Vrouwen die elkaar beconcurreren tot op het bot. Zusters die elkaars mannen afpikken. Onzekere dames, die zich door een idioot van een vent laten uitspelen tegen elkaar. Wat mankeert ons toch? Girl Code versus Guy Code.

 

Nog voordat ik mijn ogen goed en wel open heb heeft die gekke TVgoeroe uit de VS me al aan het lachen gemaakt. Een paar kippetjes van meiden zijn te gast in zijn show. Ze zien er opgepoetst  uit. Haar in de chloor, oranje van de zonnebank, een stuk of wat flessen haarlak hebben hun kapsel in een schild veranderd. ….

Helaas zijn de dames heel onzeker over zichzelf. Eén van de vriendinnen is bang dat de ander knapper is. Ze is jaloers op haar beste vriendin! De ander is net dertig kilo lichaamsgewicht kwijt, het zit helaas nog wel in haar hoofd.  Hun hele zelfbeeld is gebaseerd op hun uiterlijk. ‘Goh,’ zegt Phil droog, ‘dan wens ik jullie veel sterkte, want vanaf nu gaat het alleen maar bergafwaarts met jullie lichaam….’

‘Toen ik vroeger met gehandicapten werkte ontdekte ik hoezeer zelfbeeld en lichaamsbeeld samen kunnen hangen,’ vervolgt hij, ‘Vooral mannen hebben het er moeilijk mee als ze opeens niet meer kunnen staan bijvoorbeeld. Hun mannelijk zelfbeeld lijdt dan schipbreuk.’

‘Toch is wat jullie doen niet zonder gevaar. Er zullen altijd mooiere vrouwen zijn. En jongere. Jullie worden alleen maar ouder, dus het wordt er niet gemakkelijker op op deze manier. Jullie focussen op het verkeerde. Zie jezelf eens anders, zie elkaar anders. Wat zijn je goede eigenschappen? En help elkaar daarmee!’

Het is al het tweede setje gasten dat hij vandaag op de bank heeft. Eerst zaten er twee zusters tegen elkaar te schreeuwen. Het blijkt dat de jongste van het stel er met de man van de oudste vandoor is. Nu wil ze vergeven worden door die zus…..

Beide dames hebben intussen een roedeltje kinderen van de man. Dat geeft complicaties. Ben je neef en halfbroer, nicht en halfzus. Je tante is je stiefmoeder. Je vader is je oom……Verwarrend.

Uit de verhalen begrijp ik dat de begeerde man een eersteklas eikel is. Niet verbazingwekkend. Alleen een volstrekt zelfzuchtige idioot gaat zo’n avontuur aan natuurlijk. De hele geschiedenis draagt alle elementen in zich van de gemiddelde narcistische mishandeling. Het verbaast me dan ook niets, dat de oudste zus niet bepaald zit te springen om alles maar te vergeten en vergeven….. Ze roept van wel, maar het beklijft niet.

De jongste zit met een raar lachje op haar gezicht haar bijdrage te leveren. Ze lijkt niet bepaald te zitten met haar onsmakelijke aandeel in de poel van ellende waar haar zus zeven jaar geleden door haar toedon in terecht kwam….

Onzekere vrouwen, die zich helemaal ophangen aan hun uiterlijk. En voor wie? Wie zit er nu helemaal te wachten op levensbedreigende siliconen borsten, billen en lippen? Behalve een verdwaalde gek misschien.

Zusters die zich laten uitspelen door een idioot van een man. Een vreselijke kerel ook nog! ‘Wees blij dat jij ervan af bent,’ zegt Dr.Phil tegen de oudste zus. Kun je nagaan!

Wat is er met ons gebeurd? We vervangen ons zachte vrouwelijke uiterlijk door een gevaarlijke siliconen variant. Ziekmakend! In alle opzichten! En we verbreken de heilige band met onze zusters door ons te vergooien aan de eerste de beste idioot van een kerel.

Ik begrijp gewoonlijk al geen zak van vrouwen, die de mannen van andere vrouwen naaien. Het gebeurt heel veel heb ik ontdekt. ‘Ik heb ook zo mijn behoeftes,’ zei een vrouw een keer tegen me om te verdedigen dat ze met de mannen van haar vriendinnen naar bed ging….. Maar je bloedeigen zus! Verschrikkelijk!

Phil schudt zijn kale wijze hoofd. De onzekere jongedames raadt hij aan zich op iets anders te focussen dan hun uiterlijk. Het zijn schatten van meiden en echte vriendinnen. Het komt wel goed met hen.

En die zusters? Ik zie het somber in. Volgens mij is er veel meer aan de hand dan nu boven tafel komt. Heks denkt dat die foute kerel eerst moet oplazeren. Pas daarna kunnen de vrouwen gezamenlijk hun wonden likken.

Zolang ze echter te maken hebben met deze narcistische intrigant zullen ze nooit op 1 lijn komen samen. Daar zorgt zo’n figuur wel voor. Gebruikmakend van alle middelen…..

Even later loop ik met Ysbrandt door het bevroren gras langs de Singel te mijmeren. Het is prachtig weer. Er ligt een vliesje ijs op het water. De lucht is zo fris en schoon! Wat is het leven toch een stuk beter als het kwik eens goed daalt!

We laten ons uitspelen, wij dames. We beconcurreren elkaar wie de mooiste is. Het meest sexy. En waarvoor? Om ons door de gemiddelde idioot met uitwendig gedragen hersenen te laten brainfucken. Alsof dat zo leuk is! Zulke kerels bakken er over het algemeen maar weinig van in bed. Hoe meer rock en roll hoe slapper de lul is mijn ervaring…..

Mannen hebben hun Guy Code. Een set ongeschreven regels die er borg voor staan dat ze elkaar altijd steunen. Wat ze ook uithalen. De vriendschap gaat voor het meisje bijvoorbeeld. Je zult elkaar ook nooit verlakken. Speel je bijvoorbeeld in een band en neuk je met een groupie? Of de danseres in je videoclip? Dan zullen je maatjes je er niet bij lappen bij je vrouw of verloofde. Ze laten haar rustig voor lul zitten op feestjes en bij optredens: Guy Code!

De Girl Code is helaas nooit echt aangeslagen. Vrouwen beconcurreren elkaar tot op het bot. Sommige vrouwen hebben het zo voor hun kiezen gehad van hun zusters, dat ze nog maar moeilijk andere vrouwen kunnen vertrouwen.

Een vriendin beschuldigde Heks er ooit van haar expres voor lul te willen laten lopen in een overigens prima en leuke outfit. Ik vertelde haar dat ze er perfect uitzag. Niets van gelogen. Haar man zag haar echter liever in een uiterst sexy stoeipakje. Haar conclusie: Heks wilde er leuker uitzien dan zij. Meuh…….

In de minder geëmancipeerde landen waar ook minder auto immuunziekten zijn trekken vrouwen veel meer één lijn. Ze nemen de mannetjesputtermannen totaal niet serieus en verwachten weinig van die kwibussen. Daar kunnen wij als geëmancipeerde dames nog een voorbeeld aan nemen. Maar nee. Wij geven onze macht weg. Wij laten ons uitspelen. En staan er dan alleen voor. Zucht.

 

 

Heks wordt uit bed gebeld door een knappe politieagent! Mannetjes slaan een enorm gat in Museum Boerhaave om ’s werelds op één na grootste elektromagneet te verkassen. Het is prachtig weer. De week begint weer goed!

Vandaag lees ik de laatste bladzijden in mijn mysterieuze boekje ‘Mooie Mensen‘: Het wonderbaarlijke boekwerkje over het ontstaan van auto immuunziekten. Hè, jammer dat ik het uit heb. Het is dan ook maar een klein boekje, maar zeer inspirerend.

Sinds ik me bewust ben geworden van het fenomeen narcisme staat mijn wereld op zijn kop. Zodra ik het geweldige boek van Iris KoopsHet verdwenen Zelf‘ had doorgelezen wist ik dat er een enorm verband moest bestaan tussen alle vormen van narcistische mishandeling waar ik in mijn leven mee te maken heb gehad en de ondraaglijke pijnen die ik lijd.

Je hoeft hier niet eens diep over na te denken of ver voor te zoeken: Chronische stress geeft een scala aan klachten. Dat weet intussen iedereen. De stress, die een gemiddelde narcist je oplevert is genoeg om in no time fysiek het loodje te leggen. Of zelfs letterlijk het loodje te willen leggen…… Jarenlange blootstelling aan dit soort stress heeft me uiteindelijk genekt. Op vrij jonge leeftijd. De meeste slachtoffers zijn ouder, ergens tussen de dertig en veertig, als dit gebeurt.

Vanmorgen word ik wakker gebeld door oom agent.  Ik steek mijn hoofd uit het keukenraam en roep wie daar is. Het is de knappe verkeersagent! Ik zie dit geüniformeerde snoepje regelmatig door de wijk lopen met zijn bonnenboek.

‘Oh, het gaat zeker om mijn auto,’ Heks ziet een enorme vrachtwagen staan verderop in de steeg. Mijn kanariepiet staat er vlak achter geparkeerd. Al dagen zijn ze weet ik wat aan het doen in die steeg, ik vermoed dat mijn bolide in de weg staat.

En inderdaad. Of ik em maar eventjes wil weghalen. Niet veel later gord ik Varkentje aan de riem en ga naar buiten. In de steeg lopen allemaal Mannetjes druk te doen. Ze zijn blij als ze me zien, vooral als ik ook nog eens die verdraaide auto kom weghalen. Er staat een mega vrachtwagen te ronken. In de achtermuur van het Boerhaavemuseum is een enorm gat geslagen.

‘Komt er een nieuwe ingang hier?’ grapt Heks nieuwsgierig tegen een boom van een kerel in een groot knaloranje pak. De man kijkt me glazig aan. Het blijkt om de verhuizing van een enorme Elektromagneet te gaan, de op één na grootste ter wereld! De befaamde Leidse natuurkundige Kamerlingh Onnes is er wereldberoemd mee geworden, toen hij met behulp van dit gevaarte het absolute nulpunt tot op en fractie wist te benaderen!!

Dat ontdek ik allemaal later. Als ik door het gapende gat het museum in kijk lijkt het me gewoonweg gekkenwerk. Je gaat toch geen prachtig oud gebouw afbreken om één of ander stom overjarig instrument naar buiten te takelen? Gestoord gewoon. Zijn die Mannetjes wel capabel? Of lezen we later in de krant dat één of andere leiperd foutief een middeleeuw gebouw heeft gesloopt?

 

Of is het een actie van een narcistische projectontwikkelaar om dit museum in te doen storten, zodat er een lelijk kantoorpand voor in de plaats kan worden gebouwd? Helemaal niet vergezocht. Vorig jaar is nog een historisch monument ‘per ongeluk’ gesloopt door een dergelijke doorgestoken kaart …… Het ‘Van Der Klauwlaboratorium’. Schandalig natuurlijk!

Even later loop ik in Het Leidse Hout. Het is verrukkelijk weer. Alles bloeit door elkaar. Sneeuwklokjes, narcissen, krokussen…. Ook zie ik het fluitenkruid al boven de grond staan. Zelfs de daslook loopt al uit. Ruim drie maanden te vroeg!

Dus ik woon al jaren naast de op één na grootste elektromagneet ter wereld? Zou dat wel gezond zijn? Doet dat ding het alleen als je em aanzet of heb ik jarenlang in een raar magnetisch veld gezeten? Zou dat hebben gemaakt dat ik steeds zieker ben geworden? En ik maar denken dat dit zo’n goeie plek is om te wonen, omdat er onder de Schouwburg een bron ontspringt…..

Volgens het boekje ‘Mooie Mensen’ is mijn medemens de oorzaak van mijn ellende. Zoals de meeste mensen met een auto immuunziekte heb ik last van Darwinmensen. Die ijskoude harteloze overlevers ten koste van anderen. Hun kenmerken vertonen een verbluffende overeenkomst met de gemiddelde narcist. Volgens de anonieme schrijfster hebben alle lijders aan auto immuunziekten één ding gemeen: Het zijn gevoelsmensen.

Gevoelsmensen gaan vaak relaties aan met Darwinmensen en vice versa vanuit het principe: Opposites attract. Helaas ontwikkelen al dit soort relaties zich ten koste van de gevoelsmens. Die blijft met lege handen achter, terwijl de Darwinmens als winnaar uit de strijd komt. Daar weet ik alles van. Dat is me al zo vaak gebeurd! En echt niet alleen in liefdesrelaties…….

Het boekje raakt me. Het confronteert me met wie ik eigenlijk ben: Een mooi mens. De laatste tijd wordt het me steeds duidelijker hoe ik in elkaar steek. Ook zie ik in dat ik me regelmatig met verkeerde mensen in laat. Mensen, die helemaal niet bij mij passen. Medemensen, waar ik last van heb. Een oude gewoonte.

Doordat ik altijd omgeven ben geweest met Darwinmensen weet ik gewoon niet beter. Ik ben in mijn oude groef blijven hangen. Ik produceer nog steeds hetzelfde gedrag om me tussen hen te handhaven: Pleasen, me uitsloven, op eieren lopen, met niets tevreden zijn en geven, geven, geven. En als het dan echt niet meer gaat trek ik me terug…….

‘Ik doe helemaal geen concessies meer,’ zei een vriendinnetje van Ras en Heks onlangs hierover, ‘Dat betekent dat ik nog maar een paar vrienden heb.’ Ik vrees dat het bij mij ook die kant op gaat.  Als ik geen concessies meer doe blijft er weinig over: Een hele kleine basis om op te bouwen. Tja. Vooruit maar.

Klein, maar stevig als een rots!

Fred Delfgaauw speelt ‘In de wachtkamer van de liefde’ in Theater ins Blau! Heks geniet van wat ze ziet. En hoort. Deze fenomenale poppenspeler wekt zijn stoffen vrienden tot leven met zijn magische stemgeluid. Ontroerend en grappig! Een heerlijke voorstelling in een geweldig theater!

Zaterdagavond ga ik naar Theater ins Blau met Frogs. Fred Delfgaauw treedt op met zijn poppenkraam. Het is zo lang geleden, dat ik hem voor het laatst gezien heb. Ik ga gewoon veel te weinig naar het theater. Vroeger zat ik er elke week en miste ik nooit een voorstelling van deze fenomenale poppenspeler!

Het is chagrijnig rotweer. Ik heb Frogs volgestopt met Elzasser zuurkool. Nu spoeden we ons over de natte straten om op tijd te zijn. Goddank is het net eventjes droog….

Als ik ins Blau binnenstap zie ik Engel staan. Zij gaat ook kijken. ‘Ik heb vandaag drie keer de hond uitgelaten, boodschappen gedaan, fysiotherapie gehad, een enorme pan zuurkool gekookt, een blog geschreven en nu ga ik ook nog uit. Gekkenwerk natuurlijk….’ fluister ik haar toe. ‘Klinkt goed, Heks, ik herken het. Heb je een goeie dag, dan ga je over je grenzen. Je zal morgen wel voor pampus liggen….’

Gedrieën zoeken we een plekje. De deugd, Frogs, zit in het midden. ‘Ik heb nog met Fred gewerkt meer dan dertig jaar geleden, toen hij nog louter voor kinderen speelde. Ik deed de percussie,’ vertelt mijn kikkervriend aan mijn vriendin. ‘En daar ben ik toen naar gaan kijken,’ roept Heks enthousiast, ‘In Zoetermeer, de Toneelschuur? Toch?’

Frogs en Heks kennen elkaar al zo lang. Heks en Engel kennen elkaar zo mogelijk nog langer! ‘Ik heb hem nog geprogrammeerd,’ doet Engel een duit in het zakje. Zij heeft jarenlang in deze branche gewerkt. Voor de Schouwburg, Voor ins Blau….. ‘Toen ik hier werkte heb ik alles helpen opzetten. De hele administratie. Ik heb zelfs geholpen met schoonmaken. Ik heb al deze stoelen bijvoorbeeld gesopt…’ giechelt ze.

Mijn vrienden praten over een andere poppenspeler, die gek is geworden van dat beroep. ‘Hij kon een pop als geen ander tot leven brengen, maar uiteindelijk is hem dat fataal geworden. Ik heb dat vaker gezien in dit specifieke vak. Wel drie keer!’ Engel is bloedserieus.

Jeetje, ik wist niet dat het zo’n gevaarlijk beroep is. Ik ben nog goed weggekomen met mijn poppenspel vroeger. Ik had er ook een handje van, reisde ’s zomers rond met een zelfgemaakte opvouwbare poppenkast inclusief poppen in mijn rugzak, maar ik ben gelukkig bijtijds fysiek onderuit gegaan……

Even later komt Fred Delfgaauw het podium oprennen. Hij is te laat. ‘Sorry mensen, ik stond in de file,’ begint hij zich te verontschuldigen, maar dat blijkt niet de enige reden te zijn van de vertraging. ‘Ik reed automatisch naar het LAK!’ grapt hij. Het publiek ligt dubbel. Het is een inside joke en de meesten hier snappen em.

‘Nou, ik zal het maar eerlijk vertellen, ik heb er tegenwoordig een baan naast. Ja, crisis hè. Ik werk voor een relatiebemiddelingsbureau….’ Het stuk is begonnen: ‘In de wachtkamer van de liefde.’

In no time zit ik op het puntje van mijn stoel. Oh, wat kan ik hier toch van genieten. De ene na de andere pop komt tot leven. Fred doet niet aan buikspreken. Het is geen ouderwetse ventriloquist. Toch vergeet je direct dat hij de poppen bedient. Hij is een meester in het geven van een geheel eigen uniek stemgeluid aan zijn vrienden van stof en rubber.

Vergeten wij al dat deze magiër alle gesproken tekst produceert, ook de poppen vergeten het:  Eén van zijn karakters schrikt zich een ongeluk halverwege het stuk, als Fred hem opeens een vraag stelt. ‘Oh, ben jij er ook nog, man, je jaagt me de stuipen op het lijf!’ Hilarisch natuurlijk!

Een terugkerend thema in het stuk is de dood van zijn vader. De man is jong overleden, net als mijn vader. Aan een vergelijkbare aandoening staat me bij. Ik heb ooit het prachtige stuk gezien, dat hij destijds ter nagedachtenis aan zijn jong gestorven vader gemaakt heeft.

 

Hij heeft nu bijna de leeftijd bereikt, waarop zijn vader overleed. Net als Heks met haar vader….. Een heel raar idee. Op een gegeven moment ben je ouder, dan die grote volwassen heel belangrijke man in je leven ooit geworden is……

‘Het was geen gemakkelijke man en het liep niet altijd optimaal tussen ons,’ iets in die trant zegt hij over zijn dierbare vader. Vervolgens zet hij hem neer met stem en gebaar…… En gerochel…. Liefdevol. Het is muisstil. Op lachsalvo’s na, want vader was een kleurrijk mens.

Ontroerend.

‘Doorgaan of stoppen, liefhebben of haten. Hoe houd je jezelf staande in deze veranderende wereld?’ De worsteling met het prachtige mooie kutleven. Je moet diep graven om jezelf telkens te vernieuwen. Cultuur is een ondergeschoven kind tegenwoordig. Subsidies zijn verdwenen. We kweken lelijke, domme en verveelde mensen op die manier, maar ja.

Heks kent het machteloze gevoel van teleurstelling in het leven en hoe je jezelf telkens opnieuw moet uitvinden. Wat heerlijk, dat iemand zijn worsteling laat zien. Confronterend ook. ‘Oei,’ hoor ik achter me, als de acteur een Siamese tweeling uit elkaar rukt. Zich niet langer verbergt….

‘Jeetje, zucht,’ ‘Nou,nou,nou,goh,’ Er komen meer geluiden van de achterbank. Iemand zit gigantisch mee te leven. Het is ook aangrijpend. En toch lig ik voortdurend in een deuk. Een paar van de vertolkte grappen hebben een baard van hier tot Tokio. Toch schater ik het ook hierbij uit. De man kan me werkelijk om alles laten lachen!

Tussendoor wordt druk geapplaudisseerd. Heks vindt het zonde van de concentratie. Het onderbreekt en leidt af. Maar Fred Delfgaauw krijg je niet gek. Hij gaat gewoon zijn gang. Als iemands telefoon gaat reageert hij met een laconiek: ‘Zo, is ie nu uit?’

Aan het eind krijgt deze grote bescheiden man een staande ovatie. Het publiek staat als één man op. Prachtig. Wat een geweldige avond heeft hij ons bezorgd! Later in de foyer praten we met de directrice van het theater Liesbeth Huiberts. Zij en haar man directeur Kees van Leeuwen zijn de stuwende kracht achter dit initiatief. Frogs heeft natuurlijk ook met hen vroeger samengewerkt. Met Gruppo Tutto Dramatico en In Casa. En ook dat heeft Heks gezien!

Liesbeth vertelt dat ze een lesprogramma heeft opgezet om kinderen tussen de 1 en drie jaar kennis te laten maken met toneel! Wat doet dit echtpaar toch hun gloeiende best om het culturele klimaat in onze sleutelstad leefbaar te houden. Ze hebben dit theater vanaf de grond opgebouwd.

‘Vroeger was het de gymzaal van de technische school. We hebben het flink verbouwd. Daar achter liggen een aantal leslokalen. Binnenkort krijgen we boven een grote foyer erbij!’

Op een gegeven moment loopt Fred Delfgaauw de foyer in. Frogs gaat hem natuurlijk begroeten. Ook Heks schudt hem de hand. ‘Bedankt voor de fantastische voorstelling. Het was ontroerend en prachtig .’

Engel staat stralend achter de balie een handje te helpen als we het pand verlaten. Haar oude vertrouwde plek! Heks werpt haar een kushandje toe. Ze heeft nog geen bal zin om naar huis te gaan. Ook zij heeft vandaag een goede dag. En ja, dan ga je nogal eens een klein beetje over je fysieke grenzen…… 😉

We lopen over de glimmende kasseien richting Huize Heks. ‘Gek hè, Frogs, de straten zijn kletsnat, maar steeds als wij buiten lopen is het droog!’ Nou, zo’n dag was het vandaag. Soms regent het alleen maar waar jij loopt lijkt het. (Zoals mijn dode geliefde Ernst altijd zong op zulke dagen: (Travis ) Why Does It Always Rain On Me?)

 Vandaag niet. Wat een superdag!

Geschenken der liefde: iedere liefdesrelatie herbergt een geschenk in zich. De kunst is om het te ontvangen. Met je hart natuurlijk. Zelfs al is de rest van het gebeuren niet om over naar huis te schrijven ….

‘Schat, morgen gaan we iets leuks doen!’ zeg ik woensdagavond tegen Varkentje. Het wordt hoog tijd. De laatste dagen pers ik mijn verplichte rondjes eruit, maar daar blijft het bij. Het weer werkt ook niet echt mee natuurlijk.

Gelukkig is het donderdag droog. De zon piept soms tevoorschijn. Overal staan narcissen en sneeuwklokjes te bloeien. Ik zie zelfs de koppige kopjes van Groot Hoefblad boven de grond uit piepen. Ruim anderhalve maand te vroeg. De natuur is volstrekt de kluts kwijt.

In de loop van de middag bel ik Ras. ‘Durf je het aan? Een rondje met de hondjes?’ Vorige week zijn we uren bezig geweest om haar monsters te pakken te krijgen. Ze zaten achter een stelletje konijnen aan….. Zo baggeren we even later met ons roedeltje door de blubber.  Op het eilandje in Het Joppe gooi ik een balletje voor Ysbrandt. Hij heeft een topdag vandaag. Ik zie het aan zijn tevreden snoet!

Later drinken we thee en kletsen bij. ‘Weet je wat ik ontdek over een rouwproces?’ zegt mijn vriendin. Zij zit er middenin. ‘Je moet alles voorbij laten komen, alles wat je gedaan en gedeeld hebt. Het moet allemaal een plaats krijgen….’

‘God, dat ben ik ook aan het doen,’ Heks is verrast, ‘Alleen komen bij mij allerlei ervaringen voorbij, die achteraf onzin blijken te zijn. Ik moet het hele beeld van mijn voorbije relatie herzien. Er blijft niets van over. Heel pijnlijk…’

Nou ja, je hebt natuurlijk altijd een geschenk voor elkaar, al is de relatie nog zo kut. Zo heb ik eens verkering met een vreselijke foute beeldschone Algerijn gehad. Hij loog, bedroog en zoog me helemaal leeg. Zelf hierin heb ik een presentje gekregen: ik kon geweldig ruzie met hem maken. Dat was destijds geheel nieuw voor mij!

Mijn recente relatie heeft me natuurlijk ook iets gebracht. Ondanks alles. Heks is na jaren alleen te zijn geweest weer een echte relatie aangegaan. Die beleving was dan weliswaar eenzijdig, toch heeft het me iets gebracht!

En daarbij: Krenterigheid heeft ook zo zijn voordelen. Praktisch gezien hoef ik weinig weg te gooien, ik kreeg gewoon bijna nooit iets van ex. Andersom is dat heel anders. Hij slaapt onder mijn dekbed, eet van mijn servies, loopt in een van mij gekregen vest, zijn plant staat in mijn bloempot, zijn theeservies? Gekregen van Heks…. En ga zo maar door.

‘Heks, jij doet daar allemaal wel erg makkelijk over,’ zei mijn therapeut laatst tegen me, ‘Het is toch te gek voor woorden, dat die ex van jou je nooit eens een cadeautje gaf!’ Hoofdschuddend kijkt ze me aan. Wat moet je met zo’n figuur?

Ik vertel maar niet, dat ik het etentje waar hij me ooit op trakteerde uiteindelijk zelf heb betaald….

Heks is gewoon met weinig tevreden. Altijd geweest. ‘Dat vind ik zo mooi van jou, Heksje, dat als iedereen nieuwe kleren krijgt en jij niet, dan zeur jij daar niet over!’ prees mijn moeder me, toen ik nog kind was.

Ik droeg de kleren van mijn twee jaar oudere zus af, reed op haar oude fiets enzovoort ….. De zus vijf jaar onder me had geluk. Die kreeg weer nieuwe kleren.  Mijn broer hoefde die niet af te dragen natuurlijk… 😉

Het was in een tijd van weinig geld, elk dubbeltje werd drie keer omgekeerd bij ons thuis. Mijn moeder moest woekeren met haar beperkte budget! Een paar keer per maand kwam tante Rie, onze huisnaaister, kleren naaien en verstellen. Heks was gek op die oude wijze dame.

De hele dag zat zij te ploeteren achter de naaimachine. Ik zat graag bij haar te klessebessen. Om vijf uur schilde ik dan een appeltje voor haar. Dan nam ze een kleine pauze.

Tevreden zijn met weinig is prima natuurlijk. Toch denk ik dat ik maar eens op ga houden met dit Assepoestergedrag.  Ik wil verwend worden tot op het bot door mijn toekomstige geliefde. Ik ga eindelijk het prinsesje zijn, dat altijd al in me heeft gewoond. Ik heb vandaag biologische verse doperwtjes gekocht. Vannacht ga ik erop slapen om het te bewijzen!.

Heks is een mysterieus boekje aan het lezen. Het heet ‘Mooie mensen’. Mensen met een auto-immuunziekte lijden volgens de schrijfster aan het hopeloze gedrag van doorsnee eikels in deze keiharde mannenmaatschappij. Emancipatie heeft ons lijden louter verergerd…..

 

Heks is een mysterieus boekje aan het lezen. Het heet ‘mooie mensen’ en het gaat over mensen zoals ik: Lijdend aan een auto-immuunziekte. Is het boekje zelf al raadselachtig, de manier waarop ik het op het spoor ben gekomen is nog mysterieuzer.

Tijdens het checken van mijn statistieken klik ik een afbeelding aan, die onlangs bekeken is. Soms wil ik weten wat mensen zoal aanklikken op mijn blog. Ik zie een filosofische tekst verschijnen met daaronder ‘Facebook.mooie mensen het boek’. Intrigerend….. Nieuwsgierig ga ik naar de betreffende pagina.

Iemand heeft een boek geschreven over mooie mensen. Huh? Wat krijgen we nu? Is het net zoiets als die hele foute datingsite voor narcisten? www.mooiemensen.com? Hier accepteren ze louter singles met een ideale botstructuur en lichaamsverhoudingen. Een walgelijk concept. Behalve voor masochisten: Weet je zeker dat je iemand met een afschuwelijk karakter zult krijgen…..

Maar nee. Het is een boek over mensen met een auto-immuunziekte. Volgens de schrijfster hebben al deze stumpers 1 ding gemeen: Het zijn mooie mensen. Mensen met een goed karakter, een zuivere inborst en een overschot aan liefde in hun hart.

Dit in tegenstelling aan de rest van de mensheid, de zogenaamde Darwinmensen. Niet lijkend op Darwin, maar opererend volgens het principe van survival of the fittest. Meedogenloos, berekenend, genadeloos en zonder scrupules over lijken gaand. Neanderthalers. Mensen met een goed functionerend reptielenbrein, maar daar blijft het dan bij. Empathie, iets voor een ander over hebben en geven zijn hen vreemd…..

Er is een opvallende overlap tussen de typische kenmerken van een narcist en de Darwinmensen. Maar laatste groep is veel groter. Het merendeel der mensheid. De mooie mensen worden als het ware geplet door deze egocentrische praatjesmakers.

12143108_1635086866759952_6976123220736419607_n

De schrijfster van het boek blijft anoniem, ongetwijfeld uit zelfbescherming tegen reacties van die Darwintypes….. Wel bekend is dat ze psychologe is en tegenwoordig in Zuid Amerika woont. Vandaar haar opvallende kennis rondom een niet geëmancipeerde maatschappij….

Zij heeft heel veel mensen in haar praktijk voorbij zien komen met een auto-immuunziekte. Jarenlang heeft ze onderzoek gedaan naar het ontstaan van deze aandoeningen, inclusief een zeer uitgebreid literatuuronderzoek.

Hieruit blijkt dat allerlei  vermeende oorzaken van dit soort aandoeningen nergens op slaan. Ze laat een keur aan tabellen en statistieken zien om het te staven. Ook is er nooit een afdoende remedie voor welk van deze ziektes dan ook gevonden. Alle behandelingen zijn gericht op symptoombestrijding!

Vooral vrouwen zijn de klos. Het grootste deel van dit soort patiënten is vrouw. Opvallend is ook, dat in minder geëmancipeerde landen er ook minder mensen met dit soort ziektes zijn. Zodra iemand uit zo’n land in een geëmancipeerd land gaat wonen loopt die persoon direct een veel grotere kans op zo’n ziekte…..

 

Emancipatie heeft er dus iets mee te maken. Het lijkt erop, dat bewustzijn van de klotepositie van het vrouwelijke in onze patriarchale samenleving ziekmakend is….. Vooral als je dan ook nog met een vreselijke exponent van dat patriarchaat op je lip zit! Wat niet weet wat niet deert, maar zodra je wel weet doet het letterlijk zeer!

Heks is geïntrigeerd door het idee. Meestal erger ik me dood aan dit soort boekwerkjes, die alles proberen te verklaren vanuit 1 of ander waanidee. Over het algemeen zijn de verdedigde ideeën belachelijk als je er drie seconden over nadenkt. Dit boekwerkje zweeft niet. De informatie is vrij concreet. Ook als je er een week over nadenkt blijft het gedachtengoed overeind!

Darwinmensen. Ik ben er tussen opgegroeid. Ik heb relaties gehad met zulke types. Mijn vriendenkring heeft er bol van gestaan. De wereld zit er vol mee.  Het zijn overlevers. Ze hebben altijd gelijk. Vinden ze zelf. En overal recht op. Ze trekken altijd aan het langste eind. Ze zijn gewend hun zin te krijgen ten koste van een ander. Ze liegen en bedriegen. Ze gaan over lijken. Ze zijn in de meerderheid. We zijn voorlopig nog niet van ze af.

 

Ik ga eerst maar eens dit boek herlezen van de nobelprijswinnares Doris Lessing:

De huwelijken tussen zones drie, vier en vijf.

10610567_1711206069109921_9031571699796170821_n

 

Een bezem is om op te vliegen! Of om je stoepje mee schoon te vegen. Toch niet om mensen mee de deur uit te bonjouren? Heks zit met gebakken peren en moet nog veel leren…..

‘Heks, het is natuurlijk geweldig dat je zo in het hier en nu leeft, maar nu snap ik eindelijk ook waar jij tegenaan loopt. Hierdoor!’ Mijn therapeute kijkt me vriendelijk aan. ‘Het maakt dat je steeds weer opnieuw begint aan mensen, die je in het verleden enorm hebben gekwetst.’

‘Je geeft alles en iedereen altijd weer een tweede, derde, vierde vijfde, zesde, zevende, achtste en ga zo maar door kans. Want dat was toen en morgen bestaat nog niet en nu is nu. En nu ben je misschien nog niet vergeten, maar je hebt al wel vergeven wat er gisteren is gebeurd.’

‘Toch zullen die figuren, die je zo vrolijk weer over de vloer laat komen, je morgen evenzogoed weer opnieuw kwetsen. Ze zijn nog precies dezelfden als die ze gisteren waren. Veel mensen groeien niet naarmate ze ouder worden. Ze verschrompelen. En niet alleen lichamelijk…… Ook geestelijk worden ze eerder een karikatuur van zichzelf….’

Het laatste heb ik erbij verzonnen, maar ze had het evenzogoed kunnen zeggen. Want je kunt ook goed lachen met deze vrouw.

‘Heks, de bezem moet er echt door bij jou!’

Het is zo. Heks is vergevingsgezind van aard. Ik streef naar harmonie, eenheid, heelheid, interzijn. Het duurt vrij lang voordat ik echt een grens trek. ‘Tegen die tijd ben je vaak zo kwaad, dat je het scheldend doet. En dat is natuurlijk ook jammer. Je zou het in alle rust moeten doen. Vriendelijk maar beslist. Gewoon de meeste mensen op veilige afstand houden.’

‘Jij hebt echt een paar verkeerde ideeën, zoals geven, geven, geven, nooit iemand buitensluiten, altijd vergeven, iedereen een nieuwe kans geven….’ besluit ze haar verhaal.

Alweer de bezem erdoor? Ik heb het gevoel, dat ik al mijn hele leven loop te redderen met die bezem. Ik kom gewoonweg niet aan een potje vliegen toe op die manier…..

Blijft er nog wel iemand over, waar ik me bij op mijn gemak voel? Soms twijfel ik daaraan, maar gelukkig heb ik een handvol dierbaren, waar ik nooit aan twijfel. Blijvertjes. Al jaren.

‘Ik ken mensen, die niet 1 echte vriend hebben. Hun contacten zijn oppervlakkig en tijdelijk. Er is niemand bij wie ze midden in de nacht kunnen aankloppen. Ware vriendschap is een godsgeschenk.’

‘Dat geldt voor praktisch iedereen, Heks. We hebben vaak maar een paar echte goede vrienden. Dus dat is inderdaad al heel wat. Gooi alle uitvreters asjeblieft op straat! Maar ook die types, die op je nek zitten, of aan je kop zeuren, of betweterige taal uitslaan: Veeg ze de deur uit! Hou afstand.’

‘Ach, ze bedoelen het niet kwaad,’ mompel ik vergoeilijkend terwijl ik naar de deur loop. Het uurtje zit er alweer op. ‘Ja, Heks, nu doe je het weer. Je praat het goed. Je vergeeft het alweer bij voorbaat. Je was toch zo nijdig hierover? Laat die bevoogdende betweters,  gemene uitvreters en andere mensen die je alleen gebruiken er dan niet mee wegkomen!’

Ja, hoera! Vanavond rappen we de spreekkoren uit de Matthäus Passion van Bach. Altijd een feestje, repeteren met mijn oratoriumkoor. In de pauze krijgt Heks welverdiende complimenten van haar medezangers. Lekker hoor.

Zoals elke week ga ik natuurlijk weer een avond repeteren met mijn koor. Ik trek mijn nieuwe rode jurk aan met een paar geweldige cowboylaarzen. Gedecoreerd met speelkaarten. Tarot! Echt iets voor een toverkol! Een hoedje, vest en knalrode sjaal completeren mijn look. Stylen kun je wel aan Heks overlaten. De andere alten kijken zoals gewoonlijk weer hun ogen uit.

‘Leuk hoedje, Heks!’ ‘Staat je goed!’ ‘Ik vind je sjaal zo prachtig, zelf gebreid?’ Uitgebreid wordt mijn outfit besproken in de pauze. ‘Mooie ketting, die staat er geweldig bij!’ Het is inderdaad een prachtig sierraad, onlangs cadeau gekregen van een hele lieve man!

Vanavond repeteren we de spreekkoren, die geweldige hiphopachtige elementen in de Matthäus-Passion. Wat is het toch een fantastisch muziekstuk. Bij een bepaald zinnetje zegt de dirigent: ‘Kijk, hier staat allegro. Het is de enige tempoaanduiding in de hele Matthäus. Bach heeft daar ongewijfeld een bedoeling mee gehad: Het moet licht blijven, maar de tekst doet je neigen naar zwaar…’

Zo leer ik altijd wel weer iets bij over deze intrigerende passie.

Jaren geleden ben ik naar een lezing geweest van Kees van Houten over de Kruisvorm in Matthäus-Passion. Hoe het gedeelte voor de pauze de horizontale balk vormt en het gedeelte na de pauze de verticale. Het verklaart direct ook waarom de pauze in dit stuk tegen alle traditie in zo idioot vroeg ligt…….

Het eerste stuk na de pauze is heel ‘hoog’ gecomponeerd, het laatste juist zeer laag. Dan zitten we naast het graf. Op de barre grond.

Daar waar de balken elkaar kruisen, precies op die plek, wordt het ‘Erbarme dich’ gezongen. Het hart van de Matthäus Passion. De aria, die volgt op het verraad van Petrus. Het lied over de feilbare mens: ‘Heer ontferm U!’ Deze aria heeft ongeveer deze hele ellendige winter in mijn hoofd gezeten. Het is een heel droevig lied van ongekende schoonheid……

Erbarme dich,

Heb medelijden,

Mein Gott,

Mijn God,

Um meiner Zähren willen !

Omwille van mijn tranen.

Schaue hier,

Zie toch,

Herz und Auge weint vor dir

Hart en ogen wenen

Bitterlich.

Bitter om U

 

‘Goh,’ dacht ik na die lezing, ‘En hoe zit dat dan met de Johannus Passion? Want als Bach zoiets voor de ene passie verzon, dan zal het ongetwijfeld ook terug te vinden zijn in die andere werken van zijn hand.’

Maar goed, wij zijn nu eenmaal een Matthäuslandje. Dus ook onze onderzoekers blijven gefixeerd op dit speciale stuk. Heks vindt het best. Al had Bach nooit iets anders geschreven dan alleen dit stuk, dan kon ik er nog een heel leven mee toe!

Later lees ik dat Kees van Houten deze twee passies van Bach naast elkaar heeft gelegd. Ook daar geeft hij nu lezingen over…..

De gehele avond ploeteren we op de spreekkoren. De bassen hebben een virtuoze partij met ‘Sind Blitze, sind Donner in Wolken verschwunden’. Alleen loopt het nog niet erg.

‘Ik laat jullie eerst wat stemoefeningen doen, voor de soepelheid.’ Onze dirigent Wim de Ru weet altijd precies hoe hij het beste uit zijn zangers kan halen. ‘Hahaha, huhuhu, uhuhuhuh’ zingen de bassen. Wij alten zitten hen uit te lachen. Het klinkt zo grappig!

‘Jaja, lach maar,’ roept Wim, ‘Dat vinden jullie wel leuk hè, als de bassen foutjes maken…’

Wat is het toch heerlijk, zo’n avondje zingen. Op de heenweg zat ik scheldend in de auto. Ik heb last van een kort lontje, dus als automobilisten als een slak door de stad kruipen in hun bolide erger ik me kapot. ‘Laat me erlangs, rijd nu eens door,’ foeter ik tussen mijn tanden. Op de terugweg zing ik het hoogste lied. Steevast!

In de garderobe op weg naar buiten spreek ik een sopraan, die ook in ‘de Schola’ zingt. ‘Ik wist wel dat je niet zou komen,’ lacht ze me toe, ‘Gewoon een voorgevoel. Maar je mist wel iets hoor, Heks.’

Ze heeft me enthousiast gemaakt om mee te zingen in een passie, ws. het Christus Oratorium, van Liszt. Vorige week zou ik eigenlijk een avondje op proef gaan, maar ik lag natuurlijk weer eens om. De slimmerd laat me nu geloven, dat ze overtuigd is, dat ik het toch niet ga doen. Zodoende ben ik er natuurlijk op gebrand het tegendeel te bewijzen.

Kijk, zo gaat dat met ons mensen. Juist als je overtuigd bent, dat iemand het niet in zich heeft om iets bepaalds te bewerkstelligen, kom je nog voor verrassingen te staan. Verwachtingen worden zelden waargemaakt. Maar goddank is het leven wel wonderbaarlijk!

 

Misofonie, haat voor bepaalde geluiden, wie kent het niet? Heks hoort de term voor het eerst, maar blijkt ervaringsdeskundige te zijn! Rekening houden met overgevoelige oortjes? Met dat bijltje heb ik vaker gehakt! Op kousenvoeten rondsluipen, sabbelen op je chips en proberen te slapen zonder adem te halen….. Niet te doen!

Vanmorgen staat de televisie aan, terwijl ik me in de kleren wurm. De dames van koffietijd blaten hun domme verhalen mijn slaapkamer in. O jee, vergeten te zappen. Ik heb een ernstige allergie voor dit programma, ik voel de jeukende bultjes op mijn schenen al de kop op steken. De theemutsen hebben Nick op de koffie. Of Simon. Daar wil ik vanaf wezen, net als de rest van Nederland houd ik die twee maar niet uit elkaar.

Ik kijk in het treurige vermoeide gezicht van de zanger. Mijn god, dat ziet er niet goed uit. Komt het door het vroege tijdstip? ‘Ik ga in mijn eentje dit of dat bablabla’ promoot hij zijn nieuw ingeslagen weg. ‘Jajaja,’ het interesseert de overjarige koffietijdmeisjes geen bal, ‘Jij hebt toch Misofonie? Hehehe?’ De getroebleerde troubadour probeert er snel overheen te praten, maar de hyena’s hebben zich al in het onderwerp vastgebeten…..

Misofonie? Haat voor geluiden? Waar heb ik dat eerder gehoord? Nou, nergens! Maar ik heb wel een aantal mensen met deze aandoening dicht op de huid gehad. Voorwaar geen pretje!

Heks is zelf ook zeer gevoelig voor geluiden. Ik hou van stilte. Periodes met veel ellendig lawaai, zoals verbouwingen, kunnen me compleet uitputten. Ik heb een bloedhekel aan muzak. Die walgelijke vorm van ethervervuiling, die je in elke zichzelf respecterende winkel tegemoet walmt mag van mij bij de wet verboden worden. Maar haat?

Nee, ik heb geen Pavlovachtige moordreactie op een snurkende partner of een chipsetende vriend. Ik kan genieten van het geluid van de wind en de regen. Of vogeltjes. Een blaffende hond doet me niets. Het zijn meer de lelijke geluiden, zoals slechte muziek, iemand met een stem als een cirkelzaag, ….waar ik me aan erger.

Een jeugdvriendin van Heks had last van moordneigingen als haar vader zat te eten. Het geklapper van zijn kunstgebit maakte haar gek. In die tijd had bijna iedereen boven de veertig een klappertje, weet je nog? Nostalgia!

Ik zocht er weinig achter, want de man was een vreselijke agressieve Maasbachchristenhond, dus haar puberale haat tegen die kwibus begreep ik maar al te goed!

Tijdens een vakantie met deze jongedame in Frankrijk kwam ik er al snel achter, dat die haat niet slechts haar vader betrof. Ook Heks kreeg de wind van voren, zodra ze iets in haar mond stak om op te kauwen bijvoorbeeld. Zodoende werd eten een hele uitdaging tijdens die reis!

Het wicht zat zich voortdurend groen en geel aan me te ergeren. ’s Morgens als ik slaapdronken aan de koffie zat begon ze me systematisch te grazen te nemen, want erg aardig was ze niet. Zelfreflectie kwam in haar woordenboek niet voor! Heks was irritant, dus die moest kapot……

Het behoeft geen betoog, dat ik nooit meer met haar op stap ben geweest!

Niet veel later,  ik woonde met een aantal dames in een groot studentenhuis , trok er op een kwade dag een misofone buurvrouw in de kamer naast me. De muren waren van bordkarton, hetgeen niet bepaald meewerkte aan een harmonieus samengaan van onze huishoudens. De vrouw zat de godganse dag te klagen. Over dit geluidje en over dat geluidje.

Heks sloop op kousenvoeten door haar kamer en zat te fluisteren met haar bezoekers. Draaide nooit meer muziek. Een bladzijde van mijn studieboeken omslaan kwam me op een reprimande te staan. En hoewel het op zich een hele aardige meid was, kreeg ik al snel de absolute rambam van het mens.

Maar zoals altijd paste ik me aan. Ik kroop en sloop, zweeg en fluisterde, maar nog was het niet goed. Op een dag stond ze weer luidkeels (!) tegen me te emmeren over al die vreselijke geluiden waar ze zich aan stoorde. ‘Wat moet ik in godsnaam doen om jou op te laten houden met dat geklaag?’ riep ik wanhopig.

Onze overbuurvrouw begon zich ermee te bemoeien. Ze kreeg ongetwijfeld medelijden met me. Ook zij werd geacht geen herrie te maken, maar ze had het geluk niet direct naast de misofone dame te wonen…. Getormenteerd schreeuwde ze vanuit haar kamer: ‘Ophouden met ademhalen, Heks!’ En zo was het. Ik had het loodje moet leggen en dan was het goed geweest. Gelukkig verhuisde mijn kwelgeest binnenshuis naar een andere etage.

In die tijd was er nog weinig bekend over deze psychiatrische aandoening. De vrouw werd dan ook niet behandeld. De omgeving paste zich gewoon aan. Zo goed en zo kwaad als dat gaat in een gehorig studentenhuis.

Ook nu is er nog niet veel bekend over de kwaal, laat staan over een doeltreffende behandeling. Mensen met gehoorbeschadiging lopen een grotere kans door misofonie getroffen te worden.

Het een hele nare aandoening is. Voor degenen die het treft, maar ook voor de omgeving. Het is verschrikkelijk als iemand zich constant zit te ergeren aan het feit dat je ademhaalt. Of dat je aan je pen likt. Of door je haar strijkt. Want het gaat ook op voor bewegingen. En het richt zich voornamelijk op mensen, die dicht bij die misofone persoon staan: Zoals de mensen waar ‘ie juist veel van houdt……

Haat omdat je bestaat.

Leven naast iemand met deze aandoening is hopeloos. Vooral omdat jij er niets aan kunt doen. Die ander ook niet hoor. Er is weinig aan te doen, dus die moet er maar mee leren leven. Ook niet gemakkelijk! Daar weet ik alles van!

Toch is Heks blij, dat ze van bepaalde misofone medemensen verlost is. Er woont er niet meer eentje naast me, van wie ik geen muziek mag draaien, noch praten, lachen, zingen……. Noch ligt er eentje naast me in bed me te haten vanwege het feit dat ik ademhaal. Ik mag mijn mes weer gewoon aflikken. En andere bewegingen maken, zonder dat iemand zich kapot ergert. Ik hoef niet meer met lede ogen aan te zien hoe iemand het gevecht met de wind, klapperende tentdoeken, zogenaamd lawaaierige buren en wat al niet meer aangaat.

‘Ik sta wel eens ’s nachts op het dak een regenpijp te verbuigen, omdat ik het gedruppel niet meer kan aanhoren,’ aldus Simon. Of Nick. Nou ja, hij klimt in elk geval zelf het dak op. Dat is al iets.

Een narcist met misofone neigingen liet Heks zulke kastanjes uit het vuur halen. Stond ik midden in de nacht buiten de boel op te lossen. Om van het gezeur en gezeik af te zijn. Om daarna van een chagrijnig gemeen mannetje te horen dat het nog steeds niet goed was. Gewoon omdat het nooit goed was. En dat lag niet aan zijn misofonie, nee eerder aan misogynie…….

Wat is misofonie niet?

Ervaringsverhalen.

Hyperacusis, overgevoeligheid voor geluid.

Olifanten zijn familiedieren net als wij mensen: Ze overleven niet als eenzame cel buiten het familielichaam. Wij kunnen een voorbeeld nemen aan deze medezoogdieren, ze doen dat veel beter dan wij, maar in plaats daarvan schieten we ze dood. Waarom? WaarVOOR? IVOOR! Statussymbool en potentieverhogend middel. Dat is onze beschaafde maatschappij: Een paradijselijke samenleving opgeofferd voor de stijve lul van één of andere IMPOTENTE slappe zak……

Het hele afgelopen weekend breng ik grotendeels door in mijn eigen fantastische gezelschap. Nou ja, erg gezellig ben ik niet. Doordat er nog steeds kwartjes vallen rondom al het onlangs ontdekte bedrog voel ik me druilerig. En kwaad ook. Jeetje, wat zijn me de horens opgezet! En dom. God, wat heb ik die persoon volstrekt ten onrechte volkomen vertrouwd……

En wat heb ik voor lul gezeten op dat feestje, waar ik me nog gigantisch voor heb lopen uitsloven ook: Urenlang eten koken bijvoorbeeld. En later alles afwassen en opruimen. Met dit lijf….. Wat zullen ze achteraf gelachen hebben! Een aantal andere gasten waren namelijk wel op de hoogte van de ontrouwe praktijken van mijn toenmalige partner.

En wat heeft die trouweloze griezel me een rad voor ogen gedraaid. Waanzinnig gewoon. Geniale praktijken van een gestoorde gek. En waarom? Het is me gelukkig een raadsel.

Niet alleen over deze inzichten maak ik me druk. Ook het feit, dat ik aan alle kanten tegen ander geëikel aanloop maakt mijn stemming er niet beter op. Mijn hele leven lijkt op losse schroeven te staan. De manier waarop ik altijd met bepaalde situaties ben omgegaan lijdt schipbreuk: Het lukt met niet meer om er een mooi verhaal van te maken…..

Sterker nog: Ik kan gewoon niet eens meer luisteren naar de verschrikkelijke scheve oordelende manier waarop ik te woord wordt gestaan door mensen waar ik zelf de poten voor uit mijn lijf heb gelopen.

The Elephants Always Line Up To Hug This Old Lady. The Reason? SPEECHLESS

Elephant Orphans… Wisdom of the Wild

Vanmorgen zie ik een mooi filmpje op Facebook. Het gaat over een oude dame, die haar hele leven wijdt aan het opvangen en groot brengen van olifantenweesjes. Ze heeft een olifantenmoedermelkformule ontwikkeld, waar ze het heel goed op doen. ‘Het belangrijkste is echter hun familieband. Die is zo sterk bij deze dieren. Daar kunnen wij mensen nog wat van leren: Zoals olifanten voor elkaar zorgen, zo hoort het. Ze kijken met hun hart! En ze lezen jouw hart! Het is de ideale maatschappij.’

Een net gered babyolifantje is er erg slecht aan toe. Hij wil bijna niet eten en is erg gestrest. Hij gaat zienderogen achteruit. Als het diertje echter bij andere olifanten wordt geplaatst gaat het direct een stuk beter. Het beestje ontspant en begint te eten. Terwijl ik ernaar kijk druppen de tranen uit mijn ogen. Ze laten een treurig spoor na op mijn wangen.

Mijn persoonlijke olifantenfamilie is ver te zoeken momenteel. Daarom eet ik natuurlijk zo slecht: Ik voel me alleen en in de steek gelaten. Ontheemd. Ik ben heel veel dierbaren kwijtgeraakt de laatste jaren. Sommigen zie ik nog wel, maar het voelt allang niet meer goed. Anderen zie ik nog nauwelijks en als ik toch contact met hen heb krijg ik geheid de wind van voren. Hun wind wel te verstaan. Stinkend en wel.

Zo zit ik dit weekend dan maar uit. Ik zou nergens liever zijn dan thuis. In mijn kleine heksenhuisje. En daar ben ik. Met iemand, die me heel dierbaar is: Ikzelf. Niks mis met dit heksje, ook al is niet iedereen het daarmee eens.

Voor velen ben ik steeds het projectiescherm van hun eigen onvermogen geweest. Of het vuilnisvat van hun zieke geest. Of het voorwerp van hun pathologische bedrog. En nu ik dat niet meer wil zijn moet ik van sommigen zelfs kapot. Of op zijn minst tot de orde worden geroepen. Of op de vingers getikt. Of in de hersens genaaid!

Ik ben gelukkig mijn eigen grootste en meest trouwe schat. Geen betweter, die dat nog uit mijn kop praat. Geen idioot, die het nog eens beschaamt. Geen nepolifant, die me ooit nog uitvreet en in de steek laat.

Het komt allemaal goed met me, dat weet ik in elk geval zeker. Over een paar maanden ben ik door het ergste zeer heen. Een paar oude trouwe olifanten zijn er over in mijn roedel. En ik vind vast wel weer een paar nieuwe van die slurfdragende dikhuidige zoogdieren voor wederzijdse adoptie….

Waarom ivoor nog cool is bij impotente Chinese mannetjes…..

Hier nog een broodje aap over een olifantenkind……

Woeste wandeling met roedeltje honden in wildrijke omgeving. Viervoetige neuzen nemen een loopje met ons en gaan ervandoor! Een paar dodelijk vermoeiende uren verder is de roedel weer compleet en de rust enigszins weergekeerd……

Vrijdag stop ik mijn Varkentje in bad. Ik was zijn vacht grondig uit en smeer er een haarmaskertje op. Eventjes intrekken, uitspoelen en mijn hondje lijkt wel een speelgoedknuffelbeest zo zacht! Hij ruikt zalig! Hierna komt ome Frogs dit effect weer teniet doen met zijn wekelijkse gifbad. Ysbrandt laat het zich allemaal gelaten aanleunen. Stiekem vind hij al die aandacht wel lekker…..

’s Middags vind ik een berichtje van mijn vriendin Ras. ‘Zin om morgen met de hondjes op stap te gaan?’ Ja, natuurlijk. Laten we lekker de hort op gaan met onze beestenbende. We spreken af dat ze me in de loop van de middag ophaalt met haar enorme bus.

We gaan eerst even naar de dierenwinkel. Onze viervoeters mogen mee naar binnen. Ze krijgen allemaal een lekker snoepje. De monsters van Ras duiken hierna direct met hun neuzen in de uitgestalde kluiven en pensstaven. Niet zo vreemd, want ze zijn beiden van het merk Brak. Echte zweethonden dus. Wandelende neuzen. Niet te verwarren met een loopneus….. 🙂

De kleinste, Lotje, ziet er bedrieglijk schattig uit, er zit hoogstwaarschijnlijk veel Petit Basset Griffon in haar bloedlijn. Lukas, de andere Brak is één en al neus. Verwoed snuffelt hij alle schappen door op zoek naar informatie. En een kapotte verpakking indien mogelijk.

Even later rijden we richting Warmond. We gaan een rondje om de Klink uitproberen. ‘Ik ben er nog nooit geweest, Heks, bovendien heb ik mijn scootmobiel niet goed opgeladen geloof ik. We moeten maar kijken hoe ver we komen.’

De paden rondom de Klinkerbergerplas zijn goed begaanbaar voor de kleine wankele mini scootmobiel. Dus in dat opzicht zitten we goed vandaag. We tuffen rustig richting bossage als Ras het in haar hoofd krijgt om haar honden ook een keertje helemaal los te gooien. Ze kunnen op zich nergens heen. Er zitten hier alleen maar konijnen en geen hazen, dus wat kan er nu helemaal verkeerd gaan?

Lukas springt als een jonge god in de rondte en begint enthousiast te jammeren. Lotje volgt direct zijn voorbeeld en samen gaan ze ervandoor. Ik heb nog nooit zoiets meegemaakt, zelfs niet tijdens de jachttrainingen met Ysbrand. En daar ging ook echt wel eens iets mis: dolgedraaide ondeugende hondjes rennend in de verte met de geur van wild in hun neus……

De twee Braks duiken de bosjes in en checken jammerend elk konijnenhol, dat ze tegenkomen. Ze zijn volledig onder elke vorm van appèl vandaan hun eigen goddelijke gang aan het gaan. Af en toe duikt er eentje op, maar soms horen we ze een kilometer verderop huilen.

Voorbijgangers kijken bevreemd naar de jammerende bosjes. Wat is daar aan de hand? Sommigen proberen te helpen. ‘Hier heb je wat snoepjes, gewoon direct geven en de hond prijzen, dat hij terug gekomen is.’ Ja, dan moet zo’n mormel wel terugkomen natuurlijk en dat doen deze twee leperds niet. Af en toe rennen ze vlak langs ons heen, maar horen doen ze ons allang niet meer.

Heks spurt door bosjes in een poging er eentje te pakken te krijgen. Ras trekt ook alle trucs uit de kast, maar tevergeefs. ‘Wat bezielde me om ze los te laten? De laatste keer dat ik dat deed hebben we meer dan 3 uur zitten wachten tot ze terug kwamen…..’

Uiteindelijk grijpt Heks Lotje in haar kraag. Zij is de eerste die opgeeft. Lucas rent nog als een gek in de rondte. Hij vertikt het om terug te komen. We gaan een tijdje in de auto zitten. We zijn intussen ook al een paar uur verder.

De wandelaars zijn verdwenen, het begint een beetje te schemeren. Binnenkort verschijnen er andere frequente bezoekers van dit afgelegen oord. Zij laten geen drollen achter maar andere excrementen, veelal in gebruikte condooms. We zijn zonet nog bijna over een exemplaar uitgegleden……

‘Ik heb er zo genoeg van, ik laat dat beest gewoon hier, hij zoekt het maar uit!’ Haar eigen woorden tegensprekend duikt mijn vriendin met al haar handicaps nog een keertje vrolijk de bosjes in. Ze heeft geluk deze keer. Lukas is in de buurt. Hij zit met zijn kop zo diep in één of ander konijnenhol, dat ze zich bovenop hem kan werpen. Hebbes.

Ik heb hem, Heks, ik lig bovenop hem!!!!!!!!!!!‘ Snel ren ik met een riem naar de plek, waar ik haar geschreeuw vandaan hoor komen. Eindelijk hebben we hem te pakken. Ysbrandt bekijkt alle toeren met verwondering. Het is al zo lang geleden, dat hij dit soort fratsen uithaalde. En zo bont heeft hij het echt nooit gemaakt……

Op weg naar huis komen de Brakjes bij me slijmen. Lukas legt zijn lieve hondenkop op mijn schoot en kijkt me schuldbewust aan en ook Lotje geeft me knuffel na knuffel. Als Ras me afzet op de Mare loopt daar net mijn vriendin Doglady met haar roedeltje. Zo loop ik met alweer een volgende roedel het laatste stuk naar huis.

’s Avonds krijg ik een berichtje van Ras. ‘Ben nu pas een beetje bijgekomen. Wat een gedoe was dat, zeg! Onderweg naar huis werd Lotje door mijn heen en weer schuivende scootmobieltje geplet en probeerde zich vervolgens onder mijn benen te verstoppen…… Heb de hele weg moeten krijsen: nee! weg! af! blijf dáár!….. maar ze probeerde het iedere keer weer. Thuisgekomen heeft Lukas nog een uur of twee als een dolle door de kamer gerend en op zijn kop in de bench gestaan om de adrenaline kwijt te raken.
Volgende keer beter, help me er asjeblieft aan herinneren dat ik ze noooooooit meer loslaat…. 🙂 ;-/ ‘