Kommer en kwel, tobben tot je erbij neervalt, dweilen met de kraan open: Het zit niet mee in Huize Heks. Volgens mij zit ik intussen wel op de bodem van de put. Nu kan het alleen maar beter gaan……

Afgelopen weekend is het vreselijk weer. Zondagmorgen loop ik met een onwillig hondje te wandelen. Hij is niet vooruit te branden. Sloom sukkelt hij achter Heks aan. Met een sneue snuit heft hij zijn achterpoot en piest lauw tegen een struik. Ellendig draait hij een drolletje. Halverwege geeft hij aan echt weer terug naar huis te willen.

Zuchtend geef ik gehoor aan zijn onuitgesproken wens. We maken er een beschaafde wandeling van. Er komt ook een donkere lucht aanzetten van heb ik jou daar. Varkentje heeft dan wel een regenjasje aan, maar tegen dit soort buien is geen jas gewassen……

Eenmaal thuis wil mijn ventje niet eten. Geen goed teken. Hij ziet er beroerd uit. Sneu ligt hij in zijn mandje. Heks zit hem te observeren. Wat is er aan de hand? Ik zie hem zo ongeveer met het kwartier ellendiger worden. Snel neem ik zijn temperatuur op. Boven de 39 graden. Hij heeft koorts!

Ik bel de dierenarts. We kunnen eventjes langskomen. Ome Frogs gaat mee. Als de bliksem laden we Varkentje in zijn bolide en scheuren naar de waarnemende dierenarts. Daar wordt Ysbrandt op een tafel gehesen. Een thermometer verdwijnt in zijn kleine anusje. Zijn koorts is gestegen. Oh, wat voelt hij zich beroerd.

‘Ik weet niet wat het precies is, zijn buik voelt op zich ok, maar die koorts bevalt me niets. De wond ziet er goed uit, maar misschien zit er toch een ontsteking van binnen….’ Mijn ventje wordt van top tot teen bepoteld. Hij krijgt een shot antibiotica.

Met een pak pijnstillers en een kuur amoxicilline onder mijn arm ga ik naar huis. Aan het begin van de avond begint Ysbrandt als een gek te hijgen. Alsof hij het Spaans benauwd heeft. Hij voelt zo verhit! Hij eet niet, drinkt niet……. In paniek bel ik weer naar de dierenarts. ‘Honden hebben dat soms. Je schrikt je inderdaad een ongeluk. Wacht maar even af totdat de penicilline inwerkt. Dat kan nog wel een dag duren….’

Wat later drinkt mijn monster een bak water leeg en begint zowaar iets te eten. De koorts zakt in de loop van de avond een beetje. Een onrustige nacht volgt. Ook maandag is het nog niks met hem. Die avond begint hij alarmerend te hoesten. De hele nacht word ik uit mijn slaap gehouden door een rochelende oude man. Kokhalzend probeert hij zich te ontdoen van slijm. Slijm? Waar komt dat nu weer vandaan?

Een dag later zit ik weer bij de dierenarts. Mijn eigenste deze keer. Hij maakt een paar röntgenfoto’s van Ys’ torso. Prachtig om te zien overigens. ‘Kijk, zijn hart is een beetje vergroot. Hij hoort zo groot te zijn…’ De dokter wijst aan waar het hondenhartje van mijn hartje hoort te eindigen, ‘Ook zie ik veel slijm in zijn bronchiën. Dat verklaart dat gehoest. Maar waar dat vandaan komt…’

Het zou goed kunnen, dat het hartje van Ysbrandt niet goed werkt, waardoor er wat oedeemvorming in de longen ontstaat. Later bedenk ik me, dat koorts dan natuurlijk funest is. Het hart moet dan zo hard aan de gang…. Dat verklaart misschien de enorme toename van het gehoest. Mijn kereltje rochelt al een tijdje af en toe, maar nooit zo vaak en heftig als nu……

 

Ik krijg wat codeïne mee. En het dringende advies om een echo te laten maken. Weer een rib uit mijn lijf natuurlijk….. ‘Ik mats je met de röntgenfoto’s, Heks, de tweede krijg je van mij.’ Mijn dierenarts krijgt wel een beetje medelijden met mijn portemonnaie.

Oh, oh, wat een getob. De dagen erna boks ik met moeite wat eten en medicatie in mijn ventje. Maar ook ikzelf lig opeens helemaal om. Geveld door een geniepig buikgriepje. Gevolgd door een stevige verkoudheid. Dit in combinatie met mijn zieke hondje en mijn toch al niet geringe depressie van de laatste tijd maakt dat ik het helemaal gehad heb.

Wat een kutleven. Je doet je gloeiende best, maar krijgt niets voor elkaar. In mijn dooie eentje sla ik wat ellendige dagen stuk. Meuh! Blegh! Geef mijn portie maar aan Fikkie.

Vertrouwen is een kwetsbare vogel. Eenmaal beschaamd schuilt zij schuw onder een grote steen. Maar in goed gezelschap kruipt zij uit haar schamele schulp: Heks kijkt naar ’The Undateables’. Vertederende verhalen over ontluikende liefde……

Als ik niet kan slapen kijk ik naar stompzinnige televisieprogramma’s. Momenteel heb ik een voorkeur voor moorddadige verslagen van de bizarre daden van de meest beruchte narcisten en psychopaten van de laatste decennia. Hun ‘moment of fame’ breed uitgemeten in een gedramatiseerde documentaire. Maar soms zie ik iets gezelligs. Zoals ‘The Undateables‘. Een programma waarin de kneus op relatiegebied centraal staat.

Ik kijk naar al die gemankeerde stumpers op zoek naar liefde. Want een mens kan nog zo beperkt zijn, toch wil ‘ie die ene speciale persoon in zijn of haar leven. Om het even. Nemen en geven is nu eenmaal een dagelijkse behoefte van de homo sapiens. Dat was al zo ten tijde van de homo erectus. We functioneren gewoon niet optimaal zonder onze zielsmaat. 1 + 1 = 3. Als je niet uitkijkt ook letterlijk, maar die leeftijd is Heks te boven….

‘Heks, je maakt de laatste tijd grapjes over je mislukte relatie. Het valt me op. Haha, wat een geweldige woordspelingen overigens,’ Frogs moet lachen om mijn anagrammen van de naam van een voormalige kwelgeest. Ik verzin de  één na de ander. ‘Vrouwklooi, trouwklooi, pauwprooiflikflooi…….’ De echte zijn leuker. En haarscherp.

Ja, mijn verbroken verbinding. ‘Goh, ik dacht juist dat het iemand met een warm hart was, omdat hij met jou was. Dan moet je toch wel een goed mens zijn, om met jou een relatie te hebben…’ geeft een familielid me een etiket van hier tot Tokio. Ik ben blijkbaar ook een undateable persoon, omdat ik een chronische ziekte heb. Ik moet god op mijn blote knietjes dankbaar zijn dat iemand zich er toe heeft kunnen zetten om zich überhaupt met me in te laten.

De hele wereld mag raar zijn of gek, egocentrisch, gewelddadig en gestoord, vrouwen gaan massaal relaties aan met seriemoordenaars of Jihadisten of narcistische politici …..mannen zijn dol op egocentrische golddiggers met opgeblazen neptieten en een slecht karakter, maar als je iets fysieks mankeert lig je eruit.

Zie je er redelijk uit, dan ben je wel goed voor een wip. Maar daarna is het toch echt: ‘Uit, spuit, de bocht gaat uit…’ Ik verzin dit niet. Heb het aan den lijve ondervonden. En niet door een wildvreemde kerel. Nee, een uiterst betrouwbaar persoon uit de vriendenkring van mijn clan had deze modus operandus. Een volgevreten impotente zak overigens. Hij bakte er niet al teveel van.

Maar goed, niemand heeft zich in mijn geval afgevraagd of er soms iets mis was de mannen die zo goed waren zich tot mijn hopeloze niveau te verlagen. Maar er was wel veel mis. Narcisme: Het is wat het is……. Ik drink nog liever ouwewijvenpis, dan dat ik ooit nog eens zo’n monster uit de levensvijver vis. De volgende die ik aan de haak sla trek ik grondig  na….

De onbemiddelbare mensen in het programma lijden aan allerlei uiteenlopende aandoeningen. Er is bijvoorbeeld een heerlijke jongeman met het syndroom van Down. Sommigen hebben een flinke verstandelijke beperking, zijn zo autistisch als een ui of roepen om de haverklap’schijt en motherfucker’ : Gilles de la Tourette. Dat laatste heb ik onlangs ook opgelopen geloof ik……

Anderen hebben rare bulten, missen een paar ledematen, zijn kaal alsmede vrouw, dame met baard en snor of wat dan ook. Heks past perfect in dit rijtje. Behalve mijn snor zie je dan wel niets aan de buitenkant, maar mijn lijf heeft toch echt zo zijn beperkingen.

Ik geniet van het gekke televisieprogramma. Het heeft iets ontwapenends. In onze narcistische maatschappij, waarin alleen de besten mee mogen doen is opeens plaats voor gebrek. Daarnaast is het altijd fijn om te zien hoe mensen elkaar gelukkig maken. Hoe ze iets toevoegen aan het leven van een geliefd medemens. Elkaar op de kaart zetten. Hoe op ieder potje toch weer een dekseltje past.

Behalve op dit potje dan. Dekselse narcisten hebben gepoogd dit potje te breken. Een gebroken vrouw, wie wil dat nou?

Ik zou natuurlijk een echte pot kunnen worden. Dat is me dringend geadviseerd. Geen idee waarom overigens. Volgens mij hebben mijn lesbische zusters zo hun eigen problemen. Procentueel loop je wel minder kans op een narciste, maar het scheelt maar een fractie……?Om daar nu mijn hele seksuele identiteit voor op het spel te zetten gaat me te ver….. 😉

‘No mud, no lotus’. Ik hou van die tekst van Thich Nath Hanh. Ik heb zelfs een kalligrafie van zijn hand met deze woorden er op. Het is het enige zinvolle antwoord op de modderstromen die het leven soms over je heen spoelt. Als je het al overleeft, dan biedt het vruchtbare bodem.

Het laatste half jaar heb ik heel veel geleerd. Er is een tsunami aan gevoelens over me heen gekomen. Doordat er schellen van mijn ogen vielen ten aanzien van een zekere persoonlijkheidsstoornis, ben ik opeens veel gaan begrijpen van mijn achtergrond en moeizame gang door het leven: Ik ben altijd stekeblind geweest voor dit fenomeen, terwijl mijn directe omgeving er bol van stond…..

Zo is mijn leven doorspekt geraakt met klappen incasseren en aangepast gedrag: Dansend om de hete brei de ander blijven pleasen. Narcistische woede uitbarstingen voorkomen. Over mijn grenzen gaan om harmonie te bewerkstelligen en  bewaren. Eindeloos vertrouwen houden in leugenbakken en idioten….. tegen beter weten in vaak. Narcisten nemen alleen maar, dus: Geven, geven, geven…. Tot ik er bij neerval.

‘Fijn dat je er weer om kunt lachen, Heks.’ Ja, inderdaad. Soms ontdek ik weer iets, valt er weer een kwartje over bedrog, leugens of  vreemdgaan. ‘Nu weet ik het wel,’ denk ik dan. Waarom eindeloos blijven treuren om mensen, die nergens om geven behalve hun eigen huichelachtige hachje.

Waarom in godsnaam gestoorde geesten proberen te begrijpen, die niets anders in huis hebben dan alles wat mooi en kostbaar is kapot maken? Waarom proberen te begrijpen wat iemand zonder ziel bezielt? Waarom de stumper nog zielig vinden, die rücksichtslos het mes zet in alles wat heilig en goed is in jouw wereld?

Vorige week loop ik ’s avonds met mijn hondje te wandelen. Een knappe Marokkaanse jongeman fietst voorbij. ‘Hoi jij met je hoed, wat zie je er mooi uit! Geweldig!’ De complimenten vliegen om mijn oren. ‘Dank je wel,’ het is altijd goed om voor sweettalk te bedanken. De jongen steekt schuin de straat over en fietst een gracht op. Hij blijft complimenten schreeuwen. Heks moet er om lachen. ‘Als je me je nummer geeft kom ik terug,’ is zijn enthousiaste uitsmijter…….

De hele weg naar huis moet ik er om gniffelen. Grappig toch weer. Twee dagen later ben ik weer in trek bij mijn mannelijke medemens. Dit keer loop ik in een winkel als ik word aangesproken door een oudere man. Alweer met een islamitische achtergrond. Het is een charismatische oude baas. Vrolijk staat hij met me te flirten. Als hij lacht verbergt hij een slechte tand achter zijn hand. Heel charmant!

‘Spreekt u engels?’ vraagt hij me vriendelijk. Als ik Nederlands blijkt te spreken is hij verbaasd. ‘Ik dacht dat u een Amerikaanse filmster bent….! Even later kom ik hem weer tegen. Drie gangpaden verder. ‘Wat een toeval dat ik u weer tref,’ begint de charmeur lachend. Hand voor zijn rotte tand. Ik bezorg hem de dag van zijn leven door even met hem te klessebessen: Je praat tenslotte niet elke dag met een echte Hollywoodster!

Als hij met tegenzin zijn hielen licht klampt een dame me aan. ‘Wat was dat schattig,’ reageert ze vertederd op mijn nieuwbakken aanbidder, ‘Een echte heer. Hij was helemaal weg van u. Maar u ziet er ook zo speciaal uit. Zo’n ding,’ ze wijst op mijn chique gebreide poncho, ‘vind je echt niet hier in Leiden….’ Nu moet Heks lachen. ‘Ik heb em aan de overkant van deze straat gekocht. Volgens mij hebben ze nog precies zo’n exemplaar hangen…’

Uitverkoopje natuurlijk. Ik pas altijd in kleding, die niemand wil of kan aantrekken, laat staan durft te dragen…. Heks durft wel. Met veel lef combineer ik eindeloos met gekke kledingstukken en vreemde hoofddeksels. Ik ben tenslotte hier op aarde ter decoratie. En al ben ik dan undateable volgens mijn omgeving, iemand moet wel een enorm groot hart hebben om zich met me in te laten, ik mag er toch zijn.

Zo undatable ben ik overigens niet. Ondanks mijn beperkingen heb ik in mijn vorige relatie praktisch alle honneurs waargenomen. Heks kookte het eten, zorgde voor een schoon huis, maakte het gezellig, betaalde het leeuwendeel van onze gezamenlijke kosten met mijn WAOtje, luisterde dagelijks eindeloos naar zijn geleuterkoek over het enige onderwerp dat hem interesseerde: hijzelf.

Ook op andere gebieden liet meneer het afweten. Eindeloos geduld, bakken aandacht en een rib uit mijn lijf verder bleek deze zogenaamd zeer dateable kerel de kluit volledig te belazeren. Gelukkig ben ik er achter gekomen.

Pijnlijk natuurlijk. Maar zoals televisiegoeroe Doctor Phil zou zeggen: ‘Wat is erger dan twee jaar met een volstrekt foute man samen te zijn? Twee jaar en 1 dag!’

‘Soms kom je iemand tegen, waarvan je niet begrijpt dat ie nog alleen is, een lot uit de loterij’ zei mijn vroegere thuiszorg Truus jaren geleden tegen me, naar aanleiding van mijn verbroken relatie met de Tank, ‘Na een paar maanden wordt het je dan pijnlijk duidelijk. Aha. Daarom rennen alle vrouwen gillend weg bij deze man.’

Soms duurt het iets langer. Het ligt er maar aan hoeveel gezichten iemand heeft. En of maar vooral wanneer je zijn ware gezicht te zien krijgt. Bij narcisten kan dat best eventjes duren. Zolang jij je gloeiende best doet en niet tegen hem in gaat is er niets aan de hand. Maak je hem echter kwaad dan zal hij zich wreken. Soms stiekem, zoals in mijn geval. Maar eenmaal een bepaald punt voorbij wordt je gegarandeerd openlijk aangevallen. Bij voorkeur van achteren, zodat je je niet kunt verdedigen. Niks zo lekker voor zulke helden als een mes in iemands rug….

Vertrouwen is een kwetsbare vogel. Als ze zich veilig waant zingt zij het hoogste lied. Eenmaal beschaamd verstopt ze zich in een klein donker hoekje. Of onder een koude steen. Grijpt je bij de enkels in het hoge gras. Doet je ruggelings tuimelen.

Vallen en opstaan. Het is niet anders.

 

In memoriam: Mijn ouwe trouwe schuddebuikende piepende en krakende huisgenoot Koelkast is niet meer. Heks is ontdaan. Maar niet getreurd, Liebherr doet zijn intrede in Huize Heks. Binnenkort.

Woensdagavond geef ik vrij laat de beesten eten. Zeven hongerige katten zitten op de keukentafel en de buffetkast te schreeuwen. Ysbrandt stofzuigt  de vloer op zoek naar kattenbrokjes. Ik pak zijn eten uit de koelkast. Het voelt warm aan. Huh?

Snel loop ik terug naar mijn schuddebuikende stuk huisraad. Hij staat doodstil. Ook fluit hij niet naar me, zoals gewoonlijk. Zijn lichtje brandt nog, maar toch is hij overleden! Heel stilletjes heeft hij ergens in de de afgelopen uren zijn laatste koude adem uitgeblazen…..

Oh jee, ook dat nog.

Ik zet em een keertje aan en uit. Het helpt niet. Ook gedraai aan zijn enige knopje heeft geen enkel effect.

Snel voer ik het vee. Wat nu? De volgepropte vriezer is nog stijfbevroren. Ik stuur een nood-sms aan Frogs. ‘Ik lig al bijna in bed, Heks. En morgen moet ik heel vroeg op. Dus ik kan je niet helpen. Wel mag je alles in mijn vriezer stoppen. Die is helemaal leeg. Je hebt de sleutel, dus kijk maar…’

Heks is ook gaar. ‘Morgen is er weer een dag,’ bedenk ik me. Zodoende laat ik de boel de boel en ga ook bijtijds slapen. Dat lukt niet. Ik zit de halve nacht in mijn doodstille woonkamer. Jeetje, wat een rust. Ik mis mijn kouwelijke luidruchtige stuk meubilair!

De volgende dag kom ik maar niet op gang. Aan het begin van de middag ben ik dan eindelijk zover, dat ik met koelboxen vol diepvrieszooi richting Frogs vertrek. Ik prop alles in het vriesvak van zijn ijskast, mijn oude exemplaar. ‘Jeetje, Frogs,’ grap ik een dag later, ‘ Die oude doet het nog prima en mijn nieuwe is kapot. Ik kom em weer ophalen, hoor……’

Niets is minder waar. Ik ben me online aan het oriënteren op een spiksplinternieuwe koelvriescombinatie. Als snel zie ik door de bevroren bomen het ijzige bos niet meer. Uiteindelijk loop ik de witgoedwinkel hier om de hoek binnen. Er is geen enkel passend apparaat voorradig, maar ik kan er wel eentje bestellen natuurlijk.

 

Zo gezegd, zo gedaan. Volgende week komt er een hele mooie Liebherr. De Cadillac onder de koelkasten volgens de verkoper. Morgen krijg ik een noodexemplaar. Een oude rammelkast met fluittonen waarschijnlijk. Gezellig!

Vandaag ruim ik samen met mijn hulp alle restanten voedsel uit het kapotte apparaat op. We maken em een beetje schoon. ‘We nemen die oude koelkast gewoon weer mee, maar zorg dat er geen restanten vlees of zoiets inzitten, zei de jongeman in de winkel tegen me. Ha, stel je voor. Het komt regelmatig voor dat mensen hun oude vriezer met inhoud en al meegeven….Ontdooid en wel, soms in verregaande staat van ontbinding. Walgelijk natuurlijk!’

De vorige keer dat mijn koelkast het begaf lag ik drie dagen later in het ziekenhuis met een darmafsluiting. Precies met pasen. Een soort wederopstanding, want ik dacht werkelijk dat ik dood ging van de pijn. We zijn drie dagen verder nu en pasen is ook net aan voorbij, dus ik heb goede moed dat me dat deze keer niet gebeurt.

Aan het eind van de middag fiets ik naar Engel. Ze is jarig. Ik heb een enorme zachtroze Helleboris bij me in feestelijk cellofaan. Ysbrandt draaft enthousiast naast me. Hoera, we gaan iets leuks doen!

‘En?’ informeer ik, nadat ik haar heb gefeliciteerd en gezoend, ‘Is ie nog geweest?’ We giebelen. Een vriendin van de jarige heeft haar gisteren zitten plagen ‘Ik bezorg je een geweldige verrassing morgenmiddag!’ dreigde ze. En wat voor’n verrassing…. Een professionele striptease door een ‘politieagent’. Haha.

Natuurlijk kwam er ‘zogenaamd’ iets tussen. Het blijft bij een goeie grap. We moeten het met louter voorpret doen. We grijnzen ondeugend. ‘Ach,’ zeg ik laconiek, ‘Beter zo. Ysbrandt heeft al eens in de ballen van een politieman gehangen. Ik weet niet wat er gebeurt als een agent ook nog eens al zijn kleren uittrekt! Hij eindigt misschien als smurf….’

De rest van het bezoek is al vertrokken. Ik ben echt laat. ‘Kom, ik maak je flesje wijn open, Heks.’ Ik heb een minifles witte wijn meegebracht. Niet koud natuurlijk, helaas. Engel gaat op zoek naar een kurkentrekker. Ze is pas vorige week hierheen verhuisd, overal staan nog dozen. ‘Ik weet niet of ik er eentje heb, Heks, ik drink nooit wijn.’ Ze spit al haar keukenlades om. Geen kurkentrekker.

Ik doe nog een lauwe poging om de kurk erin te duwen met mijn duim. We willen gewoon feestelijk klinken! Uiteindelijk zitten we lekker aan de dubbeldrank met chips. Hele lekkere chips. Dat merk moet ik onthouden!

Jarige Engel in haar nieuwe knusse huisje. Vergenoegd zit ze een paar verhalen te vertellen. Na een uurtje is de koek op bij Heks. Plankerig hijs ik mezelf overeind. ‘Heb je last van je rug?’ Ja, die zit helemaal vast na al dat gesjouw met koelboxen vol bevroren eten….. Ze legt haar genezende handjes er op.

Ik ben eigenlijk te moe om ervan te genieten. Maar ik voel wel van alles tintelen en in beweging komen. Even later ga ik met Varkentje richting huis. Ik fiets een stukje en dan laat ik hem los in de berm. Zo kuier ik langs de Singel. De stad heeft iets feestelijks. Het is al bijna half acht, toch zitten er mensen op de terrassen. Soms met dekentjes om hun benen, maar toch buiten. Genietend van de lauwe lentelucht.

‘Jouw verjaardag is met recht de eerste echte voorjaarsdag!’ roep ik eerder verrukt tegen mijn vriendin. Tot gisteren heb ik steeds in een dikke donzen winterjas met Ys gelopen. Vandaag niet. Een warm vest en een leren jasje zijn voldoende. Ik hoef ze niet eens dicht te knopen!

Nu zit ik weer rustig thuis op de bank. Hongerige poezen staan op het balkon te schreeuwen. Mijn hondje ligt aan mijn voeten. Hij houdt me met  één oog in de gaten. Hij heeft ook honger. De kleine koelcrisis is bezworen. Ik hoef helemaal niets meer vandaag. Nou ja, beesten voeren, mezelf voeren en nog een hondenrondje…..

En morgen? Dan is er weer een dag.

 

Voedingsindustrie over de knie. Het gore lef van de moleculaire topchef. Veel mensen worden steenrijk door het leveren van een maatschappelijke wanprestatie. Wat Heks betreft: Additieven uit de gratie!

Vanmorgen kijk ik in mijn mailbox. Allerlei onzinberichten passeren de revue. Er is heel veel gebeurd op Facebook. En wil ik niet nog meer mensen volgen op Twitter? Bijvoorbeeld die en die of Huppeldepup zus of zo. Er volgt een hele rij……

Mijn oog valt op een Tweet over gesjoemel in de keuken door top chefs. Ik klik iets aan en kom terecht bij een artikel getiteld ‘De alchemisten van de haute cuisine’  door Marcel van Silfhout. Onbevangen begin ik te lezen.

Ik heb die hele hype rondom de innovatieve moleculaire keuken niet gevolgd. Het begrip voedseltechnologie staat me tegen. Ik krijg er sinds jaar en dag braakneigingen van. Het gemiddelde gekloot van omhooggevallen mislukte scheikundigen aan ons dagelijks brood vind ik crimineel. Het is ingegeven door louter winstbejag van grote fabrikanten en heeft nergens het belang van de consumenten in het vaandel.

Dat die er ziek van worden is geen enkel probleem. De voedingsindustrie gooit het al jaren op een louche akkoordje met de farmaceutische industrie. Laatstgenoemden kunnen alle door additieven veroorzaakte bijkomende schade dan weer pappen en nathouden met hun medicatie. Liever niet genezen, want dan valt er niets meer te verdienen.

 

Er wordt bijvoorbeeld goud geld verdiend aan allerlei vormen van diabetes. Een vrouw die ik ken werkte ooit in die branche. haar bedrijf ontwikkelde allebei producten voor deze ernstig zieke patiënten. Als er weer een paar honderdduizend diabetici bij waren gekomen gaven ze een feestje. Met champagne en al.

Nu koken dus ook grote chefs met al die smerige stofjes uit de voedingsindustrie. Supermarkten en prefab-food vermijden is niet meer genoeg. Ook in de duurdere restaurants ben je je leven niet meer zeker!

Heks staat er eigenlijk helemaal niet van te kijken. Al jaren ben ik verbijsterd over wat er allemaal mag op het gebied van voeding. De meest afgrijselijke toevoegingen zijn toegestaan. Al het leven wordt er uitgestraald en -gehaald. Vaak als het nog op vier poten in de wei loopt als het dat geluk al heeft. Of op een vergiftigd veld staat….

Nederland is binnen de EU wel ongeveer het ergste land op dit gebied. Onze zuinige volksaard maakt dat we grif mee gaan met deze dwaling in de vaart der volkeren. We nemen zelfs een echte koppositie in. Wat hier ter lande bijvoorbeeld legaal met het gemiddelde stukje vlees wordt uitgehaald is ten hemel schreiend. Je mag het tot 80% volspuiten met water en zouten, zodat het meer lijkt. Yek.

Ik lees het ellenlange houtsnijdende verhaal van Marcel van Silfhout grotendeels door. En ja hoor, ook nu is de motivatie achter deze krankzinnige praktijken weer geld. Door hun eten vol te stoppen met vieze additieven zijn de topchefs een stuk goedkoper uit, dan wanneer ze gebruik maken van de traditionele ingrediënten. Het scheelt behoorlijk!

En sinds ze hun clientèle wijs hebben gemaakt dat dit soort smerig freten het neusje van de zalm betreft, de kleren van de keizer als het ware, zit gans smaakloos Nederland met een hete aardappel in hun keel deze smakeloze troep weg te werken. Dat valt nog niet mee met zo’n pieper in je klikokieper.

Maar nu het allerbizarste van dit verhaal: De topchefs worden gesponsord door de voedingsindustrie. Miljoenen verdwijnen in de zakken van deze zogenaamde grote koks, deze kleingeestige miezerige  prutsers, zodat al die kankerverwekkende stofjes en andere griezelproducten lekker worden gepromoot. Toe maar!

Heks is blij, dat ze grotendeels biologisch eet. Van jongs af aan heb ik een bloedhekel gehad aan additieven in voedsel. Ik vind het smerig. Zodoende kook ik altijd ‘from scratch’. Niets zo heerlijk als het samenstellen van een kruidenboeket voor en goede Dahl of het trekken van een krachtige bouillion. En ga zo maar door. Koken is inderdaad chemie. En ook alchemie. De alchemie der liefde.

Het Opus Magnum van de voedingsindustrie is er niet bepaald op gericht om de mensheid te verheffen. Ze gooit allerlei additieven op de markt als betrof het de Steen der Wijzen. Helaas verandert de gemiddelde maaltijd na toevoeging van die troep niet in goud, maar in een berg stront. Ongezonde stront ook nog. Hun morgenstond geeft stront in de mond.

Goddank heb je nog mensen zoals Jamie Oliver. Ik zie hem soms op televisie voorbijkomen met zijn charmant slissende tegengeluid. Fanatiek probeert hij op scholen te bewerkstelligen dat leerlingen fatsoenlijk te eten krijgen. Je bent wat je eet tenslotte. En veel jongeren zijn in die zin kwalitatief al helemaal niets meer nog voordat ze volwassen zijn.

Kansloze jongeren leidt hij op tot volwaardige koks. Hij werkt met een keur aan goede producten. Hij heeft zelf een geweldige moestuin! En ga zo maar door.

De wereld is gek. Het Amerikaanse bedrijf Monsanto claimt het genetisch materiaal van een groot deel van het zaad in de wereld. Als er een plantje van dat zaad per ongeluk in jouw tuin groeit kunnen ze je aanklagen.

Walt Disney heeft de rechten op het liedje Happy Birthday To You. Dat mag je dus ook al niet meer straffeloos zingen.

Vanmorgen loopt er een zwerver door de steeg. Een oude baas met grote knoestige handen en een vriendelijk gezicht. Ik zie hem vaker. Hij staat te graaien in een grote afvalbak. Ik loop naar buiten met mijn hondje. ‘Goedemorgen’, groet ik hem. Hij kijkt verbaasd. Niemand groet hem. Hij bestaat niet. Hij is uitschot.

Ik stop hem een paar euro in handen. ‘Koop een lekker broodje’. Weer die verbaasde blik. Later kom ik hem weer tegen, nu glimt hij me tegemoet. Blij dat hij vandaag zichtbaar is. Als ik omkijk zie ik dat hij me een stukje volgt. Even later is hij verdwenen.

Hij hoeft zich geen zorgen te maken, dat hij wordt vergiftigd door een topchef. Tenzij hij uit de vuilnisbak van hun restaurant eet natuurlijk. Hij heeft overigens zorgen genoeg. Bijvoorbeeld om aan iets eetbaars te komen.

Hem worden geen miljoenen in de zak gestopt door de voedingsindustrie. Die weten niet eens dat hij bestaat, althans, het interesseert hen niet. Er valt nu eenmaal van een kale kip niets te plukken.

Transglutaminase is een lijm voor vlees, gevogelte en vis op basis van enzymen. Het product wordt gemaakt door Ajinomoto, de grootste fabrikant van glutamaat. De stof geldt niet als additief, maar als hulpstof. Het gebruik ervan kan het binnenste van de vis of het vlees in kwestie besmetten met bacteriën die tijdens de bereiding niet gedood worden, tenzij je ook het binnenste verhit. De stof is ideaal voor fraudeurs: je plakt een paar kleine sint-jakobsschelpen aan elkaar tot één grote. Je kunt ook een mooi stuk vlees, zoals een nep-tournedos, in elkaar zetten op basis van vleessnippers en vleesresten.

 

 

‘Pablo Neruda  Dichter aan Huis, Dichter aan Zee’.  Geweldig leuke voorstelling door Martine Zeeman, Juan Tajes en Carolina Droller in het charmante Teatro Munganga te Amsterdam. Een aanrader!

 

Zaterdagavond brengt Frogs mijn Varkentje terug. Hij heeft een dag op het monster gepast. We drinken gezellig een glaasje wijn en kletsen bij. ‘Ik ga op tijd naar huis Heks, want morgen heb ik van alles te doen. Ik moet een artikel afmaken en in de loop van de middag ga ik naar Amsterdam. Juan Tajes speelt mee in een toneelstuk over de  Chileense dichter Pablo Neruda.’

Wat leuk! Ik ben een fan van deze acteur. Een paar jaar geleden heeft Frogs samen met hem gewerkt aan een project rond de dichter Garcia Lorca: ‘Global Lorca‘. Die dichter was weer een goede vriend van Neruda. ‘Ik wil mee!’ roept Heks spontaan. Hoe laat en waar? Wat spreken we af?

Zondagmiddag tegen drie uur arriveer ik met Ysbrandt bij onze kikkervriend. Mijn hondje gaat op het huis passen en ik stap in de riante bolide van Frogs. We zoeven naar de hoofdstad. Binnen een half uur zijn we ter plekke. We parkeren voor de deur en het is nog gratis ook. Lang leve het parkeerbeleid van Amsterdam op zondag!

Als we het theatertje binnenkomen ben ik aangenaam verrast. Wat een grappige plek! Het is een hoge ruimte met een bar annex balie, een keur aan kekke keukenstoelen voor het publiek en een indrukwekkende lichtinstallatie aan het plafond, een regiekamer en een toilet. Veel meer heb je ook niet nodig, mijns inziens.

Hoewel Teatro Munganga er bedrieglijk eenvoudig uitziet, werkt alles prima. De medewerkers zijn uitermate vriendelijk, we worden bijzonder hartelijk ontvangen. Omdat we zo vroeg zijn kan ik op mijn gemak rondkijken en een paar foto’s maken. Even over vieren begint het stuk.

De voorstelling ‘Pablo Neruda  Dichter aan Huis, Dichter aan Zee’ gaat over het leven van de dichter Pablo Neruda. Zijn jeugd in Chili wordt aangestipt; Hoe het dichten er al jong in zit. Helaas moet hij architect worden van zijn vader. Dus verandert hij zijn naam en trekt de wijde wereld in…..

De scenes lopen vloeiend in elkaar over en er wordt listig gebruikgemaakt van minimale middelen om iets op te roepen. De regisseuse van het stuk, Martine Zeeman,  speelt zelf ook mee. In verschillende rollen: Van vertelster tot vrouw van de dichter. Die nam het overigens niet zo nauw met de trouw, dus er volgen nog meer damesrollen….

Pablo Neruda   Dichter aan Huis, Dichter aan Zee.

Een voorstelling die de Chileense dichter Pablo Neruda tot leven wekt. Met poëzie, over zijn muzen en zijn vaderland, met dans en verhalen. Twee bekenden uit Valle Tango Muziektheaterproductie (2009 KunstKlank) ontmoeten elkaar weer op Noordwijkse bodem tezamen met Martine Zeeman. Nu in een poëzie-, verhaal-, en dansprogramma. Met Juan Tajes, verteller uit Montevideo, en Carolina Droller, danseres uit Buenos Aires.

 “Es tan corto el Amor y es tan largo el olvido.

Zo kortstondig is de liefde, zo langdurig het vergeten.”

Een hele mooie bijdrage wordt geleverd door de Argentijnse danseres Carolina Droller. Haar hele sierlijke lichaam wurmt zich op een gegeven moment in een op het podium aanwezige ouderwetse lessenaar. Prachtig hoe zij verbeeldt wat de dichter verwoordt.

‘Ik vond het zo mooi hoe zij die geboorte van het kind uitbeeldde achter die semi-transparante kamerschermen,’ zegt Frogs later tegen me. Multifunctionele elementen in het eenvoudige decor. Het is me min of meer ontgaan. Er is zoveel te zien. ‘Dit is zo’n stuk waarbij je als je het nog eens ziet weer allemaal nieuwe dingen ontdekt!’ roep ik.

Ja, we raken enthousiast. Een paar jaar geleden heeft Frogs met de acteur Juan Tajes en een verder geheel internationaal theatergezelschap ook een prachtig programma gemaakt rond een dichter. Een eveneens  geweldig project. Dit theaterstuk heeft dezelfde kwaliteit. Het boeit van het begin tot het eind.

Het is eigenlijk maar een heel eenvoudig gegeven, vertellen over het leven van deze man: Overigens meesterlijk neergezet door Juan Tajes. Toch vliegen er zomaar drie kwartier voorbij. Er volgt een staande ovatie. Daarna is het feest , want de regisseuse is jarig. Wat boffen we toch weer!

Ik kom iemand van mijn koor tegen. We kijken elkaar verbaasd aan, wat is de wereld toch klein soms. Het is sowieso een middag vol leuke ontmoetingen. Ik klets een tijdje met de danseres. Zij blijkt ook veel affiniteit met Indiase dans te hebben. Heks heeft dat vroeger fanatiek beoefend. Voordat ik in een kwarktaart veranderde.

‘Oh, Frogs wat een heerlijke middag was het. Dit gaan we vaker doen!’ We eten nog een hapje in Huize Heks achteraf. Ik schud een soepje en een bord pasta uit mijn mouw. Een een glaasje wijn natuurlijk.

Teatro Munganga Adres: Schinkelhavenstraat 27-HS, 1075 VP Amsterdam Telefoon:020 675 9837

Teatro Munganga is een van oorsprong Braziliaanse theatergroep met een kleine theaterzaal in Amsterdam-Zuid en een reizende theaterbus waarin beeldende poëtische kindervoorstellingen worden opgevoerd. Naast het ten tonele brengen van eigen uitvoeringen, biedt de theatergroep een podium voor theater, muziek, lezingen, films, dans, workshops en cursussen van andere kunstenaars in de theaterzaal Casa Munganga.

Carlos Lagoeiro en Cláudia Maoli zijn de oprichters van Teatro Munganga

Wat maakt een theaterstuk nu boeiend en goed? Dat het in een grote schouwburg wordt opgevoerd? Dat er een BNer in meespeelt? Dat het stuk geschreven is door een wereldberoemde schrijfster/ver?

Driewerf neen.

Vanmiddag werden we meegenomen in een andere wereld. We hebben als publiek een klein uitstapje gemaakt in het leven van een mij tot nu toe onbekende man. Ik heb drie kwartier op het puntje van mijn stoel gezeten. En dagen erna is iets van de voorstelling blijven hangen. Het stuk heeft me geraakt!

Dus toch die goeie ouwe Catharsis? Die broodnodige door angst en medelijden geïnitieerde loutering  der emoties zoals Aristoteles het beschreef in zijn Poetica?

Ja.

De regisseuse van de voorstelling, Martine Zeeman, heeft een klein theatertje in de Voorstraat in Noordwijk: Zeep aan Zee. Voor theaterlessen,  toneel productiecursussen, Toneelcursussen tekst/beweging en improvisatie alsmede voorstellingen kun je hier terecht!

Hijgend Hert aan je voet, het moet niet gekker worden. Je bent zelf ternauwernood de jacht ontkomen tenslotte!Intussen verzuip je bijna in een blubberpoel en je zusje staat erbij en kijkt ernaar….. Beetje raar. Maar waar!

Ik zit op mijn balkonnetje in de zon. Ingepakt in jassen en dekens en een soort schapenvacht. Ik slurp de zonnestralen in. Vanmorgen had ik weer eens therapie. Dat was een tijdje geleden, want ook therapeuten krijgen griep.

‘Ik maak een soort studie van enge mensen. Soms kijk ik naar de meest vreselijke programma’s op televisie. Gewoon om mezelf ervan te doordringen dat het bestaat, zulk afschuwelijk gedrag.’ Ze knikt en geeft me groot gelijk. Wat een verademing. Geen vermanende woorden over het aandacht geven aan negativiteit.

‘Jouw krachtige basis komt juist voort uit het feit, dat je zoveel hebt meegemaakt,’ ze kijkt me indringend aan. Het is waar. Mijn leven is een aaneenschakeling van extreme gebeurtenissen geweest. Wie is er bijvoorbeeld zeker drie keer op straat in elkaar getimmerd? Heks! Ik heb er de krant mee gehaald.

En dat is nog het minst vervelende. Dat zijn maar klappen, blauwe plekken en een flinke hersenschudding door een trap tegen mijn hoofd. De laatste keer door uitsmijters van ‘Het Koetshuis’. Omdat hun vriendinnen me in het voorbijgaan uitscholden en ik iets terug riep…… Dan kun je als kleerkast vol anabole steroïden natuurlijk niet achterblijven. Zeker niet als je ook al impotent bent, en regelmatig voor lul staat met je knakworst bij diezelfde vriendin. Want impotent word je van die troep. En agressief.

Maar goed. Beurse plekken trekken wel weer bij. Andere verwondingen zijn lastiger te helen.

‘Een ander had al lang aan een touwtje aan het plafond gehangen,’ geef ik toe, ‘De meeste mensen worden al gek als ze drie weken griep hebben, laat staan een chronische versie daarvan. Ook worden mensen er over het algemeen helemaal niet goed van als ze zoveel alleen zijn als ik.’

‘Hopeloze relaties alsmede vriendschappen drijven nogal eens iemand naar de rand van de afgrond, maar ook dat heb ik overleefd. Daarbij kom ik ook niet uit een achtergrond waarbij ze de deur bij me plat lopen om voor me te zorgen als ik helemaal om lig. Eufemistisch uitgedrukt. Dus ja, ik doe het lang niet gek.’

‘Jij komt er wel uit, Heks. Je bent er nog niet. De bezem moet er door en je moet eindelijk eens voor jezelf gaan kiezen. Maar uiteindelijk komt het goed met jou!’

Als ik later met Ysbrandt langs de Zijl wandel spookt zo’n griezelprogramma door mijn hoofd. Een jongeman rijdt zichzelf bijna dood tegen een boom. Hij blijkt ternauwernood een aanslag op zijn leven te hebben overleefd. Gepleegd door zijn eigen zus!

Zij en haar vriendje en nog een paar trawanten sloegen het joch half dood alvorens hem in een grote vijver te dumpen met een zwaar gewicht aan zijn been. Ze lieten hem voor dood achter, maar hij wist zichzelf los te rukken van het betonnen tuinbeeld aan zijn voet. Een hertje notabene.

Hij sleept zich zijn auto in met een grote bloedende hoofdwond en longen vol smerig water. Langzaam maar zeker verliest hij het bewustzijn en rijdt zichzelf bijna te pletter tegen een boom. Maar hij wordt snel gevonden en gered!

Hij is er verschrikkelijk aan toe. Bont en blauw en opgezwollen. Buiten bewustzijn…… Zijn zus zit schijnheilig naast zijn bed gedurende de gehele periode dat hij in coma lig. Zijn overlevingskans is 1 op 4 miljoen. Hoe ze dat hebben berekend is mij dan weer een raadsel.

De gruwelzuster wijkt niet van zijn bed en als hij dan eindelijk zijn ogen opent, een waar wonder,  begint zij hem direct onder druk te zetten. Het is een echte bitch! Hij mag niet reppen over het feit, dat zij hem heeft geprobeerd te vermoorden voor een paar honderd dollar. Want daar ging het allemaal om, zuslief wilde dat hij zijn spaargeld aan haar gaf.

Oh ja, ze heeft ook nog het ouderlijk huis in brand gestoken om de sporen van het bloederige gevecht van drie volwassen kerels tegen één leptosome adolescent uit te wissen…..

Maar goed, het komt toch uit natuurlijk. De boosdoeners worden opgepakt. En nu komt het: De jongeman weigert te getuigen tegen zijn zus. ‘Ze is toch mijn zuster, ik hou van haar, ik heb altijd een sterke band met haar gehad…..’

Hij houdt voet bij stuk, dus de criminelen komen er vanaf met een lichte straf en de monsterzus gaat vrijuit. Ze neemt een nieuwe vriend en verhuist naar de andere kant van de wereld. Veel berouw lijkt ze niet te voelen. Waarschijnlijk een narciste/psychopate. De broer heeft nog steeds contact met haar.

De moeder van de jongen komt ook aan het woord. Zij houdt natuurlijk van allebei haar kinderen. Met een extatische uitdrukking op haar gezicht geeft ze gedurende het gehele item commentaar op de gebeurtenissen. Een vreemd gezicht.

Ja, zo kan het ook. Dit is heel erg hoe Heks altijd heeft geprobeerd te leven. Vergeven bij voorbaat en dan gewoon doorgaan met liefhebben. Als iemand je iets flikt zet je gewoon nog een tandje bij.

Gevangenissen kweken nu eenmaal in het algemeen kleine crimineeltjes op tot monsters. Het is dus nogal wat om je broeder of zuster er bij te lappen om hen naar een dergelijk oord te doen verbannen…..

Toch is er een verschuiving in me aan de gang. Ik heb geen idee welke kant het op gaat, maar ik kan je één ding zeggen: Probeer me niet te vermoorden of iets dergelijks, want je hangt! Als ik het overleef tenminste. De tijd dat Heks Jan en Alleman met alles liet wegkomen is definitief voorbij.

 

Killer stories, a true story to die for, moordwijven en dodelijke kerels,bloeddorstige bloedbroeders versus een geslepen zus die haar zuster offert. De wereld zit vol gevaarlijke gekken. Niet iedereen overleeft hen.

Vandaag ben ik laat. Ik ben pas om half vijf in slaap gevallen, vandaar. Het is dan ook al rond het middaguur als ik eindelijk met Ysbrandt in een park loop. De zon schijnt, het is droog. Goddank.

Vannacht bekijk ik diverse afleveringen van het programma ‘Born to kill’. Afgewisseld met ‘Bloodrelatives’ en andere griezelige reality programma’s vol moorddadige mensen met zieke geesten en verdorven karakters, die elkaar naar het leven staan. Vol ongeloof zie ik het verhaal van een serieverkrachter in love. Zijn geliefde gaat vanaf dag één mee in zijn verdorven fantasieën.

Als ze eenmaal getrouwd zijn gaat het van kwaad tot erger. Hij baalt ervan dat ze geen maagd meer is en laat zijn oog vallen op haar jongere zusje. Een onschuldig meisje van vijftien. Samen drogeren ze het arme kind om haar vervolgens te verkrachten. Helaas is de dosis verdovende drugs uit de dierenkliniek (!) waar de slechte zuster werkt te hoog voor het jonge meisje. Het is geen paard tenslotte: Ze overlijdt ter plekke.

Het gruwelstel komt ermee weg….. Nu begint hun echte terreur. Was de man voorheen tevreden met een stevige verkrachting, nu wil hij bloed zien. Zijn vrouw helpt hem zoveel ze maar kan. Onvoorwaardelijk. Ze plegen nog een paar moorden op jonge maagden voordat ze gepakt worden.

Hierna volgt een item over drie moordbroers. Ook weer walgelijk en afschuwelijk. Gewetenloze psychopaten aan het werk. De jongste broer is pas 15 jaar oud. Hij heeft wel emoties en gevoelens. Hij doet niet mee met het moorden, maar is natuurlijk wel met zijn familie op stap. Roadtrip met pief paf poef geluiden. Heks zit verbijsterd te kijken.

Uiteindelijk worden ook zij gepakt. De jongste broer wordt later gevangenispriester…..

Dan komt er nog een aflevering over een sociopaat van de bovenste plank. Hij liegt over zijn beroep, achtergrond, opleiding, financiele status en ga zo maar door. Toch weet hij zich te profileren als politiek lobbyist en op die manier in de hoogste kringen dor te dringen. Hij maakt mensen handig geld afhandig en weet de schijn op te houden zelf ook een rijke stinkerd te zijn.

Op een gegeven moment trouwt hij met een zakenvrouw met drie jonge kinderen. Niemand weet dit, hij houdt haar succesvol verborgen voor de buitenwereld. Zodoende kan hij rustig doorgaan met zijn vele affaires en avontuurtjes. Hij manipuleert de vrouw naar de andere kant van het land. Zo heeft hij lekker zijn handen vrij om door te gaan met zijn rare leventje.

Hij trouwt nog een vrouw. Ook haar weet hij enige tijd een rad voor ogen te draaien, maar uiteindelijk valt zijn kaartenhuis in duigen. De dames ontdekken elkaar. Ze ontdekken nog meer bedrog. De meest recente echtgenote besluit de eikel erbij te lappen wegens bigamie, maar dat moet ze met de dood bekopen. Meneer schiet haar door de kop…..

Wat heb je toch een rare mensen. Wat zit de wereld vol met mafkezen. Neem nu die broers. De middelste is de leider. Hij is vrij jong in een gevangenis beland en daar tijdens een opstand door andere gevangene verkracht. Acht uur lang! Door grote gewelddadige horken van kerels!  Afschuwelijk natuurlijk. Het heeft hem gebroken. Het heeft van dit rotjong, deze kleine crimineel, een monster gemaakt……

Terwijl de beelden nog door mijn hoofd spoken geniet ik van het zonnetje. In het park kom ik een vrouw tegen met een schat van een hond uit Roemenië. We raken aan de praat. Opeens komt de malle molenaar ter sprake. Hoe? Geen idee. De man blijkt klusjes te doen voor de vrouw. ‘Hij is ongelofelijk aardig voor me, ik krijg regelmatig een lekkere eend of gans cadeau. Die schiet hij zelf…’

Dat weet Heks. Hij wilde zijn jachtgeweer ook een keertje op mijn hond richten. Die zat achter een haas aan op de golfbaan. Hij behoort die zigzaggende haas af te schieten. Nog niet zo gemakkelijk natuurlijk. Dat is zijn bijbaantje, maar nee, hij pakt liever mijn hond, de held. Ik ben niet de enige met deze ervaring! De man is een regelrechte griezel. Hij heeft een goeie klap van zijn eigen molen gehad mijns inziens. De laatste die ik over de vloer zou halen…..

‘Ik heb de politie een keertje op zijn dak gestuurd, toen hij me stond uit te maken voor hoer, kutwijf en erger. En dat hij me wist te vinden. Hij sloeg regelrecht bedreigende taal uit. En dat in combinatie met dat geweer….. Mijn actie heeft wel geholpen. Sindsdien laat hij me met rust.’

Er komt een loopse teef aanlopen met een meneer eraan vast. Varkentje is instant verliefd. Zo snel gaat dat bij honden in hun wereld van geur. Zodoende moet ik hem vliegensvlug aanlijnen.

‘Dank voor de tip. Ja, je hebt vreemde snuiters op de wereld,’ zegt de vrouw bij het afscheid. ‘Ach, jij hebt geen problemen met de man. Het is net als bij de gemiddelde psychopaat. Superaardig voor sommige mensen, maar voor anderen gevaarlijk….’

‘Ik maak een studie van rare mensen momenteel,’ vervolg ik opgewekt, ‘Ik probeer de vinger te krijgen achter bepaald gedrag, waar ik vaak tegenaan loop. Ik heb zelf ook relaties met narcisten achter de rug. Het thema houdt me dus behoorlijk bezig.’ Ik vertel maar niet over de griezelmarathon van vannacht. Wel noem ik het boek van Iris Koops, Het verdwenen Zelf.

‘Oh, wat interessant! Ik werk met moeilijke mensen, intelligente types vaak, maar zonder enige vorm van empathie. En ik heb een moeilijke broer….’ Klinkt bekend. De wereld zit vol narcisten, maar veel mensen weten er de ballen vanaf. Heks ook tot voor kort. Nu mijn ogen open zijn gegaan zie ik dit verschijnsel overal. Het komt toch vaak voor. 1% van de bevolking is best veel, dat zijn er 100 op de duizend!

Mijn overtuiging is ook, dat je er meer op je dak krijgt als je hen niet herkent. Zodra je een narcist ontmaskert heb je een enorm probleem. Het is het ergste dat je deze mensen kunt aandoen. Dus maak je borst maar nat: Er volgen geheid levensgevaarlijke represailles. Het goede nieuws is, dat als je het overleeft, je waarschijnlijk ook van die kwibus af bent…… Omdat ie in de bak zit.

God moet een geweldige vis zijn. Een vrouwelijke wel te verstaan! En: Vergeven is een tweezijdig proces. Vandaar dat het vaak niet lukt. Ligt er weer eentje dwars…..

Vanmorgen ga ik naar de kerk. Het is alweer een paar weken geleden, dat ik het op kon brengen. Of niets anders aan de hand had. Eerst natuurlijk eventjes met Varkentje naar buiten. Een koude natte maartse bui kleddert over ons heen. We zijn binnen een paar meter doorweekt. Bah, bah, wat is het toch al maanden vreselijk weer. Slechts zelden piept de zon eventjes door de wolken. Die  verraderlijke wattendekens vol onverzoenbren hemelse haat.

Snel geef ik mijn hondje eten. Even een kwast over mijn toet trekken en ik kan er weer mee door. Op het nippertje arriveer ik in mijn kerk waar God ook een vrouw is.

Nu is God ook een vrouw. Zelfs de katholieke kerk ontkomt niet aan dat gegeven. Onlangs heeft één van  hun priesters, Father John Micheal O’neal,  een bijna dood ervaring gehad. Nou ja, bijna, hij was zowaar 48 minuten dood. Toen hij succesvol werd gereanimeerd, kwam hij bij met een gelukzalige glimlach op zijn gezicht. ‘God is een vrouw!’ bracht hij uit.

 

He claims that at that point in his experience, he went to heaven and encountered God, which he describes as a feminine, mother-like “Being of Light”.
“Her presence was both overwhelming and comforting” states the Catholic priest. “She had a soft and soothing voice and her presence was as reassuring as a mother’s embrace. The fact that God is a Holy Mother instead of a Holy Father doesn’t disturb me, she is everything I hoped she would be and even more!

 

Vandaag hebben wij in onze kerk ook een katholiek op de kansel. In een witte jurk met een lila sjerp staat hij zijn mannetje tegenover die vrouwelijke God.

Haar vrouwelijkheid maakt het celibaat er alleen maar onbegrijpelijker op. Werk je voor een vrouw en zijn vrouwen uit den boze. Tenzij God de Moeder een jaloers kreng is natuurlijk. Misschien wil ze al die priesters lekker voor zichzelf houden…..

Wat een pech voor haar: De priesters keken van oudsher dan toch liever naar kleine jongetjes…… Heks is overigens faliekant tegen het celibaat. In welke klooster of kerkorde dan ook. Wat je onderdrukt perverteert. Seksualiteit is een fantastische  en heilige oerkracht, maar als je em onnatuurlijk aan banden legt zijn de gevolgen desastreus….

De preek van vandaag gaat over vergeven. Over het belang van erkenning door de pleger van wat ie heeft gedaan. Ook berouw en goed maken behoren tot het proces. Het is een tweezijdig gebeuren. Oh.

Vandaar dat het zo moeizaam gaat, dat vergeven in mijn geval. Ik probeer het. Ik verplaats me in de ander, voel compassie in mijn hart voor de ellendige positie van mijn gemene medemens. Maar het is steeds een eenzijdig proces.

Het legertje narcisten uit mijn verleden heeft natuurlijk nooit berouw betoond voor de toegebrachte mishandelingen of spijt gehad van wat dan ook. Het zit nu eenmaal niet in de aard van die beesten. Maar ook van veel anderen heb ik nooit excuses gehad voor tikken die ze uitdeelden. Ikzelf heb daarentegen nogal eens sorry gezegd. Zelfs als die ander het eigenlijk had moeten doen. Maar daar ben ik eindelijk mee opgehouden. Zeer recent.

De preek is opgehangen rondom het verhaal van de verloren zoon. Het is ook een irritant verhaal. Een egocentrische losbol van een lievelingetje van een jongste zoon en zijn oudere broer brave Hendrikje. Heks zit er slaperig naar te luisteren. Al die familieperikelen. Ik kan het niet meer aanhoren. De Bold en The Beautiful volg ik ook niet meer. Krijg toch de klere met je macht en geld. Ik begrijp zulke mensen niet. Met liefde en respect heeft het weinig te maken. En dat is het enige dat mij interesseert.

‘Hoe vond je onze nieuwe aanwinst op de kansel?” vraagt een andere geestelijk leider van mijn kerk aan me bij de koffie. Er ontstaat een sprankelend gesprek met verschillende geloofsgenoten. Over het katholieke geloof en hoe wij in mijn kerk hun wet omzeilen door een onofficiële eucharistie te vieren. Hoe de voorganger van vandaag geen priester is maar een diaken. Niet tot priester gewijd dus.

Mooi zo, denk ik bij mezelf. Hij hoeft zich dus ook niet aan dat enge celibaat te houden. Hoe het komt weet ik niet, maar in no time hebben we het over hoe wij mensen af stammen van vissen. Ik sta aan een tafel met een paar biologen schat ik zo in. Thich Nhat Hanh zei ooit: ‘Volgens een vis moet God een geweldige vis zijn, hoe kan hij anders zo’n perfect zwemmend dier kunnen hebben geschapen?’

 

Aan de slag op narcistendag. Oefeningen om je grens aan te geven. Benoemen van je kwaliteiten. Wat theorie om deze waanzin te bevatten. En nog veel meer. Maar vooral: Herkenning, herkenning, herkenning……. Een bezielende bijeenkomst!

De  verdiepingsdag voor slachtoffers van narcistische mishandeling is meer lichaamsgericht dan de eerste dag. Er wordt gewerkt aan het versterken van je grenzen en herstel. Best veel natuurlijk om binnen een paar uur voor elkaar te krijgen. Voor mijn gevoel ben ik nog steeds de opgelopen schade aan het inventariseren…..

De groep bestaat deze keer louter uit vrouwen, maar één van de trainers is man. Ook hij is ervaringsdeskundige op dit gebied, hetgeen betekent dat hij er een ellendige tijd met één of andere narcist op heeft zitten.

‘Ik vind het soms best raar om hier de enige man tussen al die vrouwen te zijn,’ geeft hij aan. De groepen bestaan doorgaans voornamelijk uit dames. Het gros van de narcisten is nu eenmaal man. Deze vrouwen hebben negen van de tien keer een hopeloze ervaring met een mannelijke narcist in hun pocket….. Ze zitten dus niet bepaald te wachten op welke man dan ook. En al helemaal niet op een dag als deze!

‘Ik vind het juist fijn dat je erbij bent,’ zegt één van de deelneemsters, ‘toen ik binnen kwam en je de hand schudde dacht ik “Jeetje wat een lieve ogen heeft deze man”. Dat deed me goed. Het besef dat er ook lieve en goede mannen bestaan!’

De dag gaat pittig van start met een opdracht met z’n tweeën. Ik werk samen met mijn buurvrouw. Je vertelt elkaar over je ervaringen en vervolgens deelt die ander het in de groep. Met daarbij diens persoonlijke indruk van jouw kwaliteiten die je geholpen hebben om dit allemaal te overleven.

Ik ben eerlijk gezegd volledig vergeten wat mijn kwaliteit lijkt te zijn. Waarschijnlijk kracht. Vaak zien mensen mij als een bijzonder sterk wijf. Hetgeen keihard tegen me werkt. Sterke mensen mag je namelijk best pesten en pijn doen, toch?

Iemand krijgt de kwaliteit ‘lief’ toegekend. Wie wil nu niet lief gevonden worden? Nou, deze geweldig lieve vrouw! Het is haar voetangel geweest! De opmerking schiet haar helemaal in het verkeerde keelgat.

Ze ervaart het als misselijkmakend verdrietig dat juist die kwaliteit van haar er weer uit wordt gepikt. Deze schat baalt ervan als zacht gekookt ei te worden weggezet door allerlei keiharde narcisten. ‘Ik wil harder worden, ik ga nog een tijdje de pan in!’ roept ze strijdlustig.

Opvallend genoeg wissel ik precies met iemand uit, die net als Heks ongelofelijk belazerd is. Sommige narcisten leiden een compleet dubbelleven. Ze kunnen dit heel lang geheim houden, maar uiteindelijk lopen ze natuurlijk een keer tegen de lamp. Soms heb je als partner echt niets in de gaten. Waarom zou je ook? Ligt de mouw bijvoorbeeld op apengapen dan verwacht je geen apen…..

Vaak weten veel mensen in de omgeving wel degelijk van het bedrog. Soms ontdekken zelfs de eigen kinderen van alles en nog wat! Vreselijk natuurlijk. De laatste die er achter komt is natuurlijk altijd degene met een stel horens op de kop. Die zijn daar opgezet zonder dat ze het in de gaten had. Door haar partner. Toen ze eventjes niet oplette…..

Er volgen oefeningen met grenzen aangeven. Ik werk weer met iemand anders. We staan tegenover elkaar en de één loopt langzaam richting ander. Je kijkt elkaar in de ogen. Wanneer komt iemand te dichtbij?

De vrouw met wie ik de oefening doe heeft de meest fantastische liefdevolle blauwe ogen, die je je maar kunt voorstellen. Het raakt me diep dat iemand deze engel zo slecht behandeld heeft. Hoe kun je? Waarom?

Op een gegeven moment moet de groep vreselijk lachen om iets wat gezegd wordt. Het is ook hilarisch af en toe wat de narcisten overhoop halen om maar geen terrein te verliezen bij hun partners. Ze doen de gekste dingen en verkopen de vreemdste verhalen. ‘Het is ook goed om af en toe eens flink te lachen om die gestoorde gekken,’ schatert een dame vrolijk.

Direct daarop is er iemand in tranen. ‘Ja, mooi is dat. Ik kan er niet om lachen dat ik hier zit op een mooie zonnige zaterdag. Ik reis het hele land door, betaal 90 euro, zit de hele dag binnen met allemaal andere slachtoffers, hoor de meest verschrikkelijke verhalen…….’ tranen biggelen over haar wangen.

Iedereen is opeens muisstil. Het is waar. ‘En die narcisten hebben er niets van. Die leven gewoon door alsof er niets aan de hand is. Het ligt toch nooit aan hen. Ze maken het je nog moeilijk op de koop toe…’

Ja, je kunt er eigenlijk maar beter om lachen en dat wil je ook. Tegelijkertijd is het echt niet grappig, de narcistische mishandeling. Narcisten en psychopaten zijn de ergste bloedzuigers, die je je kunt voorstellen. Vampiers bestaan. Ze hebben alleen niet van die rare tandjes. Je herkent ze aan hun gebrek aan empathie en hun bloeddorstige honger naar jouw aandacht en energie……

Onze man van vandaag vertelt dat hij zich bezig houdt met Boeddhisme. Heks spits haar oren. ‘Ik ben net terug van een stilte-retraite van 60 dagen. Vipassana.’ Chapeau! Dat is niet niks! Heks heeft die vorm van martelmeditatie ooit in een klooster in Thailand beoefend. Zeer confronterend.

‘Als je zo mediteert kom je alles tegen wat je ooit in je leven hebt uitgevreten. Dat is je karma. Iedereen heeft dat. En voor iedereen geldt dat ie dat ooit tegenkomt. Ook narcisten ontkomen daar niet aan!’

Een schrale troost. Mocht het zo zijn, want dat weten we natuurlijk niet. Heks is wel eens dood gegaan. Ik heb dat overleefd uiteindelijk. Het heeft me dit duidelijk gemaakt: Het is niet het eind van ons bestaan…. En ook ik koester de overtuiging dat je je leven voorbij ziet komen, dat je stomweg niet ontkomt aan een blik in de spiegel. Karma en je eigen spiegelbeeld. Al  die karmische shit tussen jouw buitenkant en je kern. Je ziel.

Narcissus, die verliefd was op zijn weerspiegeling in het water…… op zijn buitenkant. In de buitenwereld. Maar nog nooit van zijn ziel had gehoord. Zijn Zelf niet kende. Geen kern had om zichZelf omheen uit te kristalliseren. Daarom hebben narcisten anderen nodig had om toch iemand te zijn. Anderen moeten dat beeld in het water bevestigen en bewonderen. Voor hen is het ook niet leuk. Want ze zijn eerder een zielig figuur dan een bezield mens…..

De narcistendag vliegt voorbij. Aan het eind wisselen we gegevens uit. Voor wie wil. Op de valreep praat ik nog met een geweldige dame wiens relatie de vorige narcistendag nog aan was. Nu zit zij midden in de ellende die volgt op een breuk met zo’n figuur. Wat zij mij vertelt doet me beseffen dat ik nog van geluk mag spreken met hoe het mij is vergaan na zulke relaties!!!

Varkentje zit in de auto te wachten. Onder de middag hebben we nog eventjes een frisse neus gehaald, maar nu is het tijd voor het echte werk. We wandelen over een dijk rond het kerkhof. Bij een kleine sluis steken we over naar een stuk dijk door de weilanden. Ysbrandt jaagt achter een balletje aan…. Later ontdek ik nog een prachtig pad langs de rivier. We lopen en lopen.

Totdat de man met de houten hamer komt. Van het ene op het andere moment schieten al mijn spieren op slot. Op pijnlijke stokken sjok ik terug naar de auto. Het zit erop. Ik ga nog naar huis rijden, maar dan is het klaar.

De zon staat laag. De TomTom stuurt me via Den Haag terug. Het kan me niet schelen. Mijn autootje snort, mijn hondje knort. Heks is tevreden en voldaan. Wat een dag. Wat een gedoe, narcisten. Wij zijn dan wel de lul, maar laten ons niet kisten!

De dag werd georganiseerd vanuit Het verdwenen Zelf.

Boek: Iris Koops, Het verdwenen Zelf, Herstellen van narcistische mishandeling.

 

Schelden is niet voor helden. Toch ontkom je er soms niet aan. Waar het hart vol van is loopt de mond van over, ook in dit geval. Maak van je hart geen moordkuil, Heks! Gooi het er maar uit, die vuiligheid. Opgeruimd staat netjes! Narcistendag 2.

Zaterdagmorgen sta ik vroeg naast mijn bed. Vandaag heb ik weer een narcistendag, maar deze keer moet ik helemaal naar Gouda. Dat vraagt wat meer inspanning mijnerzijds. Om kwart voor negen zit ik in de auto, ruim op tijd. Ik gooi Ysbrandt eventjes los in een park. Hij mag mee vandaag. Ik heb geen oppas kunnen regelen.

Helaas heb ik vandaag alle stoplichten tegen. Als ik de Hoge Rijndijk afrijd gaat de brug open. Het duurt zeker tien minuten voordat alle Rijnaken en plezierjachten voorbij zijn gevaren. Meuh. Prutteldepruttel. Heks zit zich op te vreten. Intussen rijd ik op een strak schema. Als alles goed gaat ben ik toch nog even voor tienen ter plaatse.

Maar niet alles gaat goed. Als ik in Gouda arriveer stuurt mijn TomTom me via een eindeloze dijk langs de Reeuwijkse plas. Opeens kan ik niet verder. Vervelende mannetjes in oranje pakken staan bij een wegversperring te posten. Wat nu? Ik vraag advies, maar de mannetjes weten niets van de omgeving. Of het interesseert ze niet of ik ooit mijn doel bereik. Ik rijd op de bonnefooi een belendend industrieterrein op.

TomTom laat zich ook niet onbetuigd. Zeker zes keer kar ik hetzelfde rondje tussen de afgesloten loodsen en foeilelijke bedrijfspanden. Wat een blikveldvervuiling, deze architectuur van lik m’n vestje. Maar ja. Hoe kom ik hier weg? Ik bel de twee trainers van vandaag, dat ik iets te laat ga komen. Ik krijg een melding dat het ene nummer niet bereikbaar is. Het andere is niet correct, ik krijg een wildvreemde vrouw aan de lijn.

Na nog een woest rondje industrieterrein bel ik het eerste nummer nog eens. Weer onbereikbaar. De telefoon staat duidelijk uit. Ik word zo woedend. Krijg toch de kolere. De telefoons zouden tot tien uur aan staan, omdat het vaker gebeurt, dat mensen te laat komen. Door files bijvoorbeeld…. Of zoiets als dit.

Scheldend rijd ik nog maar een rondje op zoek naar de juiste route. Afschuwelijk woorden blubberen oncontroleerbaar mijn mond uit. ‘Hoerentoeters, kutlijers, mensen zijn zo slecht. Godverdegodver….. ‘ en ga zo maar door. Ik kanker en scheld op alles en iedereen. Zoals wel vaker de laatste tijd als niemand me hoort of ziet.

Ik ben behoorlijk over de zeik. Uiteindelijk rijd ik een stuk verderop langs een stuk wegversperring. Geen mannetje te zien. Mooi zo. Dat is het voordeel van zo’n klein autootje. Je kunt overal langs en tussendoor. Stukje fietspad? Geen punt indien nodig.

Zonder problemen kan ik gewoon het laatste stuk langs het water rijden. Het is me een raadsel, waarom die weg in godsnaam helemaal dicht moet, maar goed. Mannetjes hè! Die willen gewoon lekker moeilijk doen. Hun invloed doen gelden…..

Een minuut of tien te laat ben ik dan toch ter plekke. Ik mag er nog in! Een hele lieve jongedame ontvangt me en stelt me een beetje op mijn gemak. Dat valt nog niet mee. Er komt stoom uit mijn oren.

De trainers schrikken als ze ontdekken dat de telefoons onterecht uit staan. Er is als het goed is nog iemand onderweg. Die is overigens nooit meer opgedoken. De telefoons gaan aan. ‘Eindigt jouw nummer op **?’ vraagt de vrouwelijk trainster. Terwijl ze het vraagt hoor ik immens geschreeuw vanuit haar telefoon. Dat ben ik! Haar antwoordapparaat stond wel degelijk aan. En ik heb blijkbaar het gesprek niet afgebroken……. ‘Geen idee,’ draai ik erom heen.

In de pauze vertel ik haar, dat ik inderdaad die schreeuwlelijk op haar voicemail ben. Helemaal boven mijn theewater. ‘Luister het asjeblieft niet af!’ roep ik wanhopig. Ik gun het niemand om die vuiligheid over zich heen te krijgen. Nou, misschien een incidentele narcist. Maar zeker niet deze lieve dame.

‘Het komt vanuit trauma. Je hebt zoveel moeten slikken, dat komt er nu uit. Al die ellende zit in je lijf opgeslagen. Helemaal niet verbazingwekkend, dat je zo gaat schelden, zeker niet als alles tegen zit.’ ‘En je op weg bent naar een narcistendag,’ denk ik erachteraan, ‘waar je veel geld voor betaalt, terwijl de aanstichters van dit onheil nergens last van hebben…… Dat geeft inderdaad nogal wat onvrede.

Zo is de narcistendag nog niet eens begonnen en ik heb al de belangrijkste les te pakken van vandaag. Mijn gescheld mag! Het is niet nodig mezelf daar ook nog eens op af te kraken. Ik mag woedend zijn op al die gekken, die me bij de neus hebben gehad. De monsters, die me fysiek te grazen hebben genomen, alsmede alle leugenaars, bedriegers en dieven, die hier kind aan huis zijn geweest.

Ik mag kotsen op mensen, die mij hebben uitgekotst. Ik mag kwaad spreken over mensen, die me kwaad hebben gedaan. Ik mag lastig zijn voor hen die me lasteren. En ik mag iedereen stijf schelden, die mij naar het leven heeft gestaan. Figuurlijk dan. Ik ben wel geslagen, maar gelukkig nog nooit dood geslagen of verwurgd. Wel zijn er zijn mensen, die me sociaal hebben vermoord. En op hen scheld ik ook grof. Volledig terecht.

Maar goed, ik hoop wel dat het een keertje ophoudt, die vuilbekkerij. Je krijgt echt een vieze smaak in je mond door al dat gekanker. Ook schaam ik me natuurlijk toch dood als die vrouw mijn grove taalgebruik hoort. Ik dacht dat haar telefoon uit stond en de mijne het contact had verbroken. Niet dus.

Confronterend. Maar het is nu eenmaal gebeurd. Heks is gewoon enorm pissed off. Op alles en iedereen, die over mijn grens is gegaan. Recent of honderd jaar geleden. Maakt niet uit. Hoepel op van mijn terrein.

Ook ben ik er helemaal klaar mee om bruggen te bouwen naar narcistische idioten. Liever geef ik hen op hun kloten!

Ooit zal het wel overgaan. Deze rage, razernij, woede….. Op een dag zijn de scheldwoorden op en is de bal nijd verdwenen uit mijn buik. Op een goede dag. Als ook alle narcisten en psychopaten me hebben verlaten en terug zijn gekropen in hun hoeken en gaten. Of onder hun steen.