Guilty pleasures: Heks kijkt naar Utopia. Oh, oh, wat is het geweldig leuk op dit moment. Relaties exploderen of komen op scherp te staan. Wat een enge mensen zitten er toch in. Het programma biedt bepaald geen dwarsdoorsnede van de maatschappij door zijn hoge gehalte aan narcisten. Ook de oppervlakkige, ondergetatoeerde, op uiterlijk gerichte medemens is oververtegenwoordigd. En ach, die arme veganist. Overgeleverd aan een kudde kannibalen……..

Tralala Utopia. Het meest irritante en strontvervelende televisieprogramma van de hele wereld. Soms probeer ik te kijken, maar ik houd het zelden lang vol. Tot op heden. Sinds ik echter een gesprekspartner heb gevonden met als quilty pleasure het kijken naar dit programma, vind ik het opeens een stuk leuker om naar dit circus te kijken.

‘Ik verbaas me er steeds weer over dat zelfs intelligente mensen, zoals Hiske en toch ook die Gerrit, alleen maar bezig zijn met het liefdesleven van iedereen. Hoeveel narcisten tel jij nu met je narcistenscanner? Jessie natuurlijk, die Merel wordt ook steeds duidelijke. Nog meer?’ schrijft hij vanmorgen.

Pipo de Clown

Heks is niet genoeg thuis in het programma om iedereen langs de narcistenmeetlat te leggen. Gerrit is een flamboyante narcist. Overduidelijk. Kleurrijke egocentrische en gevaarlijke typjes waar niet mee te leven valt. Zegt het ene, doet iets geheel anders. Liegt en bedriegt, maar gelooft er zelf in. Als het hem uit komt.

Die Jessie is een Thin Skinned exemplaar. En Merel is door de omgang met een rasnarcist zelf die trekjes aan het kweken. Een ellendig bijverschijnsel van de ultieme overgave aan een narcist.

verft Jessie zijn haar?

Dunne huid narcisten zijn van een geheel andere orde. Ook erg onbetrouwbaar en achterbaks. Ook zij missen een kern in de vorm van een hart vol liefde. Hun liefde is reactief. Berekenend. En beperkt. Na een overdosis affectie van een ander warmen ze soms een beetje op. Aan de buitenkant. Maar hun reptielenhart blijft vol venijn.

Het zijn onzekere rakkers. Of rukkers. Want seksualiteit is een beladen gebied voor deze angstige lege hulzen. Presteren op het moment suprême is er vaak niet bij. Hun onzekerheid maakt hen zeker niet betrouwbaarder dan de flamboyante narcist. Denk aan onzekere honden. Die zijn verantwoordelijk voor de meeste bijtincidenten.

Merel in de narcistenkweekvijver

Heks geniet enorm van de geweldige scene met Gerrit en Shelley afgelopen weekend. Een onwaarschijnlijk stel. Een lelijke botte kerel met een prachtmeid. Die hij bij voortduring belazert. Helaas is ze gevoelig voor de narcistische medemens. Ze heeft wellicht een vader of moeder met deze stoornis. En dan ben je stekeblind voor die vorm van gekte.

Als Gerrit betrapt wordt op een grensoverschrijdend bericht aan een andere dame is hij vooral pissed off, dat hij er bij gelapt is. Hij ligt op dat moment net zich enorm aan te stellen op zijn bed, omdat het zijn verjaardag is en hij dat niet wil vieren.

De inteligente Hiske

Hierdoor zijn alle ogen al op hem gericht. Echt enorm genieten voor dit aan aandacht verslaafde kleutertje luister. Zijn liefje is bezig om van alles voor hem op touw te zetten. Een gezellig feestmaal. Ballonnen en slingers. Ze likt aan zijn oor, terwijl ze lispelt hoe ze haar best voor hem zal doen vandaag.

Ze stelt alles in het werk om hem weer in een goed humeur te krijgen. Gerrit zwelgt hier tevreden in met een ongelukkig smoelwerk. Zijn kinnebak steekt kluchtig een meter in de lucht. Jeetje, wat heeft die vent toch een grove harses.

Net als Gerrit het helemaal gemaakt heeft met zijn dramatische verjaardagsact krijgt Shelly de beruchte mail van 1 van Gerrits vriendinnetjes. ‘You are special, hartje hartje…. ‘Staat er onder een foto van de betreffende dame en onze volwassen baby. Met de armen om elkaar heengeslagen. De tekst is geschreven door Gerrit. En dat had hij echt niet moeten doen…….

Jessie

Heks vindt het allemaal nogal meevallen, die tekst, maar Shelly gaat direct op tilt. Het is de druppel. De zoveelste!!!! De reeds lang ter water gelaten kruik is definitief aan diggelen. De koek is opeens helemaal op.

Ze rukt de slingers van het plafond en verscheurt de foto’s van hen beiden. Gooit alles naar zijn kop. Loopt een dag en een nacht stampend over het terrein…..

En Gerrit? Hij schreeuwt, huilt, heft zijn armen in de lucht, beklaagt zich over hoe stom hij is, huilt nog harder…….

Een minuutje of vijf, tien. Laat zich gebroken troosten door die maffe Hiske…….

Gerrit

En dan gaat hij op bed liggen om zich te beraden. Een nieuw plan de campagne moet worden gemaakt. Is het nog haalbare kaart om die meid weer binnen te vissen bijvoorbeeld? Zal ze opnieuw in zijn leugenachtige leuterkoek trappen?

Hij wrijft als een wraakzuchtige Wicky de Viking langs zijn relatief kleine neusje. Broedt menig eitje uit, daar alleen op zijn bed. Op zijn verjaardag. Eenzaam en zielig. ‘Oh, wat sneu voor Gerrit. Moet je op je verjaardag stiekem gaan douchen en iedereen ontlopen. Echt heel zielig hoor….’ vinden zijn mede-Utopianen.

Opvallend aan het programma vind ik ook, dat de titel de lading totaal niet dekt. De meeste mensen vechten elkaar voornamelijk de tent uit. Met puntige getatoeëerde ellebogen. Men gunt elkaar doorgaans het licht in de ogen niet. Het hoge gehalte narcisten is uiteraard zand in de machine van elk idealistisch initiatief.

‘Lach me gek om die veganist, wat een kwibus. En dan die bodybuilster! De voorgevel van Utopia! Die vrouw, die het begrip hout voor de deur een geheel nieuwe dimensie geeft!’ ‘Ach ja, die arme veganist. Geheel onbegrepen in de wereld der kannibalen,’ antwoordt mijn vriend.

De veganist is eigenlijk de enige in dit getatoeëerde huishouden, die er echt idealen op na houdt. Maar dan weer op een rigide manier van heb ik jou daar. Bovendien is de man dermate passief agressief, dat er eigenlijk geen zinnig woord mee te wisselen valt. Heks kijkt met open mond hoe hij zich door het ene na het andere conflict haspelt. Zonder ook maar te horen wat de tegenpartij te melden heeft.

‘Jullie interesseren me niet,’ roept hij gefrustreerd, als hij hierop wordt aangesproken, ‘Ik ben hier voor mijn idealen…’

Gezellig!

Adriaan met zijn knuffel

Heks persoonlijk griezelt het meest van Jessie. Brrrrr. En daarna met stip die gare Gerrit. Maar daar moet ik ook erg om lachen. Hij heeft iets van een onwillige clown. Zelfs zijn uiterlijk leent zich hier uitstekend voor. Een rode neus er op en een paar flapschoenen er onder en klaar is Kees.

Gelukkig heeft Merel een verstandige moeder. Zonder ophouden stuurt ze haar dochter brieven om de relatie met Jessie te ondermijnen. Moet hij haar dochter maar geen dikzak noemen. De slissende slang van dit paradijs is bepaald niet wijs.

Een man met een hart van steen heb je nooit alleen, Shelley!

 

 

Lalalalalala, Mien waar is mijn feestneus? Ja, een reisje langs de RijnRijnRijn, Cantabilee-hee lalielalielalielalielalielalielaliela, pompompom. Gaat het wel goed met je, Heks? Jazeker. Nieuw muzikaal hoogtepunt voor jarig Ex Animo en Swift: Het enige echte Leidse Zangfietspad is geopend!

Vrijdagmorgen mis ik mijn prikken. Ik krijg mezelf niet op tijd gereanimeerd om acte de présence te geven bij de doktersassistenten. Nu heb ik de afgelopen maanden bijna alle afspraken gemist wegens opstartproblemen vroeg in de morgen. De dames begonnen zich al ernstig zorgen te maken, want waar zit mevrouw Toverheks toch?

Ik bel de afspraak af. Dat wordt enorme gewaardeerd is me verteld. Dat afbellen. Niet speciaal het feit, dat ze verschoond blijven van het tegen mijn slaperig smoelwerk aankijken……

Net als ik denk, dat het een lekkere rustige start gaat worden piest Snuitje in mijn bed. Sinds ze het aan haar niertjes heeft is dit aan de orde van de dag. Heks heeft speciale geplastificeerde picknickkleden over haar bed uitgespreid. Meestal voorkomt dit verdere problemen.

Niet vandaag. Pontificaal heeft mijn pissebedje precies naast het beschermende kleed gepiest. Scheldend begin ik aan een enorme berg was. Stapels wasgoed. Lakens, dekbedden, matrashoezen……. De wasmachine eet alles gulzig op.

Wat een geluk dat ik zo’n machine heb. Dat we niet meer op de hand aan een stinkende gracht op blote knietjes hoeven te boenen. Met een wasbord. Dat is een ouderwets gebruiksvoorwerp, niet een afgetrainde buikpartij. Dit voor eventuele jonge lezers….

Op de televisie is een dominee aan het woord in ‘Het Vermoeden‘. Het is zondagmorgen. De man vertelt over de betekenis van de naam Abel. ‘Nietigheid, zuchtje wind, kwetsbaarheid.’ En laat God zich nu net over die mensen druk maken, beweert de man. En laat Kaïn dat nu niet kunnen uitstaan. Hij wil die aandacht graag alleen voor zichzelf. Hij slaat zijn broer dood.

Het is een interessante kerel, die dominee, Carel ter Linden. Stokoud. Jong van geest ook. Hij zegt geweldige dingen. Zo helder als glas.

‘Mijn ouders, mijn gestoven vrouw, ze zijn in mij,’ hij zegt precies dezelfde dingen als Thich Nhat Hanh over de dood.

Mooi begin van de dag toch weer. God houdt van kneusjes. Heks boft hier echt enorm mee. Helaas ken ik ook het fenomeen jaloezie. Tot mijn verbijstering zijn de meest succesvolle, rijke, met nazaten gezegende, dik in de spullen zittende en anderszins spekkopende medemensen met enige regelmaat stikjaloers op Heks geweest.

Waarop is me echt een raadsel, maar het is de enige verklaring voor het absurde gedrag van dat pootje lichtende volkje. Maar ik ben nooit dood geslagen. Iemand heeft wel eens halfslachtige pogingen gedaan, dat wel. Ook ben ik regelmatig monddood gemaakt, helaas. Maar daar heb je dan dit soort blogs voor.

Soms vind ik het jammer, dat het niet louter wildvreemden zijn, die het lezen. Ik ben met enige regelmaat op de vingers getikt over de inhoud van mijn schrijfsels door lieden, die vinden dat ik gewoon mijn bek moet houden. ‘Heks in je hok.’

Mijn hulp arriveert vlak nadat ik een smoothie door de keuken heb gelanceerd. Mijn voornemen  ‘Laat ik eens een lekker opbouwend en gezond fruithapje maken voor mezelf’ heeft volstrekt averechts uitgepakt.

Heks tikt met haar ongeleide wapper-armen een glazen potje met medicijnen uit haar keukenkastje. Het geval landt precies op de rand van het Hoegaardenglas vol plakkerige fruitprut.

De boel explodeert. Het glas versplintert in duizend stukjes en vliegt door de hele keuken. De smoothie wordt gelanceerd tot in mijn bestekla. De klodders vliegen om mijn oren. Kleffe glassplinters landen in een spoelbak vol afwas…… Snel dep ik de ergste troep met keukenpapier.

Nu moet ik echt benen maken, want om half twee moet ik de deur uit. We gaan optreden met het koor. We krijgen een fietspad aangeboden, samen met de jubilerende wielerclub Swift.

Gelukkig is het prachtig weer. Niet te warm. Ik neem VikThor mee. Hij draaft opgewekt het hele stuk naar Cronesteyn naast de fiets. Natuurlijk ben ik aan de late kant. Niet dat het al begonnen is, maar er wordt verwoed ingezongen.

Het komt me op de zoveelste zure opmerking te staan van een sopraan. Heks is echter al lang blij, dat ze het weer heeft gered vandaag. Ik ben compleet achterstevoren begonnen vanmorgen…..

Een stoere wethouder in bloemenjurk houdt een vlammend betoog en vervolgens wordt het bord onthuld. ‘Zangfietspad, hier mag je officieel (mee)zingen op de fiets. Geen vreemde pauzes meer in je liedje, omdat er iemand langsfietst.’ 

Zingend fietsen we het hele pad af, de leden van Swift en Ex animo. ‘ja, we rijden op het zangfietspad…….’ op de wijs van ‘Ja, een reisje lang de Rijn Rijn Rijn…..’

Aan de andere kant staat nog een verkeersbord. Ook dit wordt onder luid applaus onthuld. Het pad is officieel geopend!

Swift is echt exact vandaag jarig. We worden uitgenodigd in hun fantastische clubgebouw. ‘Wat een geweldig clubhuis, dat willen wij ook wel voor ons koor,’ grappen we onderling. Heks krijgt zin om lid te worden van deze sportieve vereniging.

Een vrouw van de organisatie houdt een vlammend betoog over de mogelijkheden voor mensen met een beperking. Swift houdt ook van kneusjes, net als God. Er worden allerlei initiatieven voor hen ontplooid binnen hun mogelijkheden. Het duizelt me werkelijk, zoveel aanbod.

Helaas vraagt elk initiatief toch om het investeren van een zekere hoeveelheid energie. Die ik niet heb. Ik wurm me dus uit het gesprek en ga er vandoor. Ik ben meer op mijn plek in het koor. Maar het kriebelt nog steeds, mijn verlangen om te sporten.

Wat een leuke middag toch weer. Wat hebben we toch een geweldig koor. Heks peddelt op haar gemak naar huis. VikThor springt in de eerste beste vaart. Ik laat hem nog eventjes lekker zwemmen. Op weg naar huis sprokkel ik een maaltje bij elkaar. Nog een paar uur met de dame van Cuprum vervelende klusjes doen en dan zit de week er eindelijk op…..

 

‘Een vrouwenhand en een paardentand staan nooit stil,’ zei mijn grootvader altijd. Tja. Gelukkig zijn wij dames tegenwoordig beter gebekt. Spontane mutaties zijn zelfs aan de orde van de dag. Zo ontwikkelt Heks zich rap tot botte Haaibaai: ‘Beter 10 haaientanden in je mond, dan eentje in je kont.’

De laatste week houd ik mijn mond. Zoveel mogelijk. Het heeft een oorzaak, dit gezwijg. Deze dagenlange oefening in Noble Silence. Een fysieke oorzaak.

Een paar weken geleden gaat Heks onder het mes bij een parodontoloog. Met veel enthousiasme snijdt de man in tandvlees en bot. Verwijdert lagen sponzig bindweefsel in boven en onderkaak. Naait de boel weer aan elkaar met een stevige hechtdraad. Fröbelt  een waar kunstwerkje achter in mijn heksenmond…..

Ruim een uur is hij aan het knutselen.

‘Zo, wat ben ik tevreden over de ingreep, mevrouw Toverheks. Zo blij, dat er niet allemaal pus in die kraters van je getrokken verstandskiezen zat. Alleen maar bindweefsel. Ik heb het zo mooi weg kunnen snijden. Dit gaat echt veel verschil maken voor de algehele toestand van je mond…..’

Met een verdoofd hoofd, een brief met post operatieve instructies en een fles giftige mondspoeling sta ik even later weer buiten. Daas klim ik op mijn fiets en peddel naar huis. Eerst maar even de hond uitlaten. Voordat de verdoving is uitgewerkt.

Heks is toch een gek gebakkie. Hoe haal ik het in mijn hoofd om na zo’n pijnlijke ingreep gewoon op de fiets te stappen? En nog eventjes een flinke ronde met mijn hond om te gaan? Leer ik het dan nooit? Waarom heb ik mijn omgeving niet ingelicht en om hulp gevraagd? Ik zal je vertellen waarom. Omdat ik dan wel aan de gang kan blijven.

Mijn motto is nog steeds: Wat je zelf kunt doen moet je niet laten, Heks.

‘Wat doet u allemaal om uw klachten in stand te houden?’ vroeg een gezondheidspsycholoog me ooit bij de eerste kennismaking. Het was in feite de eerste zin, die de man richting Heks produceerde. ‘Vraagt u dat ook aan een kankerpatiënt?’ pareerde ik zijn vraag. De man stond met zijn mond vol tanden.

Ik was bij die kwibus terecht gekomen, omdat ik na een forse operatieve ingreep ver beneden zeeniveau was gezakt. Als landwezen. Geen leven dus. Overleven.

Wat doe ik allemaal om mijn klachten in stand te houden? Ja, goeie vraag. Dit dus. Opstaan, eten, hond uitlaten, slapeloos slapen. Hiermee houd ik met gemak al mijn klachten in stand. Appeltje eitje voor de gemiddelde ME-patiënt.

En alhoewel ik ruim dertig jaar ben weggezet als ouwe zeur, ben ik in feite een bikkeltje. Niemand die het ziet. Wat men meent waar te nemen is een aansteller. Iemand, die ziektewinst probeert op te strijken. Ook zo’n rare redenatie.

‘Een collega van me heeft ME gekregen en dat is helemaal geen zeikerd, ik zie nu wel in dat het toch een echte ziekte is….’ kreeg ik ooit van een bevriende arts naar mijn kop. Nadat ik al twintig jaar ziek was. Lekkere opmerking.

Na flink te zijn uitgelachen door een reumatoloog een kleine maand terug waren de rapen goed gaar bij Heks. Verbolgen stuur ik een klacht naar het betreffende ziekenhuis.

Ik wens niet te worden uitgelachen, omdat ik wanhopig op zoek ben naar een arts, die nu eindelijk eens iets voor met gaat doen. En al helemaal wil ik niet horen, dat mijn lichaam toch zo zijn best doet voor me. Teveel zijn best doet. Zeg dan gewoon niks.

Na een week ligt er een excuusbrief in mijn mailbox. Hoogstpersoonlijk geschreven door de betreffende reumatoloog. Hoezeer ze het betreurde en dergelijke. Vooruit maar. Ik ben er toch blij mee.

Aan het begin van de week peutert de parodontoloog de hechtingen uit mijn tandvlees. Mijn tong en verhemelte zijn helemaal rauw van al die loshangende ellenlange draden in mijn mond. Ik kan al dagen nauwelijks praten of eten.

Dik twee weken ellende al, deze ingreep. Halverwege die periode wil  ik mijn hoofd er af zagen. Wegens ondraaglijke pijn. Natuurlijk bereikt de crisis precies op een zaterdagavond het hoogtepunt. Of dieptepunt…….. Ik geraak bijna op het punt om die parodontoloog uit zijn bed te bellen midden in de nacht…..

Gelukkig is de pijn de dag er op een beetje gezakt….. Het scheelt enorm als ik grotendeels in bed blijf ontdek ik.

‘U hebt hoogstwaarschijnlijk een bloedprop in de wond gekregen. Of een bloeduitstorting. Maar het ziet er nu schitterend uit, ik ben dik tevreden…’

Dinsdag zit ik bij mijn huisarts. Mijn handen zijn ontstoken, allemaal kleine zeer pijnlijke brandwondjes. Vervolgens opstaan blaren. Die steeds groter worden…… ‘Nee, het is niet die processierups, Heks, het is iets bacterieels, ik zal je een antibioticazalfje voorschrijven….’

Als vervolgens de aanvraag voor de scootmobiel ter sprake komt, oppert de goede man om zijwieltjes aan mijn fiets te zetten. Snel praat ik hem dat uit zijn hoofd. De halve wereld rijdt op zo’n scootmobiel. En ik moet het maar weer uitzoeken? ‘Begin alsjeblieft niet over zijwielen tegen die WMO-mensen. Je ziet aan mij niets, dokter, maar zo’n mobiel zou wel eens mijn actieradius enorm kunnen vergroten op slechte dagen….’

Die verrekte hopeloze dagen dat het fietsen niet lukt. Die dagen, waarop ik zelfs om de haverklap van mijn fiets flikker of met fiets en al omval…………. Die dagen, dat het laatste rondje hier door de wijk me compleet opbreekt. De avonden, dat ik eindeloos tegen dat laatste uitlaatrondje aan hik…. De keren, dat ik strompelend rond hompel.

Je moet uit gaan van je slechtste moment heb ik geleerd. Door schade en schande.

Vandaag ontmoet ik iemand met deze elektrische step, misschien is dit wel iets voor Heks……

Ik zie me al met bovenmenselijk inspanning die loodzware elektrische fietsen met zijwieltjes de berging in en uittillen. Zonder wieltjes lukt me regelmatig al nauwelijks. Doorgaans gaat dit klusje dan ook gepaard met veel gescheld en gevloek.

Donderdag zit ik weer bij de parodontoloog. Wegens vergaande pijnklachten. ‘Er steekt echt nog iets in mijn mond, ik denk een vergeten hechting…..’ murmel ik benepen. ‘Krijg nou wat, het is een stukje bot, dat door je tandvlees heen je mond is ingegroeid. Heel uitzonderlijk, nog nooit zoiets gezien…’

De man maakt snel een foto voor zijn archief. Een klein haaientandje van bot steekt regelrecht mijn mond in. Prikt in mijn tong. Belet me al weken vrijuit te spreken. Staat aan de wieg van mijn huidig chagrijn……

Vervolgens zaagt hij de punt van de haaientand af. Een hele verhandeling over epitheelweefsel en botweefsel volgt. Groot kans, dat het tandvlees zich over het stukje bot heen gaat vlijen is het idee. ‘Bot groeit veel trager dan epitheel. Best vreemd dus, dat het zo snel je mond in is gegroeid. Heel apart…’

‘Alle wondjes op mijn lichaam raken afgelopen week ontstoken, mijn lichaam reageert altijd heel heftig en raar op dit soort dingen. Na de eerste behandeling hier kreeg ik een waanzinnig abces elders in mijn lijf….’ zeg ik bezorgd. Ik wil niet nog meer ellende.

Met een fles giftige mondspoeling sta ik even later weer buiten. Voorlopig nog maar eventjes goed schoonhouden, die wond. Waarschijnlijke een piepklein gaatje, maar het voelt als een enorme krater met in het midden een stuk blootliggend bot.

Zo dan. Met een rauwe bek vol pijnlijk tandvlees, nog een ingreep voor de boeg, ontstoken handen, geen melktanden maar watertanden……

Komend weekend heb ik een date. Met een leuke kerel met een hond. Kijk, dat is het voordeel van onzichtbaar ziek zijn. Geen mens die het in de gaten heeft. Ook zo’n date niet……

Heks kijkt naar de Tour. De hele middag kabbelt het voort op de buis. Dan: Spanning en sensatie. Het peloton breekt in tweeën. Waaiers wapperen je om de oren. Weer winst voor Jumbo Visma. En hun kopman doet goede zaken……. Wat een geweldige ploeg. Wat is toch hun geheim? Ik zal het je verklappen: Ze gunnen elkaar wat!

Vanmiddag kijk ik naar de Tour. Een lange rit met waarschijnlijk een massasprint aan het eind. Groenewegen zit nog steeds vooraan. Heerlijk.

Tussendoor wordt er flink geluld. Geouwehoerd. Geklessebest. Door stoere kerels. Wie zegt er dat wij dames lang van stof zijn? Wie durft te beweren dat heren efficiënt converseren?

Eindeloos staat Herman van der Sande te oreren met alweer een oud renner. Rob Harmeling in dit geval. Beiden geven hun mening over deze geweldig leuke Tour. Er worden allemaal oude koeien van stal gehaald. En uit de sloot. Toen was het snoeiheet, toen viel er eentje dood. Toen won die en die, toen hebben we het verkloot. Precies hier. Op dezelfde berg. Of de vorige. Of de volgende.

‘Je hoeft niet te drummen en te duwen in de bochten,’ roept van der Sande over het komende stuk van vandaag. Heks houdt toch zo van het wielerjargon. Het sleuren en stoempen. ‘Ze hebben die kopgroep aan een draadje,’ vervolgt Herman. ‘Ja, de klassementsrenners hebben geluk…..’ antwoordt zijn gesprekspartner, ‘Dit was vroeger de kookpot van Frankrijk. Dit jaar is het helemaal niet te warm hier….’

Ik vind het wel jammer, dat het niet bloedheet is in die beruchte kookpot. Ik zie die wielergasten graag sterven, toch overleven, er weer bovenop komen en voortleven. Terwijl ze gewoon doorstoempen. Geparkeerd staan door de hongerklop om dan toch met twee vingers in de neus die etappe te pakken…..

Extreme omstandigheden willen dan nog wel eens helpen……

Heks ligt al dagen stiekempjes gestrekt. Het valt niemand op, want het is geen geweldig weer. Het valt sowieso altijd geen hond op, als ik in de lappenmand ben. Behalve dan mijn eigen hondje. Die ligt te balen aan het voeteneind van m’n bed. Hij vindt zo’n dodelijk vermoeide heks maar niks.

Ik slaap uren achter elkaar. Val ’s avonds in slaap voordat ik heb gegeten. Al een paar dagen. Dus heb ik vandaag de warme hap alvast om vier uur ’s middags achter de kiezen gepropt. Beter vroeg dan nooit.

Oh, wat heb ik lekker gekookt. Zal ik mijn receptje geven? Van glutenvrije, lactosevrije, sojavrije calamaris met veganistische citroen/knoflookmayonaise?  Supersimpel en heel lekker! Vooral voor de televisie tijdens ‘De Avondetappe’.

Zet twee schaaltjes klaar. In de ene doe je een mengsel van 1 deel boekweitmeel en 2 delen kikkererwtenmeel, flinke snuf zout, cajunkruiden en mediterrane kruiden er door mengen. In de andere schaal kluts je twee eitjes. Eventueel nog wat van de kruiden er door mengen.

Op het vuur een hoge smalle pan met een flinke laag olie. De calamaris moet echt koppie onder gaan. Verwarmen tot 180 graden. Steek een stokje in de olie. Als de olie om het stokje bruist kan de calamaris er in.

Haal de inktvisringen door  het meelmengsel en vervolgens door het eiermengsel. Hop in de olie. Drie minuten geduld AUB en laten uitlekken op keukenpapier.

De saus maak ik van een flinke hand rauwe cashewnoten met het sap en de rasp van een uit de kluiten gewassen citroen. Vier eetlepels olijfolie erdoor. Teentje knoflook. Halve theelepel zout. In de keukenmachine fijn pureren tot een romige rijke saus.

Serveren met een leuk groentegarnituurtje. Of zoals Heks als bijgerecht bij een pastamaaltijd. Of gewoon zo voor de buis met een glutenvrij biertje er naast en de Tour op de achtergrond.

In de Tour is nu van alles aan de hand. Er zijn opeens 2 pelotons ontstaan. En een kopgroep. ‘Wat een ongelofelijk blunder. Pinot gaat nu zelf op kop rijden, ja hij zal wel moeten. Complete paniek natuurlijk. Iedereen laat hem lekker rijden. Ik hoop dat Groenewegen in die groep zit….’

Heks volgt niet helemaal wat er gebeurt. ‘Wat een blunder zeg,’ hoor ik steeds. Waar is Groenewegen? ‘Ze willen Pinot niet terug laten komen. En Fûgelsang….. Dan is Groenewegen ook kansloos…….’

Wat een leuke Tour hebben we dit jaar. Geen gecontroleerd gekut met oorwurm Froome.  Nee, er gebeurt van alles. De Nederlanders doen het geweldig. Eerlijk zal het nooit worden, de wielersport.

In het ene team hebben ze bijvoorbeeld allemaal op maat gemaakte peperdure aerodynamische stuurtjes. Het scheelt je minuten tijd per uur. Andere teams hebben niet zulke stuurtjes. Te duur.

Oh, krijg nou wat, allemaal waaiers. Niet best. Een slagveld……

‘Groenewegen heeft niet de benen om het kolletje te verteren,’ roept de verslaggever. Hij is voor vandaag dus gezien. Spanning en sensatie. Wat een leuke Tour! ‘ Een zwarte dag voor Pinot.T’is koers hè?’ schreeuwt de commentator opgewonden, ‘Ja. T’is koers……!’

Wout van Aert wint de sprint. In zijn eerste ronde van Frankrijk. Een super leuke Belg in dienst van Jumbo Visma. Een veldrijder! Wat een verrassing! En onze eigenste Kruiswijk slaat een slag in het klassement.

 

 

Maakbaarheid of braak-baar-schijt. Vooruit met de geit, gekke meid. Heks wars van wauwse dwarsverbanden…… Merkbaar meandert mijn mottig humeur door zompig moerassig niet maakbaar laagland. Geen man overboord, ik zeg niks. Of toch: No mud, no lotus.

Jajaja. Yep. Yes. Doch……. Oui!

Ik probeer het maar weer eens: Ja zeggen. Nee ligt me alweer jarenlang in de mond bestorven. En dat is vast niet best. Heks heeft een boek in de kast met de titel: De kracht van ja. Geschreven door John Kalse, een spirituele leraar van Heks van lang geleden.

Op televisie tettert de 2Doc documentaire ‘Nu verandert er langzaam iets.’ Hoe toepasselijk. Over het maakbare bestaan. Jezelf verbeteren tot op het bot. Heks doet al ruim een halve eeuw pogingen hiertoe. En nog steeds ben ik niet tevreden met het resultaat. Met mezelf. Verre van……

Een aantal jaar ging het een stuk beter. Oogkleppen op en schellen niet van de ogen gevallen helpt enorm. Ik deed altijd enorm mijn best om een goed mens te zijn, zonder dat het overigens erg werd gewaardeerd door deze en gene. Maar in elk geval wel door mezelf!

Heks had oog voor haar bescheiden pogingen om er iets van te maken in haar amoebe-bestaan. Ook vielen mijn periodieke inspanningen om er iets van te maken voor bepaalde medemensen me met enige regelmaat op.

Mijn bovenmenselijke krachtsinspanningen om een gekwetst medemens eventjes op te tillen. Een stukje te dragen zelfs. Ik was me bewust van mijn niet aflatende inzet om geliefden te verbinden. Mijn vermogen om ruimte te scheppen voor anderen om er te zijn. Samen te zijn.

Maar goed. De klad is er een beetje in gekomen. En terecht. Wie denk ik wel dat ik ben om een ander te willen helpen? Om de wereld te willen verbeteren? Om van mezelf een goed mens te maken? Lulkoek.

Heks kent mensen, die net als zijzelf graag goede werken willen doen. Die ervan dromen heilig te worden verklaard. Of ze hebben last van hun enorme geweten, als een grote eeuwenoude windstille binnenzee rustend in hun borstkas, waar werkelijk de hele wereld in wordt weerspiegeld.

Sommige van deze mensen hebben mijn persoontje wel eens tot hun projectje gebombardeerd. Hun goede werken betroffen dan opeens Heks in hoogsteigen persoon. Ongevraagd werd er aan me gewerkt. Allerlei ongevraagde adviezen en aanbevelingen werden er dan plots in mijn strot geduwd.

Helaas ben ik wars van dit soort geneuzel. En tevens een hopeloos project natuurlijk. Geen eer aan te behalen. En ik ben ook nog niet eens dankbaar.

Het is dus niet zo erg, dat ik zelf met dit soort strontvervelende acties ben gestaakt. Ik bedoel hiermee niet het onbaatzuchtig iets voor een ander doen. Vooral als het aan ons gevraagd wordt. Nee, de ongevraagde betweterige toewijding is wat ons nekt. De wereld staat er bol van.

We hebben behoefte aan het doen van goede werken en duwen ze ongegeneerd bij de eerste beste kneus door de strot. Zonder te vragen wat nodig is. Of er iets nodig is. Misschien wil iemand alleen maar een keer zijn verhaal kwijt? Zonder direct een oplossing geserveerd te krijgen?

Op televisie wordt een soundtrack gedaan in een enorme evenementenhal. De zaal is nog leeg. Een man met een gezwollen stemgeluid begint te oreren ‘Vandaag gaan we het hebben over persoonlijke kracht. Persoonlijke kracht bestaat uit je energieniveau, je communicatievaardigheid en je mindset. Het gaat er om dat je goeie vragen stelt……..’

  

‘Als je namelijk GOEDE vragen stelt dan krijg je helderheid. Helderheid leidt tot inzicht. En als je inzicht hebt, als je het ineens anders gaat zien, verdwijnen angst en onzekerheid. En als je geen angst en onzekerheid hebt, ben je zelfverzekerd. En als je zelfverzekerd bent, durf je te kiezen, durf je beslissingen te nemen. En elke beslissing die je neemt bepaalt de koers van je leven.’

‘What you imagine, you become!’

‘Goed he?’ schalt een vrouwenstem direct hierna door de ruimte, Staat het er goed op? Marc, contact, goed zo? OK!’

Heks wordt een beetje draaierig en misselijk van het gezever. Bah. Hoe durven mensen toch voor veel geld ons deze onzin te verkopen? Bah en nog eens bah.

Tijdens mijn cursus ‘Creëren vanuit je bron’ bij John Kalse indertijd deed Heks ook verwoede pogingen om haar eigen leven opnieuw te creëren. Voor de zoveelste keer. Ook ik ben altijd zeer bevattelijk geweest voor het verbetervirus. Dat nare ziekmakende betweterige wezentje, dat altijd overal de kop op steekt. Vooral ook in spirituele kringen.

Zo trachtte ik nog een leuk gezinsleven voor mezelf te creëren op de valreep. Ik geef toe, het is alweer eventjes geleden, dat ik bij de man in de leer was. Een paar kinderen creëerde ik en een lekkere vent.

Maar wat gebeurde er? Er werd het mes gezet in mijn vermogen om kinderen te krijgen. Letterlijk. Slechts een paar jaar later.

Oh ja, ik was intussen natuurlijk ook volledig genezen van mijn ziekte in mijn zelf gecreëerde leventje. (In werkelijkheid was ik precies op dat moment bezig om weer terug bij af te geraken door een ziekmakende airco in een vervuild gebouw waar ik werkte. Het onding was een paar weken voor mijn reisje geïnstalleerd. Na de vakantie en de cursus bij John kwam ik terug in een soort schimmelkot.)

Tot slot was ik zeer succesvol in mijn werk. Werk, dat ik leuk vond. Mijn talenten werden volop benut. Een happy Heks……. En? Is dat dan nog gelukt?

Nee, ik had juist de meest vreselijke baan ooit, computersystemen bouwen met behulp van Oracle. Zo afschuwelijk saai! Een jaar later zat ik definitief thuis. Volledig afgekeurd. Min lijf had het helemaal op gegeven……

Nu zou je kunnen zeggen vanuit spiritueel opzicht, dat ik niet zo goed ben in het creëren van mijn eigen leven. Mensen, die zweren bij boeken als ‘The Secret’ roepen dit soort dingen om de haverklap. Het zou dus betekenen, dat ik echt ontzettend dom ben, dat ik zoiets simpels en eenvoudigs niet voor elkaar krijg. Na al die jaren. Al die pogingen. Al dat werken aan mezelf…..

Of is het misschien zo, dat dat maakbare leven een wassen neus is? Uitgevonden door mensen, die zich graag met anderen bemoeien. Die hun eigen leventje maar niks vinden en hun heil zoeken in het verbeteren van andermans bestaan?

En vervolgens beweren dat ze daarvoor in de wieg zijn gelegd? En er ook een lekkere boterham mee verdienen. Dus roepen dat andermans leven voor verbetering vatbaar is loont. Voor de toesnellende hulpverlener dan……

‘Jouw ziekte is een schuurpapiertje van het leven,’ aan het woord een heksenvriendinnetje van een paar jaar terug. Heks zat net in een dramatisch slechte periode en ik wist werkelijk niet waar ik het zoeken moest. Mijn relatie met een narcist was net uit. ‘Dan word je toch gewoon lesbisch, Heks?’ was de oplossing voor dit probleem door dezelfde bevriende heks.

Ja, laten we dat dan maar eens proberen. Een bef-lapje naast dat schuurpapiertje.

Maakbaar bestaan. Overal is een verklaring of oplossing voor. ‘Ik ben onlangs toch gebeten door een teek,’ een klasgenootje op de heksenschool springt enthousiast op en neer voor mijn neus. ‘En weet je wat het betekent? Dat iemand je zit leeg te zuigen….’ vervolgt ze enthousiast.

Heks heeft hier allemaal geen geduld voor. Ik weet allang niet meer wat wat betekent. Wat die ziekte betekent. Wat het betekent, dat ik altijd alles en iedereen kwijt raak. ‘Oh, nou, daar heb ik helemaal niks mee, al dat geverklaar…’ reageer ik geprikkeld.

Of iets dergelijks. Ik weet niet meer wat ik precies riep, om haar de mond te snoeren. Wat ik wel weet, is dat ze me verschrikt aan keek. Ze bedoelde er niks kwaads mee. De halve wereld hangt aan elkaar van dit soort verbanden. En verklaringen. Ze wilde het alleen maar delen…..

Heks is toch ook een rare heks. Heel veel spirituele praat vind ik lulkoek. Ik ben wars van zo is het en blablabla. Voor mij is dit pad een moeizame zoektocht. Met veel valse profeten, die je moet mijden. En een paar regelrechte pareltjes op je weg.

Op de televisie worden nu varkens geknuffeld. Een gewilde techniek om tot jezelf te komen. Mits je niet Islamitisch bent. Dan is tot jezelf komen middels een varken vragen om moeilijkheden natuurlijk. Volstrekt niet halal in elk geval.

Het maakbare leven. De meeste mensen hebben geen zak in te brengen in wat hen overkomt. ‘Kijk, dit partje is wat je overkomt, het is maar een piepklein stukje van de taart. Slechts 10 procent…’ Aan het woord is een juf van een lagere school. Ze geeft een les over geluk aan kinderen van een jaar of 11.

‘Geluk, gevoelens van blijheid tevredenheid en welzijn gekoppeld aan het gevoel, dat het leven zinvol en de moeite waard is..’ leest een leerling de definitie van geluk aan de rest voor.

‘Ja, hele lange zin. Hoe zat het ook alweer? Als je jullie geluksgevoel in stukken verdeelt, zoals bij een pizza of taart, dan staat bovenaan 50% aanleg. Dat is hoe je geboren bent. Optimist of pessimist… En dan dus dat hele kleine stukje van wat je overkomt, maar 10%. Waar je woont, hoe oud je bent, heb je veel vrienden of weinig….’

‘En dat is 40% bewust gedrag. En bewust gedrag dat is waar je zelf invloed op hebt. Keuze’s die je zelf maakt. Hoe je zelf ergens naar kijkt. Hoe je zelf in het leven staat.’

Ongelofelijk toch dat dit soort idioterie op de basisschool mag worden onderwezen? Want het is niet zo. Mensen hebben niet veel invloed. Mensen zijn niet bewust. De gemiddelde bewoner van deze aardkloot op twee benen loopt de godganse dag te slaapwandelen. Dit hele verhaal is een lulverhaal. Je kunt echt veel beter met die kids gaan mediteren……..

  

Zoals altijd ben ik toch weer zo verbaasd over het gemak, waarmee we al dit soort onzin als zoete koek vreten. Hoe we ons ongelukkig voelen door dit soort wartaal en flutredeneringen. Hoe we ons laten beledigen door allerhande therapeuten, die beweren dat je leven maakbaar is…..

Zoals men mij ooit vroeg, bij aanvang van de enige behandeling, die je als ME patiënt door je strot geduwd krijgt hier ter lande, die vreselijke stompzinnige contraproductieve cognitieve therapie, ‘Wat doet u allemaal om uw klachten in stand te houden?’

Somber verhaaltje toch weer, Heks…..

Nee! Niet somber!

Er is genoeg om je aan vast te houden in het leven: Bewust ademhalen, bewust er zijn.

Het programma is nog lang niet af gelopen, maar ik ben het zat om naar allerlei vage therapiegroepjes te kijken. Heks kijkt liever naar de Tour.

 

2Doc; Waar komt onze zoektocht naar zelfverbetering vandaan? Zijn we ooit goed genoeg? ‘Nu verandert er langzaam iets’ is een uitgesproken en visuele verbeelding van de hedendaagse coaching- en trainingscultuur.

 

Een dagje vrij van je eigen bestaan is ook wel eens lekker. Of een paar weken, maanden….. Op vakantie gaan is voorlopig geen optie. Bovendien veel te vermoeiend. Maar een middagje ongegeneerd door de stad schuimen en plezier maken kan natuurlijk altijd!

‘Schat, kom je eten?’ Heks heeft een enorme pan Thaise rode curry gekookt. ‘Graag,’ schrijft Steenvrouw terug, ‘Maar liever morgen. Vandaag ben ik druk aan het klussen…..’

Mijn handige stoere vriendin heeft een complete wooneenheid in haar huis gebouwd. Met een piepklein keukentje, badkamertje, balkonnetje, bedje, tafeltje, stoeltje, magnetronnetje en kast. Ruim vijf, zes maanden is ze aan het klussen geweest. Een eindeloos project, een gebed zonder end, een megaklus.

Maar nu is het dan af. Haar eindeloze gebed is verhoord: Er komt een huurder aan. Hoera!

Zondag fiets ik een schandalig late ochtendronde ergens in de middag. Ik heb om zes uur vanmorgen nog door een slapende stad gewandeld en daarna zelf flink uitgeslapen. Langzaam kom ik weer op gang.

De stad is afgeladen vol. Overal staan bandjes te spelen, want vandaag is het Gouden Pet festival. Een competitie tussen straatmuzikanten. Heks heeft ook wel eens meegedaan vijfentwintig jaar geleden. Samen met Buurman en ons Dikkertje Tromkoor, een compleet koor bestaande uit twee personen. Ons tweetjes.

‘Kom wat eerder, dan gaan we een beetje over de markt lopen, het is hartstikke gezellig in de stad,’ app ik Steenvouw. Zo lopen we een klein uurtje later lekker door de stad te schuimen. VikThor is ook van de partij. Heerlijk vindt hij dat, die mensenmassa’s. Overal knuffelen met Jan en Alleman…. Een heel ander karaktertje dan Ysbrandt….

Op de Breestraat is een rommelmarkt aan de gang. Heks heeft een paar tientjes in haar tas gestoken. Hier en daar koop ik wat onzinnige en fantastische spulletjes. Het allerleukste is evenwel het onderhandelen. Ik heb een goede bui, evenals de verkopende partij. Dus de kwinkslagen zijn niet van de lucht.

In een kraam vol vreemde voorwerpen staan twee minuscule sumo worstelaars tegenover elkaar. Plastic poppetjes werkend op zonne-energie. Dreigend wiegen ze met hun heupjes. Schommelen met hun minimale massieve schoudertjes.

‘Wat kosten die worstelaars?’ ‘Vijf euro, jongedame. Maar ze zijn alleen saampjes te koop…..’

De twee mannekes wisselen van eigenaar. ‘Ze doen me denken aan bepaalde mannen in mijn omgeving,’ grap ik opgewekt tegen de verkoper. Grinnikend dient hij me van repliek. De lucht is licht en vrolijk. We dansen verder door de stad.

Een grote blauwe opgezette vlinder trekt mijn aandacht. Mijn hulp is dol op vlinders. En met name dit exemplaar. Een paar weken terug heeft ze me er een afbeelding van laten zien op haar telefoon. ‘Maar die dingen zijn geweldig duur. Moet je kijken, wat ze er voor vragen….’

Wat een toeval, dat ik er eentje tegenkom. Mijn kleding-engel is weer goed bezig. Hij heeft zich intussen ook toegelegd op het opsporen van bijzondere vlinders en woonhuizen. Voorzichtig informeer ik naar de prijs. Een fractie van wat ze er op internet voor wilden hebben.

Hierna vinden we het welletjes. Het geplande terras laten we zitten.

Met een tas vol gekke aankopen lopen we weer naar Huize Heks. Steenvrouw heeft ook een paar leuke dingetjes op de kop getikt. ‘Ik ben eigenlijk bezig om troep weg te gooien en moet je nu eens zien….’ ik kijk mijn vriendin berouwvol aan. We schieten in de lach. Vandaag mag het eventjes.

Geen zorgen voor morgen en leve de lol.

Heks zet een fenomenale Thaise curry op tafel. Verse Thaise basilicum groeit in mijn raamkozijn. Ik snipper de blaadjes over de borden. Nog een schepje veganistische Tzatziki ernaast….. Het feestmaal is compleet.

‘Proost, schat,’ Steenvrouw heeft wijn meegenomen. We klinken op een mooie zomer, nette bewoners voor haar pasgebouwde studio en de liefde. Vooral de liefde heeft wat geproost nodig. We zijn beiden alweer jaren vrijgezel. Het bevalt wel, beter dan leven met gezegende gekken, zoals onze exen…..

Maar is het intussen niet eens tijd voor een nieuw avontuur?

©Toverheks.com

 

 

Roeien met de theelepeltjes, die je hebt. Oost, West, krijg de pest. De pest er in heeft geen zin, Heks. Dus kom je tot niets, stap dan op je fiets. Die geweldige snelle elektrische fiets.

Heks zit weer in een lekkere periode van roeien zonder riemen, omdat je ze niet hebt. Heks heeft theelepeltjes tot haar beschikking. Om de drie dagen. De tussenliggende periode lig ik hoegenaamd stil.

Behalve als ik elektrisch rondfiets. Met mijn hondje, mijn zenmeester, mijn viervoetige vriend.

Idioot heet is het de afgelopen weken. Met tropische uitschieters en zwoele nachten. Heks ligt ’s middags in bed te wachten tot het een beetje afkoelt. Soms is het pas tegen zevenen enigszins te harden. Dan hang ik Vik’s kar achter mijn fiets. Stop mijn monster er in en hopla: Op naar het eerste beste parkje.

Daar laat ik mijn ventje zwemmen, totdat hij genoeg is afgekoeld om veilig de stad uit te komen. Op de warme geasfalteerde stukken zit mijn prinsje op zijn erwt in de hondenkar. Schaduwrijke stukken laat ik hem lekker rennen naast de fiets.

Bij het Valkenburgermeertje is het een drukte van belang. Dikke schommelende dames staan heupwiegend balletjes te gooien voor minuscule ratachtige hondjes. Een bolle lelijke kerel geeft me een grote bek, omdat zijn hond de bal niet uit het water wil halen. En mijn hondje wel. Ook het balletje van zijn hond.

Ik geef die afgekloven tennisbal dus maar weer terug aan dat stuk chagrijn. Met tegenzin. En een opmerking. Zijn vrouw glimlacht vergoelijkend, zoals een echte narcistenpartner betaamd. Snel maak ik me uit de voeten. Ik voel een scheldaanval  opkomen, zoals altijd tegenwoordig na een confrontatie met een rasnarcist.

Vlak voordat ik ervandoor ga schrik ik me een hoedje. In de verte komt een dame aanlopen met een grote hond. Ik denk eventjes dat het een oude vriendin betreft, die om onduidelijke redenen van de ene op de andere dag is afgehaakt. Maar nee. Het is een mij onbekende vrouw.

Als ik heel veel later op de terugweg weer langs het hondenstandje kom, staat de vrouw er nog steeds. We raken aan de praat, terwijl we eindeloos balletjes gooien voor onze honden.

En wat blijkt? We hebben op dezelfde lagere school gezeten. We kennen dezelfde mensen. Ze vertelt hoe ze haar hond van een jager heeft gekregen. ‘Hij was niet zo geschikt voor de jacht. Beet veel te hard in de aangeschoten dieren. Was bezitterig op zijn prooi. Toen ik hem kreeg was hij zo vals als wat. Altijd op zijn flikker gekregen. Echt heel zielig. Hij sliep in een schuur. Totaal niet gesocialiseerd….’

Ongelofelijk. Ik zie een prima gesocialiseerde hond, die uitstekend luistert en heel hard wil werken voor de baas……Dat heeft ze in no time voor elkaar gekregen! Slechts een paar jaar. ‘Het is een ouwe kerel, hoor. Hij is ruim negen.’

De dame naast me krijgt regelmatig afgeschoten wild van bevriende jagers. Het wordt op de juiste wijze geschoten. ‘Die jager van wie ik vaak iets krijg gaat rustig twintig keer terug om een bepaald dier te schieten. Hij moet hem goed op de korrel krijgen, zodat hij hem met 1 schot kan doden. Direct in de longen of het hart…..’

Zij slacht vervolgens die dieren. ‘Ik eet er zelf van en geef soms wat aan vrienden. Of ik nodig mensen op het eten…..’ ‘Wat doe je met de huiden?’ ‘Die gooi ik weg….’

Zo wisselen we dan adressen uit. Heks mag de huiden komen halen om trommels van te maken. Nou ja, een trommel. Dat is wat ik wil. Eentje voorlopig. Maar eens zien of dat lukt.

Op de valreep kom ik er achter, dat we nog een passie delen. Stenen! ‘Ik ben net terug uit de Sahara. Daar heb ik gezocht naar halfedelstenen. Er zijn allemaal oude mijnen, door de Fransen leeggeroofd en achtergelaten, waar lokale mensen met gevaar voor eigen leven in gaan. Ik doe dat niet , hoor. Dus ik vind ook niet de mooiste stenen…..’

‘Op een gegeven moment kwam ik in contact met een vader met zijn zoontje. Zij hadden allemaal halfedelstenen te koop. Maar hun prijs was belachelijk laag. Ze vroegen 500 dinar. Dus heb ik mijn gids gezegd te doen of hij hen niet begreep…..’

‘Dat vind die vrouw veel te duur, 5000 dinar. Ze wil er hooguit 4000 voor geven….. Hahahaha….’

Tevreden fiets ik naar huis. Wat een leuke ontmoeting. Wat een bijzonder medemens. En wie weet maak ik binnenkort wel zelf een prachtige drum. ‘Ik heb een ree voor je, maar hij ligt al een paar dagen in de warmte, dus hij stinkt wel heel erg….’ appt ze me later.

Nou, de volgende keer beter. Dit valt me nog een beetje rauw op mijn dak. Eerst maar eens zorgen, dat ik een heks vindt, die hier wat meer ervaring mee heeft. Zodat we lekker samen aan de gang kunnen met die huiden.

 

 

‘Love yourself for dummies,’ hernieuwde uitgave. Met extra veel tips om jezelf lief te hebben ondanks onvolmaaktheden, lage bankrekening, verkeerde huidskleur, verkeerd geslacht, teveel/te weinig of geen geslacht, overgewicht, zweverigheid en andere gebreken. We kunnen niet genoeg van onszelf houden. Helaas zijn we doorgaans niet erg scheutig met eigenliefde. Terwijl het zo heilzaam is! Een vicieuze cirkel.

‘Love yourself and love God,’ aan het woord is mijn leermeester Alex Orbito. De man, die zijn patiënten op geheel Filipijnse wijze met zijn blote handen opereert. Voor ons westerlingen een onbekend fenomeen.

Uiterst wantrouwig worden we van dergelijke praktijken. Iedereen roept direct dat het gaat om regelrechte oplichting met behulp van kippenbloed. Maar Heks heeft er, als doorgewinterde medewerker van zijn vrijwilligersdreamteam, te vaak met haar neus bovenop gestaan om dit te kunnen onderschrijven.

De arme man is zelfs wel eens ergens in de gevangenis beland door zijn altruïstische edoch in onze ogen onconventionele manier om de mensheid te helpen. Ook werd hij een keer gekidnapt door een malafide oliesjeik om een familielid te genezen……..

Tot overmaat van ramp heeft hij ooit maanden in Italië huisarrest gehad, terwijl een groep fanatieke wetenschappers zich op allerlei bewijsmateriaal stortte. Hele vreemde dingen troffen ze aan. Onverklaarbaar weefsel. Dematerialiserende bewijsstukken. Maar nergens kippenbloed.

‘Peace is every step. I have arrived, I am home. The Kingdom of God is here and now…….’ zomaar wat uitspraken van een andere leermeester van Heks, Thich Nhat Hanh. Onze geliefde filosofische Zen Boeddhist, die de term interbeing in ons bewustzijn heeft gelanceerd.

Onlangs zit ik ergens in ons moerassige kikkerlandje op een eeuwenoude grafheuvel. Ik denk aan al onze voorouders. Hoe ze zich kapot ploeterden om zichzelf in leven te houden. Een keihard bestaan. Overleven.

De gevaren bezweren door middel van offers en rituelen. De wereld trotseren met magie. Een samenleving vergroeid met het landschap. Ons huidige landschap. Maar dan een zeer ruige zompige versie.

‘Wij hadden het ook niet gemakkelijk, hoor,’ lispelt een voorouderlijke stem in mijn geestesoor. Wat een dooddoener, zul je zeggen. Een dooddoener door een dooie. Het moet niet gekker worden…..

Reken maar dat ze een hard leven hadden, die voorouders van ons.

 

Gek genoeg relativeert dit inzicht mijn huidige gespartel. Mijn gemopper en gebaal van mijn luizige leventje. De gemiddelde voormoeder zou tekenen voor zo’n leventje. Geen dagdagelijkse strijd om iets eetbaars op tafel te krijgen. Niet op je blote knietjes kleding wassen in een ijskoud beekje, geen kwaaie woeste kerel met knots, die je alle hoeken van je plaggenhut laat zien, NOOIT HONGER…..

Niet vijftien keer bevallen en al je kinderen overleven. Niet een dierbare offeren aan de goden voor een goede oogst. Nou ja, zo kun je nog wel eventjes doorgaan.

Wel aten ze allemaal biologisch. Iets, dat nu als een luxe wordt ervaren. Ook was niemand suikerverslaafd. Of gokverslaafd. Alcohol is iets van alle tijden. Maar er ging vast geen kratje bier doorheen op een warme zomeravond. En in de winter lag je sowieso vroeg in je nest…..

Gisterenavond ervaar ik diepe rust in mezelf. Snuitje ligt te knorren op mijn schoot. De laatste tijd zit ze als een pluizig snorrend bolletje aan me vastgeplakt. Het zijn de laatste loodjes voor mijn schatje. Zolang ze eet blijft ze leven. Muizenhapjes gaan er in. Heks is voortdurend in de weer om iets lekkers te verzinnen binnen haar dieet.

‘No coming, no going,’ zingt het zachtjes door me heen. Ik voel hoe mijn schatje in mijn hart woont. Waar ook Koe, Prinsje en Ysbrandt hun plekje hebben. Mijn overleden huisdieren drentelen al weken door mijn huis.

Ze blijven een beetje in de buurt voor het geval dat….

Het geval wil, dat mijn poesje nog ligt te leven. Knorrend en snorrend. Het Koninkrijk Gods is hier en nu. De Grote Moeder is overal aanwezig. Er is geen dood, slechts verandering. Ik weet wel, dat ik mijn schatje enorm ga missen. Maar ook weet ik dat ze voortleeft in mijn hart.

Tot in mijn tenen geniet ik van onze vrijpartijtjes samen. I have arrived, I am home.


‘Love yourself and love God.’ Heks voelt de Grote Moeder door haar handen stromen. Ik rust in haar vrede. Een beetje van mezelf houden is genoeg. Dat is al meer dan gemiddeld.

‘Maar is het dan niet oneindig narcistisch om alleen maar zo’n beetje van jezelf te houden?’ Nee. Een narcist houdt niet van zichzelf, kent zichzelf niet, kijkt niet in zijn eigen spiegel……. Jezelf eindeloos spiegelen in de bewondering van anderen is niet wat ik bedoel.

Je kale armetierige zelfje liefhebben. Ontdaan van toeters en bellen. Je eigen ruggensteun zijn. Je eigen grootste fan. Zoiets. We doen ons best.

   

 

 

Thay’s Aandachtsoefening Loving Speech bestaat niet voor niets. Woorden kunnen wapens zijn. Onbedoeld, maar toch niet fijn. Heks moet ook haar mond gaan spoelen na al dat machteloos schelden in koele bloede…… Laat ik maar weer verhaaltjes verzinnen. Wacht, er schiet me er al eentje te binnen!

Verhaaltjes in je hoofd. Heks heeft er al haar hele leven last van. Misschien komt het, omdat ik lang heb geduimd. Geen idee. Wat ik wel weet is, dat het op de lagere school al begon op te vallen. In de tweede klas kreeg ik een hele lieve juf, die hier gretig gebruik van maakte.

Elke dag zette ze me een half uurtje voor de klas. Direct begon Heksje iets uit haar grote duim te zuigen. Een koning met bolle appelwangen. Een hofhouding, die hier niet mee uit de voeten kon. Een liedje om het geheel te verluchtigen. Met melodie en al.

‘Koning Appelwang heeft een dikke appelwang. Maar hij eet niet veel, heeft een hekel aan bakmeel…. Koning Appelwang, Koning Appelwang!!!!!!!’

Ik geef toe, de tekst is rudimentair. Ik was dan ook pas zeven jaar oud. Maar is het onderwerp niet intrigerend? Onze huidige koning was nog niet eens geboren. Toch had ik al een gleshelder innerlijk beeld van hem……

Toevallig herinner ik me dit verhaaltje. Stress en adrenaline verbeteren het geheugen aanzienlijk is uit wetenschappelijk onderzoek gebleken. En Heksje had stress die bewuste dag!

Tijdens het vertellen liet ik een paar lawaaiwindjes flapperen. Ondanks al mijn pogingen die pretknetters binnen te houden….. We hadden wellicht hachee gegeten de dag er voor. De hele klas lag dubbel. Lekker gênant natuurlijk. Ja: Poep en pies grapjes doen het altijd het best bij deze leeftijdsgroep.

Ook later verbaasde ik vriend en vijand met mijn pennenvruchten. De meester in de vierde klas kon er niet over uit, toen ik een opstel schreef over ons familiebedrijf. Een juf op de middelbare school was verbijsterd over een gedicht, dat ik ongevraagd had toegevoegd aan een subliem opstel.

Zelf vond ik dit allemaal niet zo bijzonder. Dus de eerste beste a-literaire gek, die zijn laatdunkende plasje over mijn schrijfsels deed, wist me al te overtuigen, dat het allemaal niet zoveel voorstelde.

Tegenwoordig weet ik wel beter. Ik ben gezegend met een enorm talent op dat vlak. Als ik wat meer energie had, schreef ik de sterren van de hemel!

Het gesproken woord is zeer machtig. De vierde aandachtsoefening van Thich Nath Hanh is geheel aan dit fenomeen gewijd. Naast goed luisteren, het belang van zorgvuldig spreken. Liefdevol. En het is waar, onzorgvuldige woorden kunnen onbedoeld enorm kwetsen.

Heks kreeg daar afgelopen week mee te maken. Iemand gaf me verbaal een veeg uit de pan. Waarschijnlijk zonder er bij na te denken. Maar evenzogoed au, au, au.

Direct ook verbazing bij Heks. Waarom doe je dat, magisch medemens? Er zijn duizenden manieren om precies hetzelfde te vertellen, zonder mij eventjes en passant verbaal een trap te verkopen……

Loving speech.

DE VIERDE AANDACHTSOEFENING: Liefdevol spreken en aandachtig luisteren

Bewust van het lijden veroorzaakt door onzorgvuldig spreken en het onvermogen om naar anderen te luisteren, beloof ik van ganser harte om te leren liefdevol te spreken en met mededogen te luisteren om zo het lijden te verminderen en verzoening en vrede tot stand te brengen in mijzelf en tussen andere mensen, groeperingen en naties. Wetend dat woorden geluk of leed kunnen veroorzaken, heb ik het oprechte voornemen om de waarheid te spreken en woorden te kiezen die bijdragen tot zelfvertrouwen, vreugde en hoop. Als er woede in mij opkomt, neem ik mij voor om niets te zeggen. Ik zal dan met aandacht mijn adem volgen en loopmeditatie doen om zo mijn boosheid te herkennen. Ik zal diepgaand kijken naar het ontstaan van de boosheid, vooral naar verkeerde waarnemingen en gebrek aan begrip voor het lijden in mijzelf en in anderen. Ik zal op zo’n manier spreken en luisteren dat wij gezamenlijk ons lijden kunnen los laten en een weg kunnen vinden uit moeilijke situaties. Ik neem me voor geen geruchten te verspreiden en niets te zeggen dat verdeeldheid of onenigheid kan veroorzaken. Ik zal met de juiste inzet oefenen om mijn vermogen tot begrip, liefde, vreugde en saamhorigheid te voeden om zo boosheid, geweld en angst, die diep in mij verborgen liggen, langzaam maar zeker te kunnen transformeren.

De laatste jaren krijg ik steeds meer moeite met louter liefdevol spreken. Sinds ik situationeel geïnitieerde Gilles de la Tourette heb ontwikkel scheld ik met enige regelmaat echt heel smerig op mijn medemensen. Ik kan op zo’n moment werkelijk niemand meer uitstaan, vooral mezelf niet.

Doorgaans scheld ik echter zachtjes binnensmonds voor me uit. Of binnenshuis. Of alleen in het bos. Ik wil niet dat iemand het hoort. Nog steeds wil ik mensen geen pijn doen.

Maar als je me zo bezig hoort zou je anders vermoeden. ‘Krijg allemaal de dit en de dat….’ bijvoorbeeld. Waarbij dit en dat pijnlijke of ellendige ziektes zijn…..

Met enige regelmaat kom ik tijdens mijn omzwervingen met VikThor een koorgenote tegen. Zij heeft zich tegen alle verwachtingen in aan de ijzeren wurggreep van slokdarmkanker ontworsteld. Tot twee keer toe. ‘Ik ben inwendig volledig verbouwd…. Mijn maag zit aan mijn oren vast geniet….’

We komen er tijdens een gezellig gesprekje achter dat we allebei steeds minder van mensen en het leven gaan houden, als we heel erg moe worden. ‘Als ik mezelf enorm tekeer hoor gaan tegen het 1 of ander, of ik ben opeens strontchagrijnig, dan weet ik alweer hoe laat het is. Ik ben dan gewoon doodmoe…..’ aldus mijn zingende zuster.

 

Verhaaltjes zijn geduldig. Sloom dromen ze in mijn zoete duim. Zodra ik echter het eerste woord eruit heb gezogen tuimelen de resterende woorden haastig over elkaar heen de vrijheid tegemoet. Ze willen gehoord worden. Ze willen opgeschreven worden. Ze willen bemind worden, die woorden.

Woordeloos ten onder gaan is er niet bij bij mij. Gelukkig maar. Steeds weer nieuwe zin en onzin. Het schrijven telkens opnieuw bevrijd. En: Schrijven bevrijdt.

The Fourth Mindfulness Training: Loving Speech and Deep Listening

Listen DeeplyAware of the suffering caused by unmindful speech and the inability to listen to others, I am committed to cultivating loving speech and compassionate listening in order to relieve suffering and to promote reconciliation and peace in myself and among other people, ethnic and religious groups, and nations.

Knowing that words can create happiness or suffering, I am committed to speaking truthfully using words that inspire confidence, joy, and hope. When anger is manifesting in me, I am determined not to speak. I will practice mindful breathing and walking in order to recognize and to look deeply into my anger.