Vorstelijk uitstapje vol zoete traktaties en weidse vergezichten: Welkome afwisseling van verwoed navelstaren……

We zoeken elkaar regelmatig op

Ik ben nog geen week in het klooster als ik met een lid van mijn internationale familie op stap ga. Een pittige tante uit Missisippi met een heerlijk recalcitrant karakter. Heks gaat een paar boodschappen halen in een ‘Winkel Walhalla’: Een berg supermarchés op een kluitje. Ook wil ik een blogje posten. Eén van de weinige, die ik produceer tijdens mijn reis.

Het is het uitje waarbij een vogel zich doodvliegt tegen mijn auto. Dit werpt natuurlijk een smet op de gezellige middag…..

Daar staat mijn kanariepiet

Mijn nieuwe vriendin trekt regelmatig met me op. Er is sprake van grote sympathie tussen ons. ‘Heks, toen jij die eerste dag binnenkwam met je cowboylaarzen en hoed, dacht ik meteen: “Met die dame kan ik het vast goed vinden!” En kijk eens: Ik had gelijk!’ Tevreden grijnst ze me toe.

Helaas krijgt mijn maatje het na de eerste tien dagen moeilijk. Zo’n retraite duurt best lang. Er zijn dagen dat je helemaal tureluurs wordt van al dat navelstaren. Er komen allerlei emoties los waar je ook niet op zit te wachten, vaak ben je jarenlang druk bezig geweest om die ellende juist te onderdrukken!

Halverwege de rit gaan er bovendien ook nog eens een heleboel mensen naar huis. Er komen weer nieuwe deelnemers bij. Ook onze familie wordt getroffen door dat fenomeen: Een aantal leden zijn opeens weg en er komen wildvreemde mensen voor in de plaats.

Vroeger was dit niet zo, dan bleef iedereen gewoon de volle drie weken. Op een enkele uitzondering na. De opgebouwde energie bleef zodoende intact. Heel belangrijk in groepsprocessen!

Heks heeft minder last van het gebeuren, want ik heb me volledig ingesteld op het feit dat alles altijd weer anders is. Niets is blijvend. Zelfs niet in een klooster. Toch vindt ook Heks het jammer dat zovelen naar huis gaan. Van sommige mensen heb ik niet eens afscheid genomen!

Mijn maatje echter krijgt het echt te zwaar. Zozeer zelfs dat ze een tripje naar Amsterdam plant. Onbezonnen bestelt ze een ticket om vanuit Bordeaux een weekendje heen en weer te vliegen. ‘Kun je me zaterdag naar het station brengen?’ vraagt ze plotseling.

Daar ga ik natuurlijk niet aan meewerken. ‘Vraag maar aan een zuster,’ adviseer ik haar vriendelijk. Ik heb een beter idee: Het is tijd voor een kleine roadtrip met mijn nieuwe vriendinnetje. Uit ervaring weet ik dat je daar geweldig van kunt opknappen.

We besluiten em te smeren als we les hebben in een ander klooster. Na de dharmatalk gaan we ervan tussen in mijn kanariepiet. ‘Oh, wat heerlijk,’ hoor ik naast me een heel blij meisje verzuchten, ‘Ik ben nog geen seconde alleen van het terrein afgeweest, behalve die keer dat we boodschappen gingen doen…..’

Vlak bij het klooster is een klein slaperig plaatsje op een berg. Heks kent het wel. Ik heb er ooit schoenen gekocht met mijn vriendin de non. Schoenen met bloemen. Rare schoenen. Geen exemplaren die je denkt aan te treffen in zo’n suf provinciestadje van niks.

Ik sleep mijn vriendin mee naar dit schoenenparadijs. Stomverbaasd wurmt ze zich door deze volgestouwde winkel van Sinkel. Naast schoeisel verkopen ze ook speelgoed en vishengels. We passen enthousiast een aantal bizarre modellen en natuurlijk vind ik weer een perfect fijn fleurig schoenenpaar.

We halen fruit en andere boodschappen, treuzelen een tijdje in een brocante. Jeetje, wat verkopen ze in Frankrijk toch een prachtige oude spulletjes voor bijna niks. Ik scoor een prachtige koperen kaarsenstandaard vol krullen en bloemen.

Een absolute bezienswaardigheid in Duras is het kasteel. Prominent ligt het aan de rand van de stad, uitkijkend over een enorm dal. We besluiten het te bezoeken. Bij een lieve werkstudente kopen we een toegangsbewijs en een koptelefoon met rondleiding. Op ons gemak slenteren we het hele kasteel rond, van de kelder tot het dak. Daar aanbeland krijgen we als bonus een oogverblindend uitzicht! Een verpletterend panorama. Ademloos laten we het landschap op ons inwerken.

Verder hebben we veel lol samen. Zo’n kasteel spreekt natuurlijk tot de verbeelding. We stellen ons van alles voor, daarin gestimuleerd door de rare verhalen uit onze koptelefoon. Mijn god, wat een idioten hebben hier gewoond. Zoals altijd verbaast Heks zich weer over extreme decadentie en misbruik van macht. De wereld staat er bol van. Nu, vroeger en naar ik vrees ook de toekomst.

Amerika heeft een uitstekend voorbeeld van dit verschijnsel in de race voor de functie van president. De dubieuze Troefkaart van de republikeinen. (Trump betekent troef. Wat mij betreft betekent het Snoef…..)  Een narcist als presidentskandidaat. Idioterie ten top natuurlijk: Een gestoorde gek aan de top……

Jammer dat Trump geen genoegen neemt met een positie als kasteelheer op het franse platteland. Daar kan hij beduidend minder kwaad dan in Washington.

De nieuwe Trumptower?

Als we het hele bouwwerk hebben verkend is het tijd voor een ijsje. In het stadje is een geweldige ijssalon. Wel tachtig soorten liggen uitgestald in een vitrine, ook een flink aantal smaken geschikt voor consumptie door Heks met haar achterlijke dieet. We bestellen een paar enorme bollen en een kopje koffie. Verrukt smikkelen we van het zalige goedje.

‘Ik neem er nog eentje,’ verzaligd likt mijn tafelgenoot langs haar lippen. Zonder problemen werkt ze nog een bol naar binnen. Ik lig intussen al een beetje om van al die suiker, dus ik laat het hierbij. Heks is allang blij dat ze een keertje mee kan doen. Meestal kijk ik de andere kant op als mensen zich te buiten gaan aan zalige zoetigheid zoals taart, toetjes en ijsjes.

Er zit altijd wel iets in dat ik niet mag en bovendien verdraag ik suiker niet goed. Zoals iedereen overigens, maar de meeste mensen hebben dat totaal niet in de gaten….. Die denken dat ze ergens anders zo moe van worden. Of schimmelig. Of dik……

Suf van de suiker en eufoor van ons geweldige uitje rijden we terug naar Lower Hamlet. ‘Dank je wel voor deze heerlijke middag,’ zeggen we tegen elkaar. Mijn vriendinnetje is weer helemaal bijgetrokken. De dag volgend op onze trip is ze druk bezig om haar vlucht naar Amsterdam te cancelen. Ze hoeft niet meer te vluchten.

Ze is net als ik: Arrived. Home!

Duras22

 

 

Vurig pleidooi voor matigen van innerlijk vuur, zodat het geen vernietigende uitslaande brand wordt. Niks mis met een vurig karakter overigens. Of een lopend vuurtje. Dit element heeft fantastische kwaliteiten. Niet voor niets heeft de mens het met moeite van de goden gestolen……

De avond na mijn minivakantie staat Nice in brand. Een gek in een vrachtwagen rijdt meer dan 80 mensen dood voor de goede zaak. Nou ja,  zijn goede zaak. IS eist de aanslag later op, maar Heks krijgt sterk de indruk dat de man andere beweegredenen heeft gehad. Hij was depressief en ellendig na een echtscheiding: Niets zo prettig als het delen van je ellende. Gedeelde smart zou als het goed is die emotie halveren…..

Helaas zit er een kronkel in die redenering. Een kronkel, die zich in menig getraumatiseerd brein heeft genesteld: Als ik pijn heb moeten anderen dat ook maar voelen. Mijn pijn zal zijn. Interzijn. Pijn doen is fijn.

Onlangs kijkt Heks naar Doctor Phil. Een moeder zit op de praatstoel. ‘Mijn zoon is een gevaar voor de samenleving. Hij is geobsedeerd door wapens en heeft al regelmatig zijn wens uitgesproken om een keertje een heleboel onschuldige mensen de dood in te jagen. Samen met hem, want hij wil niet leven. Hij haat het leven, stopt zichzelf vol drank en drugs, kortom: Ik sta niet voor mijn eigen kind in… Help!’

Ze heeft al heel wat keren de politie op haar eigen zoon afgestuurd. Tot nu toe met weinig succes, want het jong heeft nog niet met zijn beoogde killing spree huisgehouden…. Toch heeft de arm der wet het joch nu opgepakt. Net op het moment dat de ‘Good Doctor` zich met het verhaal gaat bemoeien…..

Phil heeft het kereltje toch kunnen interviewen. Wat er uit zijn mond komt is schrikbarend. Verontrustend. Schokkend. Ja, hij wil inderdaad mensen doodmaken. Hij weet nog niet precies hoe. Misschien met een bom bijvoorbeeld. Hij heeft op internet alle kennis vergaard rondom het bouwen van een effectief destructief knallend  exemplaar. Appeltje eitje.

Maar ook met een automatisch vuurwapen lekker in het wilde weg op een nietsvermoedende mensenmassa schieten lokt hem aan. Hij is een groot bewonderaar van verschillende massamoordenaars. Hij bestudeert deze mensen nauwkeurig. Weet van alles te vertellen over zijn idolen, de rotste appels op onze wereldfruitschaal. Zo wil hij ook worden. Het is zijn grote ideaal!

Als Phil doorvraagt komt er een interessante uitspraak uit de mond van dit rokende lont. Waarom hij dit wil doen? Waarom schiet hij zichzelf niet simpelweg een kogel door de kop om er vanaf te zijn? Waarom moeten er zoveel mensen met hem de dood in worden gejaagd? Wat motiveert hem?

PIJN. Hij voelt zo ongelofelijk veel pijn van binnen. Hij wil dat anderen die pijn ook voelen. Hij wil dat met name onschuldige mensen die pijn voelen. Want die zijn maar gelukkig en blij, je wordt er niet goed van. Wat weten zij nu eigenlijk helemaal van het echte leven?

Door zomaar at random medemensen weg te vagen berokken je in no time geweldig veel leed: Dan voelen ze ook eens wat er binnen in de dader leeft: Die verschrikkelijke afschuwelijke pijn.

Zo simpel is het dus. Niks geen ideologie. Gewoon diepe tragiek van een geïsoleerd mens. Een afgescheiden zelf met slechte ideeën. Een overkokende eenzame beerput.

Heks heeft zich het afgelopen jaar ook met enige regelmaat erg eenzaam en ellendig gevoeld. Ik ben door een diepe depressie gekropen. Niet dat ik de aanvechting kreeg om een moordwapen aan te schaffen…. Laat staan dat ik fantasieën heb om anderen op die manier leed te berokkenen…..

Wel heb ik intense woede ervaren naar mijn agressors. Witheet, kort lontje, schelden en tieren? Met enige regelmaat stak het de kop op. Woede is een dolle hond. Hij rent rondjes door je lijf. Ongrijpbaar maar zeer aanwezig. Woede is een vernietigende binnenbrand. Het verteert je. Woede kan ook als een uitslaande brand je hele omgeving verwoesten.

Toch kost het ons vaak moeite toe te geven hoe kwaad we zijn. We weigeren ernaar te kijken. Blind van woede, tekortgedaan, verontwaardigd en verslagen wagen we ons opnieuw op het slagveld. Om wraak te nemen. Om te vergelden. Om meer kwaad te doen. Oog om oog. Ik blind van woede? Dan jij ook. Jouw tand voor de tand van m’n tante……

Er is niets mis met innerlijk vuur, maar woede is gênant, want je verliest je verstand. Over het algemeen is het geen emotie waar we trots op zijn.

Het idee om anderen net zo te laten lijden als jijzelf ooit hebt gedaan is natuurlijk absurd. Toch doet het behoorlijk veel opgeld. Niet alleen onder terroristen. Een ouder, die z’n kind niks gunt omdat hijzelf niks had als kind? Precies hetzelfde. Kun je nagaan! Je moet wel ongeveer een heilige zijn om niet jouw emoties op een ander te verhalen. Mensen met pijn doen pijn.

Mijn geliefde leraar Thich Nhat Hanh roept zijn leerlingen op om eerst naar hun eigen woede te kijken. Om het te omarmen en te wiegen als een kind. Om ervoor te zorgen. In het klooster koop ik een mooi boekje met meditaties rondom woede, ‘Innerlijk Vuur’. Ik ben vastbesloten mijn eigen woede aan te pakken. Als ik thuis ben na mijn retraite open ik het kleinood lukraak.

Ik lees ‘Als iemand je huis in brand steekt ga je toch ook niet achter die persoon aan rennen. Beter zorg je eerst dat de brand geblust wordt’ of iets dergelijks. Het slaat in als een bom. Ik heb inderdaad als een gek achter mijn agressors aangerend. In een poging hen te stoppen of te begrijpen.

Het slaat natuurlijk helemaal nergens op. Pas tijdens mijn retraite ben ik weer goed voor mezelf gaan zorgen. Eindelijk heb ik het lijntje met mezelf weer hersteld. De relatie met mijn soulmate, mijn ziel, mijn goddelijke kern.

Ik ben geen evangelist. Het idee om allerlei gedachtengoed aan anderen op te dringen staat me tegen. Vrijheid staat hoog in mijn vaandel. Maar wat zou de wereld opknappen als iedereen zijn of haar woede zou zitten omarmen voor de verandering. Wat zou de mensheid erop vooruitgaan als we ons lijden niet meer aan anderen zouden opleggen.

Want in hoeverre is dat vrijheid? Dat dwangmatige vermeerderen van onze eigen ellende. Het ziekmakende vernietigen van alles wat mooi en heilig is…..

We zijn allemaal het centrum van het universum. Wetenschappelijk bewezen, vraag maar aan Stephen Hawking. Het middelpunt van het heelal zit op het puntje van je neus. Van daaruit dijt het uitspansel uit. Baart het nieuwe werelden. Dit prachtige lichaam van de Goddelijke Moeder, bij wie  ieder van ons in haar hart woont.

 

Minivakantie in bont gezelschap op prachtige locatie. Oude school bewijst goede dienst als modern vakantiehuis: Het leven een leerschool? Nu even niet!

 

drenthe01

Woensdagmorgen om een uurtje of tien staat Frogs op de stoep. We gaan een paar dagen op vakantie. Kras heeft een huis gehuurd in Drenthe en haar hele vriendenkring uitgenodigd. Wie kan komen komt. Supergezellig natuurlijk.

Heks is net een beetje bijgetrokken van haar retraite. Ik heb nog niet eens al mijn vakantiespulletjes opgeruimd of ik sta alweer in te pakken. Gelukkig ga ik niet kramperen deze keer. Dat scheelt enorm in de mee te sjouwen troep.

Ik zoek me een ongeluk naar mijn koffer. Het onding is verdwenen. Wat vreemd, ik had em toch in de berging gezet? Staat hij dan nog in de gang? Of op mijn werkkamer? Nee, het valies is nergens te vinden. Bizar.

Zoals altijd als ik iets niet kan vinden denk ik dat het gestolen is. Een hardnekkig fenomeen sinds mijn stelende thuiszorg jaren geleden. Die gemene griezelige narcistische Indiase vrouw met haar grote brutale mond vol gouden tanden, haar pad-achtige kleine dikke volgepropte lijf behangen met goud en haar stem als een cirkelzaag heeft me echt een trauma bezorgd. Mijn onbevangenheid als ik iets niet kan vinden is voorgoed naar z’n gallemiezen.

Nu verdwijnen er nog steeds zo nu en  dan spulletjes uit mijn huis. In Plumvillage koop ik bijvoorbeeld als eerste een nieuwe wandel-bel om mijn zoekgeraakte bel te vervangen. Een paar jaar geleden liet ik dit vernuftige wonder der techniek enthousiast aan een destijds graag geziene gast zien en dat is de laatste keer geweest dat ik de bel zelf gezien heb. Weg! Verschwunden….. Nooit meer teruggevonden……

Ook die gast laat zich overigens niet meer zien in Huize Heks, maar dat kan natuurlijk toeval zijn: Meestal komen mijn spulletjes na een tijd gewoon weer tevoorschijn uit de in mijn huis heersende troep.

Heks heeft natuurlijk gewoon teveel spullen. En als een slak sjouw ik mijn huisraad ook nog eens achter me aan. Gemiddeld loop ik wel een uur per dag naar iets te zoeken: Als je niets hebt raak je ook niets kwijt. Een kopzorg minder…..

Frogs gooit alle bagage in zijn bolide en een uurtje later zijn we op weg. Eerst Ysbrandt eventjes ergens lanceren natuurlijk. Het monster mag ook mee. ‘Wie komen er eigenlijk nog meer?’ vraagt mijn kikkervriend. Geen idee. Het is een grote verrassing.

Mijn vriend zit aan het stuur en ik vlecht met kleurige linten een pak lavendel tot mooie flesjes. Het is een behoorlijk end rijden. Pas in de loop van de middag zijn we ter plekke.

Kras heeft een oude school gehuurd blijkt. Het is een prachtig gebouw, smaakvol verbouwd en ingericht. Beneden is een enorme ruimte met hoge ramen, een open haard en een ruime keuken. Er brandt een lekker vuurtje in de haard. Mooi zo. Het is er echt weer voor!

De gigantische huiskamer is gevuld met gekrijs van kinderen en geblaf van honden: Onze nieuwe huisgenoten. We laten het over ons heenkomen. Iemand geeft ons koffie en we eten een boterham. Langzamerhand landen we een beetje in dit paradijselijke oord.

’s Avonds zitten we met alle gasten rond de ellenlange tafel. Er is heerlijk gekookt door deze en gene: Dat regelt zich allemaal vanzelf blijkt.

Genoeglijk zitten we later bij elkaar. Iedereen doet maar zo’n beetje waar ie zin in heeft. Af en toe verdwijnen we naar buiten met de hondjes. De omgeving is schitterend mooi. We drinken het landschap in….

Een paar heerlijke dagen slaan we zo stuk met elkaar. Het bonte gezelschap smeedt zich aaneen tot een internationale familie. Niets hoeft, alles mag.

‘Dank je wel, Kras, voor dit geweldige initiatief,’ als we weer thuis zijn bedank ik mijn vriendin, ‘Je hebt zo’n fantastische ruimte geschapen om bij elkaar te zijn. We hebben het heerlijk gehad.’

Intussen heb ik ook als mosterd na de maaltijd mijn koffer weer teruggevonden in de berging. Helemaal niet uit de gang gestolen dus! Wel ben ik intussen mijn goeie bril kwijt. Hij zat niet in de brillenkoker. Al een week zoek ik me een ongeluk, hetgeen niet meevalt zonder bril. Zou ‘ie soms gestolen zijn? Wat denk je?

 

 

Paradijselijke LUSTthof gerund door een ex-monnik. Het klinkt tegenstrijdig, maar dat is het niet. Het woord strijd is sowieso volstrekt niet van toepassing op deze vredige locatie…..

De dag voor onze roadtrip ben ik ook al met mijn vriendin de non op stap. Probleemloos komen we deze keer om half tien uur ’s morgens aan in het andere klooster voor de dharmatalk. Een soort boeddhistische preek of les. ‘Zullen we samen lunchen straks? Ik heb geen zin om de hele middag hier in de drukte te blijven, maar ik weet wel een mooi rustig plekje om te picknicken….!’

Mijn vriendin kijkt me stralend aan, ‘Het is een prachtige rozentuin hier in de buurt. Met een theehuis erbij. De uitbater is een uitgetreden monnik. Hij heeft een praktijk voor osteopathie gecombineerd met die tuin. Dit nadat hij is getrouwd met een vrouw, die altijd met haar kinderen ons klooster bezocht, nadat ze heel jong weduwe was geworden. Zij stamt uit een familie met landerijen….’

Ze wijst in de verte, waar het landgoed zich bevindt. ‘Goh,’ zeg ik verwonderd tegen mijn gesprekspartner, ‘ Ik dacht dat je voor je leven het klooster in gaat, als je intreedt, maar ik hoor voortdurend verhalen over mensen, die na een paar jaar trouwen en kinderen krijgen.’  We grinniken.

‘Ja, het is inderdaad de bedoeling dat je blijft, maar in de praktijk werkt het toch anders. Uit mijn ordonatie-clubje is bijna niemand meer over. Ikzelf en nog iemand anders. Die is echter al een tijdje met verlof. Het kloosterleven is echt niet altijd gemakkelijk!’

Intussen heb ik ook dit jaar toch al weer heel wat aspiranten rond zien lopen; Mensen met een groot verlangen om permanent tot deze kloostergemeente te behoren. ‘Ben jij soms van plan om non te worden?’ roept mijn vriendin enthousiast, als ze me hoort oreren. We schateren van het lachen. Vrolijk hik ik nog een beetje na. Ik een non? Heks ziet er weinig heil in. Ze acht zichzelf totaal ongeschikt voor een dergelijk leven. Alleen het celibaat al zou me opbreken.

Daar ben ik als heks natuurlijk totaal op tegen. Het liefst zou ik de mensheid opvoeden in het hebben van goede seks, zoals de priesteressen van de Godin dat vroeger deden. In de tijd van het matriarchaat. Toen vrouwen nog tevreden waren met hun hangtieten, ronde kont en flappende schaamlippen. De gouden tijd voor de playboykutjes en vrouwenbesnijdenis. Overigens min of meer hetzelfde in mijn optiek.

Maar een paar jaar verplicht het klooster in lijkt me een prima idee. Op jonge leeftijd. Bij wijze van dienstplicht. Maatschappelijk weerbaar worden: Met mindfulness als wapen…..

In Thailand bijvoorbeeld is het heel gewoon voor jongemannen om voor een korte periode het klooster in te gaan. Een paar weken of maanden. Geheel vrijwillig overigens, dwang is meer iets voor ons chrgrgrrrristenen. Gewoon een beetje dreigen met zonde, hel en verdoemenis en je zet een groot deel der mensheid probleemloos naar je hand!

Maar goed, mijn vriendin moet ik helaas teleurstellen. Ik hang mijn toverstafje niet aan de wilgen: Ik blijf gewoon toverheks. We storten ons in de hectiek van de dharmatalk. Vandaag spreekt er een politieagente uit Seattle. Speciaal ingevlogen vanuit de Verenigde Staten. Ze blijft maar anderhalve dag!

De vrouw houdt een geweldig boeiend verhaal. Een Boeddhistische politieagente? Mindful schieten? Is dat wel gepast? ‘Politieagenten dragen nu eenmaal vuurwapens, daar kun je beter mindful mee omgaan,’ zei Thay haar ooit toen zij hem die vraag stelde. Intussen heeft zij haar sporen verdiend binnen haar beroepsgroep op het gebied van mindfulness. Thich Nath Hanh heeft zelfs een keer een retraite gegeven speciaal voor haar politiekorps.

Na de talk spoor ik mijn geliefde zuster op: We gaan lekker de hort op samen. Giebelend lopen we naar mijn autootje. Ik heb allemaal lekkere dingetjes in mijn koelbox gestopt en ook mijn vriendin heeft een picknickpakket bij zich. We rijden op ons gemak richting rozentuin. Binnen tien minuten zijn we ter plaatse.

Als we uit mijn kanariepiet stappen zweemt de zoete geur van egelantier ons al tegemoet. Het subtiele parfum bedwelmt onze zinnen en we zijn nog niet eens binnen in deze prachtige lusthof!

We duwen een groot smeedijzeren hek open. De tuin is enorm en we zijn de enige bezoekers! Wat een feest! Heks is flauw van de honger, dus we zoeken eerst een plekje in de schaduw voor onze picknick. Mijn oog valt op een intiem prieeltje. Ook hier geuren verschillende rozen je tegemoet. We installeren ons tussen de bomen, bloemen en planten en pakken ons lunchpakket uit.

Daarna dwalen we op ons gemak door de tuin. Overal hangen prachtige gedichten over rozen in het struweel. Er is ook een geweldige boomhut. Op de tafel iets verderop liggen pen en papier in een doos. Je kunt zelf iets schrijven en achterlaten in een brievenbus aan een dikke boom. Wat leuk allemaal. Interactiviteit avant la lettre.

DSC03905

Net als we de hele tuin mateloos hebben bewonderd stromen er andere bezoekers binnen, kloostergenoten en medeparticipanten. Als een duveltje uit een doosje komt ook de uitgetreden monnik tevoorschijn. Hij heeft al zijn haren weer terug, een dikke bos. ‘Het is de bedoeling dat je een kaartje koopt voor een bezoek aan de tuin,’ begint hij verontschuldigend, ‘het is vijf euro, maar dan mag je het hele jaar naar binnen.’ Een koopje natuurlijk, we betalen grif.

De andere bezoekers storten zich vervolgens in het charmante theehuis op ijsjes, maar wij maken ons uit de voeten. Het is weer mooi geweest. Vanmiddag wil ik nog een uiltje knappen. Wat een geweldige gewoonte in het klooster is dat toch: Ze staan hier wel idioot vroeg op (5 uur), maar iedereen gaat in de loop van de middag eventjes plat. Deep relaxation wordt het genoemd. De vlag dekt de lading. Ik ben er dol op.

Wat een heerlijke dag is het. En er gaan nog vele verrukkelijke dagen volgen. Met warme lieve mensen in een paradijselijke omgeving.

 

Road trip: Toverheks, Boeddhistische Non en Bosuil ofwel une Chouette Hulotte gaan op queeste; Reizen naar buiten en naar binnen…. Een geneeskrachtig avontuur.

De aspirant monnik bekijkt de vogel voorzichtig.

Als ik een goede week in het klooster ben hebben we les op een andere locatie: New Hamlet. Het is een flink end rijden, dus iedereen is al vroeg uit de veren om op tijd bij de bus te zijn. Heks gaat met de auto, ondanks het dringende verzoek om dat niet te doen. Iemand spreekt me er zelfs vermanend over toe. ‘Klets maar raak,’ glimlach ik onschuldig zwijgend naar de bemoeial, ‘Ik heb zo mijn redenen om met eigen vervoer te gaan en die gaan je niets aan!’

We krijgen hulp van een paar lieve dames. Deze schat heeft ook een gele Peugeot 107 vertelt ze me. Wat een toeval! Een Franse versie van Heks!

Heks wordt regelmatig op de vingers getikt over allerlei vermeend slecht gedrag. Gisteren nog hier in de kerk. Waarom ik toch altijd op het nippertje naar binnen schuif. Of ik soms aandacht wil trekken? Stond ik me toch nog een beetje te verdedigen, omdat ik de vingertikster graag mag…. De vrouw heeft wel een punt natuurlijk, zeker in haar optiek. Maar ja. Ik heb nu eenmaal de grootste moeite om waar dan ook op tijd te zijn, überhaupt om waar dan ook te zijn!

In het klooster kost het me niet de minste moeite om op tijd te zijn. Ik heb gewoon niets anders te doen: Geen hond uitlaten, behandelaars bezoeken, administratie bijhouden, huis opruimen….. Met het grootste gemak arriveer ik overal op het juiste tijdstip. Heerlijk. Ik haast me nergens voor en als ik iets niet haal, laat ik het gewoon schieten.

Vanmorgen rijd ik met mijn vriendin, de Nederlandse non, naar het andere klooster. Op ons gemak gaan we op pad. Als we het dal uitdraaien en op de heuvelkam terecht komen stokt zoals altijd de adem in mijn keel. Het uitzicht is adembenemend! Kilometers ver kijken we door de Dordogne. Ontroerd rijd ik over de kam langs het dal.

Plotseling zien we een bevriend echtpaar langs de weg lopen. Voor hen uit loopt een dame met een enorme vogel in haar handen. Het is een uil! Heks stopt haar auto. Snel springen we er uit. De vrouw legt de vogel in een greppel en gaat er snel vandoor. ‘Hij lag op de weg, hij is gewond! Helaas heb ik geen tijd om me er verder mee bezig te houden. Ik heb haast, ik moet naar mijn werk, mijn baas zit op me te wachten!’

la chouette hulotte

la chouette hulotte

Onthutst staan we te kijken. ‘Leeft die uil nog?’ informeer ik bezorgd. Het beest leeft nog. Onze vriend haalt hem voorzichtig uit de greppel en houdt hem omhoog. Goeie hemel, wat een prachtig dier! Eén oog zit dicht, maar zijn andere oog kijkt me helder en wakker aan. Ik voel mijn hart opengaan.

‘Hij is waarschijnlijk geraakt door een auto,’ zeggen we tegen elkaar, ‘Hij moet naar een dierenarts.’

Onze vriendin, de non, helpt het gezelschap uit de droom. ‘Je hoeft hier echt nergens aan te komen met gevonden wild. Vorig jaar vond ik een aangeschoten hert. De enige, die ik ervoor kon interesseren was de jagersvereniging. Geen dierenarts wil er zijn handen aan branden. Zij willen alleen maar huisdieren. Of vee. We moeten iets anders verzinnen…..’

We besluiten naar het andere klooster te rijden en het gewonde dier mee te nemen. ‘Ik laat je niet in de steek, uileballetje,’ slis ik stiekem in uilentaal tegen de vogel, ‘Ik zal zorgen dat je ergens wordt geholpen, wees maar niet bang!’

Uit mijn lijf komt een veld rustgevende moeder-aarde-energie. Het legt een deken van liefde en kalmte rondom het diertje. De Godin heeft zich het lot van haar vogelkind aangetrokken. De Grote Moeder gaat alle zeilen bijzetten om dit prachtige schepsel te redden!

‘Misschien is er wel een dierenarts onder de deelnemers aan de retraite,’ zeg ik hoopvol tegen mijn vriendin, als we weer onderweg zijn. Zij zit naast met met de uil in een knalgele gebloemde koeltas op haar schoot. Hij zit gerieflijk op een fleurig tafelkleedje! Het dier is gelukkig heel rustig. Stress is funest. Dodelijk vaak bij aangeschoten wild….

Bij de dierenarts

In het klooster blijkt dat er inderdaad een dierenarts aanwezig is: Eén van de aspirant monniken beoefende in zijn vorige leven dit beroep. Na de lezing snorren we hem op. Ook een paar dierlievende dames staan ons met raad en daad terzijde. Zij vinden een kliniek in Bordeaux, waar ze wild behandelen in plaats van opeten. En een vogelresort in Arcachon, die het dier na de eerstelijns behandeling wil rehabiliteren!

‘Het beestje ziet er behoorlijk levendig uit,’ de knappe aspirant kijkt me verbluft aan, ‘en hij is zo relaxed, dat is echt een wonder. Soms gaan ze dood van de stress nog voordat je iets voor hen hebt kunnen doen. Ik laat hem dan ook zoveel mogelijk met rust, volgens mij is hij prima te redden! Maar dan moet hij helaas helemaal naar Bordeaux!’

‘Het is wel een ongelofelijk end rijden,’ roepen mijn nieuwe vrienden door elkaar. We staan te overleggen hoe het nu verder moet. ‘Ik vind het geen probleem om te gaan, als jullie me het adres geven en eventjes met die mensen willen bellen dat ik er aan kom, dan ga ik direct op weg,’ verzucht ik. Ik laat dit dier niet stikken!

Mijn vriendin  de non kijkt me stralend aan. ‘Ik ga mee, we hebben vanmiddag toch geen dharma-discussie, ik heb mijn handen vrij, dus het komt prima uit!’ Ha fijn. Een road trip met mijn maatje! De uil wordt met koelbox en al in een kartonnen doos gezet. Zorgvuldig bevestig ik het geheel in de veiligheidsgordels. Even later zijn we op weg.

Weer is er een péage ondergelopen door de overvloedige regenval. Dat betekent ook nog eens omrijden! We nemen de prachtige route national. Die is behoorlijk bobbelig, hetgeen me zorgen baart. Ik hoop dat Uil er niet al teveel last van heeft! De weg voert ons langs kleine dorpen en stadjes. Wat is het hier toch schitterend mooi. Op ons gemak rijden we naar Bordeaux.

Intussen zitten we heerlijk met elkaar te praten: Mijn vriendin vertelt me haar hele levensverhaal! Daar hebben we alle tijd voor! Tegen het eind van de middag zijn we in de grote stad. Het is druk, want vrijdagmiddag en spits. De TomTom voert ons echter moeiteloos via een tussenweg naar het doel, een schier onvindbare kliniek.

‘Ah, een Hulotte!’ roepen de artsen in koor als we met onze kleine gewonde vogelvriend binnenkomen. Ofwel een Chouette Hulotte, een bosuil! Wat klinkt dat ook weer lekker, zo’n zoete chouette in plaats van een uil….. Ze tillen hem uit de doos. Geroutineerd wordt hij bekeken. Het beest geeft geen kik. De dokter aait hem over zijn bolletje en hij vindt het heerlijk!

‘Het is zo’n schatje, ik kon hem ook gewoon knuffelen en aaien, dat had ik helemaal niet verwacht,’ zegt Heks verwonderd tegen de arts. ‘Van alle uilen is dit de meest lieve soort. De gemiddelde uil kan best agressief zijn, die moet je echt niet proberen te aaien. Handschoenen zijn dan onontbeerlijk…. Maar deze soort is erg vriendelijk!’

Nou, was ik al verliefd op het dier, dit kleine wonder, dan word het nu alleen maar erger. Verrukt kijk ik hoe ze mijn schatje meenemen voor een grondig onderzoek. We wachten rustig totdat de artsen klaar zijn met het beestje. We willen uiteindelijk weten hoe het afloopt natuurlijk!

‘Hij heeft alleen een flinke bloeduitstorting rond zijn oog, zijn vleugels zijn goddank nog intact. Hij heeft absoluut een aanvaring met een auto te verduren gehad! We geven hem antibiotica en wat cortisonen. Maandag gaat hij naar Arcachon, voor revalidatie. Hij komt er weer helemaal bovenop. Dank jullie wel voor het brengen, niet veel mensen getroosten zich die moeite!’

We nemen tevreden afscheid. Wat heerlijk dat het zo goed afloopt. Dolgelukkig beginnen we aan de terugweg.

‘We gaan het eten in het klooster niet meer halen, Heks, zullen we ergens onderweg stoppen om iets te drinken?’ Een prima idee. Omdat het intussen erg druk is op de weg schieten we toch geen bal op. In een stadje doen we ons te goed aan koffie met gebak. We wandelen het hele plaatsje rond en babbelen intussen vrolijk verder over het leven in het algemeen en onze levens in het bijzonder!

Na een heerlijke middag achter het stuur met het beste reisgezelschap ooit komen we terug in het klooster. Tevreden, vrolijk, opgewonden en blij. Over een paar weken laten ze Uil weer vrij. Waarschijnlijk vindt hij zijn weg terug naar zijn habitat. Hemelsbreed is het niet eens zo ver naar Arcachon. Zo’n vogel vliegt met het grootste gemak over al die bergen en heuvels heen!

s’Avonds lig ik lekker in mijn tent. De eerste nacht van mijn verblijf  hier zat er een uil te roepen in de boom boven mijn hoofd. Een waanzinnig prachtig geluid. Ik kon er zelfs niet van slapen! Nu is het rustig. Alleen geritsel van bladeren. ‘Zou het dezelfde uil zijn geweest zijn?’ vraag ik me af. De kans is groot, want we hebben het dier hier vlakbij gevonden.

De volgende dag vind ik een piepklein veertje in mijn koelbox, tezamen met een uilepoepje op mijn gebloemde tafelkleedje. Het kleedje spoel ik uit. Dus uilen poepen, ondanks hun tevens produceren van uilenballen. Ze hebben gewoon ook een cloaca, net als alle andere vreemde vogels!

Het veertje plak ik in mijn aantekeningenboek. Een klein bewijs van de onwijs gave redding van een wijze vogel.

DSC03941

Hoe tekenbestrijding schimmelvorming in de hand werkt en hoe opgelucht ademhalen je humeur verbetert!

Na  mijn vakantie ga ik aan de antibiotica. Ik heb een tekenbeet opgelopen en de plek is licht ontstoken. ‘Ik zie geen kring,’ zegt de huisarts. Nee, maar niet iedereen, die Lyme oploopt krijgt zo’n kring. Er zijn uitzonderingen. Heks reageert altijd anders dan de rest. Een muggenbeet levert intense pijnen op. Wie weet wat er gebeurt na een tekenbeet…..

‘Ik geef je een kuur voor tien dagen,’ mijn huisarts is eruit. Geen risico nemen in dit geval. ‘Twee weken,’ zegt hij als hij mijn gezicht ziet. Heks is als de dood dat ze Lyme oploopt. Het zou absoluut het einde van mijn leven beteekenen. Zonder Lyme is het al een hele heisa om mezelf in de lucht te houden!

‘Je mag niet in de zon met deze medicatie,’ waarschuwt zowel de arts als de apotheek me. Mooi is dat. Verplicht binnen zitten midden in de zomer! Het blijkt niets uit te maken. Het is vreselijk weer. Zonder problemen houd ik me aan het protocol.

Na elf dagen steek ik mijn tong uit naar mezelf. Een bruine tong, helemaal beschimmeld. Bah. De kuur heeft de deur open gezet voor allerhande organismen, die niet in mijn lijf thuishoren. Een kort overleg met de huisarts volgt. Ik stop met de kuur en ga over op de Trisporal. Ik moet nu die schimmelkolonies weer wegwerken.

Intussen werkt mijn LDN niet meer naar behoren. Bijwerking van de schimmels. Ik verrek van de pijn. Ik krijg mezelf nauwelijks in de benen, maar het moet. Hondjes laten zichzelf niet uit. Mijn heupen hangen sinds mijn reisje chronisch uit de kom…..

Met X-benen strompel ik de trap op en af. Gouden tip van mijn jongste zus: Hypermobiliteit zit in de familie.

Denk nu niet dat het slecht gaat met Heks. Ik zit prima in mijn vel. Dat wel. Ik voel me veel beter dan ik me in tijden gevoeld heb. Hoe het komt? Geen idee.

Mijn omgeving is niet wezenlijk anders. Ik ben nog steeds veel te veel alleen. Mijn lijf functioneert onverminderd knudde. Maar elke avond mediteer ik op mijn kussentje voor mijn enorme bel: Gepokt en gemazeld door de ademsoetra! Ik wandel met mijn hondje en ben helemaal hier en nu.

Zaterdagavond is het eindelijk een beetje zwoel als ik mijn laatste rondje met Ysbrandt maak. In een parkje passeer ik een clubje hangmannen. Als ik hen nader zijn de opmerkingen niet van de lucht. ‘Respect, mooie dame, wat zie je er ……’ de man zoekt naar woorden , maar vindt ze niet, ‘zo verzorgd, zo goed…’ Heks groet het gezelschap en wandelt tussen hen door als door een erehaag.

Het is de Godin in me, die zo danst en bloeit. De Boeddha, die in me ademt en wandelt. Het wakker geworden Christusbewustzijn. Noem het hoe je wilt: Ik ben weer in mijn heiligdom aangeland. En ondanks alle gekreukel van de laatste tijd, want geloof me, zo’n lijf is echt geen pretje, ben ik werkelijk thuis. Bij mezelf. I have arrived, I am home!

 

Ãnãpãnasati Soetra

“Lang inademend, weet hij: ‘Ik adem lang in.’ Lang uitademend, weet hij: ‘Ik adem lang uit.’ Kort inademend, weet hij: ‘Ik adem kort in.’ Kort uitademend, weet hij: ‘Ik adem kort uit.'(4)
“Hij traint [zichzelf]: ‘Het gehele lichaam ervarend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘Het gehele lichaam ervarend, zal ik uitademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De lichamelijke formaties kalmerend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De lichamelijke formaties kalmerend, zal ik uitademen.’ 

 “Hij traint [zichzelf]: ‘Vreugde ervarend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘Vreugde ervarend, zal ik uitademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘Geluk ervarend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘Geluk ervarend, zal ik uitademen.’ 
“Hij traint [zichzelf]: ‘De mentale formaties ervarend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De menale formaties ervarend, zal ik uitademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De mentale formaties kalmerend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De mentale formaties kalmerend, zal ik uitademen.’ 

 “Hij traint [zichzelf]: ‘De geest ervarend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De geest ervarend, zal ik uitademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De geest tevredenstellend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De geest tevredenstellend, zal ik uitademen.’
“Hij traint [zichzelf]: ‘De geest concentrerend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De geest concentrerend, zal ik uitademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De geest bevrijdend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De geest bevrijdend, zal ik uitademen.’

 “Hij traint [zichzelf]: ‘Onbestendigheid beschouwend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘Onbestendigheid beschouwend, zal ik uitademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘Ondergang beschouwend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘Ondergang beschouwend, zal ik uitademen.'(5)
“Hij traint [zichzelf]: ‘Ophouding beschouwend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘Ophouding beschouwend, zal ik uitademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘Loslaten beschouwend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘Loslaten beschouwend, zal ik uitademen.’

Soms zit er gewoon een steekje los aan iets of iemand. Of een kabeltje. Dat is prima te verhelpen. Problemen met je moederbord kun je beter niet oplopen: Dat betekent meestal einde verhaal!

Vakantie is vermoeiend. Het werkt al sterk ontregelend op de gemiddelde mens, maar voor een ME-patiënt is het bijkans dodelijk. Gelukkig maar dat het zo leuk is om je mee bezig te houden over het algemeen. Dat maakt het dan weer de moeite waard. Het is tenslotte nogal iets om je leven ervoor te wagen!

Een jaar geleden kwam ik ook terug van een reisje. De meest verschrikkelijke vakantie ooit. Met een soort bermbom naast me in de auto. Mijn tent gedeeld met een voortdurend erupterende vulkaan. Ik heb de foto’s nooit meer bekeken, de zwavelige bom uit mijn bestaan gebannen en de draad van mijn leven uiteindelijk weer opgepakt.

Het had wat voeten in de aarde, maar het is gelukt om me los te maken van die kwibus. Tijdens mijn verblijf in het klooster voel ik de laatste restjes ellende uit mijn lijf trekken. Letterlijk. Ik heb de eerste week wat indringende doch vage dromen over de fulminerende vulkaan.

Ik doe geen enkele moeite om ze me te herinneren. Het zijn restdromen. De laatste rommeltjes worden uit mijn heilige tuin geveegd. Opgeruimd staat netjes.

Mijn heilige tuin. Mijn innerlijk heiligdom. Leeggeroofd en vernacheld. Geplaatst in deze Boeddhistische hof van Eden vol pruimen, nonnetjes en lieve leken kom ik helemaal bij. Mijn gaarde bouwt weer op. Binnen een paar dagen heradem ik. Ik hervind mijn Mojo.

De tijd in het klooster vliegt voorbij. Ondanks het feit, dat we alles zo traag doen. Ik keer alweer huiswaarts voor ik er goed en wel aan toe ben. Een dagje knallen achter het stuur en ik lig weer in mijn eigen bedje…..

Toch is het ook fijn om weer thuis te zijn al kost het me moeite om de boel hier weer op te pakken. Ik moet eerst enorm uitrusten van mijn vakantie. Pas na een week bel ik wat vrienden op.

Mijn geheugen is volledig gewist in het klooster. Prettig, maar niet handig! Ik vergeet een aantal afspraken…. Maar daar kom ik pas veel later achter.

Mijn computer doet raar, als ik em weer opstart. Mijn afwezigheid heeft hem geen goed gedaan. Uiteindelijk breng ik hem naar mijn geniale achterneef. Hij heeft slecht nieuws. ‘Ik ben bang dat het moederbord beschadigd is. Dat betekent meestal einde computer. Ik denk niet dat het dat kabeltje is waar we het eerder over hadden. Dat zag er namelijk nog goed uit. Voor de zekerheid zal ik toch nog een nieuw exemplaar bestellen, maar …..’

Hij bereidt me vast voor op een financiële aderlating, mocht het nieuwe kabeltje niets doen. Een nieuwe computer is een enorme uitgave!

Vandaag zit ik weer achter mijn oude vertrouwde MAC. Het vernieuwde kabeltje heeft goede diensten bewezen! Het zag er in eerste instantie slecht uit, maar in de praktijk viel het weer alles mee. Gelukkig maar. Mijn computertje is intussen precies ingericht zoals ik het hebben wil, ik wil em niet kwijt!

Zo keer ik langzaam in mijn leven terug. Ik heb nog prachtige verhalen in de pen over mijn reisje. Als ik een beetje bijgekomen ben zullen die er ongetwijfeld uitvloeien. Eindelijk kan ik ook mijn foto’s op mijn computer zetten. Mijn prachtige gerepareerde oude vertrouwde laptop.

Verrukkelijk romig amandelsoepje met venkel. Of venkelsoepje met amandelen. Geheel glutenvrij, lactosevrij en sojavrij natuurlijk. Lekker met tomatensalade en rucola/basilicumpesto.

i

Met enige regelmaat zit er een flinke venkelknol in mijn groentepakket. Ik ben er niet dol op. Op zich een prima groente, die venkel, maar zodra je em ergens aan toevoegt begint zijn smaak direct te overheersen…. Het gebeurt dus nogal eens dat de knol een rot einde heeft in de groentelade van mijn koelkast. Een weggerot einde wel te verstaan!

Onlangs eet mijn vriendinnetje Joy bij Heks. Zoals altijd zitten we uitgebreid te klessebessen over van alles en nog wat. Ook over lekker eten natuurlijk. Plotseling begint ze enthousiast te ratelen over een geweldig soepje van venkel met amandelen. ‘Het is zo verrukkelijk! En echt helemaal niet ingewikkeld qua bereiding. Ik ben er helemaal aan verslingerd…’

Mijn nieuwsgierigheid is gewekt. Als ik weer zo’n onverlaat tussen de worteltjes en broccoli aantref weet ik wat me te doen staat.

En ja hoor: Afgelopen week zit er weer zo’n onding in mijn pakket. Maar deze keer ligt hij niet vruchteloos in de groentelade te wachten totdat ik em een keertje in een visschotel stop. Binnen een dag verwerk ik de knol in een amandelroomsoep. Diezelfde avond belt Frogs me over iets. ‘Heb je al gegeten?’ Ik wil mijn nieuwe gerecht op iemand los laten natuurlijk. Mijn kikkervriend moet nog dineren. Grif accepteert hij mijn uitnodiging.

image

Als hij de eerste hap van de soep neemt slaakt hij onwillekeurig een kreet. Zo lekker is het! Ja, dit soepje is eersteklas subliem van smaak. En zo gemakkelijk te bereiden: Een kind kan de was doen.

Amandelroomsoep met venkel. Ofwel venkelsoep met amandelroom:

Snipper een ui en een paar teentjes knoflook, fruit in ruim olijfolie glazig, eerst de ui en later de knoflook. Voeg een fijngesneden venkelknol toe. Meebakken. Een paar flinke eetlepels amandelmeel even meefruiten. Liter kokend water erbij, bouillonblokjes oplossen. Alles eventjes laten doorkoken en staafmixen maar: Net zo lang doorgaan totdat een romige substantie ontstaat. Serveren met een beetje geschaafde amandelen of dille als garnering. Eet smakelijk!

Frogs krijgt ook nog een heerlijke tomatensalade met rucola/basilicumpesto voorgeschoteld:
Was een flinke bos basilicum en een grote bak rucola. Gooi in een keukenmachine. Pijnboompitten naar smaak toevoegen. Eventueel teentjes knoflook. Sap van een halve citroen of limoen erbij en een deciliter olijfolie. Geruime tijd laten pureren. Serveren met fijngehakte tomaten, bleekselderij en wat er verder zoal in je groentelade zwerft. Mmmmmmm.

Beide gerechten kunnen prima in de koelkast worden bewaard. Zodat je dagenlang verrukkelijk kunt lunchen…..

image

Heerlijk koffie drinken met Non Hollandaise gevolgd door niet blij zijn met een dode mus…… Dagen later ontdek ik het verschil tussen een dood vogeltje, maar dat is een ander verhaal. Een spannend verhaal bovendien! Met wel een goede afloop.

Na een paar dagen verwoest meedraaien in het kloosterritme is het ‘Lazy Day’. Deze dag word je geacht zo lui mogelijk door te brengen. Veel mensen krijgen dat niet voor elkaar. Als een zot gaan ze enorme wandelingen plannen, gezamenlijk bomen omhelzen of andere nuttige bezigheden verenigen met het aangename. Kortom: Er is van alles te doen!

Heks is echter kampioen in het houden van een degelijke ‘Lazy Day’. Als het weer het toelaat hang ik in mijn hangmat. Het weer laat echter niets toe deze retraite. Dientengevolge zit ik lekker onder mijn luifel voor de tent koffie te drinken met mijn vriendin de Non Hollandaise. Speciaal voor de gelegenheid heb ik naast mijn espressoapparaat ook mijn melkschuimer meegebracht. En stroopwafels!

We zitten heerlijk te klessebessen. Er valt veel bij te praten na twee jaar radiostilte. ‘Het lukt me niet om allerlei mailcontacten te onderhouden,’ verzucht mijn vriendin, ‘Zelfs mijn familie krijgt zelden een berichtje terug als ze me mailen. Het leven hier is gewoon te hectisch, er gebeurt altijd zoveel in het hier en nu. Bovendien zijn de internetmogelijkheden nogal beperkt. Brievenschrijverij schiet er volledig bij in…..’

Ik snap het. Ik kom ook niet toe aan smsjes met het thuisfront, laat staan emailcontact. Blogjes schrijven schiet er ook bij in. Liever geef ik me volledig over aan het leven in dit aardse paradijs. Ik leef op. Niet langer overleven! Nee. Leven! En bij lekker leven hoort een bakkie troost.

‘Mmmmmm,’ geniet mijn vriendin, ‘Wat is dit een heerlijk kopje koffie, Heks! Hier in het klooster ben ik echt de enige, die zoveel van koffie houdt. Vroeger was er nog een Duitse non met een voorliefde voor dit goddelijke goedje. Toch is het echt een Hollandse traditie, dat koffie drinken. Zo gezellig ook! Heerlijk!’

Urenlang doen we ons tegoed aan cappuccino, koekjes en chocolade. De rest van de dag hang ik lekker rond in en om mijn tent. Totdat ik met mijn Amerikaanse familielid naar St Foy le Grand tuf. Daar is een enorme Leclerc. Ik wil een blogje posten en een reserveluchtbed scoren. Ook mijn gasfles is bijna leeg.

Mijn maatje is toe aan een kleine break. Het kloosterleven trekt een zware wissel op haar humeur. Een zekere onrust maakt zich van haar meester. Na een kleine roadtrip voelt ze zich een stuk beter.

Op de terugweg zitten we lekker te lachen. De ramen van mijn auto staan open, het is heerlijk weer geworden.

Plotseling horen we een harde knal. Een vogel heeft zichzelf dood gevlogen tegen de spiegel aan de passagierskant. Hij zit bekneld tussen de spiegel en het raam.

Verschrikt stop ik mijn dodelijke kanariepiet. We halen de verongelukte vogel voorzichtig van mijn auto af. Een sliertje bloed komt uit zijn bekje. Zijn oogjes zijn dicht. Slap hangt hij in de handen van mijn kompaan. Het leven is echt uit zijn lijfje geweken……..

Naast de weg is een greppel. ‘We gooien hem niet in die greppel, hoor. Kom laten we hem in elk geval begraven.’ Snel haal ik een stoffer en blik uit mijn auto. Ik graaf een kuiltje met het blik. We leggen onze zangvriend erin en dekken hem toe met aarde en bladeren.

Wat een sof. Arm beestje. Hopelijk was het geen moedervogel met een nest vol hongerige kindertjes……..

Zo komt er een ruw einde aan deze heerlijke middag. Heks houdt een rotgevoel over aan dit treffen. Ik weet wel dat een ongeluk in een klein hoekje zit. Zelf ben ik regelmatig op de korrel genomen door een medeweggebruiker. Maar een vogel? Die heeft toch geen enkele kans tegenover een auto. Zelfs zo’n klein kanariepietje als het mijne is geen partij voor welke vogel dan ook….

Die avond slaap ik in met een gevoel van tekort schieten. Op het verkeerde moment op de verkeerde plek zijn. Ik hoop maar dat het een oude vrijgezelle vreemde vogel was. Enigszins suïcidaal indien mogelijk. Misschien is het beestje me in dat geval wel dankbaar voor deze grove vorm van euthanasie……

 

 

Adem is bewustzijn, onze ademhaling is een heilig voertuig: Het voert ons terug naar huis. Ons eigen heilige huisje. Veilig opgeborgen in onze borstkas…….

front-Gautama

Na een paar dagen in het klooster kom ik langzamerhand in een ander ritme. Ik sta steeds vroeger op, maar lig ook veel eerder dan normaal in bed. Na tien uur ’s avonds is hier sowieso niets meer te beleven. Alle dames liggen in hun tentjes en kamers te ronken. Hier en daar wordt een compleet bos omgezaagd.

Mijn achterbuurvrouw spant wat dat betreft de kroon. Ondanks haar dagdagelijkse inzet voor milieuorganisaties elimineert ze ’s nachts met enige regelmaat een flink tropisch regenwoud. Niet met opzet overigens. Gewoon ontspannen ademend in haar slaap……

Ademen is een belangrijk topic in de kloostergemeenschap. Er wordt veel aandacht besteed aan dit fenomeen. De eerste 21 dagen retraite. die ik ooit bij Thich Nath Hanh deed ging over de Anapanasati Soetra, ofwel de Soetra over bewuste ademhaling. Door bewuste adem te halen kun je verlicht raken! Jawel!

‘Elke keer als je adem haalt kom je thuis bij jezelf,’ krijg ik keer op keer te horen. Al jaren. Toch dringt het nu pas goed tot me door: Je kunt je ademhaling gebruiken om telkens terug te keren naar je innerlijke woning, je eigen heilige ruimte.

Het afgelopen jaar is die ruimte verwoest. Iemand heeft alle heilige heksenhuisjes aan gort gestampt, mijn goddelijke adem in mijn keel doen stokken.  Ja, er is grondig op mijn hart getrapt! Mijn ademtochten bleven steken in eindeloos gesnik zonder me naar huis te voeren. Mijn verwoeste thuisbasis. Vergeten hoe er te komen. Sowieso weinig zin om daar te zijn…..

Maar hoe wonderlijk! In Plumvillage liggen genoeg liefdevolle voetstappen om me te inspireren. Het is 1 en al heilige ruimte wat de klok slaat! En als de klok slaat staan we allemaal stil, letterlijk, alsof we betoverd zijn. Als er ergens ook maar een ienieminie belletje klinkt keert de hele goegemeente terug naar zijn of haar ademhaling. Ofwel naar huis.

Na een paar dagen voel ik het restant ellende uit mijn buik verdwijnen. Het hoort er niet meer thuis. Precies een jaar geleden stortte mijn wereld in. En nu exact een jaar later blijk ik er gewoon nog te zijn. Mijn heilige hart blijkt nog te kloppen. Er is een prachtige wereld om in te ademen en te leven. Met liefdevolle mensen van vlees en bloed. Bewust ademend.  Dagelijks terugkerend naar huis.