Leven bij de dag. Dag na dag. Soms een leuke dag. Dan weer een hoop gezeur en gedoe. En elke dag weer doodmoe. Maar dat is een oude koe. Laat die maar lekker in de sloot.

Zondag ga ik een dagje Indiaas zingen. Het is ongelofelijk lang geleden dat ik dat gedaan heb. Dit jaar nauwelijks. Op een privélesje na dan, hier en daar.

Omdat ik zo gammel ben en verrek van de pijn zie ik er tegenop. Ik hou een paar dagen van tevoren alvast m’n gemak. Een eitje, want ik lig sowieso gestrekt. Maar de zaterdagmiddag ga ik naar de verjaardag van Joy. Verstandig of niet. Ik reanimeer mezelf tot een acceptabel niveau en rep me naar het huis van mijn jeugdige vrienden. Daar is het al een drukte van belang. Supergezellig!

Ouders, schoonouders en andere familieleden bevolken de piepkleine woonruimte van Joy en Boy. Heks strijkt neer naast oma. We blijken veel gemeen te hebben. Allebei verwoede zanglijsters! In no time zitten we te ginnegappen. ‘Wat zie je er mooi uit, Heks,’ roepen de andere bezoekers in koor. Klopt. Ik heb een listig glitterpakje aan!

Kijk, zo doe ik mijn best in het leven om er toch iets van te maken. Hoewel ik nauwelijks op een stoel kan zitten, zit ik intussen toch maar mooi bij. Het heeft zowel voor- als nadelen, dit verhullen van hoe het werkelijk met je gesteld is.

Het nadeel is natuurlijk dat je altijd veel te goed wordt ingeschat en daardoor voortdurend wordt overvraagd. Voordeel is dat je er zelf enorm van opknapt. Als ik mijzelf van een verfje en mooie kleertjes voorzie, dan trek ik bijna vanzelfsprekend een vrolijk hoofd. Als je glimlacht ontspannen vervolgens de spieren in je lichaam en dat helpt weer mee aan je algehele welbevinden.

Als dat laatste allemaal niet lukt dan houd ik het voor gezien. In zo’n geval worden dingen afgebeld en ga ik maar weer mijn bed in. De laatste tijd meer regel dan uitzondering.

Zondagmorgen om negen uur vis ik een zangmaatje van het station. We rijden zonder oponthoud naar Barendrecht. ‘Heks, wat ben je vroeg!’ mijn zangjuf valt me om de pijnlijke hals. We hebben elkaar maandenlang niet gezien!

Een half uurtje later zingen we Karwatjs. Mijn stem is door een verkoudheid extra laag, ik zak weg tot onder de lage Pa! Ik lijk wel een vent! Daarna gaan we ons wijden aan Chandrakauns. Heks heeft het zich in haar hoofd gezet binnenkort een stukje Indiaas te zingen voor haar koor tijdens een soort Bonte Avond. Na tien jaar zangles moet dat toch tot de mogelijkheden behoren.

‘We gaan het helemaal vastzetten, Heks, ik help je wel,’ roept mijn lerares enthousiast, ‘We spreken gewoon een extra les af.’ Oeps. Ik hoop dat het gaat lukken, want lekker met je medeleerlingen een dagje zingen is 1 ding. Voor mijn koor in mijn dooie eentje een compositie laten horen is natuurlijk iets geheel anders!

Zondag is een heerlijke dag. We worden weer fantastisch verwend met een heerlijke lunch. ’s Middags improviseren we rondom de compositie van Chandrakauns. De man van juf speelt een ongelofelijk ingewikkeld ritme op de Pakhaway. We klappen het mee. 14 tellen. KLAP-1-2-3-4, klap 1-2-3, klap-1-2, klap-1, en weer opnieuw KLAP 1-2-3-4, etcetera. En niet iedere klap is hetzelfde, je hebt een kali en een thali…. Ook dat nog!

Op een gegeven moment ben ik echt moe. ‘Sjakie in zijn nakie,’ vertaal ik de tekst nogal vrij vanuit het Sanskriet, ‘Naaaakte Sjaaakieieie…’ Mijn stem draait en kronkelt. Het klinkt prachtig! Iedereen ligt dubbel.

‘Jeetje Heks,’ roept een zangvriendin, ‘Wat heerlijk toch dat je zo lekker gek kan doen, je inspireert me!’ Om vervolgens zelf ook over de naakte Sjakie te gaan zingen……

De rit naar huis verloopt voorspoedig. Als ik echter thuis in een grote stoel neerzijg is de koek plotseling op. Ik zet mijn TENS apparaat op de ontspanningsmodus. Een speciale stand om spieren uit de knoop te krijgen. Andere spiergroepen verwen ik met de morfinestand. Een soort geklop in spieren is het resultaat. Hierdoor maakt je lichaam ter plekke een soort lichaamseigen opiaat aan.

De spieren in mijn nek voelen blauw aan. Mijn arm vlamt pijnlijk langs mijn flank. Mijn knie is dik, mijn heup hangt uit de kom…….. Ik kan maar op 1 manier zitten. Moeizaam. Een uurtje later lig ik al in bed.

Deze tekst hangt op mijn voordeur……

Vandaag kruip ik richting fysiotherapeut. Het huilen staat me nader dan het lachen. Bovendien geeft deze fysio louter ritmische massages, waar ik juist behoefte heb aan de martelpraktijken van de orthopedisch fysiotherapeut. Zijn methoden willen nog wel eens aanslaan, maar bij hem kan ik pas volgende week terecht….

Zelfs de subtiele ritmische massage van mijn rug is te pijnlijk. Ik hou het niet vol. Uiteindelijk legt de therapeut me op mijn rug en pakt mijn oorlellen. Intussen vertel ik over wat me dwars zit. Dat heeft ze me namelijk gevraagd.

De woorden rollen uit mijn mond. Allemaal verdrietige dingen waar ik weinig invloed op heb. Centraal is wel het thema van mijn eeuwige geluister. Jaren heb ik met bepaalde mensen rondgesjouwd. Er is grif gebruik van gemaakt, maar het is nooit gewaardeerd. En het is ook nooit genoeg geweest.

‘Je bent niet verantwoordelijk voor andermans geluk, hoorde ik gisteren iemand zeggen en dat trof me diep. Ik heb me namelijk altijd verantwoordelijk gevoeld voor andermans geluk. Ik heb me jarenlang ingespannen om anderen tevreden te houden. Of op te peppen. Of gezelschap te houden in hun eenzaamheid of ellende……. En precies diezelfde mensen behandelen me dan achteraf echt lullig.’

Ik weet niet wat mijn behandelaarster allemaal aan het doen is, maar er schijnt ruimte te ontstaan in mijn lijf. ‘Er zitten allemaal herinneringen vast in je lichaam. Laat het maar los. En bescherm jezelf een beetje beter. Er komt gewoon heel veel bij je binnen.’

Grenzen stellen. Ik hoor het bepaald niet voor het eerst. Ja, als je andermans geluk hoger acht dan je eigen geluk, dan wordt het niks met die grenzen natuurlijk. Voor de zoveelste keer neem ik me voor om mijn eigen ruimte beter te af te schermen. Ik wil ook geluk in mijn leven tenslotte!

Na de behandeling loop ik een uur met VikThor door het Bosje van Bosman. We dwalen helemaal door tot aan de bossen rondom Endegeest. De rest van de dag lig ik in bed. Mijn lijf voelt wel iets beter na mijn bezoek aan de fysiotherapeut, maar echt veel stelt het nog steeds niet voor. Straks nog een rondje met het hondje en dan houd ik het voor gezien. Morgen gaat het weer beter misschien.

Leven bij de dag. Zo doen we dat.

Kattenperikelen: Een panter in het nauw maakt rare sprongen! Gelukkig in een volstrekt LEEG museum. Je moet er niet aan denken dat de collectie van dit instituut, tenen op sterk water bijvoorbeeld, s’nachts tot leven zou komen…..

Katten! Teringlijers zijn het. Als ze ergens de pest over inhebben smeren ze em zonder met hun grote groene ogen te knipperen. Dagen- weken-, soms maandenlang laten ze je lijden doordat je hen nergens kunt vinden. En als ze dan opduiken zijn ze alles behalve dankbaar. Moet je weer op je knieën om hun affectie binnen te vissen…….

Snuitje is nog maar net een beetje bijgetrokken van haar avonturen of de panter is alweer zoek. Ik probeer mijn zwerver weer een beetje te domesticeren. Dus met enige regelmaat zorg ik dat hij binnen slaapt. Thuis wel te verstaan. In Huize Heks.

Het liefst ligt hij dan gezellig in mijn heksenbed. Maar de laatste weken bonjour ik hem eruit. Snuitje heeft het rijk alleen, want zij moet aansterken. Een grote bak voer staat permanent naast haar kleine uitgemergelde kattenkopje en gedurende de nacht peuzelt ze zo’n hele bak weg! Niet echter als de panter ons bed deelt, binnen vijf minuten maakt hij die hele bak vreten soldaat.

Dus slaapt de dolende ridder op de vensterbank in de keuken. Lekker boven de verwarming. Maar ook: Temidden van andere katten. Dat laatste vindt hij dan weer beduidend minder. Hoewel ze hem volledig met rust laten. Hij is een enorme loner. Het liefst in zijn uppie. Buiten. Of met Heks.

Waar is mijn zwarte bakbeest? Heks loopt alweer dagen te zoeken.

‘Ik heb hem woensdag nog gezien,’ beweert mijn buurvrouw, ‘Hij zat in de hal en liep met mij mee naar buiten.’ Heks heeft hem dinsdagmorgen voor het laatst gezien. Op zich niet dramatisch lang geleden, panter is wel eens vaker enige dagen op stap. In de lente. Als het lekker weer is. Als de rudimentaire restanten van zijn gecastreerde klokkenspel opspelen. De castratie heeft in zijn geval nauwelijks effect gehad. Hij is nog steeds zeer uithuizig.

Maar met dit weer, die afschuwelijke regen en kou? Zit hij soms ergens in een keldertje opgesloten? Hij ruikt soms wat schimmelig als hij een nachtje is weggebleven. Wie weet waar hij schuilt?

Zoals altijd als Ferguut in de problemen raakt voel ik het op mijn klompen. Vanaf het eerste moment. Alsof hij een noodoproep doet! Zodoende loop ik al dagen door de buurt te struinen en te roepen. Ik blèr langdurig onder het raam van de vrouw die zich hem afgelopen zomer had toegeëigend. Ik gil door het hofje waar haar bejaarde moedertje woont. Verschrikte hoofden voor ramen, maar geen zwart monster…..

Zondagmorgen loop ik door de buurt met VikThor. Het eerste piesrondje. Ik wil graag naar de kerk, dus ik ben wat gehaast. ‘Ferguut’ roep ik door de steeg om de hoek. Belachelijk denk ik nog bij mezelf. Waar zou het beestje zich hier moeten verbergen? Achter een vuurdoorn? In die afvalbak? Zinloos gezoek. Hopeloos geroep.

©Toverheks.com

Plotseling hoor ik een tijger grauwen, een leeuw brullen, een panter miauwen. Geen twijfel mogelijk. Dit verbale geweld is afkomstig van mijn schatje, ik weet het zeker. Maar waar zit hij in godsnaam. Onrustig spurt ik door de steeg. VikThor verwoed snuffelend naast me. Die heeft zijn neus helemaal ontdekt!

Waar zit Ferguut? Ik kan hem nergens vinden…..

Na een paar sprintjes ontdek ik zijn verstopplek. Hij zit in het museum! Stevig opgesloten achter een dikke tijdelijke deur: Het museum wordt al sinds jaar en dag verbouwd. Afgelopen week waren ze weer bezig een gat in de muur te slaan om allerlei buizen door naar binnen te duwen. Vervolgens werd het gat vol water gepompt. Of de buizen. Een grote kraan tilde troep over het dak naar de binnenplaats……

Kortom: Levensgrote gevaren voor ondernemende katten, want een kat in het nauw maakt vreemde sprongen. Sinds woensdag schreeuw ik al in die ellendige bouwput hier in de steeg. Ik ben afgelopen zomer door het gebouw gedwaald, zonder toestemming overigens, volledig op eigen risico, op zoek naar Snuitje: Alle vloeren liggen open, muren worden verplaatst of gesloopt, overal elektriciteitsdraden……

In mijn kop spelen zich de meest vreselijke taferelen af: Mijn kat ingemetseld in een eeuwenoude muur of opgesloten in het riool. Of geëlektrocuteerd door een loshangende draadje……… Geen medewerker van het museum die er wakker van ligt.

‘Wij hebben dag en nacht bewaking, als uw kat hier zit hadden wij hem allang gezien,’ zeiden ze afgelopen zomer toen ik Snuitje liep te zoeken, ‘Hier zit ze echt niet….’

Mooi zo. Ze hebben bewaking. Ook in het weekend. Heks belt het noodnummer, dat op de deur staat. Ook zoekt ze online naar het betreffende bedrijf. Die nemen de telefoon niet op en het noodnummer blijkt van iemand te zijn die nog nooit in het museum is geweest. Hij kent wel iemand die er werkt, een opzichter of iets dergelijks, dus die belt hij op. ‘Zoek het maar uit,’ adviseert die, ‘Morgen ben je de eerste.’

Ook de politie en dierenambulance hebben weinig interesse in een opgesloten kat. Mijn buurvrouw is ook aan het bellen geslagen, groot dierenvriend als ze is. ‘Ze komen niet hoor, Heks,’ verontwaardigd kijkt ze me aan. Heks heeft intussen het gebouw aan een grondig onderzoek onderworpen.

©Toverheks.com

Plotseling klinkt er een akelig geschater door de steeg. De zon verduistert. De hemel wordt zwart als de nacht……

Een fladderende gedaante vliegt door de lucht op een bezemsteel. Na een ijzingwekkende looping rondom de kerktoren ploft er een hoop vodden op de stoep. Een grote neus prikt onder een enorme zwarte heksenhoed vandaan. We staan we aan de grond genageld. Verstijfd van schrik……

‘Wat staan jullie nu stom te kijken? Nog nooit een echte toverheks gezien? Ik weet dat ik moeders mooiste niet ben, maar ach. In de nacht zijn alle katjes grauw, dus waar hebben we het over?’

Met een stevige tik breekt een klein ruitje in de ruimte naast de voordeur in duizend stukjes. Wie heeft daar nu een klap met een koevoet tegenaan gegeven? Welke engel staat daar met een bakje voer te zwaaien totdat er een roofridder tussen de scherven door naar buiten sluipt? Geen idee. Het is een groot wonder en bepaald niet voor de kat zijn kont gedaan!

Zit je nu als een kat om de hete brij te draaien? Maak dat toch de kat wijs, Heks!

De flodderige figuur veegt het glas weg met haar bezem en roetsjjjj….. ze is er alweer vandoor! Met een grote zwarte kater achterop haar vervoersmiddel. Krijsend verdwijnt ze aan de einder!

Zo is de panter veilig thuis. Je moet het breekijzer smeden als het heet is, dat is wel duidelijk.

Als bedankje poept hij in mijn bed. De teringlijer. Een dikke drol wacht me op als ik terug kom van een wandeling met mijn hondje en Fiederelsje. De lucht slaat me al tegemoet in het portaal.

Een dag later is het ruitje alweer gerepareerd, alsof er nooit een kat in dit vreemde pakhuis heeft gezeten…… Hopelijk houdt het raampje nu een tijdje en is het geen kat in de zak. En hopelijk komt niemand verhaal halen , want daar komt de zwarte kat in….. 

Night at the MuseumNight at the Museum

Heks belandt bij mysterieuze magiër op de Kaasmarkt, ofwel de Koerdische fietsenmaker. Klein van stuk en ruk van de tongriem gesneden, maar absoluut in het bezit van superpower…..

Tussen alle idiote gebeurtenissen door probeer ik het voor elkaar te krijgen dat er een fietskar aan mijn fiets wordt gemonteerd. Of beter gezegd een verbindingsstuk. Uitgangspunt zijn twee fietskarren en vier fietsen!

Een oude mountainbike waarvan helaas de voorvork kuren vertoont. Een oude gammele vouwfiets, die zeker niet in aanmerking komt om een aanhanger achter te hangen. Een geavanceerde elektrische vouwfiets zonder kettingkast en de oerdegelijke Batavus E-Bike van mijn moeder.

Een oud onverwoestbaar Batavus aanhangwagentje en een splinternieuwe Doggy ride zijn ook van de partij. Het aandoenlijke antieke houten karretje behoeft alleen nog een knop achter het zadel. Om em aan te hangen. Maar dan moet je wel zo’n knop hebben en daar zit em de kneep.

Die knop ligt bij een boze ex. Hij heeft er wel twee maar geen wagentje. Toch heb ik mijn exemplaar nooit terug gekregen. En nu zijn die dingen nergens meer verkrijgbaar! De fietsenmaker om de hoek is al twee maanden op zoek!

De Doggy Ride vraagt een geheel andere aanpak. Koppelstukken genoeg, maar nu ligt de fietsenmaker dwars. ‘Ik ga dat ding er niet opzetten. Ik heb met Batavis gebeld en die raden het ten sterkste af. Het elektrische systeem kan van slag raken en dan blijft hij maar vooruit gaan. Met als gevolg levensgevaarlijke toestanden. Ik neem dat risico niet.’

Ik snap het niet helemaal. Het is toch de bedoeling dat ik vooruit blijf gaan? Bovendien fietst de fiets zo log en zwaar dat het me onmogelijk lijkt om echt snel te gaan. Laat staan uit de bocht te vliegen.

©Toverheks.com

‘Onzin,’ zegt de man van de dierenwinkel,’Ik zet al twintig jaar koppelstukken op elektrische fietsen, nog nooit problemen mee gehad, neem je fiets maar mee, dan zet ik dat onderdeel er wel op. Ik heb toevallig nog zo’n speciaal verbindingsstuk liggen!’

In de praktijk blijkt het toch weer niet te werken. Het fame van de fiets van mijn moeder is zo dik en zwaar, daar past dat speciale koppelstuk voor elektrische fietsen helemaal niet op! De man van de dierenwinkel heeft intussen zijn derde kind gekregen, dus ik moet ook nog een paar weken wachten tot hij terug is van vaderschapsverlof voordat we er achter zijn…….

©Toverheks.com

En al die tijd hangt VikThor in een kattenmandje aan het stuur van de onverwoestbare Batavus. Hij groeit en groeit. Van twee kilo naar vier, naar zes, naar acht….. Hij gaat koppeltjeduikelend zijn kattenmandje in, je hoort hem niet klagen. Maar goeie hemeltje, hij barst er intussen bijna uit!

Na wekenlang tobben en overal nul op het request krijg ik van iemand de gouden tip. ‘Ga toch eens naar de Koerdische fietsenmaker op de Kaasmarkt. Die man kan echt alles, bovendien heeft hij ook alle denkbare onderdelen in huis….’

©Toverheks.com

Zo ga ik op zoek naar deze kleine magiër. Ik vind hem in een enorm pand op de Kaasmarkt. Het heeft wel iets weg van een oude smederij, maar dan zonder het vuur.

‘Wat kan ik voor je doen?’ De Koerdische fietsenmaker staat in de deuropening. Hij loodst me door zijn winkel van Sinkel naar achteren, om daar mijn fiets aan een grondige inspectie te onderwerpen.

Ik leg hem intussen het probleem uit. Al die fietsen en fietskarren. Maar geen enkele combinatie die werkt! ‘Deze fiets heb ik van mijn moeder geleend. Het is een geweldige fiets, oerdegelijk, sterk als een paard. Maar niemand wil of kan dat verbindingsstuk erop zetten.’

De man kijkt me doordringend aan. ‘Het kan me niet schelen of je die fiets van je moeder hebt gekregen of geleend. Of wat dan ook,’ begint hij. Goeie hemel, wat heb ik nu aan mijn neus hangen? Heb ik iets verkeerd gezegd? Hebben we last van de taalbarrière? ‘Het kan me echt niet schelen, het interesseert me totaal niet! Of die fiets is van jouw moeder, geleend of gekregen, maakt me helemaal niet uit’ benadrukt hij nog eens,’ Ik ga voor jou in orde maken!’

©Toverheks.com

De taalbarrière dus, grinnik ik inwendig. Wat een grappig mannetje. Ik krijg lol in het verhaal. De neverending story van de fietskar. Of eindigt het verhaal hier?

‘Kom over uurtje maar terug. Dan heb ik alles goed gemaakt.’ Ik ga er vandoor. Met VikThor aan een touwtje uit de werkplaats, hij hing aan het stuur in zijn mandje, maar is intussen te zwaar om te dragen…..

Als ik een uurtje later de grote hal weer inloop staat mijn fiets al klaar. Achter het zadel zit een mooie knop. Daar kan mijn oude aanhangwagentje aan hangen. Wat lager, in de buurt van de achteras zit het verbindingsstuk voor de Doggy Ride. Het is voor elkaar. Appeltje eitje! Voor de Koerdische fietsenmaker dan, want zijn Hollandse collega’s kregen dit niet voor elkaar!

Een Koerdische fietsenmaker. Ik wist niet eens dat ze fietsen hebben in Koerdistan, laat staan fietsenmakers. ‘U weet toch wel dat u een zeer belangrijk beroep heeft, meneer. U bent eigenlijk een soort superman! Zonder uw hulp zou ik bijvoorbeeld niet met mijn hondje kunnen fietsen!’

Ik vertel hem over de uitermate grappige act van Monty Pyton over bicycle repairman, die furore maakt in het land der supermannen. De man snapt er geen jota van, maar is wel geïnteresseerd. Ik schrijf de benodigde informatie voor hem op een papier. ‘Opzoeken hoor, op YouTube. Het is echt heel erg grappig.’

Dezelfde middag fiets ik met mijn hondje in de fietskar door de stad. Mijn pup zit als een prins op de erwt in zijn mooie karretje. Lekker droog en uit de wind. Wat een verbetering! Wat een geweldige vooruitgang……

Als ik later aan Don Leo vertel over de merkwaardige edoch grappige reactie van de Koerdische fietsenmaker of mijn moeders fiets begint hij te grinniken.. ‘Misschien dacht hij wel dat je em had gestolen, lieve Heks…..’ Tja. Dat zou ook nog kunnen……

©Toverheks.com

 

Eindelijk is het dan drie uur! We kunnen gaan kijken of de aanloopkat in de Kooij mijn wegloopkat is. Is ze werkelijk in een rechte lijn via de Haarlemmerstraat de stad uit gevlucht? Het lijkt er wel op!

 

Deze foto kreeg ik toegestuurd per sms. Of dit Snuitje is? Nauwelijks te zien, maar onmiskenbaar!

Snuitje poster

Zaterdag 22 oktober krijg ik plotseling bericht dat mijn kat Snuitje bij een paar studenten in de woonkamer zit. Aanvankelijk geloof ik mijn oren niet. Tot nu toe zijn dergelijke berichten nergens op uitgedraaid. Ook is mijn schatje al vanaf 25 juli zoek. Erg lang voor een piepklein poesje op leeftijd. Het zal wel weer loos alarm zijn. Toch ga ik achter de tip aan. Natuurlijk. Je weet maar nooit.

Het is een rare dag, die zaterdag. Eerst haal ik een nat pak, omdat mijn pup in de gracht springt. Daarna moet ik me een ongeluk haasten om droog en wel om drie uur op de stoep te staan bij de studenten.

ENORM UITVERGROOT ZIE JE HET IETS BETER……

Ik stuur een berichtje aan Joy en Boy, mijn grote kattenvrienden. ‘Snuitje is waarschijnlijk terecht. Ik ga vanmiddag kijken of zij het is!’  Dit onvolprezen liefdespaar heeft me enorm geholpen met het zoeken naar Snuitje. Toen ik zelf te druk was met mijn stervende hondje bleef dit stel onverminderd actief speuren naar mijn weglopertje. Overal in de stad hingen zij posters op. Hele straten werden geflyerd…….Ze gluurden door ramen en luiken. Gingen achter elke tip aan…..

Om half drie staan ze voor mijn neus. Ze gaan natuurlijk met me mee! VikThor wordt in de fietskar geladen. Zijn oude behuizing, een katten vervoersmand hangt schoon aan mijn stuur. Daar kan Snuitertje straks in. Als ze het is…..

“Ik ben hartstikke zenuwachtig,’ verwoordt Joy mijn gevoel. We zijn al zo vaak teleurgesteld. Bovendien: Zo’n oud katje, zo lang van huis! Niet gewend aan het buitenleven. Als ze het is, hoe zal ze er aan toe zijn?

In colonne fietsen we de stad uit. Hobeldebobbel langs de Oude Vest richting Haven. Onder de Zijlpoort door over de Singel en in een rechte lijn de Lage Rijndijk op. Tot vlak voor de Spanjaardsbrug.

Hier moeten we zijn. Ergens in deze huizen zit een kat, die verdacht veel op de mijne lijkt. Ik bekijk de gevel. Het opgegeven adres is op de eerste verdieping. Het is tegen drieën. We bellen aan.

Er gebeurt helemaal niets. De deur gaat niet open. Het huis oogt uitgestorven.

Een buurman komt aangelopen. Een oudere jongere zo te zien met wortels in de gabber sien. Hij kent dat katje wel. ‘Ze loopt hier al maanden te miauwen. Je kunt haar heel gemakkelijk over haar buikje aaien, ze gaat er helemaal voor liggen. Die student ligt vast nog in zijn bed…….’

Eindelijk thuis en dan is er die vreemde hond! En waar is Ysbrandt eigenlijk!?

Een buurvrouw voegt zich bij ons. Een vrijgezelle tante met haar op bovenlip en tanden. Ze sjouwt een grote tas boodschappen naar binnen. ‘Ja, die kat is duidelijk verdwaald. Ik heb de dierenambulance een keer gebeld. Maar die zijn niet geweest……’

Wat een verhalen toch weer. Maandenlang miauwen in een paar ienieminituintjes! Hoe is het nu mogelijk dat niemand die kat gewoon een keertje bij het asiel op een chip heeft laten checken? Of eventje heeft gekeken op de site van Amivedi of Mijn dier is zoek? Daar stond mijn schatje levensgroot als vermist geregistreerd. Met een goed lijkende foto!

‘Ik ga toch eventjes aan de achterkant kijken of ik dat gevonden katje in een tuin zie zitten. Of op het balkon bij die studenten…..’ zegt mijn vriendin. Samen met haar liefje spoeden ze zich achterom een brandgang in. Ik blijf verwoed naar de gesloten voordeur staren.

Mijn magische blik lijkt te werken, want plotseling zwaait de deur open. Een frisgewassen jongeman lacht me vriendelijk toe. ‘U bent de dame van de kat. Nou, ik hoop dat het Snuitje is, want ze moet echt  hoognodig naar haar eigen huis. Ze kan helemaal niet overweg met mijn eigen kat. Die zit uit frustratie op het balkon!’

Joy

Ik snel achter hem aan de trap op. Waarschijnlijk brabbel ik iets terug, maar ik zou niet weten wat precies. Ik wil alleen maar naar mijn kat. Als het haar is. Nu. Eindelijk!

Bovenaan de trap is een halletje. En daar komt me een piepklein poesje tegemoet lopen. Ongeveer de helft van Snuitje. Maar het is Snuitje! Echt waar. Er is alleen niet zoveel van haar over…..

Ik pak haar verrukt op, geef haar een knuffel en probeer haar in de vervoersmand te stoppen. Intussen zijn Joy en Boy ook boven gekomen. Hun teleurstelling dat de Cyperse kat op het balkon van de studenten Snuitje niet is, dat het dus weer loos alarm is, maakt plaats voor vreugde. Mijn net hervonden kat ontsnapt in de consternatie en ik moet flink achter haar aan om haar weer te pakken te krijgen.

Ondankbare monsters zijn het toch. Katten. Zo ook deze: Helemaal niet blij om me te zien. Totaal niet geïnteresseerd om naar huis te gaan……

Niet veel later fietst de karavaan weer richting binnenstad. Joy haalt onderweg een taartje voor de heren studenten en voegt zich later weer bij ons. Thuisgekomen komt dochter Pippi direct kijken. Hoera! Moeders is weer terug. Liefdevol geeft ze haar kopjes en likjes. De rest van de katten volgt. Om de beurt koekeloeren ze naar dit magere scharminkeltje. Natuurlijk herkennen ze haar. Maar ze vinden het toch raar. Echt waar.

Het heeft heel wat voeten in de aarde om mijn ouwetje er weer bovenop te krijgen. Een infuus bij de dierenarts. Speciale verrijkte voeding, want ze is eenderde van haar gewicht kwijt. Heel veel rust en speciale aandacht…….

‘Ik voer haar met een theelepeltje. Dat vindt ze fijn. De eerste dagen kreeg ik er bijna niets in. Haar darmpjes lagen helemaal stil. Er zaten een paar keiharde versteende keuteltjes in. Gelukkig is de boel nu weer op gang gekomen. Maar we zijn er nog niet. Ze is nog helemaal niet de oude,’ vertel ik Steenvrouw, als ze bij Snuitje komt kijken.

Ook Trui brengt een bezoekje. Ze was tenslotte bij de geboorte van mijn ouwe kattekop. Haar kat Loetje is namelijk de moeder van Snuit.

En gaat ze het redden? Komt ze er bovenop?

Volgens de dierenarts is ze zo gezond als een vis. Geen gekke dingen. Alleen volledig uitgedroogd en ondervoed…..

Boy

Gek toch dat mensen mijn moeilijk benaderbare panter altijd eten willen geven, terwijl hij er gezond en doorvoed uitziet. Moeiteloos scoort hij muizen en andere kleine beestjes als lunch en tussendoortje. Toch was er laatst weer een buurvrouw die hem zonder zich af te vragen of het beest daadwerkelijk een zwerver is in de kost heeft genomen. Ik heb haar moeten bezweren om ermee op te houden. Op straffe van een bezoek van de wijkagent!

Maar mijn zeer toegankelijke binnenkat Snuitje, oud en uitgemergeld, niet gewend op muizen en vogels te jagen, volledig ondervoed en uitgedroogd…. Geen mens die op het idee kwam om haar te helpen. Maandenlang moest ze zich maar zien te redden. Haar scharminkelige lijfje getuigt hiervan.

Uiteindelijk heeft ze zich permanent toegang verschaft tot het huis van de studenten. Pas zeer recent. En die hebben toen bij toeval een poster zien hangen in de stad. Opgehangen door mijn vrienden. In hun eindeloze ijver om Snuitje thuis te brengen.

Deze week zit ik in de keuken met al mijn katten. Zelfs de panter is van de partij. VikThor stuitert er vrolijk tussendoor. Ik voel Ysbrandts geestige snuit duwen tegen mijn kuiten…… Eindelijk voelt het weer compleet hier in Huize Heks!

en een hele blije Heks


 

 

 

Een belangrijk telefoontje en een duik in de gracht. Heks redt haar eigen pup van de verdrinkingsdood! En raakt daarbij zelf van de wal in de sloot…….

Zaterdagmorgen krijg ik mijn ogen met moeite open. De puppytraining vrijdagavond met aansluitend toch weer het aanhoren van een aantal mensen met hun probleemverhalen hebben met gevloerd. Ik kijk op mijn telefoon en zie dat het al bijna 11 uur is.

Er staan ook een flink aantal berichten op: Ik ben gebeld door een mij onbekend nummer, er is een voicemailbericht achtergelaten en ook nog een SMSje verstuurd. ‘Volgens mijn zit uw kat Snoetje momenteel in onze huiskamer.’  staat er. En iets verder ‘Snuitje bedoel ik’.

O jee, iemand heeft vast weer diezelfde Cyperse kat binnengehaald, die al diverse keren is opgepakt in de veronderstelling dat het Snuitje zou zijn. Het arme beest raakt nog eens getraumatiseerd van al die gevangenschap in vreemde huiskamers! Ik zal toch maar eventjes bellen om voor de zoveelste keer te zeggen dat dit echt mijn kat niet is……

De bel gaat.  Steenvrouw staat op de stoep. We drinken koffie, giechelen, wisselen nieuwtjes uit: ik ben die hele kat vergeten. Mijn vriendin is nog niet de deur uit of Buurman belt aan met hond Carlos. Of we gaan wandelen? Eerst nog meer koffie?

‘Ik moet allereerst maar eens eventjes over Snuitje bellen, iemand heeft haar weer gevonden, maar het zal wel weer om die uithuizige Cyper gaan hier uit de buurt….’ Ik draai het nummer. Buurman kijkt verwachtingsvol. Hij heeft goede hoop dat het om Snuitje gaat. Hij is dan ook nog niet zo vaak teleurgesteld.

Een jongeman pakt aan. Hij blijkt helemaal niet in mijn buurtje te wonen. Het gaat ook niet om de beruchte grote en jonge Cyperse buurtkat. Nee, dit poesje is klein en oud. Net als Snuitje. ‘Ze loopt hier al een paar maanden in de buurt rond.’ Ook dat klopt. ‘Ze kan geweldig schreeuwen om eten, het is echt een kletskous.’ Jee, dat klinkt als mijn Snuiterd.’ Mijn hart slaat een paar slagen over. Opeens heb ik haast om te gaan kijken.

De jongeman stuurt me een foto, waarop een minuscuul katje te zien is. Het is geen beste foto, maar toch herken ik mijn schatje direct. ‘Ze is het, 99.99999% zeker!’

Helaas kan ik niet direct komen, de jongeman zit op zijn werk. En zijn huisgenoot ligt nog te slapen. Hij blijkt een notoire nachtbraker te zijn. Nooit voor twaalven zijn bed uit. Een echte klassieke student! Om drie uur is hij klaar met sporten, dan kan je terecht!’ schrijft de onbekende kattenredder.

‘Laten we eerst maar eens de hondjes uitlaten, dan gaat de tijd ook sneller,’ Buurman sleept me mee voor een wandeling. We slenteren door een paar parkjes. De hondjes zijn door het dolle. Mijn hoofd tolt. Straks word ik misschien herenigd met mijn oudste kat. De grootmoeder van mijn hele kattenclan. Geweldig…….

Terwijl we in een parkje langs de Singel wandelen rent VikThor vrolijk voor ons uit. Op het terras van ‘De Grote Beer’ springt hij opeens over een muurtje. Om geheel te verdwijnen. ‘Plons’ horen we. Ik trek een sprintje naar de plek waar mijn hondje is verdwenen: Aan de andere kant verdwijnt de muur meters lager in de gracht. Een paniekerig hondje spartelt daar rond. En ik kan er met geen mogelijkheid bij.

Buurman rent naar de overkant van de gracht, maar ik heb me al over de muur laten zakken. Zonder ergens over na te denken plons ik in de gracht. Ik ga nog net niet kopje onder! Met een zwierige beweging zwaai ik mijn pup uit het water in de armen van een verschrikte bezoeker van het etablissement.

Mijn handtas smijt ik er achteraan. ‘Haal mijn telefoon eruit!’ commandeer ik. Dat ding moet zo snel mogelijk in veiligheid worden gebracht. Ik moet er niet aan denken dat ie het niet meer doet: Het telefoonnummer van de redders van Snuitje staat er in!

Ik schuifel langs de rand van de gracht naar een steiger verderop. Ik heb geen zin om te gaan zwemmen, mijn schouders zijn nog droog! Dat is al heel wat. Moeizaam hijs ik me op de kant. Druipend en wel.

Een serveerster uit ‘De Beer’ vraagt bezorgd of ze iets voor me kan doen. Ik zou niet weten wat. Een setje droge kleren zit er niet in op een koksmuts na dan. Hetgeen toepasselijk zou zijn gezien mijn naam en mooi zou staan op mijn heksenhoofd. Ook kan ik moeilijk in een taxi gaan zitten in mijn natte kloffie. Wel wil ik zo snel mogelijk naar huis. Het is niet al te ver lopen. Hooguit een kwartiertje…….

Buurman komt verschrikt aanrennen. Met een verholen olijke grijns op zijn snoet overigens. Die laatste verdwijnt niet meer. De hele ijskoude weg naar huis hoor ik hem heimelijk ginnegappen. Bol van de binnenpret brengt hij me tot voor mijn voordeur.

‘Ga maar snel onder een hete douche staan, Heks, zodat je geen kou vat,’ grijnst hij vriendelijk. Om er vervolgens vliegensvlug vandoor te gaan: Hij wil het verhaal graag aan zijn gade vertellen! ‘Ik hoop dat het Snuitje is!’ roept hij over zijn schouder, ‘Sterkte vanmiddag, lieve Heks!’

Hij heeft er toch niet zoveel vertrouwen in. Zo’n oude kat. Veertien weken weg. Het zal mij ook benieuwen. Onlangs zag ik een ongelofelijke Snuitje lookalike op de site van een Limburgs asiel. Zij was bij de vorige eigenaar weggehaald omdat ze veel te dik was! Er bleek achter het kleine koppie een enorm lijf schuil te gaan…….. Niet mijn kat dus. Die weegt maar een paar kilo……

Ik ga met VikThor onder de douche. Ik was het kroos uit onze oren en de bagger uit ons haar. Gelukkig is het grachtenwater niet meer wat het geweest is, anders waren we allebei doodziek geworden! Tegenwoordig is het Leidse grachtenwater van goede kwaliteit: Er worden zelfs zwemwedstrijden in gehouden!

Het kan altijd erger…….

 

 

 

Noble Silence stilte voor de storm?Heks snoert zichzelf de mond; soms heel gezond. En wandelen met Kras: Bepaald niet in stilte!

VikThor groeit de pan uit. Als kool. Ik zie hem omhoogschieten. Ik hoor hem piepen en kraken in zijn voegen als hij slaapt. In twee maanden tijd is hij verviervoudigd….

Mijn leven draait al maandenlang om mijn hondjes. Eerst rond de verpletterende verpleging van mijn oude knarretje en nu rond de intensieve verzorging van mijn kleine pup. Tussendoor lig ik gestrekt. Er komt niet veel zinnigs uit mijn handen op een paar potten jam na. Mijn mond produceert louter geleuter. Daarom houd ik em maar zoveel mogelijk dicht.

Dat lukt niet altijd. Er zijn dagen dat ik toch maar weer zo’n beetje gezellig voor me uit loop te zwammen. Redenerend in de ruimte. Orerend tegen de wind. Als de eerste beste mafketel. Een kattenvrouwtje met gebrek aan gesprekspartners. Een zonderling zonder gezelschap.

Dinsdagavond loop ik weer eens in mezelf te kletsen. Hele verhalen houd ik ‘Ins Blaue hinein’. Goeie hemeltje. Wat zeg ik toch allemaal? Blablabla. Een monologe interieur van heb ik jou daar. Ik wil er zelf al niet naar luisteren, laat staan een ander. Zo vermoeiend…..

Ik pak mijn bordje met ‘noble silence’ van de kapstok en hang het om mijn nek. Er is geen mens in mijn buurt te bekennen, die me tot een gesprek zou kunnen verleiden. Toch acht ik deze ingreep noodzakelijk. Mijn interne geleuterkoek moet aan banden gelegd. Ik word moe van mezelf.

Er zijn ook dagen dat de stilte me te pakken heeft. Dat er rust en zachtheid heerst vanbinnen. ‘Het gaat de goede kant op,’ denk ik dan, ‘Mijn eindeloze woedende scheldpartijen zijn praktisch van de baan. Ik kan de zon weer in het water zien schijnen. Ik zie door de bomen het bos weer….’

Mijn hondje groeit tegen de klippen op. Elke dag gaan we iets leuks doen samen. Woensdag bijvoorbeeld wandelen met Kras en haar Braks: Grote vriend Lucas chagrijnig grommend als altijd en lieve Lotje met haar snoezige eigenwijze koppie.

We hobbelen rond het verlaten golfveld en baggeren het magische eilandje bij ‘Het Joppe’ over. Het is ijzig koud. Brrrr. De hondjes hebben nergens last van natuurlijk, maar voor ons is het afzien.

Mijn kleine Smurf vindt het maar wat interessant met zijn nieuwe viervoetige vrienden. En spannend! In het huis van Kras piest hij een spoor door de kamer van enthousiasme en opwinding. Hij zet zijn eigen luchtje grondig uit in dit vreemde territorium vol onbekende beesten…..

Net als we het een beetje hebben opgedweild doet hij het kunstje nog eens dunnetjes over. Gelukkig is mijn vriendin hondjes gewend. En heeft een plavuizen vloer!

We eten gezellig samen. Heks heeft alle ingrediënten voor een fantastische Frittata meegebracht. Snel knikker ik 1 en ander in een grote koekenpan. Een kwartiertje later is het al klaar. Geroosterde groenten erbij en een geroosterde kweepeer toe…….

dsc05390

‘Jeetje Heks, wat heb ik lekker gegeten, wat een goed idee van jou om samen te eten!’ glimt Kras. Zoals altijd hebben we het heel gezellig saampjes. Gespreksstof genoeg, ook vanavond.

‘Gek he, dat wij zoveel dezelfde ervaringen hebben gehad in het leven,’ zegt ze bij het afscheid. Ja, dat is inderdaad heel bijzonder. Er zijn zoveel punten van overlap, je kunt het bijna niet geloven.

Dat maakt het wel heel gemakkelijk om met elkaar te communiceren. We hebben vaak aan een half woord genoeg. En dat is ook wel eens prettig.

 

 

Heks viert ‘drie oktober’ samen met vrienden. Het weer laat aanvankelijk te wensen over. Toch vermaken we ons prima: De stad is van ons!

3-oktober04

Zondag regent het pijpenstelen. Tijdens mijn wandeling met VikThor begint het te hozen. Met bakken komt naar beneden. Mijn kleine hondje houdt moedig stand, maar als ik even later zijn vervoersmandje open maak klimt hij er vliegensvlug in: Ha! We gaan weer naar huis!

Een uurtje later fiets ik richting kroeg. Ik ga met vrienden naar een grappig Belgisch bandje kijken. Onderweg ploeter ik weer door een regengordijn. Het houdt maar niet op.

Bij ‘Café De Bonte Koe’ tref ik mijn dierbaren. De met plastic zeilen overkapte steeg is afgeladen vol ondanks het weer. Een aanzienlijk deel van dit gezelschap bestaat uit het vijfentwintig koppen tellende blaasorkest! En wat voor’n orkest! Ze zien er fantastisch uit.

Een paar uur genieten we van dit zotte gezelschap, waar ik achteraf nergens de naam van kan vinden. Zelfs niet in het overzicht van alle dit weekend optredende bands online! Worden onze zuiderburen nu gewoon gediscrimineerd? Oud zeer? Komt de val van Antwerpen weer boven tijden de viering van 3 oktober?

Na de zoveelste toegift en een polonaise door de steeg haasten we ons naar Huize Heks. Tot op het bot verkleumd. Snel knal ik een grote bak hutspot met klapstuk de oven  in. Dan trekken we een mega fles wijn open en storten ons op soep en stokbrood.

Wat een gezellige dag, ondanks het prutweer.

’s Avonds blijf ik lekker binnen. Overal om me heen hoor ik bandjes spelen, maar het is niet zo heftig en hard als op zaterdagavond. Ik val redelijk op tijd in slaap. Om half zeven verzamelt de fanfare alweer onder mijn raam. ‘Toet’ schettert de sousafoon opgewekt de buurt wakker. Gelukkig blijft het daarbij. Muisstil marcheren ze de straat uit…..

Even later loop ik alweer buiten met VikThor. Na zijn poepje en plasje haast ik me naar huis terug. Snel duik ik weer mijn bed in: Ik draai me nog een keertje lekker om!

’s Middags ga ik met Frogs en het hondje naar ‘Het Leidse Hout’. Mijn kleine mormel moet nodig wat energie kwijt! We laten hem lekker lopen en rennen. Daarna stop ik hem in zijn bench. Nu zijn wij aan de beurt. Samen met mijn kikkervriend loop ik de stad in. Ik heb me voor de gelegenheid fantastisch uitgedost. De Godin zelf danst in mijn gedaante. Het blijft niet onopgemerkt.

Van ‘U hebt het geluk om naast een schitterende vrouw te lopen,’ (een man tegen Frogs), tot ‘U ziet er werkelijk prachtig uit, maar zo loopt u ook’, (een vrouw tegen Heks), tot een dame van een kledingwinkel in Delft, die me aanspreekt op mijn fabeltastische kledingstijl en vervolgens met complimenten overlaadt……

Het gaat maar door!

Zo wordt mijn ego grondig is opgepept. Ook wel eens lekker.

We kijken bij een geweldig bandje, ‘The Amazing Stroopwafels’, maar het is zo verschrikkelijk druk, dat we uiteindelijk het gedrang ontvluchten. We schooieren een beetje door de stad en storten ons aan het begin van de avond op mijn onvolprezen hutspot.

‘S Avonds dansen we salsa bij de kroeg op de hoek. Ik heb intussen genoeg bier op om nauwelijks meer last te hebben van mijn knie. ‘Laten we nog eventjes over de kermis gaan,’ roep ik overmoedig.

Heks in de bocht

We schuimen over het enorme terrein op zoek naar een leuke attractie. Helaas vindt Frogs alles wat binnenstebuiten draait en op zijn kop gaat eng. Je krijgt hem er met geen stok in: Hij wordt al misselijk bij het idee. We gaan dus maar het spookhuis in. Ook eng, griezelig zelfs, maar je wordt er in elk geval niet misselijk van.

Heks houdt wel van een beetje gedraai en gekolk. Daarom laat ik me in mijn eentje nog maar even op mijn kop zetten……

Dan ontdekken we de kamelenrace: Geweldig! Een ongelofelijk melig spelletje, waar hele hordes vrienden met een bakkie op hun laatste geld aan spenderen. Ook wij wagen ons aan een paar races.

Kamelenrace

Natuurlijk krijgen we honger, dat hoort erbij op zulke dagen. Heks kan uiteraard het meeste junkfood niet eten, maar een kwalitatief goeie hamburger kan geen kwaad lijkt me. Behalve voor de koe dan. Heerlijk. Ik eet die dingen echt nooit.

Frogs smikkelt een enorm bord poffertjes weg. Met ananas en slagroom. Zo zitten we op de valreep lekker ons buikje te smeren alvorens naar huis te gaan. Het is weer mooi geweest: Leidens Ontzet hebben we grondig gevierd. Van die Spanjaarden hebben we voorlopig geen last meer.

Behalve dan van Sinterklaas natuurlijk. De hopeloze discussies rond zijn domme zwartgeschminkte hulpje laaien links en rechts alweer op. Wat is er nodig om ons daarvan te bevrijden? Het inzetten van windmolens lijkt me zinloos, Piet lijkt daar eerder al een klap van te hebben gehad……

 

VikThor ontdekt de wereld vooral met zijn mond: Met een voorkeur voor excrementen uit allerhande kont! En van de trap af rollen is niet bepaald gezond….

vikthor1

Vorige week zondag lazer ik van de trap. Ik sta net op het punt om een kek outfitje aan te trekken teneinde samen met mijn nieuwe liefde naar een wild feest in Amsterdam te vertrekken. Voordat we gaan laat ik mijn schatje nog eventjes poepen in de steeg. Ik til zijn snelgroeiende lijfje op en draag hem de trap af. Op foute schoenen.

Al bij de tweede traptrede glibbert mijn houten muiltje onder me vandaan. Om mijn droomprinsje te beschermen maak ik een rare beweging en hopla: Ik ga onderuit.

Vertraagt neem ik waar dat ik op mijn elleboog stuiter. Een grote schaafwond is daar later een stille getuige van. Tevens zie ik mijn linkerknie in een onmogelijke hoek draaien. Het gewricht maakt een scheurend geluid. Een stekende pijn vlamt de laatste slaap uit mijn ogen. Goeie hemel. Dit is foute boel!

Strompelend laat ik mijn hondje uit. Niet veel later stop ik mezelf vol pijnstillers en ga in bed liggen wachten tot ze inwerken. Het valt nog niet mee om een positie te vinden waarin  ik het gewricht ontzie. Die kloteknie. Getverderrie.

Nou ja, je begrijpt het al: Het feestje wordt afgeblazen. De hele week spoelt min of meer weg door het afvoerputje. Dagenlang ben ik niet vooruit te branden. Ik ga uiteindelijk maar uit op een goeie brace en baan me al fietsend een weg door de onrustige stad. Overal worden kermisattracties opgebouwd. En podia voor een keur aan amateur-bandjes. Hopelijk kan ik tegen 3 oktober weer een beetje uit de voeten!

Nu zijn we alweer een week verder. Nog steeds piept en kraakt mijn knie dat het een lieve lust is. ’s Nachts word ik om de haverklap wakker van felle stekende pijn als ik hardnekkig probeer op mijn rechterzij te slapen. Overdag slik ik er nog maar wat extra pijnstillertjes bij…..

De laatste vierentwintig uur ben ik ook nog eens een paar keer kleddernat geregend, terwijl ik met mijn pup liep te stumperen door een park. Ik krijg de neiging om lekker binnen te blijven. Maar ja, ik heb natuurlijk wel een hond! Ook al is hij klein en niet bepaald dol op regen.

VikThor levert zijn eigen bijdrage aan de algehele malaise vandaag in Huize Heks. Hij presteert het om vier keer een hap van een drol te nemen. Eerst kattenpoep of Chihuahua-stront hier in de steeg. Daarna ganzenblerp in het park. Iets van een hele vieze natte kledderdrol van een grote hond gaat ook nog richting zijn mond, terwijl ik schreeuwend ingrijp. En tot slot opnieuw een smeuïg ganzenpoepje toe.

Hij is net een beetje over een vervelende parasiet in zijn darmpjes heen. Dat heeft me enorm veel energie gekost: Al zijn speelgoed, kleedjes, mandjes alsmede de spullen van de katten moesten worden gewassen. Kussens en dekens, hoekjes en gaatjes heb ik uitgestoomd.

Nachtenlang heeft mijn ventje me ook uit mijn slaap gehouden met erbarmelijk gejammer: Mijn kereltje had pijn in zijn kleine babybuikje. Om de haverklap ging ik dan maar weer eventjes naar buiten met hem. Trap op, trap af met zes pakken suiker in mijn armen, want ja: Hij is intussen verdriedubbelt!

Daarnaast heb ik alle andere beesten ook volgestopt met een gruwelijk antiwormenmiddel. Het werd me niet in dank afgenomen…..

Varen met rederij Rembrandt

Mopperdemopper. Het valt weer niet mee. Behalve als je van de trap valt. Dan ben je snel benee!

Ach welnee. Het zijn maar voorbijgaande strubbelingen. Minuscule irritaties. Mijn dagelijkse gevecht tegen de chaos.

Op dagen als deze droom ik van een georganiseerd bestaan. Een administratie die op orde is. Een lege berging en een opgeruimde werkkamer. Een functionerend lichaam. Een hondje dat zichzelf opvoed en geen poep lust.

Maar ja. Dat laatste kan ik vergeten. VikThor is duidelijk in de anale fase. In combinatie met zijn maar voortdurende orale fase levert het een ware poepzoeker op! Een manke Heks met haar kleine stinkhondje, verregend tot op het bot: Voor je het weet heb je last van een kort lontje…..

Straks ga ik dan toch eindelijk eventjes de stad in. Gisteravond ben ik voortijdig in slaap gevallen en toen ik wakker werd was het al vijf uur in de ochtend. Het tijdstip van de dronken dropjes.

Vanavond komen er vrienden hutspot eten. Ik heb een gigantische pan van dit gassige goedje gekookt. En een braadslede vol klapstuk!

 

Wie een kuil graaft voor een ander is sociaal bezig! En: Laatste tropische dagen van 2016 nodigen uit tot spijbelen. Heerlijk!

Dinsdagmorgen belt Frogs. ‘Ga je vanavond mee naar het strand? Het is zulk mooi weer.’ Eigenlijk zou ik bij hem gaan eten en vervolgens naar het koor vertrekken. Terwijl mijn kikkervriend op VikThor zou passen. ‘Ik weet het niet, Frogs, ik moet natuurlijk repeteren. Je weet dat ik het nooit zomaar oversla.’

Een paar uur later is het 35 graden Celsius. Veel te warm in de middag om met mijn hondje naar buiten te gaan. Ook mijn zin om braaf te oefenen met mijn zangmaatjes is tanende. ‘Laten we het doen,’ sms ik mijn kikkervriend. Een paar uur later vist hij me op met zijn grote bolide.

We rijden naar de Wassenaarse Slag. Daar zijn veel minder honden dan op het hondenstrand in Noordewijk. En aangezien VikThor nog een laatste enting moet krijgen is dat een veiliger optie.

We dragen mijn ventje tot aan de vloedlijn. Zijn snelgroeiende hypermobiele ledematen mogen nog niet zwaar ploeteren door zacht zand. We zoeken een plekje en genieten een paar uur van het zalige weer. Af en toe springen we in het water om af te koelen.

Een echtpaar komt voorbij met een paar enthousiaste volwassen Springers. Ze rennen vol overgave achter een balletje aan. Volledig gefocust. VikThor ziet het vol spanning aan. Licht trillend observeert hij zijn grote broers. ‘Wat geweldig! Stoer! Dat wil ik ook!’ zie je hem denken. Als ze weg zijn graaft hij een kuil.

Tegen achten zoeken we een strandtent op om een hapje te eten. We zijn net op tijd. Om acht uur gaat de keuken dicht!

Strandpaviljoen Sport‘ heeft geweldige uitbaters. Niet alleen hebben ze een prachtige Springer Spaniël en een Duitse Herder rondlopen. Ook kun je er glutenvrije/sojavrije/lactosevrije producten bestellen. De kinderen van het echtpaar hebben ook de nodige allergieën en dit heeft hen gemotiveerd om te zorgen dat mensen met coeliakie en dergelijke gewoon bij hen terecht kunnen voor een lekker maal. Of een portie glutenvrije/lactosevrije bitterballen!

We zitten eerste rang voor een fenomenale zonsondergang. Terwijl we proosten met een goed glas wijn en genieten van ons eten zakt op de achtergrond de gouden zon in een roze/oranje/paarse vlammenzee.

Frogs is wel een beetje afgeleid, want naast ons zit een knappe gescheiden huismoeder met haar kinderen. Morgen moeten ze gewoon naar school. ‘Ze hebben zelfs proefwerkweek. maar ja, het is zo heerlijk op het strand. We blijven nog eventjes….’

Misdadig natuurlijk, proefwerkweek tijdens zo’n hittegolf. Frogs heeft al de hele dag vrij in verband met een tropenrooster op de school waar hij les geeft! Dat is het betere werk!

Om een uurtje of negen wordt het alweer donker. Het is nog steeds dertig graden. Op ons gemakje gaan we naar huis. VikThor is helemaal happy. Doodmoe ligt hij te slapen in de mand op mijn schoot.

‘Morgen moet ik helaas wel aan het werk, Heks, ik ga dus maar direct naar huis. Het was heerlijk aan het strand. Niet te geloven dat het zulk fantastisch weer is, de meteorologische herfst is officieel al begonnen!’

Ik voel me ook zeer tevreden. Spijbelen is soms toch zo geweldig! Ik ben dol op mijn koor, maar deze magische zomeravond in de herfst ging toch eventjes voor!

Vriend wil mijn pup VikThor lenen om over de markt te flaneren: Alle vrouwen vallen in katzwijm! Een enorme boost voor zijn ego!

 

Wandelen met een pup is een ervaring op zich. Ik herinner me het nog van toen Ysbrandt zo klein was. Mijn eerste hondenbaby arriveerde twaalf jaar geleden een paar dagen voor kerst. Eindeloos liep ik hier door de steeg te wandelen met het piepkleine ventje. In de aan die steeg grenzende Schouwburg speelden de acteurs Arjan Ederveen en Beppy Melissen die week mee in een hilarisch kindertoneelstuk: De Wensput. Ik ben natuurlijk gaan kijken, echt heel leuk.

De gigantische hond van Arjan rende ook door de steeg herinner ik me. En Beppie. Zij rende niet, maar schreed. Heks is een grote fan van Beppie Melissen. Ik was dan ook zeer verguld toen ze helemaal verliefd werd op mijn puppy. ‘Oh’ en ‘Ah’ klonk het dagelijks uit haar beroemde mond. Aan het eind van de voorstellingenreeks kreeg Heks een enorme bos bloemen van haar cadeau. Of beter gezegd: De kleine Ysbrandt kreeg een ruiker!

Ook nu zijn de vertederde verzuchtingen niet van de lucht als ik met mijn pup door de stad wandel. ‘Wat een lief hondje’ verzucht mijn nieuwe buurvrouw. Samen met haar vriendje knuffelt ze mijn ventje plat. Ik vertel hen over het gezucht en gekreun op de locale terrassen zodra ik met VikThor op de proppen kom.

‘Of het nu junkies zijn of zware alcoholisten, iedereen komt in zijn of haar zachtheid met mijn hondje. Het meest grappig zijn de geluidjes van jonge meiden…’ ik doe het voor, geen gehoor natuurlijk: Mijn imitatie lijkt overdreven, maar dat is het niet. Al die meiden maken echt zulke geluiden! Mijn buren liggen dubbel.

Dan komt de huisgenote van de buurvrouw aanfietsen. ‘Kijk een wat een leuk hondje’, roept de buurvrouw naar haar vriendin. Ze doet snel een stap opzij zodat VikThor in beeld komt. En ja hoor: ‘OOhohohooooh….’ verzucht het meisje idolaat. En ‘Ahahaaahhh’. Exact op dezelfde manier als ik net nog heb voorgedaan! ‘Hahaha,’ lachen mijn gesprekspartners. Zo grappig!

‘Ik wil ook een hond,’ vertrouwt een junkie me eerder deze week toe. Hij is net klaar met gebruiken. De zilverpapiertjes liggen nog te slingeren. Ondanks allerlei gevaarlijke metalen punten om gebruikers te weren zit hij op zijn oude vertrouwde plek bij de Volksuniversiteit. Hij is zo dun dat hij waarschijnlijk met gemak toch comfortabel tussen de spiesen kan zitten……

‘Ik ben wel een beetje klaar met mensen, je kunt ze niet vertrouwen …’ Hetgeen mensen ongetwijfeld ook over hem zeggen. Junkies zijn nu eenmaal doorgaans niet de meest betrouwbare en bebouwbare medemensen…… Hij kijkt onrustig om zich heen. Dan blikt hij weer vertederd naar mijn hondje. ‘Zij houden echt onvoorwaardelijk van je…’

We praten eventjes over het hebben van een hond. De verantwoordelijkheden die het met zich meebrengt. Ritme en regelmaat is wat de klok slaat met een hond. In die zin zou het wel goed voor de man zijn. En ook van de onvoorwaardelijke liefde zou hij erg opknappen. Elk mens wil liefgehad worden. Ook de meest duistere ziel.

Maar of het goed is voor de hond? Ik betwijfel het ten zeerste. De jongeman kan duidelijk niet voor zichzelf zorgen, laat staan voor een ander…..

Twintig keer per dag vallen mensen op hun knieën voor mijn pup. Ze maken de gekste geluidjes, zonder zich te generen. Vijf schooljongens in de ban van Pokemon doorkruisen de steeg. Er staat een lur aan om de hoek. Vraag me niet wat het is, maar het trekt veel publiek, dat wel.

De jochies zijn pre-baard-in-de-keel-stoere-gasten. Ze keuren me geen blik waardig totdat er een piepklein hondje uit mijn tas komt. De grootste van het stel ligt direct op de grond te dweilen. ‘Mag ik hem aaien?’ hij knuffelt zonder gene met VikThor. ‘Kijk eens wat een schattig hondje,’ roept hij tegen zijn vrienden. Niet veel later ben ik omgeven door een prepuberale stoeipartij. Oh, wat vinden ze mijn hondje toch leuk!

Een oude vriend van Heks heeft al geïnformeerd of hij mijn pup een keertje mag lenen om over de markt te flaneren. Een dergelijke ervaring met Ysbrandt heeft hem de meest leuke en legendarische flirts opgeleverd met hordes beeldschone dames. ‘Echt Heks, je weet niet wat je meemaakt als man. Nog nooit heb ik zoveel aandacht gekregen van de vrouwen als tijdens mijn wandeling met jouw puppy. Een ervaring om nooit meer te vergeten!’