Heks in gesprek met Jezus. Zonder er een cursus voor te hebben gevolgd! Het is een leuke intieme tweespraak, maar de gevolgen zijn enorm. Blijkbaar heeft hij voorspraak gedaan bij diverse christelijke groeperingen om Heks te bekeren. Ze zal het leren! Of word ik in de maling genomen? Op het verkeerde been gezet? Uiteindelijk word ik door Buurman ontzet!

Anderhalve week geleden raak ik in gesprek met Jezus. Hij zit als het ware naast me in mijn woonkamer. Het is niet voor het eerst overigens. Maar: Ik ben echt een kind van de Godin. Met het grootste gemak verbind ik me met haar gouden energie. ‘Ik ben niet zo’n Jezusmeisje,’ zeg ik tegen hem. Zo’n evangeliserende bekeerlinge. ‘Ik houd van de Godin.’

Jezus moet lachen. ‘Haha, Heks, wat ben je toch een gek gebakkie. Je hebt je halve jeugd liggen bidden naar mij. Ik ken je heel goed. Je bent echt een Jezusmeisje, hoor. Hoe kom je erbij, dat jij er niet bij zou horen?’

Dat ik er niet bij zou horen. Wat zegt hij nu? Denk ik dat echt? Ik ga het na. Doe zelfonderzoek. Heel snel. Hupsakee. ‘Je hebt gelijk, Jezus. Ik heb inderdaad jarenlang een hele intieme relatie met je onderhouden. Tot het mis ging. En toen ….’

‘Ja, Heks, en dan zing je ook nog eens elk jaar in de Mattheus mee. Vol overgave. Een hele diepe beleving. Ik zie het wel, hoor. Dus wat nou geen Jezusmeisje? Het ene bijt het andere toch niet? Je kunt toch heerlijk met de Godin verbonden zijn en ook met mij? En mijn grote vriend Boeddha?’ hoor ik grinnikend naast me.

En dan gebeurt er iets wonderlijks. Opeens is hij in me. In mijn hart. Waar ook Ysbrandt woont en Koe en Prinsje, alsmede een grote groene draak en de Zwarte Madonna.  En nog een heleboel andere dierbaren.

‘Zo dus,’ hoor ik in mijn hart. Een heerlijk gevoel overspoelt me. De hemelse Vader en de hemelse Moeder wonen in m’n hart. Ik rust in hun vrede. Het geeft niks dat mijn aardse ouders er soms niet al teveel van bakten. Ze deden hun best hoor, maar ja. Mensen natuurlijk. Falende modderende mensen.

Een dag later wordt er bij me aangebeld. Ik kijk uit het raam. Een paar jonge vrouwen staan in de steeg. ‘Hallo,’ schreeuw ik opgewekt, ‘Komen jullie me iets aansmeren of verkopen?’ Jazeker. Ze komen me vertellen over Jezus. Ze willen graag het heilige evangelie slijten. Twee verzaligde gezichtjes worden naar me opgeheven. ‘Nee bedankt! Ik ben al voorzien!’ Heks krijgt een beetje jeuk.

Als ik later de hond ga uitlaten kom ik de dames weer tegen. Stralend glimlachen ze me toe……

Twee dagen later gaat opnieuw de bel. Nu staan er een hele oude man en een piepjong ventje op de stoep. Alweer met een blijde boodschap. Van een ander genootschap! Wonderlijk zijn Gods wegen toch! En ondoorgrondelijk. En ook een beetje mosterd na de maaltijd in dit geval.

‘Ga weg, ik geloof hoor, maar op mijn eigenwijze wijze,’ ontmoedig ik de heren in de Here. Ze kijken vertwijfeld. Kan dat wel? Je hoort toch zus of zo te geloven? Dat God tegen homo’s is en tegen de Islam? En dat de vrouw een inferieur schepsel is. Maria een hoer. Hoe kun je nu op eigen wijze geloven? Het is godslasterlijk!

En opnieuw gaat de bel. Potjandrie. Ze zijn wel hardnekkig zeg, die christenhonden,’ mopper ik tegen Jezus, ‘En wat is dat allemaal voor’n gedoe sinds je mijn hart in bent gefloept? Blijft dit zo? Elke dag een andere fanatieke christelijke randgroepering op mijn stoep?’

Als ik uit het raam kijk, zie ik inderdaad de twee fanaten nog staan. Bij hen staat Buurman met zijn grote Duitse Herder Carlos. Hij komt op de koffie. Even later lopen we samen te wandelen met de hondjes. ‘Ik heb even opgetreden hoor, tegen die christenluitjes. Het is een heks. Ze is onomkeerbaar onbekeerbaar heb ik gezegd. Haha. Dat is toch zo, Heks?’

Heks gelooft in van alles en nog wat. Mag dat? En mag het een onsje meer zijn? Van mij wel. Zo geloof ik ook in mezelf sinds kort. Want in mijn hart wonen gouden draken, heilige gralen en andere zaken. En daar kan je niet genoeg in geloven!

Cursus : In gesprek met Jezus

 

Een kat in het nauw maakt rare sprongen, maar die halen het niet bij de bokkensprong. Door zo’n sprong voel je je weer jong! Vooral als er een groen blaadje mee gemoeid is. Maar pas op voor de minder groene blaadjes. Die hebben praatjes! En die praatjes vullen geen gaatjes! Geenszins! Nee! Daar worden sowieso volstrekt geen gaatjes gevuld……..

Gisteren fiets ik voor het laatst naar Hawk. Ik weet het dan nog niet en hij al helemaal niet. Maar ik heb wel een vaag voorgevoel. Ik heb een beetje genoeg van zijn drang naar fysiek contact. Ik voel me niet meer op mijn gemak.

En ik betwijfel of mijn aanhoudende afwijzing afdoend is. De man heeft beslist een gigantische plaat voor zijn kop. Of het kan hem stomweg niet schelen. Dat is ook goed mogelijk. Misschien probeert hij gewoon maar eens wat. Hoe het ook zij. Ik voel me er niet wel bij.

‘Hawk heeft pikstraf,’ grap ik vorige week tegen mijn hulp, ‘Ik ga onze afspraak komend weekend afzeggen. Ik ben even helemaal flauw van die vent en zijn gedoe. God, wat word je daar moe van.’  ‘Ach,’ roept ze meewarend, ‘Die arme man. Hij mag al niks met dat ding en nu krijgt hij ook nog straf…..’

Maar wie schetst mijn verbazing als mijn oude vriend zelf onze afspraak afbelt: Hij krijgt familie uit het buitenland op bezoek. Dit afzeggen gaat gepaard met een eindeloze reeks telefoontjes en berichten op mijn antwoordapparaat. Dringende verzoeken om toch vooral even terug te bellen. Nog meer berichten.

Heks belt braaf een paar keer terug, maar ik krijg geen gehoor. Een antwoordapparaat heeft Hawk niet, noch een voicemail service. ‘Nou ja,’ denk ik na dagenlang proberen, ‘laat maar even waaien. Ik vind het allemaal best.’

Maar afgelopen woensdag beginnen de berichten weer binnen te stromen. Uiteindelijk krijg ik de man te pakken en ik laat me toch weer vermurwen tot een afspraakje op de oude vertrouwde zaterdagmiddag. ‘Alleen een broodje met haring en een kop koffie, Heks. Ik heb last van m’n hernia. Ik ben al uitgebreid bij mijn manueel therapeut geweest!’

Oh jee. Als hij maar niet weer gaat beginnen over massages en behandelingen van billen en boze bolletjes. ‘Dan is het klaar,’ besluit ik ter plekke, ‘Als de man nu nog niet begrepen heeft dat hij fysiek contact op zijn buik kan schrijven is het echt een hopeloze sukkel….’

Ik moet streng zijn.

Op weg naar Hawk, bij de fysiotherapeut, valt mijn prachtige gecraqueleerde bergkristallen ketting op een stenen vloer. Als een lichtgevende slang kronkelt hij het bureau van mijn behandelaar af. Alsof het ding een eigen leven leidt……

Verbijsterd sta ik ernaar te kijken. Grijp net mis. Hoor de stenen stukslaan op de harde ondergrond. Een ongunstig omen.

Ik ben dus al een beetje voorbereid op een slechte afloop van mijn bezoekje. Maar ja. Je wilt iemand nog een kans geven. ‘Ik vind het dan zo zielig voor zo’n oud mannetje. Hij is toch best veel alleen. Ik wil hem ook niet teleurstellen. En het is echt een grappige kerel. We hadden het toch ook heel gezellig….’ verzucht ik afgelopen vrijdag nog tegen mijn hulp.

Ze kent het. Zij is ook zo. Ook zij heeft al vaak het onderspit gedolven of aan het kortste end getrokken, omdat ze de ander geen pijn wilde doen. De ander, die over je heen walst, pist, kotst of anderszins onwenselijk gedrag vertoont.

‘Ha Heks,’ Hawk staat in de keuken met zijn rug naar me toe bij de gootsteen te rommelen. VikThor pikt een tennisbal uit de bak in de hal. Ik leg mijn fietssleutels op tafel en loop de keuken in met mijn glutenvrije brood en lactosevrije melk.

Nog voor ik mijn jas heb uitgetrokken en nog voor ik mijn vriend met een zoen op de wang begroet heb grijpt Hawk met zijn eigen handen zijn kleine billetjes stevig vast.

Hij steekt ze parmantig een beetje naar achteren. ‘Kom Heks, pak mijn billen even beet voor een lekkere behandeling….’ Hij wrijft er eens goed over. Genietend.

‘Potverdomme Hawk,’ schiet ik uit mijn slof, ‘Hou nou eens op over massages, behandelingen van billen en andere uitnodigingen tot fysiek contact. Ik heb je toch al meermalen heel duidelijk gezegd, dat ik er niet van gediend ben. Ik word hier niet goed van,’ briesend stuif ik de tuin in. Wat een idioot is het toch.

Als ik de keuken weer in kom staat Hawk zich zieligjes te beklagen, dat het pas de tweede keer is, dat hij zoiets voorstelt. ‘Nee,’ zeg ik ferm, ‘Het is al de zoveelste keer en ik ben het zat. Het gaat niet gebeuren. Nooit. Knoop dat maar in je oren. De groeten.’

Nijdig ga ik buiten in een stoel zitten, terwijl Hawk koffie maakt. Ik was al bijna direct weer vertrokken, maar vanwege het ongewenste hoge dramatische gehalte van zo’n aftocht zit ik hier nu nog. De stemming is echter helemaal weg. Moeizaam zit ik de koffie en de haring uit.

Hawk gaat niet mee wandelen en ik wil nog eventjes naar de fietsenmaker, dus we nemen na een goed uur afscheid. Ik weet me eigenlijk geen houding te geven. Het is kapot, maar soms wil je dat nog niet toegeven. Hawk lijkt me zelfs een beetje de deur uit te werken op het laatst….

Wel staat hij me op straat na te zwaaien. ‘Hou je haaks,’ zeg ik hem bij het afscheid. Ik geef hem toch een paar zoenen op zijn ouwe wangetjes. We hebben het toch ook heel gezellig gehad. Allen jammer dat, zo jammer dat…… Hij hele andere dingen in zijn hoogbejaarde koppie  had.

In het Leidse Hout knalt mijn woede er pas echt uit. Vooral als mijn hondje schielijk voor me op een brug springt, waardoor mijn fietskar in de sloot beland. Ik heb echter zo’n noodvaart dat het ding tegen de kant knalt. En vervolgens tegen de achterkant van mijn fiets. Alles in de kreukels.

Ik kan er nog net min of meer mee naar de fietsenmaker reutelen. Die gaat kar en fiets weer helemaal opknappen. Ze waren net gerepareerd!

Ongeluk komt altijd in drieën toch? Nou, dan zit het er voorlopig weer op!

Hoera, het is volop lente! Moeder natuur draagt haar schitterende bruidskleed! Heks kruipt onder haar steen vandaan om naar buiten te gaan…. Ik fiets me suf op die ouwe trouwe Batavus. Met lekker wat trapondersteuning. En fietskar……… Zo redden we het wel op en neer naar het Valkenburgermeertje, mijn kleine hondje en ik!

Zondag fiets ik aan het eind van de middag de stad uit. VikThor zit in zijn kar. In een parkje aan de Singel laat ik hem zwemmen. Het ene bommetje na het andere produceert mijn kleine stoere mannetje. Tot groot vermaak van de omstanders. Het is ook geen gezicht, zo’n vliegende hond.

Zijn laatste kunststukje is direct op de bal duiken, kopje onder gaan en vervolgens met bal in bek weer boven komen. Voorwaar geen sinecure na een vlucht door de lucht!

Vanmorgen hebben we ook al uren in dit park doorgebracht. Nu echter gaan we door. De hete stad uit. Hop, naar het Valkenburgermeertje!

Daar zit Vlinder op me te wachten op een terrasje. Met haar lief. Ze gaat hem aan me voorstellen. Aan de keuringsdienst van waarde zogezegd.

Als ik arriveer zitten ze al breed lachend op me te wachten. Vik springt een gat in de lucht. Hij heeft de diepe liefde van Ysbrandt voor Vlindertje zonder meer overgenomen. Tevreden nestelt hij zich aan haar voeten.

Na een uurtje keuren en kletsen gaan mijn vrienden er vandoor. Goedgekeurd hoor! Heks gaat ook weer fietsen. Ik besluit nog eventjes naar Wassenaar te gaan. Hemelsbreed niet eens zo ver. Prachtig door de weilanden. Langs sloten en vaarten.

VikThor springt sloot in, sloot uit. Hij is toch weer zo gelukkig! In Wassenaar kom ik een paar jongetjes tegen. Een beetje in de leeftijd van de karakters uit Southpark. Eric Cartman en Kyle zeg maar.

‘Mogen wij een keertje met dat balletje gooien?’ vraagt Cartman. Zijn ondeugende koppie kijkt me enthousiast aan. Zijn vriendje staat me ook al te observeren.

Natuurlijk mag dat. Het volgende kwartier zijn de jongetjes druk in de weer met mijn hondje. Die qua hondenjaren ongeveer even oud is. Grappig toch weer!

Als ik terug ben bij het Valkenburgermeertje raak ik aan de praat met een vrouw in een rolstoel. Met hulphond. Ze vertelt me haar halve levensverhaal. Niet zozeer over wat ze mankeert, maar over haar spirituele reis door het leven. Een geschiedenis met veel dieptepunten, tegenwerking en duistere krachten……

Ja, helaas trekt groot licht vaak ook duisternis aan. Zoals motten onweerstaanbaar worden bekoord door een gemiddelde lamp. Heks mag van geluk spreken dat ze niet zo’n licht is……

Alhoewel…. Ik heb ook een flinke dosis duistere idioten te verstouwen gekregen in mijn amoebe-leventje.

Eenmaal terug in Leiden kan ik geen pap meer zeggen. Ik val in slaap zonder te eten of me zelfs maar uit te kleden. De beesten hebben gelukkig wel te eten gekregen.

Uren later word ik wakker. Het is alweer licht. Ik laat de hond uit en eet een banaan. Laat ik maar weer naar bed toe gaan…..

Maandagavond fiets ik alweer naar het Valkenburgermeer. Opnieuw rijden we helemaal door naar Wassenaar. En alweer kom ik jongetjes uit Southpark tegen. Ze springen een gat in de lucht als ze VikThor zien! Ze zien er niet alleen Amerikaans uit,  ze praten het ook. ‘We zitten op de American School of the Hague,’  klessebest Eric opgewekt tegen me.

Ze spreken werkelijk geen woord Nederlands. Een bizar verschijnsel in dit oer Hollandse landschap. Dit landschap van mijn jeugd. Deze weilanden waar ik als kind placht rond te dwalen. Weliswaar net iets oostelijker dan deze polder. Deze kleiklontgrond waar mijn wortels liggen……

De jongetjes hebben de hele middag gevist, maar niks gevangen. ‘We hadden wel tien wormen gevonden, maar het hielp niets,’ verklaart Kyle.

Vervolgens gaan ze als een dolle met mijn hondje aan de gang. Die plonst keer op keer in de vaart. ‘Zal ik ook springen?’ gilt Cartman dan telkens. Van mij mag hij. Het joch is sowieso al kletsnat.

‘Dat komt omdat we dit doen,’ schreeuwt Kyle begeesterd, terwijl hij de emmer water, waar ook vis in had moeten zitten, omkeert boven zijn ondeugende koppie. Cartman volgt zijn voorbeeld. ‘Nou moet ik zeker in de vaart springen,’ krijst hij vrolijk.

Toch springt hij niet. Waarschijnlijk heeft zijn moeder het hem verboden. En haar verbod reikt ver! ‘Het is hier helemaal niet diep, hoor,’ Kyle heeft blijkbaar ervaring op dit gebied. Hij vertelt me een verhaal hierover dat ik niet snap. Niet vanwege de taalbarrière, maar omdat het zulke ongelofelijke kleine-jongetjes-logica is……

Op de terugweg pak ik een terrasje aan het meer. Heerlijk zit ik een uurtje te peinzen temidden van een dampende menigte uitgelaten mensen. Wat een drukte!

De molen van Molenaar!

Op mijn gemakje peddel ik terug naar de stad. Het is genoeg afgekoeld om mijn ventje te laten lopen. We fietsen nog een ommetje door de polder waar ik dan wel ben opgegroeid, de Stevenshofjespolder, langs de molen van Molenaar, maar dan is het toch echt mooi geweest.

Even later fiets ik de warme stad weer in. De terrasjes puilen uit. Het is al negen uur intussen. Thuis plof ik in mijn stoel. Zal ik eventjes gaan liggen? Eerst de beesten eten geven en dan…… Uren later word ik wakker.

Gelukkig heb ik ’s middags warm gegeten. Wijs geworden door een paar dagen overslaan. Even tanden poetsen, hond uitlaten en dan……. weer naar bed gaan.

Primadonna Prunus versiert mijn autootje. Of is het een Primadon? Heks maalt er niet om. Ik hou van deze kanjer. Bernard hield van z’n anjer, maar geef mij maar een bosje boom! Wolken bloesem dansen door de stad. Mijn trouwe kanarie als trouwauto? Haha!!!! Dat is me wat!

Al jaren onderhoud ik een intens liefdevolle relatie met een boom hier in de steeg. Het is een oude Prunus en hij staat in een eveneens eeuwenoud hofje. Zijn kroon overspant intussen de hele steeg. Door het jaar heen zijn we trouwe kameraden. Maar in het voorjaar raken we weer verliefd.

Zodra zijn eerste knoppen zwellen slaat mijn hart op hol. Elke avond breng ik hem een kort bezoekje om te kijken hoe de zaken ervoor staan. Tot dan eindelijk de grote explosie van roze bloesem volgt. Dan sta ik avond aan avond ademloos te kijken en vooral ruiken. Dan droom ik van elfenfeestjes met vlierbloesemsiroop en mede.

‘Ga je vannacht in de Prunus logeren?’ Ferguut staat bij de deur. Hij wil per se naar buiten. Mijn panter houdt ook van deze boom. Ik verdenk hem ervan dat hij vrolijk meefeest met alle elven en kabouters hier uit de steeg. ‘Doe hen de groeten, vooral mijn vriend Pleingodje,‘ roep ik mijn monster na als hij van het dak springt.

Dinsdag ga ik naar het koor. Ik ben zoals altijd een beetje laat. Al die voorbereidingen ook. Hond uitlaten, beesten eten geven, mezelf eten geven, mezelf reanimeren, toonbaar maken ook vooral, dus mezelf insmeren met make up, omkleden of zelfs douchen……. Een hele klus. Voor een MEer.

Als ik bij mijn auto arriveer kom ik voor een verrassing te staan. Mijn kanariepiet is helemaal roze van de Prunus. Hij staat pal onder mijn geliefde boom. Gisteren lag er een bescheiden laagje op, maar nu is hij helemaal knalroze.

Ik heb geen tijd om er een foto van te maken, maar dat heb ik gelukkig gisteren wel gedaan. Toen dacht ik nog: ‘Heks, zorg dat je morgen bijtijds de deur uitgaat, want je moet eerst tienduizend bloemetjes van je auto halen…..’

Maar ja, helemaal vergeten intussen……

Ik veeg de ergste bloesempracht van mijn ruiten, zet de ruitenwissers even aan…. Maar dan moet ik toch echt gaan. Ik zie wel hoe het uitpakt.

En het pakt uit! In een wolk van roze bloesem vlieg ik de straat uit. Over de Oude Vest, de Langegracht…….Eén grote dwarrelde liefdesverklaring aan het leven. Fantastisch. Ik word er helemaal gelukkig van.

Links en rechts blijven mensen stokstijf stil staan om dit tafereeltje verrukt gade te slaan…..

De repetitie is ook al geweldig. We zijn begonnen aan een paar fantastische nieuwe stukken voor ons honderdjarig jubileum, waaronder een lekker modern werk van Vaughan Williams. Echt smullen!

Ook is de harmonie in het altenvak intussen herstelt. Iedereen is weer helemaal tevreden met haar zitplaats alsmede haar buurvrouw. Een hele verademing!

Als ik later naar mijn auto loop word ik ingehaald door een paar sopranen. ‘Oh Heks, wat is je auto mooi! Het lijkt wel een trouwauto!’ jubelen ze enthousiast. En ja, het is waar. Het knalgele wagentje met de roze versiering is een lust voor het oog. En oogt bovendien trouwlustig!

Je zou er bijna zelf trouwlustig van worden. Gelukkig ben ik gelukkig met mijzelf getrouwd. Alweer bijna negen jaar!

Vintage, de Don, pakken en overpeinzen. Inpakken van pakken, gepakt worden en weer opstaan. Wijze woorden die teloor gaan. Of toch niet? Het verband tussen leuk gekleed gaan en uitwendig gedragen hersentjes, die op hol slaan……

‘Ja Heks, jij kleedt je misschien zo leuk om het leven te vieren, maar dat wordt niet door iedereen zo ervaren….. Ik zag je vorige week fietsen met je hondje en je kar. In je knalroze jurk met bijpassend hoedje. Een feest om naar te kijken. Toch zien heel veel mannen dat heel anders. Die denken dat je het speciaal voor hen hebt aangetrokken!’

Ik kijk mijn homeopaat glazig aan. Zegt ze nu dat het aan mij ligt? ‘Het maakt echt niks uit wat ik aan doe, hoor. Ik ben wel eens gepakt door iemand, toen ik in mijn afgekloven kloffie liep…..’

Nee, het ligt niet aan mij. Wat ze me duidelijk probeert te maken is dat er zich dingen in de kleine uitwendig gedragen hersenen van mannen gaan afspelen, zodra je wat leuks aantrekt. En dat het zo vreemd is dat ik dat gedrag haat en me toch zo graag mooi kleed.

Er gaan zich ook al allerlei dingen afspelen in die garnalen hersentjes van de gemiddelde man als je er uit ziet als een ouwe stinkende gymschoen is mijn ervaring. Sommige mannen hebben werkelijk niets nodig.

Ik heb hier veel over geleerd toen ik ooit per abuis een loopse teef te logeren had en mijn niet gecastreerde hondje Ysbrandt langzaam gek zag worden van haar heerlijke gruizige dampen. Het arme beest kon er niets aan doen.

Hijgend verbleef hij gedurende de kerstdagen in zijn bench. Chemisch gecastreerd en onder de tranquilizers zat hij met rode oogjes stoned van de pillen te kwijlen naar zijn liefje. Uitdagend ging ze dan voor zijn neus staan met haar dikke frut. Staart opzij….. Ja, ze vond hem echt leuk.

En teven zijn de baas in hondenland. Dus als ze niet wil gaat het niet gebeuren. Woest grommend en blaffend bijt ze dan van zich af.

Het is wonderbaarlijk hoe deze efficiënte reactie op ongewenste intimiteiten bij de mens ver te zoeken is. Bij de kroon van de schepping is de koningin van haar natuurlijke troon gestoten: Menselijke teven zijn bang om de man in kwestie te kwetsen.

Ik spreek uit ervaring. Eindeloos heb ik onder de kin van geschonden mannelijke ego’s gekieteld. Zelfs al vond ik iemand absoluut een lul. Toch bleef ik beleefd en correct.

Dat kan ik andersom niet beamen. Te vaak is het me gebeurd dat een gezellig gesprek of een onschuldige flirt desastreuse gevolgen had. Voor mij wel te verstaan. Heks heeft helaas helemaal niet geleerd om van zich af te bijten. Bij ons thuis keken ze gewoon de andere kant op als er iemand naar je zat te grabbelen en graaien. Iedereen keek de andere kant op. Dus officieel is er dan nooit iets gebeurd.

Lekker makkelijk.

Mijn homeopaat zegt altijd wel weer iets, dat me enorm bijblijft. Vorige keer was dat de opmerking: ‘Misbruikte mensen kenmerken zich allemaal door enorme trots.’ Heks herkent het. ‘Al sla je me dood, ik geef geen kik. Ik gun je mijn pijn en tranen niet,’ dacht ik bijvoorbeeld als veertienjarige, toen mijn vader me te lijf ging met de stofzuigerstang. En er weer flink de andere kant op werd gekeken door de omstanders…….

‘Normaal gesproken zie je magisch denken bij kinderen tot ongeveer hun vijfde levensjaar. Misbruikte kinderen echter blijven dit veel langer doen. Het helpt hen overleven…..’ zegt ze afgelopen week tegen me, ‘En jij Heks, jouw magie is echt enorm sterk,’ voegt ze er aan toe.

Ik zie het net iets anders. Voor mij is magie een realiteit, waar kinderen nog bij kunnen. Met hun ThetagolvenVoordat ze last krijgen van andere hersengolven,  Alfa golven. Zo rond hun zevende levensjaar.

Ja, mijn magie.

Ik vind een pak voor de Don. Een wollen pak van Hugo Boss. Voor 15 euro. Gloednieuw. Alsmede een schitterend geruit colbert van een meer obscuur merk. Ook voor 15 euro. ‘Wat is je maat,’ vraag ik hem door de telefoon. Het is precies zijn maat……

Exact op dat moment zit mijn goede vriend op een colbertje uit Litouwen te wachten. Gekocht via Catawiki. Maar hij wordt genaaid. Het pak wordt niet bezorgd. Hij weet gelukkig bijtijds de betaling te torpederen.

‘Ik vind het magisch, Heks. Hoe is het mogelijk? Je maakt me echt ontzettend blij hiermee. Waar heb je het in godsnaam gevonden?’

De Don is net als Heks een kledinggek. Met een beperkt budget. Hij kan zich toch zo prachtig opdirken. Geweldig. Natuurlijk denkt elke vrouw dat hij het speciaal voor haar doet. Maar dat komt omdat hij expres die indruk wekt.

Hij doet sowieso graag iets voor een ander. ‘Als ik het kan, zal ik het niet laten,’ zet hij met enige regelmaat, ‘Maar eigenlijk doe ik het allemaal voor mezelf. Ik krijg er een fijn gevoel van….’

Nooit gruizige opmerkingen of gezeik met die vent. Egocentrisch tot op het bot met zijn altruïstische acties. En altijd in de race met Heks wie er het mooist is opgedoft. Mijn geliefde Don. Over een paar weken komt hij logeren……

 

Op stap met vrienden. Kan dat eigenlijk wel? Vriendschap tussen man en vrouw? Daar zijn de meningen ernstig over verdeeld. Soms denk je dat het kan en kom je toch van een koude kermis thuis. Of je ziet leeuwen en beren op de weg terwijl er slechts een mak lammetje loopt te bokken. Of een onschuldige oude bok….. Heks heeft veel mannelijke vrienden. Het kan. Echt waar. Maar je moet wel ogen in je achterhoofd hebben. In sommige gevallen. En liefst ook in je onderbroek.

‘Heks, wil je me behandelen? Dat kun jij toch? Ik heb last van mijn rechterbil!’ Hawk kijkt me verwachtingsvol aan. Zou het nu eindelijk eens lukken om me over te halen tot fysiek contact? Het is inmiddels al de zoveelste poging hiertoe. Van algehele lichaamsmassages tot dan maar voetmassages of de wens me eens op die mooie rode roos te zoenen in plaats van op mijn wangen……..

Ik wimpel alles af. Aan mijn lijf geen polonaise. Ik ben geen twintig meer, maar door de wol geverfd. Ik ken mijn pappenheimers. Toe maar.

In zijn keuken hangen een aantal enorme witte zeilschepen van onderbroeken in het zicht te drogen. Ook dat nog. Bepaald geen afrodisiacum, maar daar kun je van mening over verschillen natuurlijk.

Vorige week zondag ga ik met Molenaar naar een prachtig concert in kasteel Duivenvoorde. ‘Phantasia Musica, Vioolmuziek uit de zeventiende eeuw’ door Furor Musicus onder leiding van Antoinette Lohmann.

Het is fantastisch weer. Alle bloesembomen staan volop in bloei. Grote rode beuken vlammen in pril blad. Zoete geuren verzadigen de warme lucht. Mijn lijf kreukelt ook vrolijk voorwaarts vandaag. In mijn roze bloesemjurk met bijpassend hoedje……

Het concert is fenomenaal. Heks is direct een grote fan van Antoinette Lohmans. Wat een geweldenaar op haar barokviool. Maar ook op de klompviool staat ze haar mannetje…… Ik raak helemaal betoverd door het speciale programma van vandaag. Met de klompviool als apotheose……..

‘Haar ouders spelen allebei folkmuziek,’ vertelt Fiederelsje me later. Haar liefde hiervoor is goed te horen in haar vertolking van de Bierfiedlers in het stuk van Johann Erasmus Kindermann over de oorlog tussen deze Folkländer en de meer serieuze violisten…… Wat een heerlijke middag!

Later die week ga ik met Buurman op stap. Hij neemt me mee naar alweer een concert van geheel andere orde. We gaan luisteren naar het popkoor ‘Prestige’ in de grote zaal van het Volkshuis. Zijn vrouw zingt mee. Samen met nog zo’n honderdtwintig andere vrouwen en een tiental mannen! De halve zaal staat vol koor.

‘Dat is nog wel eens eventjes andere koek dan met ons ‘Dikkertje Tromkoor,’ fluisteren we tegen elkaar nadat we zijn weggeblazen door hun massale geluid. ‘Wij moeten ook voor dit effect gaan,’ lispel ik enthousiast, ‘Maar dan wel met z’n tweetjes natuurlijk!’ Ja. we zijn en blijven toch een heel  bijzonder koor bestaande uit twee personen. En zo is het.

‘Jullie mogen gerust meeklappen en dansen!’ enthousiasmeert de dirigent ons. Dat laten we ons geen twee keer zeggen. Buurman naast me gaat steeds gekker doen. En Heks doet natuurlijk vanouds mee. Doet niet voor hem onder! Dubbel van de lach swingen we op onze stoelen.

Ruim een anderhalf uur genieten we van deze kakofonische eenheid. Helemaal boordevol en een beetje dol verlaten we de tent.

Kom, laten we nog een drankje doen in het Praethuys,’ roept Buurman. Zo zitten we nog een uur te toeteren tegen elkaar. Eerst in de kroeg en dan nog eventjes in Huize Heks. Heerlijk!

Afgelopen week ben ik met twee vrienden op stap geweest. Het kan dus wel degelijk, vriendschap tussen mannen en vrouwen. Heks is er het levende bewijs van. Voorwaarde is wel, dat er geen sprake is van grensoverschrijdend gedrag of ongepaste opmerkingen.

Met andere woorden: Ik wil mezelf niet constant verdedigen dat ik geen relatie, fysiek contact of seksuele toestanden wil. Ik wil geen rare opmerkingen over dat we niet met elkaar naar bed gaan bijvoorbeeld.

download-50

Dat deed een vroeger stapmaatje van me regelmatig. ‘Dit is Heks, we zijn vrienden, maar neuken niet!’ riep hij dan tegen mij wildvreemde mensen. Hij kon er maar niet bij dat ik dat niet met hem wilde doen. Hij was overigens getrouwd, maar dat maakte hem niet uit. Mij ook niet, want ik wilde het sowieso niet. Al had ik een miljoen euro smartengeld toe gekregen. Dan nog niet. Punt.

Hawk is zesennegentig. Je verwacht dan niet dat iemand zich van alles en nog wat in zijn kop haalt. Maar ja. Je kunt niet in andermans hoofd kijken natuurlijk. En afgaande op zijn opmerkingen moet ik hem maar heel goed in de gaten houden. En ontmoedigen!

Alhoewel dat ook niet altijd helpt heb ik uitgebreid ondervonden in mijn amoebe-leventje. Je kunt ontmoedigen wat je wilt, als iemand iets in zijn kop heeft staat hij daar vaak niet voor open. Het moet en zal dan gebeuren. Ooit. Niet linksom, dan rechtsom. Niet goedschiks, dan kwaadschiks.

Het is geen wonder dat ik voorzichtiger geworden ben. Hawk houd ik op veilige afstand. Geen massages en bilbehandelingen. Gewoon gezellig koffie drinken en met de hondjes wandelen. 1 keer per week. Dat is net mooi zo!

En als dat niet genoeg is, dan houdt het gewoon helemaal op.

onderbreken, klimaatsverandering, opwarming van de aarde, global warming,

Is billenknijpen verboden of strafbaar?

Weekje billenknijpen voor ‘woeste’ golfers van Grevelingenhout!!!!!!

tieten knijpen, billen knijpen,

Heerlijk op stap met mijn kleine viervoetige vriend. Eindelijk lente! We genieten volop! En Heks geeft een man met een piepklein geslachtsdeel, een waxinelichtje, op zijn kop. Niet daarvoor natuurlijk, maar voor zijn compenserende rijgedrag. Auto-rijgedrag wel te verstaan………

Woensdagavond rijd ik naar het Valkenburgermeertje. Onderweg kom ik in een file terecht. Potverdrie. Ik ben op het verkeerde tijdstip gaan rijden. Ik zit midden in de spits. De hele stad staat vast. Alle uitvalswegen zitten bomvol medemensen, die ook ergens van het mooie weer willen genieten. Vermoeide chagrijnige forensen staan in de tegenovergestelde richting stil.

Bij een druk kruispunt met stoplichten loopt alles in de soep. Voor me staat iemand mega te klungelen. Hij kan maar niet beslissen of  hij iets zal doen. En zo ja, wat dan? Een grote lijnbus blokkeert iets verderop minstens drie rijbanen. Een vrachtwagen gaat er dwars voor staan. Nu kan er helemaal niemand meer ergens heen.

Heks besluit de gekte niet af te wachten. Het is bloedheet in mijn auto en VikThor zit achterin te puffen. Ik wil zo snel mogelijk rijden met alle ramen open. Ik wurm me dus in een andere rijbaan, sla af richting stad en draai vervolgens weer om, om naar het hondenstrand in Noordwijk te gaan. Weer sta ik eindeloos voor een stoplicht. Maar als ik daarlangs ben schiet het opeens geweldig op.

Een kwartiertje later loop ik het bloeiende duin in. Eerst eventjes een stukje wandelen. VikThor heeft een beetje in de auto gekotst, maar oogt verder prima. Vooruit maar. Bloesemgeuren vleugen om ons heen. Wat later zijn we dan eindelijk op het strand. Het is heerlijk hier. Een klein briesje doet de vlaggen bollen. Langzaam kuier ik richting Katwijk.

Mijn hondje rent enthousiast in het rond. Overal lopen blafbeesten waar hij mee kan spelen. Ik gooi balletjes, waar hij verwoed achteraan jaagt. Ja, het leven is verrukkelijk hier en nu!

Ergens onderweg plof ik in het zand. Ik heb een lekker kopie thee bij me. VikThor graaft een kuil. Op de terugweg gaan we iets drinken bij Take Two. Ik bestel een lekker zout frietje.

De zon gaat al bijna onder als we weer terug naar Leiden rijden. Alle stoplichten springen op groen. Goh. Dat is lang geleden. Ik sta al weken voor elk licht stil.

Als ik op de Plesmanlaan rijd komt er een plakker achter me hangen. Een nare harde plakker. Een dikke vette plakker in een open BMW. Of een ander duur patserkarretje. Een dikke stinkende plakker met een kale varkenskop. En een heel klein mini piemeltje. Ter compensatie van zijn bolide.

Zodra ik de kans krijg wil ik naar rechts gaan. Ik wil echter in geen geval tachtig gaan rijden om dit te bewerkstelligen. Er rijd namelijk een hele rij auto’s voor me in de rechterbaan. Het is nog best druk op de weg. De man moet dus eventjes wachten, totdat er ruimte is.

De plakker duwt en duwt. Echt strontvervelend. Temeer daar mijn hondje slechts een meter van zijn bumper verwijderd zit te kotsen. Hij heeft zeewater gedronken. Of is het toch een virusje?

Ik haat dit soort kloteplakkers. Zo snel mogelijk naar de andere baan dus maar. Eindelijk is er ruimte naast me. De man heeft dan wel al bijna vijf seconden geduld moeten beoefenen!

Ik kijk over mijn rechterschouder en steek mijn richtingaanwijzer uit. Niks aan de hand. Kijk nog eens ter nacontrole. Nog steeds is de weg rechts naast me en achter me leeg.

Ik wil al bijna opzij gaan, als de gek me plotseling rechts inhaalt! Hij piept achter me vandaan met een noodvaart naar de rechterbaan en in 1 beweging tussen mijn auto en de auto in de rechterbaan voor me langs en scheurt ervandoor. De gek. Ik kan nog net voorkomen dat er een aanrijding van komt.

De vetzak staat voor me bij het volgende stoplicht onder het viaduct bij het spoor. De boel staat aardig vast, dat geeft me alle tijd om hem eens goed uit te kafferen. Snel stap ik uit mijn auto en loop een stukje naar voren. ‘Gestoorde idioot. Vier levens in gevaar gebracht en waarvoor? Je staat hier gewoon voor me. Ongelofelijke eikel en klootzak dat je er bent!’

De man zit met een maat om me te lachen, maar ik laat me niet doen. Dreigend roep ik hem nog wat verwensingen toe. Het is me menens. Ik heb ook al vrij lang getoeterd, voordat ik uit stapte, dus de andere automobilisten zitten vol belangstelling te kijken. Een aantal heeft de levensgevaarlijke idioot bezig gezien. Het zwijn. In z’n sullige compensatiekarretje.

Nu begint het lulletje rozenwater het toch wel een beetje benauwd te krijgen. Wie is dat elegante woeste mens met die flaphoed en filmsterrenzonnebril? Ze is voor de duvel niet bang. In overgave heft hij zijn handen in de lucht. Hij geeft zich gewonnen.

Ik haal hem nog 1 keertje in op weg naar het volgende stoplicht. Ik kan het niet laten om even te toeteren….. Hij kijkt angstig opzij. Dan sla ik af naar de stad. De man gaat snel rechtdoor.

Ik zit nog een beetje na te shaken van het bijna ongeluk. Door die mega gemankeerde mafkees. Wat zijn er toch veel domme levensgevaarlijke mensen in de wereld. Zonder enige vorm van verantwoordelijkheid hakken ze zich door het leven. Links en rechts harkend naar andermans eigendom. Maar hun eigen domheid ontgaat hen…..

De zak is minstens 66 en een enorme ZeuR kortom:  T’is niX!

Heks plakt het koor aan de muur, maar niet uit vrije wil. Het is die fiets, die klotefiets, die fiets van niets…… Het pokkeding staat stil. Alweer. En min of meer op dezelfde plek. Wat gek! Heeft ie soms een zachte plakkerd? Of doet ie gewoon wat hij wil? Het is in elk geval niet wat ik wil……..

Dinsdag heb ik geen zak zin om naar het koor te gaan. Dat gebeurt me bijna nooit! Maar na twee zeer brakke korte nachten is de beperkte energie echt op.

Bovendien is het prachtig weer. Ik ben de gehele dag binnen gebleven om allemaal kleine kutklusjes te doen. Ook al niet verstandig als je kapot moe bent. En nu wil ik naar buiten. En daar blijven.

Maar helaas ben ik zo plichtsgetrouw als wat. Ik verzuim zelden tot nooit. Tenzij ik half dood ben. En dat is dan toch weer best vaak. En zelfs dan ga ik meestal toch! Zelfs als ik nauwelijks stem heb. Hetgeen ook nogal eens gebeurt, want ME zit bij mij sinds jaar en dag als een barometer op mijn stembanden. Hoe beroerder ik eraan toe ben, hoe minder stem……

Dus Heks gaat naar het koor. Ook als het fantastisch mooi weer is na een lange koude winter. Ik ga sowieso. Behalve als het echt, echt niet gaat. Als het me niet lukt om twee uur op een stoel te zitten.

Om een uurtje of zes fiets ik met mijn hondje de stad uit op mijn elektrische Beixo vouwfiets. Een geweldig apparaat. Als ie het doet. Helaas ben ik intussen al een motor, vier opladers en veel ergernis verder, zonder dat ik nu echt veel op dat pleurisding gefietst heb. Een rib uit mijn lijf bovendien. Maar vandaag fietst ie als een zonnetje.

Totdat ik bij het Joppe kom. Op precies dezelfde plek als vorige week krijg ik een lekke band. Zou er soms iemand spijkertjes strooien? Of punaises……. Heel langzaam loopt hij leeg. Eerst denk ik weer dat mijn fiets doormidden is gebroken, maar nee. Lek.

Ik bel de Grote Vriendelijke Reus. Die woont hier om de hoek. ‘Bel ik je wakker?’ antwoord ik op zijn gegrom. Ja dus. Hij is net als Heks enorm energiebeperkt. En net als ik knapt hij dus nogal eens een uiltje tussendoor. Op de meest gekke tijdstippen……

Even later vlieg ik hem om de hals. ‘Heel goed hoor, dat je me wakker belt. Anders zit ik vannacht om drie uur weer klaarwakker op de bank te koekeloeren!’ Herkenbaar!

VikThor spring als een dolle in het rond. Hoera! We zijn bij zijn grote vriend op bezoek! Hij krijgt een lekkertje, vindt een verdwaalde tennisbal en kruipt uiteindelijk naast zijn vriend op de bank. Zielstevreden.

De vouwfiets wordt op zijn kop midden in de kamer gezet, maar we gaan eerst maar eens een sapje drinken en lekker kletsen. Dat koor kan ik vanavond toch wel vergeten.

Nou ja, ik vind het niet zo erg. Ik had al geen zin. Bovendien brak vorige week de pleuris uit onder de alten. Een voormalige sopraan wierp de ene knuppel na de andere in dit hoenderhok. Een enorm gekakel was het gevolg. Gekrakeel in de pauze.

Heks had geen benul waar het allemaal over ging en dat alles wat ik zei ook nog eens tegen het zere been was van de overgelopen sopraan. Het is niet aan mij besteed, dit soort dingen. Maar helaas zat ik er wel helemaal middenin.

‘Volgende week is de boel vast weer gesust. Het komt me prima uit om eens een keertje over te slaan!’ vertel ik mijn reuzenvriend. Hij heeft ook jarenlang in een koor gezongen en is dan ook goed bekend met dit soort dynamiek. Laten we eerst die band maar eens repareren.

Op ons gemak gaan we op zoek naar het gaatje in de band. Het zit vlak bij twee andere plakkers. Mmmm. Misschien zit er een stuk glas in de buitenband. Of een kabouterspijkertje. Intensieve controle van de band levert echter niets op. Dus zetten we de geplakte binnenband er maar weer in.

‘Nou Heks, ik kan wel zien dat je vroeger veel geklust hebt,’ de GVR kijkt naar mijn zwarte handen, ‘En dan zeg je dat je geen kracht meer hebt in je handen. Jij moet vroeger echt heel sterk zijn geweest!’ Ja, dat is ook zo. Ik was in mijn jonge jaren een enorme kleerkast.

‘Fijn dat die plakkers tegenwoordig zo mooi vervloeien met de band. Vroeger had je alleen van die harde plakkers. Die rolden er soms direct weer af…..’ antwoord ik, terwijl ik de randen van het plakkertje goed aandruk. ‘Oh ja, die harde plakkers. Daar kreeg je gewoonweg een harde plakkerd van,’ verzucht de GVR ondeugend. We liggen dubbel.

‘Haha, een harde plakkerd. Mafkees,’ giebel ik, terwijl we de band weer oppompen. Het euvel lijkt verholpen. Ik kan op de fiets naar huis. Intussen is het alweer bijna half negen. Ik krijg een beetje trek, want ik heb nog niet gegeten.

Al kletsend, leuterkoekend, kakelend en giebelend begeven we ons naar de voordeur. Op de stoep raken we alsnog in een diep gesprek. Maar uiteindelijk stap ik dan toch op mijn bolide. Ik fiets nog een rondje om het golfveld en dan via de Broekweg weer naar de stad.

Halverwege dit polderpad breekt mijn fiets weer in tweeën. Potjandrie. Weer een lekke band. Moet ik alsnog dat hele end lopen. Sjokkend kachel ik het hele stuk terug naar de stad. Bah. En au. Alle spieren schieten in de knoop.

Na vijf minuten loop ik te schelden. Het geeft me de energie om door te lopen. Dus dat achterlijke advies om minder te schelden, zodat ik minder moe zou zijn onlangs van een of andere stomme hulpverlener slaat echt helemaal nergens op. Ik wist het al: Soms kikker ik juist op van wat vuilbekkerij!

Eenmaal in Huize Heks krijg ik een appje van de GVR. ‘Veilig weer thuis?’ Ik vertel hem van de deceptie: Weer een lekke band! ‘Daar krijg ik een zachte plakkerd van, Heks,’ reageert hij enorm ad rem. Zo beëindig ik deze dag toch met een gierende lach. Een zachte plakkerd. Je zult er maar last van hebben! Dat is me gelukkig bespaard gebleven tot nu toe.

Verhaal halen door ze uit je duim te zuigen; Praatjes vullen geen gaatjes, dus kun je ze maar beter verkopen; Op verhaal komen tijdens een goeie ouderwetse preek; De rode draad van dit verhaal is brutaal, praat als Brugman en is nooit de draad kwijt!

Zondag ga ik naar de kerk. De laatste weken lukt het me weer om tijdens het introïtus op mijn plekje te schuiven. In de bank voor Jip en Janneke. Ik zend een snelle knipoog naar achteren en leg mijn hoedje op de stoel naast me. De voorganger leest de openingstekst. Ik vouw mijn stelten onder de stoel voor me.

Vandaag hebben we een gastspreker met als onderwerp Zuid-As en identiteit: Ruben van Zwieten. Een nog vrij jonge man houdt een vlammend en bijzonder geestig betoog. Wie is die jongen? Waar komt hij vandaan? En vooral: Kan hij nog eens vaker komen?

Geen seconde raak ik afgeleid van zijn verhaal over de Zuid As. Niet dat ik het hier kan herhalen. De man is een begenadigd verteller. Hij tilt je op en neemt je mee zijn verhaal in. Geen droge preek. Nee. Als kinderen hangen we aan zijn lippen.

Allerlei verhaallijnen zet de man op. David,  Goliath, Saul en de profeet Samuel bevolken de ene rode draad, de Zuid As met alles erop en eraan de andere. Maar ook vliegensvlug vertelde anekdotes en kleine juweeltjes van opmerkingen vormen draden in zijn weefwerk.

Af en toe spreekt hij ons direct aan. ‘Wat betekent de naam David?’ En als het stil blijft slepend op licht verwijtende toon, ‘Maar lieve Studenten Ecclesia……..’ Met andere woorden: Dat moeten jullie toch weten! Als een huis staat tenslotte zijn betoog voor ons.

Ik heb me volledig in zijn verhaal herkend. Iedereen hier denk ik. Op een bepaalde manier. Na de dienst krijg ik hieromtrent uitsluitsel. Tijdens de koffie raak ik aan de praat met een pittig dametje op leeftijd.

Alhoewel ik met enige regelmaat een jong meisje tegenover me zie zitten. Totdat ze dan haar oude tandjes bloot lacht. ‘Hoe oud zou ze zijn?’ schiet er dan door me heen. Geen pijl op te trekken. Heks is vast een heksje……

‘Ik heb de dominee net aangesproken, wat een geweldige preek. Ja, weet je, ik ben opgegroeid op de Zuid As. Als kind speelde ik daar in de bouwputten. Ik ken het gebied door en door…..’

De vrouw is net als Heks helemaal weg van de gastspreker. Al snel zijn we in een geanimeerd gesprek gewikkeld. Ze vertelt me hoe haar dochter op het Rapenburg woont. ‘Tegenover die studentikoze kroeg. Een heel klein huisje. We liepen er een keertje samen langs op weg naar de Hoogvliet voor een paar boodschappen.’

‘Ik heb toen tegen mijn dochter gezegd, dat ze direct de makelaar moest bellen en 70.000 onder het gevraagde bedrag een bod moest doen!’ Triomfantelijk kijkt ze me aan. Het zal dus wel in de slappe huizentijd geweest zijn.

‘Dat heeft ze dus gedaan, want ja, die locatie! Maar mijn dochter was er verder niet zo mee bezig. Ze vond het huis toch nog best prijzig. En 70.000 van de prijs af? Dat moest ze nog maar zien! Daarom boekte ze een luxe vakantie.’

‘Op een dag lag ze op een ver tropisch strand vakantie te vieren. Ging opeens haar telefoon. Was het die makelaar! Gek genoeg had ze gewoon bereik daar, dat verbaasde haar achteraf.’

‘En wat denk je? Hij ging akkoord met haar prijs. Ze had opeens een huis!’ De vrouw gaat helemaal op in haar verhaal. Ik zie het voor me. Af en toe kijkt ze me aan om het effect van haar woorden van mijn gezicht af te lezen. Zo ook nu. Voor de pointe blijkt!

‘Dus zegt mijn dochter tegenwoordig: “Mam, ik ga nooit meer met je naar de Hoogvliet. Dat kost me bakken met geld!”‘ Een triomfantelijk lachje speelt om haar kleine mond als ze me ziet grinniken. ‘Ze is een verhalenvertelster pus sang,’ denk ik bij mezelf, ‘Ze heeft er vast nog wel een paar in haar mouw zitten, die heks!’

Plotseling komt haar entourage haar halen. Ze gaan naar huis. Kwiek poot ze een kruk onder een oksel en beent ervandoor. Heks gaat nog eventjes afscheid nemen van Jip en Janneke. Ze hebben corvee vandaag. ‘Binnenkort gaan we weer een keertje naar de kroeg,’ roepen we tegen elkaar.

Ja, dat gaan we doen.

God bestaat niet: boom valt op BMW ‘dominee van de Zuidas’

 

Zingeving op de Zuidas slaat aan

Ken uzelf: Een furieuze naïeve idioot geeft zichzelf schoorvoetend bloot. Deze feeksige blinde Vink is eindelijk dan toch pislink. Haar duvels en kwelgeesten gaan vrijuit, compleet met de gemaakte buit. Maar Heks moet met zichzelf leven. En dat duurt nog wel even. Ze is beslist nog lang niet dood, de lieve naïeve klapperkloot.

Een paar jaar geleden ga ik naar een paragnost. Iemand heeft me zo verschrikkelijk belazerd in de liefde……. Ik wil er het fijne van weten. Is het waar? Staan er een paar gigantische horens op mijn kop?

Peter van der Hurk heeft er niet lang voor nodig. Een blik op de meegebrachte foto is genoeg om het doopceel te lichten van mijn kwelgeest. Hij maakt er weinig woorden aan vuil: ‘Het is een engerd en hij heeft je aan alle kanten belazerd…..’

Des te meer heeft de man te melden over Heks zelf. Vooral zijn antwoord op mijn wanhopige uitspraak, dat ik de engelen zag staan om het bed van mijn geliefde en mij, is me bijgebleven. ‘Echt waar. De eerste keer dat ik bij hem sliep zag ik hun gouden licht om ons heen. Heel bijzonder.’ Ik kon er toen nog steeds niet bij dat mijn ex zo’n eikel bleek te zijn.

‘Ja,’ zei Peter van de Hurk droog, ‘Dat zie jij! Zo ben jij! Jij bent een mens van het hart. Jij spreekt met engelen. Jij ziet energie. Jij ben een lichtwerker. Jij hebt altijd van alles en iedereen gehouden. Als kind al. Zo ben jij nu eenmaal altijd geweest! Maar hij is een engerd. Een griezel van de bovenste plank. Ik raad je ten sterkste aan om nergens meer op te reageren. Dan houdt dat ellendige gestalk vanzelf op!’

‘Jij kunt hetzelfde als ik, Heks, maar jij kunt er ook nog bij genezen. Daar kun je beter je energie in stoppen dan in zulke hopeloze types. Je bent nu eenmaal een magneet voor mensen met je stralende liefdevolle hart. Je trekt echter ook zulke vreselijke figuren aan! En daar moet je een echt beter mee uitkijken.’

Dat ‘Zo ben jij. Jij bent een mens van het hart, van liefde,’ hoor ik nog regelmatig nagalmen in mijn hoofd. Het is met name die opmerking, die heel veel teweeg heeft gebracht. Heks heeft namelijk nooit in de gaten gehad, dat er mensen zijn, die totaal niet vanuit hun hart leven. Ik dacht eigenlijk dat dat onmogelijk was.

images (1)

Intussen weet ik natuurlijk wel beter. Er zijn narcisten en psychopaten genoeg in de wereld. De politiek is ermee vergeven. Het bankwezen staat er bol van. Je struikelt erover in je familie- en vriendenkring. Er is geen werkvloer zonder dergelijke idioten om het te bevolken. En deze lieden zien nooit ergens ook maar 1 piepklein engeltje staan.

Dus mijn aanname, dat iedereen vanuit liefde redeneert, leeft en regeert is volstrekt bezopen. Dat houd ik tegenwoordig goed in mijn achterhoofd.

Het lukt me dan ook niet meer om eindeloos en onvoorwaardelijk van alles en iedereen te houden. Zoals ik vroeger moeiteloos deed. In sommige gevallen is het louter water naar de zee dragen. Paarlen voor zwijnen werpen. Het is een zinloze vertoning. Zonde van mijn toch al beperkte energie.

download-39

Daarnaast heb ik met hevige ongewenste gevoelens te maken. Sinds mijn mantel der liefde de drek uit mijn verleden niet meer afdekt, sinds ik haarscherp in beeld heb hoe niet engelen maar duivels hand in hand hebben gelopen met sommige dierbaren, lukt het me niet meer om hen onbekommerd lief te hebben. Een koude onverschilligheid maakt zich langzaam van me meester. Getsie.

Mijn hart krampt ineen. Een wild verlangen om me helemaal hiervan los te maken overvalt me. Weg met die mensen. Het moet ophouden. Nu. Opzouten met die gekkigheid.

Tijdenlang herken ik mezelf niet meer. Dit kind van het hart. Het meisje met de engelen in haar kielzog. Degene die iedereen alles gunt. De zachtaardige. Mijn tijd als zachtgekookte ei is voorbij. Ik ben in een furie veranderd!

b4307eff4b2dac510637ac7ec630ab6b

Alle scheldwoorden ter wereld zijn niet smerig genoeg om de vieze smaak in mijn mond te verwoorden. De walging die ik voel, nu ik doorzie wat ik doorzie is onuitsprekelijk. Onbeschrijfelijk ook! Gelukkig maar voor jullie lezers.

Toch is het engelenkind in mij nog niet helemaal weg. Nog immer voel ik heel veel liefde voor alles en iedereen. Op die paar uitzonderingen na dan. Die kleine groep voormalige dierbaren, die genoeg streken met me hebben uitgehaald om te worden opgesloten in het gevang, zijn niet meer welkom in mijn leven.

904530158X_E8

Ze zoeken het maar uit met hun egocentrische handel en wandel. In Huize Heks hoeven ze zich niet meer te vertonen in elk geval. Hier mogen alleen nog maar vrienden komen. Mensen met liefde in hun hart en een beschermengeltje op hun schouders, benevens heksen, honden, katten, spinnen, kabouters, elfjes, draken en eenhoorns.

En dat is ook wat er al enige tijd gebeurt. Het is aanmerkelijk stiller geworden in mijn heksenhuisje. Soms is het best eenzaam en ik leef sowieso al zo’n geïsoleerd bestaan. Met die ziekte en het feit dat ik geen gezin heb.

Maar geen gezeik meer aan mijn kop en geen foute mensen meer over de vloer: Dat scheelt een slok op een borrel.

images (2)

Of het me helemaal gaat lukken om nooit meer bij de neus te worden genomen? Geen idee. Ik heb mijn persoonlijkheid niet echt mee in dit geval:

‘Ik ken je niet anders, Heks,’ zegt mijn ex Blonde Buur, ‘Jij ziet altijd alleen maar het goede in mensen. Je treedt zo lang als ik je ken de grootste idioten vol liefde tegemoet. In het volste vertrouwen. Je kunt het ook naïef noemen…….’

images-67

‘Niet iedereen is nu eenmaal zoals jij. De wereld zit vol inhalige gekken. Ja, het is heel moeilijk als het zelfs mensen in je eigen familie betreft. Dat verwacht je nu eenmaal niet. Dat is best verbijsterend op zich…..’

‘Ik kan me voorstellen, dat je daar in eerste instantie geen antwoord op hebt. In tweede instantie wellicht wel: Misschien lukt het je vanaf nu beter om het kaf van het koren te scheiden…..’

images (3)