Interbeing voor christenen. Weg met de gekte, de gevangenis in je hoofd. Laat de varkens los. Die zwijnen. De jouwe en de mijnen. Stort van een berg in zee. Afgescheidenheid? Weg ermee! 

©Toverheks.com We willen hier geen varkens, hoor. Zijn jullie nu helemaal betoeterd? Ons opzadelen met jullie gekte!

Vanmorgen glip ik op het nippertje de kerk in. De goegemeente is al halverwege het intochtslied. Zingend zoek ik een plekje achter Jip en Janneke. Mooi zo. Ik heb het gered. Het is altijd haasten om op tijd aanwezig te zijn. Eerst moet ik nog een blaffend varkentje wassen. Hij sprong weer bommetjes in de gracht! Het is nog steeds schitterend weer.

We worden vanmorgen getrakteerd op een geweldige preek. Het gaat over een bezeten wildeman, die ooit bij Jezus werd gebracht. De man was zo gek als een cent en volstrekt niet te rementen. Als een dolle brak hij uit elke gevangenis, keten of ketting. Hij had geen kleding meer en leefde tussen de graven. Zelfs zijn naam was verdwenen. Hij heette nu Legioen.

Als onze Heiland zich erme gaat bemoeien is het zo afgelopen met die gekkigheid natuurlijk. De demonen en geesten slaan op de vlucht. Ze kruipen in een kudde varkens, die zich vervolgens in galop van de berg af storten: In zee. Om daar te verzuipen. Arme dieren. Een hele kudde opgeofferd voor een zot.

Maar ja. Een beetje Christen kijkt niet op een varkentje meer of minder. Dus vooruit met de geit. De hoeders zijn hun varkens kwijt.

‘Het is net alsof de dominee die preek speciaal voor mij heeft gehouden,’ fluister ik na het avondmaal onder de middag tegen Janneke. ‘Ik heb precies hetzelfde,’ sist ze terug. Na de dienst bedanken we de dominee voor haar schitterende betoog over loslaten. Over gevangen zijn in gedachten. Over eenzaamheid en alle vertrouwen in je medemensen verliezen. Over opnieuw beginnen. Je opnieuw verbinden.

Interbeing binnen een andere spirituele traditie.

Jezus sprak met iedereen. Hij keek door alle gekte heen. Heks is de laatste jaren wat voorzichtiger geworden met het over de vloer halen van allerlei getroebleerde medemensen. Buiten een flinke huwelijkscrisis met mezelf, ik ben immers met mezelf getrouwd, kreeg ik ook een crisis in mijn huwelijk met de hele wereld. Die wondere wereld waar iedereen mijn partner is.

©Toverheks.com. Heks kan die ellendige leugenachtige narcisten niet meer uitstaan…….

Sommige partners kan ik eenvoudigweg niet meer verdragen. Mijn narcistische medemens bijvoorbeeld. Het is dweilen met de kraan open, als je van zo’n medemens houdt. Paarlen voor de zwijnen. En die knorrende narcistische koekenbakkers springen niet in zee om zichzelf te verzuipen! Ze proberen vooral om jou kopje onder te duwen.

Een andere partner, waar ik totaal tabak van heb is mijn eeuwig sneue medemens. De professionele slachtoffers. De partners, die tegen me aanzeiken alsof ik een vleesgeworden pamper ben. De mekkeraars en zeurkousen. De aandachtvragende zuignappen.

Aandacht is als zonneschijn, maar in dit geval is het water naar de zee dragen. Het gaat nergens over. Maar ik wordt er wel doodmoe van!

Zelfs mijn kat Snuitje moet het ontgelden. Die zit de halve dag op de keukentafel te krijsen om eten. Zodra ik de koelkast open doe begint ze te miauwen. Een doordringend zeurgeluidje. Een onafgebroken gemekker om meer. Zelfs al heeft ze net gegeten…… Het maakt niet uit wat ik in mijn mond stop: Zij wil mee-eten.

Dus Snuitje gaat tegenwoordig tijdens mijn lunch naar de slaapkamer. Aan mijn kop wordt niet meer gezeurd. Zelfs niet door zo’n schatje als mijn stokoude katje.

©Toverheks.com Oh jee, we storten in zee….. Toch sneu…..

Toch voel ik ook de behoefte om mijn huwelijk met de wereld te redden. In Plum zijn hier al grote stappen in gezet. En ik ploeter vrolijk verder. Je kunt nu eenmaal geen stappen overslaan. De woede heb ik nodig gehad om uit mijn depressie te komen bijvoorbeeld. Maar genoeg is genoeg. Ik geef mijn demonen nu dan maar aan een kudde zwijnen. Ik denk dat ik aan 1 kudde niet genoeg heb overigens.

Gaan ze de berg afrennen? En welke berg? Een duin misschien?

Storten ze zich in de Noordzee?

Nou, jullie merken het wel. Binnenkort staat het in de krant.

©Toverheks.com Wat doen die verdraaide varkens hier? Het geeft geen pas!

Vissig blogje over hoe je iemand aan de haak slaat. Maar vooral hoe je jezelf ervan weerhoudt om altijd te bijten. In alles en iedereen. Hoe voorkom je dat je aan de haak wordt geslagen? Dat vraag ik me al jaren af. Nou. Heel simpel dus. Niet bijten, niet bijten, niet bijten.  Zo’n haak is tenslote echt een draak. Nou ja: Heks heeft liever draken dan haken…..

©Toverheks.com. De wereld zit vol haken en ogen!

 

Terug uit Plum zit ik vol goede voornemens. Ik wil hetgeen ik verworven heb vasthouden. Maar ik weet natuurlijk ook wel, dat dat het allermoeilijkste is van de hele retraite: De veranderingen implementeren. Voor je het weet zit je weer in je oude groef. Heeft je gewoonte energie het weer overgenomen.
Heks heeft echter een plan. En ook een doel. Het plan is simpel. Het doel haalbaar. Ooit.

Eerst besluit ik om de alcohol er maar eens helemaal uit te gooien. Dit talent van mijn voorouders heb ik genoeg ontwikkeld. Het wordt tijd voor iets anders. Bovendien heb ik ontdekt, dat dit familiegebruik sterk verbonden is met de uiting van onze genetische woede, alsmede de onderdrukking daarvan. Als we iets op de lever hebben nemen we een borrel. Het lost niks op, je krijgt er slechts een probleem bij, zoals mijn moeder altijd zei…..

“‘Waarom ben je gestopt met drinken?’ vroeg een goede vriendin aan me, nadat ik gestopt was,  ‘Je was altijd zo’n geweldige gezellige pimpelaar!’ ” vertelt een Braziliaans familielid in Plum me op een dag. Ik kijk naar haar frisse opgeruimde gezicht. Ja, je kon vast geweldig met haar lachen, toen ze nog een vrolijke schuinsmarcherende zuipschuit was!

©Toverheks.com. Pastoraal ideaal

 

Met Heks kon je geweldige avonturen beleven tijdens het stappen. Ik ging steevast in een krankzinnige outfit op stap. Ik herinner me een avond met een vroegere nichtenvriend van me. Thuis dronken we eerst bevroren wodka. ‘We moeten toch iets eten,’ riep Heks na een paar glaasjes.  Gelukkig had ik nog een grote pot boerenadvocaat staan voor Tanneke. Dat was ons avondmaal.
We gingen eerst naar de Roze Beurs, vervolgens dansen in het COC, (lekker rustig voor Heks, geen heteroseksuelen om tegen me te vervelen, ) om tenslotte te eindigen in een Leids café hier om de hoek. Laatstgenoemde was vaak maanden dicht, want dan zat de eigenaar in de bak……

De volgende dag ging ik terug naar het café, op zoek naar mijn bezemsteel. Die had ik voor de grap meegenomen de avond ervoor. Onderdeel van mijn ravissante outfit.

‘Jeetje Heks,’ lachte de uitbater zijn brakke gebit bloot, ‘We vroegen ons al af hoe je thuis gekomen was….’

Dus Heks had echt een geweldige vrolijke dronk! En hoewel ik zelden meer uit ga en al zeker niet meer op die manier, toch dronk ik altijd nog graag een glas goede wijn. Het zal dus even wennen zijn. Vooral ook voor mijn omgeving! Sommige oude vrienden zijn stevige drinkers geworden.  Zo’n geheelonthouder steekt daar dan maar braaf bij af….

Een ander voornemen is om me weer aan te sluiten bij de Leidse Sangha. De eerste weken  ben ik te moe, maar intussen ben Ik er weer eens heen geweest. Heel goed Heksje. Het lukt je misschien niet meer om je te verbinden met de drankorgels en zatladders uit je verleden, maar deze traditie past je als een jas!

Het derde voornemen is minder bijten in de haken. Huh?

©Toverheks.com. Op zoek naar een lekkere haak om eens flink in te bijten!

 

‘Ik ontdekte op een gegeven moment, dat ik net een vis ben op zoek naar een haak om me eens lekker in vast te bijten,’ vertelde een ander familielid tijdens de retraite. We staan giebelend om haar heen. Ze heeft altijd de meest fantastische verhalen en voorbeelden, om iets duidelijk te maken,  deze dharmateacher uit Israël. En ook nu zien we het voor ons. Vooral als ze naar lucht happend rondkijkt of ze soms ergens een haak ontwaart…..

‘Tegenwoordig zwem ik gewoon door,’ ze steekt haar Ierse neusje in de lucht, ‘Ik laat de haak de haak. Ik bijt niet meer….. Veel rustiger!’ We liggen dubbel van de lach. Maar het verhaal blijft me bij. Ik wil ook niet meer in elke haak bijten. Of erger nog, op zoek gaan naar een goeie haak….. Niet bijten is helaas nog niet zo gemakkelijk. Oefening baart kunst, maar hierin ben ik een beginneling.

Vroeger werd ik voornamelijk gekwetst door al die haken, die in me werden geslagen. Ik hoefde niet eens te bijten…..

Intussen bijt ik flink van me af. Maar ik schiet er niet zoveel mee op. Gekwetstheid heeft plaats gemaakt voor die gekmakende woede. Nou, lekker is dat.

Ik heb dus veel aan dit verhaal. Elke dag gebeurt er wel iets, waardoor ik dit flink kan oefenen. Het lijkt alsof mijn medemensen het speciaal op me voorzien hebben.

Als ik bijvoorbeeld als een vis lekker door het water glijd van zwembad de Vliet (alweer een goed voornemen) trapt een forse dikke plompe piepjonge vrouw me keihard in mijn buik. Niet expres, maar gewoon omdat ze nergens op let, terwijl ze zich afzet om onder de benen van een vergeleken met haar werkelijk stokoude aartslelijke kerel , die zo te zien haar lover is, door te zwemmen.

Nu heeft Heks zo’n 5 fikse operaties aan haar haar buik gehad. Dat gebied is een vat vol verklevingen. Zo’n trap doet dus geweldig veel pijn. ‘Au,’ roep ik. En :’Kijk uit!’ ‘Sorry,’ piept het plompe kindvrouwtje.

©Toverheks.com. Toch weer gehapt!

 

De grote forse kerel met zijn gare baard (pratend kutje) gaat helemaal uit zijn plaat. Ik moet niet zo agressief zijn, me dit en me dat. Teringmongool en ga zo maar door…. ‘Stel je niet aan, dit zwembad is van iedewrwreen. Laat je nakijken,  openbare wrwruimte hoorwrwr, schijtwijf, JE MOT EEN BEETJE REKENING HOUWEN MET ANDERE MENSUH!’  Ja, dat zei hij echt. Op zich wel weer komisch natuurlijk.

De man gaat maar door met zijn geraas. Hij wil vast indruk maken op zijn vriendin met vadercomplex. Of opacomplex.

Heks poetst de plaat, maar schreeuwt wel van alles terug…… Zoals ‘Wie is hier nu agressief?’

‘We hebben het zien gebeuren, we gaan die kerel aanpakken,’ zegt de badmeester. Ik ben dus niet gek, ik begon aan mezelf te twijfelen. Nee, die mafkees is gestoord..  ‘Je moet je niet laten intimideren hoor, door die vent, ‘voegt hij er nog aan toe. Ja, ik moet met die idioot op de vuist!!! De badmeester is duidelijk geen Boeddhist.

Later diezelfde dag ga ik naar de Sangha. Ik fiets door een steeg. Een jonge stevige volgevreten troela komt keihard de hoek om gescheurd. Met een veel te ruime bocht. Telefoon klaar voor gebruik  in de hand. Ze rijdt me bijna van de sokken. Ik schrik me dood.

©Toverheks.com. Oh, weer zo’n haak. Meuh…. Ik ga niet bijten, ik doe het niet. Of toch een klein hapje? Nee!!!!!!!!!

 

Ook deze grofgebekte matrone begint me direct keihard uit te kafferen. Ik sta perplex, maar schreeuw dan toch iets terug. ‘Kom maar hier, dan zal ik het je ff inpeperen…’ roep ik manhaftig. Gelukkig geeft ze geen gehoor aan dit verzoek.

De tranen prikken achter mijn ogen, als ik naar de Sangha fiets. Wat een wereld leven we in. Ik ben er zo moe van. Al die haken in mijn lijf. En moeten ze nu altijd mij hebben? Omdat ik lang ben? Er sterk uit zie? Opvallend ben?

‘Mensen moeten jou hebben, omdat jij leeft wat zij niet durven, Heks,’ zegt mijn dirigerende familielid op de terugweg uit Plum,”Het is de kift. Jij hebt een bepaalde vrijheid, ruimte, creativiteit en authenticiteit, dat wil iedereen wel…..’

©Toverheks.com. Ah, nu snap ik het!

De nacht valt me hard in mijn hart. De nacht valt. In mijn hart klauwt het kruid van mijn woede naar alles wat beweegt. Dan komen de schapen, ik hoef ze niet te tellen en toch kan ik slapen!


In mijn hart groeit Berenklauw. Als kool: Als onkruid. Een prachtige plant, maar niet in deze zachte omgeving. En in deze groten getale! Ik ben de grip op dit verschijnsel al lang kwijt. Verwoed gaf ik die zaadjes water en nu heb ik spijt. Ik raak die ellendige blaarplant nooit meer kwijt!

Elke nacht ga ik naar mijn innerlijk landschap. Het gebeurt vanzelf, ik hoef er niets voor te doen. Het ligt aan de omgeving, het grote pruimenhart, waar ik mijn tenten heb opgeslagen. 

We krijgen instructie van de Abdes over Touching The Earth. Een prachtig ritueel om je met je voorouders te verbinden. Heks heeft geen zin om zich met haar voorouders te verbinden. Die halve zolige set zuipschuiten. Die narcistische clan vol familiegeheimen en grensoverschrijdend gedrag. Die hebzuchtige agressieve inhalige teringlijers. Die fibromyalgische genen. Nee.


Op het moment, dat ik geacht wordt liefde te sturen tijdens het aanraken van de aarde steek ik mijn tong uit in mijn kussen. Het is op. Ik voel geen liefde meer voor mijn clan. Het zit nog wel ergens, maar overwoekerd door die verrekte Berenklauw. 

Dus ik val in slaap. In de verte hoor ik hoe belangrijk het is om bladiebla…. Het zal wel. Ik ga onder geen beding zoals andere jaren tranen met tuiten huilend me met dat stelletje nietsnutten verbinden. Af en toe drijf ik naar de oppervlakte. Om dan weer heel diep weg te zakken. Tegen het einde kom ik weer bij. Jeetje, wat heb ik lekker liggen slapen.

‘Krijg maar de PiP, voorouders. Ik ben er klaar mee….’


’s Nachts kan ik niet slapen. De Berenklauw houdt me uit mijn slaap. De voorouders staan boos om mijn tentje. Opeens hoor ik in mijn hoofd de woorden van de Abdes. ‘Zelfs al heb je niets met je voorouders en kunnen ze je echt gestolen woorden, dan nog ben jij wel een product van hun genen. Al jouw geweldige eigenschappen heb je ook van je voorouders gekregen. Het feit dat je er bent heb je stomweg aan hen te danken…..’ Vrij vertaald.

Opeens dringt het tot me door, dat ik toch ook een heleboel geweldige en lieve voorouders moet hebben gehad. Anders was er nooit zo’n lief getalenteerd Heksje uit voortgekomen. Mijn voorouders moeten hebben gebulkt van het talent. En er moeten toch echt een paar geweldiger lekkere stukken tussen gezeten hebben. Met ellenlange benen en grote Heksenneuzen! En oh wonder: Ik voel me plotseling verbonden met die voorouders.


‘Wij sturen die liefde naar je clan wel, Heksje,’ lispelen ze in mijn slaperige oortjes. Ik zit opeens rechtop in bed. Het is waar. Ik voel opeens de liefde naar mijn dierbaren weer stromen. Wonderbaarlijk! Ik hoef het niet allemaal alleen te doen. Er zijn meer zwarte schapen in deze kudde! En ze houden van Heks.

Dan gebeurt er nog iets magisch in mijn innerlijk landschap. Er loopt plotseling een enorme kudde schapen. Met Jezus als herder. ‘Natuurlijk ben ik de herder, Heks. Dat is nu eenmaal mijn pakkie an. Kijk, Boeddha leert je dat je beter geen koeien kunt houden, want dan moet je er maar achteraan rennen….. Schapen hoeden vindt hij vast ook niks. Dat is meer iets voor mij!’ 


De schapen hebben bekende gezichten. Het zijn Sangha-schapen! Ik herken de koppies van mijn tijdelijke familie hier uit Plum. Opgewekt lopen ze te grazen. En wie schets mijn verbazing? Ze vreten de Berenklauw weg. Al die hoog opgeschoten producten van mijn woede. Op hun gemakje knabbelen ze het vurige blad aan gort. ‘Ha Hebehbehbehbehks,’ mekkeren ze enthousiast, als ze me ontwaren. Een wonder!


Zo gebeurt er van alles in de stilte van mijn hart. ’s Nachts. Als iedereen slaapt. Mijn woede wordt geëlimineerd. Nu is het zaak om niet opnieuw mijn woedezaadjes water te geven. Ook lukt het me weer om van mensen te houden, die het misschien niet verdienen. Maar ja. Wie verdient dat eigenlijk wel? Het is maar goed, dat God een god van liefde is. En dat ik het niet voor het zeggen heb in de wereld. 

‘God houdt van iedereen Heks,’ vertel ik mezelf nog maar eens een keer. Ook van psychopaten zoals Hitler en Saddam Houssein. Van machteloze ouders en geslagen kinderen. Van de hoed en de rand.

Heks leert haar nieuwe familie kennen. Wat zijn ze aardig! Het is even wennen. Uit alle windstreken hierheen geblazen. Ook wat kaaskoppen komen hier grazen. In deze grazige weiden. En de weide van Heks? Vol berenklauw helaas.

©Toverheks.com

Waves of one sea……. ©Toverheks.com


Pas na een dag meld ik me bij mijn familie. De eerste avond zit het er gewoon niet in. En de volgende ochtend is er alweer van alles te doen. Wazig kreukel ik over het terrein. De dag gaat voorbij in een blur. Maar ’s avonds maak ik kennis met zo’n 19 vrouwen en 1 man. Mijn tijdelijke familie! Ze komen uit alle windstreken. En uit Nederland. Een windstreek van jewelste natuurlijk. Je waait compleet uit je hemd als je niet uitkijkt. Sommigen van ons zijn helemaal hierheen geblazen……

‘Goh, wat is er met die enorme Nederlandse families gebeurd, die hier vroeger verspreid over de diverse Hamlets bivakkeerden?’ Voor mij een vraag en voor hen een weet. Maar het valt me op. ‘Er zijn tegenwoordig veel retraites met monastics in Holland,’ zegt mijn non vriendin. Dat verklaart een hoop. Maar niet alles. Ik mis echt hardcore OI members!

Pas op de terugweg naar huis valt er een kwartje. Een volgeling van Thay heeft zich afgescheiden. Hij is uitgetreden en getrouwd intussen. Allemaal heel begrijpelijk als je verliefd wordt op een Hollandse schone. ‘Hij beweert verder te zijn dan Thay,’ vertelt mijn reisgenote me, ‘Ik ben verschillende keren naar een dharmatalk van hem geweest en ik heb het hem zelf horen zeggen. Hij geeft ook keiharde antwoorden op heel gewone levensvragen. Echt snoeihard. Daarbij husselt hij de ultieme dimensie en de relatieve dimensie door elkaar……’

‘He getsie,’ Heks griezelt bij het idee. Een spiritueel narcist. Je vindt ze toch ook bij alle geloofsovertuigingen, zelfs bij Boeddhistische filosofie. Gevaarlijke mensen. En die mafkees woont in ons kikkerland. Hij geeft les aan ons kikkers. En we kwaken hem vrolijk na!

Dus sommigen zijn een ander pad ingeslagen. Anderen zijn nu echt te oud om nog zo’n hele retraite aan te gaan. En weer anderen hebben er de middelen niet voor. Het zal ongetwijfeld ook schelen dat Thay geen les meer geeft. Hoewel de retraite weer zeer goed bezocht is. Misschien is Thich Nhat Hanh niet meer in in Nederland. Nu je om je oren wordt geslagen met hippe peperdure cursussen in Mindfuckness….. Nu mindfulness een populair middel is geworden om je doel te bereiken. In plaats van een manier van leven. Wie zal het zeggen? Voor mij staat Thay nog steeds met stip op 1.

Een internationale familie. Wat leuk! Heks is dol op mensen uit verre streken. Hun andere levens. Hun andere mores. Wat dat betreft kun je hier je lol op. Mensen van allerlei pluimage zie je hier rondlopen. Mannen en vrouwen en alles wat er tussenin zit. Het maakt ook niet uit of je op mannen of op vrouwen valt. Het is allemaal OK. Zolang je er maar geen gehoor aan geeft hier…..

©Toverheks.com

Het is hier toch zo mooi!!!! ©Toverheks.com


‘Ik vind het wel gek, dat homoseksuele monniken en nonnen gewoon op hun eigen Hamlet mogen blijven. Dan word je toch constant in verleiding gebracht?’ grap ik tegen mijn reisgenoot op de terugweg. Ze knikt instemmend. Zij is van de vrouwenliefde en heeft zich hier al meermalen over verbaasd.

Heks vindt het wel lekker rustig zo tussen de nonnetjes en de dames. Ik heb goed sjans van een paar heerlijke potten, maar ja, het beklijft niet. Zo rustig. Echt fijn.

Ik kijk naar mijn nieuwe familie. Wat een fijne mensen. Ik ben verguld. Van mijn eigen familie moet ik het al jaren niet hebben. Dat is nu eindelijk eens goed tot me doorgedrongen. Mijn pogingen om erbij te horen zijn genadeloos afgestraft. Het is dat ze een zwart schaap nodig hebben, anders waren ze waarschijnlijk zelfs mijn naam vergeten. Maar hier hoor ik bij! Al is het maar voor een paar weken…..

Ter plekke neem ik me voor om eindelijk eens bij mensen te gaan horen. Mijn bloedverwanten en oude vrienden lenen zich er helaas niet voor, maar dat wil niet zeggen dat het niet kan. Ik heb gewoon op het verkeerde paard gegokt. Meermalen. Het is een soort gewoonte geworden om mijn best te doen voor hopeloze gevallen. Om bergen energie te stoppen in mensen, die me niet eens zien staan. Hoe dom kun je zijn?

‘Zuster, kom je op lazyday op de koffie? Ik heb heerlijke chocolade bij me en ook een praktisch presentje!’ In de familie zitten met mijn vriendin de non staat garant voor een geweldige tijd. Het is zo heerlijk en speciaal. Dat vinden we hier allemaal!

©Toverheks.com

Zingende zwaan….. ©Toverheks.com

I have arrived, I am home! Maar here and now zit ik gelijk met gebakken peren, die me niet in de kouwe kleren gaan zitten. Traditioneel krijg je een flinke crisis als je hier een tijdje bent. Dat is algemeen bekend. Heks zit er direct middenin. Ik heb mijn dieptepunt alweer achter de rug. Ik kan dan ook eigenlijk best weer naar huis terug!


Na twee dagen sturen met mijn Tens-apparaat op de hoogste stand in een bloedheet wagentje ben ik helemaal dol in mijn bol. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen, bezoekjes aan de fysiotherapeut, cortisonen-injecties en pijnstillers is mijn lijf een slagveld aan kwalen. Maar uiteindelijk ben ik er dan toch echt. Ik rijd het parkeerterrein op. I have arrived!
Maar o jeetje, wat een tegenvaller! Ik raak direct slaags met de dames op het kantoor. En ook bij de medewerksters van de registratie kom ik geen stap verder. En ik moet verder! Ik moet als den donder mijn tent opzetten, voordat ik verander in een weke doch pijnlijke kwarktaart…..

‘U hebt zich niet opgegeven,’ krijg ik beschuldigend naar mijn dodelijk vermoeide hoofd. Alsof het een doodzonde is! Voor mensen met een tent is altijd plek! Dat weet iedereen! Ook mijn pogingen om dan in elk geval een kampeerplekje te bemachtigen, waar ik met mijn auto kan komen worden genadeloos afgestraft. Ik moet warempel met een kruiwagen twee kilometer over bobbelig terrein gaan lopen sleuren met mijn teringbende. ‘Je vraagt maar of iemand je wil helpen,’ bitst de betreffende non.

Nou ja zeg. Ze kent me! Een jaar of wat geleden zat ze bij me in de familie. Ik heb een hele middag Boeddhistische geëngageerde kunst met haar gemaakt indertijd. Het was zo’n schatje! Ik weet dat westerlingen er allemaal hetzelfde uitzien voor Vietnamezen, maar dit gaat wel erg ver!


Ik word van het kastje naar de muur gestuurd en weer terug. Ik moet me eerst inschrijven. Nee, ik moet toch eerst naar het kantoor. ‘Ga naar de registratiehal,’ bitsen ze daar. Om vandaaruit opnieuw naar het kantoor te worden gestuurd. Dit gaat zeker een uur zo door.

Intussen komt er stoom uit mijn oren. Ik ben zo wanhopig, dat ik op het punt sta om in mijn auto te stappen en gewoon weer naar huis te rijden. Steek die retraite maar in je dinges. Ik ben er klaar mee!

Een vrijwilligster bij de registratie gaat diep naar me luisteren. Helemaal volgens de regels der kunst. Ze kijkt me oprecht meedogend aan, terwijl ik mijn ellende eruit braak. ‘Drie en een halve maand ben ik bezig geweest om in die auto te komen. Elke dag iets gedaan. Gekkenwerk natuurlijk. Bladiebla, pech onderweg….’ bries ik verontwaardigd.

‘Je ziet niets aan me, maar ik ben zwaar gehandicapt,’ roep ik verhit. Ik zie eruit of ik een paard kan doodslaan intussen. Niet bepaald gehandicapt. De vrouw kijkt meewarig. Ze bedoeld het ongetwijfeld goed, maar het werkt evenzogoed averechts op mijn verhitte zenuwen. Toch ben ik enigszins bedaard, als ze me onverrichterzake naar het kantoor terugstuurt.

Ik ga nog 1 poging doen en anders is het einde verhaal. Ik ga onder geen beding met kruiwagens vol bagage over een heuvel vol pruimenbomen sjokken teneinde mijn tent pal in de volle zon te zetten. Ik moet een schaduwrijk plekje hebben dicht bij de meditatiehal en het sanitair. En ik weet precies zo’n plekje. En daar staat nog niemand!

‘Dat gedeelte is voor de staf,’ zegt iemand streng. ‘Het ligt helemaal aan de buitenrand,’ pareer ik. ‘Maar het is daar wel noble silence,’ krijg ik als weerwoord. ‘Dat vind ik juist lekker,’ probeer ik weer.

Als ik uiteindelijk mijn spullen naar de betreffende plek wil brengen is de boel afgezet. Er mogen geen auto’s rijden op het pad. Ze verzinnen hier ook altijd weer wat. Nee, ik moet dus toch met kruiwagens aan de slag. Als ik me opnieuw op het kantoor meldt trekt  de non, die me dwarszit een strenge streep door haar gezicht. “NEE.’ Geen praten aan.


‘Ik ga naar huis,’ besluit ik ter plekke. Zijn ze nu helemaal gek geworden hier?

Dan staat een kleine Française op vanachter haar computer. Een vrijwilligster hier uit de regio. Een vrouw met flair. Een actrice hoor ik later….. Ze heeft het hele verhaal meegekregen. ‘Kom,’ wenkt ze. Om vervolgens alle regels met voeten te treden vanuit een soort natuurlijk gezag. Eindelijk iemand, die zich mijn probleem aantrekt. Ze haalt de wegversperring weg en laat me met auto en al naar achter rijden.

Daar gooi ik voor haar verbijsterde ogen al mijn bagage met een grote zwaai uit mijn karretje. Als een gigantische woeste amazone. Binnen vijf minuten ligt er een geweldige berg troep op de bosgrond. Verwilderd sta ik ertussen te wankelen.

Een paar uur later is het leed geleden. Mijn tent staat. Met veldbed en al. Ik heb iets eetbaars binnen gekregen. Een flinke wasbeurt onder de invalidendouche heeft ook wonderen gedaan. Een goeie hap pijnstillers erin en ik kan naar bed.

Mijn vriendin de Nederlandse non heeft intussen ook al gehoord dat ik ben gearriveerd. ‘Er staat een hele boze nederlandse vrouw in de office,’  vertellen de nonnetjes haar, ‘Ze heeft een heeeeeeeeeeeeeeeeeeel kort rokje aan!’  (Tot aan mijn knieën). ‘Dat draag je toch zeker niet op een retraite! En een grote hoed op haar hoofd.’


‘Is ze heel erg lang?’ vraag mijn vriendin verheugd. Ook voor haar is het een verrassing, dat ik hier weer opduik. En als het antwoord bevestigend is: ‘Stop haar maar in mijn familie!’

‘Haha, Heks. Wat een verhaal over je spijkerjurk. Mensen lopen hier echt gewoon in korte broek enzo. Zolang je het maar niet in de meditatiehal doet. Ik heb het voor je opgenomen, hoor. Dat is Heks, die ken je toch wel, heb ik gezegd. Ze loopt altijd in van die hele lange gewaden. Waar hebben jullie het over? Ze heeft twee dagen in een bloedhete auto gezeten. Vandaar dat jurkje.’

‘En er is vast een reden, waarom ze zich niet heeft aangemeld. Dat doet ze sowieso alttijd pas op het laatste moment, omdat het altijd onzeker is of het haar wel lukt om hier te komen.’ En dat is inderdaad zo. Ik ben het thuis in alle hectiek stomweg vergeten. En het hotel onderweg had geen WIFI.

’s Avonds lig ik tevreden in mijn tent. Het leed is geleden. Ik heb het overleefd. Ik heb het bijgelegd met de nonnen in de office. Stil lig ik te luisteren of ik mijn vriend Uil soms hoor. Ik ben volledig in mijn hart merk ik. ‘Deze plek is een groot hart,’ doezel ik verder. Met af en toe een dwarse non. Nou ja, je ziet ook niks aan Heks. Dat blijft me opbreken bij tijd en wijle.

Maar het is ook fijn. Als mensen je de godganse dag met een deerniswekkend gezicht bij voorbaat lopen te helpen is ook niet alles. Vraag maar aan mijn vriendin Kras. Zo is het altijd wat.


 

Pech onderweg is niet voor watjes zeg. Heks koopt op de valreep een knalgeel fluorescerend jasje en dat is maar goed ook. Mijn voornemen nu eens op tijd om Parijs heen te zijn gaat op in rook. Ik kom dan wel voor hete vuren te staan, maar ik heb de soep heus heter gegeten. Uiteindelijk is het leven een groot avontuur. En: Vandaag loopt alles goed af!

Een paar dagen voordat ik naar Plumvillage vertrek haal ik de Don van het station. Strak in het pak stapt hij bij me in de auto. De koffer met nog meer pakken en hoeden gooien we achterin. In Huize Heks hangen ook nog eens een maatpak en een colbertje klaar. Hij komt deze maand wel door!

De volgende dagen ga ik door met het voorbereiden van mijn reisje. Afgewisseld met kletskous-sessies met mijn oude vriend. Zijn aanwezigheid werkt twee kanten op. Enerzijds houdt het me rustig, zodat ik mezelf niet voorbij hol. Anderzijds leidt het me geweldig af, waardoor sommige items uiteindelijk niet in mijn bagage terecht komen…..

Ergens onderweg naar mijn tassen neergelegd en vervolgens vergeten. Zo vergeet ik mijn toetsenbord, oplaadsnoer van mijn iPod-achtige apparaatje, bodylotion en zonnebrandproducten. Nou ja. Wat kan het schelen? Uiteindelijk zit ik evenzogoed met een gigantische berg teringzooi in mijn autootje.

Twee dagen voor vertrek breng ik VikThor naar zijn logeeradres. Hij wordt met open armen ontvangen door de hyperactieve zoon des huizes. Eindelijk iemand met meer energie dan mijn hondje! Wat zal mijn ventje het geweldig hebben hier!

 

De avond voor vertrek stouwen we mijn kanariepiet alvast vol. De Don sjouwt alles naar beneden en ik prop alles vakkundig in mijn bolide. Ik gooi knalgele dekens over mijn spulletjes en parkeer mijn karretje in een steeg om de hoek. Zodoende hoef ik de volgende morgen alleen maar een kop straffe koffie naar binnen te gieten en mijn tas met belangrijke paperassen in te laden.

Zo vertrek ik dan op een voor mij ongebruikelijk vroeg tijdstip. Het zonnetje schijnt. Ik zit werkelijk voor tienen op de snelweg! Om direct bij Rotterdam in een geweldig verkeersinfarct terecht te komen. Er is een vrachtwagen met spijkers omgevallen in de bocht op de ring. Hierdoor hebben tweehonderdachtenzestig auto’s een leuke lekke band gekregen. Het verkeer staat vast van hier tot Tokio.

Goeie hemel. Op het allerlaatste moment besluit ik dan toch maar over Barendrecht te rijden. Ik ben niet de enige met dit gezegende idee, dus ook hier sta ik uren vast. In de stromende regen en storm. Want het is ongelofelijk ellendig weer geworden intussen. Met grote moeite houd ik me staande tussen al het vrachtverkeer.

Via Zeeland kom ik alsnog in België terecht. En vandaaruit uiteindelijk in Noord-Frankrijk. Daar zie ik plotseling dat ik nodig moet gaan tanken, net op het moment dat ik langs een slecht aangegeven in het struweel verborgen tankstation kom. Helaas moet ik wel eerst vier banen oversteken en dat lukt niet meer. Volgende station dan maar……

Plotseling houdt mijn karretje ermee op. Precies waar de weg zich splitst. De rechterbanen gaan naar Calais en de linkerbanen naar Parijs. Heks staat stil op de kleine strook tussen deze voortrazende verkeersaders. Wat nu? Is mijn tank gewoon leeg of is er toch iets anders aan de hand? Ik bel met de ANWB.

‘U moet wachten op de franse verkeerspolitie. Zo is de wet, we kunnen eventjes niets voor u doen. U moet dit en dat nummer bellen en uw positie doorgeven, die staat op die paaltjes langs de weg, kijk maar goed, bladiebla….’

Heks zit intussen badend in het zweet in haar kleine voiture door stapels bagage heen te gluren of ze zo’n verrekt paaltje ziet. Maar nee. Precies op dit kruispunt der wegen zijn die dingen dun gezaaid. Ik zal eropuit moeten……..

Ik trek mijn net aangeschafte lichtgevende gele vestje aan en wurm me voorzichtig uit de auto.

Met gevaar voor eigen leven ga ik op zoek naar zo’n verdraaid paaltje. Goeie hemeltje, wat rijden ze hier hard. Links en rechts suizen enorme vrachtwagens voorbij. Na zo’n vijfhonderd meter ontwaar ik een paaltje in het struikgewas aan de overkant. Ik tuur me suf en stamp de nummers in mijn kop. Nu weer terug schuifelen…..Heks is blij als ze weer in haar autootje zit.

Een klein half uur later komen er franse mannetjes met een grote auto vol wegversperringsmateriaal. Snel zetten ze de rechterbaan af. Binnen een minuut staat er een gigantisch file. ‘Voor mij,’ glim ik tevreden. Zorg ik ook eens een keertje voor oponthoud.

Wat een opluchting.

Ik begroet mijn redders enthousiast. Ik prijs hun onverschrokken heldendaden hier ter plekke. ‘Ach,’ wuiven ze mijn complimenten verlegen van de baan, ‘We zijn het gewend…..’ Ze krijgen plezier in het geval, vooral als er allemaal mannen uit de stapvoets voorbijrijdende auto’s gaan hangen. ‘Bonjour,’ schreeuwen die naar een opgelucht lachende Heks met haar cowboyhoed en dito laarzen.

Mijn spijkerjurkje valt enorm in de smaak van dit onverwachte publiek. Mijn redders staan trots te lachen naar hun concurrenten. Opgewekt instrueren ze me over wat nu komen gaat. ‘Je wordt weggesleept. We mogen geen benzine in je tank gooien. Het is bij de wet verboden. Bovendien kan het ook iets anders zijn. Hopelijk. Anders moet je die sleepwagen zelf betalen…..’

 

Ze grijnzen me opgewekt tegemoet. O jee. Nou ja, ik ben allang blij dat het allemaal meevalt. Ik heb doodsangsten uitgestaan het afgelopen uur.

Even later arriveert de sleepwagen. De wieldop wordt van mijn achterwiel gelicht en in  no time staat mijn kanariepiet op zijn enorme grote broer te kwetteren. Heks zit al voorin de gigantische cabine van de wagen. Ik ben intussen in een prima humeur. Ik heb de grootste file veroorzaakt, die je je maar kunt voorstellen. En zelf rijden we vrolijk voor de meute uit.

Met een rotvaart jakkert de chauffeur door het franse platteland, tot hij in een stadje een schier onmogelijk manoeuvre uithaalt. Achteruit steekt hij zijn gevaarte door een poort. Plotseling staan we op het binnenplaatsje van een rommelig garagebedrijf met sleepwagen en al. De eigenaar van dit zootje ongeregeld gaat helemaal glimmen als hij Heks in het vizier krijgt. Ik heb een fan!

Even later duwen ze mijn karretje de garage in. Een leger mannetjes stort zich op de motorkap. Heks staat in het aangrenzende kantoor met haar nieuwe aanbidder. We kijken door de ruit naar de kluwen monteurs, terwijl hij met de ANWB belt.

Een besmeurde monteur komt binnen stuiven met de diagnose. De baas ratelt vervolgens in het frans tegen de man van de ANWB. Smijtend met terminologie, die ik niet ken.

Intussen knipoogt hij olijk naar me. Of heeft hij een vuiltje in zijn oog? Hij knippert en knijpt er op los. Dan geeft hij me de hoorn. ‘Het is uw benzineleiding. Het slangetje is losgeschoten. Geen wonder dat u opeens stil stond….’ toetert de man van de alarmcentrale in mijn oor, ‘Ze zetten er een nieuw slangetje op en dan kunt u weer verder rijden.’

De man met het vuiltje in zijn oog kijkt me stralend aan. ‘Ik heb er ook nog maar 10 liter benzine ingegooid,’ vertrouwt hij me toe. Dat begrijp ik. ‘Wat krijgt u van me?’ Ik kijk in mijn portemonnaie en geef hem vijftig euro. ‘Welnee,’ roept de man verontwaardigd, ‘Dat is echt veel te veel. Kijk,’ hij wijst naar een tientje dat ernaast ligt. Dat is ruim voldoende……

Voor de hele meute van de door mezelf  veroorzaakte enorme file uit tuf ik naar Parijs. Daar kom ik alsnog in een nieuw verkeersinfarct terecht, met een slakkengangetjes worstel ik me over die verduivelde Boulevard Périphérique. Hier heeft mijn vader wel eens een band staan verwisselen op een brug zonder fatsoenlijke vluchtstrook. Zo koel als een kikker. Het kan dus wel degelijk erger……

Na Parijs knal ik door tot Vierzon. Daar weet ik een lief hotelletje vlak bij de snelweg. Om kwart voor 11 ’s avonds bel ik aan. De deur zit al op slot, iedereen slaapt. Behalve de beeldschone zoon van de eigenaresse. Slaperig doet hij de deur open. Hij checkt me in en een half uur later lig ik ook op 1 oor. Eten doen we morgen wel weer. Nu eerst maar eens schandalig lekker slapen.

 

 

 

 

 

Liefde inspireert, motiveert en amuseert me dit weekend: Er wordt flink getrouwd! Dat doe je als je van iemand houdt. Tegenwoordig. ‘Het huwelijk is een uitvinding van de katholieke kerk stammend uit de veertiende eeuw, om volgelingen onder de duim te houden…..’ fluistert mijn buurman tijdens de kerkdienst. Het kan hem intussen gestolen worden. ‘Ik zou het nooit meer doen,’ lispelt hij ondeugend. Laat zijn vrouw het maar niet horen!

Zaterdagavond kijkt Heks naar het huwelijk van Harry en Meghan. Hoe deze bi-raciale bruid wordt verwelkomt in het Britse koningshuis. Een sprookjeshuwelijk. Iedereen aan de buis gekluisterd.

Ik kijk van A tot Z naar deze fenomenale poppenkast. Ik luister naar het gezemel van een speciaal ingevlogen enige echte Nederlandse ‘Britse Royalty Kenner’. ‘Meuh, meuh, meuh….’ kwebbelt ze over de moeder van Meghan, ‘Duh, duh, duh…..’ De vader is aan de beurt. Een hele disfunctionele familie, vooral die vader. Ze verzwijgt voor het gemak, dat de man half Nederlands is! Geen eer aan te behalen natuurlijk.

‘Nou ja,’ geeft ze ruiterlijk toe, ‘Het Britse koningshuis blinkt nu ook niet uit qua functionele familie. Alle kinderen van de Queen zijn intussen gescheiden. Meuterdemeut. Maar dan de moeder van Meghan….!’

Iedereen steekt de loftrompet over deze vrouw. Een vrouw, die mij eigenlijk ook wel een heel leuk mens lijkt met haar sociale inslag, neusring en yogastudio. Alleen dat rasta haar is niet aan mij besteed.

Een vooroordeel: Heks heeft nog nooit een frisse kop dreadlocks  gezien of geroken in levende lijve. Hier ter lande kweken oer Hollandse kaaskoppen zulke kapsels door hun lokken gewoonweg niet meer te wassen en vervolgens tegendraads te kammen heb ik ontdekt. Krijg je een ranzige klitterige kaaskop. Geen gezicht natuurlijk en vooral: Geen lucht.

Maar goed. Het Britse koningshuis is enorm opgelucht, dat er nu eindelijk eens een niet-blanke toetreedt in de gelederen. Het is overigens totaal niet te zien, dat het hier een niet-blanke betreft. Tenzij je alleen ouderwets melkflesachtige medemensen als zodanig betiteld. Een type, waar Groot Brittannië van vergeven is meen ik me te herinneren.

Vergeven was. Ook in dit ouderwetse traditionele koninkrijk is een keur aan huidskleur te bekennen tegenwoordig.

‘Het koningshuis is nu een veel betere afspiegeling van de Britse maatschappij. Bladiebla….’ klinkt het verguld uit de mond van de vrouw met al het stomme commentaar, ‘De koningin schijnt ook enorm opgelucht te zijn,’ blaat ze vrolijk verder, ‘De monarchie in 1 klap gemoderniseerd…..’

Heks kan het niet laten zich af te vragen wat er zou zijn gebeurd als die arme Harry eerste in lijn van troonsopvolging zou zijn. Zouden de leden van de koninklijke familie nog zo enthousiast reageren? Een gescheiden bi-raciale vrouw met een grote bek? Want dat schijnt de nieuwbakken lieftallige bruid ook te hebben: Een ongezouten eigen mening.

Ik vermaak me kostelijk met het feeërieke schouwspel. Ik lig dubbel om alle idiote verhalen eromheen. Soms geloof ik mijn ogen bijna niet. Bijvoorbeeld tijdens de preek van de Amerikaanse bisschop Michael Bruce Curry.

De man staat bevlogen te oreren over de liefde. Geheel in Amerikaanse televisiedominee-achtige stijl. Het klinkt een beetje als vloeken in de kerk na al het stijve harkerige Britse geneuzel. Bovendien gaat hij maar door en door. De man is graag aan het woord en nu heeft hij lekker de kans.

‘Ik hou ermee op,’ zegt hij na een klein kwartier, ‘Er moet tenslotte getrouwd worden…’ Iedereen kijkt opgelucht. Maar nee, de man gaat nog zeker tien minuten door over de liefde. Iets, waar je niet genoeg aandacht aan kunt besteden lijkt me op een dag als deze.

De camera richt zich voor de zoveelste keer op de kop van Camilla, verscholen onder haar enorme zalmkleurige vliegende schotel. Zie ik het nu goed? Schampert ze tegen de naast haar gezeten Kate Middleton? Ik speel de gewraakte opname een paar keer af. Ja, het lijkt erop. Haar gemene gezichtje gluurt eventjes vals onder de schotel vandaan.

Kate reageert met een volstrekt uitgestreken gezicht. Ze schiet niet in de lach ofzo. Misschien vergis ik me.

Ach, wat kan het me ook schelen?

Zondagmorgen zit ikzelf midden in een huwelijksdienst. Onze dirigent trouwt met zijn lief. De kerk zit stampvol afgeladen. Het is een eenvoudige ceremonie voorafgegaan door een prachtige preek over de liefde.

Die belangrijke en enige drijfveer, die de mensheid bij elkaar houdt. Dit tegengif tegen woede en haat. Dit kostbare goddelijke geschenk, dat we moeten koesteren met zijn allen!

Na de dienst help ik Jip en Janneke met koffie schenken, zoals ik heb beloofd. Oh, wat leuk om weer eens iets te doen! Ik negeer mijn rug, die volstrekt verkrampt na het derde ingeschonken bakkie.

Wel realiseer ik me dat mijn plannetje om als vrijwilliger koffie te gaan schenken voor gedetineerden misschien iets te hoog gegrepen is. Er was een dame, die een oproep deed aan het eind van de dienst. En je wilt wel eens iets bijdragen als halve zool.

  1. 1 Korinthiërs 13
  2. 1 Al ware het, dat ik de talen der mensen en der engelen sprak, en de liefde niet had, zo ware ik een klinkend metaal, of luidende schel geworden.

    2 En al ware het dat ik de gave der profetie had, en wist al de verborgenheden en al de wetenschap; en al ware het, dat ik al het geloof had, zodat ik bergen verzette, en de liefde niet had, zo ware ik niets.

    3 En al ware het, dat ik al mijn goederen tot onderhoud der armen uitdeelde, en al ware het, dat ik mijn lichaam overgaf, opdat ik verbrand zou worden, en had de liefde niet, zo zou het mij geen nuttigheid geven.

    4 De liefde is lankmoedig, zij is goedertieren; de liefde is niet afgunstig; de liefde handelt niet lichtvaardiglijk, zij is niet opgeblazen;

    5 Zij handelt niet ongeschiktelijk, zij zoekt zichzelve niet, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad;

    6 Zij verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid;

    7 Zij bedekt alle dingen, zij gelooft alle dingen, zij hoopt alle dingen, zij verdraagt alle dingen.

    8 De liefde vergaat nimmermeer; maar hetzij profetieën, zij zullen te niet gedaan worden; hetzij talen, zij zullen ophouden; hetzij kennis, zij zal te niet gedaan worden.

    9 Want wij kennen ten dele, en wij profeteren ten dele;

    10 Doch wanneer het volmaakte zal gekomen zijn, dan zal hetgeen ten dele is, te niet gedaan worden.

    11 Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, was ik gezind als een kind, overlegde ik als een kind; maar wanneer ik een man geworden ben, zo heb ik te niet gedaan hetgeen eens kinds was.

    12 Want wij zien nu door een spiegel in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot aangezicht; nu ken ik ten dele, maar alsdan zal ik kennen, gelijk ook ik gekend ben.

    13 En nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie; doch de meeste van deze is de liefde.

The Autistic Gardener gaat in de weer met heilige geometrie. ‘Hahaha, hihihi,’ lachen alle tuinkabouters, elfjes, trollen en deva’s. Ze lachen hem niet uit. Neen! Zij kunnen zijn roze kapsel zeer waarderen. Alsmede hetgeen hij aanricht in de diverse tuinrampgebieden! Heks is ook blij met iemand zoals hij. Anders zijn als kracht en inspiratie. Dat wil ik ook voor mij!

 

Vanmorgen zie ik een tuinprogramma op televisie. The Autistic Gardener. Een man met knetterroze haar gaat een gezin helpen om iets te maken van de 280 vierkante meter wildernis achter hun huis. Hij lacht zijn gehavende gebit bloot, terwijl hij ons toespreekt in de camera. ‘Ik ben een autist. Dat maakt me een zeer bijzondere tuinarchitect. Ik zie concepten en patronen en daar krijg ik inspiratie door. Maar deze keer….’

Vertwijfeld kijkt hij om zich heen. Hij staat in een akelige voorstad zonder kraak of smaak. ‘Het is geen stad, het is geen platteland. Het is gewoon niks. Ik heb nog geen enkel idee. Dat zal me wat worden,’ moppert de enorme tuinkabouter met prinsessenhaar.

C_3v6IAXkAEdg_q

Even later belt hij aan bij de familie in kwestie. Een alleraardigst stel op leeftijd, twee volwassen dochters en nakomertje met syndroom van Down. Door het intensieve karakter van de opvoeding van laatstgenoemde is de tuin in het verdomhoekje geraakt. Een langgerekte verdomhoek van 7 bij 40 meter. Daar kun je op zich wel iets mee natuurlijk.

Maar hoe lang de tuinman ook door de tuin baggert, een idee krijgen is er niet bij. ‘Hier kan ik echt helemaal niets mee. Er gaat niks borrelen. Ik krijg geen ingeving…..’ pruttelt hij opstandig. Even later zien we hem elders door een prachtige geometrisch aangelegde tuin wandelen. Hier krijgt hij wel inspiratie van!

Nu is Heks ook dol op geometrie. Ik begrijp zijn enthousiasme. ‘Dit is wat deze mensen nodig hebben! Orde in de chaos!’ Hij is er uit. Snel maakt hij een aantal prachtige schetsen. Het echtpaar staat er van te kijken. Maar begrijpen doen ze het niet. ‘Ik vertrouw hem,’ zegt de vrouw, ‘Maar wat gaat het worden?’

Even later zit de tuinarchitect met de vrouw op een bankje in het struweel. ‘Ken je deze getallenreeks?    1, 1, 2, 3, 5, 8, 13, 21, 34, 55, 89, 144, ……..? Het is de Fibonacci-reeks. Kijk, steeds tel je de twee vorige getallen bij elkaar op…..’

‘En als je de getallen plaatst in een raster krijg je een spiraal. Deze getallenreeks vindt je overal in de natuur terug. Bijvoorbeeld in deze bloem,’ beargumenteert hij zijn keuze om de tuin vol spiralen en cirkels te proppen, ‘Op die manier creëert de natuur orde in de chaos….. En zo wil ik orde in jullie chaos brengen…..’

De vrouw is gefascineerd door zijn verhaal. ‘Fantastisch,’ zie je haar denken. Ook al heeft ze nog steeds geen idee waar het allemaal naartoe gaat.

De rest van het programma wordt gevuld met het leeghalen, omvormen en weer vullen van de tuin. Een dreamteam rukt aan om dit te bewerkstelligen. De autistische tuinman kun je dat beter niet laten doen.

 

‘Het is een chaoot. Met enige regelmaat moet ik hem terugfluiten. Maar hij heeft de meest krankzinnige ideeën. Zo origineel. Iedereen is altijd helemaal verguld met zijn ontwerpen,’ lacht de opperhovenier.

Heks doet de telvisie uit. Ik moet met mijn hondje naar buiten. De rest van het verhaal geloof ik wel. Maar wat een grappige man is dat, die Alan Gardner met zijn roze haar. Zo gek als een cent, een supergave vent! Met enorm veel talent!

Autisme nu eens niet weggezet als iets waar je vanaf moet. Nee, juist niet. Doe het hem maar eens na, zo’n tuin ontwerpen. Heks raakt geïnspireerd door deze prettige benadering van de niet alledaagse mens.

Naar aanleiding van dit programma besluit me nu eindelijk eens te verdiepen in ADD. Al jaren vermoed ik dat ik hier een tik van heb meegekregen, maar omdat ik al zoveel mankeer heb ik me er nog nooit mee bezig gehouden. Er is overigens ook niet veel aan te doen. Het is nauwelijks onderzocht, omdat het voornamelijk vrouwen treft. Net als ME en Fibromyalgie.

‘Ik zou me maar eens laten nakijken,’ zei mijn oudste zus ooit, ‘Wij zitten hier in het gezin allemaal aan de Ritalin. Echt een enorme verbetering…..’

Ook andere familieleden hebben intussen de diagnose ADD of ADHD gekregen. Het is in 75% van de gevallen erfelijk. Tja. Het zal wel.

Heks is absoluut een HSPtje. En nu lees ik dat de combinatie HSP en ADD heel vaak voorkomt. Ik kijk eens naar de lijst kenmerken van ADD. Het lijkt wel een beschrijving van Heks. Een nachtuil met een hoofd vol dromen, komt altijd overal te laat en is een absolute chaoot.

Maar ook het gegeven van superfocus indien nodig ken ik. Een groot deel van de kenmerken zijn zonder meer op mij van toepassing.

  

Maar ik kom ook een vorm van natuurlijke medicatie tegen. En ik ontdek bovendien, dat die medicatie zo werkzaam is, dat het wordt vergoed door sommige zorgverzekeraars. Waaronder de mijne.

Met een georganiseerd hoofd overal op tijd komen. Een beetje nachtrust in de nacht, wakker zijn overdag en een opgeruimd huis. Saaie klusjes vol enthousiasme volbrengen. Een leeg ZEN hoofd de hele dag door…… Dit is mijn voorland!

Ik denk aan de tuinarchitect, die zijn autisme als een gave beschouwd. De man met roze haar, die zijn gave te gelde maakt. Enthousiast omarmt hij iedereen op zijn pad. De mensen staan er soms raar van te kijken, want ze verwachten het niet. ‘Ik kan menselijke emoties niet goed lezen,’ lacht de man. Het zal hem intussen een zorg zijn. Hij omhelst gewoon een ieder die zijn pad kruist!

Iedereen is blij met zijn talent. Zijn vermogen om precies in de roos een tuin te ontwerpen, die bij zijn opdrachtgevers past. Hij klunst misschien op andere gebieden. Maar in zijn vak floreert hij!

‘Zo hoop ik ook nog eens iets bij te dragen,’ denkt Heks bij zichzelf. Ik zou ook graag mensen enorm blij maken en van mijn nood een deugd maken. Vooralsnog komt er niet al teveel uit. Moet ik het voornamelijk van mijn decoratieve kwaliteiten hebben.

Ik zou mijn haar weer eens pimpelpaars kunnen verven. Dat is al zeker weer vijftien jaar geleden……

 

Deze kruk vind een krukje naar haar hart. Klein en gifgroen. Met mooie witte stippen. Kabouter Spillebeen zou erop willen wippen. Maar Heks wil geen krak. En geen diepe zucht. Maar wel gooi ik van plezier mijn lange benen in de lucht.

Als je ziek bent leef je in een klein wereldje. Je slaapkamer. Een beetje huiskamer en keuken. En de noodzakelijke badkamer natuurlijk. Je moet jezelf af en toe wassen. We leven niet meer in de negentiende eeuw. Heks is niet van de Dettolachtige toestanden. Voor mij geen rare onkruidverdelgers op mijn huid. Maar ik hou op zich van douchen. Alleen doe ik het steeds minder vaak…….

‘Getverderrie, ik moet mijn tanden nog poetsen. Eerst even uitrusten, ik doe het over een half uur wel….’ denk ik dagelijks in de loop van de avond. Dan ga ik eventjes liggen en word uren later weer wakker. Kleren aan, lichten aan…. De hond moet er nog een keertje uit….

Voor Heks zijn zulke dagelijkse handelingen enorme rijstebrijbergen. Waar ik me dan moeizaam doorheen eet. Met enige regelmaat laat ik de bergen links liggen. Dan haak ik af. Niet douchen, niet eten…. Alleen het hoogstnoodzakelijke doe ik dan nog. Zoals hond uitlaten, beesten voeren.

‘Ik ben overgegaan op een maaltijdservice,’ zegt Kras onlangs aan de telefoon, ‘Heel jammer natuurlijk dat koken niet meer lukt, ik ben er op zich dol op. Maar het kost me te veel. En te vaak lukt het gewoonweg niet. En toen ik voor iemand anders iets dergelijks aan het regelen was kwam ik een heel goed bedrijf tegen….’

‘Nu krijg ik elke week vijf heerlijke maaltijden. Echt lekker, heel vers en uitgebalanceerd. Ja, het is wel een hele stap om te zetten. Maar ik ben echt heel tevreden nu!’

Heks slaat ook wel eens een paar weken in de keuken over. Dan wil het niet lukken, laat ik alles vallen. Ben ik gewoon te moe om überhaupt boodschappen te doen. Of ik heb gewoon geen trek. Of ik kook wel degelijk, maar ben achteraf te uitgeput om het op te eten……

Maar maaltijdservice kan ik wel vergeten met mijn gekke dieet. Ik heb het wel eens gecheckt. Van de honderd maaltijden kon ik er maar eentje eten. En dat was bepaald niet mijn favoriete kostje!

Maar ik heb ook een revolutionaire ingreep gedaan in mijn leven. Sinds kort staan er krukjes in mijn douche. Een hele comfortabele naast de wastafel, voor het tandenpoetsen. Een een waterdicht exemplaar in mijn douche. De comfortabele bleek water als een spons op te zuigen. Niet meer zo comfortabel daarna…..

Bij het Kruitvat vind ik echter een opklapbaar krukje, gifgroen met witte stippen. Een soort kikkerpaddestoel. Echt iets voor Heks. Bovendien staat het ding als een huis. Na een wankele design opklapstoel, de comfortabele zuigkruk en een gammel wandelstokkrukje een ware verademing. Hij is wel erg laag. Opstaan is nu weer een hele heisa.

Zo kloot ik maar wat aan in mijn meutige bestaantje. Langzaam wordt alles wel minder en minder. Je ziet nog steeds niks aan Heks. Ik loop kaarsrecht. Zie er normaal uit. Redelijk jong zelfs voor mijn leeftijd. Vooral bij kaarslicht.

Maar elke fysiotherapeut schrikt zich een hoedje van de staat van mijn spieren en gewrichten. Alle spieren verkrampt en in de knoop en minstens de helft van de gewrichten lichtelijk uit de kom. Geen wonder dat ik ALTIJD crepeer van de pijn.

‘Ik ga zo’n krukje meenemen op vakantie, ik heb er direct maar vier gekocht. Ze lagen voor een prikkie in zo’n grabbelbak….’ vertel ik Steenvrouw, als we 1 van die krukjes als tafeltje gebruiken tijdens een picknick. Ik ben zo blij met mijn krukjes! Ik douche de hele week al bijna elke dag!

De bijzettafelexpert heeft de leukste krukjes!

 

Ben je boos? Pluk een roos! Zet em op je hoed, dan ben je morgen weer te pruimen. Te nassen. Sommige mensen dragen nooit een hoed en dat is te merken ook! Heks krijgt onzinnige verwijten naar haar kop van een chagrijnige moederkloek. Eigenlijk verdient het mens billenkoek, maar ik geef haar een koekje van eigen deeg!

Maandag fiets ik door de stad op weg naar de Koerdische fietsenmaker. De man heeft mijn fietskar in reparatie. Heks is benieuwd wat hij nu weer heeft verzonnen om het ding aan de praat te krijgen. Hij heeft altijd onorthodoxe methoden om het onmogelijke te repareren. Met stukken tuinslang bijvoorbeeld…….

Ik word altijd vrolijk van die kleine man. Wat zijn ogen zien kunnen zijn handen maken en daar houd ik van. Ik ben dus goedgehumeurd. Even voor de goede orde. Ik zit zachtjes te neuriën met mijn hondje dravend aan mijn zijde.

Bij de Haarlemmerstraat vergis ik me in een steeg. Ik moet weer een stukje terug. Braaf ga ik lopen. Ook even voor de goede orde: Ik ben dus niet illegaal door die winkelstraat aan het fietsen.

De stad is uitgestorven vandaag. Mensen zijn massaal andere dingen aan het doen dan winkelen in het laatste obscure deel van deze kilometer koopplezier. Links en rechts staan panden leeg. Ik steek over om in de schaduw te lopen. Voor mijn hondje. Het is warm. Vandaar.

Terwijl ik loop te dromen en glimlachen en zingen passeer ik een vrouw met haar zoon. Ik let er niet op, want er is een zee van ruimte om ons heen. ‘Je loopt aan de verkeerde kant,’ blèrt het achterlijke klotewijf plotseling recht in mijn gezicht. Ik schrik me rot.

Stomverbaasd kijk ik om. ‘Waar heb je het over, gek mens, de straat is uitgestorven. En dan nog: Je mag hier lopen waar je maar wilt!’

Ik ben opeens kwaad. Gek genoeg. Waar komt dat nu vandaan?

De vrouw vindt het geweldig om mijn reactie te zien. Zij is plotseling vrolijk. Betweterig staat ze me uit te lachen. Een subtiel superieur trekje glijdt over haar gemene smoelwerk. Oh, wat geniet ze toch van haar onverwachte schijtactie. Inwendig scheldend schiet ik een steeg in.

Wat gebeurde hier nu?

Ik ben al bijna bij de fietsenmaker als ik een lumineus idee krijg. Ik ga dat pakket shit aan dat gekke mens terug geven. Ik weet nog niet hoe. Eerst maar eens omfietsen en de zaken vanaf een andere kant benaderen!

Als ik aan de andere kant weer de Haarlemmerstraat in loop zie ik het stomme loeder net oversteken naar de andere kant van de straat. Daar gaat ze in het zonnetje lopen met haar sneue zoontje. Aan de verkeerde kant van de straat! Precies op het moment dat ik haar in het vizier krijg.

‘Je loopt aan de verkeerde kant,’ blèr ik zo hard als ik kan. De vrouw kijkt verstoord om. Ziet Heks. Ontploft werkelijk! Zwarte wolken dampen uit haar boze oren, haar fletse ogen spuwen vuur, haar pluizige piekjaar schiet recht overeind van nijd! Vanuit het blinde niets.

Ik zwaai vriendelijk en verlaat snel de straat. Het wijf ziet eruit alsof ze wel een goeie poeier kan uitdelen en dat ga ik maar niet afwachten.

Even later arriveer ik goedgehumeurd bij mijn favoriete fietsenmaker. De boze bui is weg. Teruggeven aan de gulle gever. Helaas voor het zoontje. Die moet nu weer op stap met een chagrijnig stuk moeder. Maar ik ben blij!

Het is de wet van de niet communicerende vaten, die ons hier parten heeft gespeeld.

‘Maar wat win je ermee?’ vraagt Kras me later aan de telefoon, ‘Vertel mij nu eens wat je opschiet met zo’n actie?’

Ik kan er alleen maar dit over zeggen: Mijn leven lang heb ik grotendeels gefunctioneerd als vuilnisvat voor zulke lieden. Zij waren hun shit kwijt en ik was het rijk. Nu ben ik de koning te rijk, dat ik het niet meer binnen laat komen. Helaas gaat het dan wel retour afzender. Er gaan wel meer energetische pakketjes op die manier de deur uit hier in Huize Heks.

Leuk is anders. Alhoewel: Ik heb hier diezelfde avond met Steenvrouw en haar dochter echt enorm om gelachen.