Etterbakken en schijtlijsters: Heks is er niet wild van. Toch heb ook ik zo nu en dan met een flinke etterbuil te maken. Geen kruid tegen gewassen natuurlijk. Gelukkig heb ik een handige huisarts…..

‘Vindt je het goed als mijn arts in opleiding meekijkt?’ Mijn huisarts geeft me een ferme handdruk en loopt achter me aan de lange trap op. Ik vind het best. De arts-assistente heeft afgelopen week de intake gedaan, dus ze weet wat haar te wachten staat. Zij liever dan ik….. ‘Waar je zin in hebt,’ grijns ik, terwijl ik haar de hand schud.

Heks zou een slechte dokter zijn. Ik gruw van etter en pus. Kots en vloeibare spuitpoep behoren ook niet tot mijn favorieten. Laat staan open wonden met bloederige blubberige rafelranden. Of een etterbuil zoals zich nu op mijn lijf bevindt………

Eenmaal op de behandeltafel heb ik al snel minder praatjes. Ik ontbloot mijn bovenlichaam en de dokter verwijdert het doorweekte verband. ‘Het ziet er iets beter uit dan gisteren, maar daar is ook alles mee gezegd, ik ga een nieuwe drain aanbrengen.’ Vakkundig bent hij te fröbelen. ‘Heb ik op chirurgie geleerd vroeger, tijdens mijn co-schappen, een drain maken van steriel gaas…..’

Trots wurmt hij de nieuwe drain in een flink wondgat ter hoogte van mijn middenrif. Heks gilt maar een klein beetje vandaag. ‘Het gaat beter, hè, met die Betadine zalf als glijmiddel?’ Goeie hemel, wat een gesprekken toch weer op de behandeltafel. Maar het gaat inderdaad gemakkelijker dan voorgaande dagen.

Vooral het opensnijden en initiële ledigen van de mega-buil was een regelrechte ramp. De oppervlakkige plaatselijke verdoving leek weinig te doen voor Heks. ‘Je kunt wel goed tegen pijn, zeg,’ mijn huisarts is onder de indruk, terwijl ik mijn pijn verbijt. Uiteindelijk, als hij in diepere weefsellagen begint te wroeten, vlieg ik toch tegen het plafond.

‘Laat niet je huisarts met een plaatselijke verdoving in een etterbuil snijden,’ lees ik later op internet. Veel te pijnlijk. En bovendien krijgen ze de rotzooi er vaak niet helemaal uit. Het kan onnodige complicaties geven…..

Nou ja, het is al gebeurd. En in een ziekenhuis kun je ook weer van alles oplopen. Vooral als je geen enkele weerstand hebt zoals Heks.

‘Volgens mij komt het doordat ik een dag voordat die buil de etterige kop opstak grondig onder handen ben genomen door de mondhygiëniste van de parodontoloog. Die heeft allerlei ontstekingen onder een paar kiezen aangepakt en mijn gebit extreem diepgaand gereinigd. Een dag later had ik opeens die buil……’

Mijn antroposofische huisarts vindt het onzin, maar mijn acupuncturist niet. De mondhygiëniste heeft er nog nooit van gehoord. Toch sluit ook zij niet uit dat er een direct verband is. ‘Hartpatiënten moeten van tevoren aan de antibiotica als ze hier worden behandeld,’ ze noemt nog wat patiëntengroepen op, die preventief met dit paardenmiddel worden behandeld, omdat ze risico lopen bij een hen.

MEers zijn echter psychiatrische patiënt hier in Nederland. Dus die buil zal ook wel tussen mijn oren zitten volgens de reguliere geneeskunde. Mooi niet!

‘Als u die ontsteking uit uw mond op uw arm zou projecteren, dan zou het een ontstoken wond van tien centimeter zijn…’ de mondhygiëniste kijkt me opgewekt aan. Langzamerhand begin ik in het stadium te komen om een paar overigens gezonde kiezen uit mijn heksenbek te laten trekken. Omdat de infecties eronder niet over gaan.

Ik ben alsmaar in de lappenmand en zo’n ontsteking zet natuurlijk ook geen zoden aan de dijk…..

Heks heeft teveel brandhaarden in haar lijf momenteel. Een dikke knie, een hypermobiele heup, een gedisloceerde schouder, pijnlijke arm en dode vingers, nek helemaal uit z’n verband, etterbuil op de buik, grote buil op voorhoofd, bronchitis, ontstekingen in de mond, gisten en schimmels in alle ander holten. Ik word er helemaal gek van. De godganse dag ben ik bezig met het blussen van binnenbrandjes.

‘Hoe doe je dat dan met je hondje, Heks?’ zul je je afvragen. Nou, die komt niet elke dag helemaal aan zijn trekken vrees ik. Ik doe mijn best.

Vanmiddag na de fysiotherapeut ga ik naar het bos. VikThor rent lekker over een veldje met een paar andere blaffers. Intussen staat een alleraardigste vrouw al haar ellende over me heen te storten. O jee. Hoe is dat nu weer mogelijk? Heb ik soms een bordje ‘vuilnisvat’ om mijn nek hangen?

Plotseling knalt mijn stevige sterke hondje samen met zijn speelkameraad van voren tegen mijn slechte knie aan. De knie, waar een veel te dikke labrador onlangs volledig het verband uit heeft gerukt.

Scheldend fiets ik naar huis. Die klotehonden. Dat puberige kolerebeest. Kan hij niet uit zijn doppen kijken? De hele wereld is ruk. Geen mens, die het iets interesseert hoe ik het rooi. Ik moet maar zien of ik het trek de komende tijd. Oh, oh, wat ben ik toch zielig.

Bij een brug kom ik tot stilstand met fietskar en al. Ik kom er niet tegenop. Terwijl ik sta te modderen krijg ik een grote bek van een lelijke kerel met een kop alsof hij altijd zo’n humeur heeft als ik nu!

‘Je ziet me toch emmeren,’ roep ik wanhopig tegen de etterbak. Opnieuw krijg ik commentaar. De man begint zowaar een preek. Zijn pathetische zeikgezicht breekt open in een stroom van verwijten. Goeie hemel, wat zijn sommige medemensen toch verschrikkelijk! Wat ik allemaal niet naar mijn geteisterde kop krijg!

Dan zijn de rapen gaar bij Heks. Plotseling vliegen er allemaal stevige scheldwoorden uit mijn mond. De man schrikt zich een ongeluk en gaat er snel vandoor. ‘Zieke eikel, zeikerige zeurkous!’ schreeuw ik hem allitererend na vanaf de Kippenbrug, die ik eindelijk met fietskar en al genomen heb.

Gisterenavond eet ik bij Steenvrouw. Boerenkool met worst. Ik kan zo aanschuiven! Haar adolescente kinderen zijn er ook. We hebben verrukkelijke gesprekken met hen. Daarna lopen mijn vriendin en ik nog een hele ronde langs de Vliet.

Vanavond ga ik naar Maan. Die schat gaat me verwennen met een kristallen bad. Een deken van bergkristal en andersoortig kwarts. Ik mopper wel op de mensheid, maar ik ken genoeg mensen met een hart van goud, die er wel voor me zijn. En goed voor me zijn!

Plons: Mijn varkentje lijkt wel een kikker! Of een zeehond…… Voor de zoveelste keer lazert VikThor in de gracht…….

1001004006414134

De dinsdagavond voor de sint ga ik toch naar het koor. Ik zit ruim twee uur uit op mijn stoel. Nou ja, zitten. Ik hou het geen drie seconden in dezelfde houding vol. En ik ben nog wel uitgebreid naar de fysio geweest vandaag. Goeie hemel. Niets lijkt nog te helpen. Mijn lichaam valt langzaam uit elkaar……

Thuisgekomen neem ik allerlei verschillende pijnstillers tegelijk in. Daarna ga ik naar buiten met VikThor. Hij moet hoognodig nog een lekker rondje lopen. Parmantig huppelt hij voor me uit. De stad is uitgestorven. Hij loopt los, wel zo lekker voor mijn arme gepijnigde armen.

imgres-6

‘Ga naar je pijn toe, probeer te achterhalen wat het je vertelt,’ zegt een van mijn behandelaars. Lekker is dat. Ik wil juist van die pijn weg. Ophoepelen nou, klotepijn!

Het is zo gemakkelijk gezegd. Overal in de alternatieve wereld krijg ik dit advies. Maar het is gewoon geen haalbare kaart. Toch probeer ik ook vanavond weer door de getormenteerde gebieden in mijn lijf heen te ademen en de pijn te voelen. Intussen tracht ik ook mijn lichaam te ontspannen. En laat ik ook eens een beetje anders lopen. Niet zo verkrampt.

Ik schud met mijn kont, voor zover mogelijk. Borst vooruit. Linkerschouder duw ik bewust naar achteren, want hij schijnt teveel naar voren te  staan en zo de hele boel vast te zetten. Inclusief een paar grote zenuwbanen. Mijn duim, wijsvinger en middelvinger zijn al dagen gevoelloos. Ter afwisseling van een paar weken brandende pijn. Ik weet niet wat vervelender is…..

imgres-5

Terwijl ik zo loop te kreukelen neem ik me opnieuw voor om niet op te geven. Ook Heks wil nog iets maken van haar sukkelige leventje. Ook ik heb zo wat noten op mijn zang……

En ook om te genieten van wat er dagdagelijks te genieten valt. In mijn geval een heel lief hondje en zeven schatten van katten. VikThor rent intussen voor me uit.

Hij snuffelt aan muurtjes en paaltjes. Het zal niet lang meer duren voor hij zijn poot optilt. Ik grijns van oor tot oor. Wat een lekker ventje!

Plotseling maakt mijn ventje een gekke beweging en geloof het of niet: Plons! Hij ligt in de gracht. Alweer! Hevig spetterend houdt hij zijn kleine koppie boven water. In een flits zie ik mezelf weer achter hem aan springen…… Brrrr. Het is stervenskoud! Het vriest een paar graden!

Ik neem een snoekduik op het droge en vis hem met een flinke beweging van mijn rechterarm uit de gracht. Geen nat pak deze keer voor Heks. Ik kan er gelukkig net bij.

Mijn hondje schudt zich uit en gaat als een zotteklap rondjes rennen. Hij is helemaal door het dolle. Een passerende vrouw krijgt er de slappe lach van.

Zo snel als mogelijk neem ik mijn gekke ventje mee naar huis. Gelukkig hoeven we niet ver te lopen. Binnen een paar minuten rol ik hem in een warme handdoek.

Wel een kwartier wrijf ik zijn kleine lijf totdat hij bijna droog is. En weer helemaal warm. Als een dwarse baby wringelt hij alle kanten op. Pas als ik hem een lekkere pensstaaf geef wordt hij een beetje rustig.

Jeetje, wat een gedoe. Mijn schouder heeft een ongelofelijke oplawaai gehad van deze reddingsactie. In 1 beweging is de behandeling van de fysiotherapeut weer volledig teniet gedaan. Maar goed. Mijn hondje is veilig. En dat is ook wat waard.

Een dag later ligt het monster alweer in het water. Tijdens het spelen met een andere hond vliegt hij uit de bocht zo een moddersloot in. Mijn auto ruikt nog dagen naar baggerig hondje…….

Ik kan me niet heugen dat Ysbrandt ooit in het water is gevallen. Zijn opvolger echter is dat al zeker zeven keer overkomen! Vier keer in de gracht, een keertje in een vijver en tot slot een paar maal in een moddersloot…… VikThor loopt echt in zeven sloten tegelijk!

Hier ga ik VikThor voor opgeven!!!!!!

 

 

Help! Heks hulpeloos zonder hulp! Hulp hopeloos zonder Heks! Hoe moet dat nu verder? We passen er een mooie mouw aan!

‘Heks, heeft mijn baas je al gebeld? Weet je het al?’ Mijn hulp staat hulpeloos in de deuropening. Het is vrijdag twaalf uur. Ze komt me uit de brand helpen, zoals altijd. Twee keer per week!

Ik kijk haar glazig aan. Ik weet van niets. Wat is er aan de hand? Of? Misschien? Een klamme hand slaat om mijn hart. Is haar contract niet verlengd? Raak ik haar kwijt?

Mijn bange vermoedens worden bewaarheid. Er is een gesprek geweest. Vrij plotseling. Hoewel het in de lucht hing.

‘Helaas, helaas, pindakaas, mevrouwtje. U heeft last van uw schouder gehad. En ook, maar dat zeg ik niet tegen u, wilt u niet meer uren gaan werken. U wilt dat wel, maar ik doe net of het niet zo is. Dus geen vast contract. Want dat is waarop het vast zit, maar dat zeg ik natuurlijk niet. Kom over een half jaar maar weer solliciteren……’

Shit, sapperdeflap, krijg nou wat. Heks had het niet verwacht. Tegen alle goede redenen om aan te nemen dat ze geen vast contract zou krijgen in -Niemand krijgt dat bij die club- ging ik er gewoon van uit dat dit voor eeuwig was. Mijn ideale hulp. Mijn aanstormende maatje. Mijn grote hondenvriendin!

We balen allebei. Het is altijd zo gezellig als zij er is en ook mijn thuiszorg vindt het heerlijk om hier te zijn. We delen een grote liefde voor honden en we behoren tot hetzelfde vliegende volkje: Ook zij is een heksje. Een heerlijk nuchtere toverkol. Dus je begrijpt dat er altijd heel wat wordt afgekletst tijdens het schoonmaken.

‘Je gaat er vast op vooruit qua hulp,’ troost ze me, ‘Ik voel me altijd schuldig, omdat we zoveel babbelen….’ Heks betwijfelt het. Als een witte tornado trekt ze al kwebbelend door het huis. Alles wat nodig is wordt gedaan. En indien nodig blijft ze iets langer: ‘We hebben zo lang gepraat. Ik ga toch nog even dweilen….’

‘Zullen we dan nu eindelijk eens samen met onze hondjes gaan wandelen? ‘ We roepen het bijna tegelijkertijd. Al maanden hebben we het hierover. Zowel mijn hulp als ik moesten tot onze schrik dit jaar vrij plotseling afscheid nemen van onze ouwe trouwe viervoeter. En zowel zij als ik hebben in no time een nieuw monster in huis gehaald!

We trekken onze agenda’s en spreken direct af. ‘Anders komt het er niet van en het lijkt me zo leuk als die honden het goed kunnen vinden met elkaar,’ zeggen we tegen elkaar. ‘Ik kan morgenmiddag,’ glimt mijn hulp.  ‘Ik ook,’ jubelt Heks.

Zo spreken we dan om twee uur af bij de golfbaan. De avond ervoor lig ik helemaal om. Ik ga niet naar het koor. En dat doe ik alleen als ik op sterven na dood ben. Niet best dus……. Oh jee. Ik begin te vrezen voor onze hondenwandeling! Dat wordt afbellen. Ik kan nog geen deuk in een pakje boter slaan…..

Gelukkig trek ik die nacht een beetje bij. En bovendien: Ik moet toch met mijn hondje op stap.

Tegen tweeën arriveer ik met mijn ventje in de fietskar bij het basketbalveld naast de golfbaan. In de verte zie ik iemand met een joekel van een Mechelse herder. We zwaaien. Langzaam peddel ik in haar richting. Nu wordt het spannend. Gaan deze blafbeesten vrienden worden?

Ik laat VikThor uit zijn veilige schuilplaats en zet fiets en kar op slot aan een lantarenpaal. We negeren de honden. Voorzichtig draaien ze om elkaar heen. VikThor glijdt op zijn rug. Hij laat zijn mooie stippelbuikje zien. Baris is in zijn nopjes! Een snuffelsessie verder gaan we op stap.

We lopen om het golfveld richting het eilandje in het Joppe. De honden doen het goed. Allengs wennen ze aan elkaars gezelschap en als we halverwege het eilandje zijn rennen ze al samen door het struikgewas. ‘Wat leuk,’ roepen we. En ‘Het gaat zo goed…..’

‘Zullen we ook nog de hele ronde om de golfbaan lopen?’ We hebben tijd genoeg. De hondjes zijn nog steeds op goede viervoet. Vooruit maar. We wandelen langs de gerestaureerde molen van de gekke molenaar. ‘Hij heeft hem in de fik laten vliegen door te draaien tijdens een storm……., dat heb ik gehoord van een andere molenaar.’

‘Hij heeft mij ook wel eens voor domme kut uitgescholden, die leiperd. En gedreigd mijn hond dood te schieten……’ We grinniken. De molenaar heeft een slechte naam onder vrouwelijke hondenbezitters. Het is een psychopatische mafkees met een jachtgeweer. Geen ideale combinatie. En hij heeft ongetwijfeld een klap van zijn eigen molen gehad…..

‘Hij koopt de politie regelmatig om met een paar lekkere hazen heb ik gehoord,’ mijn hulp is ook als de dood voor de schietgrage polderprins. En dat is dan weer niet zonder gevaar…… Angsthazerij wordt keihard afgestraft door die man…….

Als we bij de fietskar komen is het stralend weer geworden. Een lief zonnetje lacht ons tegemoet. ‘Jammer dat ik geen thee bij me heb,’ verzucht Heks. ‘Ga gezellig eventjes met mij mee…’ mijn hulp nodigt me spontaan uit.

Als we later aan de thee zitten, kunnen we er maar niet over uit hoe goed het is gegaan met de honden. Baris ligt voor Pampus in zijn mand en VikThor zit buiten in zijn kar.

Heks wordt verwend met heerlijkheden binnen haar dieet. Fantastisch! Zwarte chocolade met amandelen, kokossnoepjes……. Af en toe komt Baris naast me staan. Ik negeer hem volkomen. Ik heb zelf zo’n hondje gehad. Met een flinke gebruiksaanwijzing!

Dit gedrag buiten is geen probleem, dan kan ik hem gewoon aanhalen. Binnen gelden andere mores. Hier moet ik uitkijken voor mijn vingers….. Tenzij ik hem gewoon in zijn waarde laat……

‘Wat was het gezellig, dit gaan we nog eens doen….’ We hebben allerlei plannen met onze hondjes. Speuren, puzzelen voor honden en wandelen, wandelen, wandelen…….

Over een paar weken krijg ik een andere thuiszorg. Ik kijk er niet naar uit. Ik ga mijn huidige hulp enorm missen! Maar dit is ook erg leuk. Dit gaan we beslist vaker doen!

 

 

Bejaarde Breedbekkikker maakt me flink aan het schrikken: Ik ben direct wakker! Glamorous zijn heeft een hoge prijs: Je bent gedoemd je geslacht in je gezicht te dragen……… Helaas geldt dit niet voor mannen: De Ganeshalook ofwel een PENISneus en BALkin is nog niet van deze tijd……

vogels, birds, ©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Ik keek vanmorgen naar koffietijd,’ mijn hulp kijkt me verbaasd aan, ‘Ja, ik weet het, dat moet je ook niet doen, maar ik kon mijn blik niet losmaken van hun koffietafelgast.’ Ik grinnik ondeugend en trek een eendenbek met enorme dikke lippen. Voorzover ik dat voor elkaar krijg met mijn minimalistische pruimenmondje.

Mijn hulp krijgt de slappe lach. Wie was het dan? Nou wie?

Het was Vanessa. Ik was direct helemaal wakker van schrik. Goeie hemel, wat ziet die vrouw eruit! Geen rimpeltje te bekennen in haar opgespoten poldermodelkippenkop. Een breedbekkikker is er niets bij! Oh, oh, wat lelijk.

En vroeger was het zo’n mooie meid! In het tuincentrum  waar ik werkte kwam ze regelmatig plantjes kopen. Zodra deze koninginnebij het terrein betrad gonsde het van de opgewonden geruchten. ‘Vanessa loopt tussen het perkgoed, ze gaat richting potterie, ze koopt een Kaaps Viooltje, over een kwartier is ze bij de kassa……’

Alle mannelijke medewerkers waren uren daarna nog helemaal van slag. Volstrekt hersenloos, omdat het bloed zich elders in het lichaam bevond……

©Toverheks.com

Kijk, ik wordt ook erg lelijk, naarmate ik ouder wordt. Want oud is synoniem met lelijk tegenwoordig. Mijn haren worden grijs. Mijn tanden vallen uit. Mijn borsten hangen tot over mijn knieën. Ik weet het allemaal goed te verbergen met verf, parodontologische ingrepen en een goeie push up bustier. Maar als je me ’s morgens vroeg in het wild spot schrik je je ook dood…….

Toch verkies ik mijn verleppende hoofd boven dit verschrikkelijke plastic vollemaansgezicht. Wat een enorme lippen! Wat is dat toch met die schaamlippenmode in de moderne oudevrouwenkop? Moet nu werkelijk met het afnemen der hormonale activiteit in ons lichaam ons gezicht worden verbouwd tot disfunctioneel geslachtsdeel? Is het dan zo erg om ouder te worden?

De dames bij koffietijd houden zich goed. Ze prijzen Cornelia Jacoba Witteman, alias Vanessa ook wel bekend onder de naam Conny Breukhoven, met haar onnatuurlijke en enge uiterlijk. ‘Je ziet er zo glamorous uit! Fantastisch!’

©Toverheks.com

Quinty Trustfull meent het nog ook volgens mij, maar Loretta  Schrijver heeft zo haar twijfels. Haar gezicht heeft nog steeds enorm veel expressie en ze trekt een misprijzend bekje…… Bij alle dingen die je tegen deze vrouw kunt inbrengen zoals onnozele vragen, constant gehinnik en een eeuwige ongelijke strijd tegen de kilo’s: Ze is wel volledig naturel. In mijn ogen dan ook tien keer mooier dan Vanessa…….

Glamorous. Dat is vermoedelijk het woord achter deze rare mode. Elke vrouw wil als kind al een prinsesje zijn. En daarna de koningin. De absolute Queen Bee!

Van dichtbij ziet niemand er glamorous uit. Hoe knap je ook bent, je hebt toch pukkels en rimpels. Zelfs al botox je je suf. Of lubbers en bobbels. Lovehandles en scheve tanden. Aan veel dingen kun je iets doen, maar je bent en blijft een mens. Een dier. Een levend wezen

Helemaal niet glamorous dus. Een stinkend beest tussen de beesten. Nogal gewoontjes. Wat een ellende.

Veel dames echter hebben een ander ideaalbeeld. Gevolgd door een heel eng en idioot streven: Ze willen op Barbie lijken. Niet langer een mens zijn, maar een pop. Met een idioot groot blondbepruikt leeghoofd waarin een bewegingsloos beschaamlipt kindergezicht, een te korte torso met te lange benen, opgeblazen tieten van hier tot Tokio en een aura van plastic weerschijn.

vogels, birds, ©Toverheks.com

©Toverheks.com

De meest onzekere zusters onder ons grijpen het eerst naar de meest rigoreuze middelen: Complete verbouwing. Extreme make over! Weg met de ongewenste vrouwelijke vormen, behalve tieten/kont. Een vierkante kaalgeschoren seksloze playboy design kinderkut, want gek genoeg moet ons echte geslachtsdeel zo geslachtsloos mogelijk zijn.

En vervolgens eeuwige jeugd najagen door het plaatsen van schaamlippen in je gezicht. Als teken van nimmer tanend libido. Want sex sells. Zonder seks zijn we nergens…….

Kun je het vrouwen kwalijk nemen dat ze in deze patriarchale maatschappij naar zulke rigoreuze middelen grijpen om eeuwige jeugd te waarborgen? Teneinde nog een beetje mee te tellen? Want zonder jeugd en seks zijn vrouwen blijkbaar niets. Onzichtbaar. Overbodig……

Het is triest natuurlijk. De penopauzale mannen van mijn leeftijd zijn meestal hoogzwanger en kaal. Of kalend. Voor hen is het blijkbaar volstrekt niet belangrijk om sexy en jong te blijven. Als ze maar genoeg geld op de bank hebben staan vinden ze zo een jong ding om opnieuw te beginnen.

Steeds meer mannen krijgen op latere leeftijd pas kinderen hoorde ik afgelopen week op het journaal. Zien ze er dan net zo zwanger uit als hun dertig jaar jongere vriendin! En zien ze er daarna net zo kaal als hun pasgeboren nazaat. Geen gezicht natuurlijk, maar geen mens die erover valt.

Als Heks een vriendje heeft van pakweg tien jaar jonger zijn de rapen al gaar. Of ik heb het goed gedaan, of ik ben een oud geil wijf. Ik heb het allemaal naar mijn kop gekregen. Maar normaal is het natuurlijk niet. Tenzij ik een paar mega opgewonden schaamlippen in mijn gezicht laat aanbrengen. Dan ben ik plotseling een cougar. En dat is hartstikke modern en stoer……

©Toverheks.com

Heks en Joy gaan samen op stap. Met zeven katten naar de dierenarts: Een hele uitdaging! En een leuk uitje bovendien! Volgende keer gaan we een dagje naar het strand……..

Vrijdagavond vlak voor Sinterklaas begin ik me toch een beetje zorgen te maken. De buurvrouw is ziek en we zouden samen naar de dierenarts gaan. ‘Ik ga morgen met ALLE katten naar Ranzijn voor vaccinatie, zin om mee te gaan?’ sms ik mijn grote kattenvriendin Joy.

Misschien heeft ze tijd. Het is natuurlijk een raar weekend. Half Nederland zit met zijn handen in de papier maché of kledderige ontbijtkoek in een poging een dierbare goed te grazen te nemen. Of te verrassen. Met een  listige surprise…….

Binnen een paar minuten krijg ik uitsluitsel. Mijn maatje gaat graag mee! ‘Ik ben om kwart voor 11 bij je,’ schrijft ze, ‘en ik neem een extra vervoersmand mee!’ Hoera! Alle problemen opgelost.

Dinsdagavond zie ik een item op televisie voorbij komen, waarin wordt gewaarschuwd voor kattenziekte. Er is een grote uitbraak in Alphen aan de Rijn en nog een paar Nederlandse gemeenten. Help! Alphen is vrij dichtbij! ‘Het is superbesmettelijk en in bijna alle gevallen dodelijk,’ de presentatrice kijkt omfloerst de camera in, ‘dus als je katten niet zijn ingeënt lopen ze direct gevaar. Ook binnenkatten….’

Ik heb mijn katten al zeker twee jaar niet laten vaccineren. Na vijfentwintig jaar nutteloos geprik. De kosten zijn zo gigantisch hoog geworden de laatste jaren. Minimaal zo rond de vijftig euro per kat bij de lokale en regionale dierenartsen….. Ook is mijn kattengezin nogal uitgedijd. Alles bij elkaar is het niet meer op te hoesten.

Vorig jaar ontdekte ik echter dat je bij tuincentrum ‘Ranzijn’ voor veel minder geld terecht kunt. Alleen moest ik dan wel helmaal naar Aalsmeer met de hele beestenbende. In Leiderdorp hadden ze die service nog niet. ‘Komend najaar komt er hier ook een dierenarts,’ vertelde een medewerkster van het volledig in renovatie zijnde bedrijf me dit voorjaar, ‘Nog eventjes geduld!’

Zodoende zit Heks donderdagmorgen op internet te kijken of de dierendokter zich al heeft gevestigd op deze groene locatie. En wat een toeval! Laten ze nu juist vandaag open gaan! Ik bel hen op en maak direct een afspraak. Misschien ben ik wel de eerste klant!

Zaterdagochtend meldt mijn vriendin zich bijtijds. We drinken koffie en gaan daarna direct aan de slag. Alle katten moeten in de diverse manden. ‘Hoe had je het gedacht Heks?’ Joy kijkt me vragend aan. Ik zet mijn plan uiteen.

‘Snuitje in de kleine plastic box, Leonoor in de rieten mand en Ferguut in die grote stoffen tas. Zij moeten alledrie bij voorkeur in hun eentje worden vervoerd. De boskat kan met zusje Aafje in die grote kattenbench van de buurvrouw. En Bolster kan met zijn moeder in de bench van Ys. Eh VikThor.’

We vangen kat na kat en stoppen ze in de juiste mand. Alleen Bolster is nergens te bekennen. Op zijn vaste verstopplekjes is hij niet te vinden. Ook houdt hij zich muisstil. Hij voelt nattigheid.

Na een goed kwartier ontdek ik hem in een piepklein hoekje achter de bank en de gordijnen. Snel grijp ik hem in zijn nekvel. ‘Jij ontsnapt me niet meer, kleine puntneus,’ mopper ik op de Benjamin van het gezelschap. Ik laat hem in de bench zakken. Zo. Klaar. Inladen en wegwezen!

We sjouwen een paar keer de trap op en af. VikThor staat bovenaan in de aanslag om mee te gaan. ‘Kunnen we hem niet beter thuislaten?’ pleit Joy, ‘Het lijkt me nogal onhandig als hij ons voor de voeten gaat lopen.’ Tja, ze heeft gelijk, maar ik neem hem toch liever mee. ‘Zo onhandig!’ roept Joy, ‘En hij heeft er toch niet veel aan. We hebben geen tijd om te wandelen of spelen.’

‘Ja, maar hij wordt wel geestelijk afgebeuld. En dat is ook belangrijk,’ ik kijk mijn vriendin aan, ‘anders moet ik direct weer aan de bak met hem als we terugkomen van de dierenarts. En dan ben ik helemaal af en klaar. Dan moet ik eigenlijk een paar uur plat.’

Ik heb het nog niet gezegd of Joy belt haar vent. ‘Heb je zin om op VikThor te passen?’ Vijf minuten later gooien we mijn hondje bij hem naar binnen. Hij gaat lekker met hem wandelen!

‘Miauw, miauw,’ klinkt het in de achterbak van mijn piepkuiken, ‘Maauwwwww, mrwwaauuuwww’. Bolster voert het hoogste woord, maar ook de boskat laat zich gelden. De enige die we helemaal niet horen is de Zwarte Panter. Hij houdt zich gedeisd.

‘Ik reed een keer op een mooie zomerse dag met zo’n vier katten en Ysbrandt richting dierenarts. M’n monsters zaten te miauwen als gekken en mijn raampje stond open, dus mensen op straat hoorden dat kabaal. Maar als ze keken zagen ze die lieve hondenkop van Ys boven de achterbank uitsteken. Veel verbaasde gezichten, joh’. We giechelen.

We hobbelen rustig de stad uit. Oh wat is het toch altijd gezellig met Joy. Vanaf dag 1 is dat zo geweest. En ook vandaag is geen uitzondering.

Bij het tuincentrum laden we alle manden op een paar winkelwagens. In karavaan gaan we op zoek naar de net geopende dierenartsenpraktijk. Het is druk in het net verbouwde bedrijf. Je kunt over de hoofden lopen, ware het niet dat ze zich allemaal verbaasd omdraaien om naar deze miauwende optocht te kijken.  Alsof de zon doorbreekt vormt zich een lach op menig gezicht: Wat leuk, poesjes!

We moeten het halve bedrijf door, policy om aan zoveel mogelijk begeerlijke producten te worden blootgesteld: Heks is min of meer opgegroeid in een dergelijk bedrijf, ik ken de sneaky methoden om klanten tot kopen te verleiden van haver tot gort! We kijken nergens naar. Heks is hartstikke blut. Ze kan nog net het komende consult ophoesten!

‘Het ziet er wel mooi uit, Joy. Jeetje wat is het hier opgeknapt! Moet je kijken hoe hoog de kassen zijn! Wat een ruimte……. Echt prachtig!’

Bij de dierenarts worden we vriendelijk verwelkomt. Alle katten worden ingevoerd in het systeem. Een charmante jonge vrouw neemt ons mee naar een spiksplinternieuwe praktijkruimte. Enigszins moeizaam staat ze ons te woord. Haar Nederlands is gebrekkig, ze is overduidelijk een importarts. Later ontdek ik dat er vier  dierenartsen tegelijkertijd werkzaam zijn. Ook Nederlandse.

Zodra ze echter de dieren in haar handen krijgt is er geen gebrekkigheid meer te bekennen. Geroutineerd wordt dier na dier onderzocht. ‘Hopla’, vakkundig prikt ze een stevige cocktail antistoffen bij mijn schatjes naar binnen. Niesziekte en kattenziekte zijn vanaf nu weer kansloos in Huize Heks. Wat een opluchting!

Intussen kwebbelt Heks over de familiaire verhoudingen in haar kattengezin. ‘Ze zijn allemaal familie van elkaar,’ Joy grijnst me toe, haar kat Siep is ook familie van al mijn beestjes!

‘Kijk, dit is Bolster,’ we beginnen met de Benjamin, ‘Hij is de kleinzoon van Snuitje en Ferguut, de zoon van Pippi en de boskat en die lap en die rooie zijn zijn tantes…..’

Na Bolster volgt Pippi. Dan Snuitje, Ferguut en de lap. Ze laten zich gemakkelijk pakken en bepotelen. Bij het onderzoek echter knorren ze zo hard dat de arts het hartje niet kan horen. We moeten erom lachen. Gekke beesten. Zien ze het soms als een leuk uitje?

Katten snorren ook in stresssituaties. Zo gek is hun gedrag dus niet. Maar grappig blijft het.

Tot slot halen we ThayThay en Aafje uit de bench. De grote boskat blijkt toch slechts 5.5 kilo te wegen. Heks wist het wel, maar het blijft vreemd, gezien zijn omvang. Deze enorme haarbal is ook al zo gezond als een vis. ‘Mijn eerste kat woog ruim negen kilo. En dan was hij echt niet dik, ik hield hem strak in het voer. Nadat ik een aantal maanden op wereldreis was geweest had hij een heel klein hoofd gekregen……’

Verbaasde blik van de dierenarts. Misschien begrijpt ze geen jota van het verhaal. Toch klets ik vrolijk verder.’Bleek de buurman hem zoveel eten te hebben gegeven als hij maar wilde: Kat Koe woog opeens ruim twaalf kilo! Een grote berg witte kat met een stippelkopje erop. Hilarisch, maar niet gezond. Hahaha….’ Ik moet nog lachen als ik eraan terug denk. Koe was toch zo’n fantastisch bakbeest. Elke nacht sliep hij boven op mijn hoofd. 18 jaar lang. Ik mis hem nog steeds.

Na een klein uur zijn alle katten gewogen, gecheckt en gevaccineerd. We kunnen weer naar huis!

Opnieuw loopt de kattenkaravaan door het tot spiksplinternieuw verbouwde tuincentrum te paraderen. ‘Ik moet nog een nepplant scoren, lieve Heks, hebben we daar tijd voor?’ We hebben helemaal geen haast, dus we kachelen richting zijdebloemen. Wat een leuk uitje! Op stap met alle katten! ‘Miauw, miauw, mrauwwwwww…..’, zingen onze reisgenoten in koor.

Twee kleine tekkeltjes komen aangestormd. De kleinste in een rolstoel. Vol verbazing observeren ze mijn monsters. Ze draaien aan alle kanten om de hete brei, volledig gefascineerd. Mijn kleine katachtigen zijn niet onder de indruk, gewend als ze zijn aan een blafbeest om zich heen. De eigenaresse van de tekkels ligt dubbel, wat een vertoning!

De zijdeplanten zijn ruk. Joy kan geen geschikt cadeautje vinden. ‘Ik heb jarenlang in de zijdebloemen gezeten. Mijn afdeling was wel tien keer zo groot als deze. Met veel meer keus!’ Postuum is Heks nog trots op haar uitgelezen afdeling namaakgroen van dertig jaar geleden. Zelfs al houdt ze zelf totaal niet van kunstbloemen en -planten. Zo lelijk!

We wurmen ons langs de kassa. Nog niet zo gemakkelijk met zoveel bagage. Alle katten worden weer in de auto geladen. Al miauwend rijden we de stad weer in. VikThor wordt opgehaald. Die heeft ruim twee uur lopen rennen en spelen. Ideaal.

Eenmaal thuis kruipen alle katten snel op een lekker warm veilig plekje. Behalve de panter. Die smeert hem direct. Eerst eventjes door de buurt paraderen met z’n mooie nieuwe vaccinaties……

Heks kruipt in haar bed.

Een paar uur lig ik bewegingsloos uit te puffen. Mijn lijf is toch zo slecht. Ik dwing mezelf tot bewegen. Projecten zoals vandaag zijn eigenlijk helemaal niet haalbaar. Lig ik weer uren te creperen van de pijn. Goddank is Joy mee geweest. Zo gezellig! En zo is het toch allemaal goed verlopen!

’s Avonds zit ik met al mijn beesten in de woonkamer. Ik voel me opgelucht. Het idee al mijn diertjes te verliezen aan zoiets ellendigs als kattenziekte is te afschuwelijk: Daar hoef ik me voorlopig geen zorgen om te maken. Mijn kattenbende is safe!

 

 

 

Heks is de Zwarte Piet. Of niet? Ben ik identitair in verzet? Krijgt Piet de Zwarte Piet toegespeeld of is hij niet meer van deze tijd? Raken we dat gezeur over die kleur ooit kwijt? En wanneer maken we van Sint een mooie mollige meid?

Ze hebben een hele enge website

Vorige week krijg ik een raar pamflet in de brievenbus. Het is gedrukt en verspreid door de beweging ‘Identitair Verzet’. Mensen met een identiteit. In verzet. Op een pamflet. Retteketet. Je van het.

Ik sta er sullig naar te staren. ‘Moet je nu eens zien,’ ik wapper het papier voor de neus van mijn hulp heen en weer. Ze is nog maar net binnen. En ook nog niet helemaal wakker, net als Heks.

Het gaat weer over die hopeloze Zwarte Pietendiscussie. ‘Red Zwarte Piet’ staat er op en ‘Ons erfgoed, hun toekomst, onze strijd’ . Het valt me eerlijk gezegd mee dat er geen spelfouten in zitten, want inhoudelijk doet de tekst vermoeden geschreven te zijn door een idioot.

‘Help Zwarte Piet’ en ‘Wie onze cultuur niet eert is ons land niet weerd‘. Dat laatste zou een ‘Oud Hollands gezegde’ zijn. Uit een grote duim gezogen blijkt. Of een vrije interpretatie van ‘Wie het kleine niet eert is het grote niet weerd’. En Nederland is klein.

Vol onzin en vooringenomen gezwets

Meer voor de hand ligt dat de schrijver van het vlugschrift geen notie heeft van Hollandse gezegden en spreekwoorden en maar zo’n beetje bij elkaar grabbelt wat em van pas komt!

De rest van het strooibiljet staat bol van de ‘rot op naar je eigen land’ varianten. ‘BEVALT HET JE HIER NIET? Niemand is verplicht hier te blijven,’ eindigt de boodschap. Mooi zo. De schrijvers van het schotschrift dus ook niet. Ook zij kunnen gevoeglijk ophoepelen als het hen niet bevalt…..

‘Op hoogglanzend papier gedrukt, in kleur, huis aan huis verspreid. Wat een geld is hieraan uitgegeven. Gewoonweg zonde. Mensen zijn knettergek. En die hele Pietendiscussie is volstrekt ziek. Aan beide kanten. Dat gezeur en geneuzel over discriminatie naar aanleiding van dit onschuldige kinderfeest. Geen peuter die er over valt. Want waar hebben we het over? Een domme knecht met een smoel vol schoenpoets of roet…….’

‘En dan nog. De meest gediscrimineerde groep ter wereld zijn vrouwen en daar gooit niemand pamfletjes voor door je brievenbus,’ moppert Heks verder, ‘En dan die nationalistische idioten van een kaaskoppen……. Nederlanders zijn de hele wereld over gegaan. Overal hebben we onze desastreuse sporen nagelaten. Alleen daarom al zouden we alles en iedereen die in ons land wil wonen met open armen moeten ontvangen…..’

De wereld is gestoord. Knecht Zwarte Piet stamt uit een ander tijdperk. Maar Sint ook. Waarom is het eigenlijk een schimmelige witte man? Kunnen we er niet gewoon een frisse blozende vrouw van maken? Met grote kanonnen van borsten, een dikke reet, een gezellige snorrebaard en een kleurtje?

Heks als Zwarte Piet, dertig jaar geleden.

Van een avondje zingen knap ik altijd op! En Heks is niet de enige! Lang leve Ex Animo! Een uitstekend medicijn voor tanend bejaardenlibido! En voor mensen met pijn……

©TOVERHEKS.COM

In een week als deze maak ik weinig mee. Ik hobbel van therapeut naar therapeut en tussendoor probeer ik zodanig te bewegen dat er niets uit de kom schiet. Of valt. Of plopt. Ik sleep me wel naar het koor. En hoewel ik nauwelijks op mijn stoel kan zitten en al helemaal moeite heb met het omslaan van de pagina’s van Haydn’s partituur met die ellendige pijnlijke arm, toch ben ik blij dat ik gegaan ben.

‘Ik heb een cadeautje voor je,’ zegt mijn zangmaatje Anna. ‘Doe niet zo gek, echt waar?’ Heks is onlangs jarig geweest, maar dat feest viel totaal in het water. Nu word ik toch nog verwend. ‘Niet uitpakken hoor, anders krijg je het er niet meer in.’

Dat vind ik grappig. Het is toch de bedoeling dat je presentje uit de verpakking komt….. Toch geef ik gehoor aan haar suggestie. Ik trek de zijkant los, maar laat de inhoud ongemoeid. Voorzichtig gluur ik in het pak.

©TOVERHEKS.COM

‘Een poezenkalender! Wat leuk, echt supergaaf! Gekkie, wat een mooi cadeau!’ Ik geef haar een dikke zoen. Verlegen zit ze te lachen om haar succes. ‘Jij verwent mij ook altijd zo, ik wilde gewoon een keer iets aan jou geven!’

Later thuis bekijk ik het presentje nog eens heel goed: 365 katten! Voor elke dag 1. En ook nog een prachtige poezenposter……. De kalender krijgt een mooi plekje.

Vanavond studeren we nog een keertje op Haydn, maar na de pauze gaan we beginnen aan ons kerstprogramma. Ik heb mijn boek met Christmas Carols weer uit de kast gehaald. De eerste die we beetpakken is geen favoriet van Heks. ‘On the way to Bethlehem…..’ Vorig jaar hebben we em ook gezongen en elke keer ging er wel iets mis met het onding.

‘Hoe is het met je man?’ Een andere zangvriendin heeft al een paar weken verstek laten gaan. Haar echtgenoot lag plotseling in het ziekenhuis. ‘Hij is nu weer thuis, maar hij heeft een goed pak uitgedaan….’ Ze zijn allebei op leeftijd en dan hakt zoiets er dubbel in. ‘Ik ben blij dat je er weer bent!’

‘Oh, ik hoop dat dat zo blijft. Ik heb aanstaande zaterdag mijn stemtest en ik ben bang dat ik er niet door kom. Vooral omdat ik al weken niet heb gezongen…..’

Ja, die stemtesten. Heks heeft er ook wel eens eentje ondergaan. Een stressvol gebeuren. En al die spanning slaat dan weer op je stem. Of je krijgt van de zenuwen geen lucht. Of je piept van angst….. Iedereen heeft er de pest aan.

‘Ik zat vorig jaar nog bij de sopranen, maar na de stemtest was ik mooi opeens alt. Na vijfendertig jaar!’ Anna kan er nog nijdig om worden. En het is waar: Ze pakt nog steeds moeiteloos de hoogste noten. ‘Ik ben blij dat je geen sopraan meer bent. Anders zat je niet gezellig naast me,’ troost ik haar.

©TOVERHEKS.COM

Sopraan zijn is natuurlijk het hoogst haalbare. Letterlijk. Maar Heks eindigt waarschijnlijk als bas. Ik kan nu al gemakkelijk hun partijen meezingen met mijn Indiase zangbereik een paar octaven de diepte in. Niet verder vertellen hoor, want ik wil nog een paar jaar alt blijven en tenoren en bassen zijn er altijd tekort. Voor je het weet ben je de klos.

Zingend loop ik achteraf naar mijn auto. Ik ben altijd blij na een repetitie met mijn koor. Zelfs al kan ik niet op mijn stoel zitten van de pijn. Zelfs al lukt het me nauwelijks om een bladzijde om te slaan. Wat kan het schelen?

Mijn humeur wordt enorm opgevijzeld. En dat is alleen maar gunstig voor allerlei fysieke processen. Lang leve Ex Animo! Een uitstekend medicijn voor het tanende bejaardenlibido! -Er  wordt wat afgeflirt en afgelachen- En voor mensen met pijn.

©TOVERHEKS.COM

 

Commissaris Carlos in vreemd gezelschap. ‘Je heet Gijs en Gijs is niet wijs,’ krijgt hij naar zijn hondenkop! Gelukkig maar dat het zo’n goedzak is. Al doet zijn uiterlijk anders vermoeden!

Dinsdag kom ik Buurman met zijn Duitse herder Carlos tegen bij de dierenwinkel. VikThor springt een gat in de lucht als hij zijn grote vriend ontwaart. Even later kuieren we samen door de stad. ‘Laten we ergens een drankje doen, Heks, bijvoorbeeld hier,’ Buurman wijst op een berucht aso-rookterras.

Heks vindt het prima. Even lekker tussen de aso’s, alhoewel, er is niemand te bekennen….

‘Wat wil jij? Ik ga iets halen,’ mijn vriend staat op en kijkt me verwachtingsvol aan. Heks wil wijn. Bij wijze van aangename zelfmedicatie. Ik verrek nog steeds van de pijn en moet nog een hele avond naar het koor. Hoe moet ik dat voor elkaar krijgen?

Zoals altijd zitten we binnen de kortste keren te lachen om iets absurds.

Een jongeman komt naar buiten om te roken. Het is een aardig joch. In zijn kielzog komt een stel. De man is totaal niet opvallend, maar de vrouw springt in het oog. Ze is nog geen dertig, maar gedraagt zich alsof ze het hele terras bezit. En al degenen die er op zitten.

Breed loopt ze rond te paraderen. Zelfs haar gezicht dijt uit. Een breedbekkikker is er niets bij! Ze gaat uitgebreid voor Heks staan en geeft haar een hand. Ze stelt zich voor! Maar de manier waarop geeft te denken. Je verwacht er een flinke oplawaai achteraan……

Wat een rare griet toch weer. Ook Buurman kijkt bevreemd als ze hem met haar kinnebak in de lucht en haar bekken met denkbeeldige penis vooruit zo’n rare hand komt geven. Maar imponeren kun je hem eenvoudigweg niet met zijn enorme Duitse herder. Laat staan intimideren…….

‘Wat een prachtig beest,’ de heren in het gezelschap vragen of ze de hond mogen aaien. Niemand let op VikThor. Zo’n schattige pup interesseert hen totaal niet. Carlos echter met zijn grote kop en imposante lijf krijgt alle aandacht……. Zo’n levensgevaarlijke Duitse herder: Daar kun je hier mee aankomen……

Ook de vrouw is onder de indruk van de hond. Zij wil hem niet aaien. Wel zakt ze door haar knieën en staart de hond recht aan. Gelukkig maar dat deze Duitse herder zo’n goedzak is!

‘Ha Gijs,’ zegt ze tegen het bakbeest. ‘Hij heet Carlos, geen Gijs.’ O jee. Ik heb mijn oude vriend wel eens ruzie zien krijgen met een dronken vrouw, die zijn vorige hond consequent Commissaris Rex noemde. Hoe gaat dit aflopen?

‘Nee hoor,’ zegt het eigenwijze kreng, ‘Dit is een echte Gijs, ha Gijs,’ provocerend kijkt ze Buurman aan. Zie je, ik voelde het al aankomen: Narigheid! ‘Gekke Gijs, kom maar hier Gijs,’ ze is niet meer te stoppen.

‘Ha,’ zegt Buurman, ‘Dat klinkt bijna als Gajus. Zo heette mijn vorige hond. Ook een Duitse herder. Ook een geweldige hond, heel ander karakter dan dit exemplaar. Ja, dat was een fantastische hond, nog veel groter dan deze.’

Buurman vertelt graag. De ene anekdote na de andere vliegt uit zijn mond. Over de Duitse Herder Vereniging. Over de training aldaar. Bewaking, lange afstand lopen, pakwerk……

‘Met onze vorige hond hebben we dat allemaal gedaan, maar Carlos is te gevoelig. Met hem zijn we er niet meer aan begonnen. Dat pakwerk is best heftig. Zo’n ingepakte man, die door een hond te grazen wordt genomen…..’

‘Ik ken een man, die in het veld stond als pakwerker. Allerlei honden gingen op hem tekeer, behalve zijn eigen herder. Die zat in zijn splinternieuwe auto, maar het beest kon zijn baas wel zien. Met al die andere herders in de aanval……. Daar werd die hond helemaal gek van! Heeft hij het interieur van die auto volledig gesloopt, hahaha.’

‘Hahaha….’ echoot zijn publiek. Ja, dat zal je toch gebeuren. Dan ben je niet blij. Maar wel een leuk verhaal. Het wordt zeer gewaardeerd…….

Nadat ons vreemde gezelschap een paar sigaretten heeft weggepaft gaan ze weer naar binnen. ‘Ze zitten lekker met z’n allen te eten,’ zegt Buurman, nadat hij is gaan betalen, ‘Ze hebben hier een heerlijke daghap!’

Heks gaat echter thuis eten. Ik heb een heerlijke Indische maaltijd bij Sjonnie gehaald en zoals altijd heeft hij de bakken extra volgepropt. ‘Ik denk dat hij me gewoon een hele leuke vrouw vindt,’ vertrouw ik Fiederelsje later toe als ik het haar vertel. Ze kent de man toevallig.  ‘Net als jou, je krijgt weer de groetjes. Hij verwent me zo gigantisch. Soms kan ik van 1 maaltijd wel drie dagen eten…..’

Genezende martelingen, helpende heksenhanden, helende trancedans en curerende kunst helpen Heks herstellen van gekmakende zenuwpijnen. Goddank! Fantastisch!

Woensdagmorgen kan ik dan eindelijk bij mijn orthopedische fysiotherapeut terecht. Na een kleine week creperen ga ik voor de zoveelste keer uit de kleren bij een behandelaar. Een moeizaam gebeuren ook nog met mijn pijnlijf.

Een half uur lang word ik systematisch gemarteld. Pijnplekken worden beknepen. Er wordt in verstrengelde spiervezels gepord. Een paar gemene naalden verdwijnen in verkrampte spieren. Vervolgens wordt er net zo lang in die stijve plek geporreld tot de spier losspringt. Een afschuwelijk misselijkmakend gevoel. Heks schreeuwt het uit. Of kreunt, steunt, kermt en jammert.

Maar je hoort me niet klagen. Ik ben de wanhoop nabij na een slapeloze week en hartstikke blij dat ik terecht kan bij die gemene man. Zijn magische geniepige handen kunnen ware wonderen bewerkstelligen. Systematisch pakt hij de stagnerende spieren en pezen aan.

Deel na deel van mijn rug en schouder krijgen een beurt. ‘Je rechterheup en linkerschouder werken samen….’ verzucht hij , terwijl hij de heup onder handen neemt. ‘Nou, samenwerken,’ pruttel ik, ‘Als je dit samenwerken noemt…. Het zijn meer broeders in het kwaad….’

Mijn behandelaar moet lachten. Intussen plopt er nog meer los links en rechts. Langzamerhand komt er wat beweging in de plank, die voor mijn lichaam doorgaat, maar lekker voelt het nog allerminst.

Na de door deze behandeling veroorzaakte schreeuwsessie snel ik naar huis. Fiederelsje komt een uurtje roerzeven.

In groepsverband roerzeven? Het moet niet gekker worden!

Mijn vriendin komt me helpen met een huishoudelijk klusje. Drie bakken met oranje gekookte kweeperen wachten op verwerking tot jam. Helaas lukt het me zelf maar niet om ze door die verrekte roerzeef te draaien. Een kolfje naar de heksenhand van mijn kweepeervriendin. ‘Ik sta om 12 uur op je stoep, Heks, geen probleem. Om 2 uur heb ik pas weer een afspraak, tijd genoeg dus.’

Mijn vriendin is nog geen kwartier binnen, of ze staat al met haar handen in de kweeperen. ‘Wat zijn ze prachtig van kleur, je hebt ze echt lang gekookt!’ Geroutineerd draait ze de knaloranje brokken door de zeef. Intussen kwebbelen we er vrolijk op los.

‘Ik heb nog een cadeautje voor je, lieve Heks,’ ze diept tussen de bedrijven door een pakje op uit haar tas. ‘Dit vertegenwoordigt voor mij pure schoonheid,’ ze drukt me het pakket in de hand.

Er zit een prachtig boek in over pottenbakker Gerrit de Blanken (1894-1961) uit Leiderdorp. Wat leuk! ‘Hij kwam hier uit de buurt, dat vind ik ook zo bijzonder.’ Mijn vriendin haalt nog een presentje tevoorschijn. Oh, wat word ik verwend!

Niet veel later klinkt mijn nieuwe CD door de keuken. Het is ‘La Tarantella’ van Marco Beasley en Christina Pluhar. Inderdaad antigif tegen ziekte en narigheid, deze muziek:

Zo’n lied eindeloos herhalen werd in vervlogen tijden ingezet als geneesmiddel: Je joeg het gif van de ziekte als het ware de deur uit door je helemaal in het zweet te dansen. Zoals na een spinnenbeet van de tarantula……. Zuid Italiaans sjamanisme uit de zestiende en zeventiende eeuw!

Later diezelfde middag lig ik alweer op een behandeltafel bij alweer een andere fysiotherapeut. Deze keer is mijn heup aan de beurt. Weer gepor en geknijp. Naalden in verkrampte spieren. En weer komt er wat ruimte en beweging in een deel van de plank, die doorgaat voor een heksenlijf.

Aansluitend wandel ik met mijn hondje door het bos. Wel zo prettig met je heup weer min of meer in de kom.

Eenmaal thuis zet ik de helende CD op. Met al die heroverde ruimte in mijn lijf kan ik weer een beetje in mijn stoel zitten. Lang houd ik het niet vol. Al die behandelingen hebben me uitgeput. De tarantella dansen zit er vandaag nog niet in…….

Gelukkig ligt VikThor ook helemaal voor pampus na een speelsessie in Het Leidse Hout. Straks nog een goeie ronde in een stadspark en dan zit het er weer op voor vandaag.

Maar eerst eventjes een paar uur slapen, na al die slapeloze nachten, heerlijk ……

 

Rotouders en een moeilijke jeugd vol agressie kunnen een sterk mens van je maken hoor ik vandaag. Het kan je ook breken en kapotmaken. Als je je verhaal binnen houdt. Of is dat gewoon onzin?

Vanmorgen kijk ik per ongeluk naar Koffietijd. Ik heb het aanvankelijk nauwelijks in de gaten. Mutsige dames in hippe tuttebel jurkjes. Bekende Nederlanders te gast waar ik nog nooit van gehoord heb. Snel wil ik weer wegzappen, maar ik kan de afstandbediening niet vinden.

Een acteur is aan het woord. Als ik hem later google blijkt het om Dirk Zeelenberg te gaan. De man heeft een boek geschreven. Een autobiografie nog wel. Hij durft! Het gaat namelijk over zijn moeilijke jeugd met ellendige en agressieve ouders. Loretta Schrijvers interviewt er lustig op los. Ze stelt de ene stomme vraag na de andere.

Ze heeft een tuttig tijgertruitje aan. Knalgroen. Heks heeft een hip rokje van precies dezelfde stof in de kast hangen. O jee. Dat is even schrikken……

‘Het is autobiografisch, maar de meeste mensen houdt je in de anonimiteit. Dat geldt niet voor je ouders. Die worden met naam en toenaam genoemd. Je had een rotmoeder en je vader sloeg. Is dat niet een beetje een oneerlijke strijd? Wat kunnen je ouders hier nu mee? Iedereen weet het nu ook nog eens……

Die mensen leven dus nog gewoon. Hij heeft niet gewacht met de vuile was lukraak op straat gooien tot ze er geen last meer van zouden hebben. Heks zou dat nooit voor elkaar krijgen. Het kost me al moeite om zoiets te zeggen over iemand die al vijfentwintig jaar dood is. Geboeid kijk ik verder.

‘Ik ben intussen zevenenveertig, ik heb echt geprobeerd om er met mijn ouders uit te komen, maar dat is helemaal niet gelukt. Het interesseert hen weinig. Ze willen er niets mee. Ik kan het lekker uitzoeken. 99% van de ouders houdt van hun kinderen volgens mij. Mijn ouders horen bij die ene procent die dat niet doet…..’

‘Jeetje,’ roept de andere presentatrice wiens naam ik niet weet, ‘Wat verschrikkelijk. Dat lijk me zo moeilijk!’ Ach ja. Het is moeilijk. Want tegennatuurlijk. Ouders horen onvoorwaardelijk van je te houden. Je te steunen en te respecteren. Als dat niet zo is wordt het nooit wat met je.

Zou je denken.

‘Ik ben er sterk door geworden. Door die moeilijke jeugd heb ik me enorm ontwikkeld. Ik heb aan alle kanten geprobeerd om het goed te krijgen met mijn ouders, maar dat is niet gelukt. Daar ben ik dermate moe van…..Het doet me meer verdriet om hen te wel zien dan om hen helemaal niet te zien…..’

En dat allemaal op televisie. Bij koffietijd. Wedden dat zijn moeder zit te kijken?

Rotouders. Je ziet het niet aan hun neus. Vaak heeft de buitenwacht niets in de gaten. Kinderen zelf zijn eindeloos loyaal. Bijvoorbeeld ‘Ik ben van de trap gevallen,’ in plaats van ‘Mijn kleerkast van een vader heeft mijn slaapkamerdeur ingetrapt en me bewusteloos  geslagen,’ zeggen tegen de huisarts is een bekend fenomeen.

En vaak denken die mishandelde kinderen ook dat dit normaal is. Dat alle ouders slaan. Dat ieder kind regelmatig in elkaar wordt geramd.

En het is natuurlijk hun een schuld. Het kind zit fout. Ben je boksbal en zondebok. Zie dan nog maar eens iets van je leven te maken. De acteur heeft het in dat opzicht niet slecht gedaan. Hij loopt nog steeds gezond en wel rond.

Veel mensen met zo’n verleden ontwikkelen een auto immuunziekte of hevige pijnklachten naar het schijnt. Ben je al door het leven geslagen, steekt je eigen lijf nog een mes in de wonde. En richt je afweersysteem zich ook nog eens tegen je…….

Hoe ga je met zo’n jeugd om? Schiet die man er iets me op? Of kun je toch maar beter je bek houden. Heks weet het niet. Als je je kop houdt dan blijven je agressors vrolijk over je heen te walsen. Want de gemiddelde mens is niet geneigd iets aan zichzelf te doen en zulke patronen zijn erg hardnekkig.

Maar om nu bij koffietijd te gaan zitten met je verhaal? Die brave nationale roddelshow? Dat gaat wel ver.

Vijf gevolgen van een slechte jeugd.