij soms van plan om non te worden?’ roept mijn vriendin enthousiast, als ze me hoort oreren. We schateren van het lachen. Vrolijk hik ik nog een beetje na. Ik een non? Heks ziet er weinig heil in. Ze acht zichzelf totaal ongeschikt voor een dergelijk leven. Alleen het celibaat al zou me opbreken.

Daar ben ik als heks natuurlijk totaal op tegen. Het liefst zou ik de mensheid opvoeden in het hebben van goede seks, zoals de priesteressen van de Godin dat vroeger deden. In de tijd van het matriarchaat. Toen vrouwen nog tevreden waren met hun hangtieten, ronde kont en flappende schaamlippen. De gouden tijd voor de playboykutjes en vrouwenbesnijdenis. Overigens min of meer hetzelfde in mijn optiek.

Maar een paar jaar verplicht het klooster in lijkt me een prima idee. Op jonge leeftijd. Bij wijze van dienstplicht. Maatschappelijk weerbaar worden: Met mindfulness als wapen…..

In Thailand bijvoorbeeld is het heel gewoon voor jongemannen om voor een korte periode het klooster in te gaan. Een paar weken of maanden. Geheel vrijwillig overigens, dwang is meer iets voor ons chrgrgrrrristenen. Gewoon een beetje dreigen met zonde, hel en verdoemenis en je zet een groot deel der mensheid probleemloos naar je hand!

Maar goed, mijn vriendin moet ik helaas teleurstellen. Ik hang mijn toverstafje niet aan de wilgen: Ik blijf gewoon toverheks. We storten ons in de hectiek van de dharmatalk. Vandaag spreekt er een politieagente uit Seattle. Speciaal ingevlogen vanuit de Verenigde Staten. Ze blijft maar anderhalve dag!

De vrouw houdt een geweldig boeiend verhaal. Een Boeddhistische politieagente? Mindful schieten? Is dat wel gepast? ‘Politieagenten dragen nu eenmaal vuurwapens, daar kun je beter mindful mee omgaan,’ zei Thay haar ooit toen zij hem die vraag stelde. Intussen heeft zij haar sporen verdiend binnen haar beroepsgroep op het gebied van mindfulness. Thich Nath Hanh heeft zelfs een keer een retraite gegeven speciaal voor haar politiekorps.

Na de talk spoor ik mijn geliefde zuster op: We gaan lekker de hort op samen. Giebelend lopen we naar mijn autootje. Ik heb allemaal lekkere dingetjes in mijn koelbox gestopt en ook mijn vriendin heeft een picknickpakket bij zich. We rijden op ons gemak richting rozentuin. Binnen tien minuten zijn we ter plaatse.

Als we uit mijn kanariepiet stappen zweemt de zoete geur van egelantier ons al tegemoet. Het subtiele parfum bedwelmt onze zinnen en we zijn nog niet eens binnen in deze prachtige lusthof!

We duwen een groot smeedijzeren hek open. De tuin is enorm en we zijn de enige bezoekers! Wat een feest! Heks is flauw van de honger, dus we zoeken eerst een plekje in de schaduw voor onze picknick. Mijn oog valt op een intiem prieeltje. Ook hier geuren verschillende rozen je tegemoet. We installeren ons tussen de bomen, bloemen en planten en pakken ons lunchpakket uit.

Daarna dwalen we op ons gemak door de tuin. Overal hangen prachtige gedichten over rozen in het struweel. Er is ook een geweldige boomhut. Op de tafel iets verderop liggen pen en papier in een doos. Je kunt zelf iets schrijven en achterlaten in een brievenbus aan een dikke boom. Wat leuk allemaal. Interactiviteit avant la lettre.

DSC03905

Net als we de hele tuin mateloos hebben bewonderd stromen er andere bezoekers binnen, kloostergenoten en medeparticipanten. Als een duveltje uit een doosje komt ook de uitgetreden monnik tevoorschijn. Hij heeft al zijn haren weer terug, een dikke bos. ‘Het is de bedoeling dat je een kaartje koopt voor een bezoek aan de tuin,’ begint hij verontschuldigend, ‘het is vijf euro, maar dan mag je het hele jaar naar binnen.’ Een koopje natuurlijk, we betalen grif.

De andere bezoekers storten zich vervolgens in het charmante theehuis op ijsjes, maar wij maken ons uit de voeten. Het is weer mooi geweest. Vanmiddag wil ik nog een uiltje knappen. Wat een geweldige gewoonte in het klooster is dat toch: Ze staan hier wel idioot vroeg op (5 uur), maar iedereen gaat in de loop van de middag eventjes plat. Deep relaxation wordt het genoemd. De vlag dekt de lading. Ik ben er dol op.

Wat een heerlijke dag is het. En er gaan nog vele verrukkelijke dagen volgen. Met warme lieve mensen in een paradijselijke omgeving.

 

Road trip: Toverheks, Boeddhistische Non en Bosuil ofwel une Chouette Hulotte gaan op queeste; Reizen naar buiten en naar binnen…. Een geneeskrachtig avontuur.

De aspirant monnik bekijkt de vogel voorzichtig.

Als ik een goede week in het klooster ben hebben we les op een andere locatie: New Hamlet. Het is een flink end rijden, dus iedereen is al vroeg uit de veren om op tijd bij de bus te zijn. Heks gaat met de auto, ondanks het dringende verzoek om dat niet te doen. Iemand spreekt me er zelfs vermanend over toe. ‘Klets maar raak,’ glimlach ik onschuldig zwijgend naar de bemoeial, ‘Ik heb zo mijn redenen om met eigen vervoer te gaan en die gaan je niets aan!’

We krijgen hulp van een paar lieve dames. Deze schat heeft ook een gele Peugeot 107 vertelt ze me. Wat een toeval! Een Franse versie van Heks!

Heks wordt regelmatig op de vingers getikt over allerlei vermeend slecht gedrag. Gisteren nog hier in de kerk. Waarom ik toch altijd op het nippertje naar binnen schuif. Of ik soms aandacht wil trekken? Stond ik me toch nog een beetje te verdedigen, omdat ik de vingertikster graag mag…. De vrouw heeft wel een punt natuurlijk, zeker in haar optiek. Maar ja. Ik heb nu eenmaal de grootste moeite om waar dan ook op tijd te zijn, überhaupt om waar dan ook te zijn!

In het klooster kost het me niet de minste moeite om op tijd te zijn. Ik heb gewoon niets anders te doen: Geen hond uitlaten, behandelaars bezoeken, administratie bijhouden, huis opruimen….. Met het grootste gemak arriveer ik overal op het juiste tijdstip. Heerlijk. Ik haast me nergens voor en als ik iets niet haal, laat ik het gewoon schieten.

Vanmorgen rijd ik met mijn vriendin, de Nederlandse non, naar het andere klooster. Op ons gemak gaan we op pad. Als we het dal uitdraaien en op de heuvelkam terecht komen stokt zoals altijd de adem in mijn keel. Het uitzicht is adembenemend! Kilometers ver kijken we door de Dordogne. Ontroerd rijd ik over de kam langs het dal.

Plotseling zien we een bevriend echtpaar langs de weg lopen. Voor hen uit loopt een dame met een enorme vogel in haar handen. Het is een uil! Heks stopt haar auto. Snel springen we er uit. De vrouw legt de vogel in een greppel en gaat er snel vandoor. ‘Hij lag op de weg, hij is gewond! Helaas heb ik geen tijd om me er verder mee bezig te houden. Ik heb haast, ik moet naar mijn werk, mijn baas zit op me te wachten!’

la chouette hulotte

la chouette hulotte

Onthutst staan we te kijken. ‘Leeft die uil nog?’ informeer ik bezorgd. Het beest leeft nog. Onze vriend haalt hem voorzichtig uit de greppel en houdt hem omhoog. Goeie hemel, wat een prachtig dier! Eén oog zit dicht, maar zijn andere oog kijkt me helder en wakker aan. Ik voel mijn hart opengaan.

‘Hij is waarschijnlijk geraakt door een auto,’ zeggen we tegen elkaar, ‘Hij moet naar een dierenarts.’

Onze vriendin, de non, helpt het gezelschap uit de droom. ‘Je hoeft hier echt nergens aan te komen met gevonden wild. Vorig jaar vond ik een aangeschoten hert. De enige, die ik ervoor kon interesseren was de jagersvereniging. Geen dierenarts wil er zijn handen aan branden. Zij willen alleen maar huisdieren. Of vee. We moeten iets anders verzinnen…..’

We besluiten naar het andere klooster te rijden en het gewonde dier mee te nemen. ‘Ik laat je niet in de steek, uileballetje,’ slis ik stiekem in uilentaal tegen de vogel, ‘Ik zal zorgen dat je ergens wordt geholpen, wees maar niet bang!’

Uit mijn lijf komt een veld rustgevende moeder-aarde-energie. Het legt een deken van liefde en kalmte rondom het diertje. De Godin heeft zich het lot van haar vogelkind aangetrokken. De Grote Moeder gaat alle zeilen bijzetten om dit prachtige schepsel te redden!

‘Misschien is er wel een dierenarts onder de deelnemers aan de retraite,’ zeg ik hoopvol tegen mijn vriendin, als we weer onderweg zijn. Zij zit naast met met de uil in een knalgele gebloemde koeltas op haar schoot. Hij zit gerieflijk op een fleurig tafelkleedje! Het dier is gelukkig heel rustig. Stress is funest. Dodelijk vaak bij aangeschoten wild….

Bij de dierenarts

In het klooster blijkt dat er inderdaad een dierenarts aanwezig is: Eén van de aspirant monniken beoefende in zijn vorige leven dit beroep. Na de lezing snorren we hem op. Ook een paar dierlievende dames staan ons met raad en daad terzijde. Zij vinden een kliniek in Bordeaux, waar ze wild behandelen in plaats van opeten. En een vogelresort in Arcachon, die het dier na de eerstelijns behandeling wil rehabiliteren!

‘Het beestje ziet er behoorlijk levendig uit,’ de knappe aspirant kijkt me verbluft aan, ‘en hij is zo relaxed, dat is echt een wonder. Soms gaan ze dood van de stress nog voordat je iets voor hen hebt kunnen doen. Ik laat hem dan ook zoveel mogelijk met rust, volgens mij is hij prima te redden! Maar dan moet hij helaas helemaal naar Bordeaux!’

‘Het is wel een ongelofelijk end rijden,’ roepen mijn nieuwe vrienden door elkaar. We staan te overleggen hoe het nu verder moet. ‘Ik vind het geen probleem om te gaan, als jullie me het adres geven en eventjes met die mensen willen bellen dat ik er aan kom, dan ga ik direct op weg,’ verzucht ik. Ik laat dit dier niet stikken!

Mijn vriendin  de non kijkt me stralend aan. ‘Ik ga mee, we hebben vanmiddag toch geen dharma-discussie, ik heb mijn handen vrij, dus het komt prima uit!’ Ha fijn. Een road trip met mijn maatje! De uil wordt met koelbox en al in een kartonnen doos gezet. Zorgvuldig bevestig ik het geheel in de veiligheidsgordels. Even later zijn we op weg.

Weer is er een péage ondergelopen door de overvloedige regenval. Dat betekent ook nog eens omrijden! We nemen de prachtige route national. Die is behoorlijk bobbelig, hetgeen me zorgen baart. Ik hoop dat Uil er niet al teveel last van heeft! De weg voert ons langs kleine dorpen en stadjes. Wat is het hier toch schitterend mooi. Op ons gemak rijden we naar Bordeaux.

Intussen zitten we heerlijk met elkaar te praten: Mijn vriendin vertelt me haar hele levensverhaal! Daar hebben we alle tijd voor! Tegen het eind van de middag zijn we in de grote stad. Het is druk, want vrijdagmiddag en spits. De TomTom voert ons echter moeiteloos via een tussenweg naar het doel, een schier onvindbare kliniek.

‘Ah, een Hulotte!’ roepen de artsen in koor als we met onze kleine gewonde vogelvriend binnenkomen. Ofwel een Chouette Hulotte, een bosuil! Wat klinkt dat ook weer lekker, zo’n zoete chouette in plaats van een uil….. Ze tillen hem uit de doos. Geroutineerd wordt hij bekeken. Het beest geeft geen kik. De dokter aait hem over zijn bolletje en hij vindt het heerlijk!

‘Het is zo’n schatje, ik kon hem ook gewoon knuffelen en aaien, dat had ik helemaal niet verwacht,’ zegt Heks verwonderd tegen de arts. ‘Van alle uilen is dit de meest lieve soort. De gemiddelde uil kan best agressief zijn, die moet je echt niet proberen te aaien. Handschoenen zijn dan onontbeerlijk…. Maar deze soort is erg vriendelijk!’

Nou, was ik al verliefd op het dier, dit kleine wonder, dan word het nu alleen maar erger. Verrukt kijk ik hoe ze mijn schatje meenemen voor een grondig onderzoek. We wachten rustig totdat de artsen klaar zijn met het beestje. We willen uiteindelijk weten hoe het afloopt natuurlijk!

‘Hij heeft alleen een flinke bloeduitstorting rond zijn oog, zijn vleugels zijn goddank nog intact. Hij heeft absoluut een aanvaring met een auto te verduren gehad! We geven hem antibiotica en wat cortisonen. Maandag gaat hij naar Arcachon, voor revalidatie. Hij komt er weer helemaal bovenop. Dank jullie wel voor het brengen, niet veel mensen getroosten zich die moeite!’

We nemen tevreden afscheid. Wat heerlijk dat het zo goed afloopt. Dolgelukkig beginnen we aan de terugweg.

‘We gaan het eten in het klooster niet meer halen, Heks, zullen we ergens onderweg stoppen om iets te drinken?’ Een prima idee. Omdat het intussen erg druk is op de weg schieten we toch geen bal op. In een stadje doen we ons te goed aan koffie met gebak. We wandelen het hele plaatsje rond en babbelen intussen vrolijk verder over het leven in het algemeen en onze levens in het bijzonder!

Na een heerlijke middag achter het stuur met het beste reisgezelschap ooit komen we terug in het klooster. Tevreden, vrolijk, opgewonden en blij. Over een paar weken laten ze Uil weer vrij. Waarschijnlijk vindt hij zijn weg terug naar zijn habitat. Hemelsbreed is het niet eens zo ver naar Arcachon. Zo’n vogel vliegt met het grootste gemak over al die bergen en heuvels heen!

s’Avonds lig ik lekker in mijn tent. De eerste nacht van mijn verblijf  hier zat er een uil te roepen in de boom boven mijn hoofd. Een waanzinnig prachtig geluid. Ik kon er zelfs niet van slapen! Nu is het rustig. Alleen geritsel van bladeren. ‘Zou het dezelfde uil zijn geweest zijn?’ vraag ik me af. De kans is groot, want we hebben het dier hier vlakbij gevonden.

De volgende dag vind ik een piepklein veertje in mijn koelbox, tezamen met een uilepoepje op mijn gebloemde tafelkleedje. Het kleedje spoel ik uit. Dus uilen poepen, ondanks hun tevens produceren van uilenballen. Ze hebben gewoon ook een cloaca, net als alle andere vreemde vogels!

Het veertje plak ik in mijn aantekeningenboek. Een klein bewijs van de onwijs gave redding van een wijze vogel.

DSC03941

Soms zit er gewoon een steekje los aan iets of iemand. Of een kabeltje. Dat is prima te verhelpen. Problemen met je moederbord kun je beter niet oplopen: Dat betekent meestal einde verhaal!

Vakantie is vermoeiend. Het werkt al sterk ontregelend op de gemiddelde mens, maar voor een ME-patiënt is het bijkans dodelijk. Gelukkig maar dat het zo leuk is om je mee bezig te houden over het algemeen. Dat maakt het dan weer de moeite waard. Het is tenslotte nogal iets om je leven ervoor te wagen!

Een jaar geleden kwam ik ook terug van een reisje. De meest verschrikkelijke vakantie ooit. Met een soort bermbom naast me in de auto. Mijn tent gedeeld met een voortdurend erupterende vulkaan. Ik heb de foto’s nooit meer bekeken, de zwavelige bom uit mijn bestaan gebannen en de draad van mijn leven uiteindelijk weer opgepakt.

Het had wat voeten in de aarde, maar het is gelukt om me los te maken van die kwibus. Tijdens mijn verblijf in het klooster voel ik de laatste restjes ellende uit mijn lijf trekken. Letterlijk. Ik heb de eerste week wat indringende doch vage dromen over de fulminerende vulkaan.

Ik doe geen enkele moeite om ze me te herinneren. Het zijn restdromen. De laatste rommeltjes worden uit mijn heilige tuin geveegd. Opgeruimd staat netjes.

Mijn heilige tuin. Mijn innerlijk heiligdom. Leeggeroofd en vernacheld. Geplaatst in deze Boeddhistische hof van Eden vol pruimen, nonnetjes en lieve leken kom ik helemaal bij. Mijn gaarde bouwt weer op. Binnen een paar dagen heradem ik. Ik hervind mijn Mojo.

De tijd in het klooster vliegt voorbij. Ondanks het feit, dat we alles zo traag doen. Ik keer alweer huiswaarts voor ik er goed en wel aan toe ben. Een dagje knallen achter het stuur en ik lig weer in mijn eigen bedje…..

Toch is het ook fijn om weer thuis te zijn al kost het me moeite om de boel hier weer op te pakken. Ik moet eerst enorm uitrusten van mijn vakantie. Pas na een week bel ik wat vrienden op.

Mijn geheugen is volledig gewist in het klooster. Prettig, maar niet handig! Ik vergeet een aantal afspraken…. Maar daar kom ik pas veel later achter.

Mijn computer doet raar, als ik em weer opstart. Mijn afwezigheid heeft hem geen goed gedaan. Uiteindelijk breng ik hem naar mijn geniale achterneef. Hij heeft slecht nieuws. ‘Ik ben bang dat het moederbord beschadigd is. Dat betekent meestal einde computer. Ik denk niet dat het dat kabeltje is waar we het eerder over hadden. Dat zag er namelijk nog goed uit. Voor de zekerheid zal ik toch nog een nieuw exemplaar bestellen, maar …..’

Hij bereidt me vast voor op een financiële aderlating, mocht het nieuwe kabeltje niets doen. Een nieuwe computer is een enorme uitgave!

Vandaag zit ik weer achter mijn oude vertrouwde MAC. Het vernieuwde kabeltje heeft goede diensten bewezen! Het zag er in eerste instantie slecht uit, maar in de praktijk viel het weer alles mee. Gelukkig maar. Mijn computertje is intussen precies ingericht zoals ik het hebben wil, ik wil em niet kwijt!

Zo keer ik langzaam in mijn leven terug. Ik heb nog prachtige verhalen in de pen over mijn reisje. Als ik een beetje bijgekomen ben zullen die er ongetwijfeld uitvloeien. Eindelijk kan ik ook mijn foto’s op mijn computer zetten. Mijn prachtige gerepareerde oude vertrouwde laptop.

Heerlijk koffie drinken met Non Hollandaise gevolgd door niet blij zijn met een dode mus…… Dagen later ontdek ik het verschil tussen een dood vogeltje, maar dat is een ander verhaal. Een spannend verhaal bovendien! Met wel een goede afloop.

Na een paar dagen verwoest meedraaien in het kloosterritme is het ‘Lazy Day’. Deze dag word je geacht zo lui mogelijk door te brengen. Veel mensen krijgen dat niet voor elkaar. Als een zot gaan ze enorme wandelingen plannen, gezamenlijk bomen omhelzen of andere nuttige bezigheden verenigen met het aangename. Kortom: Er is van alles te doen!

Heks is echter kampioen in het houden van een degelijke ‘Lazy Day’. Als het weer het toelaat hang ik in mijn hangmat. Het weer laat echter niets toe deze retraite. Dientengevolge zit ik lekker onder mijn luifel voor de tent koffie te drinken met mijn vriendin de Non Hollandaise. Speciaal voor de gelegenheid heb ik naast mijn espressoapparaat ook mijn melkschuimer meegebracht. En stroopwafels!

We zitten heerlijk te klessebessen. Er valt veel bij te praten na twee jaar radiostilte. ‘Het lukt me niet om allerlei mailcontacten te onderhouden,’ verzucht mijn vriendin, ‘Zelfs mijn familie krijgt zelden een berichtje terug als ze me mailen. Het leven hier is gewoon te hectisch, er gebeurt altijd zoveel in het hier en nu. Bovendien zijn de internetmogelijkheden nogal beperkt. Brievenschrijverij schiet er volledig bij in…..’

Ik snap het. Ik kom ook niet toe aan smsjes met het thuisfront, laat staan emailcontact. Blogjes schrijven schiet er ook bij in. Liever geef ik me volledig over aan het leven in dit aardse paradijs. Ik leef op. Niet langer overleven! Nee. Leven! En bij lekker leven hoort een bakkie troost.

‘Mmmmmm,’ geniet mijn vriendin, ‘Wat is dit een heerlijk kopje koffie, Heks! Hier in het klooster ben ik echt de enige, die zoveel van koffie houdt. Vroeger was er nog een Duitse non met een voorliefde voor dit goddelijke goedje. Toch is het echt een Hollandse traditie, dat koffie drinken. Zo gezellig ook! Heerlijk!’

Urenlang doen we ons tegoed aan cappuccino, koekjes en chocolade. De rest van de dag hang ik lekker rond in en om mijn tent. Totdat ik met mijn Amerikaanse familielid naar St Foy le Grand tuf. Daar is een enorme Leclerc. Ik wil een blogje posten en een reserveluchtbed scoren. Ook mijn gasfles is bijna leeg.

Mijn maatje is toe aan een kleine break. Het kloosterleven trekt een zware wissel op haar humeur. Een zekere onrust maakt zich van haar meester. Na een kleine roadtrip voelt ze zich een stuk beter.

Op de terugweg zitten we lekker te lachen. De ramen van mijn auto staan open, het is heerlijk weer geworden.

Plotseling horen we een harde knal. Een vogel heeft zichzelf dood gevlogen tegen de spiegel aan de passagierskant. Hij zit bekneld tussen de spiegel en het raam.

Verschrikt stop ik mijn dodelijke kanariepiet. We halen de verongelukte vogel voorzichtig van mijn auto af. Een sliertje bloed komt uit zijn bekje. Zijn oogjes zijn dicht. Slap hangt hij in de handen van mijn kompaan. Het leven is echt uit zijn lijfje geweken……..

Naast de weg is een greppel. ‘We gooien hem niet in die greppel, hoor. Kom laten we hem in elk geval begraven.’ Snel haal ik een stoffer en blik uit mijn auto. Ik graaf een kuiltje met het blik. We leggen onze zangvriend erin en dekken hem toe met aarde en bladeren.

Wat een sof. Arm beestje. Hopelijk was het geen moedervogel met een nest vol hongerige kindertjes……..

Zo komt er een ruw einde aan deze heerlijke middag. Heks houdt een rotgevoel over aan dit treffen. Ik weet wel dat een ongeluk in een klein hoekje zit. Zelf ben ik regelmatig op de korrel genomen door een medeweggebruiker. Maar een vogel? Die heeft toch geen enkele kans tegenover een auto. Zelfs zo’n klein kanariepietje als het mijne is geen partij voor welke vogel dan ook….

Die avond slaap ik in met een gevoel van tekort schieten. Op het verkeerde moment op de verkeerde plek zijn. Ik hoop maar dat het een oude vrijgezelle vreemde vogel was. Enigszins suïcidaal indien mogelijk. Misschien is het beestje me in dat geval wel dankbaar voor deze grove vorm van euthanasie……

 

 

Leef je nog Heks?  Ja. Maar langzaam. Adem in, adem uit. Morgen is er weer even dag!

  
De eerste keer dat ik een maand in Plumvillage verbleef, nu precies tien jaar geleden, nam ik uiterst fanatiek deel aan het programma. Ik stond om vier uur op. Zat om vijf uur te mediteren . Om zeven uur was ik alweer present voor de dharmatalk van Thich Nath Hanh. Ik stond eindeloos in de rij voor mijn ontbijtje. Daarna ging ik mee met de wandelmeditatie. En ik deed ook braaf mee aan allerlei klusjes…..

 

  

Door de grote hoeveelheden natriumglutamnaat in het eten sliep ik helemaal niet ’s nachts. Ik gebruikte nog geen LDN, dus ik pikte alle rondwarende retraitevirissen mee. …-

Natuurlijk was ik volledig gesloopt na drie weken. Ik ben ongeveer een jaar bezig geweest om weer bij te komen. De keren daarop nam ik flink gas terug. Na mijn auto-ongeluk werd het een compleet ander verhaal. Een jaar erna ging ik weer naar Plum, met whiplash en al, maar mijn verblijf in een simpele tent op een dun matrasje was duidelijk te hoog gegrepen. 

Sindsdien kampeer ik in vol ornaat. Een compleet hemelbed staat achter in mijn tent. Als een prinses op de erwt lig ik op een stuk of drie matrassen en een stretcher. Bedolven onder een stapel dekens. Mijn hoofd rust op mijn geliefde boekweitkussen. 

Ook volg ik een verlicht programma. De ochtend meditatie sla ik vaak over. Liever kom ik aan voldoende uren slaap. Ik ontbijt lekker in mijn tent met glutenvrije spulletjes. Ik rijd niet mee met een bus, noch wandel ik drie kwartier tegen een berg op. Nee. Ik rijd lekker in mijn gele gevaar van hot naar haar. Onderweg pik ik Vietnamese zustertjes op. Of een wandelaar met kramp in de kuiten. Dankbaar nestelen ze zich op de achterbank van mijn parkietje. 

–  
In de namiddag doe ik mee aan het dharmadelen in mijn familie, maar daarna eet ik in mijn tent. Als er geen darmengedeel is, eet ik met mijn familie. ’s Avonds poets ik de plaat. Maar niet altijd. Soms zit ik toch weer vooraan bij een of andere presentatie.

En raad eens? Ik voel me veel beter. Relaxed in plaats van opgejaagd. Uitgerust in plaats van gestrest. Het is natuurlijk te gek voor woorden dat je burn out raakt van een retraite in een klooster. Dat gaat me niet meer gebeuren. Nu zit ik bijvoorbeeld lekker in het mannenklooster. Ik heb hier gegeten. Het eten is veel beter te verteren voor Heks bij de monniken. Niet bomvol soja. Dus stomweg lekkerder……