Hoera! Kanariepiet is door de keuring! Hij zal nooit vleugels krijgen, noch vliegen, het arme beest: Maar een beetje grommend scheuren alsmede flierefluitend Heks naar haar bestemming wiegen blijft voorlopig een reëel alternatief voor de bezemsteel.

Vanmorgen gaat de wekker al om 8 uur. Ik schrik me een ongeluk na een gebroken nacht. Goeie hemel. Waar is de brand? Dan sijpelt langzaam de realiteit binnen in mijn grijze massa. Het is vrijdag. Vandaag wordt mijn auto gekeurd. Daarom moet ik zo vroeg uit de veren!

Ik stommel op statige stelten van benen naar de keuken en vergrijp me aan straffe koffie. Wat pijnstillers en een boterhammetje later hijs ik mezelf in de kleren. Het is hartstikke warm. Ik trek iets luchtigs aan.

Met VikThor los rennend naast me haast ik me door de steeg. Mijn kanariepiet staat op een akelig plekje: Tegen de muur van een nauwe steeg gepropt. Ik wurm me achter het stuur en rijd naar mijn huis om mijn vouwfiets op te halen. Een kwartiertje later lever ik mijn bolide af.

‘Zijn er nog bijzonderheden?’ Ja, de achterbumper heb ik met stickers vastgeplakt. Smileys om precies te zijn. Niet dat ie echt los zit. Een klein beetje maar. Op een ongevaarlijke plek. ‘Niks bijzonders,’ zeg ik, ‘Hij ziet er niet uit. Overal deukjes en krassen en er is een laag lak afgevlogen tijdens een wasbeurt.’

Vorig jaar is er voor een godsvermogen versleuteld aan mijn karretje. We verwachten geen rare dingen. Maar je weet maar nooit. Dus wisselen we behalve sleutels ook telefoonnummers uit.

Even later fiets ik met mijn hondje terug naar de stad. Jeetje, wat is het warm. We bevinden ons gelukkig onder bomen. Op de Lage Rijndijk is het andere koek. We puffen langs het huis waar Snuitje vorig jaar maanden in de achtertuin heeft zitten creperen.

Ik steek de straat over. Aan die kant is nog een streep schaduw pal langs de huizen. Ik dirigeer VikThor de koelte in. Langzaam kachelen we richting binnenstad.

In een park aan de Singel laat ik hem zwemmen. Wat is het heerlijk buiten! En de dag begint pas!

Een kwartiertje later lig ik weer in bed. En daar blijf ik de komende uren.

Vrijdag is ook thuiszorgdag. Ik heb een geweldige hulp. Als ze binnen komt word ik al blij. Daar heb ik het opnieuw heel erg mee getroffen. Als ze weg gaat is het huis aan kant. Ik lig intussen in een schoon bed.

De afgelopen week geniet ik ook elke middag van het zonnetje. Op mijn opgeruimde balkonnetje. Ik heb nog steeds niet de puf gehad om wat gezellige plantjes neer te zetten. Ik schuif het ook een beetje voor me uit: Het is zo lekker ruim. Misschien moet ik het nog leger maken!

Ik haal de auto op. Geen vuiltje aan de lucht. Dat valt dan weer geweldig mee. Ze zijn niet gevallen over de jolige plakkertjes. Mijn voiture is weer zo goed als nieuw! Ik ga em maar eens lekker wassen binnenkort.

Vanavond tijdens de hondentraining krijgt VikThor een aanval van puberale grootheidswaanzin. Eindeloos rent hij met een speeltje in de rondte. Hij weigert het af te geven. Heks is nogal gaar vandaag en dat zal ik weten ook!

Er staat een kinderzwembad met water, waarin de hondjes kunnen afkoelen. We krijgen weer van alles te horen van onze juf. Echt een hondenvrouw. Je kunt ook goed met haar lachen. Vanavond heeft ze twee neven meegenomen. Goedmoedig geven ze commentaar op de verrichtingen van hun tante.

Het veld geurt naar bloeiend gras. Er is veel verleiding voor onze wandelende neuzen. ‘Er zijn ook heel veel loopse teefjes nu,’ vertelt de juf. Misschien is dat mijn ventje naar de kop gestegen….

Op de terugweg naar huis fiets ik eventjes langs Steenvrouw. We drinken thee in haar heerlijke achtertuin. ‘Veranderen is zo moeilijk, weet je,’ een zweem bloemengeur prikkelt mijn neus, ‘Ik wil bijvoorbeeld van mijn woede af. En er zijn wel meer dingen waar ik altijd maar mee bezig ben. Om het te veranderen….’

Ja, hoe kun je het mensen kwalijk nemen dat ze maar steeds hetzelfde doen? Toevallig leidt het gesprek tot een ongelukkige vakantiesituatie die mijn vriendin tot twee keer toe meemaakte. En beide keren met dezelfde persoon!

Heks heeft drie keer een relatie gehad met dezelfde man. En alle drie de keren liep het op dezelfde manier faliekant mis. En dan doe je het gewoon nog een keertje over met iemand anders…..

Veranderen is hartstikke moeilijk. Het is misschien niet zozeer een actief proces. Zo van: Dat ga ik nu eens heel anders doen. Misschien bewandelt het toch meer de wegen van acceptatie. Ademen met wat is.

En omdat dat lucht geeft krijgen je hersenen zuurstof. En dan doe je het vervolgens gewoon anders……

Vanzelf.

 

Zomertijd komt met gebreken: Tot mijn grote nijd raak ik ergens tijd kwijt. Verstrooidheid? Het ligt niet aan mijn leeftijd, nee. Dan weet je dat. Heks heeft hier altijd al last van gehad……

VERSTROOID, AFGELEID

Zaterdagavond val ik voor de televisie in slaap. Zo loop ik dan weer midden in de nacht mijn laatste rondje met VikThor. Enthousiast sprint hij door de buurt. Thuisgekomen krijgt hij nog een lekkertje. Daarna stop ik hem in zijn bench. De dag zit er op. Ik kruip in bed, als ik ontdek dat mijn telefoon nog in de keuken ligt op te laden. Zal ik er weer uit gaan om dat verlengstuk van mezelf te halen? Ik wil graag het alarm aanzetten voor morgenochtend …….

Nou ja. Ik word vanzelf wel wakker en er staat ook nog een bejaarde wekker naast mijn bed. Als ik wil weten hoe laat het is kijk ik daar wel op.

klungel

Zondagmorgen word ik heel vroeg wakker! Tjongejonge wat voel ik me uitgeslapen. Nog eventjes nasudderen…..  Ik draai me lekker nog een keertje om. Ik heb geen haast. Uiteindelijk sta ik dan toch op. Na koffie en een hapje pijnstillers zit ik op de fiets. VikThor draaft naast me. In het Zeevaartpark treffen we allemaal hondjes. Hoera! Spelen maar!

Na een half uur puur plezier gaan we weer naar huis. Ik zet de sokken er in, want ik wil naar de kerk. Maar wat gek. Het is opeens half 1! Ik ben zomaar ergens een uurtje kwijtgeraakt! Huh?

Ja, Heks in de bocht. Of beter gezegd, uit de bocht. Iedereen leeft al weken in zomertijd en mijn wekker staat nog steeds op wintertijd…… Hoe is het toch weer mogelijk? En vooral, hoe krijg ik het voor elkaar om niets in de gaten te hebben? Komt mijn oude verstrooidheid weer om de hoek kijken?

Als kind had ik een zekere reputatie voor dit soort gedrag. Tot groot vermaak van mijn familieleden. Mijn verslaving op jeugdige leeftijd aan valium zal zeker een duit in het zakje hebben gedaan aanvankelijk. In die tijd deden artsen niet al te moeilijk als het om het wegzetten van dit soort paardenmiddelen bij piepjonge kids ging. Ik was destijds pas negen jaar oud.

stil in boom, meisje, alleen, rust

Heks had altijd zware hoofdpijn; Ze had een klein lidteken in haar heksenhersentjes overgehouden aan een flinke val van een tas stenen in de bouw. Dit psychopharmische wondermiddel hielp volgens een geraadpleegde neuroloog tegen de pijn in mijn hersenpan. Bizar natuurlijk……

Alsof ik er iets mee opschoot ook om jarenlang zo gedrogeerd rond te lopen. Heks viel af en toe spontaan van haar fiets in die tijd. Of uit de ringen op gymnastiek. Had ik weer een hersenschudding!

Toen ik rond mijn veertiende eindelijk van de pillen afgekickte bleef ik nog jaren een verstrooide professor. Ik stond rustig met mijn schaatsen in de kerk als ik eigenlijk mijn dwarsfluit nodig had: Verkeerde tas meegenomen……. Scheurde ik met meneer pastoor in zijn lelijke eend door het dorp om de vergissing recht te zetten voordat de kerkdienst begon….. Op een paar noren kun je wel gaan staan blazen natuurlijk, maar er komt weinig geluid uit, helaas.

VERSTROOIDE PROFESSOR

Ook viel ik minstens 1 keer per week van de trap. Een spekglad hardhouten onding. Als ik dan bont en blauw beneden mijn wonden zat te likken kreeg ik ook nog eens hardhandig van mijn vader op mijn latafel. Mijn geklungel maakte hem woest.

Globaal de melk inschenken, waarbij de hele tafel werd onder gekledderd, mijn bord vol soep omdraaien om te kijken wat voor’n merk bord het was, (gespaard bij de SRV-man). Het kon niet op!

En mijn familie maar lachen. Tranen met tuiten vaak. Ik kom uit een achtergrond met een stevige afzeikcultuur. Bij ons thuis kon je maar beter geen dwaze dingen doen, want het wordt je tot in je graf nagedragen. Heks blijft voor hen dan ook immer gekke Henkie. Daar kom ik nooit meer vanaf.

kindermishandeling1

Nu deed ik inderdaad onnavolgbaren dingen. Zo heb ik ooit eens in plaats van de aardappelen de pan met soep afgegoten. Zeven liter heerlijke bouillon!  Ik kan me dat incident nog goed herinneren.

Vooral omdat er een hippievriend van me in de bloemetjesgordijnen verstopt zat op het moment suprême. Mijn moeder kreeg bijna een hartverzakking toen deze Jezus lookalike in zijn bonte flower-power-blouse zich van de achtergrond losmaakte tijdens haar giftige reprimande aan mijn adres…..

druk

‘Ach Heks, mijn broer had in onze familie de naam enorm onhandig te zijn. We gingen al lachen voordat hij iets had aangeraakt. Dientengevolge werd die jongen erg onzeker over zijn fysiek motorische kwaliteiten. Natuurlijk gooide hij vervolgens werkelijk alles om, sloeg op zijn vinger in plaats van de spijker, kreeg geen band geplakt….,’ troost een indertijd geraadpleegde studentenpsycholoog me als het onderwerp ter sprake komt.

‘Zelfs lang nadat hij het huis uit was had hij nog last van dat stigma. Zo’n overtuiging interneer je. Het wordt een deel van jezelf. Op een gegeven moment was hij het zo zat, dat hij een bouwval van een boerderij heeft gekocht. Ergens in Drente, lekker ver bij onze clan vandaan. Geheel eigenhandig heeft hij die hoop stenen vervolgens volledig opgeknapt. Geen mens heeft hem ooit nog onhandig genoemd….’

Heks is sinds dat verhaal ook nooit meer onhandig genoemd. Het kwartje is toen goed gevallen. Ik heb zelfs een zekere reputatie de andere kant op gekregen. Verstrooit ben ik helaas nog steeds bij tijd en wijle. En ik laat ook heel veel uit mijn handige handen vallen…… Maar  ja, we weten hoe dat komt!

Steenvrouw moet verschrikkelijk lachen als ze die avond bij me komt eten. ‘Jeetje Heks, wat een verhaal toch weer. Heb je je wekker nu goed gezet? Hahaha…’ Nee, dat ben ik in alle consternatie vergeten.

Intussen is het probleem dan eindelijk verholpen! Met een beetje mazzel ben ik deze zondag wel op tijd voor een lekkere preek!

stuiterende kinderen

 

 

Witte wolf en zwarte wolf wonen in mijn hart. Wie wint? Wit of zwart? Vreugde versus smart….. Het is toch wel apart! Wie heeft mijn lot getart?

©TOVERHEKS.COM De beer is los met al die wolven in het bos

‘De laatste tijd probeer ik bewust inspiratie op te zoeken. Er oog voor te hebben. Er is zoveel onzin en idioterie in de wereld, dat kan me echt ontmoedigen. Dan heb ik nog mijn hopeloze lijf en amoebebestaan…… Inspiratie. Dat hebben we nodig!’

Mijn vriend Schilder luistert met een half oor. Hij is al met zijn eigen verhaal bezig. Of beter gezegd, het verhaaltje van iemand anders. ‘Ik had laatst een heel leuk gesprek met die mindfulness trainster van het Antroposofisch Therapeuticum. Ze kwam aan met een oude Indiaanse Wijsheid over de witte en de zwarte wolf. Beiden wonen in je hart. De zwarte staat voor boosheid, kwaad, angst, inhaligheid…. Noem maar op. De negatieve aspecten van het bestaan.’

Mijn vriend heeft sinds hij zijn rug heeft gebroken net als Heks te maken met een enorm gebrek aan energie. Zijn actieradius is van grenzend aan het onwaarschijnlijke teruggelopen naar ienieminimaal. Het is dan bijzonder moeilijk om je kop er bovenop te houden weet ik uit ervaring. Een chronische strijd tegen depressie is meer regel dan uitzondering in het land der chronisch zieken.

Het is niet voor te stellen voor gezonde mensen wat altijd ziek zijn met je doet. Gelukkig maar. Je zou je dood schrikken!

Daarom houden velen van ons zich verre van het onvolmaakte. Elke aandoening geeft een stigma en voor je het weet ben je ermee besmet!

©TOVERHEKS.COM Witte wolf en zwarte wolf

Doorsnee is echter ook niet alles, geloof me. Ik kan vaak helemaal niet met zogenaamde ‘normale‘ mensen praten. Alleen al omdat ze door de bank genomen totaal niet geïnteresseerd zijn in een ziek bestaan buiten hun eigen gezonde en geslaagde leven…..

En als ze dan zelf iets gaan mankeren krijg je soms de meest vreemde gesprekken. Zoals onlangs met een medewerkster van de apotheek. De ene dag maakt ze een opmerking over een aanstaande ziekenhuisopname. Heks wil niet meer de ellende van Jan en Alleman altijd en overal over zich heen krijgen. Ik glimlach vriendelijk, maar ga niet op de opmerking in!

Dat is blijkbaar tegen het zere been. Een dag later kom ik weer een stapel medicatie halen. Ik moet het betalen, want ik schuif het al maanden voor me uit om een artsenverklaring naar de zorgverzekeraar te sturen, zodat er direct gedeclareerd kan worden. ‘Ik kom er gewoon niet aan toe, vanwege een hardnekkig wintervirus,’ grijns ik met de situatie verlegen.

‘Dat zei je vorige keer ook al,’ tot mijn stomme verbazing gaat ze plotseling de competitie met mijn halvezoligheid. Zelf is ze er nog veel erger aan toe dan Heks. ‘Ik zit al drie maanden te wachten tot ik het ziekenhuis in mag. Vanwege een virus.’ begint ze.

Heks voelt allemaal rotopmerkingen omhoog borrelen. Zoals: ‘Nou, je staat hier toch maar lekker te werken. Dat zou me absoluut niet lukken, nog geen twee dagen. Dus wat loop je nu aan mijn kop te zeuren?’ Bijvoorbeeld. Ik slik ze allemaal weer in en maak dat ik weg kom. Raar toch weer. Gekkigheid!

©TOVERHEKS.COM Een wolf in schaapskleren……..

‘De andere wolf is wit. Hij staat voor het goede en voedende aspecten van het bestaan,’ mijn vriend somt allemaal prachtige eigenschappen op van dit indrukwekkende dier. Hij kijkt me olijk aan met zijn grote blauwe ogen. ‘Welke van de twee is het belangrijkste?’ Heks heeft geen idee. Ik sta met mijn mond vol tanden. Grote witte blikkerende exemplaren. Dat dan weer wel!

‘De wolf die je voedt. Ja, Heksje, zo is het toch maar mooi.’ Tevreden vouwt hij zijn handen in elkaar in een afsluitend gebaar. ‘Dat is precies wat ik bedoelde met dat ik me de laatste tijd bewust laat inspireren door het leven,’ roep ik enthousiast. Dit verhaaltje sluit exact aan bij mijn innerlijke reis. Het komt als geroepen!

Dagenlang teken ik wolven op mijn tablet.

‘Die witte ziet er veel groter en gevaarlijker uit dan die zwarte,’ Steenvrouw geeft genadeloos commentaar op mijn kunst-en-vliegwerkjes. Het is waar. De zwarte wolf ziet er zo lief uit. Een beetje ondeugend ook. Heks heeft een enorm zwak voor haar zwarte duistere innerlijke wolf. Wat nu weer?

Als ik later google op wolven en Indianenverhalen vind ik moeiteloos dit vertelseltje. Er zijn twee varianten op de markt. Hetzelfde verhaal, maar een andere uitkomst…….

In het ene verhaal wint de wolf die je voedt. Het liefst de witte wolf. Wel zo gezellig voor je medemensen…… In dit verhaal is het of/of. Een strijd. Met winnaars en verliezers…….

Het andere verhaal roept je op om goed voor je zwarte wolf te zorgen, zodat hij zich veilig en gewaardeerd weet: Op die manier zal hij minder snel aanvallen en van zich afbijten. De krachtige zwarte schaduw heeft een aantal prima eigenschappen. Die kun je maar beter in ere houden!

Het is wel duidelijk naar welk verhaal Heks neigt. Heksen houden nu eenmaal van de donkere kant van het bestaan. Geen licht zonder donker, geen dag zonder nacht. Geen goed zonder slecht.

In die zin mogen we die Donald Trump wel dankbaar zijn met zijn allen. Een grote zwarte ongelikte beer van een wolf aan de macht maakt rauwe bonen zoet. De hele wereld komt in een ander licht te staan. Alles steekt positief af bij de man.

We leven in een wereld van tegenstellingen. We bestaan bij gratie van dit fenomeen. Ons hele leven is opgebouwd uit yin en yang. Alle techniek is gebaseerd op dit principe. Ik zou dit verhaal niet de wereld in kunnen schoppen zonder dit gegeven!

Toch voed ik mijn witte wolf met inspiratie. Hij mag groeien en groeien. Sterk worden als een beer.

Mijn zwarte duistere vriend koester ik in het geheim. Met lekkere lollige liflafjes en gefluisterde geniale scheldkanonnades in zijn gevoelige wolvenoortjes…..

©TOVERHEKS.COM Huilen met de wolven in het bos

 

 

Heks en Steenvrouw kleden kale kerstkalkoen aan met keur aan kleurige groenten. Zelf lopen we allemaal in het zwart: Hartstikke chic!

Tweede kerstdag slaap ik uit. Ik slenter een ochtendhondenronde door de stad en lunch met het restant haring van gisteren. Supersloom ben ik vandaag. En ik hoef ook hoegenaamd niets.

Dat is dan weer het voordeel van een jaartje kerst overslaan. Geen toestanden rondom het optuigen van de kerstboom. Geen metershoge stapels met lege dozen, geen emmers met takken, bloemen en bessen, geen heidense troep in de keuken. Nee. Serene rust all over the place.

 

Aan het eind van de middag ga ik met VikThor richting Leiden Zuid West. Ik fiets langs het Vlietkanaal en laat mijn hondje goed rennen. Het is ongelofelijk vies koud pisweer. Ik ben blij als ik de warme gezellige woonkeuken van Steenvrouw in schuif. Wat een verademing. En wat ruikt het hier lekker!

Mijn vriendin is al de gehele dag bezig met het braden van de kalkoen. Ieder half uur wordt het bakbeest besprenkeld met eigen vleessappen. ‘Wat een klus,’ verzucht Steenvrouw, ‘Het is echt heel veel werk lieve Heks. Kijk, ik heb het spek er afgehaald, zodat het velletje een mooi kleurtje kan krijgen….’

We inspecteren de kalkoen. De kernthermometer wordt in het borststuk gestoken. 67 graden. We rekenen uit of het de goede temperatuur is bij een kalkoen van deze grote en kwaliteit. ‘Ik zoek het nog een keertje op,’ Heks staat alweer op internet te neuzen, ‘Het is goed hoor, schat. Dit monster is ongetwijfeld helemaal gaar.’

Omdat de kalkoen er eng wittig blijft uitzien, ondanks de kerntemperatuur, gooien we de grill nog eventjes aan. En ja hoor, binnen een kwartier heeft Meneer de Kalkoenkoekepeer een fantastisch Goois oranjebruin kleurtje opgedaan. Koningsgezind bijkans……

Nu moet Heks nog eventjes in actie komen. Er moet nog een listige jus worden gebrouwen van alle vettigheid, vleessappen en het onderliggende groentegarnituur. Ik pak mijn roerzeef uit mijn tas. De zoon van Steenvrouw kijkt perplex naar het apparaat. ‘Ja jongen, jullie hebben mooie machines in jullie bouwbedrijf, maar wij huisvrouwen hebben ook zo onze speciale hulpmiddelen…..’

‘Huisvrouwen…’ sist Steenvrouw verontwaardigd, ‘Tsssss…..’ Ze wenst niet met dit vlijtig stofzuigende volkje vergeleken te worden. Ze is per slot van rekening beeldhouwster. Ze houdt zich bezig met hakken in plaats van naaien. Emmers worden door haar uitsluitend gebruikt om papier maché in te prepareren. Ramen zemen is volstrekt onbelangrijk. Haar heerlijke huishouden van Jan Steen rommelt ze er maar zo’n beetje bij…..

Als de jus klaar is roepen we alle kids aan tafel. We krijgen een fantastisch voorgerecht voorgeschoteld. Tonijnsalade met garnalen. ‘Voor jou hebben we avocado in plaats van brood, Heks,’ de dochter kijkt me stralend aan. Vanavond heeft iedereen echt rekening met me gehouden!

Ik kijk de tafel rond. Allemaal vrolijke gezichten. Iedereen is op zijn paasbest. Met kerst. Zelfs de zoon heeft een mooi colbert aangetrokken! Geweldig. We proosten op het mooie leven en vallen aan op het voorgerecht. Het is heerlijk!

De kalkoen steelt echter de show vandaag. Vol trots dient Steenvrouw het enorme stuk gevogelte op. We poseren samen naast de vrucht van onze arbeid. Hij ziet er goed uit, die kalkoen. Ook de groentes liggen naar ons te lonken. ‘Ik ben toch zo benieuwd naar die rode kool. Ongetwijfeld heeft dat nachtje marineren in cranberrysap goed uitgepakt. Maar ik wil het nu wel eens proeven…..’

kalkoentje11

Heks staat te popelen om een en ander in haar mond te stoppen. We zijn er ten slotte al een dag mee bezig. Na de verrukkelijke hoofdmaaltijd volgt nog een zalig toetje. Helaas mag ik niet proeven van de Tiramisu, maar er zijn ook nog eens stoofpeertjes op tafel gezet. Met een heerlijke stroperige saus.

Het traditionele kerstdiner is alweer ten einde. Steenvrouw ruimt als een haas de keuken op, jeetje wat is ze hard aan het werk vandaag. ‘Je mag me niet helpen, Heks, ga maar lekker tv kijken met zoonlief. Straks drinken we nog een kopje koffie.’ Dochter en haar vriendje zijn met VikThor aan het wandelen. Ze blijven lekker lang weg, dus het ventje komt goed aan zijn trekken.

 

Een uurtje later rijd ik met hond, fietskar en bakken vol restanten kerstdiner weer naar de binnenstad. De komende dagen ga ik aan de kalkoen, dat is wel duidelijk. Zielstevreden schuif ik alles in mijn koelkast.

Die avond val ik alweer voor de televisie in slaap. En opnieuw word ik pas midden in de nacht weer wakker. Gelukkig is het geen vijf uur in de morgen. En evenmin hoef ik nog te eten. Wel moet ik de volgende dag bijtijds op. Prikken halen bij mijn huisarts. Het gewone leven is weer begonnen.

 

 

 

Heilzaam slapen onder een deken van kristallen met Maan in een liefdevolle baan om mijn geschonden universum: Heks wordt enorm verwend met een heel speciaal kerstpresentje!

Donderdagavond stop ik VikThor in mijn auto. We gaan naar Den Haag. Heks gaat een dutje doen onder een deken van kristallen en mijn hondje moet dan eventjes in de auto wachten. ‘We zijn een uurtje bezig,’ Maan instrueert me van tevoren, ‘Trek iets gemakkelijks aan.’

Halverwege de rit komen we in de file terecht. O jee, mijn vriendin houdt niet van te laat komen. De minuten tikken weg. Stapvoets gaat het. Geen idee hoe laat het intussen is. In de rush om weg te komen ben ik mijn telefoon vergeten.

Opeens slaat iedereen linksaf, de Landafscheidingsweg op. Heks rijdt rechtdoor. Binnen een paar minuten parkeer ik mijn auto voor het eeuwenoude nostalgisch sjieke appartementencomplex in de Hofstad. Ik bel aan en spoed me door de monumentale marmeren hal naar de antieke lift. Piepend en krakend vlieg ik naar de eerste verdieping. Een bezemsteel gaat sneller……

Aan het einde van de lange, recent opnieuw gestoffeerde voorname gang staat Maan me met open armen op te wachten. ‘Kom binnen, lieverd, hang je jas maar op. We gaan direct beginnen, alles staat klaar. Straks drinken we wel thee en gaan we lekker kletsen….’

Er is nog een ontvangstcomité in de hal aanwezig: Drie enorme bakbeesten van een Maine Coon katten. Een grote forse rode kater en zijn twee wat bescheidener zusters. Geïnteresseerd zitten ze me op te nemen. Mijn tas wordt grondig besnuffeld. Een gigantische kattenkop verdwijnt half in mijn schoen. De andere helft past er niet bij!

‘Kom,’ maant Maan, ‘We gaan beginnen. Loop maar achter me aan. Neem je tas mee, hoor, want die is niet veilig bij m’n monsters….’ Door de enorme gebeeldhouwde houten deuren volg ik mijn roodharige heksenvriendin naar haar werkkamer. Een kristallen paradijs! overal staan grote stukken bergkristal, staven, scepters, amethist geodes, de meest uitzonderlijke en bijzondere stenen en kwarts, pleiadische schijven en ga zo maar door.

IK heb geen idee wat me te wachten staat. Maan heeft het wel steeds over een kristallen deken, maar ik denk dat dat een metafoor is voor de ervaring, die ze me gaat bezorgen in dit kleine stralende paradijs. Niets is minder waar: Op de behandeltafel ligt een dikke rode vliesdeken, geheel bestikt met kleine zakjes. In die zakjes zitten allemaal kristallen! Het is een uiterst ingenieus stukje huisvlijt!

‘Goeie hemel, Maan, wat een knap staaltje handwerk! Ik wist niet dat je zo handig bent met de naaimachine!’ Maan giechelt ‘Alleen met dit soort klussen, ik kreeg vanuit een andere dimensie de opdracht…… niet met het gewone saaie naaiwerk, blegh.’

Voorzichtig stap ik op de tafel. Als een slang laat ik me onder de deken glijden, zodat de kristallen er niet uit vallen. ‘De middelste banen zijn allemaal stukken citrien. De rest is bergkristal,’ Maan legt de deken weer helemaal recht, er zijn toch wat stenen uitgerold, ‘ik leg nog een Ankh onder je voeten en een bol obsidiaan. Zodat je niet wegvliegt!’

Ik lig intussen lekker te ontspannen onder die speciale deken. ‘Je mag slapen, snurken, dromen, visioenen krijgen, alles is goed….’ Maan zet een stoel bij mijn hoofd en neemt mijn heksenhersenpannetje in haar vaardige heksenhanden. Een heerlijke geur verspreid zich door de ruimte. ‘Dat zijn essences van de geascendeerde meesters. Ik heb ze op mijn handen gesmeerd….’

Op de achtergrond speelt prachtige muziek. Langzaam zak ik in een tranceachtige staat van diepe ontspanning.

Wel een uur lang is Maan met me bezig. Waar haar handen mijn lichaam raken wordt het aangenaam warm. Gloeiend heet soms. De kristallen lijken mijn energie te verdikken. ‘Ken je het gevoel dat je in de verdunning komt bij mensen?’ leg ik de ervaring later uit aan Steenvrouw, ‘Dit is precies andersom. Ik liep vol met energie, een dikke behaaglijke mantel van liefde.’

We zijn al meer dan een uur verder als ik Maan door de kamer hoor scharrelen. Het zit erop! Wat gek! Ze loopt overduidelijk bij het hoofdeinde rond, maar heeft nog steeds mijn voeten vast!

‘Ja, grappig he, er waren een paar engelen aanwezig, dat voelde je dus ook!’ Mijn vriendin staat te grinniken. ‘Wat heb je allemaal beleefd? Kom, dan krijg je een kopje thee. Ik heb speciale glutenvrije koekjes voor je gehaald!’

Even later zitten we in haar royale woonkamer te klessebessen. Heks is helemaal rozig na haar kristallen bad. De beelden en ervaringen dwarrelen nog door mijn hoofd. Intussen geeft Maan me de informatie door, die ze tijdens de behandeling heeft opgepikt.

‘Je moet beter gronden, Heks. Zelfs al ben je de dochter van een vaste plantenkweker en zodoende genetisch geaard. Zelfs als je iedere dag met je hond wandelt. En zelfs al heb je lekkere stevige benen. Die heb ik ook. Juist omdat ik van nature niet zo goed geaard ben. Ook moet je goed je energie reinigen. Elke dag weer. Vooral als je ergens bent geweest!’

‘Ik weet dat je die medicinale cannabis nodig hebt voor je pijn, maar het kan gaten maken in je aura. Je moet daar extra aandacht aan besteden. Zorgen dat je aura intact is.’ Ze geeft me een aantal gouden tips. Ik herinner me opeens dat ik een pleiadische schijf heb voor dit doel. Die zal ik maar weer eens tevoorschijn halen!

‘Als je aura een gatenkaas is, kan er van alles in ploppen. Voor je het weet heb je een lifter. Die leven van jouw emoties. Als jij je rot voelt of kwaad bent zijn zij in hun nopjes, want het is voer voor hen! Je moet je maar eens afvragen of al die woede waar je last van hebt eigenlijk wel van jou is….’

Het is al ruim over tienen als ik bij de auto kom. VikThor zit braaf te wachten, maar hij heeft wel een drolletje gedraaid op zijn ligkussen. Het arme beest heeft weer last van zijn trophozoiet, een hardnekkig parasietje. De behandeling slaat wel aan, maar gaat gepaard met aanvallen van buikpijn en dit soort acties……

Die nacht slaap ik als een roos. Mijn innerlijk landschap schittert en straalt. Ik voel me veilig en geborgen.

‘Heks, wat zie je er goed uit!’ De doktersassistente lacht me de volgende morgen tegemoet, ‘Herboren gewoonweg! Heel wat anders dan een paar dagen geleden, jeetje. Je leek wel een dood vogeltje, zo ellendig. Ik dacht dat het misschien nooit meer goed zou komen met je, maar goddank: Je bent er weer.’

Zij is niet de enige, die het opvalt, dat er een diepe energetische transformatie heeft plaatsgevonden de afgelopen dagen. Ook de buurvrouw heeft het in de gaten. ‘Je zag er echt niet uit, Heks, gewoonweg verschrikkelijk. Maar nu gaat het wel weer. Gelukkig maar!’

Dank je wel, lieve magische Maan. Jouw kristallen deken is een waar wereldwonder.

Etterbakken en schijtlijsters: Heks is er niet wild van. Toch heb ook ik zo nu en dan met een flinke etterbuil te maken. Geen kruid tegen gewassen natuurlijk. Gelukkig heb ik een handige huisarts…..

‘Vindt je het goed als mijn arts in opleiding meekijkt?’ Mijn huisarts geeft me een ferme handdruk en loopt achter me aan de lange trap op. Ik vind het best. De arts-assistente heeft afgelopen week de intake gedaan, dus ze weet wat haar te wachten staat. Zij liever dan ik….. ‘Waar je zin in hebt,’ grijns ik, terwijl ik haar de hand schud.

Heks zou een slechte dokter zijn. Ik gruw van etter en pus. Kots en vloeibare spuitpoep behoren ook niet tot mijn favorieten. Laat staan open wonden met bloederige blubberige rafelranden. Of een etterbuil zoals zich nu op mijn lijf bevindt………

Eenmaal op de behandeltafel heb ik al snel minder praatjes. Ik ontbloot mijn bovenlichaam en de dokter verwijdert het doorweekte verband. ‘Het ziet er iets beter uit dan gisteren, maar daar is ook alles mee gezegd, ik ga een nieuwe drain aanbrengen.’ Vakkundig bent hij te fröbelen. ‘Heb ik op chirurgie geleerd vroeger, tijdens mijn co-schappen, een drain maken van steriel gaas…..’

Trots wurmt hij de nieuwe drain in een flink wondgat ter hoogte van mijn middenrif. Heks gilt maar een klein beetje vandaag. ‘Het gaat beter, hè, met die Betadine zalf als glijmiddel?’ Goeie hemel, wat een gesprekken toch weer op de behandeltafel. Maar het gaat inderdaad gemakkelijker dan voorgaande dagen.

Vooral het opensnijden en initiële ledigen van de mega-buil was een regelrechte ramp. De oppervlakkige plaatselijke verdoving leek weinig te doen voor Heks. ‘Je kunt wel goed tegen pijn, zeg,’ mijn huisarts is onder de indruk, terwijl ik mijn pijn verbijt. Uiteindelijk, als hij in diepere weefsellagen begint te wroeten, vlieg ik toch tegen het plafond.

‘Laat niet je huisarts met een plaatselijke verdoving in een etterbuil snijden,’ lees ik later op internet. Veel te pijnlijk. En bovendien krijgen ze de rotzooi er vaak niet helemaal uit. Het kan onnodige complicaties geven…..

Nou ja, het is al gebeurd. En in een ziekenhuis kun je ook weer van alles oplopen. Vooral als je geen enkele weerstand hebt zoals Heks.

‘Volgens mij komt het doordat ik een dag voordat die buil de etterige kop opstak grondig onder handen ben genomen door de mondhygiëniste van de parodontoloog. Die heeft allerlei ontstekingen onder een paar kiezen aangepakt en mijn gebit extreem diepgaand gereinigd. Een dag later had ik opeens die buil……’

Mijn antroposofische huisarts vindt het onzin, maar mijn acupuncturist niet. De mondhygiëniste heeft er nog nooit van gehoord. Toch sluit ook zij niet uit dat er een direct verband is. ‘Hartpatiënten moeten van tevoren aan de antibiotica als ze hier worden behandeld,’ ze noemt nog wat patiëntengroepen op, die preventief met dit paardenmiddel worden behandeld, omdat ze risico lopen bij een hen.

MEers zijn echter psychiatrische patiënt hier in Nederland. Dus die buil zal ook wel tussen mijn oren zitten volgens de reguliere geneeskunde. Mooi niet!

‘Als u die ontsteking uit uw mond op uw arm zou projecteren, dan zou het een ontstoken wond van tien centimeter zijn…’ de mondhygiëniste kijkt me opgewekt aan. Langzamerhand begin ik in het stadium te komen om een paar overigens gezonde kiezen uit mijn heksenbek te laten trekken. Omdat de infecties eronder niet over gaan.

Ik ben alsmaar in de lappenmand en zo’n ontsteking zet natuurlijk ook geen zoden aan de dijk…..

Heks heeft teveel brandhaarden in haar lijf momenteel. Een dikke knie, een hypermobiele heup, een gedisloceerde schouder, pijnlijke arm en dode vingers, nek helemaal uit z’n verband, etterbuil op de buik, grote buil op voorhoofd, bronchitis, ontstekingen in de mond, gisten en schimmels in alle ander holten. Ik word er helemaal gek van. De godganse dag ben ik bezig met het blussen van binnenbrandjes.

‘Hoe doe je dat dan met je hondje, Heks?’ zul je je afvragen. Nou, die komt niet elke dag helemaal aan zijn trekken vrees ik. Ik doe mijn best.

Vanmiddag na de fysiotherapeut ga ik naar het bos. VikThor rent lekker over een veldje met een paar andere blaffers. Intussen staat een alleraardigste vrouw al haar ellende over me heen te storten. O jee. Hoe is dat nu weer mogelijk? Heb ik soms een bordje ‘vuilnisvat’ om mijn nek hangen?

Plotseling knalt mijn stevige sterke hondje samen met zijn speelkameraad van voren tegen mijn slechte knie aan. De knie, waar een veel te dikke labrador onlangs volledig het verband uit heeft gerukt.

Scheldend fiets ik naar huis. Die klotehonden. Dat puberige kolerebeest. Kan hij niet uit zijn doppen kijken? De hele wereld is ruk. Geen mens, die het iets interesseert hoe ik het rooi. Ik moet maar zien of ik het trek de komende tijd. Oh, oh, wat ben ik toch zielig.

Bij een brug kom ik tot stilstand met fietskar en al. Ik kom er niet tegenop. Terwijl ik sta te modderen krijg ik een grote bek van een lelijke kerel met een kop alsof hij altijd zo’n humeur heeft als ik nu!

‘Je ziet me toch emmeren,’ roep ik wanhopig tegen de etterbak. Opnieuw krijg ik commentaar. De man begint zowaar een preek. Zijn pathetische zeikgezicht breekt open in een stroom van verwijten. Goeie hemel, wat zijn sommige medemensen toch verschrikkelijk! Wat ik allemaal niet naar mijn geteisterde kop krijg!

Dan zijn de rapen gaar bij Heks. Plotseling vliegen er allemaal stevige scheldwoorden uit mijn mond. De man schrikt zich een ongeluk en gaat er snel vandoor. ‘Zieke eikel, zeikerige zeurkous!’ schreeuw ik hem allitererend na vanaf de Kippenbrug, die ik eindelijk met fietskar en al genomen heb.

Gisterenavond eet ik bij Steenvrouw. Boerenkool met worst. Ik kan zo aanschuiven! Haar adolescente kinderen zijn er ook. We hebben verrukkelijke gesprekken met hen. Daarna lopen mijn vriendin en ik nog een hele ronde langs de Vliet.

Vanavond ga ik naar Maan. Die schat gaat me verwennen met een kristallen bad. Een deken van bergkristal en andersoortig kwarts. Ik mopper wel op de mensheid, maar ik ken genoeg mensen met een hart van goud, die er wel voor me zijn. En goed voor me zijn!

Het atelier van Steenvrouw is een oase van rust en inspiratie in de woestijn van het leven. Ik ben er weer eens even. Hier is altijd wat te beleven. En ook: Hondentanden en de kloten van de bok!

‘Wat ligt daar nu op de grond, het komt uit de bek van je hondje..’ Steenvrouw neemt een snoekduik naar de vloer en vist een klein bloederig dingetje van de tegels. ‘Kijk,’ ze houdt het onder mijn neus. ‘Het is een melktandje!’ Dolblij pak ik het kleinood af, ‘Nee, een kies. Een piepkleine messcherpe melkkies. Joepie, eindelijk heb ik er eentje te pakken.’

Ik geef mijn vriendin een pakkerd en bewonder het kleine kiesje mateloos.

‘Laat je tandjes zien,’ zeg ik tegen VikThor. Dit oefenen we altijd op puppycursus. Ter voorbereiding op de dierentandarts…..Ik frummel met mijn vingers rond zijn bekje. Hij ontbloot een sneeuwwit rijtje tanden en kiezen.

Supersmerig hondje. 

‘Ik zie een bloederig gat!’ Steenvrouw kijkt gebiologeerd in het kleine bekje. Achterin zit inderdaad een vers wondje. Aan de andere kant zie ik een nieuwe kies opkomen naast de oude. ‘Daar moet ik op letten, die oude moet er wel uit. Kijk, de worteltjes lossen op,’ ik wijs op het bloederige kiesje in mijn hand, zonder wortel ‘En daarna vallen ze eruit.’

Al weken is mijn pup bezig om zijn haarscherpe naaldwapens, geen idee hoe het iemand dit geniepige natuurlijke wapen der puppies zo’n onschuldige benaming als melkgebit kan geven, om te wisselen voor een blijvende versie. Minder scherp, maar nog immer venijnig. Het proces verloopt in etappes. Elke keer als ik denk dat we er doorheen zijn begint het monstertje weer overal op te kauwen. Met name op de handen van Heks. Een heftig bijverschijnsel van al dat gewissel.

Maar zo lief!

.We zitten in het atelier van Steenvrouw. Het is voor het eerst dat ik haar op deze locatie bezoek. Ze zit er al meer dan een jaar!

‘Mooie ruimte,’ roep ik bewonderend als ik binnen kom. Het is niet zo groot en hoog als haar vorige loft, maar ze heeft er helemaal haar eigen plekje van gemaakt. Tafels vol kunstwerken in progress. Prachtige experimentele lampen en marmeren beelden in alle stadia van ontwikkeling. Brokken Belgisch Blauw, Amber, marmer. Enorme vijlen, beitels, slijptollen, lijm, verf, kippengaas……

De bok op Boerderij Het Geertje: Aan het werk, mijn baan is ideaal. Seizoenssekswerker……

Ik ben altijd graag in haar atelier. Het feit dat het zo lang geduurd heeft voordat ik haar hier heb opgezocht heeft niets met haar te maken. Noch met mijn beperkte energie, griepaanvallen en extreme vermoeidheid. Van Steenvrouw krijg ik altijd energie! Van een uurtje tussen haar prachtige beelden knap ik geweldig op.

Het komt doordat er in het pand ook een eikel huist, die ik nog ken uit het verleden. Een draak van een kerel, die Heks ernstig verbaal heeft bedreigd nadat ze op veertigjarige leeftijd gedrogeerd  werd en vervolgens te grazen genomen door een hormonaal gestoorde twintigjarige.

Hij heeft zijn dreigementen ook uitgevoerd: Nog steeds gaat Heks vreselijk over de tong in bepaalde kringen en dat komt uit de koker van deze reptielachtige man en zijn gemene dikke pad van een ex.

En dan nu eindelijk: De kloten van de bok!

Ik heb mezelf beloofd nooit meer in de buurt van die engbek te hoeven verkeren. Gemakkelijker gezegd dan gedaan in een dorp als Leiden. Want hoewel de griezel is verstoken van enige artistieke of andersoortige kwaliteiten huurt hij toch een ruimte bij met Heks bevriende kunstenaars. Hij is klusjesman. En een hele slechte hoor ik onlangs en passant.

Want in de sauna van de sportschool zitten twee vrouwen een keer steen en been te klagen over diezelfde man. Wat een toeval toch weer. Heks zit stilletjes te luistervinken.

Valt hier nog wat te neuken?

Ze balen als een stekker van de klier, omdat hun eigen vent voor hem werkt. Zwart natuurlijk.  Want belasting betalen is er niet bij. Ook hoeven zijn werknemers niet verzekerd te zijn. Nergens voor nodig. Wat kan er misgaan met een cirkelzaag en slijptol tenslotte? Stoned op een steiger. Je bent een sukkel als je weigert!

‘Hij betaalt nooit uit. Mijn geliefde krijgt nog duizenden pikzwarte euro’s van hem. We hebben haast geen geld. Juist nu we een baby hebben gekregen,’ aldus een beeldschone yogalerares. Toevallig ken ik haar man ook. Heks kent nu eenmaal half Leiden. Dat die voor de eikel is gaan werken…. Hij moet toch beter weten……

Je aan geen enkele afspraak houden? Het tekent die vent. Ik ken hem al zo’n vijfendertig jaar en heb nog nooit een fris verhaal over hem gehoord. Een pillen slikkende, blowende, zuipende, snuivende,  illegaal werkende sukkel van een vent. Het enige dat hem siert is een mooie bos haar, grijs intussen, maar nog steeds vol.

Vandaag heb ik echter mijn weerstand om in een straal van honderd meter van de lul te komen overwonnen. Voor mijn vriendin. Omdat ze het zo gezellig vindt als ik langskom. Zij kent de zak overigens nauwelijks. Voor haar is hij niet meer dan een medehuurder van dit krottige complex.

We drinken koffie in een plastic tent met een gaskachel erin. Midden in haar atelier! De kachel staat hoog. De temperatuur is aangenaam. We giebelen en kletsen. Zachtjes, want het pand is erg gehorig. Ik wil niet dat die idioot iets kan verstaan. Gelukkig is hij in geen velen of wegen te bekennen.

‘Misschien hij wel veranderd,’ mijn vriendin is altijd hoopvol. Positief. Ze gelooft in verandering ten goede…… Heks op zich ook. Maar doorgaans gaat dat niet vanzelf. Nooit zomaar. Zonder noodzaak.

Mensen moeten enorm gemotiveerd zijn om het roer om te gooien. En zelfs dan valt het nog niet mee om het voor elkaar te krijgen. Ik spreek uit ondervinding. Zelfreflectie. liefde, respect, inzicht. Elementen die daar onlosmakelijk mee verbonden zijn. Termen die die kerel niet kent.

‘Vergeet het maar, schat. Die man is onverbeterlijk. Ik heb onlangs nog een paar ongelofelijke shitverhalen over hem gehoord. Het is een droplul. Het is niet anders.’ We lopen naar buiten. Een andere huurder is bezig een bus uit te laden. Ook deze man vindt Heks tien keer niks. Maar dat is nergens op gebaseerd.

vik14

Alle gekke geiten op een stokje! Wat loopt daar voor’n rare bok?

De man heeft me nooit iets misdaan, behalve een ruimte verhuren aan een eikel, zodat die weer in mijn periferie opduikt. Louter antipathie en vooroordeel dus. En ook overdrachtHij bevindt zich op de verkeerde plek met een klusbus.

Een spontane antipathie: Daar heeft iedereen wel eens last van. Ook Heks.

Thuis stop ik de kies van VikThor in een mooi doosje. Ik koester mijn schat. Mijn gang in het hol van de leeuw is rijkelijk beloond. Deze queeste is goed verlopen. Zodra ik in de atelierruimte van mijn vriendin ben is er niets meer aan de hand. Absoluut voor herhaling vatbaar.

Ja, dit is een vreemde geit in de bijt!

Want hij heeft zwarte oren!

 

 

Eindelijk is het dan drie uur! We kunnen gaan kijken of de aanloopkat in de Kooij mijn wegloopkat is. Is ze werkelijk in een rechte lijn via de Haarlemmerstraat de stad uit gevlucht? Het lijkt er wel op!

 

Deze foto kreeg ik toegestuurd per sms. Of dit Snuitje is? Nauwelijks te zien, maar onmiskenbaar!

Snuitje poster

Zaterdag 22 oktober krijg ik plotseling bericht dat mijn kat Snuitje bij een paar studenten in de woonkamer zit. Aanvankelijk geloof ik mijn oren niet. Tot nu toe zijn dergelijke berichten nergens op uitgedraaid. Ook is mijn schatje al vanaf 25 juli zoek. Erg lang voor een piepklein poesje op leeftijd. Het zal wel weer loos alarm zijn. Toch ga ik achter de tip aan. Natuurlijk. Je weet maar nooit.

Het is een rare dag, die zaterdag. Eerst haal ik een nat pak, omdat mijn pup in de gracht springt. Daarna moet ik me een ongeluk haasten om droog en wel om drie uur op de stoep te staan bij de studenten.

ENORM UITVERGROOT ZIE JE HET IETS BETER……

Ik stuur een berichtje aan Joy en Boy, mijn grote kattenvrienden. ‘Snuitje is waarschijnlijk terecht. Ik ga vanmiddag kijken of zij het is!’  Dit onvolprezen liefdespaar heeft me enorm geholpen met het zoeken naar Snuitje. Toen ik zelf te druk was met mijn stervende hondje bleef dit stel onverminderd actief speuren naar mijn weglopertje. Overal in de stad hingen zij posters op. Hele straten werden geflyerd…….Ze gluurden door ramen en luiken. Gingen achter elke tip aan…..

Om half drie staan ze voor mijn neus. Ze gaan natuurlijk met me mee! VikThor wordt in de fietskar geladen. Zijn oude behuizing, een katten vervoersmand hangt schoon aan mijn stuur. Daar kan Snuitertje straks in. Als ze het is…..

“Ik ben hartstikke zenuwachtig,’ verwoordt Joy mijn gevoel. We zijn al zo vaak teleurgesteld. Bovendien: Zo’n oud katje, zo lang van huis! Niet gewend aan het buitenleven. Als ze het is, hoe zal ze er aan toe zijn?

In colonne fietsen we de stad uit. Hobeldebobbel langs de Oude Vest richting Haven. Onder de Zijlpoort door over de Singel en in een rechte lijn de Lage Rijndijk op. Tot vlak voor de Spanjaardsbrug.

Hier moeten we zijn. Ergens in deze huizen zit een kat, die verdacht veel op de mijne lijkt. Ik bekijk de gevel. Het opgegeven adres is op de eerste verdieping. Het is tegen drieën. We bellen aan.

Er gebeurt helemaal niets. De deur gaat niet open. Het huis oogt uitgestorven.

Een buurman komt aangelopen. Een oudere jongere zo te zien met wortels in de gabber sien. Hij kent dat katje wel. ‘Ze loopt hier al maanden te miauwen. Je kunt haar heel gemakkelijk over haar buikje aaien, ze gaat er helemaal voor liggen. Die student ligt vast nog in zijn bed…….’

Eindelijk thuis en dan is er die vreemde hond! En waar is Ysbrandt eigenlijk!?

Een buurvrouw voegt zich bij ons. Een vrijgezelle tante met haar op bovenlip en tanden. Ze sjouwt een grote tas boodschappen naar binnen. ‘Ja, die kat is duidelijk verdwaald. Ik heb de dierenambulance een keer gebeld. Maar die zijn niet geweest……’

Wat een verhalen toch weer. Maandenlang miauwen in een paar ienieminituintjes! Hoe is het nu mogelijk dat niemand die kat gewoon een keertje bij het asiel op een chip heeft laten checken? Of eventje heeft gekeken op de site van Amivedi of Mijn dier is zoek? Daar stond mijn schatje levensgroot als vermist geregistreerd. Met een goed lijkende foto!

‘Ik ga toch eventjes aan de achterkant kijken of ik dat gevonden katje in een tuin zie zitten. Of op het balkon bij die studenten…..’ zegt mijn vriendin. Samen met haar liefje spoeden ze zich achterom een brandgang in. Ik blijf verwoed naar de gesloten voordeur staren.

Mijn magische blik lijkt te werken, want plotseling zwaait de deur open. Een frisgewassen jongeman lacht me vriendelijk toe. ‘U bent de dame van de kat. Nou, ik hoop dat het Snuitje is, want ze moet echt  hoognodig naar haar eigen huis. Ze kan helemaal niet overweg met mijn eigen kat. Die zit uit frustratie op het balkon!’

Joy

Ik snel achter hem aan de trap op. Waarschijnlijk brabbel ik iets terug, maar ik zou niet weten wat precies. Ik wil alleen maar naar mijn kat. Als het haar is. Nu. Eindelijk!

Bovenaan de trap is een halletje. En daar komt me een piepklein poesje tegemoet lopen. Ongeveer de helft van Snuitje. Maar het is Snuitje! Echt waar. Er is alleen niet zoveel van haar over…..

Ik pak haar verrukt op, geef haar een knuffel en probeer haar in de vervoersmand te stoppen. Intussen zijn Joy en Boy ook boven gekomen. Hun teleurstelling dat de Cyperse kat op het balkon van de studenten Snuitje niet is, dat het dus weer loos alarm is, maakt plaats voor vreugde. Mijn net hervonden kat ontsnapt in de consternatie en ik moet flink achter haar aan om haar weer te pakken te krijgen.

Ondankbare monsters zijn het toch. Katten. Zo ook deze: Helemaal niet blij om me te zien. Totaal niet geïnteresseerd om naar huis te gaan……

Niet veel later fietst de karavaan weer richting binnenstad. Joy haalt onderweg een taartje voor de heren studenten en voegt zich later weer bij ons. Thuisgekomen komt dochter Pippi direct kijken. Hoera! Moeders is weer terug. Liefdevol geeft ze haar kopjes en likjes. De rest van de katten volgt. Om de beurt koekeloeren ze naar dit magere scharminkeltje. Natuurlijk herkennen ze haar. Maar ze vinden het toch raar. Echt waar.

Het heeft heel wat voeten in de aarde om mijn ouwetje er weer bovenop te krijgen. Een infuus bij de dierenarts. Speciale verrijkte voeding, want ze is eenderde van haar gewicht kwijt. Heel veel rust en speciale aandacht…….

‘Ik voer haar met een theelepeltje. Dat vindt ze fijn. De eerste dagen kreeg ik er bijna niets in. Haar darmpjes lagen helemaal stil. Er zaten een paar keiharde versteende keuteltjes in. Gelukkig is de boel nu weer op gang gekomen. Maar we zijn er nog niet. Ze is nog helemaal niet de oude,’ vertel ik Steenvrouw, als ze bij Snuitje komt kijken.

Ook Trui brengt een bezoekje. Ze was tenslotte bij de geboorte van mijn ouwe kattekop. Haar kat Loetje is namelijk de moeder van Snuit.

En gaat ze het redden? Komt ze er bovenop?

Volgens de dierenarts is ze zo gezond als een vis. Geen gekke dingen. Alleen volledig uitgedroogd en ondervoed…..

Boy

Gek toch dat mensen mijn moeilijk benaderbare panter altijd eten willen geven, terwijl hij er gezond en doorvoed uitziet. Moeiteloos scoort hij muizen en andere kleine beestjes als lunch en tussendoortje. Toch was er laatst weer een buurvrouw die hem zonder zich af te vragen of het beest daadwerkelijk een zwerver is in de kost heeft genomen. Ik heb haar moeten bezweren om ermee op te houden. Op straffe van een bezoek van de wijkagent!

Maar mijn zeer toegankelijke binnenkat Snuitje, oud en uitgemergeld, niet gewend op muizen en vogels te jagen, volledig ondervoed en uitgedroogd…. Geen mens die op het idee kwam om haar te helpen. Maandenlang moest ze zich maar zien te redden. Haar scharminkelige lijfje getuigt hiervan.

Uiteindelijk heeft ze zich permanent toegang verschaft tot het huis van de studenten. Pas zeer recent. En die hebben toen bij toeval een poster zien hangen in de stad. Opgehangen door mijn vrienden. In hun eindeloze ijver om Snuitje thuis te brengen.

Deze week zit ik in de keuken met al mijn katten. Zelfs de panter is van de partij. VikThor stuitert er vrolijk tussendoor. Ik voel Ysbrandts geestige snuit duwen tegen mijn kuiten…… Eindelijk voelt het weer compleet hier in Huize Heks!

en een hele blije Heks


 

 

 

Een belangrijk telefoontje en een duik in de gracht. Heks redt haar eigen pup van de verdrinkingsdood! En raakt daarbij zelf van de wal in de sloot…….

Zaterdagmorgen krijg ik mijn ogen met moeite open. De puppytraining vrijdagavond met aansluitend toch weer het aanhoren van een aantal mensen met hun probleemverhalen hebben met gevloerd. Ik kijk op mijn telefoon en zie dat het al bijna 11 uur is.

Er staan ook een flink aantal berichten op: Ik ben gebeld door een mij onbekend nummer, er is een voicemailbericht achtergelaten en ook nog een SMSje verstuurd. ‘Volgens mijn zit uw kat Snoetje momenteel in onze huiskamer.’  staat er. En iets verder ‘Snuitje bedoel ik’.

O jee, iemand heeft vast weer diezelfde Cyperse kat binnengehaald, die al diverse keren is opgepakt in de veronderstelling dat het Snuitje zou zijn. Het arme beest raakt nog eens getraumatiseerd van al die gevangenschap in vreemde huiskamers! Ik zal toch maar eventjes bellen om voor de zoveelste keer te zeggen dat dit echt mijn kat niet is……

De bel gaat.  Steenvrouw staat op de stoep. We drinken koffie, giechelen, wisselen nieuwtjes uit: ik ben die hele kat vergeten. Mijn vriendin is nog niet de deur uit of Buurman belt aan met hond Carlos. Of we gaan wandelen? Eerst nog meer koffie?

‘Ik moet allereerst maar eens eventjes over Snuitje bellen, iemand heeft haar weer gevonden, maar het zal wel weer om die uithuizige Cyper gaan hier uit de buurt….’ Ik draai het nummer. Buurman kijkt verwachtingsvol. Hij heeft goede hoop dat het om Snuitje gaat. Hij is dan ook nog niet zo vaak teleurgesteld.

Een jongeman pakt aan. Hij blijkt helemaal niet in mijn buurtje te wonen. Het gaat ook niet om de beruchte grote en jonge Cyperse buurtkat. Nee, dit poesje is klein en oud. Net als Snuitje. ‘Ze loopt hier al een paar maanden in de buurt rond.’ Ook dat klopt. ‘Ze kan geweldig schreeuwen om eten, het is echt een kletskous.’ Jee, dat klinkt als mijn Snuiterd.’ Mijn hart slaat een paar slagen over. Opeens heb ik haast om te gaan kijken.

De jongeman stuurt me een foto, waarop een minuscuul katje te zien is. Het is geen beste foto, maar toch herken ik mijn schatje direct. ‘Ze is het, 99.99999% zeker!’

Helaas kan ik niet direct komen, de jongeman zit op zijn werk. En zijn huisgenoot ligt nog te slapen. Hij blijkt een notoire nachtbraker te zijn. Nooit voor twaalven zijn bed uit. Een echte klassieke student! Om drie uur is hij klaar met sporten, dan kan je terecht!’ schrijft de onbekende kattenredder.

‘Laten we eerst maar eens de hondjes uitlaten, dan gaat de tijd ook sneller,’ Buurman sleept me mee voor een wandeling. We slenteren door een paar parkjes. De hondjes zijn door het dolle. Mijn hoofd tolt. Straks word ik misschien herenigd met mijn oudste kat. De grootmoeder van mijn hele kattenclan. Geweldig…….

Terwijl we in een parkje langs de Singel wandelen rent VikThor vrolijk voor ons uit. Op het terras van ‘De Grote Beer’ springt hij opeens over een muurtje. Om geheel te verdwijnen. ‘Plons’ horen we. Ik trek een sprintje naar de plek waar mijn hondje is verdwenen: Aan de andere kant verdwijnt de muur meters lager in de gracht. Een paniekerig hondje spartelt daar rond. En ik kan er met geen mogelijkheid bij.

Buurman rent naar de overkant van de gracht, maar ik heb me al over de muur laten zakken. Zonder ergens over na te denken plons ik in de gracht. Ik ga nog net niet kopje onder! Met een zwierige beweging zwaai ik mijn pup uit het water in de armen van een verschrikte bezoeker van het etablissement.

Mijn handtas smijt ik er achteraan. ‘Haal mijn telefoon eruit!’ commandeer ik. Dat ding moet zo snel mogelijk in veiligheid worden gebracht. Ik moet er niet aan denken dat ie het niet meer doet: Het telefoonnummer van de redders van Snuitje staat er in!

Ik schuifel langs de rand van de gracht naar een steiger verderop. Ik heb geen zin om te gaan zwemmen, mijn schouders zijn nog droog! Dat is al heel wat. Moeizaam hijs ik me op de kant. Druipend en wel.

Een serveerster uit ‘De Beer’ vraagt bezorgd of ze iets voor me kan doen. Ik zou niet weten wat. Een setje droge kleren zit er niet in op een koksmuts na dan. Hetgeen toepasselijk zou zijn gezien mijn naam en mooi zou staan op mijn heksenhoofd. Ook kan ik moeilijk in een taxi gaan zitten in mijn natte kloffie. Wel wil ik zo snel mogelijk naar huis. Het is niet al te ver lopen. Hooguit een kwartiertje…….

Buurman komt verschrikt aanrennen. Met een verholen olijke grijns op zijn snoet overigens. Die laatste verdwijnt niet meer. De hele ijskoude weg naar huis hoor ik hem heimelijk ginnegappen. Bol van de binnenpret brengt hij me tot voor mijn voordeur.

‘Ga maar snel onder een hete douche staan, Heks, zodat je geen kou vat,’ grijnst hij vriendelijk. Om er vervolgens vliegensvlug vandoor te gaan: Hij wil het verhaal graag aan zijn gade vertellen! ‘Ik hoop dat het Snuitje is!’ roept hij over zijn schouder, ‘Sterkte vanmiddag, lieve Heks!’

Hij heeft er toch niet zoveel vertrouwen in. Zo’n oude kat. Veertien weken weg. Het zal mij ook benieuwen. Onlangs zag ik een ongelofelijke Snuitje lookalike op de site van een Limburgs asiel. Zij was bij de vorige eigenaar weggehaald omdat ze veel te dik was! Er bleek achter het kleine koppie een enorm lijf schuil te gaan…….. Niet mijn kat dus. Die weegt maar een paar kilo……

Ik ga met VikThor onder de douche. Ik was het kroos uit onze oren en de bagger uit ons haar. Gelukkig is het grachtenwater niet meer wat het geweest is, anders waren we allebei doodziek geworden! Tegenwoordig is het Leidse grachtenwater van goede kwaliteit: Er worden zelfs zwemwedstrijden in gehouden!

Het kan altijd erger…….