Hond eet kattenvoer en moet het bezuren: Het is nu eenmaal niet ‘elke dag feest’! Voor Snuitje al helemaal niet. Zij zal ‘elke dag feest’ wel missen……

Vanmorgen staat mijn viervoeter weer enorm te hijgen. Hij moet vast nodig plassen. Ik sleur hem naar buiten voor alweer een tweede uitlaatronde, maar het gehijg houdt niet op. Wat gek. Wat is er gebeurd tussen zeven uur vanmorgen en nu? Op dat onzalige tijdstip heb ik hem ook al een keertje uitgelaten. Toen was hij nog zeer patent.

Als ik de keuken inloop gaat me een lichtje op. Meneer heeft de kattenkast met snoepjes opengebroken. De zak met pensstaven ligt leeg op de keukenvloer. Ook heeft hij een zakje ‘elke dag feest’ buitgemaakt. Het favoriete eten van mijn kattenkolonie. De snippers folie getuigen van een waar feestmaal. Bremzout weliswaar. Potverdorie.

Gisteren zoek ik op internet naar dieetrichtlijnen voor honden met hartfalen. Het laatste wat je ze moet geven is natuurlijk kattenvoer………. Ook zijn de meeste hondensnoepjes taboe, omdat ze vol zitten met suiker, zout en andere ellende. Rauw vlees lijkt me geen punt alsmede pensstaafjes. Daar bestaat zijn dieet toch al grotendeels uit, dat komt mooi uit.

Vandaag heb ik geen zin.  Ik  heb geen zin om op te staan. Ik heb geen zin om op te schieten, geen zin om me te haasten voor de kerk, geen zin om Snuitje weer te gaan zoeken. ‘Je zoekt het maar uit, rotpoesje,’ mopper ik in mezelf, ‘zomaar een beetje weglopen. Belachelijk natuurlijk. Je zult er wel achterkomen dat je het hier zo slecht nog niet hebt, benieuwd of je ‘elke dag feest’ krijgt daar waar je nu bent….’

Gisterenavond tegen half 1 belt een man me op. Eerst op mijn mobiel, ik grijp natuurlijk net mis, daarna op mijn vaste telefoon. ‘Ik loop hier in de steeg bij de padvinders en zie een cypers poesje zitten, heel aanhankelijk, vrij klein, wit befje…..’  Binnen een minuut sta ik buiten met een trui over mijn pyjama. Verwilderd ren ik door de steeg. De man staat me rustig op te wachten.

Achter een stapel hout zit een klein poesje. Hij rent op me af als ik hem roep. Het is een mij volstrekt onbekende kat, maar eventjes ben ik in de veronderstelling dat het Bolster is. De kleinzoon van oma Snuitje. Ook zo’n puntneus. Is die nu ook al ontsnapt?

Maar nee, het is een schatje van een katje, maar niet mijn schatje…. Nadat ik hem lekker heb geknuffeld, laat ik hem weer vrij….. Ik stuur de man een berichtje om hem te bedanken. De hele buurt is in touw. Mensen melden me dat ze hebben gezocht in schuurtjes en tuinen. Tevergeefs. Mijn kleine eigenwijze poesje blijft zoek.

Haar dochter Pippi is er ernstig door van slag. Ze scharrelt door het huis op zoek naar haar moeder. Regelmatig kijkt ze me zeer verontrust aan. ‘Waar is mijn mamaatje? Ik mis haar!’

Zo langzamerhand ben ik de wanhoop nabij. Misschien zie ik haar wel nooit meer terug. Het is zo’n schatje…. Wie weet heeft iemand zich mijn katje gewoon toegeëigend. Bah.

Vanbinnen blijft echter de overtuiging overeind dat ze terug komt. Op een dag. Hopelijk zeer binnenkort.

Mijn viervoetige vriend is zo ziek als een hond en hondsberoerd. Zelfs in dit hondenweer heeft hij nog last van de hitte. Heks maakt slapende hond wakker en gaat naar dierenarts.

Vorige week woensdag tijdens een laatste avondlijke zoekronde naar Snuitje is Ysbrandt niet vooruit te branden. Al dagen loopt hij extreem te puffen en te sukkelen: Het arme beest heeft last van de warmte. Nu is het echter goed afgekoeld. Ook miezert het een beetje. Ideaal voor oude hondjes!

Bezorgd neem ik waar dat hij alleen maar terug naar huis wil. Iedere stap is hem teveel. Eenmaal thuis zit hij zo te hijgen, dat ik er niet goed van word. Angstig kijkt hij me aan. Het arme beest krijgt nauwelijks lucht! Zijn bek houdt hij gek genoeg dicht. Ploffend beweegt hij met zijn opgetrokken wangetjes. Ook al zo’n vreemde ontwikkeling.

Mijn hondje is echt in paniek nu. Ik heb het idee, dat hij er gewoon in kan blijven! Het is zaak om hem kalm te krijgen. Terwijl ik hem voorzichtig neerleg en behandel met mijn gouden handjes voel ik hem rustiger worden. ‘Het komt goed schatje, morgen gaan we naar de dierenarts en ik ga niet weg zonder plaspillen.’

Al maanden heb ik het idee dat Ys last heeft van een lekkende hartklep. Hij heeft al jaren een hartruisje en ook is zijn gulle hondenhart een beetje vergroot. Daarnaast heeft hij vocht in de longen en een rare rochelhoest. ‘Het kan ook bronchitis zijn,’ aldus mijn dierenart, ‘Maak eerst maar eens een echo.’

De echo moest wachten, want de beoogde maker lag in het ziekenhuis. Daarna ben ik naar Frankrijk vertrokken. Daarna had ik geen geld meer. Mijn hondje ging weer helemaal goed. Misschien waren al die problemen gewoon naweeën van zijn castratie…..

Tot vorige week. Mijn schat lijkt er in te blijven. Heks schrikt zich een ongeluk. De volgende dag zit ik bij een invaller. Mijn eigen dierenarts is op vakantie. Al snel is ze het met me eens, dat hier sprake is van hartfalen: Volle longen, vergoot hart, dikke opgezette buik en een stevige hartruis…..

‘We weten pas precies wat het is na een echo. Maar je hebt gelijk, 999 van de 1000 keer gaat het om hartfalen met een lekkende klep. Het ligt er in dit geval dik bovenop. Laten we direct de behandeling inzetten, want het dier voelt zich hondsberoerd…. Je kunt die echo altijd nog maken…’

Ik krijg een doos plastabletten mee.

‘Volgens mij is er nog meer aan de hand,’ vertel ik de vrouw, ‘Ik heb op internet zitten zoeken naar problemen met de kaak bij de hond en ben me rot geschrokken. Al enige tijd heeft Ysbrandt last van zijn kaak. Uw collega kon niets vinden, het gebit is goed. Ik dacht eigenlijk dat het in het gewricht zat, maar wat ik gevonden heb is veel ernstiger!’

‘Volgens mij lijdt mijn hondje aan Kaakmyositis. een progressieve ziekte van de kauwspieren, ze sterven geleidelijk af. Of accuut, maar dit lijkt me de chronische vorm te zijn. Werkelijk alles wat ik bij Ysbrandt waarneem aan symptomen, zie ik in dit ziektebeeld terug. Zoals het feit dat hij zijn bek niet meer kan openen. En zijn veranderde gezichtsuitdrukking. Hij heeft inderdaad een vossenkoppie gekregen.’

Toevallig heeft deze dierenarts in haar leven een keer eerder met deze zeer zeldzame aandoening te maken gehad. Ze herkent dan ook de symptomen. Die hond heeft overigens maar twee maanden geleefd na het stellen van de diagnose…… ‘Bij die hond kreeg ik de bek helemaal niet meer open, maar bij Ysbrandt ook maar nauwelijks. En de kop is ingevallen… Je weet het pas zeker na een biopt van de kauwspier. Die sturen we dan op voor onderzoek….’

‘Ja, maar het lijkt me toch duidelijk dat het die aandoening is. Dus waarom eerst weer weken onderzoek doen. Hij heeft misschien nog maar een paar maanden…… Ik wil gewoon behandelen. Het enige dat werkt zijn cortisonen. Dus daar wil ik op inzetten….’

Helaas betekent het toedienen van cortisonen ook weer dat die verdraaide Demodex ofwel pupyschurft een nieuwe kans krijgt om mijn hondje kaal te maken… Het immuunsysteem moet plat om de resterende kaakspieren te redden, maar eenmaal plat krijgt die ellendige parasiet weer een kans! ‘Zou je hem niet gewoon chronisch behandelen met Tactilgifbaden en Ivomec?’ vraagt de dierenarts. Oh jee. Wat een gedoe.

Ysbrandt is gigantisch opgeknapt van al dat plassen. Hij rochelt en hoest niet meer, want het ventje krijgt weer lucht. Intussen hebben we ook nog een hartpilletje ingezet en mijn acupuncturist heeft me nog wat alternatieve medicijnen meegegeven. Mijn dagen bestaan uit hondje uitlaten en nog eens hondje uitlaten en alweer hondje uitlaten.

Ontelbaar veel kleine piesrondjes door de steeg. Net zoals toen hij nog een puppy was.

 

Daarnaast probeer ik een ritme te vinden om al die medicijnen op het juiste tijdstip bij hem naar binnen te krijgen. De smakelijke kauwtabletten voor het hart vindt hij bijvoorbeeld smerig. ‘Wat nu smakelijk? Maak dat de kat wijs!’ zie je hem denken. Die peperdure pillen moeten echter nuchter gegeven worden. dus door zijn eten mengen is geen optie…..

Met veel kabaal staat hij daarna hele bakken water weg te slobberen. Van al die cortisonen en plaspillen krijg je maar dorst! Ook aast hij weer op broodkorsten en kippenpootjes in de Leidse parken. Ook door de cortisonen. Met enig regelmaat pakt hij stiekem iets van de grond. Schijnheilig probeert hij het dan ongezien naar binnen te werken voordat ik het in de gaten heb. Maar de baas heeft altijd alles in de gaten!

Balend laat hij het beoogde stuk voedsel dan maar weer vallen. Behalve de kreeftenpoot, die hij afgelopen week scoorde. Die rook toch zo lekker! Halsstarrig houdt hij hem in zijn bek. Geen gezicht natuurlijk.

Pas na drie keer streng ‘los’ roepen laat hij de poot vallen. Je hoeft geen medelijden met hem te hebben hoor. Mijn Varkentje wordt gruwelijk verwend!

Waar ik erg aan moet wennen, is dat ik mijn stoere onverslijtbare hondje zo moet ontzien. Ik ben zo gewend veel van hem te vragen. En geloof me, als ik dat nu nog doe probeert hij het ook nog te geven. Omdat het nu eenmaal het beste hondje van de hele wereld is!

Na een onrustige week met een lamlendig hondje ga ik gisteren samen met hem de auto wassen. Op een kussen in de schaduw ligt hij me te observeren. Er waait een verkoelend windje. De vrouw wast haar kanariepiet. Ook wordt al het vakantiestof eruit gezogen. Tot slot strooi ik wat lavendelolie door mijn karretje.

Daarna gaan we naar het Valkenburgermeertje. Op ons gemak kuieren we langs het strandje. Mijn Varkentje vraagt om de bal. Met beleid gooi ik dan toch maar weer een balletje voor hem. Ik zorg dat hij zich goed afkoelt in het water. Ook mag hij niet te lang achter elkaar spelen.

Als een jonge god rent hij achter zijn balletje. Het is heerlijk weer. We hebben het weer overleefd!

Die avond zit Ysbrandt eindeloos bij me te knuffelen. Oh, vrouw, wat was het gezellig vanmiddag. Wat hebben we genoten saampjes. Heerlijk! Waf!

 

 

Hommeles in de Heksenketel: Kat zoek, hond ziek en zelf voel ik me ook niet zo lekker…..

DSC00425

Vorige week maandag kom ik opgewekt uit de sportschool. Ik ben toch zo trots dat het me een keertje gelukt is om er überhaupt heen te gaan. Ik gooi mijn natte handdoek over de waslijn en verzamel mijn beestenboel voor wat brokjes en iets lekkers. Gewoontegetrouw tel ik kattenneusjes. Eventjes checken of iedereen binnen is, voordat ik de balkondeur dicht doe. Maar wat gek, ik mis een neusje!

Verschrikt stroop ik het hele huis af. Tevergeefs. Ik roep in de tuintjes en in de steeg. Waar zit Snuitje?

384587_153971018039829_15109475_n

Misschien heeft ze zich ergens verstopt. Het gebeurt wel vaker dat ik een kat niet direct kan vinden in mijn volgestouwde heksenstulpje. Het is echter niets voor Snuitje. Zij is stapelgek op eten: brokjes, kattensnoepjes en ook een stukje rookworst kan zij zeer waarderen. Zodra ik de koelkast open staat ze naast me. Nog nooit heeft zij het op dit punt laten afweten. Er klopt iets niet!

Mijn gevoel bedriegt me niet. Mijn kleine meisje is er inderdaad vandoor. Dagenlang sta ik bij elk binnentuintje te roepen. Ik bel aan bij mensen en doorzoek hun schuurtjes. Ik dwaal door het leegstaande Boerhaavemuseum, terwijl dat helemaal niet mag blijkt later. Ik weet me toegang tot een verlaten schoolplein te verschaffen. Ik klim met halsbrekende toeren op tuinmuurtjes.  Gluur in hofjes en perkjes. Ik hang overals posters op. Ik flyer de hele wijk en ook de belendende straten. Ik sta midden in de nacht op om nog eens overal te gaan roepen…….

Snuitje poster

Na een week ben ik helemaal kapot. Mijn heup ligt uit de kom en al dat gewandel maakt het alleen maar erger. Ook heb ik hoogstwaarschijnlijk alle energie van de komende weken verspeeld.

Bovendien is mijn hondje ook nog eens ernstig ziek geworden. De godganse dag ben ik bezig om mijn ventje er weer bovenop te helpen. Nadat ik ’s nachts naar Snuitje heb gezocht. Gigantisch veel werk…..

Vandaag neem ik een kleine pauze. Ik moet ook voor mezelf zorgen. Er staat al drie dagen een bak met geschilde aardappels en een bak met schoongemaakte groentes klaar in mijn koelkast, maar elke avond ben ik te moe om het te koken en vervolgens op te eten. De bijbehorende tartaartjes heb ik maar ingevroren. Vandaag moet ik echt weer eens een keertje warm eten!

En dan? Ik vrees een volgende zoekronde door alle wijken van de binnenstad. Waar zit dat kleine mormeltje? Waarom komt ze niet tevoorschijn? Leeft ze eigenlijk nog wel………?

Een nieuwe lente en een nieuw geluid? Ik ben blij dat er weer eens iemand naar me fluit! Heks wandelt met Varkentje door bloeiende Leidse Hout. Kippenpootjes en vreemde studies. Kinderlijke verwondering en je bent nooit te oud om iets te leren.

Vanavond wandel ik met Ysbrandt door het Leidse Hout. Het is verrukkelijk weer. Zacht en zwoel. Het bos staat in bloei. Moedertje Natuur in haar bruidskleed. De daslook, het fluitenkruid, verschillende bomen en heesters: Een witte bloemenvloed. Varkentje loopt er decoratief doorheen te snuffelen.

Traag treuzel ik langs de paden. Ik heb mijn fototoestel bij me en zet de telelens erop. Het begint al een beetje te schemeren, maar daar is mijn camera op berekend: Schemerstand uit de losse hand. Het is rustig in het bos, maar niet verlaten. Hier en daar lopen mensen te wandelen. De bankjes zijn zonder uitzondering bezet. Zelfs de elfenbankjes.

‘Wat een heerlijk weer, hè,’ ik begin een praatje met een olijke man. Hij staat de lege schaapskooi te bestuderen. Binnen de kortste keren hebben we een heel leuk gesprek over fotografie en camera’s. Zijn dochter heeft deze hobby. En de vader zit in het drukkersvak. Wat grappig toch weer, zo’n ontmoeting. Het lijkt op de tijd dat iedereen mijn partner was.  Die tijd voor de ontdekking van het fenomeen narcisme.

Als ik doorloop kom ik een man tegen met een klein wit hondje. Hij draagt het in zijn armen. ‘Ze heeft het warm,’ verklaart hij, ‘Ik wilde eigenlijk naar het strand gaan, maar het was al wat laat. Nou, als ik in de auto was gestapt was ik er al lang geweest.’ Hij lacht. ‘Maar hier is het ook niet verkeerd, ik heb net een gebraden kippenpootje gehad van die jongemannen daar. Ze hebben over, jij krijgt er vast ook eentje!’

Hout28

Iets verderop staat een picknicktafel volgeladen met etenswaren en drankjes. Er zitten vier jongens omheen. Ze lachen en praten. ‘Zal ik een foto van jullie maken?’ Dat mag. Maar dan moet ik wel een paar kippenpoten opeten.

‘Kom er bij zitten, wil je iets drinken?’ Een grappige gast met een hoge kuif is duidelijk de gangmaker. Hij maakt grapjes op het flirterige af: Een rascharmeur! Maar ook de andere jongens laten zich niet onbetuigd. Er vliegen wat vragen over en weer. De knapperd naast me studeert politieke geografie. Huh? Nog nooit van gehoord. Weer iets geleerd vandaag. Een heel interessant vakgebied volgens mij!

‘Wilt u ook een sigaret?’ Welja, waarom niet. Tevreden lurk ik aan een zware Marlboro. Zwabberig sta ik op. Helemaal licht in het hoofd. Het lijkt wel een toversigaretje.

Bij de pomp was ik mijn handen. Ze zitten helemaal onder de kippenkluivensmurrie. Ysbrandt heeft meegenoten van het diner. Hij is vooral gek op stukjes kraakbeen…

‘Veel plezier!’ roep ik naar mijn gastheren, ‘Bedankt voor de gastvrijheid!’ ‘We gaan je blog lezen, Heks, is dit em?’ Ik staar op het display van een telefoon. ‘Recepten van de Toverheks’ staat er. Ja. Verrek. Ze hebben em in de gauwigheid alweer gevonden. Midden in het bos.

Zo loop ik licht in mijn hoofd het laatste stuk richting uitgang. Het Hout is vergeven van de zoete bloesemgeuren. Ik begin weer lekker in mijn vel te zitten. Dat merk ik aan de enthousiaste reacties van al mijn partners. Ja, want narcisten en psychopaten ten spijt ga ik toch terug naar mijn oude overtuiging.

Dat als je liefde en compassie kunt genereren iedereen je partner is. Je hoeft er niet mee bevriend te zijn. En al zeker niet iedereen in huis te halen. En in die hele moeilijke gevallen van narcisme of psychopathie is veel afstand het beste. Misschien zelfs een straatverbod……

Maar je kunt om niemand heen. Uiteindelijk.

Interbeing noemt Thich Nath Hanh dat. We zijn niets zonder de ander. Of zoals ze het in het Taoïsme zeggen: De vogel wordt gevlogen (IPV de vogel is gevlogen…. 🙂 of de vogel vliegt), de vis wordt gezwommen. ….

Kommer en kwel, tobben tot je erbij neervalt, dweilen met de kraan open: Het zit niet mee in Huize Heks. Volgens mij zit ik intussen wel op de bodem van de put. Nu kan het alleen maar beter gaan……

Afgelopen weekend is het vreselijk weer. Zondagmorgen loop ik met een onwillig hondje te wandelen. Hij is niet vooruit te branden. Sloom sukkelt hij achter Heks aan. Met een sneue snuit heft hij zijn achterpoot en piest lauw tegen een struik. Ellendig draait hij een drolletje. Halverwege geeft hij aan echt weer terug naar huis te willen.

Zuchtend geef ik gehoor aan zijn onuitgesproken wens. We maken er een beschaafde wandeling van. Er komt ook een donkere lucht aanzetten van heb ik jou daar. Varkentje heeft dan wel een regenjasje aan, maar tegen dit soort buien is geen jas gewassen……

Eenmaal thuis wil mijn ventje niet eten. Geen goed teken. Hij ziet er beroerd uit. Sneu ligt hij in zijn mandje. Heks zit hem te observeren. Wat is er aan de hand? Ik zie hem zo ongeveer met het kwartier ellendiger worden. Snel neem ik zijn temperatuur op. Boven de 39 graden. Hij heeft koorts!

Ik bel de dierenarts. We kunnen eventjes langskomen. Ome Frogs gaat mee. Als de bliksem laden we Varkentje in zijn bolide en scheuren naar de waarnemende dierenarts. Daar wordt Ysbrandt op een tafel gehesen. Een thermometer verdwijnt in zijn kleine anusje. Zijn koorts is gestegen. Oh, wat voelt hij zich beroerd.

‘Ik weet niet wat het precies is, zijn buik voelt op zich ok, maar die koorts bevalt me niets. De wond ziet er goed uit, maar misschien zit er toch een ontsteking van binnen….’ Mijn ventje wordt van top tot teen bepoteld. Hij krijgt een shot antibiotica.

Met een pak pijnstillers en een kuur amoxicilline onder mijn arm ga ik naar huis. Aan het begin van de avond begint Ysbrandt als een gek te hijgen. Alsof hij het Spaans benauwd heeft. Hij voelt zo verhit! Hij eet niet, drinkt niet……. In paniek bel ik weer naar de dierenarts. ‘Honden hebben dat soms. Je schrikt je inderdaad een ongeluk. Wacht maar even af totdat de penicilline inwerkt. Dat kan nog wel een dag duren….’

Wat later drinkt mijn monster een bak water leeg en begint zowaar iets te eten. De koorts zakt in de loop van de avond een beetje. Een onrustige nacht volgt. Ook maandag is het nog niks met hem. Die avond begint hij alarmerend te hoesten. De hele nacht word ik uit mijn slaap gehouden door een rochelende oude man. Kokhalzend probeert hij zich te ontdoen van slijm. Slijm? Waar komt dat nu weer vandaan?

Een dag later zit ik weer bij de dierenarts. Mijn eigenste deze keer. Hij maakt een paar röntgenfoto’s van Ys’ torso. Prachtig om te zien overigens. ‘Kijk, zijn hart is een beetje vergroot. Hij hoort zo groot te zijn…’ De dokter wijst aan waar het hondenhartje van mijn hartje hoort te eindigen, ‘Ook zie ik veel slijm in zijn bronchiën. Dat verklaart dat gehoest. Maar waar dat vandaan komt…’

Het zou goed kunnen, dat het hartje van Ysbrandt niet goed werkt, waardoor er wat oedeemvorming in de longen ontstaat. Later bedenk ik me, dat koorts dan natuurlijk funest is. Het hart moet dan zo hard aan de gang…. Dat verklaart misschien de enorme toename van het gehoest. Mijn kereltje rochelt al een tijdje af en toe, maar nooit zo vaak en heftig als nu……

 

Ik krijg wat codeïne mee. En het dringende advies om een echo te laten maken. Weer een rib uit mijn lijf natuurlijk….. ‘Ik mats je met de röntgenfoto’s, Heks, de tweede krijg je van mij.’ Mijn dierenarts krijgt wel een beetje medelijden met mijn portemonnaie.

Oh, oh, wat een getob. De dagen erna boks ik met moeite wat eten en medicatie in mijn ventje. Maar ook ikzelf lig opeens helemaal om. Geveld door een geniepig buikgriepje. Gevolgd door een stevige verkoudheid. Dit in combinatie met mijn zieke hondje en mijn toch al niet geringe depressie van de laatste tijd maakt dat ik het helemaal gehad heb.

Wat een kutleven. Je doet je gloeiende best, maar krijgt niets voor elkaar. In mijn dooie eentje sla ik wat ellendige dagen stuk. Meuh! Blegh! Geef mijn portie maar aan Fikkie.

Een kwade dag voor Varkentje. Na jaren virtuoos alle loopse teefjes in Leiden en omstreken te hebben bespeeld moet zijn klokkenspel er nu eindelijk aan geloven: Komt deze Don Juan dit weer te boven?

Een aantal weken geleden ga Ik met Varkentje naar de dierenarts. De eerste afspraak loopt mis. Ik kom er achter dat ik bij een collega terecht zal komen en ik wil toch echt een consult bij mijn eigenste dierenarts! Mijn hondje is veel relaxter bij deze dokter dan bij welke andere vakbroeder of -zuster dan ook!

‘De heer Kermani heeft geen spreekuur meer in Leiden, u kunt alleen nog in Lisse terecht. Daar opent hij komende maandag een nieuwe vestiging. Misschien bent u wel de eerste cliënt!’ De assistente is bereidwillig en vriendelijk. Ze boekt mijn afspraak direct om.

Dus ik moet de bollenstreek in. Geen probleem. Zolang je een autootje hebt en die heb ik! Leuk ook om een kijkje te nemen op de nieuwe locatie van mijn dierenarts.

Eerst kan ik de kersverse praktijk natuurlijk niet vinden, ondanks het feit dat er een feestelijke zuil knaloranje ballonnen voor de deur staat. Ik heb de laatste tijd weer last van mijn whiplash. Wazig zien, alles vergeten en gedesoriënteerd raken bij het minste of geringste. En hoofdpijn natuurlijk. Gemeen knijphandje in nek ook….. Maar ik laat me niet uit het veld slaan. Bovendien heb ik een TomTom. Die brengt me doorgaans daar waar ik moet wezen. Ook vandaag.

Ik ben niet de allereerste klant op de nieuwe locatie. Maar het scheelt niet veel. De afspraak verloopt chaotisch. Logisch natuurlijk. Je moet je weg weer vinden in zo’n nieuwe omgeving. ‘Ik heb niet eens mijn stethoscoop hier. Die heeft iemand weer meegenomen naar Leiden…’ Gelukkig komt het ding toch nog tevoorschijn…..

Ik krijg tot slot een rondleiding door het werkelijk schitterende complex. Alle apparatuur is modern en gloednieuw. Het enige dat nog harder glimt dan alle instrumentaria is de dierendokter zelf. Trots vertelt hij dat zelfs de burgermeester even is geweest ter eren van de feestelijke opening vanmorgen…..

Omdat mijn hondje de laatste tijd rochelt als een oude man en kreunt wanneer hij gaat liggen laat ik wat extra onderzoek doen. ‘Hij heeft een kleine tumor op zijn kont. Een slechte plek om te opereren. Meestal zijn ze goedaardig, maar soms ontwikkelen ze zich tot een kwaadaardige kanker. Ik neem een biopt.’

Goddank ziet hij de tumor. Dat hebben we te danken aan mijn hondenvriendin Dog Lady. Zij heeft onlangs het kontje van mijn hondje kaal geschoren. Werkelijk geen gezicht. Als hij voor me uit rent zie ik zijn balletjes er vrolijk onderuit bengelen. Zijn kleine klokkenspel stuitert open en bloot in de rondte. Zijn balletjes lijken opeens ook veel lager te hangen……’Dat doe ik nooit meer,’ denk ik dan steeds. Maar nu ben ik toch wel erg blij met zijn kale kont.

Een goeie week later krijg ik de uitslag van het bloedonderzoek en de punctie. ‘Het is inderdaad een kleine tumor, meestal zijn ze goedaardig, zo ook deze, maar ze kunnen zich kwaadaardig ontwikkelen. Ik heb even overlegd met een hierin gespecialiseerde collega. Dit soort tumoren zijn over het algemeen hormoon geïnitieerd. Hetgeen betekent dat ze vaak spontaan verdwijnen als je je hond castreert…’

Heks is er eventjes stil van. Moet die ouwe man er dan toch nog an? Of vanaf beter gezegd. Raakt deze eeuwige Don Juan van de Leidse parken dan eindelijk zijn wilde haren kwijt? Hoewel: Honden krijgen meestal een veel dikkere vacht na castratie. Arme, arme Ysbrandt.

‘Opereren op die plek is heel lastig, je loopt de kans er een incontinente hond aan over te houden…. Je kunt natuurlijk ook niets doen..’ Snel maak ik een afspraak voor de castratie. Ik wil mijn hondje niet verliezen aan de gevolgen van een hormonaal aangedreven turbotumor. De dagen voor de operatie geniet ik nog maar van mijn hanige hondje. Hoe hij listig de loopse teefjes het hof maakt. Hoe zijn klokkenspel vrolijk rammelt onder zijn geschoren achterkant. Hij moest eens weten!

Maar woensdag is het dan toch echt zo ver. Om 9 uur ’s morgens lever ik mijn monster af. Ik klets een beetje met de dierenarts. Hij zit nog aan de koffie. Intussen krijgt Ys prikjes om slaperig te worden. ‘Doe je voorzichtig met mijn schatje? Hij moet nog zeker 19 jaar mee. Vanmorgen zag ik een hond op het journaal, die dertig jaar is geworden. Bizar!’

Mijn dierenarts kijkt me ongelovig aan. Dertig jaar?  ‘Ja, een veel grotere hond dan Ysbrandt. Een Australische herder……’ Nu leg ik de lat natuurlijk wel erg hoog! Hoe zuiverder het ras en hoe groter de hond: Hoe korter ‘ie leeft en hoe minder gezond. Mijn kleine bastaard heeft echt betere papieren!

Aan het eind van de ochtend haal ik em op. Een heel sneu hondje met een rompertje aan klimt moeizaam in de auto. Onderweg laat ik em nog eventjes plassen, maar hij wil alleen maar naar huis. Voorzichtig til ik em de trap op. De rest van de dag ligt hij zielig in zijn mandje. Op een paar kleine ommetjes na. Zelfs de slager krijgt er geen stukje worst in. Kun je nagaan.

Een clubje dak- en thuislozen vraagt lachend waarom mijn hondje een speelpakje aanheeft. Als ik hen vertel over zijn recente castratie grijpen ze massaal naar hun eigen kruis. Alsof ze vrezen er zelf ook aan te moeten geloven. ‘Jezus,’ roept de grootste van het stel, terwijl hij witjes wegtrekt, ‘Arm beest, wat verschrikkelijk voor je….. Lief zijn voor hem, Heks!’ Ik beloof het.

In de loop van de avond komt ome Frogs op ziekenbezoek. Hij heeft al ge’smst en gebeld….. Voorzichtig draagt hij mijn hondje nog een keertje de trappen af voor een laatste wandelingetje. Gelaten loopt Varkentje achter ons aan te sukkelen. Een piepklein plasje komt er uit. Vind je het gek? Hij wil helemaal niet drinken. Waarschijnlijk is hij nog steeds kotsmisselijk….

Pas vanmiddag neemt hij zijn eerste slok water. Hij drink gelijk zijn halve bak leeg. Eten is er nog niet bij. Op een enkel snoepje na, dat hij onderweg heeft gekregen van een hondenvriend. Listig verleid ik hem met een stukje ham. Of extra lekker voer. Het helpt niet. Na een paar hapjes laat hij de rest staan.

Geeft niks. Ik moet toch oppassen dat hij niet dikker wordt na deze ingreep. Vanaf morgen is hij weer zeer gebeten op lekkers en snoepjes vrees ik. ‘We moeten hem 20% minder eten geven, dus ook veel minder lekkers, Ome Frogs,’ ik probeer streng te kijken naar mijn kikkervriend. We moeten er allebei om lachen. Varkentje wordt nu eenmaal vreselijk verwend door zijn suikeroompje……

Beschaamde Heks wordt op het matje geroepen door haar dierenarts naar aanleiding van een kwetsend blog over zijn beroepsgroep. Ik blijk het ook nog eens bij het verkeerde eind te hebben! De prijsstijgingen in deze branche worden veroorzaakt door een huizenhoog BTW tarief. Huisdieren zijn luxe artikelen geworden! Te gek voor woorden natuurlijk. Teken de petitie!

 

Morning after….. Altijd even slikken. Pijnstillers in mijn geval. Maar ook: Het is weer zo ver! Gezellig samenzijn met poezenvriendin! Alle poezen geaaid en verwend. Varkentje ook blij.

De dag na de Matthäus sta ik doodziek op. Mijn ene oog kijkt loens in mijn andere broekzak. Mijn kop heeft sowieso veel weg van een ouwe gymschoen. Gelukkig heb ik niets om handen. Alhoewel…. Plotseling realiseer ik me dat ik om twaalf uur een afspraak heb met mijn therapeute. Goeie hemel. Ik kan geen stom woord uitbrengen. Mijn lichaam is een soort pijnlijke wandelende plank. Mijn gezicht bestaat uit oude lappen…..

Ik krijg het voor elkaar om op tijd ter plaatse te zijn, maar vraag me niet hoe. ‘God Heks, wat zie je er uit!’ Mijn therapeute kijkt me geschrokken aan. Zo heeft ze me nog nooit meegemaakt. Bijna niemand overigens. Op dit soort momenten ga ik normaal gesproken niet naar buiten, behalve om het hondje uit te laten. En dat doe ik dan snel, zwijgend en incognito.

Ondanks mijn ellendige uiterlijk en halvezolige lijf heb ik genoeg te melden en te schelden. Ik ben nu al meer dan een half jaar zo depressief als een ui. Er komt maar geen eind aan. Positieve tegengeluiden en spirituele prietpraat ‘Het aards bestaan is een leerschool, dit is een schuurpapiertje van het leven, alles heeft betekenis, je bent niet voor niets ziek, je hebt het zelf veroorzaakt’ en dergelijke kan ik niet meer horen. Ook wegwuifgedrag gaat er niet meer in bij mij. Gelukkig is mijn therapeute ook somber vandaag. ‘Ja Heks, de wereld zit vol gekkigheid. De mensheid is vaak hopeloos bezig.’

Een dag later kom ik Pappa tegen op straat. Ik heb hem sinds kerst niet meer gezien. ‘Ga mee een kopje koffie drinken, Heks,’ nodigt hij me uit. Even later zitten we in een leuk biologisch eethuisje. Ik vertel hem wat sombere verhalen, maar moet er ook om lachen. Ik maak er zelfs wat goeie grappen over. Zodoende ontstaan er een soort regenboog tussen de tafeltjes en de toog.

Pappa is Boeddhist, ik ken hem van Shambala. Hij leeft vanuit het principe van de fundamentele goedheid van de mens. Een uitgangspunt dat ik ook altijd gehuldigd heb. Tot voor kort. Een plaatje waarin geen plek is voor narcisten en psychopaten. Die onverlaten die ons niet kunnen liefhebben maar prima kunnen haten.

‘Heb je alweer verkering?’ vraag ik mijn oude vriend, ‘Shambala is altijd een geweldige vijver voor jou om uit te vissen…..’ Ondeugend kijk ik hem aan. En ja hoor, hij heeft sinds kort weer beet. Een leuke dame van zijn leeftijd passend in zijn leefstijl…..

Aafje kan zich niet inhouden……

‘Ik moet gaan, lieverd, laten we snel iets afspreken!’ Heks racet ervandoor. Ik haal nog even wat bloemen en plantjes om mijn huis op te fleuren. Vanavond krijg ik bezoek. Goddank is mijn onvolprezen hulp geweest: Er ging van alles mis en eventjes zag het ernaar uit dat ik met pasen in een vies huis zou zitten…..

Een uurtje later schuift mijn poezenvriendinnetje Joy mijn heksenhuisje binnen. Ze is bepakt en bezakt met presentjes: Kluifjes voor Ysbrandt, snoepjes voor de katten, bloemen en chocolade voor Heks, kattenmelk, flessen wijn…….. Ik kook een lekker soepje en gooi wat pasta met garnalen in de pan. Intussen drinken we een glaasje wijn en kletsen bij.

Levensgevaarlijk!

En waarover? Over mijn poezengezin en haar kat Siep: De dochter van mijn Pippi en de Boskat, kleindochter van Snuitje en Ferguut, zus van Bolster, nichtje van Aafje en Leonoor. Kortom, Siep is familie van al mijn katten!

‘Ik zie zoveel terug in Siep van jouw beestenboel. Ze mauwt precies zo als Snuitje, maar heeft weer veel gedrag van ThayThay de Boskat, zoals haar fascinatie met water en haar zachte geknerp naar alles wat vliegt…..’ Stuk voor stuk somt ze eigenschapen van mijn beestjes op, die ze terugziet in haar Siep. En ze kan het weten, want ze past regelmatig op mijn dierentuin.

Oh, ze zijn toch zo lekker, die poezensnoepjes!

Alle katten worden geknuffeld en Ys wordt schandelijk verwend. In de loop van de avond gaan we hoedjes passen. ‘Wat staan die hoedjes je goed,’ roep ik enthousiast. Mijn vriendin heeft een echt hoedenhoofd! ‘Ik heb binnenkort een bruiloft, mag ik er dan eentje lenen?’ Natuurlijk. We zoeken direct een paar mooie exemplaren uit.

Het is ruim na middernacht, we zitten al zeker twee uur met ogen op stokjes, als we eindelijk afscheid nemen. Zoals altijd raken we maar niet uitgepraat. ‘We zijn nu drie jaar vriendin, lieve Heks, en Siep is ook bijna drie jaar bij mij! Dat gaan we binnenkort vieren!’

Samen met Varkentje wandel ik een stukje met haar mee naar huis. Wat een heerlijke avond. De uren zijn voorbijgevlogen!

 Vrolijk samenzijn met kattenvriendin: De dochter van mijn kat Pippi boft maar met haar kattenvrouwtje! Alle poezen geaaid en helemaal bijgepraat. Waarover? Onze monsters natuurlijk!

Geef! Meer!

‘Ik hoor u wel maar ik luister niet.’ Het komt vaker voor. Naar het schijnt meestal bij mannen. Multitasken is biologische noodzaak. Dat doen vrouwen echt niet voor hun lol…… Je moet wel alles zelf doen als er niemand naar je luistert!

Vanmorgen komt mijn hulp. Ze is niet vroeg, maar ik ben laat. Ik moet de hond nog uitlaten, ben de prikken vergeten, heb nauwelijks iets gegeten. Als een druilmajoor fiets ik mijn verplichte rondje. Ik besluit direct eventjes een paar boodschappen te halen.

In de slagerij bestel ik een ons Porchetta. ‘Maak er maar anderhalf ons van,’ ik zeg het drie keer, maar krijg geen reactie.

Maak er maar anderhalf ons van,‘ toeter ik tenslotte. ‘Oh, ik wist niet dat je kwaad werd,’ Heks is niet kwaad. Er werd gewoon niet naar me geluisterd en daar probeerde ik iets aan te doen. ‘Ja, ik hoorde je wel maar luisterde niet.’ ‘Oh,’ plaag ik nog steeds goed gehumeurd, ‘daar hebben wel meer mannen last van!’

‘Vrouwen kunnen wel multitasken, hier een halve stapel gestreken wasgoed, daar een half afgewassen afwas en dan zitten ze ook nog op hun tablet te koekeloeren….’ schampert het joch. Staat hij me nu af te zeiken? Staat hij vrouwen in het algemeen belachelijk te maken? Hoor ik irritatie in zijn stem? Wat is dit?

Ik lach als een debiel met de rest van de klanten mee om deze en volgende niet leuke grapjes, want ik heb geen zin in gedoe. Ik ben ook perplex. Er klopt iets niet. Deze jongen is altijd vriendelijk en nu gedraagt hij zich als het stuk darm dat normaal gesproken om hun voortreffelijke rookworst zit!

Voor mijn gevoel kruip ik door het oog van de naald, loop ik weer eens op eieren…. Het hele scala aan gevoelens waar ik intussen zo’n hekel aan heb inclusief het vriendelijke pleasegedrag steken de kop op. Bah. Ik besluit ter plekke te stoppen met aardig zijn. Dan komt er een vrouwelijke collega terug van de lunch. De grote vriendin van Ysbrandt. Ze begint direct een klant te helpen.

En daar, ten overstaan van een hele winkel vol mensen, neemt hij haar te grazen. Ik zie het voor mijn ogen gebeuren. Gelukkig is zij totaal niet op haar mondje gevallen.

‘Hou op,’ zegt ze nijdig,’Ik kom jullie niet in mijn vakantie uit de brand helpen om een uitschijter van jou te krijgen, ook nog eens waar iedereen bij is…’ Het jong zegt nog iets heel fouts terug. In de trant van : “Ik wilde je er even op wijzen, behoeden voor een fout…” Die vrouw maakt nooit fouten, ze werkte er al toen hij nog in luiers liep.

Snel maakt Heks dat ze de winkel uit komt. Ik kan niet tegen dit soort toestanden. Ook ben ik altijd de klos. Deze doorgaans vriendelijke jongeman is absoluut met het verkeerde been uit bed gestapt. Of zijn vrouw is opgestapt. Of zijn kind krijgt tandjes. Er is iets in elk geval. Hij probeerde even onder mijn huid te kruipen en toen dat niet lukte pakte hij gewoon een andere vrouw……

Als ik even later weer thuis ben vertel ik het aan mijn hulp. Zij is ook zo’n supersensitief mens. Zij werkt nu bijvoorbeeld ergens voor mensen, waar dit gedrag aan de orde van de dag is. Ze heeft al last van haar schouder, ze wordt er ook nog eens flink afgebeuld……

‘Weg wezen daar, schat, voor je zelf tegen de vlakte gaat,’ roep ik uit als ik het hoor. Puur eigenbelang natuurlijk. Ik moet er niet aan denken dat deze geweldige vrouw me gaat verlaten om wat voor’n reden dan ook. Wij hebben het veel te gezellig samen!

 

Barmhartige Samaritaan komt nog wel eens te laat op afspraak. Dat is het nadeel van empathie. Zonder compassie heb je dat niet! Laat je die ander gewoon lekker creperen door je zeiksnor te drukken of em te smeren…….

Vanmorgen vroeg gaat de bel. Verdorie. Ik wil uitslapen. Ik heb er pas een paar uurtjes dromenland op zitten. Veel te kort. Het is vast weer zo’n idioot van woningbouwvereniging Portaal. Of Museum Boerhaave. Laatstgenoemde is flink aan het verbouwen.

Nu willen ze de staat van mijn huis onderzoeken, in verband met eventuele toekomstige schade. ‘Maar dan moeten jullie bij Portaal zijn. Zij zijn eigenaar, het is hun pand,’ wimpel ik een paar dagen geleden al die toestanden af tegenover een mannetje met meetlint en fototoestel hier in de steeg, ‘Mij zal het een rotzorg zijn of het overeind blijft staan.’ Nou ja, liever wel, maar ik heb geen zin om weer achter van alles aan te jagen uit naam van mijn hopeloze verhuurder.

Geen idee of ze op de hoogte zijn gesteld van de aanstaande werkzaamheden, maar ik ben niet van plan om het te doen. Ik heb wel wat anders aan mijn hoofd. Slapen bijvoorbeeld. Of beter gezegd een gebrek daaraan. De bel gaat nog een keer. Alleen bij Heks, alsof ik hoofdbewoner ben van dit pand. Je zou het bijna gaan denken.

Ik haal vele kastanjes uit het vuur bij de verhuurder en ik ben de enige die wel eens een bezem en dweil door het portiek haalt. Vorige week nog. Met mijn pijnlijf. Drie dagen last achteraf, maar ja. Het wordt zo smerig, op een gegeven moment kan ik het niet meer aanzien.

Zo is het altijd geweest, overal waar ik heb gewoond was ik de lul met schoonmaken. Vooral vrouwen zijn smerige huisgenoten heb ik ontdekt.

Verwoed probeer ik weer in te slapen. Het lukt niet, potverdorie. Een paar uurtjes later wordt er weer gebeld. Ze zijn wel vasthoudend. En opnieuw gaat de bel, nu hoor ik ook mijn naam. Het lijkt de stem van Steenvrouw wel! De telefoon rinkelt ook nog. Ik sprint naar de keuken. Als ik uit het raam kijk zie ik mijn vriendin in de steeg staan met een krijsende Panter aan haar voeten. Ferguut heeft honger, hij wil naar binnen.

Even later zitten we aan de koffie. Steenvrouw gaat exposeren in het Baljuwhuis in Voorschoten. Zaterdag is de opening. ‘Ik ben helemaal klaar, alles is geregeld. Er wordt een mooi filmpje gemaakt als introductie. In elk geval van mezelf, de mede exposanten laten het een beetje afweten met dit geweldige filmproject, misschien dat één van hen op de valreep nog materiaal aanlevert.’

‘Superleuk schat, zo’n filmpje is nooit weg, je kunt hem mooi op je website zetten!’ Babbeldebabbel, kwekkwekkwek. Intussen drinken we een voortreffelijk bakkie koffie. Met verrukkelijke cocoskoekjes.

‘Het was vanmorgen ijskoud en spekglad, toen ik op weg was naar een afspraak. Ik had geroeid met iemand en we liepen nog te lachen om die gladheid. ‘Tot de volgende keer!’ riep ze terwijl ze afsloeg richting binnenstad. Opeens lag ze plat op haar gat!’ Nou ja, op haar kop, maar dat rijmt niet zo mooi.

‘Er zat een flink gat in haar hoofd, niet ernstig hoor, maar wel veel bloed….. Ze is later nog eventjes naar de dokter gegaan. Die had toch wel drie hechtingen nodig om de boel weer te lijmen. Ook heeft ze drie gekneusde ribben. Best een flinke val dus. Ik was er natuurlijk eventjes mee bezig en zodoende te laat voor mijn afspraak.’

‘Ja, wat moet je dan? Je kunt haar moeilijk laten liggen onder het mom van, sorry hoor, maar ik heb haast. Zoek het uit!’ giebelen we tegen elkaar. ‘Maar we zouden toch meer om onszelf denken, hoe kun je nu zo dom zijn om die vrouw te helpen?’ roep ik quasi verontwaardigd, ‘Laat toch lekker gewoon aan de kant van de weg liggen, leipe barmhartige Samaritaan. Nu was jij weer te laat. Hihihi….’

‘Ja, hihihi, stel je voor, dat je dat doet!’ lacht Steenvrouw. We zijn helemaal melig geworden van dit verhaal. ‘Nou ja, er zijn mensen die dat doen hoor,’ grap ik terug, ‘er  zelfs een verhaal in de bijbel met die thematiek. ‘Ik kan me daar helemaal niets bij voorstellen,’ nu kijkt mijn vriendin verwonderd. Gelukkig maar. Aan mensen, die zich dat moeiteloos kunnen voorstellen heb je niet zoveel.

‘Een ex van Heks deed er nog een schepje ellende bovenop als ik op mijn plaat ging. Zoals in de vakantie. Eerst liet hij me in mijn eentje de hele reis voorbereiden, hij was zelf te druk met stiekem vreemdgaan. Toen reed hij mijn auto in de poeier. Achteraf vermoed ik opzet. Misschien een sneaky poging om onze vakantie te verijdelen? De reparatie liet hij me zelf opknappen. Ook financieel. Geen ‘dank je wel dat je het zo coulant opneemt’. ‘Dank je wel’ komt sowieso niet voor in zijn vocabulaire.’

‘Daarna liet hij me het hele stuk naar Frankrijk  rijden, Tens-apparaat op de hoogste stand tegen de pijn, terwijl hij met een zeiksnorgezicht naast me zat te zwijgen. Vervolgens liet hij me modderen met het opzetten van de tent. Intussen helemaal over mijn theewater verzwikte ik mijn voet. Hij klapte dubbel met een harde krak, de verkeerde kant op. Een misselijkmakend geluid. Hij schold me vervolgens uit voor alles wat lelijk is. ‘Domme koe, het is je eigen schuld, je moet beter dit en dat en zus en zo’ en liet me verder barsten.’

‘Nooit heeft hij geïnformeerd hoe het met mijn pijnlijke voet gesteld was. Gestoord natuurlijk. Die enkel is drie maanden dik geweest.’

Ach Heks, het is ook niet voor te stellen, zo’n houding. Neem het jezelf maar niet kwalijk, dat je je zo te grazen hebt laten nemen door een narcist. Die mensen missen nu eenmaal elke vorm van empathie. Behalve met zichzelf.

Als hij zijn enkel had verstuikt was het voor mij een enkeltje hel geweest. De zorghel, waar geween om een fopspeen is en melktandengeknars. En een eindeloos beroep op mijn overontwikkelde zorgspier door een uit de kluiten gewassen egocentrische kleuter.

Puppies! Hondjes! Jong grut! De doktersassistente is weer aan de hond. Een hond maakt gezond. Mijn trouwe vriend en leermeester wijkt alweer elf jaar niet van mijn zijde.Waflied op onze viervoetige vrienden.

Vandaag is het stralend weer. Tegen half elf sleur ik Varkentje door de stad richting dokter. Het is weer tijd voor mijn serie prikken. Twee keer per week B12, Gencydo ofwel citrus en Iscador ofwel Visca Album ofwel maretak.

Alle drie de prikken zijn loeders. Citrus prikt bijtend alsof je gestoken wordt door een megawesp. B12 is een kloterige spierprik. Vista Album heeft het in zich om een dode tot leven te wekken. Ingespoten ontstaan er een megamuggenbult, die dagenlang blijft zitten. Tegen de tijd, dat de zwelling eindelijk is verdwenen is het alweer tijd voor de volgende injectie….

Hoewel vervelend om te ondergaan is de uitwerking van deze serie fenomenaal. De citrus zorgt ervoor, dat ik verschoond blijf van bijholteontstekingen, de B12 doet wonderen voor mijn zenuwstelsel, de maretak tenslotte houdt me warm, werkt preventief tegen kanker en schroeft mijn immuniteit op. Pappen en nathouden, deze Heks.

‘Heb je al gehoord dat ik weer een hondje heb?’ De assistente kijkt me vrolijk aan. Ze heeft me al een tijdje niet geprikt, dus ik heb niets gehoord. Honden zijn voor veel mensen nu eenmaal geen onderwerp van gesprek. Behalve voor hondengekken, zoals wij.

‘Wat leuk, vertel, heb je een foto, is het een pup?’ Heks weet dat deze dame al jaren smacht naar een hondje nadat haar Jack Russel naar de eeuwige jachtvelden is vertrokken. ‘Nooit meer een Jack Russel!’ roept ze al tijden. Deze piepkleine hondjes zijn niet voor de poes. Ze hebben het karakter van een bloedhond. Niet in verhouding met hun kleine gestalte.

‘HIj is alweer vijf maanden hoor, maar wat een maanden! Het is toch zoveel werk, zo’n pup. Ongelofelijk!’ Heks herinnert het zich nog heel goed. Ik had een complete jet lag de eerste tijd met Ysbrandt. De godganse dag en nacht rende ik met een hondje onder mijn arm de trap af om hem een buiten een plasje te laten doen. Of een piepklein drolletje te laten draaien…..

Natuurlijk heeft ze foto’s. En ook een filmpje! Haar dochter van vijf staat naast haar nieuwe viervoetige vriendje. ‘Zit!’ roept moeder. De twee gaan zitten. ‘Lig!’ En hop, ze ploffen languit op de grond. ‘Buikje!’ Ze rollen allebei zijdelings een andere kant op. Wat grappig!

Mijn hondje is alweer een heer op leeftijd. ‘Loop een beetje door, oude man,’ mopper ik regelmatig als hij weer eens enorm loopt te sukkelen. Gelukkig is hij ook een beetje doof…..

Ik herinner me nog als de dag van gisteren, dat ik opeens met een hondje in een poezenmand naar huis reed. Een piepkleine pup. De eerste nachten sliep hij in mijn armen. Hij snikte als een kind om zijn moeder, broertjes en zusjes. Het is mijn beste vriend geworden. Eerst een kleuter, toen een peuter, toen een puber, jaren in de kracht van zijn leven en nu een oude man.

Ik dank godin op mijn blote knietjes dat dit ventje in mijn leven is gekomen. Elke ochtend staat hij te springen aan het voeteneind van mijn bed. ’s Avonds zit hij lekker tegen mijn knie geleund naast me. Dagelijks ben ik zielsgelukkig  als ik mijn kereltje achter een balletje zie rennen. Hij is mijn grote leermeester en mijn kleine schat. Woef!