Met je knar in een fietskar is nog niet zo eenvoudig. Heks loopt tegen allemaal praktische problemen aan. Vier fietsen en twee aanhangers verder kan ik er nog steeds niet mee ‘uit de voeten’…….

Zaterdag wil ik uitslapen. VikThor houdt me al nachten uit mijn slaap met zijn kleine plasjes en minipoepjes in de steeg. Ook de afgelopen nacht heeft hij me een aantal keren ruw gewekt uit zoete dromen. Om negen uur houd ik het voor gezien. We gaan ontbijten.

Een uurtje later liggen we alweer te pitten. Heks is moe, maar haar hondje ook! We hebben dan ook een paar intensieve dagen achter de rug. Het is tijd voor een kleine pauze. Zodat mijn ventje kan al zijn energie kan gebruiken om te groeien. Uiteindelijk is dat zijn core business op dit moment.

Al een paar dagen ben ik bezig om te zorgen dat ik met mijn prachtige hondenfietskar kan rijden. Zo heb ik de elektrische Batavis fiets van mijn mamaatje te leen. Helaas interfereert de aansluiting van de kar op de as van de fiets met het beveiligingssysteem van de fiets. ‘Je loopt de kans dat het ding blijft rijden en versnellen op momenten dat je eigenlijk stil wilt staan, levensgevaarlijk!’ aldus de fietsenmaker.

Hij weigert het klusje te klaren. De man heeft met de fabrikant van de fiets gebeld en die heeft de ingreep ten sterkste afgeraden. ‘Veiligheid voor alles, mevrouwtje!’ Hij heeft gelijk. Ik zal iets anders moeten verzinnen.

‘Kan er wel een knop achter het zadel worden bevestigd? Dan hang ik mijn antieke houten Batavis aanhangwagentje erachter. Daar past mijn hondje ook prima in.’ De fietsenmaker krabt achter zijn grote oren.

‘Dat lijkt me geen probleem. Breng de spullen maar langs, dan maak ik het in orde.’ O jee. Die zadelknop ligt nog bij mijn ex. Hij weigerde dit kleine attribuut terug te geven bij het scheiden der boedel. Mijn aan hem uitgeleende kar kreeg ik mee, maar naar de bijbehorende zadelknop kon ik fluiten.

Getreiter natuurlijk. Niet dat hij er iets aan heeft. Tenzij hij em in zijn hol stopt!

‘Misschien heb ik er nog wel ergens eentje liggen. Het is een wat verouderd systeem, dus ik weet het niet zeker. Kom vanmiddag maar eventjes informeren.’ De fietsenmaker keert zijn zolder ondersteboven en vindt geen knop. Pech. Moet hij er weer eentje bestellen. Als ze nog leverbaar zijn tenminste….

Kijk zo heb ik dus intussen vier fietsen. En twee fietskarren. Maar ik kan er nog steeds niet mee fietsen, omdat er telkens iets ontbreekt, niet kan of kapot is. Of verdwenen, ingepikt, vernacheld.

De hele zaterdag houden we rust. ’s Middags fiets ik eventjes met mijn hondje in een tas aan mijn stuur naar een park. Zoals altijd als ik met VikThor wandel zitten er gillende meisjes naar hem te zwaaien. ‘Oh, wat een schatje,’ zwijmelen ze gezamenlijk, ‘Kom maar hier, lekkertje….’ Dronkenlappen hikken vertederd naar mijn hondje. Kleine kinderen lopen in trance achter mijn piepkleine pup aan……

Een puppy brengt licht en tederheid. Vrouwen rammelen massaal met hun eierstokken als begroeting, mannen flirten vrolijk met het baasje van het beestje. Zelfs junks zijn even verlost van hun jeukende Cold Turkey en zuipschuiten vergeten tijdelijk hun drankzucht…..

Overal waar ik met mijn hondje verschijn verdwijnt chagrijn. En dat is fijn.

 

Puppycusus! Joepie! VikThor blij, Frogs blij en ik ook! Uitstekend tegengif tegen allerlei agressieve giftige individuen, die hier maar gewoon door de steeg lopen te lanterfanten.

puppycursus03Gisterenavond aan het begin van de avond sta ik bij Frogs op de stoep. We gaan naar puppycusus.  Het is al tien voor zeven en het begint om zeven uur, dus ik toeter in de hoop dat mijn kikkervriend op de uitkijk staat. Een man loopt voorbij. Woedend kijkt hij me aan. Hij ergert zich duidelijk dood aan mijn Italiaanse rijstijl. Vooral aan het daarbijbehorende geclaxonneer. Hoe durft ze! Die rare Heks.

Intussen tikt de klok verder. Ik toeter nog maar eens. Geen Frogs. Waar kan hij zitten? Zo groot is zijn huis niet. Intussen staat de hele buurt voor het raam. Ik besluit maar uit te stappen en aan te bellen. Dat heeft gelukkig het gewenste resultaat.

‘Ik stond eventjes lekker op het balkon,’ verklaart mijn vriend zijn lakse reactie. Nou moe. Hij staat eens in de honderd jaar op zijn balkon en wel precies vandaag! ‘Ik kreeg boze reacties, Frogsie, op mijn getoeter. Maar dat is niks. Gisteren mepte een beer van een  kerel bijna mijn spiegel van mijn auto af. En dat omdat hijzelf niet opzij wilde gaan, toen ik door de steeg reed. Ik kan toch moeilijk over hem heen rijden!’

‘Ik werd zo nijdig dat ik stopte, uitstapte en hem vroeg wat dat te betekenen had. Waarop hij me te lijf wilde. Gelukkig stond hij ver genoeg van me af om snel te kunnen instappen en weg rijden….. ‘

‘”Kom maar hier, dan krijg je een pak slaag”, riep ik naar hem. Dat durfde hij toch niet aan. Weet hij veel dat ik MEpatiënt ben en nog geen deuk in een pakje boter kan slaan. Ik heb nog steeds een groot postuur en ben ook nog steeds atletisch gebouwd. Voor hetzelfde geld heb ik zwarte band kickboksen…’

Gelukkig zat er geen nieuwe deuk in mijn auto vandaag. Zo’n kanariepiet is natuurlijk gemakkelijk te traceren. En zulk soort eikels deinzen nergens voor terug……

Als we bij de kynologenvereniging arriveren stapt er net een stel uit met een baby-Chihuahua, een piepklein hompiedompie. Later blijkt hij ouder te zijn dan VikThor!

Mijn hondje is flink gegroeid. Hij is anderhalf keer zo groot als toen hij kwam drie weken geleden! Elke dag ziet hij er een beetje anders uit. Zijn pootjes worden enorm. Zijn staart is drie keer zo lang. Hij staat hoger op zijn poten…… Als iets me heeft geconfronteerd met het fenomeen impermanence dan is het wel deze snelgroeiende pup.

Ook is zijn sneeuwwitte vacht intussen bezaaid met zwarte stipjes. Het vlekje op zijn ruggetje is allang niet meer alleen. Menig Dalmatiër zou jaloers zijn op mijn ventje……

Het is alweer de tweede les van de cursus. Intussen heb ik ook een privé jachttraining met VikThor gedaan. Hij blijkt superslim te zijn! En heel leergierig!

Frogs doet mee aan een oefening om je hondje naar je toe te laten komen. Sommige honden rennen alle kanten op behalve naar de baas. ‘Hij kwam gewoon naar mij toe, Heks. Ik dacht dat hij naar jou zou rennen….’ Mijn kikkervriend is in zijn knollentuin. Die kleine Vlek weet al heel goed wie zijn suikeroompje is!

Het uur vliegt voorbij. Eenmaal thuis zijn we helemaal kapot. Ook al doe je maar weinig zo’n les, toch is het heel inspannend. Mijn hondje ligt het eerste uur helemaal om. Pas daarna heeft hij de energie om zijn bak leeg te eten.

True en Trueman komen langswaaien. Ze brengen speelgoed en een kluif die ik afgelopen week in de magische tuin van True heb laten liggen. We slaan een verrukkelijk uurtje stuk samen. En raad eens waar we het over hebben? Onze hondjes natuurlijk!

 

Wakker worden van een droom: Heldere dromen zijn geen bedrog. Toch? Heks droomt een tegenvraag. Nu het antwoord nog…….

Afgelopen week word ik wakker van een droom. Dat is over het algemeen een teken dat die droom me iets te vertellen heeft. Maar wat droomde ik dan? Slaapdronken prent ik mezelf de beelden in. Ik creëer een paar triggers op cruciale plekken, zodat ik me morgenochtend de droom min of meer kan herinneren. 

Er word aan de deur gebeld. Als ik open doe staan er een aantal mij onbekende mensen met kinderen op de stoep. Ze zijn verre ‘familie’ van me, zo beweren ze. En ze hebben het moeilijk. Direct beginnen ze daarover te vertellen. ‘Waarom komen jullie uitgerekend naar mij toe?’ vraagt Heks gis. Ze krijgt geen antwoord. De mij vreemde familieleden ratelen door over hun ellende.

‘Waarom komen jullie uitgerekend naar mij toe? Hoe komen jullie op dat idee?’ Ik vraag het gewoon nog maar eens. En opnieuw krijg ik geen antwoord. Hardnekkig blijven ze spuien en spuien. Een beerput gaat open. De drek loopt uit hun bek langs hun nek. Wat gek.

Opnieuw vraag ik waarom ze nu uitgerekend hierheen zijn gekomen? Ik blijf het vragen. Ik luister niet naar hun gezeik. Ik wil nu wel eens weten waarom er altijd mensen met ellende op mijn stoep staan. Onbekenden. Of vage kennissen. Of verre familieleden waar ik nog nooit van gehoord heb.

Dan schiet ik wakker. Wat een gekke droom. Raar hoor. En wat reageerde ikzelf vreemd. Normaal gesproken zit iemand allang bij me binnen als ie een zielig gezichtje trekt. Ik reageer heel anders dan ik van mezelf gewend ben in de droom. Of misschien is er echt iets aan het veranderen in Heks. Misschien krijg ik eindelijk grip op iets wat me al jaren nekt…..

‘Jij zit altijd maar naar Jan en Alleman’s ellende te luisteren Heks,’ zei mijn ex van honderd jaar geleden Blonde Buurman onlangs tegen me. ‘Ik herinner me nog goed hoe je destijds in de kroeg werkte en geduldig alle vreselijke verhalen van allerlei dronken idioten stond aan te horen. Ik ken je niet anders!’

Goh, deed ik dat toen ook al? Ja. Ik deed het al als kind. Ook toen sprong ik in de bres voor kids die gepest werden. Ik wierp me op als hun beschermster. Ik luisterde geduldig naar hopeloze verhalen over verschrikkelijke thuissituaties. Maar over mijn eigen situatie repte ik met geen woord…..

De paragnost Peter van der Hurk wees me ook al op die eigenschap. Volgens hem moet ik er maar geld voor gaan vragen. ‘Zet een tafeltje neer met een naambordje erop. En laat mensen betalen voor je een consult. Jij kunt bovendien ook nog eens genezen met je handen. Gewoon een praktijk openen, dan ben je zo uit de sores….!’

Gemakkelijker gezegd dan gedaan natuurlijk. Je kunt moeilijk opeens uit het blinde niks een rekening presenteren als je weer eens eindeloos naar een droevig verhaal hebt zitten luisteren. Of iemand mateloos hebt zitten bevestigen. Het zou me een deining geven!

Voorlopig neem ik een uitgebreide luistervakantie. De komende tijd ben ik niet bereikbaar in dat opzicht. Ik ben als het ware eventjes in gesprek. Met mezelf wel te verstaan. Dus ik neem andermans problemen niet meer aan. Dat is wat de droom me vertelt.

Er is iets wezenlijks aan het verschuiven vanbinnen. Een op zich goede eigenschap is tegen me gaan werken. Niet best natuurlijk. Dat moet toch anders kunnen! Daar word nu aan gewerkt……

Ga je dan nooit meer naar iemand luisteren? Word je vanaf nu Oostindisch doof Heks? Sta je bij het minste of geringste aandacht vragende rotverhaal stampvoetend met je vingers in je oren omdat je niet wilt horen?

Wie weet. Ik denk niet dat het zo’n vaart zal lopen, waarschijnlijk is het tijdelijk, maar zeg nooit nooit.

Wonderhondje in de hondenhemel gunt zijn droevige Vrouwtje een nieuwe viervoetige vriend om haar gezelschap te houden. Plotseling komt er een pup op mijn pad. Toeval? Ys lijkt daar de poot in te hebben. Varkentje heeft nog steeds een flinke hondenteen in mijn mensenpap!

Vorige week ben ik op zoek naar puppy’s op internet. Onbewust bijna. Ik betrap mezelf er als het ware op. Ik verdiep me in zowel de Engelse Springer Spaniël als de Epagneul Breton ofwel Bretoense Spaniël. Dit omdat Ysbrandt een mix was van deze twee geweldige rassen.

Ik vind van alles, onder andere genetische ellende bij de Springers. Heupdysplasie, progressieve retina atrofie en ga zo maar door. Je kunt voor een habbekrats een pup kopen, maar daar zitten dan geen papieren bij. Je hebt geen idee wat je in huis haalt. Misschien wel een heleboel genetische ellende.

 

Een paar fokkers springen er uit. Eentje heeft pups, die op het punt staan het nest te verlaten. In een opwelling schrijf ik dinsdagavond een mail met de vraag of er nog beestjes te vergeven zijn. Zodra ik de mail heb verstuurd bedenk ik me dat dit waanzin is. Ja, er komt een nieuwe pup, ooit, maar laat ik eerst even bijkomen. Op vakantie gaan bijvoorbeeld….

Ik hoor niets meer terug op de mail en maak plannen om een midweek naar Buitenkunst te gaan. Ik heb al een paar afspraken omgezet, als ik donderdagavond plotseling toch een mailtje zie van de fokker. Ze hebben nog precies 1 reutje, zwart/wit. Lief dapper ventje, overgebleven omdat anderen teefjes wilden, of de bruin/witte variant.

Vlijmscherpe tandjes

Als ik de foto’s zie smelt ik. Hij is precies wat ik zoek! De volgende ochtend bel ik op om een afspraak te maken. Ik wil dit ventje bekijken.

De rest van die vrijdag ben ik bezig met het checken van de fokker, bellen met de Raad van Toezicht, de Nederlandse ‘Engelse Springer Spaniël  Club’ enzovoorts. Kennel van de Hazelberg blijkt een uitstekende naam te hebben. ‘Het zijn gezonde en hele goeie zachte hondjes, die daar vandaan komen. Ik heb ze regelmatig gezien op Springerdagen…..’ vertelt de dame van de Nederlandse Springer vereniging.

Eind van de middag lig ik op tafel bij de fysiotherapeut. Ze haalt me grondig uit de knoop. Hierna prop ik snel een maaltijd naar binnen. Gevolgd door een straffe bak koffie.

En zo rijd ik dan aan het begin van de avond naar het wonderschone Brabant. Een pak geld in mijn tas. Voor het geval dat. Het is bijna anderhalf uur rijden. Gelukkig is de weg zo goed als leeg.

Ik voel me kalm en vastberaden. Ja, er komt een up. En misschien wel deze. Het is razendsnel, dat wel. Maar Ysbrandt is het ermee eens. Sterker nog: Hij wil dit echt graag. Het is voor mijn trouwe kameraad veel gemakkelijker om me los te laten als hij weet dat er weer een hondje in mijn leven is. Niets zo ellendig voor een honden-engel als een treurend baasje.

‘Vier mijn leven met je nieuwe hondje, Vrouw. Loop waar wij liepen, doe wat wij deden, ik ben een engeltje op zijn schouder…..’ hoor ik hem als het ware zeggen.

Tegen achten ben ik ter plaatse. Een prachtige verbouwde boerderij in the middle of nowhere. Ik word hartelijk ontvangen. We gaan direct naar de pup kijken.

VikThor zit in een ren met een nest dashonden van vier weken oud. ‘Wel zo gezellig voor hem,’ lacht de man. Zodra ik het kereltje zie ben ik verkocht. Hij loopt zo parmantig door de tuin te rennen! Ook de ouders van de pup zijn aanwezig. Schitterende honden.

Ysbrandt als pup, precies even oud toen als zijn kleine ‘broertje’ nu……

Paps vlijt zich neer in het gras en laat zich uitgebreid aanhalen. Wat een schat! Ik zou hem zo inlijven! Het ziet er goed uit! Alle dingen waar je op moet letten als je een pup aanschaft zijn hier dik in orde.

‘Wil je een kop koffie?’ We gaan aan de tuintafel zitten. Ik heb een kleine pup op schoot. Goeiig laat hij zich aaien. Even later valt hij in slaap. Daar smelt Heks natuurlijk helemaal van, dat begrijp je.

De fokker vertelt me een heleboel dingen, waarvan ik helaas ook alweer één en ander vergeten ben. Gelukkig kan ik dat altijd navragen. We vullen een formulier in, waarbij de pup van eigenaar wisselt. De koop wordt gesloten.

Ik krijg een pakket voer, een prachtige stamboom en een stapeltje paperassen mee. Het blad van de Engelse Springervereniging zit ook in het pakket. De deal is rond!

‘Ik ga natuurlijk weer jachttraining doen met hem, net zoals met mijn vorige hond,’ vertel ik de man. Ik laat hem een foto zien van Ys. ‘Oh, wat een prachtige hond, maar een kruising Springer/Epagneul? Wat bezielt mensen toch? Dat zijn toch volstrekt tegengestelde karakters? De Epagneul in de verte en de Springer dicht naast je…..’

Goh, zo leer ik postuum nog van alles over mijn geliefde Varkentje! Hij had gewoon een enorme genetisch gedicteerde tegenstrijdigheid in zijn karakter….. Zijn naam was dus inderdaad zeer goed gekozen!

‘Ik ga maar eens terug rijden, het is al over negenen.’ Heks komt overeind. De fokker neemt de pup mee en zo lopen we naar de auto. De moeder van het jong verblikt of verbloost niet. Wat haar betreft zit haar taak er op. Ze heeft geen zin meer in hondjes met scherpe tandjes hangend aan haar tepels. Als VikThor het eerder die avond nog een keertje enthousiast probeert schudt ze hem geïrriteerd af.

Ik heb een kattentas meegenomen en daar past dit piepkleine diertje met gemak in. Enigszins overdonderd zit hij te kijken. Dan rijden we weg.

‘Piep, piep,’ hoor ik naast me. Heks maakt sussende geluidjes. Als ik de snelweg opdraai steek ik mijn hand in de mand. Het kleine hondje gaat er direct op liggen. Zo rijden we het hele stuk saampjes terug. Tegen het eind van de rit poept hij van de stress. Een verschrikkelijke stallucht vult de auto. Gelukkig zijn we bijna thuis.

Als ik de mand binnen zet zitten er direct vijf katten omheen. Met grote ogen bekijken ze het monstertje. VikThor geeft geen krimp. Hij is duidelijk de aanwezigheid van allerlei beesten gewend.

Die nacht heb ik een heel klein hondje in mijn armen. Hij piept en snikt een beetje, maar hij weet al wie de Vrouw is. En dat hij bij haar veilig is. Een paar keer ren ik met hem naar buiten. Dan moet hij eventjes een poepie doen.

Om een uurtje of 2 s’nachts sms’t Frogs dat hij is geland. Ik vertel hem over VikThor. Oh, wat gek voor mijn kikkervriend. Toen hij een paar weken geleden op vakantie ging leefde Ysbrandt nog. ‘Neem maar goed afscheid van hem,’ zei Heks. Ik had een vreemd voorgevoel. En nu woont er alweer een andere viervoetige vriend in Huize Heks!

Frogsie moet nog tot de volgende morgen wachten om ons nieuwe makkertje in zijn armen te sluiten. Tegelijkertijd is er geen Ysbrandt meer bij de voordeur. Geen ‘ogen op stokjes’. Geen klein opgewonden Varkentje superblij dat zijn suikeroom weer in het land is…….

Mijn kleine hondje VikThor verzacht de pijn enorm. Als ik met hem wandel danst Ysbrandt in zijn voetspoor achter ons aan. Als ik hem knuffel geniet mijn engel-hondje mee. Ysbrandt is blij dat zijn Vrouwtje weer een hondje heeft. Ik verdenk hem er zelfs van er de hand in te hebben gehad. Of beter gezegd de poot…..

Het is toch wonderbaarlijk dat er binnen een week weer zo’n heerlijk kereltje hier woont. Heks heeft sterk de indruk dat Ysbrandt hem voor me heeft uitgezocht……..

De laatste loodjes met Ysbrandt wogen zwaar. Toch waren ook die moeilijke uren heel bijzonder, ik had ze voor geen goud willen missen!

Vorige week vrijdag ga ik met Ysbrandt en buurman op stap. Ys’ grote vriend, de enorme Duitse herder van mijn buurman laten we maar thuis, want mijn oude hondje is uiterst kwetsbaar geworden.

Vlak voordat we het huis verlaten zie ik dat mijn kanjer bloed plast. O jee, een blaasontsteking vrees ik. Niet best. Op ons gemak tuffen we naar het Valkenburgse meertje. We genieten van een heerlijk uurtje in de zon. Buurman en Heks maken voortdurend absurde grappen zoals gewoonlijk.

Ysbrandt wil een balletje. We spelen met mijn oude makker. Een man komt langs met een prachtige zwart-witte  Springer Spaniël, een jonge vitale versie van mijn hondje. De viervoetige heren snuffelen aan elkaar. Wij maken een praatje met de eigenaar.

Op de terugweg gaan we langs de dierenarts. Ysbrandt piest in de wachtkamer, een geluk bij een ongeluk: Een poepzakje om zijn piemeltje tijdens ons uitje mocht niet baten. Hij vertikte het gewoonweg om er in te plassen. Gelijk heeft ‘ie! Snel zuig ik een beetje urine op met een pipet. De dokter onderzoekt het monster en ontdekt inderdaad een blaasontsteking.

Er gaat een flink shot antibiotica in. Ik krijg een kuur mee voor een week. ‘Ik weet niet of hij dat gaat redden. Zijn buikje is zo dik en opgezet. Hij ademt zo snel en oppervlakkig de laatste dagen en nachten. Ik geef hem zoveel plaspilletjes en nog hoor ik hem reutelen…..’ Bovendien zie ik de Demodex rond zijn oogjes opkomen. Met een beetje pech wordt mijn mooie ventje ook nog kaal.

‘Ik heb dit weekend dienst, je kunt me altijd bellen,’ zegt de dierenarts, een schat van een dame. Ze ziet ook wel dat het niet meevalt voor mijn kereltje. ‘Morgen zijn we gewoon open tot 2 uur. Dan kun je altijd even langskomen…’

Eenmaal thuis geef ik de beestjes eten. Voor Ysbrandt maak ik een heerlijke bak rauw vlees met extra Carnitine, Taurine, Alpha Liponzuur en CoQ10 om zijn hartje te ondersteunen. Een beetje glucosamine en chondroitine  moet zijn spieren en gewrichten soepel houden. Tot slot gooi ik er een paar kippennekken bij.

Enthousiast staat mijn ventje zijn bak leeg te schrapen. De kippennekken sleept hij mee zijn bench in. Krakend maakt hij ze soldaat. Mijn zieke hondje eet aanmerkelijk beter dan zijn Vrouw. Ik krijg al dagen geen hap door mijn keel……

Later die avond bel ik de buurman. Ik ben een beetje in paniek. Ys eet dan nog wel goed, maar daar is alles mee gezegd. Het beestje is doodziek. Ik ben als de dood dat zijn nieren het opgeven. ‘Ik leg de telefoon naast mijn bed, Heks, als het nodig is ga ik met je mee naar de dierenarts…’

De hele nacht loop ik te spoken. Met enige regelmaat piest mijn ventje een chemisch geurend bloedspoor door het huis. Ik dweil het op en spreek hem bemoedigend toe. ‘Geeft niks, schat, kijk maar, alweer opgeruimd…’

Midden in de nacht zit ik bij hem. Ik kijk hem recht aan. ‘No coming, no going,’ fluister ik, ‘Jij zit in mijn hart en ik in het jouwe. Altijd. Dat zal niet veranderen, lieverd.’ Hij lijkt me te begrijpen. Doordringend kijkt hij terug. De schat.

IMG_8918

‘Er komt een moment dat je weet dat het zover is, Heks,’ zei mijn vriendin, de vrouw van de acupuncturist afgelopen week. Zij is ervaringsdeskundige op dit gebied. ‘Het is een hele moeilijke beslissing, maar je weet wanneer het zover is. Daar moet je op vertrouwen.’

Het is zover.

De volgende ochtend lopen we een rondje door de wijk. Mijn ventje wil perse het hele rondje lopen. Het gaat erg langzaam. Hierna eet hij zijn bak niet meer leeg. Halverwege houdt hij het voor gezien. Ook laat hij een pensstaafje liggen. Dat is nog nooit gebeurd….

Ik bel de buurman, ik bel de dierenarts. ‘Ik zal het heel cru zeggen, mevrouw Heks, u kunt beter een week te vroeg de stekker eruit trekken dan een dag te laat. Beestjes met deze indicatie sterven een vreselijke ellendige natuurlijke dood, want ze stikken. U bent heel verstandig.’

Om half twee kunnen we terecht……

Om kwart voor 1 belt buurman aan. We stoppen mijn kereltje in de auto. Onderweg laten we hem nog eventjes lopen in een park. Hij draait nog een laatste drolletje. Hij rolt nog een laatste keertje door het gras. Op weg naar de kliniek maken we zoals gewoonlijk gruwelijke grappen. Eerst verkoop buurman een hoop onzin en dan Heks.

‘Ik kwam tijdens mijn zoektocht naar een geschikt crematorium een verhaal tegen over een dierenarts die zijn vriendin vermoordde. Daarna heeft hij haar in stukken gehakt en bij verschillende dierencrematoria aangeboden…..’ We zitten enorm te lachen als we de straat in rijden. Ys kijkt vergenoegd. We zijn gelukkig allemaal ontspannen. Ondanks de dodelijke stress…..

In de wachtkamer van de dokter krijgt Varkentje nog wat ham van van der Zon. Hij vindt het heerlijk natuurlijk. Als we aan de beurt zijn geef ik hem nog een heleboel lekkertjes. Hij krijgt een prikje om rustig te worden. Nog meer lekkertjes….. Totdat hij te duf is om te kauwen.

‘Vaak zakken hondjes met deze ernstige problematiek op zo’n eerste prik al helemaal weg. Groot kans dat er verder niets nodig is…’ De dierenarts spreekt me bemoedigend toe.

Ys loopt naar de deur. Hij wil naar huis. Ik loods hem weer de spreekkamer in. De dokter geeft hem nog maar een tweede prikje. Mijn ventje blijft stokstijf voor de Vrouw staan. Niet veel later staat hij enorm te hijgen. Verdorie. Nu heeft hij het toch benauwd. Net als ik me daar enorm zorgen over maak, gaat hij eindelijk liggen. Hij zakt in slaap.

YSBRANDT13

Toch zijn er twee dodelijke giftig blauwe injecties nodig voordat hij gaat. Hij wil niet weg. Nog bijna een uur ligt hij zachtjes te ademen. Pas na de vierde prik geeft hij het op. ‘Als u hem niet geholpen had, was het waarschijnlijk echt een drama geworden. Dit hondje is zo taai. Hij zou tot de laatste snik hebben volgehouden voor de baas. U heeft een goed besluit genomen. Ik werk overigens niet mee aan zoiets als ik het er niet mee eens ben….’

Mijn mannetje ligt zo vredig te ‘slapen’. Zijn mooie zachte achter oortjes uitgewaaierd over de vloer. Zo laat ik hem achter.

In de auto brul ik het uit. Buurman zit ook te snikken. We pakken elkaar beet.

In Huize Heks nemen we een goeie borrel. ‘Weet je wat ik toch zo vreemd vond, Buurman,’ giebel ik, ‘De dierenarts ging voor elke dodelijke prik de huid van Ysbrandt desinfecteren….. Zodat hij geen infectie krijgt…..’ We liggen dubbel.

De hele middag praten we over het gebeurde. Over onze hondjes. We bellen uitgebreid met Frogs, zo ver weg in Portugal. Oh wat misen we hem vandaag! Ik steek een kaarsje aan voor mijn hondenengeltje.

YSBRANDT14

Hij heeft nu vrede. Zijn zieke lichaampje is weer gezond en mooi en jong. Hij springt weer een meter in de lucht. Hij kan zijn bek weer openen, zijn tong weer uitsteken. Weer gapen….. Hij kan weer rennen en zwemmen. Daar in de mooie hondenhemel. Waar allemaal oude vrienden hem begroeten.

Het is vreselijk ellendig dat Ysbrandt niet langer hier is, maar ik voel me gek genoeg ook opgelucht en gelukkig. En trots. Trots op ons, we hebben het samen toch maar geklaard!

Ons leven samen is 1 grote liefdesgeschiedenis. Vanaf dag 1 tot aan nu. Elke dag van elkaar gehouden. Iedere dag samen genoten. Mijn rouw om Ysbrandt wordt gekleurd door al deze gouden ervaringen samen.

We wonen altijd in elkaars hart, mijn lieve hondje en ik…..

 

 

Heks heeft weer een hondje! Even voorstellen: VikThor ‘Vlekje’ van de Hazelberg. Geboren op 18 juni 2016. Waardig opvolger van zijn grote broer Ysbrandt.

Deze foto stond op internet

VikThor: Overwinnaar en dondergod. Alias Donar. Zijn runeteken, de donderbezem kom je nog wel eens op gevels tegen. Een donderbezem? Een viervoeter met zo’n naam is werkelijk een perfect hondje voor een heks……

VikThor is geboren in de voortreffelijke Kennel van de Hazelberg te  Heeswijk-Dinther in Brabant. Hij heeft maar liefst negen boertjes en zusjes. Allemaal gefokt voor de jacht. Echte werkhondjes….

VikThor met zijn nieuwe suikeroompie  ome Frogs!

 

Mijn viervoetige vriend is zo ziek als een hond en hondsberoerd. Zelfs in dit hondenweer heeft hij nog last van de hitte. Heks maakt slapende hond wakker en gaat naar dierenarts.

Vorige week woensdag tijdens een laatste avondlijke zoekronde naar Snuitje is Ysbrandt niet vooruit te branden. Al dagen loopt hij extreem te puffen en te sukkelen: Het arme beest heeft last van de warmte. Nu is het echter goed afgekoeld. Ook miezert het een beetje. Ideaal voor oude hondjes!

Bezorgd neem ik waar dat hij alleen maar terug naar huis wil. Iedere stap is hem teveel. Eenmaal thuis zit hij zo te hijgen, dat ik er niet goed van word. Angstig kijkt hij me aan. Het arme beest krijgt nauwelijks lucht! Zijn bek houdt hij gek genoeg dicht. Ploffend beweegt hij met zijn opgetrokken wangetjes. Ook al zo’n vreemde ontwikkeling.

Mijn hondje is echt in paniek nu. Ik heb het idee, dat hij er gewoon in kan blijven! Het is zaak om hem kalm te krijgen. Terwijl ik hem voorzichtig neerleg en behandel met mijn gouden handjes voel ik hem rustiger worden. ‘Het komt goed schatje, morgen gaan we naar de dierenarts en ik ga niet weg zonder plaspillen.’

Al maanden heb ik het idee dat Ys last heeft van een lekkende hartklep. Hij heeft al jaren een hartruisje en ook is zijn gulle hondenhart een beetje vergroot. Daarnaast heeft hij vocht in de longen en een rare rochelhoest. ‘Het kan ook bronchitis zijn,’ aldus mijn dierenart, ‘Maak eerst maar eens een echo.’

De echo moest wachten, want de beoogde maker lag in het ziekenhuis. Daarna ben ik naar Frankrijk vertrokken. Daarna had ik geen geld meer. Mijn hondje ging weer helemaal goed. Misschien waren al die problemen gewoon naweeën van zijn castratie…..

Tot vorige week. Mijn schat lijkt er in te blijven. Heks schrikt zich een ongeluk. De volgende dag zit ik bij een invaller. Mijn eigen dierenarts is op vakantie. Al snel is ze het met me eens, dat hier sprake is van hartfalen: Volle longen, vergoot hart, dikke opgezette buik en een stevige hartruis…..

‘We weten pas precies wat het is na een echo. Maar je hebt gelijk, 999 van de 1000 keer gaat het om hartfalen met een lekkende klep. Het ligt er in dit geval dik bovenop. Laten we direct de behandeling inzetten, want het dier voelt zich hondsberoerd…. Je kunt die echo altijd nog maken…’

Ik krijg een doos plastabletten mee.

‘Volgens mij is er nog meer aan de hand,’ vertel ik de vrouw, ‘Ik heb op internet zitten zoeken naar problemen met de kaak bij de hond en ben me rot geschrokken. Al enige tijd heeft Ysbrandt last van zijn kaak. Uw collega kon niets vinden, het gebit is goed. Ik dacht eigenlijk dat het in het gewricht zat, maar wat ik gevonden heb is veel ernstiger!’

‘Volgens mij lijdt mijn hondje aan Kaakmyositis. een progressieve ziekte van de kauwspieren, ze sterven geleidelijk af. Of accuut, maar dit lijkt me de chronische vorm te zijn. Werkelijk alles wat ik bij Ysbrandt waarneem aan symptomen, zie ik in dit ziektebeeld terug. Zoals het feit dat hij zijn bek niet meer kan openen. En zijn veranderde gezichtsuitdrukking. Hij heeft inderdaad een vossenkoppie gekregen.’

Toevallig heeft deze dierenarts in haar leven een keer eerder met deze zeer zeldzame aandoening te maken gehad. Ze herkent dan ook de symptomen. Die hond heeft overigens maar twee maanden geleefd na het stellen van de diagnose…… ‘Bij die hond kreeg ik de bek helemaal niet meer open, maar bij Ysbrandt ook maar nauwelijks. En de kop is ingevallen… Je weet het pas zeker na een biopt van de kauwspier. Die sturen we dan op voor onderzoek….’

‘Ja, maar het lijkt me toch duidelijk dat het die aandoening is. Dus waarom eerst weer weken onderzoek doen. Hij heeft misschien nog maar een paar maanden…… Ik wil gewoon behandelen. Het enige dat werkt zijn cortisonen. Dus daar wil ik op inzetten….’

Helaas betekent het toedienen van cortisonen ook weer dat die verdraaide Demodex ofwel pupyschurft een nieuwe kans krijgt om mijn hondje kaal te maken… Het immuunsysteem moet plat om de resterende kaakspieren te redden, maar eenmaal plat krijgt die ellendige parasiet weer een kans! ‘Zou je hem niet gewoon chronisch behandelen met Tactilgifbaden en Ivomec?’ vraagt de dierenarts. Oh jee. Wat een gedoe.

Ysbrandt is gigantisch opgeknapt van al dat plassen. Hij rochelt en hoest niet meer, want het ventje krijgt weer lucht. Intussen hebben we ook nog een hartpilletje ingezet en mijn acupuncturist heeft me nog wat alternatieve medicijnen meegegeven. Mijn dagen bestaan uit hondje uitlaten en nog eens hondje uitlaten en alweer hondje uitlaten.

Ontelbaar veel kleine piesrondjes door de steeg. Net zoals toen hij nog een puppy was.

 

Daarnaast probeer ik een ritme te vinden om al die medicijnen op het juiste tijdstip bij hem naar binnen te krijgen. De smakelijke kauwtabletten voor het hart vindt hij bijvoorbeeld smerig. ‘Wat nu smakelijk? Maak dat de kat wijs!’ zie je hem denken. Die peperdure pillen moeten echter nuchter gegeven worden. dus door zijn eten mengen is geen optie…..

Met veel kabaal staat hij daarna hele bakken water weg te slobberen. Van al die cortisonen en plaspillen krijg je maar dorst! Ook aast hij weer op broodkorsten en kippenpootjes in de Leidse parken. Ook door de cortisonen. Met enig regelmaat pakt hij stiekem iets van de grond. Schijnheilig probeert hij het dan ongezien naar binnen te werken voordat ik het in de gaten heb. Maar de baas heeft altijd alles in de gaten!

Balend laat hij het beoogde stuk voedsel dan maar weer vallen. Behalve de kreeftenpoot, die hij afgelopen week scoorde. Die rook toch zo lekker! Halsstarrig houdt hij hem in zijn bek. Geen gezicht natuurlijk.

Pas na drie keer streng ‘los’ roepen laat hij de poot vallen. Je hoeft geen medelijden met hem te hebben hoor. Mijn Varkentje wordt gruwelijk verwend!

Waar ik erg aan moet wennen, is dat ik mijn stoere onverslijtbare hondje zo moet ontzien. Ik ben zo gewend veel van hem te vragen. En geloof me, als ik dat nu nog doe probeert hij het ook nog te geven. Omdat het nu eenmaal het beste hondje van de hele wereld is!

Na een onrustige week met een lamlendig hondje ga ik gisteren samen met hem de auto wassen. Op een kussen in de schaduw ligt hij me te observeren. Er waait een verkoelend windje. De vrouw wast haar kanariepiet. Ook wordt al het vakantiestof eruit gezogen. Tot slot strooi ik wat lavendelolie door mijn karretje.

Daarna gaan we naar het Valkenburgermeertje. Op ons gemak kuieren we langs het strandje. Mijn Varkentje vraagt om de bal. Met beleid gooi ik dan toch maar weer een balletje voor hem. Ik zorg dat hij zich goed afkoelt in het water. Ook mag hij niet te lang achter elkaar spelen.

Als een jonge god rent hij achter zijn balletje. Het is heerlijk weer. We hebben het weer overleefd!

Die avond zit Ysbrandt eindeloos bij me te knuffelen. Oh, vrouw, wat was het gezellig vanmiddag. Wat hebben we genoten saampjes. Heerlijk! Waf!

 

 

Sporten brengt me de gewenste sportmaatjes. En sommige mannenpraatjes vullen geen vrouwengaatjes! Hoe graag ze dat ook zouden willen! Wat Heks betreft gaan de deuren van het Korps Mariniers wagenwijd open voor vrouwen. De hoogste tijd!

Maandagavond ga ik sporten, althans: Het moet ervoor doorgaan. Ik heb al tijden een sportkaart, maar ik maak er zelden gebruik van. Bij mijn huidige poging om mezelf weer aan de praat te krijgen hoort echter ook bewegingstherapie. De ligamenten rond mijn gewrichten moeten sterker worden. En ook voor andere aspecten van mijn leven kan het positief werken.

Eerst ga ik onder de zonnebank. Door die antibioticakuur heb ik weinig meegekregen van het mooie weer van de afgelopen periode. Ik kan wel een kleurtje gebruiken! Daarna volg ik een yogales. Ik doe lekker voor spek en bonen mee, zodat mijn gewrichten enigszins in de kom blijven. Lekker is anders, maar toch is het prettig om te doen. Tot slot een sauna’tje toe.

Woensdag ben ik alweer in de sportschool te vinden. Tijdens een buikspierklasje word ik aangestaard door een vrouw. Ik staar terug. Ze komt me vaag bekend voor. Pas als ze glimlacht zie ik wie het is. Een saunamaatje uit het verleden. ‘Ik herken je niet met je kleren aan,’ roepen we over en weer. En: ‘Ga je zo de sauna in?’

‘Mijn partner heeft me verlaten na 20 jaar,’ vertelt ze me later al zwetende. ‘De mijne was een narcist. Die ellendeling en vreemdganger heb ik hoogstpersoonlijk de deur gewezen,’ puffend vul ik haar in over mijn meest recente liefdesleven. We hebben allebei een klotejaar gedraaid door onze mislukte relaties. ‘Ga mee naar een singleparty zaterdag. Hartstikke leuk, ik ga regelmatig. Als je zegt dat je alleen voor de gezelligheid komt laten de heren je redelijk met rust. Je kunt er heerlijk salsadansen, partners zat!’

Heks heeft er wel oren naar, maar ik moet natuurlijk maar zien of ik het ga redden. We wisselen telefoonnummers uit. Terwijl we zo bezig zijn hoor ik opeens iemand mijn naam roepen. ‘Heks, wat leuk, ben jij het? Ik herken je niet met je kleren uit.’ Een hondenvriendinnetje van me springt spiernaakt door de kleedruimte mijn blikveld in.

Ha, wat een gezelligheid. De dames blijken elkaar ook te kennen. Ze zijn hier iedere avond! Fijn. In mijn pogingen weer te gaan sporten heb ik regelmatig naar een maatje gezocht. Helaas loopt niemand in mijn vriendenkring warm voor lidmaatschap van één of andere stomme sportschool.

De zondag erop heb ik alweer een afspraak aldaar. Deze keer met een trainster. Zij gaat me oefeningen geven om mijn ligamenten te versterken. Eerst sta ik eindeloos te wiebelen op een gehalveerde bal. De onderkant is rond en de bovenkant plat. Een beetje à la het wereldbeeld uit de middeleeuwen met de platte aarde en het ronde uitspansel, maar dan ondersteboven.

Daarna moet ik op een grote bal gaan staan en kunstjes doen. ‘Vind je het niet eng?’ vraagt de bijzonder coole instructrice. Het is een beer van een dame. Volgende week gaat ze de landmacht in. Echt iets voor haar! Nee, Heks is niet bang. Althans niet om op die bal te gaan staan.

Wat ik wel vrees is hoe ik me morgen voel. Het is altijd tricky als een ME-patiënt gaat bewegen. Voor je het weet beland ie een half jaar in bed….

Na de instructie en een buikspierklasje kletsen we wat na. ‘Zou je niet bij het Korps Mariniers willen?’ Heks is gewoon nieuwsgierig. Het lijkt me echt iets voor haar!

Haar ogen gaan stralen. Ze is echt een hele stoere meid! Dan komt er echter tot mijn verbijstering een geheel ander verhaal uit haar mond. ‘Dat kan ik beter niet doen,’ haar stem wordt mat. Hoe is dat nu mogelijk?

Wel: Eén of andere kerel heeft op haar in zitten praten, dat dat geen goed idee is. En waarom dan wel niet?

Omdat het zo moeilijk is voor de mannen. Ze kunnen hun werk niet goed doen met een vrouwelijke exponent van het menselijk geslacht in hun gelederen. Ze kunnen een vrouw nu eenmaal niet zien lijden. Ze zal dus de zwakste schakel zijn in het peloton blablabla.

Ik hoor het al. Een eikel van een vent heeft zijn frustraties op haar botgevierd en met succes. Ze heeft het idee om haar droom te volgen opgegeven. Door zo’n gefrustreerde kwal. Dan maar bij de landmacht……

Heks wilde vroeger brandweer worden of zeeman. Dat dat toentertijd echt niet kon werd me al snel duidelijk. Gelukkig zijn de tijden enigszins veranderd…..

Als mannen gynaecoloog kunnen worden en zich het recht verwerven om recht in onze kut te kijken, dan mogen wij ook best eens een brandje blussen toch? Of een stoomboot besturen. Bij wijze van vrouwelijke Sint Nicolaas.

(Niemand hoor je overigens over de discriminatie van vrouwen in het Sinterklaasverhaal. De volstrekte afwezigheid van onze sekse in de beeldvorming rondom dit feest. Zelfs buitenlanders krijgen meer voor elkaar op dat vlak…. Maar goed, het is nogal vroeg om alweer te beginnen met de hopeloze Zwarte Pieten discussie…)

‘Ik hoop dat je voor het hoogst haalbare gaat, gewoon toetreden tot het Korps Mariniers, wees de eerste vrouw die dit doet,’ enthousiasmeer ik haar. Ja, waarom ook niet? Het Korps zal er waarschijnlijk gigantisch van opknappen!

Korps Mariniers open voor vrouwen!

Experiment met vrouwen in Korps Mariniers in VS loopt uit op drama.

Toelating vrouwen in Korps Mariniers bekeken.

 

Alles is anders in Plumvillage na het wegvallen van hun mannelijke versie van de ‘queen bee’. Toch is Thay nog zeer aanwezig. Heks gaat gewoon met hem mediteren bovenop een berg. Als vanouds!

Ruim anderhalf jaar geleden krijgt mijn hoogbejaarde leraar Thich Nhat Hanh een herseninfarct. Een aantal maanden ervoor bezoek ik zijn seminar met als werktitel: ‘What happens when we die?’ ‘Hij bereidt zijn sangha voor op zijn verscheiden,’ denkt Heks als ze dat van tevoren ergens leest. Ik ben vast niet de enige die dat toen dacht!

Thay overleeft echter zijn infarct en langzamerhand stabiliseert zijn toestand. Praten kan hij helaas niet meer. Deze verbaal zeer begaafde man is met stomheid geslagen. Lesgeven is er dus niet meer bij. Als ik eind mei afreis naar de Dordogne heb ik geen idee wat me te wachten staat. Voorheen draaide zo’n retraite volledig om de virtuoze dharmatalks van Thich Nhat Hanh.

Mijn vriendin de non vertelt me dat hij vroeger wel twee talks per dag gaf. Eentje in het Engels en eentje in het Vietnamees. Die laatste werd je ook geacht te volgen: Er waren gelukkig altijd wel vertalers aanwezig!

‘Misschien komt er wel niemand deze keer,’ mijn vrees blijkt ongegrond. Uit alle windstreken zijn toch weer busladingen leerlingen ingevlogen. De Hamlets zijn afgeladen vol. Niet zo overvol als de vorige keer, maar toch vol.

En ja, het is anders om geen les te hebben van Thay. Het is namelijk zo fantastisch om hem als leraar te hebben. Ik realiseer me hoe bevoorrecht ik ben geweest al die jaren. Ik heb de talks van die verrukkelijke man in levende lijve meegemaakt!

Deze keer moeten we het zonder Thay stellen. Hoewel? Tijdens de eerste talk komt hij plotseling binnen. Zijn verzorgers duwen hem voort in een rolstoel. Het wordt doodstil in de afgeladen meditatiehal. Iedereen is diep ontroerd. Dan zingen we hem toe. Heks voelt tranen langs haar wangen stromen. Wat hou ik toch veel van deze man. Zelfs al zegt onze leraar geen woord, hij is nog steeds zeer aanwezig.

Zo zien we onze geliefde zenmeester toch ook deze keer af en toe: Tijdens de les komt hij regelmatig eventjes binnen. Hij scant de ruimte met zijn ZEN-blik. Een paar keer zit hij maar een halve meter van me af, omdat ik graag helemaal aan de zijkant zit met al mijn kleurpotloden, verf en plakspullen. Zoals altijd kijkt hij dwars door me heen!

Halverwege de derde week hebben we les in New Hamlet. Het weer is een beetje wisselend, om de haverklap valt er een bui op je kop. Na de les is het echter droog. Het zonnetje breekt door. We gaan lekker tegen de berg op wandelen: Walking mediation, iets dat Thay toch zo graag deed. Helaas valt er weinig meer te lopen voor hem…..

Eerst zingen we allemaal liedjes rondom de Belltower. Een dagelijks terugkerend ritueel. De woorden en melodieën zijn vaak uiterst eenvoudig. Kinderlijk bijna. Vroeger zijn er regelmatig mensen geweest, die dat maar niks vonden. Niet serieus genoeg. Ze gingen zich beklagen bij Thay en pleitten voor verandering. Onze leraar echter liet zich niet verbakken, de liedjes bleven.

Nu weten we niet beter. Volwassen mensen maken speels de bijbehorende gebaren in de lucht, terwijl ze vol overgave de eenvoudige woorden zingen. ‘Happiness is here and now’. Eerst in het Engels, dan nemen de Fransen het over. ‘Le bonheur est maintenant…’ Binnen de kortste keren horen we ditzelfde lied in het Fins, Zweeds, Spaans, Portugees, Chinees, Vietnamees, Tagalog en ga zo maar door.

Tot onze vreugde duikt Thay op in zijn rolstoel. Zijn leerlingen beginnen hem tegen de berg op te duwen. Wij volgen als makke schapen. Tussen de pruimenbomen door slingert een lint van blije mensen omhoog. Hoger en hoger gaat het, de monniken hebben er aardig de sokken in gezet.

Bovenaan de heuvel houden ze stil. Wij schapen drommen om hen heen. Onze leraar wordt omgeven door verrukte leerlingen. Sommigen van hen hebben hem nog nooit in levende lijve gezien. Ze gaan vlak voor zijn neus staan en maken een foto. Of ze gaan naast hem poseren en iemand anders maakt een kiekje. Thay kan geen kant op natuurlijk. Hij moet het gelaten over zich heen laten komen….

Dan draaien de verzorgers zijn stoel om. Iemand bedient de bel en het wordt stil. Gezamenlijk mediteren we als vanouds. Ik drink het landschap in. Ik wil niet per se met Thay op de foto, maar dit is wat ik wil. Samen met mijn leraar hier zitten. De lucht inademen, die hij inademt. Het landschap indrinken, dat hij indrinkt. Interzijn met deze grote geest.

Na de meditatie pakken de mensen hun lunchpakket. Het is tijd om te eten, iets waar ze in het klooster nooit de hand mee lichten. Mijn lunch ligt in mijn auto.

Zodoende daal ik achter Thay de berg af. Ik draal nog even onder de moerbeibomen. Op mijn gemak pluk ik er een heleboel. Verzaligd prop ik de zoete vruchten in mijn mond. Overvloed.

Als we die middag dharma-delen komt natuurlijk deze bijzondere wandelmeditatie ter sprake. Wat was het fijn dat Thich Nhat Hanh erbij was!

‘Ik vond het verschrikkelijk dat mensen zomaar foto’s van hem gingen maken. Hoe kun je dat nu doen? Die man kan geen kant op!’ Iemand heeft zich groen en geel geërgerd, ‘Het maakt me zo verdrietig, hebben mensen dan geen fatsoen?’ Heks snapt dit heel goed. Op mij kwam het ook niet prettig over, dat gefotografeer. Maar ik erger me er niet aan. Ik doe gewoon net of ik het niet zie….

De Vietnamese non, die onze familie faciliteert neemt het woord. Ze is een goedlachse schat van een vrouw. ‘Ik zal jullie een beetje invullen over Thay. Hij is niet de zielige man, die sommigen van hem maken. Ik zie hem regelmatig en behalve dat hij niet kan praten is er nog net zoveel contact.’

Ze vertelt hoe ze nog steeds bij hem permissie vraagt om elders een retraite te gaan leiden. Hoe hij nog steeds zeer aanwezig is. Hoe hij geniet van het leven, van een stukje wandelen, de natuur…..

IMG_8838 - versie 2

‘Vroeger had hij een gigantische hekel aan fotograferen. Als je met hem op de foto wilde gaf hij je de ZEN-look!’ Ze trekt een streng gezicht. We liggen dubbel. Thich Nhat Hanh heeft het vermogen dwars door je heen te kijken. Een onthutsende ervaring! Heks heeft ook wel eens de ZEN-look gekregen, toen ze hem van korte afstand probeerde te fotograferen. Van schrik liet ik bijna mijn camera vallen…..

‘Later heeft hij zijn mening herzien. Hij begrijpt dat het voor mensen belangrijk is om een foto van hem te hebben. Sommigen hebben er jaren op gewacht om hun leraar een keertje te mogen zien. Ook met ons is hij uitgebreid op de foto gegaan. Elke monnik of non apart. Eerst een officiële foto,’ ze trekt een heel serieus gezicht en gaat kaarsrecht zitten, ‘en daarna een hele vrolijke of gekke….’

Ach, mijn geliefde leraar. Gevangen in zijn lijf.

Een Vietnamese monnik, een bootvluchteling die in Nederland terecht kwam en dientengevolge vloeiend Nederlands spreekt, geeft op een goeie dag een talk. Hij vertelt over een heldere droom, die hij kreeg na het herseninfarct van zijn leraar. Toen deze in coma lag in het ziekenhuis van Bordeaux.

In de droom ziet hij Thay, heel duidelijk. Deze leest hem iets voor, maar gaat zo snel, dat de monnik het niet kan volgen. ‘Rustig aan, Thay,’ roept hij uit, maar Thich Nhat Hanh is niet te stoppen. Slechts vier regels heeft hij onthouden van hetgeen hem werd gezegd:

  1. Still intact, Still complete, full.
  2. There are ways, there are paths, we need to face by ourselves.
  3. We feel inspired by, we just do it.
  4. We don’t calculate anything.

 

 

 

 

Magische Walvis in Katwijkse wateren. Janneke opgeslokt! Maar ook weer uitgespuwd op de boulevard. Gelukkig is ze niet bang uitgevallen. En: Ze is weer veilig thuis. Geloof jij dat dat mogelijk is? Heks wel…..

Vanmorgen glip ik weer op het nippertje de kerk in. O jee, als ik maar niet op mijn vingers wordt getikt straks! Jip en Janneke zitten naar me te glimmen. Ik schuif naast hen in de rij en zing mee met het openingslied. Ligt het nu aan mij of zingen we al weken een terts hoger dan normaal? Piepend breng ik het vers tot een goed einde. Om me heen ook niets dan gefrustreerd geknerp. Ik kom hier ook echt voor de muziek, maar de lol gaat er wel een beetje af zo.

Alweer mopperen, Heks? Welnee. Ik constateer gewoon een feit.

De preek gaat over het horen van stemmen. Een weinig populair verschijnsel, behalve in de bijbel. Het is bovendien een actueel onderwerp, gezien recente schietpartijen, waarbij de dader beweerde te handelen in opdracht van stemmen in zijn hoofd. Is hier sprake van Goddelijke leiding? Het resultaat is weinig verheffend: Een heleboel onschuldig slachtoffers……

Er worden drie verhalen uit de bijbel aangehaald. Een mij vrij onbekend verhaal over de roeping van de profeet Samuel, waarbij God midden in de nacht de arme jongen alsmaar uit zijn slaap wakker schreeuwt. Hij schrikt zich elke keer een ongeluk, maar heeft aanvankelijk volstrekt niet in de gaten dat de Schepper hem probeert wakker te schudden. Letterlijk en figuurlijk…..

Dan volgt het verhaal van Jezus in de woestijn en hoe de duivel daar dan pogingen doet om onze heiland in verleiding te brengen. Onbegonnen werk natuurlijk. Het Christusbewustzijn doorziet nu eenmaal elke list.

En tot slot Jonas in de Wallevis. Waar Jezus juist niet moet luisteren naar de stem in zijn hoofd moet Jonas het weer wel. Want Jonas hoort de stem van de Ene.

Het is dus wel zaak te onderscheiden met wie je te maken hebt. Wie heb je ‘aan de lijn’ of met wie ben je ‘online’?

Heks hoort ook altijd van alles, maar ik heb het er zelden over. In onze maatschappij krijg  je namelijk direct het predicaat psychotisch opgeplakt of je bent schizofreen. Nou, mij niet gezien. Voor je het weet word je volgestopt met enge pillen, waarna je inderdaad geen stemmen meer hoort. Je transformeert tot dikke wattendeken  en hoort vrijwel niets meer…..!

Ik weet wat ik hoor en het is zeker niet een duivel. Noch lijd ik aan de bij een psychose horende wanen en hallucinaties. Tevens heb ik geen persoonlijkheidsstoornis. Ik ben maar een eenvoudige toverheks en die horen nu eenmaal vrij veel met hun grote flapperende toveroren.

Daarnaast praat ik ook nog eens in mezelf, maar dat is te wijten aan de grote hoeveelheid tijd, die ik in mijn eentje stuksla. Ik kan nu eenmaal niet constant in Noble Silence leven al gaat het wel die kant op….

De preek heeft een beetje een abrupt einde. Je moet zelf je geweten gebruiken om die stemmen te beoordelen of iets dergelijks. Ja, dat lijkt me nogal voor de hand liggen. Maar elke gek zijn gebrek en in een psychose ben je toch goed gek. Dat is meestal niet het moment om een beroep te doen op het geweten. Alles rondom weten is dan even vergeten…..

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat diepe eenzaamheid en diep lijden leiden tot dit soort extremiteiten. Of zoals een levensgevaarlijke jongeman bij dr. Phil laatst zei: ‘Ik zou dolgraag een keertje een heleboel onschuldige mensen de dood injagen, zodat enorm lijden ontstaat. Dan kunnen die mensen tenminste eens voelen wat ik voel: Ondraaglijke pijn vanbinnen…’

Gesticht en verlicht gaan we aan de koffie. ‘Ga je strakjes nog even mee met ons?’ Janneke nodigt me uit. Eerst moet er opgeruimd worden, want zij hebben corvee vandaag. Ik help Jip om de vaat in de vaatwasser te zetten. Niet veel later fietsen we zorgeloos door de stad richting Professorenwijk. Daar passen mijn vrienden op het huis van hun dochter.

‘Ik was in Israel op het strand, toen ik een bord zag staan: Hier heeft de walvis Jonas uitgespuugd,’ grinnikt Janneke, ‘Grappig he? Mijn zus vroeg of ik dat geloofde. Maar natuurlijk geloof ik dat!’ Ze kijkt me ondeugend aan. Zo’n walvis is veel te leuk om niet in te geloven.

Kwam er maar eens zo’n Magische Walvis rondzwemmen in de buurt van het strand van Katwijk, dat christelijke bolwerk waar ze woont. Dan ging ze vast tijdens haar wekelijkse zwempartijtjes in de Noordzee een poging wagen om opgeslokt te worden….. Om op de Boulevard te worden uitgespuwd! De Katwijkers zouden het absoluut fantastisch vinden. Gelovigen genoeg daar!

‘Ik ook! Ik geloof het ook!’ roept Heks.

Het is sowieso al onmogelijk voor de vriendelijke bultrugwalvis om een mens op te eten met die baleinen in zijn mond. Hoewel…. Er doen wat gekke verhalen de ronde. Ook betwijfel ik of ze in de Middellandse Zee rondzwemmen, want daar is geen krill te vinden. Maar wie weet heeft Jonas zo’n levensgevaarlijk potvis getroffen. Of een andere tandwalvisachtige of een walvishaai, die hem uiteindelijk toch niet lust. Want misschien was Jonas wel een heel smerig mannetje. Wie zal het zeggen?

Zo zitten we lekker te lachen om van alles en nog wat.

Dan zegt mijn innerlijke stem dat het tijd is om naar huis te gaan. Ik heb helaas geen walvis bij me, die me liefdevol opslokt en hier op de Oude Vest precies op het bordes van de Schouwburg weer uitspuwt. Het zou wat zijn zeg. Een enorme aanwinst voor de stad zo’n oudtestamentische toeristische attractie!

Nee, ik fiets naar huis. Wel zo makkelijk.