Donderdag de twaalfde is het weer raak! Een draak van een dag vol chagrijn en tegenslag. Pas in de loop van de avond keert het tij. Gelukkig is het morgen voorbij. Vrijdag de dertiende is meer iets voor mij!

Donderdagmorgen vlieg ik mijn voordeur uit. Ik heb haast. Heks gaat naar de mondhygiëniste. Ik heb mijn heksenbekje geschrobd en geboend. Geragerd en geflost. Ik ben er helemaal klaar voor.

Voor mijn deur staan Buurman met zijn Duitse herder Carlos en Steenvrouw.  ‘Ha, daar is ze,’ roepen ze in koor. Duf kijk ik hen aan. Het is nog een beetje te vroeg voor uitbundigheid. Mijn vrienden komen op de koffie. Hoera. Helaas moet ik er accuut vandoor. Meuh.

‘Oh, wat jammer jongens,’ Heks baalt als een stekker. We zouden nu gezellig aan de keukentafel kunnen zitten met een koppie koffie. Slap ouwehoerend. Dubbel van de lach. De hondjes tevreden spelend aan onze voeten. Verdorie. Als een speer vlieg ik de straat uit nagezwaaid door mijn maatjes.

Even later lig ik met mijn bek wagenwijd open in de stoel bij de parodontologische mondhygiëniste. Met een geniepig piepend apparaatje bikt ze elke vorm van tandsteen of aanslag van mijn gebit. Sinds ik hier in behandeling ben gaat het veel beter met mijn tandvlees.

Want ook in mijn muil houdt ME zich schuil. Ook hier is er voor infecties veel vertier. Ja zelfs mijn mooie mond is niet echt gezond. Ik poets en rager me suf. En eens in de drie maanden nemen ze me hier onder handen. Zo houd ik de ellende onder controle. Een gezond gebit is belangrijk. Ook voor de rest van je lijf.

‘Het gaat prima, mevrouw, maar hier en daar en daar kan het nog beter. Kijk!’ de behandelaar houdt een handspiegel voor mijn mond. Ik zie de resten blauw verkleurde gel zitten op de plekken waar nog wat tandplak zich heeft weten te handhaven. Mijn god. Ik poets me de pestpokken en nog is het niet goed.

Vandaag is het nationale heksenpechdag. Donderdag de twaalfde. Morgen hebben we weer geluk. Maar nu! Hu!

Eerst verlies ik het hangslot van mijn fiets op weg naar huis. Dus moet ik weer helemaal terug. Ik neem mijn hondje mee voor een lekkere wandeling. We vinden het slot, maar vervolgens stranden we bij een wegversperring.

Heks wacht geduldig tot ze er langs kan, want er komen allemaal tegenliggers aan. Het duurt en duurt. Eindelijk zijn we aan de beurt. We begeven ons over rubberen matten langs de wegwerkzaamheden. Aan de andere kant staat een opgepoetst deftig mevrouwtje parmantig te wachten.

Vriendelijk glimlach ik in haar richting, maar ik kom bedrogen uit. Verontwaardigd kijkt de teef me aan. Haar kille ogen schieten vuur. ‘Jaja, wie heeft er hier nu voorrang?’ pist ze in mijn net gereinigde bek.

Ze wil nog meer onzin uitbraken, maar Heks dient haar direct van repliek. Er zit echt niks tussen. Mijn gezicht staat nog steeds vriendelijk, ik heb stomweg geen tijd om van mimiek te veranderen, zo snel gaat het, terwijl ik haar uitmaak voor lelijk oud zeikwijf. Zo.

Vervolgens ga ik een beschimmeld glutenvrij stokbroodje terug  brengen bij de Zaailing. De verkoopster kijkt op de verpakking en ziet dat het brood al drie maanden over de datum is. ‘De uiterste verkoopdatum is 7 januari, hier kan ik echt helemaal niets mee…… Ik kan hem voor u weggooien,’ besluit ze, alsof dat het probleem oplost. Meewarig kijkt het mens me aan.

‘Ja maar ik heb het hier onlangs gekocht. Ik weet het zeker, want met kerst zijn al mijn voorraden opgegaan…..’

Het wijf vertikt het om het broodje te vergoeden. Ze kijkt alsof ik gek ben. Alsof ik de sterren van de hemel lieg. Iets dat ik nooit doe. Heks is dwangmatig eerlijk. Een hopeloze eigenschap.

In het schap ligt nog een pak stokbroodjes van hetzelfde merk, maar als ik de datum wil bekijken is het opeens verdwenen. Alle andere verpakte glutenvrije broden zijn houdbaar tot juli, augustus en zelfs september.

Het is de normaalste zaak van de wereld, dat je zo’n brood nog minstens een half jaar in de kast kunt bewaren! Ik laat het zien aan de vrouw van de winkel. ‘Maar waar is nu opeens dat andere stokbroodje van Procelli gebleven? Ik wil de datum daarop zien!’

Dat heeft mevrouw stiekempjes uit het schap gehaald en snel achter haar rug weggemoffeld, want het was ook over de datum! Heks grist het uit haar handen en kijkt op het pak: Uiterste houdbaarheidsdatum 24 maart 2018! Het ligt gewoon in de verkoop! En dan beweert dat leipe mens dat ik gek ben! Dat ik uit mijn nek sta te zwammen. Dat ik lieg dat het gedrukt staat. Achterlijke idioot.

En krijg ik het broodje vergoed? Nee. Ik mag het oudbakken over de datum exemplaar meenemen. Ter compensatie. Ik ben zo overbluft door die dikke dwarsgebreide geitensok, dat ik het nog meeneem ook. Moegestreden verlaat ik het pand. Het is altijd wat in deze winkel. Bah.

Thuisgekomen stuur ik een klacht. Daar hoor ik vervolgens niets op. Helaas hebben deze mensen een monopoliepositie op glutenvrijgebied. Ik zal er toch weer heen moeten te zijner tijd. Ik krijg bijna de neiging om een stokbrood te jatten volgende keer.  Zo goedkoop zijn die dingen niet. Maar ja. Stelen doe ik al helemaal niet. Zelfs niet bij dit soort dieven van je portemonnaie.

De hele dag staat bol van dit soort irritaties. Als klap op de vuurpijl krijg ik een lekke band tijdens een enorme uitlaatronde met mijn hondje. Middenin de polder. Ik ben helemaal naar het Joppe gefietst. Op de elektrische vouwfiets, mijn verkapte scootmobiel.

Nu moet ik het hele end teruglopen. Na tien meter veranderen mijn benen in stokjes. Pijnlijke stokjes. Moeizaam kreukel ik terug naar de stad.

Onderweg kom ik een ellendig wijf tegen met een enorme Drentse Patrijs. Het klotebeest rukt zich met riem en al los om vervolgens de weg over te rennen en mijn hondje aan te vallen. Die gilt het uit. Dat doet hij nooit. Er is dus echt iets mis, het pleureskreng heeft mijn schatje te pakken! Piepend probeert Vik zich uit de voeten te maken.

De dikke bazin van het monster ligt languit op de weg naar haar denkbeeldige riem te grabbelen. Haar korte beentjes trappelen tegen het asfalt, terwijl ze machteloos naar haar hond schreeuwt. Die is echter totaal niet met haar bezig. Ze heeft werkelijk niets over het dier te zeggen.

Ik gooi mijn fiets neer en grijp de Patrijs in zijn kippennek. Ik geef hem een nijdige pets op zijn neus. ‘Nee,’ brul ik snoeihard, ‘Nee…’

Stomverbaasd kijkt de hond me aan. Zijn grote hondenkop is vlakbij mijn gezicht, dus ik kan het goed zien. Zoiets heeft hij nog nooit meegemaakt. Niemand heeft ooit nee tegen hem gezegd, vooral zijn eigen baasje, zijn eigenste mamaatje niet. Het lijkt de gemiddelde man wel!

Mijn ingreep helpt wel, maar nu krijg ik een preek van de vrouw, die haar hond niet onder appèl heeft. Ik mag mijn perfect luisterende hondje niet los laten lopen van dit stuk kynologische onbenul.

Uitgestreken antwoord ik haar dat ze eens naar een hondenopvoedingsinstituut moet gaan voordat ze anderen de schuld geeft van het feit dat haar hond zich misdraagt. Vervolgens scheld ik haar uit voor weet ik niet wat, maar dan ben ik al buiten gehoorsafstand.

Iets verderop staat een jongeman te wachten. Hij heeft het allemaal zien gebeuren en staat al klaar om Heks te helpen haar belagers het hoofd te bieden. Dat uit de kluiten gewassen onzekere vrouwmens met haar opstandige stekeltjeshaar, bijzonder slechte humeur en uitermate onopgevoede hond…..

’s Avonds zit ik uitgeteld in mijn stoel. Alles doet zeer. Ik stop mezelf vol pijnstillers, schenk een glaasje wijn in, rook wat medicinale cannabis en bel de Don.

Dan gaat de deurbel. Buurman komt alweer langs met hond Carlos. ‘Kom Heks, we gaan handhaven. Er lopen weer allemaal van die handhaafmannetjes op de Mare! En ze doen hun werk niet naar behoren, ik heb hen er al op aangesproken!’ Oh, wat is hij weer druk.

Heks begint onbedaarlijk te lachen. Dit is precies waar ik behoefte aan heb. Flauwekul uithalen en lekker lachen. De draak steken met alles en iedereen!

Snel pak ik twee politiepetten uit mijn collectie gekke hoedjes. Een groot zwart exemplaar met klep en een grijs uiterst vreemd model uit een voormalig fout Oostblok Regime…..

Even later lopen we met ‘die pet past ons allemaal’ op de kop door de buurt te wandelen met de hondjes. Alle ellende is vergeten. We eten een patatje op een terrasje. Op een ander terrasje nemen we een drankje. De hondjes rennen vrolijk achter balletjes aan. De zon gaat onder, maar op een bepaalde manier ook op. Breekt door.

Op weg naar huis handhaven we nog eventjes bij de soepwinkel op de Mare. Er staat een fiets voor het pand met een reclamebord erop. ‘Is dit voertuig van U?’ brult Buurman met zijn forse stemgeluid naar de uitbater, een oude bekende van ons. ‘Haha,’ reageert die, ‘Hallo Heks, hoe gaat het met jou?’

Zo is deze hopeloze dag gered. Deze donderdag de twaalfde. Op de valreep. Morgen is het vrijdag de dertiende. Goddank. Een Keltisch geluksgetal. Een vrouwelijk getal. Dan komt alles weer goed!

Heks sombert zichzelf richting jaarwisseling. Mijn pogingen om weer gezond te worden falen genadeloos. ‘Heb je soms last van slaap apneu?’ bagatelliseert een kennis mijn situatie volkomen. Gevolgd door een nauwkeurig verslag van zijn eigen kwalen: Een aambei en een klutsknie.

‘Ja, er is inderdaad een reactie op Lyme, maar ik heb geen idee wat het betekent, Heks,’ mijn huisarts bestudeert de uitslagen van het laboratorium. Eerder dit jaar heeft de reumatoloog ook al dezelfde ontdekking gedaan, maar die uitslagen hebben mijn huisarts nooit bereikt. Heel vreemd.

‘Ja, heel vreemd,’ beaamt de dokter het verdwijnen van die onderzoeksgegevens. Hij krabt zich achter de oren. Strijkt eens langs zijn neus. ‘Het lijkt Wicky de Viking wel,’ schiet er door me heen, ‘Zou hij nu net zoals die kleine held opeens een lumineus idee krijgen?’ denk ik er verwachtingsvol achteraan.

‘Ik moet dat eens met een parasitoloog overleggen, want als je een actieve Lyme in je bloed hebt……..’ Hij kijkt me somber aan. Mijn god, de ellende zou niet te overzien zijn. Dat weet mijn huisarts ook. Eindeloos aan de antibiotica is gewoon niet te doen met mijn gestel. Ik ben van een week die troep slikken al maanden van de leg.

‘Je schildklier is ook niet goed. Tja, tja. Ik zou je natuurijk naar de endocrinoloog kunnen doorverwijzen. Tja…..’ Je kunt wel aan de gang blijven bij die vrouw, zie je hem denken. Maar Heks vindt het geen overbodige luxe, zo’n bezoekje aan zo’n klierpil. Als je klieren eindeloos klieren is dat echt iets wat je wilt……

‘Jeetje Heks, dat is nou toch ook wat. Eerst ME, dan komt daar Fibromyalgie bij, vervolgens krijg je flink RSI tijdens je laatste baan en daarna parkeert er iemand een BMW in je nek. Die auto is total loss verklaard, maar jij moet maar zien met je nauwelijks erkende whiplash. En nu dan ook nog Lyme? Je krijgt inderdaad geen kans om iets van je leven te maken….’ verzucht mijn homeopaat.

Zelfs zij zit intussen met haar handen in het haar. Wat is dit voor’n leven? Wat moet je hier nu over zeggen? Welk middel kun je hiervoor inzetten? Het is dweilen met de kraan open. Het schiet gewoon niet op.

En Heks is vooral doodmoe. Misselijk van moeheid. Ik dwing mezelf om op te staan, de hond uit te laten, ergens heen te gaan. Maar zodra het kan lig ik gestrekt in bed. Uitgeput. Kapot. Uitgevloerd. Opgebrand.

‘Ik zit gewoon ver onder de streep. Ik word er gek van. Alles doet zeer. Mijn leven is een hel,’ somber ik voor me uit, terwijl mijn behandelaarster toch weer wat middelen uit de kast trekt. ‘Test dit een uit, Heks,’ ze legt drie kleine buisjes voor mijn neus. Drie verwante middelen tegen extreme vermoeidheid.

Twee ervan geven geen enkele reactie als ik er mijn pendel overheen laat glijden. Bij de derde echter is het raak. Het kristal snort in de rondte. Nieuwsgierig kijk ik naar wat er op het buisje staat.

‘Het is het middel tegen lichamelijke uitputting. Ik vroeg me af of je misschien moe was door alle emoties van de laatste tijd. Maar nee, jouw uitputting is echt puur fysiek…..’

Met een paar nieuwe remedies op zak ga ik weer naar huis. Op mijn ene schouder zit een duveltje en op de ander een engel. Al een hele tijd. En nu heb ik ook daar iets voor gekregen. Zou dit het einde betekenen van mijn dagelijkse aanvallen van Gilles de la Tourette? Zal het eindelijk eens afgelopen zijn met mijn niet aflatende gevloek?

Kan ik eindelijk weer leven vanuit mijn hart zonder dat ik eerst alles en iedereen stijf wil schelden?

Pruttelend rijd ik weer terug naar Leiden. Wat heb ik toch een hekel gekregen aan sommige mensen. ‘Je hebt jarenlang alles maar geslikt en toegelaten van Jan en Alleman. Geen wonder dat je zo razend bent. Je hebt een heel laag zelfbeeld, Heks. Dat valt me steeds op….’

Shit, shit, shit. Waarom is dat nog steeds zo? Ik zit al vijfentwintig jaar aan dat belabberde zelfbeeld te werken en nog steeds zie ik in de spiegel een pispaal. ‘Daarom heb je ook steeds mensen om je heen verzameld, die je als een stuk stront behandelen, Heks. Maar dat gaat echt veranderen. Je hebt er al heel wat mensen uitgekieperd….’

Ik weet het allemaal zo net nog niet. Al jaren probeer ik van mezelf te houden. Ik dacht dat het me aardig gelukt was. De hele wereld en mezelf in mijn grote hart. En dan blijk je opeens de pest te hebben aan allerlei lieden. Omdat ze op dat grote hart zijn gaan staan. Erop hebben getrapt. Systematisch.

Omdat ze je te grazen hebben genomen. Of de mond hebben gesnoerd. ‘Laat me uitpraten, Heks,’ zodra ik ook eens iets zeg.

En is het zo belangrijk om van mezelf te houden? Gaat dat me uiteindelijk beter maken? Welnee. Ik ken legio mensen, die zichzelf niet eens kennen, laat staan dat ze van zichzelf houden, die wolf in schaapskleren. Maar intussen zijn ze zo gezond als een vis!

Een verfrissend geluid in dit opzicht is de mening van Karin Spaink.

Karin Spaink, schrijfster, gelooft niet dat in lijden een zin schuilt

Heks en Zwaan samen op stap in oerHollands landschap. Het komt me nog bekend voor ook. Verrek! Ik ben hier al eens eerder geweest. In minder goed gezelschap weliswaar en ook zat alles toen tegen…… realiseer ik me achteraf.

Woensdagmorgen smijt ik wat kleren in een koffer, pak mijn tandenborstel en haarborstel in, grijp wat spulletjes voor Ysbrandt bij elkaar: We gaan een dagje op stap met Zwaan. Ze heeft ons uitgenodigd om een nachtje in een hotel te logeren.

Rond het middaguur belt mijn vriendin aan. We duiken eerst nog even een outlet in. Hier pal om de hoek. Natuurlijk vind ik weer twee perfecte jurkjes voor bijna niets. Zwaan koopt een wollen vest voor haar beste vriend.

In de loop van de middag arriveren we in Lekkerkerk. We logeren in het enorme Fletcher hotel de Witte Brug. Onze kamer vinden is een hele opgave, het gebouw is een doolhof! Maar wat een mooie kamer. Groot genoeg voor een heel gezin.

Nadat we onze spullen hebben gestald gooi ik een kleedje op tafel. We eten we een broodje en drinken thee. ‘Kom, dan gaan we lekker met het Varken wandelen…!’ Even later zitten we in de auto richting een interessant wandelgebied. ‘Neem het pontje, dat is ook heel leuk om te doen!’ adviseert de receptioniste ons.

Eenmaal aan de andere kant van de Lek herken ik opeens het landschap. Hier ben ik een tijdje geleden ook geweest! ‘Volgens mij staat hier ergens het ‘Huis van Zessen”, mompel ik half in mezelf. En ja hoor, net op dat moment rijden we er langs.

Een stukje verder parkeer ik mijn kanariepiet langs de dijk. We lopen het prachtige Hollandse landschap rond Kinderdijk in. Bomvol molens! ‘Goeie hemel,’ zeg ik tegen mijn maatje, ‘Het zijn er veel meer dan ik me herinner!’ Don Quichot zou zijn hart kunnen ophalen hier!

We bezoeken een kaasboerderij  ‘BioKaas Kinderdijk‘ waar we toevallig langskomen. De uitbater is een vriendelijke man. Trots op zijn product. ‘Onze kazen zijn volstrekt vegetarisch. We gebruiken geen stremsel uit de lebmaag van kalveren!’ Zwaan koop yoghurt en kaas. Heks ziet het met lede ogen aan. Alle hier uitgestalde producten zijn voor mij verboden gebied tot mijn verdriet….

‘Je kunt onze producten ook in Amsterdam kopen,’ vervolgt de man zijn verhaal. Hij geeft Zwaan het adres. ‘Het is ongelofelijke lekkere kaas, Heks,’ vertelt ze me een dag later.

Even later wandelen we door de polder. Het is ijzig koud intussen, ondanks het zonnetje. Een gemene wind snijdt zich een weg door de kieren en spleten in onze winterjassen. Maar wat is het hier mooi! Echt fantastisch.

Een uurtje later rijden we weer langs de dijk. ‘Kijk, hier heb ik met een ex ons 1 jarig bestand gevierd. In een snackbar….’   Ik wijs op een glazen frietkot langs de weg in een klein plaatsje langs de Lek. Lekker romantisch. Met kleffe frietjes….. Moest ze zelf betalen natuurlijk. Zoals ik alles eeuwig en altijd zelf moest betalen bij die knakker. En vaak ook nog voor hem….. De benzine van dat uitje stond bijvoorbeeld al op mijn rekening. Zoals meestal het geval was.

We draaien Alblasserdam in op zoek naar een restaurant. Om de hoek van de friettent is een Chinees restaurant, ‘China Town‘. We worden gastvrij ontvangen door een ongelofelijk aardige jongeman. Ondanks zijn jonge leeftijd runt hij dit restaurant met vaste hand. De kaart is geweldig en bovendien staat bij elk gerecht vermeld welke allergenen er in zitten! Binnen mijn wensen en mogelijkheden wordt een menu samengesteld. Fantastisch!

In no time staat de tafel vol met heerlijk eten. Mijn Tippan gerecht wordt ter plekke geflambeerd. Het is overheerlijk en zoveel dat Varkentje onder de tafel ook een hele goeie dag heeft……

‘De groenteschotel krijgt u van het huis,’ zegt de gastheer als we om de rekening vragen. Als we die dan uiteindelijk krijgen kunnen we nog niet geloven dat de man niets vergeten is….

 

‘Ongelofelijk,’ zeg ik tegen Zwaan op de terugweg naar ons hotel, ‘Toen ik met die ex hier was ging alles mis. Ik liep natuurlijk weer aan de kar te trekken, zoals gewoonlijk. Ik heb dat ‘Huis van Zessen’ voor hem opgesnord op internet, ondanks zijn gescheld op smartphones…. Sinds hij er zelf eentje heeft zijn ze plotseling wel OK overigens. Meuh….’

‘Vervolgens konden we die vermaledijde molens niet vinden. Achteraf gezien bizar. Want we stonden er ongeveer met onze neus bovenop! En ook een fatsoenlijk restaurant zat er niet in die dag. Zo vierden we ons jubileum op een hopeloze plek met smerig eten….. Op een steenworp afstand van de geweldige Chinees waar we vandaag te gast waren. Typisch.’

Natuurlijk heb ik van die dag destijds toch een mooi verhaal gemaakt. Gewoontegetrouw.

’s Avonds gaan we lekker een uurtje de sauna van het hotel in. Er liggen slippers, handdoeken en een dikke badjas klaar. Super de luxe natuurlijk, zo’n privé sauna. Eenmaal terug op de kamer kunnen we onze ogen nauwelijks open houden. Heks hangt ondersteboven uit het raam en rookt medicinale weed, terwijl Zwaan al op 1 oor ligt.

Ik krijg meer spierpijn van mijn moeizame positie dan dat het voordeel oplevert, dus ik kruip ook in bed. Alles doet zeer natuurlijk, na zo’n dag. Het duurt dan ook eventjes voordat ik in slaap sukkel. Al die tijd ligt Ysbrandt lekker tegen mijn handen te knuffelen. Hij vindt het superleuk dat hij zo op de grond naast mijn hoofd kan slapen. Normaal gesproken ligt hij aan het voeteneind!

De volgende dag maken we nog een gigantische wandeling. Het is een prachtige omgeving. Aan het eind van de middag koers ik huiswaarts. Ik zet Zwaan af op het station. Het waren heerlijke dagen, we hebben elkaar de oren van het hoofd gekletst en Heks is doodmoe natuurlijk.

’s Avonds sluit zich een virus aan bij mijn vermoeidheid. Mijn keel begint pijn te doen en ik raak mijn stem kwijt…. De grote zwakke plek van MEpatiënten. Dat betekent de komende dagen absolute bedrust, want ik wil volgende week wel in de Mattheüs Passion meezingen!

 

Heks wordt platgeknuffeld door leden van de studentenvereniging Ichthus. Zomaar. Midden op straat!Heerlijk! Later zie ik de Veenfabriek met ‘RAARRR’ In Theater Ins Blau. Al met al best een bijzondere dag, deze duffe donderdag…….

knuffelbrigade Ichtus Leiden

Als ik donderdag op de tafel van mijn fysiotherapeut klim ben een hoopje fysieke ellende in de knoop. Volhardend haalt mijn behandelaar alle verknoopte spieren en pezen weer los. Een pijnlijke aangelegenheid. Tranen stromen uit mijn ogen. He bah, wat heb ik een kutdag. Alweer. Alles doet zeer.

‘Fijne feestdagen Heks.’ Het is helaas de laatste behandeling van deze martelmeester dit jaar. Ik zal het voorlopig zonder zijn magische handjes moeten doen. Net nu alles vastloopt. Balen hoor.

knuffelbrigade Ichtus Leiden

Aan het eind van de middag meld ik me bij Frogs. Hij is lekker aan het kokkerellen. De oude vertrouwde spaghetti komt op tafel. Heks zit zwijgend tegenover hem te kieskauwen. Geeft niks, want Frogs heeft praatjes voor tien. Enthousiast vertelt hij over de talloze projecten waar hij mee bezig is momenteel. Hij maakt me aan het lachen.

‘Ik krijg vandaag mijn bord niet leeg, Frogs, ik geef het restje aan Ysbrandt.’ Varkentje is dol op dit kostje. Gnuivend en snuivend slobbert hij de restanten van mijn bord.

knuffelbrigade Ichtus Leiden

Als we later over de Haarlemmerstraat naar mijn huis lopen komt ons een clubje jongelui tegemoet. Ze hebben bordjes bij zich: “Free Hugs” staat er op. ‘Ha,’ roept Heks, ‘Dat wil ik wel! Ik kan wel een lekkere hug gebruiken!’ Voor ik het weet heeft de kleinste van de drie me al in haar armen gesloten.

‘Wat leuk! Wat een goed idee! Waarom doen jullie dit?’ Ik vraag hen de oren van het hoofd. Het blijken leden te zijn van studentenvereniging Ichthus. Een sociëteit op christelijke grondslag. Vandaag hebben ze allemaal leuke acties in de stad, zoals deze. Wat een schatten!

RAARRR!

‘Er lopen ook leden rond die warme chocolademelk uitdelen!’ vetellen ze me. Geef mij maar echter maar deze glutenvrije en lactosevrije hugs…..

Ik kijk in de vrolijke gezichten van mijn piepjonge knuffelbrigade. Ze stralen van plezier. En hoewel ik geenszins ben van de absolute overtuigingen op religieuze grondslag, we hebben daar net gevaarlijke gevolgen van gezien in Parijs,  moet het me wel van het hart dat deze jonge mensen zo heerlijk positief bezig zijn. Op hun christelijke grondslag.

Zo kan het ook…..

RAARRR!

Later zitten we dan toch in theater ‘Ins Blau’. Ik had niet gedacht het te gaan redden vandaag, maar het is gelukt! We komen oude bekenden tegen. Zoals een oud studiegenoot van Heks, tevens bandlid van de destijds succesvolle band ‘Les Zazous‘. Frogs heeft een muzikaal verleden met deze creatieve duizendpoot. Ze hebben een hoop bij te kletsen…… Hartstikke leuk!

Vanavond is de try out van de voorstelling ‘RAARRR‘ van de Veenfabriek.

Na 10 jaar ervaring als acteur van Nederlands meest vooruitstrevende muziektheaterensemble initieert Joep van der Geest nu de geestige muziektheatrale lectureperformance RAARRR. De moderne muziek is in die periode voor hem van onbereikbare verre vriend veranderd in een goede buur. Hand in hand met de jonge componiste Lam Lai uit Hong Kong en vaste muzikale en theatrale krachten van de Veenfabriek zal van der Geest met RAARRR rebelleren tegen het hermetische imago van moderne muziek en tegelijkertijd de mysterieuze kracht die zij in zich heeft vieren. Een muziektheatraal hedendaags pleidooi voor romantiek.

Wie zie je? Muzikanten, acteurs en een muis.  Wat zie je? Altviool, geprepareerde piano, cello, percussie, katheder en een vaas vol bloemen.  Wat hoor je? Een nieuwe compositie van Lam Lai en een twijfelachtige lezing over het weten.  Wat begrijp je? Een gedeelte wel en een gedeelte niet.

RAARRR!

‘Ik vond het toneelstuk niet bepaald om over naar huis te schrijven, Heks,’ vertrouwt Frogs me later toe, ‘Het is gewoon niet mijn ding….’

‘Ik vond dat blote einde vreemd. Toen die actrice alles uittrok dacht ik: “Daar gaan we weer, er moet een blote vrouw in voor de kijkcijfers. Waar slaat dit nu op?” Het eindbeeld was wel mooi en grappig, maar de pointe ontging me volkomen. Voor jullie mannen was het natuurlijk wel weer lekker, het is een mooie meid!’

Heks ligt niet om van bewondering. Toch kan ik het experiment wel waarderen. Het vertolkte moderne en bijzonder vreemde muziekstuk van Lam Lai spreekt me aan. Er is echter ook een acteur, die me mateloos irriteert. Vanaf de eerste seconde. Maar dat is de bedoeling blijkt later. In die zin kun je spreken van een zeer geslaagde voorstelling.

RAARRR!

Zes passagiers in mijn gele autootje. Zo’n Peugeotje 107 biedt onverwacht veel ruimte, vooral als de passagiers van Aziatische afkomst zijn……

zes mensen in een peugootje 107

zes mensen in een peugeotje 107

Vanmorgen, 19 juni, word ik om kwart voor vijf wakker van een droom. Ik probeer de details te achterhalen. Terwijl ik daarmee bezig ben begint er een non megahard op de enorme bel te rammen. Ik hoor het door mijn oordoppen heen. ‘Iets zachter asjeblieft’, smeek ik in gedachten, want ik heb maar vier uurtjes geslapen. Het lukt me niet meer om in slaap te vallen, ik heb een gigantisch snothoofd. Dan maar naar de ochtendmeditatie besluit ik.

Terwijl ik erheen loop voel ik dat nu ook mijn andere oog raar aanvoelt. Ik heb al een afschuwelijk ontstoken oog aan de linkerkant. Rechts zit nu een enorme zandkorrel over mijn oogbol te schuren. Althans daar lijkt het op. Als ik uit frustratie in dit oog wrijf, wordt het nog veel erger.

De ochtendmeditatie wordt begeleidt door teksten als: ‘Inademend word ik me bewust van mijn lichaam, uitademend glimlach ik naar mijn lichaam.’ Ik doe dat laatste als een boer met kiespijn. Mijn lijf voelt verschrikkelijk. Alles doet zeer en ik heb mijn ochtendportie pijnstillers nog niet binnen. Ook mijn Tens-apparaat ligt nog in de tent. Mijn verkouden kop produceert een lichte hoofdpijn. En dan ook nog dat schuurpapier in mijn oog….. Wat een ramp!

‘Boeddha, Aartsengelen, help me, dit is geen doen. Ik begin boven het acceptabele niveau van fysieke ellende uit te stijgen. Straks moet ik echt een arts consulteren en daar heb ik helemaal geen zin in!’ Als door een wonder begint mijn rechteroog enorm te tranen. De zandkorrel verdwijnt. Voor even dan. In de loop van de dag steekt ‘ie regelmatig de kop op…..

Na alle pillen, koffie en mijn externe pijnstiller voel ik me een stuk beter. Ik ben zo verrekte vroeg. Heerlijk gewoon. Op het parkeerterrein word ik benaderd door een jonge Aziatische vrouw. Uit Boston. Of er wat mensen mee kunnen rijden. ‘Natuurlijk, ik heb plaats voor drie personen.’  We hebben les van Thay in het klooster boven op de berg. Een hele klim. Heks begint er al niet meer aan.

 

zes mensen in een peugootje 107

Vier piepkleine dametjes zitten op de achterbank gepropt

Er komen nog drie piepkleine dametjes bij. Nou ja, dat moet wel lukken. Drie wurmen zich op de achterbank. De vierde zit vrolijk naast me te kwetteren. ‘Mijn man moet ook mee hoor’, benadrukt ze met klem, ‘Hij kon niet wachten en is al gaan lopen. Maar dat hele end redt hij nooit. Hij is al vierentachtig!’ Het is wel drie kwartier lopen naar de monniken. Inderdaad een beetje te veel van het goede op die leeftijd.

Na een paar minuten halen we hem in. De vier dametjes zitten op de achterband gepropt en dit vieve heerschap nestelt zich naast me. ‘We kunnen zo in het Guiness book of records’, grapt de oude baas. De gekscherende opmerkingen zijn niet van de lucht. Kwinkslagen vliegen om mijn oren. Er wordt flink gelachen zo op de vroege ochtend.

Onderweg zwaaien sommige mensen enthousiast naar dat kleine gele autootje. Normaal gesproken fungeer ik als een soort bezemwagen. Links en rechts veeg ik de vermoeiden of laatkomers op. Ik zie heel wat verbaasde gezichten als ze zien hoe vol mijn wagentje vandaag zit. Ik heb ook wel eens een paar nonnetjes op de achterbank. Maar zoveel mensen tegelijk……

Helemaal verfrist kom ik boven aan met mijn kostbare lading. This made my day! Ondanks de beroerde start is de rest van mijn dag luchtig en vrolijk. Ik geniet van Thays wijze woorden. Doe op mijn gemak mee met de wandelmeditatie. En blijf daarna eten in het mannenklooster.

Ze koken hier veel meer binnen mijn dieet. En heeeel erg lekker. Ik schep een enorm bord op. En eet het op tegenover een vrouw, die oefent in het zo min mogelijk eten. Aan haar postuur te zien, is ze daar pas onlangs mee begonnen. Ze kauwt eindeloos lang op een piepklein beetje voedsel.

Daarna scoor ik in de boekwinkel een paar lege dozen, waar allemaal boeddhaplaatjes op staan. Ze gooien ze weg. En ik plak er weer kaarten van. Of andere knutseldingen.

Dan ga ik nog eventjes op de schommel zitten onder de enorme Lindeboom. De eerste keer, jaren geleden alweer, dat ik die boom zag, stond hij volop in bloei. Een enorme kolonie bijen zoemde rondom de bloemen. Gek genoeg meende ik te verstaan ,dat ze het “The Living Tree” noemden’. Dat vond ik mooi. Die zoemende boom. Zo vol leven….

Op de terugweg geef ik een lift aan een kunstenares. We hebben elkaar al in de workshop ontmoet. Ze is met hele leuke projecten bezig en woont niet al te ver uit de buurt. Heks heeft er weer een Facebookvriendin bij.,,,,

vijf lifters passen er in mijn autootje, peugeootje 107

Het hele gezelschap komt niet hoger dan mijn navel……

Opstartproblemen en oud zeer. Niet alles verloopt volgens plan. Zo breekt er bijvoorbeeld een tentstok doormidden. En begint er weer iemand betweterig tegen me aan te zeuren. Maar het deert me niet!

Vandaag , maandag 2 juni, is Heks natuurlijk volledig gevloerd. Ik kom met grote moeite m’n bed uit, mis een introductiepraatje en dweil wat in de rondte. Ik kan nog geen deuk in een pakje boter slaan, maar zet toch m’n luifel op en organiseer mijn tent, maar van harte gaat het niet.

20140604-170413-61453932.jpg

Alles doet zeer. M’n hoofd doet het niet. Ik ben voortdurend dingen kwijt. Goddank is dat hier niet zo erg. Als ik mijn autosleutels in het toiletgebouw laat liggen, rijdt er niet snel iemand met mijn kuikentje weg……

In de loop van de dag probeer ik een paar keer mijn zaken af te ronden bij de administratie, maar er is steeds niemand aanwezig. Dus nog geen idee, hoe de zaken ervoor staan.

Wel heb ik alweer een nieuwe bemoeial op mijn nek. Een vrouw informeert naar het Tens-apparaat om mijn middel. Ik maak een grapje, dat ik op batterijen loop. Niet goed volgens haar, je krijgt er hartproblemen van. ‘Er zijn andere manieren om van je kwalen af te komen!’ Veelbetekenende blik…. Ze bedoelt al mediterende.

20140604-170626-61586073.jpg

Ik trek een vies gezicht. Hier heb ik geen zin meer in. Wat een gezeik. Als een blad aan de boom draait ze om en stelt zich vriendelijk voor. Iets te vriendelijk, Heks is op haar hoede. Geen betweterige dames meer aan mijn kleed. Ga lekker je eigen problemen wegmediteren!

Aan het eind van de middag komen we bijeen met de hele Hamlet in de grote meditatieruimte. Er is T met koekjes en chocolade. Niet voor Heks, want gluten en lactose. Maar mij krijg je niet meer gek met dit gebrek. In mijn tent liggen allemaal lekkernijen binnen mijn dieet!

20140604-170922-61762342.jpg

We zingen liedjes en er worden verhalen verteld. Ik zie veel oude bekenden, maar ook heel veel nieuwe gezichten. Ik mis een paar van mijn favoriete mensen. Maar de chagrijnige non is gelukkig in geen velden of wegen te bekennen. Hoera! Een non, die de pik op je heeft is geen pretje in dit oord.

’s Avonds kook ik eindelijk iets voor mezelf, na twee dagen hap snap wat wegfrommelen. De avondmeditatie haal ik op het nippertje. En nu is het alweer bijna bedtijd, kwart over negen ’s avonds! Ik heb een soort jetlag, want thuis spook ik normaal gesproken nog uren rond.

20140604-171049-61849838.jpg

De Aartsengelen vermaken zich ook prima. Ze gebruiken mijn tent als anker en zijn met weet ik wat voor’n missie bezig. Ik vind het prima, hun energie is me zeer welkom.

Vandaag was het bloedheet, maar morgen gaat het regenen. Mijn tent staat in een kuil. Duim voor me, dat ik het droog houd. Er is ook al een tentstok gesprongen, dus ik zit em een beetje te knijpen. En dan heb je niks aan die engelen. Het zijn geen handige Henkie’s……. Gelukkig ben ik dat zelf wel, dus ik heb die stok improvisatorisch gerepareerd. Maar goed, Ideaal is het niet…….

20140604-171224-61944571.jpg

Parende Lepelaars dragen in belangrijke mate bij aan de feestvreugde van 60 jaar Blonde Buurman! Een heerlijk feestje mede dank zij de Smid en zijn vrouw en vogelwerkgroep Cronesteyn.

lepelaar, broedende lepelaar op nest, parende lepelaars

Hier zit een Lepelaar op zijn nest

lepelaar, broedende lepelaar op nest, parende lepelaarslepelaar, broedende lepelaar op nest, parende lepelaars

 

Blonde Buurman wordt zestig. Zaterdagmiddag geeft hij een feestje in ‘De tuin van de smid‘, een nieuwe horeca onderneming in Polderpark Cronensteyn. ’s Morgens is het koud en bewolkt. Cowboy gaat trimmen en neemt de hond mee, dus Heksje kan rustig opstarten.

Gelukkig maar, want ze heeft een slechte dag. Alles doet zeer en mijn hoofd doet het niet. Maar wat koffie en pijnstillers later komt er schot in de zaak. En na een listige laag make up zie je niets meer van mijn valse start. Het enige, dat ik er nog van merk, is dat ik mijn beoogde jurk niet kan vinden in mijn kledingkast. Dus kies ik foeterend voor een ander exemplaar.

lepelaar, broedende lepelaar op nest, parende lepelaars

De Lepelaar lijkt een beetje op een ooievaar, maar aan het einde van zijn snavel zit een grote Oranje schijf.

Geen slechte keuze blijkt, want de complimenten vliegen om mijn oren die middag. Op het feestje kom ik veel mensen tegen uit de tijd, zo’n dertig jaar geleden, dat ik verkering had met deze buurman.  ‘Je bent niets veranderd, Heks, zelfs niet ouder geworden, hoe doe je dat?’ vraagt een voormalig schoonzusje.

Dat is het mysterieuze bij mijn lijf: Hoe krakkemikkig ik ook in elkaar steek, je ziet er niets van. De jaren lijken ogenschijnlijk weinig vat op me te hebben, terwijl ik in feite op mijn zesentwintigste al bejaard was. Qua mogelijkheden en energie dan.

nijlganzennijlgansfuut met jongen op rugfuut met jong op rug

 

Als ik met Cowboy arriveer is het feestje al in volle gang. We worden getrakteerd op koffie en taart. Vanzelfsprekend ga ik er van uit, dat er geen gebakje binnen mijn mogelijkheden is, maar niets is minder waar. Er staan twee verrukkelijke muffins op me te wachten. Glutenvrij en lactosevrij. Fantastisch. Hier word ik toch zo blij van!

De gehele middag kun je instromen in een excursie door dit bijzondere park. Vogeltjes kijken natuurlijk, de grote passie van Blonde Buurman. Mensen van Vogelwerkgroep Cronesteyn leiden ons rond. Als eerste gaan we kijken naar de broedende Lepelaars. De ene zit op het nest en de andere houdt ons in de gaten. Wat een indrukwekkende dieren. Kijk toch eens wat een maffe snavels ze hebben. Geweldig.

Afbeelding 5FEESTJE, mensen samen in 'De tuin van de smid'

mensen op feestje, vrouw met hoed

 

‘Ik heb ze zien paren’, vertelt Frogs later. Hij wel. We zijn allemaal jaloers. Blonde Buurman heeft in al die jaren observatie nog nooit de voortplanting van zijn oogappeltjes te zien gekregen. ‘Het is niet eerlijk!’ roept hij verontwaardigd…..

Na de excursie klets ik bij met mensen uit een ver verleden. Maar ook nagenoeg de gehele OB is aanwezig. En True en Trueman. Ik ontdek zelfs een huidige buurman en buurvrouw, die ik hier nooit had verwacht. Hij blijkt een verwoed vogelaar! Het is beregezellig.

Afbeelding 7FEESTJE, mensen samen in 'De tuin van de smid'lachende vrouwOLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

Ontzettend leuk om de ouders van Blonde B weer te zien. En zijn broers en zusters. We hebben heel wat uitgespookt vroeger. Dat was voornamelijk in de tijd voordat ik ziek werd. Mijn laatste goeie jaren…..

De gehele middag is de hemel strakblauw. We zitten uit de wind in de zon. Na een paar uur wordt er een geweldige maaltijd geserveerd door de smid en zijn vrouw. Ik blijk hen te kennen uit mijn horecaverleden. We zijn collega’s geweest. En de broer van de smid is een vriend van Heks. De wereld is weer klein vandaag.

Als ik hen complimenteer met hun goede zorgen binnen mijn dieet, blijken ze alles te weten van dit soort ellende: Kinderen me coeliakie. Dat verklaart de hoge standaard van mijn aangepaste maaltijd.

FEESTJE, mensen samen in 'De tuin van de smid'FEESTJE, mensen samen in 'De tuin van de smid'FEESTJE, mensen samen in 'De tuin van de smid'

 

De middag vliegt voorbij. Als het zonnetje achter de bomen zakt, wordt het fris. Tegen die tijd is iedereen aan het afscheid nemen van elkaar. Ik fiets met mijn knappe Koejong naar huis. ‘Wat heb jij een bruine kop gekregen!’ roep ik verrukt. Hij grijnst tevreden. Deze zonaanbidder heeft het prima naar zijn zin gehad tussen mijn vrienden. En hij heeft voor het eerst van zijn leven een Lepelaar gezien. Ik ook trouwens!

FEESTJE, mensen samen in 'De tuin van de smid'FEESTJE, mensen samen in 'De tuin van de smid'FEESTJE, mensen samen in 'De tuin van de smid', lekker eten