Grieperig paasweekend, Heks vertoeft grotendeels in bed. Toch heb ik ook eventjes pret! Gezellige paasbrunch met Frogs en mooie expositie van Fred Rohde,’ Nummer 14’: Foto’s uit 1985, waarop ons nationale voetbalicoon Johan Cruijf met Ajax traint op het strand van Wassenaar…….

 

Paasbrunch, Ysbrandt ligt geduldig onder de tafel te wachten op wat komen gaat…. Stukje worst bijvoorbeeld…..

Pasen valt vroeg dit jaar. Het is net lente. Die verdraaide klok gaat precies op eerste paasdag een uurtje vooruit. Dat betekent een hele korte nacht. Om kwart over acht beginnen alle kerkklokken in de binnenstad te luiden!

Heks loopt al nachtenlang te spoken. Er zit een gemeen virus in mijn lijf en ik ben oververmoeid door de uitvoering met mijn koor. Bovendien hangen er allerlei gewrichten uit de kom. Niet bepaald lekker. Ik heb donderdag grotendeels in bed doorgebracht, maar vrijdag niet. Ondanks mijn krakkemikkige constitutie doe ik boodschappen en kook zelfs eten. Ik ben het in bed liggen beu.

Heks in haar paaspakje met eierdopje

Zaterdag maak ik een flinke wandeling met mijn hondje. ’s Middags loop ik zelfs lekker over de markt te flaneren. Ik flirt met een marktkoopman met trieste ogen. Even later staan ze niet meer zo triest. Later maak een uitgebreid praatje met een jochie dat zijn vader aan het helpen is in de notenkraam. ‘Mevrouw, wilt u een paar nootjes proeven?’ Natuurlijk, oh wat zijn ze lekker. ‘Wat is dat voor’n soort hondje? Hij ziet er zo leuk uit,’ het ventje is helemaal vertederd door mijn Varkentje. En ik door dit kereltje!

Heks en Frogs zien momenteel overal nummer 14……….

 

Zondag sta ik uitermate brak op. Ook al voor de zoveelste keer. Vandaag echter trek ik nauwelijks bij na een paar uur. O jee, nu is het echt mis. Er zit geen enkele rek meer in. Ik heb mijn hele trukendoos al open getrokken en nog geeft mijn lijf geen sjoege.

Even overweeg ik om mezelf een gigantische schop onder mijn kont te verkopen, teneinde toch naar de kerk te gaan, maar ik heb de puf niet. Ook heb ik spierpijn, hoofdpijn en buikpijn. Ik krijg geen hap door mijn keel. Eerst maar eens een rondje fietsen met het hondje. Het is ijskoud. Bibberend werk ik mijn verplichtingen af. Mijn lichaam houdt het voor gezien. Ik krijg mezelf niet gereanimeerd vandaag.

In de loop van de middag stuur ik Frogs een nood-sms. ‘Heb je zin in een lekkere wandeling me een lief Varkentje?’ Het is natuurlijk maar de vraag of hij tijd heeft. Goddank komt mijn kikkervriend mijn hondje ophalen. ‘Ik breng hem vanavond wel terug, kruip maar lekker in je bed, Heks. Of zal ik em gewoon een nachtje bij me houden?’

‘Breng em maar terug Frogs,’ Heks kan haar schatje niet missen. Bovendien zie ik dan ook nog een medemens vanavond. Ook belangrijk als je dagenlang in bed verdwijnt! Toen ik Pappa afgelopen week sprak vertelde hij over een flinke griepaanval, die hij een paar weken geleden het hoofd moest bieden. ‘Echt heel erg Heks, helemaal niet leuk. Goh, wat was ik er beroerd aan toe. Ik heb wel 5 dagen in bed gelegen!’

‘Zit niet te zeuren, schat, ik heb dagelijks met dit soort toestanden te maken. Momenteel heb ik elke nacht koorts of iets wat daarvoor doorgaat. Elke ochtend sta ik doodziek naast mijn bed. En ik zie soms dagenlang geen mens, behalve in een park als ik met m’n hondje loop rond te stumperen. Maar met dit zure weer van de laatste maanden zijn ook de parken leeg en somber.’

Op tweede paasdag hebben Heks en Frogs afgesproken voor een gezellige brunch. Aanvankelijk was het plan om een aantal vrienden uit te nodigen, maar dat gaat niet lukken natuurlijk .

De tafel staat vol lekkere dingetjes. Ik heb kwarteleitjes gekookt. Frogs eet er zowaar eentje op. ‘Ik hou alleen van paaseieren, Heks. Daar werd ik als kind al mee geplaagd…..’ We zitten gezellig te keuvelen tussen de bloemen en planten: Ik heb een complete voorjaarstuin aangelegd op mijn keukentafel.

Die middag gaan we eventjes kijken bij een kleine expositie over Johan Cruijf. Onze vriend Trueman heeft dit nationale icoon in 1985 gefotografeerd, toen hij met Ajax aan het trainen was op het strand van Wassenaar. ‘Goh, ik wist helemaal niet dat je foto’s van hem hebt gemaakt,’ roepen Frogs en ik om beurten. ‘Ik werkte toen voor het Leidsch Dagblad. Zij logeerden in Hotel Duinoord. Ik werd gewoon op pad gestuurd…’

De foto’s staan vol met topspelers uit een grijs verleden. Trueman wijst allemaal voetbalcoryfeeën aan, zoals Rijkaard, Koeman en ga zo maar door. De foto’s zijn prachtig! Ik maak weer foto’s van de foto’s. Gewoon een impressie. Maar de originelen zijn vele malen mooier…..

Frogs heeft een gedicht geschreven over zijn held. ‘Ik was indertijd aanwezig bij het meest beroemde doelpunt dat hij ooit gemaakt heeft: de lob! Ik ging altijd met mijn vader en broer naar ADO kijken en op een dag speelden ze tegen Ajax. Ik stond er met mijn neus bovenop, toen hij die goal maakte. Maar ik kan me er weinig van herinneren. Van het moment zelf bedoel ik…..’

‘Wel weet ik nog dat hij een keertje rakelings langs me liep op weg naar de kleedkamers. Ook heel speciaal, Heks. Dat doelpunt is overigens grandioos. Wereldwijd wordt het gezien als een van de mooiste doelpunten ooit gemaakt. Hij heeft nog meer geweldige doelpunten gescoord, maar deze is voor mij superspeciaal. Ik heb er een gedicht over geschreven…’

In de galerie, temidden van al die prachtige foto’s, draagt Frogs het gedicht voor. Een intiem optreden, want we zijn maar met z’n drietjes. Het zure zonnige waaiweer met ijskoude rukwinden houdt mensen in hun huis gevangen. ‘Gisteren en vanmorgen is het lekker druk geweest,’ vertelt de fotograaf.

Frogs maakt ons aan het lachen met zijn optreden. Ik maak een paar mooie foto’s van deze oude vrienden. Ik ken hen beiden al meer dan dertig jaar en nog steeds hebben we altijd pret samen!

Even later gaan we ervandoor. Trueman heeft het druk. Hij is bezig met het schoonmaken van een paar oude afdrukken van foto’s van Cruijf op zijn laptop. Er komt zeer binnenkort een boek uit over deze grote ambassadeur van Nederland en zijn foto’s komen daarin!

Wij laten ons terugwaaien naar het huis van Frogs. Daar zit Varkentje op ons te wachten. Heks kan niet meer lopen tegen die tijd, heupen hangen uit de kom. Mijn lichaam is compleet vernacheld. ‘Ik heb er een virusje bij, Frogs, dezelfde ellendeling die jou plaagt, alleen ik heb het natuurlijk tien keer zo erg. Alles doet zeer. Ik kan geen pap meer zeggen, laat staan dat ik worst lust. Ik heb helemaal nergens trek in. Ik wil slapen.’

Mijn kikkervriend brengt me thuis met de auto en gaat ook nog mijn hondje voor me uitlaten. Ik lig de rest van de dag gestrekt. Pas in de loop van de avond ben ik weer een klein beetje aanspreekbaar. Dan brengt Frogs Ysbrandt terug. ‘Het was ondanks alle grieperigheid toch een hele gezellige pasen, Frogsie.’

God wat ben ik blij met zo’n goede vriend. Zonder hem had ik toch mooi liggen creperen dit weekend. Oververmoeidheid, spierpijn, gewrichten uit de kom, griep en honden uitlaten gaat nu eenmaal niet samen.

De lob (1972)

Op een gegeven moment kwam de lob
de bal van de voet van Johan
verschalkte Kees en Ton
ik stond erbij en keek ernaar
met vader en broer in het Haagse Zuiderpark
hark de herinnering aan
de keeper bleef staan
de bal rolde tot voordeel van de een
tot nadeel van de ander
in het levende doel

nu is hij gegaan
ik zie het beeld
het touwtje aan zijn hand
de beweging zo snel
tot de magistrale lob

niemand neemt ons

‘un momento dado’ af.

Rik van Boeckel
24 maart 2016
R.I.P Johan Cruijff

Video-opname van het magistrale doelpunt.

Morning after….. Altijd even slikken. Pijnstillers in mijn geval. Maar ook: Het is weer zo ver! Gezellig samenzijn met poezenvriendin! Alle poezen geaaid en verwend. Varkentje ook blij.

De dag na de Matthäus sta ik doodziek op. Mijn ene oog kijkt loens in mijn andere broekzak. Mijn kop heeft sowieso veel weg van een ouwe gymschoen. Gelukkig heb ik niets om handen. Alhoewel…. Plotseling realiseer ik me dat ik om twaalf uur een afspraak heb met mijn therapeute. Goeie hemel. Ik kan geen stom woord uitbrengen. Mijn lichaam is een soort pijnlijke wandelende plank. Mijn gezicht bestaat uit oude lappen…..

Ik krijg het voor elkaar om op tijd ter plaatse te zijn, maar vraag me niet hoe. ‘God Heks, wat zie je er uit!’ Mijn therapeute kijkt me geschrokken aan. Zo heeft ze me nog nooit meegemaakt. Bijna niemand overigens. Op dit soort momenten ga ik normaal gesproken niet naar buiten, behalve om het hondje uit te laten. En dat doe ik dan snel, zwijgend en incognito.

Ondanks mijn ellendige uiterlijk en halvezolige lijf heb ik genoeg te melden en te schelden. Ik ben nu al meer dan een half jaar zo depressief als een ui. Er komt maar geen eind aan. Positieve tegengeluiden en spirituele prietpraat ‘Het aards bestaan is een leerschool, dit is een schuurpapiertje van het leven, alles heeft betekenis, je bent niet voor niets ziek, je hebt het zelf veroorzaakt’ en dergelijke kan ik niet meer horen. Ook wegwuifgedrag gaat er niet meer in bij mij. Gelukkig is mijn therapeute ook somber vandaag. ‘Ja Heks, de wereld zit vol gekkigheid. De mensheid is vaak hopeloos bezig.’

Een dag later kom ik Pappa tegen op straat. Ik heb hem sinds kerst niet meer gezien. ‘Ga mee een kopje koffie drinken, Heks,’ nodigt hij me uit. Even later zitten we in een leuk biologisch eethuisje. Ik vertel hem wat sombere verhalen, maar moet er ook om lachen. Ik maak er zelfs wat goeie grappen over. Zodoende ontstaan er een soort regenboog tussen de tafeltjes en de toog.

Pappa is Boeddhist, ik ken hem van Shambala. Hij leeft vanuit het principe van de fundamentele goedheid van de mens. Een uitgangspunt dat ik ook altijd gehuldigd heb. Tot voor kort. Een plaatje waarin geen plek is voor narcisten en psychopaten. Die onverlaten die ons niet kunnen liefhebben maar prima kunnen haten.

‘Heb je alweer verkering?’ vraag ik mijn oude vriend, ‘Shambala is altijd een geweldige vijver voor jou om uit te vissen…..’ Ondeugend kijk ik hem aan. En ja hoor, hij heeft sinds kort weer beet. Een leuke dame van zijn leeftijd passend in zijn leefstijl…..

Aafje kan zich niet inhouden……

‘Ik moet gaan, lieverd, laten we snel iets afspreken!’ Heks racet ervandoor. Ik haal nog even wat bloemen en plantjes om mijn huis op te fleuren. Vanavond krijg ik bezoek. Goddank is mijn onvolprezen hulp geweest: Er ging van alles mis en eventjes zag het ernaar uit dat ik met pasen in een vies huis zou zitten…..

Een uurtje later schuift mijn poezenvriendinnetje Joy mijn heksenhuisje binnen. Ze is bepakt en bezakt met presentjes: Kluifjes voor Ysbrandt, snoepjes voor de katten, bloemen en chocolade voor Heks, kattenmelk, flessen wijn…….. Ik kook een lekker soepje en gooi wat pasta met garnalen in de pan. Intussen drinken we een glaasje wijn en kletsen bij.

Levensgevaarlijk!

En waarover? Over mijn poezengezin en haar kat Siep: De dochter van mijn Pippi en de Boskat, kleindochter van Snuitje en Ferguut, zus van Bolster, nichtje van Aafje en Leonoor. Kortom, Siep is familie van al mijn katten!

‘Ik zie zoveel terug in Siep van jouw beestenboel. Ze mauwt precies zo als Snuitje, maar heeft weer veel gedrag van ThayThay de Boskat, zoals haar fascinatie met water en haar zachte geknerp naar alles wat vliegt…..’ Stuk voor stuk somt ze eigenschapen van mijn beestjes op, die ze terugziet in haar Siep. En ze kan het weten, want ze past regelmatig op mijn dierentuin.

Oh, ze zijn toch zo lekker, die poezensnoepjes!

Alle katten worden geknuffeld en Ys wordt schandelijk verwend. In de loop van de avond gaan we hoedjes passen. ‘Wat staan die hoedjes je goed,’ roep ik enthousiast. Mijn vriendin heeft een echt hoedenhoofd! ‘Ik heb binnenkort een bruiloft, mag ik er dan eentje lenen?’ Natuurlijk. We zoeken direct een paar mooie exemplaren uit.

Het is ruim na middernacht, we zitten al zeker twee uur met ogen op stokjes, als we eindelijk afscheid nemen. Zoals altijd raken we maar niet uitgepraat. ‘We zijn nu drie jaar vriendin, lieve Heks, en Siep is ook bijna drie jaar bij mij! Dat gaan we binnenkort vieren!’

Samen met Varkentje wandel ik een stukje met haar mee naar huis. Wat een heerlijke avond. De uren zijn voorbijgevlogen!

 Vrolijk samenzijn met kattenvriendin: De dochter van mijn kat Pippi boft maar met haar kattenvrouwtje! Alle poezen geaaid en helemaal bijgepraat. Waarover? Onze monsters natuurlijk!

Geef! Meer!

Ex Animo zingt Matthäus met bevindelijke en vitale momenten, aldus de lovende recensie van Lidy van der Spek. Heks heeft een heerlijke bevindelijke dag en avond met dit prachtige meesterwerk van Johann Sebastian Bach. Ik ben fit genoeg: Het kan en mag! Elke dag wat mij betreft……

Doorkijkje door de enorme kerk

Matthäus Passion, woensdag 23 maart 2016, Pieterskerk te Leiden. Koor: Christelijke Oratorium Vereniging Ex Animo. Dirigent: Wim de Ru. Solisten: Tetsje van der Kooi, Ingeborg Bröcheler, Pascal Pittie, Laurens-Alexander Wyns, Joep Bröcheler , David Greco. Begeleiding: Holland Orkest Combinatie, m.m.v. Jeugdkoor BplusC, Thijs Kramer, orgel-continuo en Takeshi Sudo, Viola da gamba.

Het orkest zit klaar, het koor staat opgesteld, de generale kan beginnen

Woensdagmorgen schrijf ik een blogje in bed. Ik spaar mijn krachten, want ik moet de hele dag aan de bak met de Matthäus Passion. Eerst generale en dan uitvoering. Het blog gaat over de aanslagen, want daar is mijn bewustzijn van vergeven.

Om twaalf uur race ik naar de mondhygiëniste. Een ongelukkig geplande afspraak. Nou ja, ik zing vanavond in elk geval met een stralend gebit! ‘Er is een stukje van mijn kies afgebroken,’ vertel ik haar. Ze kijkt in mijn mond. ‘Oh nee, iet ies ein kroon gebroken!’ Mijn mondverzorgster is Oost Europees. Ze roept de tandarts erbij. Die maakt snel een foto en een vervolgafspraak.

’s Avonds hebben we natuurlijk allemaal mooie zwarte jurken en pakken aan…….

Dure grap hoor, zo’n gebroken kroontje. Deze prinses op de erwt is er in elk geval niet blij mee. Als een haas ga ik ervandoor. Ik ben door dit gedoe hartstikke laat voor de generale repetitie. Lunchen sla ik dan ook maar over.

Als ik in de kerk kom staat iedereen al klaar. Heks heeft een plekje buiten het koor. Krijg nou wat! Samen met mijn maatje zijn we aan de andere kant van het gangpad geposeerd, aan de rand van de te kleine tribune, waarop het koor zit. ‘We zitten op de strafbank,’ fluister ik in haar oor. Ze kijkt me berustend aan, maar baalt als een stekker.

kroonluchtertje

Door onze ongelukkige positie hoor ik de alten niet goed, behalve een paar alten achter me, waarvan er eentje enorm zit te broddelen hier en daar. Wel knallen via een pilaar de tenoren in mijn oor. Echt lekker zingen is er dus niet bij die middag. Maar ja, ik vind het al weer heel wat dat ik hier sta. En dat ik bij stem ben. Om dat te bewerkstelligen heb ik een hele week absolute rust gehouden: Het heeft gewerkt!

Na de generale repetitie scheur ik naar huis. Ik moet nog van alles, maar ik ben doodop. God, wat heb ik toch weinig energie. Hopeloos. Mijn lichaam vertoont slakkengedrag. Traag worstel ik me onder de douche door. En ik moet nog een hele avond knallen. Ik zorg dat ik op tijd terug ben in de kerk. Maar oh jee, extra pijnstillers innemen vergeten. En er is geen koffie voor ons vooraf!

Mijn maatje balend op de strafbank

Een koorvriendinnetje van me diept paracetamol op in haar van alle gemakken voorziene handtas. Ook trakteert ze me op een kopje koffie aan de bar. Zodoende trek ik net genoeg bij om er vol tegenaan te gaan. Onze inzingsessie doet de rest. Giebelig staan we even later aan weerszijden van de kerk opgesteld om in ganzenpas naar voren te marcheren.

Ik neem plaats op mijn strafstoel. De kerk zit stampvol. Er zijn nog maar een paar lege plekken. ‘Zo druk heb ik het nog nooit meegemaakt,’ sist mijn zangmaatje. Zij zingt al zeker voor de dertigste keer mee, dus dat zegt wel iets.

Even later komen de solisten en dirigent binnen. Het geroezemoes verstomt. Onze vice voorzitter neemt het woord. We gaan een minuut stilte houden voor de slachtoffers van de aanslagen bij onze zuiderburen.

bevriende sopranen

Even schrik ik, want ik heb soms moeite met het zich toe eigenen van allerlei leed door Jan en alleman. Tegelijkertijd gaat onze uitvoering van vanavond natuurlijk juist over onschuldige slachtoffers en foute politiek. Het wordt muisstil. De minuut duurt eindeloos. Heks kijkt vanuit haar hoge positie door doodstille kathedrale kerk. De kroonluchters verspreiden hun gouden licht kwistig door de enorme ruimte. Rond de eeuwenoude pilaren branden waxinelichtjes.

Dan is het zover. Onze dirigent, Wim de Ru,  zwaait zijn baton door de lucht. Het orkest begint zijn slepende eindeloos modulerende melodielijn. De spanning bouwt op. We halen diep adem en beginnen. ‘Kommt, Kommt,  Kohohohommt, ihr Töchter, helft mir klahahahahahahahahahahahagen,’ zingt Heks op volle sterkte vanuit haar strafbank. Mijn hart zwelt op in mijn borstkas. Heerlijk! We knallen het eerste deel eruit.

Vrolijke noten in de pauze!

‘Seht! Wohin? Auf unsre Schuld,’ klinkt het om me heen. Boven alles uit zingt het jeugdkoor ‘O Lamm Gottes, unschuldig,’ met hun ijle zuivere hoge stemmen. Dat ontroert me altijd zo. Dat prachtige jongenskoor dwars door alles heen.

De kop is eraf. Het verhaal neemt een aanvang. We zingen en zingen alsof ons leven ervan afhangt. Soms zacht en ingetogen, vooral bij de koralen, dan weer voluit. De gekke spreekkoren…. ‘Herr, bin ich’s?’ zingen we om beurten en tegen elkaar in. Ik hoor een Herr teveel realiseer ik me. Bin ich’s? ‘Nee, ik was het ,’geeft de alt achter me later toe.

‘Ich will bei meinem Jesu wachen,’ de tenor heeft een schitterende stem. ‘So schlafen unsre Sünden ein,’ antwoorden we. ‘Wat is dat toch prachtig dit gedeelte,’ geniet ik al zingende. Dan volgt al snel een favoriet van Heks.

Kwek kwek kwek. Het koor heeft een grote sociale funcie…..

Sind Blitze, sind Donner in Wolken verschwunden?
Eröffne den feurigen Abgrund, o Hölle,
zertrümmre, verderbe, verschlinge, zerschelle
mit plötzlicher Wut
den falschen Verräter, das mördrische Blut.

Oh, wat zingt dat toch lekker weg. Waanzinnig!

Niet veel later is het pauze. Steenvrouw is komen luisteren, maar ook Trui en haar prachtige dochter Vlinder zijn van de partij. Wat een enorme verrassing dat deze jongedame de hele Matthäus komt uitzitten speciaal voor mij! ‘Het is supergoed!’ zeggen mijn vriendinnen.

Engel is er ook, ik zie haar recht voor me op de derde rij zitten. Wat een geweldige plek! Na afloop kunnen we elkaar niet vinden. ‘Wat me zo opviel bij de Matthäus, was dat het trager/wat slepender ging, en met zóveel gevoel….niet alleen bij de solisten of t orkest, maar vooral t koor. Zo zacht en teer er gezongen werd. Was prachtig, voelde me door de muziek omarmd!’ schrijft ze me ’s nachts.

Bas/Bariton David Greco en dirigent Wim de Ru tijdens de generale repetitie

En een paar dagen later ‘Ik zag gisteren een stukje Matthäus op TV…..een beroemd koor en beroemde solisten enzo….het werd afgeraffeld, uptempo, zonder enig gevoel en compassie. Veel en veel liever jullie intonatie….. zó persoonlijk en gevoelig gebracht, alsof jullie het voor mij speciaal zongen. Als t koor begon te zingen, was het ook net alsof een golf van zachte wattenklanken over het publiek uitgerold werd.’

Geweldige recensie toch?

Nog een bevriende alt

De rest van de avond vliegt voorbij. We sterven van verdriet bij het hart van dit beroemde muziekstuk, het ‘Erbarme dich’. En daarna is het een afglijdende beweging naar het graf. Tegen die tijd crepeer ik van de pijn. Al dat opstaan en zitten. Het staan. De lange dag. De virussen die in mijn lijf rondwaren. Ik ben ook aan een wederopstanding toe zo langzamerhand…..

Mijn andere zangmaatje heeft er zin in!

Toch kan de Matthäus me nooit lang genoeg duren. Als we de laatste noten zingen baal ik dat het afgelopen is. Bij onze uitvoering wordt geklapt. Niet direct. Eerst is het zeker een minuut doodstil. Niet voor Brussel dit keer, alhoewel…. Indirect wel. Dan barst er een oorverdovend applaus los, we krijgen een staande ovatie! Het publiek wordt gek. Er komen bloemen voor de solisten en onze onvolprezen dirigent. Iedereen zweeft een paar meter boven de grond van geluk na het volbrengen van deze wereldberoemde lijdensweg…….

Een kwartier later zijn de meesten op weg naar buiten. Muziek ingepakt, vlinderstrikje aan de wilgen, leesbril opgeborgen, jas aan, tot ziens, was fijn, zit er weer op…. Heks drinkt nog een glaasje wijn met Trui en Vlinder in de leegstromende kerk. Daarna tref ik Frogs in mijn huis. Hij heeft voor Varkentje gezorgd. We nemen nog meer wijn en ik vertel over mijn belevenissen.

Ja, we gaan weer beginnen

Lang nadat hij naar huis is stuiter ik nog in de rondte. Ik luister nog naar een stuk of twintig uitvoeringen van ‘Ich will bei meinem Jesu wachen,’ sommigen zo mooi dat de tranen over mijn wangen rollen. Maar bij een licht nichterige balletuitvoering geïnspireerd op de muziek krijg ik de slappe lach. Alhoewel het einde daarvan wel weer prachtig is: Tijdens de laatste tonen van het stuk valt de danser in slaap……

De dagen er op zie ik nog twee fantastische documentaires over onze geliefde Matthäus Passion. Prachtig, allebei. In één ervan,  2Doc: Erbarme Dich’, zit ook veel dans en beweging. Het is een zeer interactieve uitvoering. De muzikanten, het koor, iedereen acteert mee: Fantastisch, heel dramatisch. Zo zou ik em ook wel eens willen zingen. De muziek leent zich er bij uitstek voor!

Nog wat laatste markeringen aanbrengen……

De andere, ‘2Doc: Mijn Matthäus’,  gaat over hoe dit meesterwerk het leven van mensen beïnvloedt. Ook heel mooi en indringend. En herkenbaar voor ons verslaafde amateurzangers…….Een aanrader voor alle Matthäus fanaten……

Tot slot de recensie in het Leidsch Dagblad:

We kregen een geweldige recensie in Leidsch Dagblad! 

Voor degenen die niet weten wat ze met het woordje bevindelijk aanmoeten, kijk eens hier: Wat bedoelt men nou eigenlijk echt met “bevindelijke prediking”? Een antwoord vanuit de reformatorische hoek……

Onze inzingruimte, tevens omkleedruimte

Alweer aanslagen! Alweer een paar gestoorde gekken die zichzelf opblazen in de hoop op een stelletje geilige maagden in het hiernamaals. ‘De angst mag en zal ons niet gaan regeren…..,’ aldus Rutte. Wilders wil alle terugkeerde Syriëgangers oppakken. Ik heb een beter idee: Laten we HEM oppakken! Zijn bijdrage is niet bepaald substantieel…..

Weer aanslagen. Heel dichtbij dit keer. De dag is al een goed eind op gang als ik plotseling met mijn neus in een extra editie van het journaal val. Weer opgeëist door IS. Idiote Stumpers. Irritant Schorriemorrie. Imbeciele Snotapen. Allemaal prima benamingen voor iets dat doorgaat voor een religieuze getinte organisatie.

Gefrustreerde door testosteron aangedreven jongelui die de gekste dingen doen maar betekenis te geven aan hun miezerige bestaan. ‘Het is propaganda voor IS. Hoe meer publiciteit er wordt gegeven aan de aanslagen, hoe beter voor de organisatie,’ zegt een verslaggever op televisie. Nou ja. Het is ook een manier om reclame te maken voor je foute club. Wat een waanzin.

‘Het nieuwe normaal is dat je rekening moet houden met aanslagen,’ zegt een deskundige vervolgens. Het is begrijpelijker taal, dan de taal die onze premier uit slaat om ons gerust te stellen op dit punt. Ik weet niet meer wat hij zei, maar het was volstrekt onbegrijpelijk. Zoals gewoonlijk…..

‘Ook in Nederland is de bedreiging onverminderd substantieel..’ de deskundige uitspraken rijgen zich aaneen. Ja, zoiets zei Rutte ook. Pas als er aanslagen worden gepleegd is de situatie kritiek. Maar wat houdt substantieel nu precies in? En is zijn op die manier verwoorde geruststelling eigenlijk wel geruststellend?

Even later is Rutte weer aan het woord. Net als zijn Franse collega begint hij een mooi verhaal over de waarde van vrijheid, beschaving en openheid. Waar heeft hij het over? Alles en iedereen wordt sinds jaar en dag gecontroleerd in ons kikkerlandje. De Binnenlandse Veiligheidsdienst weet veel meer van je dan je zou willen.

Een vriend van me heeft als jongeman voor de BVD gewerkt. Hij hield er jarenlang paranoia aan over en heeft zich uiteindelijk opgehangen omdat hij door hen werd achtervolgd. Althans dat dacht hij. Tegen die tijd was hij aardig geschift in zijn koppie door een psychische aandoening en met name door de behandeling daarvan. Hij werd volgestopt met pillen dus.

Maar hij heeft me eerder regelmatig een inkijkje gegeven in de werkwijze van dit instituut voor  nationale onderbroekencontrole: Niet echt beschaafde methodes, allerminst met respect voor vrijheid in het vaandel en al helemaal niet open.

Maar goed, intussen zijn zelfs de meest verstokte anarchisten blij met de BVD, want iedereen is bang voor IS en hun trawanten. En dat is precies hun bedoeling. Angst zaaien.

Zometeen ga ik maar weer naar buiten om het hondje uit te laten. Ik woon in een duf provinciestadje met een station van niks. De Moslimjongeren hier staan allemaal keihard te werken op de markt. Die hebben geen tijd om naar Syrië te gaan, laat staan om een bom te maken en te doen ontploffen.

In Brussel zijn spijkerbommen gebruikt. Die richten gigantisch veel schade aan. Getverderrie. Wat een ziekmakend verhaal toch weer. ‘Alles kan’ zegt een deskundige, ‘Van kalasjnikovs tot een mes, of zo’n spijkerbom. Toch moeten we vertrouwen hebben in de veiligheidsdiensten, hulpdiensten, inlichtendiensten en de leiders. Er hoort flink wat ‘showing the force’ bij de komende dagen: politie, leger en dergelijke.’

‘We moeten vertrouwen hebben in de overheid, dat kan niet anders, je kunt moeilijk zeggen dat je dat vertrouwen kwijt bent,’ vervolgt de man. Vreemde redenering. Omdat je niet anders kan moet je maar vertrouwen hebben in de politiek. Terwijl iedereen weet dat dat wereldje vol narcisten zit. En een enkele psychopaat met geblondeerd haar….

Op Schiphol zijn de marechaussee’s opvallend aanwezig. Alsof dat helpt. ‘Wij gaan gewoon vliegen in het vertrouwen op God,’ zegt een menopauzale vrouw uit de Achterhoek in een roze konijnenshirt, ‘dus we hebben niks te vrezen.’  Maar stel je voor dat god nu toch Allah heet en geen Jaweh? Dan heb je mooi niks aan dat contact met boven in je ontploffende vliegtuigstoel.

De wereld is gek. De mensheid is ziek. Moeder Aarde zou heel wat beter af zijn zonder ons. Het goede nieuws is dat we hard op weg zijn om dat te bewerkstelligen.

Tot mijn verbijstering komt opeens Wilders volop aan het woord. Zendtijd voor politieke partijen. In een democratie krijgt elke gek toch een plek om zijn bek te roeren. Zo ook dit sujet.

Hij wil vluchtelingen in hun regio laten opvangen. Niet hier. Hij zit weer af te geven op vluchtelingen en asielzoekers. Wat is het toch een foeilelijke kerel. We moeten hem nodig eens terug sturen naar Indonesië en zijn vrouw naar Hongarije. Ze zijn nota bene allebei helemaal geen echte Hollanders. Weg ermee! Wat is het toch een hopeloos figuur. Niet om aan te zien, al helemaal vandaag. Door zulke imbecielen polariseert de samenleving alleen maar. Weg met die creep! Die psychopathische nep Mozart.

In Brussel gaat het leven gewoon verder. De groentemarkt in Molenbeek gaat ook vandaag door bijvoorbeeld. ‘Ach,’ zegt een marktkoopman, ‘wij veroordelen de aanslagen, echt waar. Het is fout. Maar elke tien seconden valt er een bom in het Midden Oosten. Afkomstig van de Britten of Verenigde Staten!’ Ja, velen hebben een boterberg op hun hoofd in deze…..

Mijn hart gaat uit naar alle slachtoffers. Al die onschuldige mensen, die nog nooit een vlieg kwaad hebben gedaan. Geofferd om reclame te maken voor een stel gevaarlijke gekken, die het woord van god misbruiken om anderen naar het leven te staan.

 

 

 

Wat is dat? Holding Space? Wat maakt het zo bijzonder? Een inkijkje in dit concept van Heather Plett. Een constructieve manier om met je eigen problemen en die van je medemens om te gaan. Holding Space 2.

Holding Space is een begrip waar Heather Plett mee gekomen is. Alhoewel ik op het wereldwijde web ook anderen tegenkom, die dezelfde term claimen. Ik lees erover in een oude Hapiness, maar als ik het artikel opnieuw tracht te vinden is het plotseling verdwenen. Bizar. Ik blader het blad van voor naar achter door. En nog eens en nog eens. Gelukkig vind ik moeiteloos alle informatie over deze boeiende vrouw op internet.

Holding Space ofwel Ruimte ‘creëren/bezet houden’ voor medemensen in nood. Er is eigenlijk geen goede vertaling van de term. Zodra ik echter lees over wat dit concept inhoudt besef ik dat dit is wat ik al jaren tracht te doen. Met meer of minder succes.

Het is ooit begonnen toen ik op de Hogere Heksenschool zat. In die tijd begon ik bewust na te denken over wat de beste manier is om iets voor een ander te betekenen. Hoewel ik een uitstekend paranormaal therapeut was stond het hulpverlenerschap me  vaak tegen. Betutteling en gepamper zijn in die wereld niet van de lucht. Zelf ben ik zwaar allergisch voor mensen met een hulpverleners complex. Je kent ze wel, die kordate types, die je probleempjes wel eens eventjes voor je zullen oplossen. Kortom, ik liep best ergens tegenaan.

Een ontdekking voor mij was dat je anderen hun pijn moet gunnen. Klinkt gek, maar het betekent niets anders, dan dat je de ander zijn pijn niet afpakt. Diens probleem niet oplost. Diens leven niet overneemt.

Het werd mijn streven om bij mijn cliënten hun innerlijke kracht te versterken, zodat ze zelf hun rotzooi konden opruimen. Op de manier, die zij prettig vonden. Eigenlijk ontdekte ik indertijd dat je zo min mogelijk moet doen. Het komt meestal neer op de ander de ruimte geven en steunen. En luisteren. Lui luisteren….. In plaats van beGRIJPEN.

Holding Space is voor mij dan ook een zeer herkenbare invalshoek. De volgende punten zijn belangrijk als je op deze manier je medemens wilt helpen…..

1. Geef mensen toestemming om hun eigen intuïtie en wijsheid te vertrouwen.

2. Geef mensen alleen zoveel informatie als ze aan kunnen.

3. Neem hen hun kracht/macht niet af.

4. Houd je eigen ego er buiten!!!

5. Laat hen zich veilig genoeg voelen om fouten te mogen maken.

6. Geef raad en help op een nederige en bedachtzame manier

7. Maak een bak voor complexe emoties, angst, trauma etc.

8. Sta hen toe om andere beslissingen te nemen en andere ervaringen te hebben dan dat jij zou willen!!!

Holding space is not something that’s exclusive to facilitators, coaches, or palliative care nurses. It is something that ALL of us can do for each other – for our partners, children, friends, neighbours, and even strangers who strike up conversations as we’re riding the bus to work.

Na jarenlang op deze manier te hebben geopereerd moet ik toegeven dat het niet altijd werkt. Narcisten en psychopaten worden geweldig in de kaart gespeeld door hen zoveel ruimte en aandacht te geven. Dientengevolge plaats ik toch behoorlijk wat kanttekeningen bij dit verhaal.

Het is voor degene die ‘Space Holder’ is vaak maar een eenzijdig gebeuren. Mensen vinden het heerlijk als je hen steunt en ruimte geeft en respect. Ze genieten van alle liefde en aandacht om je vervolgens even vrolijk in je gezicht te spugen of op je bek te slaan…… Geen idee waarom, maar het gebeurt.

Idealiter zou de wereld er zo uitzien. Mensen, die elkaar onvoorwaardelijk steunen en helpen zonder enige vorm van eigenbelang. Ikzelf wil ook graag door anderen zo behandeld worden. Helaas is het nog niet zo ver. Heks wordt op een paar gouden uitzonderingen na nog steeds omgeven door mensen die het beter weten.

Hier nog een heel leuk filmpje over dit onderwerp: The difference between sympathy and empathy.

Jezelf niet langer verdedigen tegen allerlei goedbedoelende betweters is gemakkelijker gezegd dan gedaan; Het is ongeveer mijn tweede natuur geworden na dertig jaar ziek zijn! Vermoeiend! En ik ben al zo moe! Heks neemt een rigoureus besluit, vanaf nu is het afgelopen en uit met allerlei ongevraagde adviezen en idiote oplossingen aan mijn adres. Ik wil ruimte en tijd om mijn eigen zaakjes op orde te krijgen! Holding Space 1.

  1. Give people permission to trust their own intuition and wisdom. When we were supporting Mom in her final days, we had no experience to rely on, and yet, intuitively, we knew what was needed. We knew how to carry her shrinking body to the washroom, we knew how to sit and sing hymns to her, and we knew how to love her. We even knew when it was time to inject the medication that would help ease her pain. In a very gentle way, Ann let us know that we didn’t need to do things according to some arbitrary health care protocol – we simply needed to trust our intuition and accumulated wisdom from the many years we’d loved Mom.
  2. Give people only as much information as they can handle. Ann gave us some simple instructions and left us with a few handouts, but did not overwhelm us with far more than we could process in our tender time of grief. Too much information would have left us feeling incompetent and unworthy.
  3. Don’t take their power away. When we take decision-making power out of people’s hands, we leave them feeling useless and incompetent. There may be some times when we need to step in and make hard decisions for other people (ie. when they’re dealing with an addiction and an intervention feels like the only thing that will save them), but in almost every other case, people need the autonomy to make their own choices (even our children). Ann knew that we needed to feel empowered in making decisions on our Mom’s behalf, and so she offered support but never tried to direct or control us.
  4. Keep your own ego out of it. This is a big one. We all get caught in that trap now and then – when we begin to believe that someone else’s success is dependent on our intervention, or when we think that their failure reflects poorly on us, or when we’re convinced that whatever emotions they choose to unload on us are about us instead of them. It’s a trap I’ve occasionally found myself slipping into when I teach. I can become more concerned about my own success (Do the students like me? Do their marks reflect on my ability to teach? Etc.) than about the success of my students. But that doesn’t serve anyone – not even me. To truly support their growth, I need to keep my ego out of it and create the space where they have the opportunity to grow and learn.
  5. Make them feel safe enough to fail. When people are learning, growing, or going through grief or transition, they are bound to make some mistakes along the way. When we, as their space holders, withhold judgement and shame, we offer them the opportunity to reach inside themselves to find the courage to take risks and the resilience to keep going even when they fail. When we let them know that failure is simply a part of the journey and not the end of the world, they’ll spend less time beating themselves up for it and more time learning from their mistakes.
  6. Give guidance and help with humility and thoughtfulness. A wise space holder knows when to withhold guidance (ie. when it makes a person feel foolish and inadequate) and when to offer it gently (ie. when a person asks for it or is too lost to know what to ask for). Though Ann did not take our power or autonomy away, she did offer to come and give Mom baths and do some of the more challenging parts of caregiving. This was a relief to us, as we had no practice at it and didn’t want to place Mom in a position that might make her feel shame (ie. having her children see her naked). This is a careful dance that we all must do when we hold space for other people. Recognizing the areas in which they feel most vulnerable and incapable and offering the right kind of help without shaming them takes practice and humility.
  7. Create a container for complex emotions, fear, trauma, etc. When people feel that they are held in a deeper way than they are used to, they feel safe enough to allow complex emotions to surface that might normally remain hidden. Someone who is practiced at holding space knows that this can happen and will be prepared to hold it in a gentle, supportive, and nonjudgmental way. In The Circle Way, we talk about “holding the rim” for people. The circle becomes the space where people feel safe enough to fall apart without fearing that this will leave them permanently broken or that they will be shamed by others in the room. Someone is always there to offer strength and courage. This is not easy work, and it is work that I continue to learn about as I host increasingly more challenging conversations. We cannot do it if we are overly emotional ourselves, if we haven’t done the hard work of looking into our own shadow, or if we don’t trust the people we are holding space for. In Ann’s case, she did this by showing up with tenderness, compassion, and confidence. If she had shown up in a way that didn’t offer us assurance that she could handle difficult situations or that she was afraid of death, we wouldn’t have been able to trust her as we did.
  8. Allow them to make different decisions and to have different experiences than you would. Holding space is about respecting each person’s differences and recognizing that those differences may lead to them making choices that we would not make. Sometimes, for example, they make choices based on cultural norms that we can’t understand from within our own experience. When we hold space, we release control and we honour differences. This showed up, for example, in the way that Ann supported us in making decisions about what to do with Mom’s body after her spirit was no longer housed there. If there had been some ritual that we felt we needed to conduct before releasing her body, we were free to do that in the privacy of Mom’s home.

Holding space is not something that we can master overnight, or that can be adequately addressed in a list of tips like the ones I’ve just given. It’s a complex practice that evolves as we practice it, and it is unique to each person and each situation.

 

Jezelf niet langer verdedigen tegen allerlei goedbedoelende betweters is gemakkelijker gezegd dan gedaan; Het is ongeveer mijn tweede natuur geworden na dertig jaar ziek zijn! Vermoeiend! En ik ben al zo moe! Heks neemt een rigoureus besluit, vanaf nu is het afgelopen en uit met allerlei ongevraagde adviezen en idiote oplossingen aan mijn adres. Ik wil ruimte en tijd om mijn eigen zaakjes op orde te krijgen! Holding Space 1.

Sinds Peter van der Hurk me heeft aangeraden mezelf niet meer te verdedigen voor wat dan ook valt het me op hoe vaak ik dat eigenlijk doe. Bijna dagelijks moet ik van leer trekken tegen mensen die me ongevraagd van alles adviseren. Bijvoorbeeld hoe ik beter kan worden.

‘Heb je wel eens aan orthomoleculaire voedingssupplementen gedacht, Heks?’ vraagt iemand uit mijn vriendenkring bloedserieus. En daar ga ik dan weer. Ben ik weer minutenlang bezig om uit te leggen wat ik allemaal slik en hoe lang al. En hoeveel me dat per dag kost.

Krijg ik evenzogoed een artikel in mijn handen gestopt met één of ander vaag instituut met een dure naam er op waar ze me voor veel geld nog meer niet werkzame rotzooi willen aansmeren…. Ik gooi het adres ongezien in de prullenbak.

‘Waarom word je niet gewoon lesbisch? ‘ lost een andere vriendin mijn verdriet over mijn verbroken relatie eventjes voor me op. Ook in dit geval heb ik nog de moeite genomen om me te verdedigen, maar beter was ik, mezelf ontblotend, woest bovenop deze prachtige zelf zeer heteroseksuele vrouw gesprongen. Onder  het uitroepen van:’Geweldig idee, schat, fijn dat je erover begint, kom hier met dat lekkere lijf van je…..’

Een aantal weken na het beëindigen van mijn relatie bevond ik me al in de vreemde situatie dat ik serieus aan een mij totaal onbekende man werd gekoppeld. Best even schrikken. Zowel die man als dat gekoppel. En dit alles in het kader van ‘zet gewoon een deksel op dit potje en de boel is weer opgelost’.

Regelmatig sturen mensen me spirituele filmpjes over ziekte en genezing, over therapieachtige mindful mindfucking pijnbestrijdingsmethoden en wat al niet meer. Waar ik me nooit in verdiep, want ik geef het eerlijk toe; Al die informatie belandt direct in de prullenbak. Ik kijk er niet eens naar. Ik heb wel wat beters te doen.

‘Ondankbaar ben je toch, Heks,’ zou je kunnen zeggen. Ja, ik ben niet langer blij met een dooie mus. Ik kijk elk gegeven paard rücksichtlos in de bek en ontdek: Ik ben niet gek! De manier waarop velen hun zorg voor anderen laten blijken deugt niet. Hoe goedbedoeld ook schiet bovenstaande aanpak finaal zijn doel voorbij. Ik erger me al tijden dood aan betweters, ongevraagde adviezen en goedbedoelde stompzinnige oplossingen voor de problemen in mijn leven.

Zelf probeer ik zulke dingen anders aan te pakken. Daar denk ik al jaren over na. Ik gun mijn medemens zijn ellende. Ik pak het niet af. Ik los het niet op. Ik zit erbij en kijk ernaar. Dat betekent in de praktijk vooral veel luisteren…..

Ik tracht alleen in te gaan op een hulpvraag. Mensen weten echt wel bij wie ze moeten zijn voor hulp. Als ik iets kan betekenen is het prima, maar als iemand anders de aangewezen persoon daarvoor is is het ook goed.

Ik doe heksengebedjes in geval van nood. Vrijblijvend. En indien gewenst kan ik je op afstand instralen met mijn genezende handen, maar dan moet je een afspraak maken.

Nu weet ik wel dat ik jarenlang hevig last heb gehad van wat Boeddhisten ‘Crazy Compassion’ noemen. Teveel doen voor anderen. Over je grenzen gaan om dat voor elkaar te krijgen. Ten koste van jezelf vaak.

Maar ik zit in een behoorlijk veranderingsproces. Noodgedwongen. Ik ben het leven zoals ik het beleefde helemaal zat. Ik ben de narcisten en psychopaten om me heen zat, maar ook de goedbedoelende probleemoplossers en minder goedbedoelende betweters kan ik niet meer velen.

Net toen ik daar diep over na zat te denken kwam ik een prachtig artikel tegen in de ‘Happiness’. Net op tijd, want ook ik heb anderen nodig. ‘Waarom accepteer je geen arm om je heen?’ Vroeg de paragnost Peter van der Hurk me onlangs. Ik kon daar toen geen goed antwoord op geven, maar nu begin ik te begrijpen wat me vaak tegenhoudt. Het is de manier waarop die arm om je heen wordt gelegd. Die deugt vaak niet. En dan kom je van de regen in de drup.

Ik ben in mijn leven geholpen door mensen, die mij mijn autonomie probeerden af te pakken. Niet best als je al helemaal om ligt. Goddank ben ik stronteigenwijs. Dat is mijn redding geweest. Ik heb een broertje dood aan afhankelijk van iemand zijn. Ik ga nog liever dood in de goot.

Toen ik jaren geleden op de Hogere Heksenschool werd aangenomen bleek uit de persoonlijkheidstests dat ik bijzonder hoog scoor op probleemoplossend vermogen. Onwaarschijnlijk hoog zelfs. Deze tests werden afgenomen om te voorkomen dat mensen met een persoonlijkheidsstoornis op deze opleiding terecht zouden komen….

Van zulke stoornissen heb ik geen last en mijn aan het onwaarschijnlijke grenzende probleemoplossende vermogens zijn ook prima, maar ik was destijds wel gezegend met een heel laag zelfbeeld. Alarmerend laag volgens degenen die me de test afnamen. Ja, vind je het gek na al die narcisten in mijn leven?

Dat zelfbeeld is intussen wel enigszins opgekrikt. Ondanks weer nieuwe narcisten. Het kan echter nog beter, dat is me onlangs ook helder geworden. Met een laag zelfbeeld loop je het gevaar anderen belangrijker te maken dan jezelf. Het blijft een eeuwig werkpunt voor Heks….

Tijdens de opleiding ontdek ik iets belangrijks. Genezingsprocessen trekken zich weinig aan van mijn persoonlijke mening. Sterker nog: Hoe meer ik mezelf buiten het gebeuren van de behandeling houd, hoe beter het werkt! Ook leer ik dat ik andermans lijden gewoon moet laten zijn. Niet afpakken, niet oplossen, helemaal niets doen is vaak het beste. Wel de kracht in de persoon zelf aanspreken. Het zelfhelend vermogen, dat in ieder van ons woont.

Het is tijd om weer met mijn handjes aan het werk te gaan. Als ik ze gewoon laat wapperen heb ik veel minder last van het mezelf moeten verdedigen.

Het verhaal van de vrouw, Heather Plett,  bevat alle elementen, die ik ook belangrijk vind in het bijstaan van medemensen in nood. Zij noemt het ‘Holding Space‘. Ik besluit me er eens een beetje in te gaan verdiepen.

Wat is dat? Holding Space? Wat maakt het zo bijzonder? Een inkijkje in dit concept van Heather Plett. Een constructieve manier om met je eigen problemen en die van je medemens om te gaan. Holding Space 2.

Heks en Zwaan samen op stap in oerHollands landschap. Het komt me nog bekend voor ook. Verrek! Ik ben hier al eens eerder geweest. In minder goed gezelschap weliswaar en ook zat alles toen tegen…… realiseer ik me achteraf.

Woensdagmorgen smijt ik wat kleren in een koffer, pak mijn tandenborstel en haarborstel in, grijp wat spulletjes voor Ysbrandt bij elkaar: We gaan een dagje op stap met Zwaan. Ze heeft ons uitgenodigd om een nachtje in een hotel te logeren.

Rond het middaguur belt mijn vriendin aan. We duiken eerst nog even een outlet in. Hier pal om de hoek. Natuurlijk vind ik weer twee perfecte jurkjes voor bijna niets. Zwaan koopt een wollen vest voor haar beste vriend.

In de loop van de middag arriveren we in Lekkerkerk. We logeren in het enorme Fletcher hotel de Witte Brug. Onze kamer vinden is een hele opgave, het gebouw is een doolhof! Maar wat een mooie kamer. Groot genoeg voor een heel gezin.

Nadat we onze spullen hebben gestald gooi ik een kleedje op tafel. We eten we een broodje en drinken thee. ‘Kom, dan gaan we lekker met het Varken wandelen…!’ Even later zitten we in de auto richting een interessant wandelgebied. ‘Neem het pontje, dat is ook heel leuk om te doen!’ adviseert de receptioniste ons.

Eenmaal aan de andere kant van de Lek herken ik opeens het landschap. Hier ben ik een tijdje geleden ook geweest! ‘Volgens mij staat hier ergens het ‘Huis van Zessen”, mompel ik half in mezelf. En ja hoor, net op dat moment rijden we er langs.

Een stukje verder parkeer ik mijn kanariepiet langs de dijk. We lopen het prachtige Hollandse landschap rond Kinderdijk in. Bomvol molens! ‘Goeie hemel,’ zeg ik tegen mijn maatje, ‘Het zijn er veel meer dan ik me herinner!’ Don Quichot zou zijn hart kunnen ophalen hier!

We bezoeken een kaasboerderij  ‘BioKaas Kinderdijk‘ waar we toevallig langskomen. De uitbater is een vriendelijke man. Trots op zijn product. ‘Onze kazen zijn volstrekt vegetarisch. We gebruiken geen stremsel uit de lebmaag van kalveren!’ Zwaan koop yoghurt en kaas. Heks ziet het met lede ogen aan. Alle hier uitgestalde producten zijn voor mij verboden gebied tot mijn verdriet….

‘Je kunt onze producten ook in Amsterdam kopen,’ vervolgt de man zijn verhaal. Hij geeft Zwaan het adres. ‘Het is ongelofelijke lekkere kaas, Heks,’ vertelt ze me een dag later.

Even later wandelen we door de polder. Het is ijzig koud intussen, ondanks het zonnetje. Een gemene wind snijdt zich een weg door de kieren en spleten in onze winterjassen. Maar wat is het hier mooi! Echt fantastisch.

Een uurtje later rijden we weer langs de dijk. ‘Kijk, hier heb ik met een ex ons 1 jarig bestand gevierd. In een snackbar….’   Ik wijs op een glazen frietkot langs de weg in een klein plaatsje langs de Lek. Lekker romantisch. Met kleffe frietjes….. Moest ze zelf betalen natuurlijk. Zoals ik alles eeuwig en altijd zelf moest betalen bij die knakker. En vaak ook nog voor hem….. De benzine van dat uitje stond bijvoorbeeld al op mijn rekening. Zoals meestal het geval was.

We draaien Alblasserdam in op zoek naar een restaurant. Om de hoek van de friettent is een Chinees restaurant, ‘China Town‘. We worden gastvrij ontvangen door een ongelofelijk aardige jongeman. Ondanks zijn jonge leeftijd runt hij dit restaurant met vaste hand. De kaart is geweldig en bovendien staat bij elk gerecht vermeld welke allergenen er in zitten! Binnen mijn wensen en mogelijkheden wordt een menu samengesteld. Fantastisch!

In no time staat de tafel vol met heerlijk eten. Mijn Tippan gerecht wordt ter plekke geflambeerd. Het is overheerlijk en zoveel dat Varkentje onder de tafel ook een hele goeie dag heeft……

‘De groenteschotel krijgt u van het huis,’ zegt de gastheer als we om de rekening vragen. Als we die dan uiteindelijk krijgen kunnen we nog niet geloven dat de man niets vergeten is….

 

‘Ongelofelijk,’ zeg ik tegen Zwaan op de terugweg naar ons hotel, ‘Toen ik met die ex hier was ging alles mis. Ik liep natuurlijk weer aan de kar te trekken, zoals gewoonlijk. Ik heb dat ‘Huis van Zessen’ voor hem opgesnord op internet, ondanks zijn gescheld op smartphones…. Sinds hij er zelf eentje heeft zijn ze plotseling wel OK overigens. Meuh….’

‘Vervolgens konden we die vermaledijde molens niet vinden. Achteraf gezien bizar. Want we stonden er ongeveer met onze neus bovenop! En ook een fatsoenlijk restaurant zat er niet in die dag. Zo vierden we ons jubileum op een hopeloze plek met smerig eten….. Op een steenworp afstand van de geweldige Chinees waar we vandaag te gast waren. Typisch.’

Natuurlijk heb ik van die dag destijds toch een mooi verhaal gemaakt. Gewoontegetrouw.

’s Avonds gaan we lekker een uurtje de sauna van het hotel in. Er liggen slippers, handdoeken en een dikke badjas klaar. Super de luxe natuurlijk, zo’n privé sauna. Eenmaal terug op de kamer kunnen we onze ogen nauwelijks open houden. Heks hangt ondersteboven uit het raam en rookt medicinale weed, terwijl Zwaan al op 1 oor ligt.

Ik krijg meer spierpijn van mijn moeizame positie dan dat het voordeel oplevert, dus ik kruip ook in bed. Alles doet zeer natuurlijk, na zo’n dag. Het duurt dan ook eventjes voordat ik in slaap sukkel. Al die tijd ligt Ysbrandt lekker tegen mijn handen te knuffelen. Hij vindt het superleuk dat hij zo op de grond naast mijn hoofd kan slapen. Normaal gesproken ligt hij aan het voeteneind!

De volgende dag maken we nog een gigantische wandeling. Het is een prachtige omgeving. Aan het eind van de middag koers ik huiswaarts. Ik zet Zwaan af op het station. Het waren heerlijke dagen, we hebben elkaar de oren van het hoofd gekletst en Heks is doodmoe natuurlijk.

’s Avonds sluit zich een virus aan bij mijn vermoeidheid. Mijn keel begint pijn te doen en ik raak mijn stem kwijt…. De grote zwakke plek van MEpatiënten. Dat betekent de komende dagen absolute bedrust, want ik wil volgende week wel in de Mattheüs Passion meezingen!

 

Christelijke ‘NUTTY Professor’ ofwel de ‘Horny Hoogleraar’ slaat zijn slag. Hij bedriegt zich een slag in de rondte. Tot beluit komt alles uit. Het is heel zielig voor zijn ongewasssen fluit…… Vermakelijke narcist staat voor gek op TV.

Er was eens een hoogleraar op christelijke grondslag verbonden aan een universiteit in de VS. Geen idee welk vak hij doceert, maar het is iets in de juridische hoek. Hetgeen heel praktisch is in het geval van zijn geval, want hij verslijt meer vrouwen dan schone onderbroeken en dat leidt natuurlijk tot klachten. Eén van de vrouwen beweert overigens dat hij nauwelijks doucht en zelden zijn leugenachtige bek schrobt. Het is in alle opzichten tobben met de man.

Dat vindt hij zelf overigens niet. Hij draait alles om wat zijn exen over hem zeggen. Zij zijn degenen die onherkenbaar zijn veranderd sinds hun verloving, verkering, huwelijk of welke vorm van relatie dan ook waartoe ze zich hebben laten verleiden door dit onbetrouwbare  sujet.

Ik kijk naar de man van de dag in de Doctor Phil show. Hij past perfect in dit rariteitenkabinet. Zijn dikke kop is breeduit op televisie. Wat een lelijkerd! Yek ! Een echte onversneden gek!

‘Ik leerde hem online kennen, op een datingsite,’ begint zijn laatste vrouw haar jammerverhaal. Oh jee, die sites worden bevolkt door narcisten! Uit op aandacht via een medium, dat bijna uitnodigt tot bedrog. Ideaal voor dit meedogenloze volkje!

‘Toen ik hem voor het eerst zag schrok ik me dood. Ik vond hem totaal niet aantrekkelijk!’ Ze trekt een vies gezicht bij de herinnering aan haar eerste indruk van haar echtgenoot, ‘hij is heel dik en hij stinkt. Ook heeft hij nu niet bepaald een knap gezicht, hij is zo kaal als een biljartbal en zijn gebit is een ruïne.’

Toch viel deze vrouw in de week die volgde op de kennismaking als een baksteen voor de man. ‘Hij zei precies de goede dingen, hij kwam zo degelijk en betrouwbaar over, zijn beroep sprak me aan!’ Kwijlt de voormalig erotische danseres nog na. Haar gezwijmel bij het christelijke imago van de professor geeft ook te denken. Bakvis verandert in baksteen. In die zin heeft de kerel gelijk. Ze veranderde inderdaad totaal. In een liefhebbende vrouw!

Na vier maanden (!) zijn ze getrouwd. Ook kochten ze een huis (duh? 😦 ). Een half jaar later liggen ze alweer in scheiding. De man heeft haar al talloze kerel bedrogen, tegen haar geschreeuwd, financieel leeggezogen en opgelicht….. Klinkt me bekend in de oren. Ik heb ook zo’n kwibus over de vloer gehad. Die heeft me ook belogen en bedrogen en financieel leeggezogen.

Gelukkig ben ik nooit met de griezel getrouwd. Wie doet dat dan ook? Na vier maanden! Met een wildvreemde gek van het wereldwijde gekkenweb!

‘Die vrouw spoort niet,’ beweert de professor, ‘Na een tijdje kwam ik erachter dat ze een verleden heeft als exotisch danser….’ ‘Dat heb ik je direct vertelt,’ de vrouw lacht hem vierkant uit, ‘Je vond dat nog zo opwindend.’ En ja, tot haar schande moet ze bekennen dat ze wel eens voor hem heeft gedanst. Met frisse tegenzin….

De ex-verloofde is er ook. Zij moest destijds haar ring inleveren om aan de nieuwe vrouw te geven: Ze woonde notabene op dat moment bij de nutty professor in huis. Samenwonen voor het huwelijk heet dat. Kauwde ‘ s nachts zachtjes met tegenzin op zijn ongewassen noten. Maar volgens de ontaarde christenman is dat niet waar.

‘Die vrouw heeft dat verzonnen,’ liegt de sul tussen zijn stompjes van tanden. Maar….

Er volgen meer vrouwen. En allemaal belogen en bedrogen. Zijn eerste ex-vrouw heeft hij financieel naar de rand van de afgrond gebracht, zijn dochter vertelt hoe hij haar meenam naar zijn minnaressen. Toen ze pas negen jaar oud was! Mafkees.

Plotseling zit er een blond huppelkutje naast hem. Het blijkt zijn advocate te zijn. Een domme meid, die krijgt later spijt van dit dubieuze optreden op nationale televisie! Ze roept ‘en plein public’ onbegrijpelijke dingen, die je ernstig aan haar verstand doen twijfelen. Met een bloedserieus gezicht! Durf eens een loopje te nemen met haar! Of met de horny hoogleraar. Die zo graag anderen de horens opzet!

Als er gesproken wordt over zijn terechte ontslag bij de universiteit wegens fraude en plagiaat wordt ze furieus. Daar mag niet over gerept worden. ‘Maar het stond in de landelijk krant. Op de voorpagina!’ giebelen zijn exen. Ze zijn melig geworden. Zoveel lariekoek wekt de lachlust op!

‘We moeten toch ook lachen om die rare narcisten,’ gooide een deelneemster aan een narcistendag onlangs in de groep. Direct daarop was iemand anders in tranen. Want waarom? Zij hebben nergens last van, ze komen vaak als winnaar uit de strijd. Door hun manipulaties trekken ze bij conflicten veelal aan het langste eind. Het raakt hun kouwe kleren niet. Verstoken als ze zijn van enige vorm van empathie.

De slachtoffers zitten met de gebakken peren….. Die zijn kapot gemaakt. Die hebben alleen maar ingeleverd.

Toch moet ik zeggen dat deze man prettig voor joker zit op televisie. ‘Mijn ex haat me zo, ze zou me het liefs ontmannen!’ Roept deze grote kleuter wanhopig. Welke ex bedoel je? Volgens mij zouden ze allemaal met plezier een bijdrage leveren aan jouw castratie…..

Het zou sowieso een enorme verbetering  betekenen voor ons dames in het algemeen, als we gevrijwaard blijven van de ongetwijfeld matige prestaties van het miezerige geslacht van deze faliekante mislukking der goddelijke schepping…….

Voedingsindustrie over de knie. Het gore lef van de moleculaire topchef. Veel mensen worden steenrijk door het leveren van een maatschappelijke wanprestatie. Wat Heks betreft: Additieven uit de gratie!

Vanmorgen kijk ik in mijn mailbox. Allerlei onzinberichten passeren de revue. Er is heel veel gebeurd op Facebook. En wil ik niet nog meer mensen volgen op Twitter? Bijvoorbeeld die en die of Huppeldepup zus of zo. Er volgt een hele rij……

Mijn oog valt op een Tweet over gesjoemel in de keuken door top chefs. Ik klik iets aan en kom terecht bij een artikel getiteld ‘De alchemisten van de haute cuisine’  door Marcel van Silfhout. Onbevangen begin ik te lezen.

Ik heb die hele hype rondom de innovatieve moleculaire keuken niet gevolgd. Het begrip voedseltechnologie staat me tegen. Ik krijg er sinds jaar en dag braakneigingen van. Het gemiddelde gekloot van omhooggevallen mislukte scheikundigen aan ons dagelijks brood vind ik crimineel. Het is ingegeven door louter winstbejag van grote fabrikanten en heeft nergens het belang van de consumenten in het vaandel.

Dat die er ziek van worden is geen enkel probleem. De voedingsindustrie gooit het al jaren op een louche akkoordje met de farmaceutische industrie. Laatstgenoemden kunnen alle door additieven veroorzaakte bijkomende schade dan weer pappen en nathouden met hun medicatie. Liever niet genezen, want dan valt er niets meer te verdienen.

 

Er wordt bijvoorbeeld goud geld verdiend aan allerlei vormen van diabetes. Een vrouw die ik ken werkte ooit in die branche. haar bedrijf ontwikkelde allebei producten voor deze ernstig zieke patiënten. Als er weer een paar honderdduizend diabetici bij waren gekomen gaven ze een feestje. Met champagne en al.

Nu koken dus ook grote chefs met al die smerige stofjes uit de voedingsindustrie. Supermarkten en prefab-food vermijden is niet meer genoeg. Ook in de duurdere restaurants ben je je leven niet meer zeker!

Heks staat er eigenlijk helemaal niet van te kijken. Al jaren ben ik verbijsterd over wat er allemaal mag op het gebied van voeding. De meest afgrijselijke toevoegingen zijn toegestaan. Al het leven wordt er uitgestraald en -gehaald. Vaak als het nog op vier poten in de wei loopt als het dat geluk al heeft. Of op een vergiftigd veld staat….

Nederland is binnen de EU wel ongeveer het ergste land op dit gebied. Onze zuinige volksaard maakt dat we grif mee gaan met deze dwaling in de vaart der volkeren. We nemen zelfs een echte koppositie in. Wat hier ter lande bijvoorbeeld legaal met het gemiddelde stukje vlees wordt uitgehaald is ten hemel schreiend. Je mag het tot 80% volspuiten met water en zouten, zodat het meer lijkt. Yek.

Ik lees het ellenlange houtsnijdende verhaal van Marcel van Silfhout grotendeels door. En ja hoor, ook nu is de motivatie achter deze krankzinnige praktijken weer geld. Door hun eten vol te stoppen met vieze additieven zijn de topchefs een stuk goedkoper uit, dan wanneer ze gebruik maken van de traditionele ingrediënten. Het scheelt behoorlijk!

En sinds ze hun clientèle wijs hebben gemaakt dat dit soort smerig freten het neusje van de zalm betreft, de kleren van de keizer als het ware, zit gans smaakloos Nederland met een hete aardappel in hun keel deze smakeloze troep weg te werken. Dat valt nog niet mee met zo’n pieper in je klikokieper.

Maar nu het allerbizarste van dit verhaal: De topchefs worden gesponsord door de voedingsindustrie. Miljoenen verdwijnen in de zakken van deze zogenaamde grote koks, deze kleingeestige miezerige  prutsers, zodat al die kankerverwekkende stofjes en andere griezelproducten lekker worden gepromoot. Toe maar!

Heks is blij, dat ze grotendeels biologisch eet. Van jongs af aan heb ik een bloedhekel gehad aan additieven in voedsel. Ik vind het smerig. Zodoende kook ik altijd ‘from scratch’. Niets zo heerlijk als het samenstellen van een kruidenboeket voor en goede Dahl of het trekken van een krachtige bouillion. En ga zo maar door. Koken is inderdaad chemie. En ook alchemie. De alchemie der liefde.

Het Opus Magnum van de voedingsindustrie is er niet bepaald op gericht om de mensheid te verheffen. Ze gooit allerlei additieven op de markt als betrof het de Steen der Wijzen. Helaas verandert de gemiddelde maaltijd na toevoeging van die troep niet in goud, maar in een berg stront. Ongezonde stront ook nog. Hun morgenstond geeft stront in de mond.

Goddank heb je nog mensen zoals Jamie Oliver. Ik zie hem soms op televisie voorbijkomen met zijn charmant slissende tegengeluid. Fanatiek probeert hij op scholen te bewerkstelligen dat leerlingen fatsoenlijk te eten krijgen. Je bent wat je eet tenslotte. En veel jongeren zijn in die zin kwalitatief al helemaal niets meer nog voordat ze volwassen zijn.

Kansloze jongeren leidt hij op tot volwaardige koks. Hij werkt met een keur aan goede producten. Hij heeft zelf een geweldige moestuin! En ga zo maar door.

De wereld is gek. Het Amerikaanse bedrijf Monsanto claimt het genetisch materiaal van een groot deel van het zaad in de wereld. Als er een plantje van dat zaad per ongeluk in jouw tuin groeit kunnen ze je aanklagen.

Walt Disney heeft de rechten op het liedje Happy Birthday To You. Dat mag je dus ook al niet meer straffeloos zingen.

Vanmorgen loopt er een zwerver door de steeg. Een oude baas met grote knoestige handen en een vriendelijk gezicht. Ik zie hem vaker. Hij staat te graaien in een grote afvalbak. Ik loop naar buiten met mijn hondje. ‘Goedemorgen’, groet ik hem. Hij kijkt verbaasd. Niemand groet hem. Hij bestaat niet. Hij is uitschot.

Ik stop hem een paar euro in handen. ‘Koop een lekker broodje’. Weer die verbaasde blik. Later kom ik hem weer tegen, nu glimt hij me tegemoet. Blij dat hij vandaag zichtbaar is. Als ik omkijk zie ik dat hij me een stukje volgt. Even later is hij verdwenen.

Hij hoeft zich geen zorgen te maken, dat hij wordt vergiftigd door een topchef. Tenzij hij uit de vuilnisbak van hun restaurant eet natuurlijk. Hij heeft overigens zorgen genoeg. Bijvoorbeeld om aan iets eetbaars te komen.

Hem worden geen miljoenen in de zak gestopt door de voedingsindustrie. Die weten niet eens dat hij bestaat, althans, het interesseert hen niet. Er valt nu eenmaal van een kale kip niets te plukken.

Transglutaminase is een lijm voor vlees, gevogelte en vis op basis van enzymen. Het product wordt gemaakt door Ajinomoto, de grootste fabrikant van glutamaat. De stof geldt niet als additief, maar als hulpstof. Het gebruik ervan kan het binnenste van de vis of het vlees in kwestie besmetten met bacteriën die tijdens de bereiding niet gedood worden, tenzij je ook het binnenste verhit. De stof is ideaal voor fraudeurs: je plakt een paar kleine sint-jakobsschelpen aan elkaar tot één grote. Je kunt ook een mooi stuk vlees, zoals een nep-tournedos, in elkaar zetten op basis van vleessnippers en vleesresten.