Onverbloemde bloemen. Dingen bij name noemen. Een roos voor een roos. Ben je boos? Dan geen roos, maar takken voor een takkewijf!

‘Mevrouw, u vergeet iets!’ Het is me net gelukt om mijn zwaarbeladen fiets in beweging te krijgen. Slingerend begeef ik met op het fietspad. Aan mijn stuur een tas met boodschappen. Nog meer mondvoorraad in mijn fietstassen. Verstoord kijk ik om. Zie een man naar me toerennen. Rem slingerend af.

‘Die zijn niet van mij, hoor,’ ik glimlach naar een meterslange gitzwarte man. Hij lacht zijn witte tanden bloot. ‘Jawel, nu wel!’ Twee bossen reuzenrozen verdwijnen in een boodschappentas. Fietsen wordt nu vrijwel onmogelijk……

Ik bedank de schat. Wat lief! Ik heb zojuist een kletspraatje met hem gemaakt bij de uitgang van de supermarkt. Hij werkt bij de bloemenboer. Ze waren uitermate melig na het opruimen van hun handeltje. Heks maakte een geintje met hen……

Mijn huis lijkt wel een bloemenstal. Overal staan bloesems, takken, vazen met ranonkels….. De gemeente was flink aan het snoeien in een mij dierbaar parkje. Een hoek vol struiken wordt volledig weggevaagd. Geen middel wordt geschuwd voor deze upgrade  door eliminatie.

Grote machines trekken hompen wortels uit de grond. Stapels weggeslagen groen worden achteloos op de stoep gegooid. Heks staat er al snel in te graaien. Mompelend. Mopperend ook.

De gemeente gooit alle parken aan de Singel op de schop. Lang leve het Singelpark! Al het bestaande groen moet worden opgeofferd aan dit op het oog leuke initiatief om meer toeristen naar Leiden te krijgen.

De Leidenaars zelf worden echter de parken uitgejaagd. Alsmede dus veel groen. Binnenkort gaan ze pakweg veertig volwassen bomen kappen om een strand aan te leggen in het Bleekerspark. Volstrekt gestoord. Niemand uit de buurt heb ik kunnen betrappen op enige blijdschap over dit initiatief.

Dit aanstaande bomenbloedbad wordt overigens verkocht met een listig verkooppraatje. In plaats van ‘we gaan alle bomen kappen’ staat er ‘Er komt veel extra groen, nieuwe bloeiende bomen, heesters en vaste planten.’ Jazeker; Nadat ze eerst alle volwassen kerngezonde bomen kappen.

In plaats van ‘Honden mogen niet meer los lopen, behalve op een lullig strookje langs de sloot’ staat er ‘Er komt ook een speciale hondenspeelplaats, waar honden vrij kunnen loslopen.’ Heks verfoeit dat hele Singelpark intussen.

Deze bomen moeten plaats maken voor dat verdraaide Singelpark………

Een bundel gevonden takken is met me mee naar huis gegaan. Ik zet ze in een grote accubak. Langzaam breken ze open. Grote bladeren komen uit minuscule knopjes. Een hele bloem komt zelfs tevoorschijn.

Hyacinten en ranonkels kronkelen door de takken. De rozen staan in grote vazen. Een paar takken ribes nigrum maken het geheel af. Wat een bloemenzee!

Het lijkt wel of ik net jarig ben geweest. Of dat er iemand pas getrouwd is hier in de woonkamer. Of dat er iemand is overleden. Iemand die veel houdt van bloemen.

 

Heks leest een verrukkelijk boek: ‘Peter Wohlleben: Het verborgen leven van bomen’. Het leest als een spannende avonturenroman. De schrijver is boswachter van beroep. Hij maakt ons wegwijs en wijzer. Ziet zowel de bomen als het bos. Ik krijg bevestiging van dingen die ik al lang vermoed betreffende het mysterieuze leven van mijn houterige vrienden. En ik leer heel veel nieuwe dingen bij!

Als kind had ik een kamer op zolder. Onder de hanenbalken lag ik halve nachten piekerend wakker. Slapen is nooit mijn sterkste punt geweest. ’s Morgens deed ik de gordijnen open en daar stond mijn grote vriend boom. Pal onder mijn dakraampje bolde zijn kruin.

In de winter staken zijn kale takken skeletachtig af tegen de bakstenen muur van de overburen. Dan kon ik soms de buurjongen zijn tanden zien poetsen. In het voorjaar echter zwollen de bescheiden knoppen van de boom op tot de spanning te snijden was. Elke dag keek ik vol verwachting of er nu eindelijk eens blaadjes tevoorschijn kwamen.

Het duurde en duurde…. Elk jaar opnieuw. De boom was duidelijk niet een van de snelsten. Bovendien stond hij aan de schaduwkant van het huis.

Ik keek mijn vriend ongeveer in blad…… Uiteindelijk plopten de knoppen open en grote vlezige zachte bladeren begonnen zich onmiddellijk te wijden aan de broodnodige fotosynthese.

Voor ons huis stond een Metasequoia glyptostroboides, ofwel een Mammoetboom. Toen nog een zeldzaamheid hier ter lande. Hij was destijds nog piepjong, dus slechts een metertje of vijf, zes, zeven hoog. Mijn vader had hem eigenhandig in de grond gestopt, toen mijn ouders het huis kochten.

De volgende bewoners hebben em uiteindelijk omgehakt. Intussen was hij volledig boven het dak uitgegroeid. Zijn kale stam reikte al een metertje of zeven in de lucht. Hierna begon pas de langgerekte groene kroon.

Eenmaal op kamers woonde ik een een paar jaar samen met een perenboom. Alweer keek ik recht in en op de kruin. In het voorjaar nodigde ik al mijn vrienden uit voor een bloesemdineetje. Dan kookte ik een heerlijk lentemaaltje, dekte een fenomenale voorjaarstafel en zette tot slot het raam wijd open, zodat we tussen de geurende bloesems zaten…….

Mijn huidige huis was vergroeid met een Meidoorn. Elk voorjaar weer genieten van de bloemenpracht. En een terugkerend duivenkoppel met twee nesten per voorjaar.

Portaal met zijn hopeloze klusteam heeft de boom laten omhakken. Door een paar van hun dommekrachten. Een bloedbad! De hele lokale vogelgemeenschap op tilt. De andere bomen in het hof geslagen. Heks verslagen. De onschuldige boom koelbloedig vermoord.

Meidoorns moet je niet mee sollen. Magische toverbomen zijn het. Vol trollen en feetjes. En zingende Jemineetjes. Kom niet aan hun boom! Of aan hen! Meidoorns worden namelijk snel toornig. En ze zijn ook nog eens uiterst doornig: Ze nemen gerust wraak op de daders. Heks zou niet graag in de schoenen van zo’n onverlaat staan!

Heks houdt van bomen. Met een diepe passie en grote liefde. Ik loop graag tussen hoge stammen. Ik woon bij voorkeur in een kruin. Ik aanbidt hun bloesenpracht. Bomen zijn chill! Mysterieus en stil. Hoewel?

Jaren geleden fietst Heks door Nederland. Bepakt en bezakt. Moederziel alleen. Ergens in de bossen voorbij Utrecht, op een heuvelrug, sla ik mijn tent op. Een stokoude handgemaakte Slee. Waterdicht tot op het bot. Kan zelfs een orkaan doorstaan! En dat is maar goed ook……

Met bakken valt het hemelwater op de helling waar ik kampeer. Het stroomt onder mijn grondzeil door met een geweld: Mijn veldbed verandert in een waterbed. Gelukkig houd ik het binnen droog…..

Ik ben koortsig en ziek. Een snel opkomende bronchitis rochelt zich een weg door mijn longen. Er is verder niemand op de camping met dit vreselijke weer. Anderhalve dag lig ik klapperend en ijlend in mijn tent. Eenzaam ben ik echter niet!

Midden op dit open veld in de bossen staat een grote boom. Prachtig uitgegroeid. Een reusachtige kruin……Van het ene op het ander moment begint hij tegen me te praten. Vraag me niet hoe ik het kan verstaan, maar ik hoor hem luid en duidelijk. Vanaf dat moment spreek ik booms.

Ik raak bevriend met een enorme exoot, ik vermoed een Quercus rubra, in het Leidse Hout. Hij staat met zijn maatje van dezelfde soort op een veldje, maar die is helaas dood gegaan. Daar hangen alleen nog dorre blaadjes aan. Mijn vriend heeft veel verdriet. Hij is in de rouw. Raar verhaal natuurlijk: Men gelooft me niet. Maar ik vertrouw op mijn gevoel.

Ik bezoek mijn treurige vriend regelmatig. Dan kletsen we wat en pak ik hem eventjes lekker beet. Ik zing voor hem. Hij vertelt me zijn naam. Sissend en ploffend. Sindsdien vertellen bomen me soms hun naam. Als we vrienden worden. Als het goed zit.

Na een paar jaar vriendschap duurt het verdomde lang tot het weer lente wordt na een koude natte winter. Ik bezoek mijn vriend, spreek hem bemoedigend toe. Zijn knopen heeft hij keurig gezet. Maar wat voelt hij ontzettend moe……

In plaats van uit te lopen trekt het leven in hem zich terug. De knoppen verdrogen voor mijn betraande ogen. Mijn oude vriend is niet meer. Gestorven van verdriet, omdat zijn liefje hem verliet……

Heks komt uit een plantenfamilie. Ik ben bekend met de praktijken op kwekerijen. Zaaien, verspenen, stekken, oppotten…….Ik weet hoe er met grond wordt gesold. Bij ons thuis werd het vroeger gegast, zodat alle bodemleven dood ging. Dan had je geen last meer van beestjes……

Mijn voorouders hielden echt van hun planten. Dit was de vooruitgang. Ze wisten niet beter.

Afgelopen week lees ik het boek van Peter Wohlleben: ‘Het verborgen leven van bomen.’ Een medeheks van de opleiding tipt me. Wat een geweldig boek! Het leest als een spannende roman! Zie je wel, dat bomen voelen! En dat ze slim zijn en kunnen praten! In elk geval met elkaar.

Loop ik normaal gesproken al enorm te koekeloeren in het bos, sinds ik het boek heb gelezen zie ik nog veel meer. Het opent als het ware je ogen voor allerlei zaken!

Bomen praten met elkaar. Over grote afstanden is mijn ervaring. Hoe kom ik daar nu weer bij?

‘Daar loopt Heks met haar hondje. Ze heeft de vijf broers gezien. Ze is bij hen geweest. Echt waar. …..’ fluisteren de vijf knotzusters Plataan hier achter op het pleintje al jaren als ik voorbij loop. Ze hebben het over een eeuwenoude heilige boom ergens op een berg in Frankrijk met vijf volledige stammen uit 1 gemeenschappelijke stam……

Die heb ik inderdaad ooit bezocht. Ik heb voor de broers gezongen. Heel alleen, want mijn narcistische geliefde uit die periode vond berg te steil om te beklimmen. Alle zeilen werden bijgezet om te zorgen, dat Heks de top niet zou halen. Opgelucht liet ik de zak achter op de eerste beste helling.

De vijf broers.

‘Ik ontdekte een eeuwenoude eik, al vijfhonderd jaar geleden gerooid, waarvan de enorme stronk nog in leven was. Hij werd in leven gehouden door zijn omringende familie. Zulke oude bomen hebben dus een enorme waarde voor het nageslacht……..’ aldus Peter Wohlleben.

Het lijkt er op dat bomen hun ouden eren. Dat ze nog veel van hen kunnen leren…..

De vijf broers. Of waren het er vier? Of zeven? Het is me om het even. Ik hoop dat ze nog leven.

Mijn goede vriend heeft het zwaar!

In het nieuws op Omroep West gaat het ook over bomen. De gemeente Sassenheim wil vijfenveertig stuks 90 jaar oude paardenkastanjes kappen. ‘Ze zijn aan het eind van hun leven, bladiebla…’ verklaart een woordvoerder desgevraagd ongeïnteresseerd. Die ondingen moeten weg. Er is er eentje op een huis gevallen vorig jaar tijdens een storm.

De mensen, die samenwonen met de kastanjes zijn woest. Alles wordt uit de kast getrokken om hun dierbare bomen te redden. Er moet een heroverweging van dit besluit plaatsvinden! Een second opinion moet er komen. Ze zouden het aan Peter Wohlleben moeten vragen……..

Bevriende kastanje. Ik ken zijn naam…..

‘Een kastanje van 90 jaar oud. Aam het eind van zijn leven. Huh! Een pubertje is het. Zo’n boom kan gemakkelijk 250 jaar oud worden!’

Een schitterend kunstproject over een dergelijk bomenbloedbad is de film ‘Boomwezen’ van Joep Neefjes uit 2008. Aangrijpend verwoord en verbeeld op de prachtige muziek van Louis Andriessen.

Hohoho, Toverheks zit in haar flow. Kabouters bevolken mijn heksenstulpje. Het is zo schoon hier met al die hulpjes. Toverkol roert haar trom: Nieuwe ratels, oude ratels, groot en klein, ratels alom!

‘Jeetje Heks, wat is het hier schoon!’ Steenvrouw loopt bewonderend door mijn stulpje, ‘Er is ook een hele berg spulletjes verdwenen uit die hoek daar. Wat stond er ook alweer? En wat een prachtige bloemen overal!’

‘Ik zit weer in m’n flow,’ verklaar ik mijn opgeruimde huis, ‘En ik heb mijn kristallen in bad gedaan. Ook al zie je het niet direct, je voelt het!’

Mijn vriendin komt eten. Ik heb heerlijk gekookt. Rendang en Sajoer Lodeh. Verse tomatensoep vooraf. ‘Die Sajoer Lodeh is helaas pimpelpaars geworden. Dat komt door die kleurrijke oerwortels uit de bio winkel. Alle groente verandert in rode kool qua kleur als je er zo’n wortel aan toevoegt. Prachtige penen hoor, maar niet in een gemiddeld groentegerecht..

Heks zit inderdaad haar flow. Sinds ik op de Toverheksenschool zit voel ik me veel beter. Ten eerste verveel ik me niet meer de typhus. Een probleem, dat steeds weer de kop opsteekt bij ME patiënten en hun amoebebestaan: Dat eindeloos uitzitten van je kwaal is maar saai allemaal.

Ook resulteert het verkeren onder gelijkgestemden in een geweldig goed humeur. Ik voel me gezien en begrepen. En vice versa. Heks geniet enorm van haar klasgenoten en alles waar ze zich mee bezig houden. De leukste heksenstreken worden op maat geleverd aan wie dat maar wil. Sommige toverkollen maken veel herrie. Anderen zijn opvallend stil!

Vorige week zondag word ik verliefd op een trommel. Nu heb ik al een sjamanentrommel van de markt. Gekocht voor vijfentwintig euro jaren geleden bij een kraam vol Indiase hebbedingetjes. Maar een echte heuse serieuze trommel? Die had ik nog niet.

Wel heb ik mezelf er jaren geleden eentje beloofd. Zelf maken lukt niet meer met die halvezolige armen van me, maar op een goeie dag komt er vast een op mijn pad is mijn overtuiging. Zo is dat.

En nu is het dan zover: Mijn toverjuf zwaait met een kleine knalrode trom en ik ben om. ‘Deze drum is te koop, probeer em gerust uit. Ik hoor het wel als iemand geïnteresseerd is….’

Heks probeert em uit. Ik zie dat andere dames vervolgens ook lustig op mijn nieuwe trommel roffelen. Wat denk ik nu? Mijn trommel? Benauwd kijk ik toe hoe iemand wel heel veel plezier heeft met de rode trom……..

Als ‘ie voor me bestemd is, draaien de zaken wel om……..

En inderdaad: Ik ga met de trommel naar huis. Mijn auto zit helemaal vol. Mijn oude drum. Een serie ratels. De nieuwe trommel. Een edelhert…… Ik pas er nog net bij!

Thuisgekomen staat het hert me al op te wachten. Midden in de woonkamer. Vlak bij de verzameling klankschalen en gongs. Zijn enorme gewei schuurt tegen de schemerlamp.

Ik plaats de knalrode trommel achter het hert. Moest rood zijn. Heb een vriend ooit gek gezeurd om een trommel met rode rand, die hij meenam van een reisje naar Marokko……

’s Nachts zit ik heel zachtjes te roffelen: De bovenbuurman is al naar bed. Een elektrisch stroompje loopt van de trommel naar mijn hart en vice versa. Ik glijdt moeiteloos mijn innerlijk landschap in. Waar de Sangha schapen berenklauw grazen. Waar de uit Belgisch Blauw gehouwen Zwarte Madonna woont.

Met het hert aan mijn zijde glijdt ik door mijn landschapsruimte/tijd. Naar de laatste avond in Plumvillage. Het volle maan feest. De hartsoetra gezongen door monniken en nonnen. Mijn moeders spirit, niet gehinderd door haar ontluisterende ziekte, genietend naast me in het hoge gras……..

Een paar dagen later stuurt mijn personal shopper in andere dimensie me naar de kringloop om de hoek. Aldaar ligt iets op me te wachten wordt me verteld. Ik moet eventjes zoeken en in dat proces klimt er een hele kabouterfamilie in mijn tas, maar dan vind ik een kwast van hertenhaar met op de zilveren speld een afbeelding van een edelhert!

 

‘Die kwasten zie je wel bij jagersverenigingen in Duitsland. Vaak zijn ze van everzwijn, maar soms ook van hertenhaar,’ weet mijn juf te vertellen. Online zie ik her en der bosjes hertenhaar te koop, die er ongeveer hetzelfde uit zien…..

Met de kwast kan ik nog zachter trommelen in de nacht. Nachtuil als ik ben.

Een paar dagen later struikel ik op de zaterdagse warenmarkt ongeveer over een zachte handgemaakte doek met hertenprint. In de aanbieding natuurlijk….. Perfect om mijn trommel in te wikkelen. Samen met een kaboutertas, die hier al jaren ligt te slingeren is mijn trommeloutfit compleet.

Ik word sowieso op mijn wenken bediend momenteel. Heb ik gordijnringen nodig voor sjamanistisch werk? In de kringloop ligt een setje antieke exemplaren. Dertien stuks. Alle soorten en maten. Voor drie euro. Achter slot en grendel, als betrof het een grote schat!

En dat is ook zo.

Gisterenmorgen ligt er een oude sleutelhanger op de grond. Op eigen houtje uit de sleutelkast gekropen en door het huis geslopen. Vreemd. Gek genoeg is de bijbehorende sleutel verdwenen. Zo’n exemplaar, dat je zelden gebruikt. Van een vergeten deur, waar intussen al lang een ander slot op zit.

Heks heeft eigenlijk nog nooit echt goed naar de sleutelhanger gekeken. Het is een piepklein samba-balletje. Echt minuscuul. Als ik er mee heen en weer beweeg begint het zachtjes geluid te geven. Huh? Het is me werkelijk nooit opgevallen, dat het een werkzaam balletje is. Een piepklein rateltje. Perfect om altijd bij je te hebben! Ik klik em direct aan mijn grote sleutelbos.

Heks zit in haar flow. Alles is in beweging. Tussendoor lig ik helemaal voor Pampus uit te rusten van al die activiteit. Want flow of niet: Ik moet niet overdrijven. Zuinig zijn met de beperkte energie, dus vliegen binnen de lijntjes. Maar wel op mijn bezemsteel!

 

 

 

Het is weer bijna zo ver: De jaarlijkse uitvoering van de Matthäus Passion van Johann Sebastian Bach door C.O.V. Ex Animo! Komt dat zien! En vooral horen natuurlijk. De repetities zijn in volle gang. Heks kent het stuk inmiddels uit haar hoofd…… Het wordt prachtig!

Het is weer bijna zover! Ons jaarlijkse concert: de Matthäus Passion. De eerste rang is al bijna uitverkocht, maar er zijn nog genoeg kaartjes beschikbaar voor de tweede en derde rang. Maar wacht niet te lang met bestellen: Vorig jaar moesten we zelfs extra stoelen bij zetten!

Ex Animo is al maanden druk aan het repeteren. Het wordt weer een prachtig concert!

Lente hangt in de lucht! Ergens! Maar waar? VikThor ruikt em al. Verwoed snuffelend gaat hij op zoek. Heks loopt door haar geliefde duinen. Dit magische landschap vol godjes en elfjes. In elke duinpan borrelt een nieuw wonder!

Deze boom kan je de mooiste verhalen vertellen……

Oh wat is het koud en guur. Heks loopt dagelijks in de natuur te tureluren, vergezeld door haar viervoetige vriend. Of vergezel ik hem? Momenteel is het inderdaad zo, dat ik voor mijn monster naar buiten ga. Zelf blijf ik liever binnen. Waar het warm is en droog. Buiten het bereik van de gesel van hagelbuien en woeste windvlagen. Ja, maart roert haar staart.

VikThor denkt hier allemaal inderdaad heel anders over. Hij maalt niet om een beetje kou en nattigheid. Uitgelaten rent hij naast de fiets, zodra we dan eindelijk eens op stap zijn. Binnen vijf minuten is zijn buik zo zwart als een tor. Het kan hem niet schelen. Enthousiast springt hij in de eerste beste sloot op onze route: ‘Even lekker zwemmen. Oh, wat heb ik het warm!’

Ysbrandt in zijn gloriejaren!

Heks met haar pijnlijf kan steeds slechter tegen kou. Ik hou zielsveel van de winter, maar mijn fysiek denkt er anders over tegenwoordig. Toch dwing ik mezelf om de deur uit te gaan. Veel kleren aan. Een schop onder mijn kont.  Het moet, het moet.

Eenmaal buiten valt het vaak mee. Behalve deze week. Als ik de deur uit stap voel ik de eerste druppels alweer om mijn oren slaan. Zodra ik in een parkje arriveer begint het geheid te plenzen van de regen.

Vrijdagmiddag is het dan eindelijk eens eventjes droog. ‘Wat zullen we eens gaan doen?’ klets ik tegen mijn hondje, ‘Zullen we eens eventjes naar Ysbrandts meertje gaan?’

Samenwerking tussen diverse dimensies is bepaald geen uitzondering in heksenland.

Het is de laatste dag dat we de duinen in mogen met een loslopende hond. Ik check het nog eventjes voor de zekerheid online. ‘Tussen Wassenaar en Katwijk ligt hondenlosloopgebied Berkheide. Tussen 15 augustus en 15 maart mogen honden bijna overal loslopen, mits ze onder appel staan en op de paden blijven.’ staat er. Mooi zo. Het mag nog deze dag.

Heks moet hartelijk lachen om de tekst. Mits ze op de paden blijven. Hihi. Nog nooit een loslopende hond gezien, die zich daaraan hield. De meesten staan ook nog eens niet of nauwelijks onder appel. Want stronteigenwijze genen. Of straathond geweest. Of een slappehap baas. Niet zelden zijn mensen aangenaam verrast door mijn gehoorzaam geboren hondje. Zoiets hebben ze nog nooit gezien!

Als ik de stad uit rijd klaart het lekker op. Aan de horizon ontstaat een strook blauwe lucht, maar het asfalt glimt nog van recente regen. Ik parkeer op de Cantinaweg, pal tegen het duin. Ik ben de enige, maar terwijl ik mijn spulletjes pak stopt er nog een auto. Een Spaanse windhond met baas gaan ook nog eventjes de duinen onveilig maken.

Narrig kijkt de baas me aan. Ik moet het vooral niet in mijn hoofd halen om haar te groeten. Of erger nog: Een praatje aan te knopen! ‘Ik bijt je kop er af!’ seinen haar boze ogen. Ze komt ongetwijfeld uitwaaien en haar gedachten op een rijtje zetten. Misschien heeft ze wel een verontrustende brief gekregen, waar ze mee zit te worstelen. Wie zal het zeggen? Ik laat het arme mens met rust. Uiteraard.

‘Je moet je hond aanlijnen,’ een opgewekte man komt net het duin uit met een roedeltje keurig aangelijnde monsters, ‘Kijk, ze hebben dat bord gisteren neergezet.’ Hij wijst op een splinternieuw bordje, waarop inderdaad staat dat je vanaf vandaag het duin niet meer in mag. Meuh.

Net leren kennen, echt een schat!

‘Online mag het nog wel. Ik heb het net nog nagekeken. Ik heb wel eens eerder met dit bijltje gehakt. Op de oude bordjes stond het weer net even anders. Nou ja. Ik ga lekker een rondje om en als ik een bon krijg laat ik het voorkomen….’ bluf ik opgewekt tegen de man. Er is geen sterveling te bekennen op de route, die ik loop. Laat staan een boswachter.

Bij Ysbrandts meertje strijken we eventjes neer. VikThor zwemt achter een balletje en Heks zit op Ys’ boom. Een grote omgevallen berk. Horizontaal groeit de reus al jaren vrolijk verder. Op die manier is er een natuurlijke bank gevormd. ‘Het water staat erg hoog. En er is heel veel struikgewas verwijderd,’ inventariseer ik de stand van zaken rondom dit magische vennetje.

Komende zondag gaan we werken met landgoden en landenergie bij de Sjamanistische Jaaropleiding. De magische krachten verbonden met dit soort bijzondere plekken. Heks heeft er zoveel zin in.

Oude vriend in het Leidse Hout

Maar je hoeft echt niet speciaal naar afgelegen meertjes om dit soort energieën te ervaren. Bij mij in de straat woont een pleingodje. Elke avond zie ik hem zitten in zijn boom. Op een grote dwarstak. Vroeger zat hij op een andere tak, met beter zicht, maar die is door de gemeente gesnoeid in verband met het plaatsen van ondergrondse afvalcontainers. Kwaad dat ‘ie was!

Als ik een kat kwijt ben prik ik een brief op zijn boom. ‘Wil je een beetje rondkijken voor me? Het is dat zwarte mormel weer.’ Ook rondom de Bengaal doe ik een beroep op hem. Ik groet hem altijd, behalve als ik half slapend de hond uitlaat. Midden in de nacht. Dan vergeet ik het wel eens…….

Hij vindt het leuk om op mijn nek te springen, maar dat wil ik niet. Dus zorg ik altijd een hoedje op te hebben. Dat scheelt enorm!

Onzin? Grote fantasie? Geen idee. Ik weet het niet. Ik weet alleen, dat het voor mij zo is.

Ik heb vrienden onder de bomen. Ik voer soms een gesprek met een bloem. Ik herinner me een boeiende conversatie met een Amaryllis. Vanuit een kerstuk sprak ze me plotsklaps toe. Geen lullig gesprek ook nog. Nee, pittige materie! Aanschouwelijk onderwijs zou je het kunnen noemen: De bloem legde haar eigen structuur als het ware uit! Heilige Geometrie is niet voor watjes.

Orbs verlaten het pand!

Andere dimensies zijn dichterbij dan je denkt. In je en om je heen.

Heks is altijd verbaasd over de sprookjes, waar de godganse mensheid moeiteloos in gelooft. Dat geld gelukkig maakt bijvoorbeeld. En dat je vrienden hebt als je wint.

Mijn magische plekje in de duinen is vandaag geheel aan zichzelf teruggegeven. Geen wandelaars buiten Heks en Vik. Met een zucht neem ik afscheid. Voorlopig komen we hier niet terug. Pas half augustus mogen de honden weer los…..

We lopen een grote ronde via de Friese Wei met op de achtergrond de Soefitempel. Ook al zo’n heerlijke plek. VikThor gaat helemaal uit zijn dak. Overal konijnenkeutels, vossensporen en een incidentele vleug ree. Met enorme slagen verkent hij het terrein. Snuffelt zich een slag in de rondte. Dronken van de eerste lentegeuren.

Op de terugweg komen we een vrouw tegen in een scootmobiel. Drie hondjes keurig aan de lijn naast haar. Chagrijnig snauwt ze me toe, dat de hond moeten worden aangelijnd. Opnieuw antwoord ik, dat het volgens mijn pas vanaf morgen geldt.

Dat bevalt haar helemaal niks, dat ik dat beweer. Nijdig laat ze me weten, dat ik het dan maar zelf moet weten! Met stoom uit haar oren tornt ze verder tegen de wind op. Wat een hoop kwaaie mensen op mijn pad vandaag!

Ik gooi een balletje voor Vik het laatste stuk. Sinds de cortisonenprik behoort dit weer tot de mogelijkheden. In feite is mijn blafbeest nu aangelijnd. Hij zit aan me vast middels de bal!

Mijn vriend Uil!

Wat houd ik toch van de duinen. Vooral op dagen als vandaag. Wanneer het miezerige weer de meeste mensen weg houdt. Al die schakeringen in vergrijsde winterkleuren. De stilte…….

Op weg naar huis raak ik overmoedig. Ik besluit mijn auto te wassen. Ook iets, waarvoor je je armen nodig hebt. Ik rijd alweer geruime tijd in een absolute toddebak. Niet veel later ben ik mijn kanariepet grondig aan het uitmesten.

Misschien heb ik het te gek gemaakt. Eenmaal thuis ben ik te moe om te eten. Ik bel een uurtje met de Don en val vervolgens in slaap. Pas om half 1 ’s nachts ben ik voldoende bijgetrokken om dat laatste programmaonderdeel af te werken.

En dan is het alweer tijd voor de allerlaatste hondenronde hier door de wijk!

‘Hallo Heks met je gekke hoedje,’ lispelt de pleingod. Zondag ga ik meer leren over de omgang met deze energieën. Dus als je binnenkort een altaar onder een boom hier in de straat ziet staan, dan weet je: Komt vast bij Heks vandaan…….

Plumvillage: Een landschap vol magie!

 

Meer van hetzelfde. En nog meer. En alweer hetzelfde en nog een keer. Heks werkt zich een slag in de rondte om dingen voor elkaar te krijgen, maar blijkt achter haar eigen staart aan te rennen. Dan lazer ik van mijn fiets en komt alles toch nog goed!

Dinsdag sodemietert Heks van haar fiets. Het gaat heel langzaam maar gestadig. De riem van mijn hond is in de achteras van mijn elektrische vouwfiets terecht gekomen. Terwijl mijn fiets voorwaarts schiet word ik langzaam naar de grond getrokken. Ik kan niet afweren met mijn handen, dus ik val vol op heup en elleboog. Au!

Als een onwillige schildpad lig ik op mijn rug te spartelen. De motor is intussen afgeslagen, dus de fiets ligt stil. Maar ik kan me met geen mogelijkheid bevrijden van de fiets. De hondenlijn zit zoals altijd stevig aan een riem om mijn middel vast, onder mijn jas, zodat ik mijn handen lekker vrij heb. Maar nu kan ik nergens bij. Machteloos lig ik naar adem te happen.

Een vrouw rent uit een aan het park gelegen kantoortuin naar buiten. Ze heeft me onderuit zien gaan. Gezamenlijk weten we Heks weer vlot te trekken. Lijkbleek neem ik de schade op. Een pijnlijke elleboog en een beurse heup. Onderrug verschoven. Schouder uit de kom. Pijnlijke hand.

Handen zijn sowieso al uien de laatste tijd. De gewrichten in mijn beide duimen zijn ontstoken geraakt tengevolge van een favoriet kledingstuk met drukknopen. Misschien moet ik dat stuk textiel maar weggooien.

Tranen stromen over mijn wangen als ik verder fiets. Niemand die het ziet. Het regent pijpenstelen.

Maandag zit ik met mijn nieuwe helpende hand regeldingen te doen. Sinds vorige week heb ik een hele lieve jongedame tot mijn beschikking om allerlei kutklusjes aan te gaan pakken. Samen. Elke week een uur en een kwartier.

‘Ik weet niet of we het redden met een uur en een kwartier,’ zegt ze al na de tweede keer. We zijn beide keren ruim over de tijd gegaan. Heks heeft zoveel medische zaken, waar ze achteraan moet. Tegenwoordig, met die verfoeide marktwerking in de zorg, moet je door een moeras aan regeltjes waden om iets voor elkaar te krijgen.

Ik wil bijvoorbeeld mijn chronisch code voor fysiotherapie terug. Niemand echter, die me kan vertellen, hoe ik het voor elkaar kan krijgen. Al vier maanden word ik van het kastje naar de muur gestuurd.

‘Al ons werk van vorige week is voor niets geweest,’ vertel ik mijn rechterhand als ze binnenkomt. Vanmorgen belde de psycholoog, waar ik vandaag met EMDR zou starten, de afspraak af. ‘Ik zie dat u een verwijzing heb voor een langdurig traject. Dat doen wij niet. Bij ons moet je het met een sessie of twaalf doen……’

De man heeft blijkbaar de vragenlijsten, waar ik vorige week met mijn nieuwe rechterhand meer dan anderhalf uur mee bezig ben geweest, pas op het laatste moment ingezien. Achterlijk natuurlijk. Ik kots van zulke vragenlijsten. Altijd al. Maar dit exemplaar sloeg werkelijk alles. Pakweg twintig pagina’s met vragen als ‘Wat eet u maandag ontbijt, lunch, diner, tussendoortjes….. dinsdag ontbijt, lunch, diner, bladiebla……..

De meest idiote niet er zake doende vragen hebben we zitten beantwoorden. De kersverse behandelaar heeft al in mijn onderbroek zitten koekeloeren, voordat ik hem überhaupt ooit gesproken heb,

‘Ik word altijd overal weggestuurd,’ antwoordt Heks berustend. Dat vindt de man niet leuk, dat ik dat zeg. Hij bestrijdt mijn woorden verontwaardigd. Maar ik mag toch niet komen. Het heeft me vier maanden gekost om die afspraak te regelen. Hij had wel eens iets eerder naar die verwijzing kunnen kijken.

Als ik de hoorn op de haak heb gelegd krijg ik een stevige huilbui. God wat zitten de tranen hoog op het moment.

Heks, je zit weer lekker op je mopperstoel. En je stokpaard. Toe maar.

Dinsdag heb ik een afspraak bij mijn eigenste huisarts. Mijn linkerschouder zit weer muurvast en de goede man gaat er een ontstekingsremmende prik in jassen. Dat komt goed uit, want ik ben er gisteren na een woeste belronde van ruim anderhalf uur langs allerlei instanties met behulp van die alleraardigste jongedame en passant achtergekomen, dat Frozen Shoulder 12 maanden onbeperkt fysio oplevert.

Onbeperkt is tegenwoordig twee keer per week. Maar nog altijd beter dan bijna niks.

Ik heb net Cortisonenvloeistof gehaald bij de apotheek als ik van mijn fiets lazer. Het doosje is helemaal platgewalst, hetgeen me aanvankelijk bevreemdt. Hoe komt dat nu weer? Dan besef ik dat ik blij mag zijn dat de ampul nog heel is. Mooi zo. Ik kan direct door naar mijn afspraak bij de huisarts.

Die maakt een grote injectie klaar en prikt links en rechts in mijn nek, schouders en elleboog. Hij maakt nog een extra grote spuit met Lidocaïne klaar. Die verdwijnt bijna geheel in mijn nek/schouder.

Tijdens het onderzoek moet ik mijn armen omhoog bewegen. Geen doen natuurlijk. ‘Klonk, klonk,’ hoor je als ik mijn rechterarm voorbij een zeker punt breng. De schouder is uit de kom. Mijn huisarts kijkt bevreemd op. Wat een rare geluiden komen er uit dat gewricht.

De andere schouder is inderdaad geheel bevroren. Slechts via een omweg kan ik de arm wat hoger krijgen, Maar dan roep ik wel heel hard au. Stilzwijgend lukt niet.

Mijn dokter schrijft dan eindelijk een verwijzing, waar ik iets aan heb. Voorlopig krijg ik mijn therapie vergoed op deze code. Eindelijk begrijp ik ook een beetje hoe het werkt. Een arts stelt de diagnose en de fysiotherapeut zoekt er de juiste code bij. In de praktijk moet ik het ongeveer zelf doen allemaal, maar dit is hoe het zou moeten gaan.

‘Weet je wat zo raar is? Ik ben het afgelopen jaar een paar keer bij de reumatoloog geweest, maar nu staat er in een brief van het ziekenhuis, dat die vrouw verpleegkundig specialist is of zoiets. Helemaal geen arts dus. Vind je dat niet idioot? Je wordt verwezen naar een arts voor een goede diagnose en stiekem behandeld door een verpleegkundige. Geen wonder dat ze moeite heeft met het stellen van de juiste diagnose. Die hele gang naar het ziekenhuis heb ik niets aan gehad!’ zeg ik tegen mijn hulp.

Toch gek, dat je huisarts je verwijst naar een arts en je wordt vervolgens gezien door een verpleegkundige. Lekker goedkoop natuurlijk. Maar je schiet er geen bal mee op! Schiet mij maar lek.

Terwijl ik op de site van het ziekenhuis zoek naar de naam van de verpleegkundig specialist kom ik een oud klasgenoot tegen. Hij is tegenwoordig professor en me dit en me dat. Hij zit in honderdduizend besturen, is decaan van de instelling en ga zo maar door. Zijn gemelijke oogjes kijken me geringschattend aan vanaf een foto.

God, wat had die vent een hekel aan Heks zo’n vijfenveertig jaar geleden. En wat liet hij me dat altijd grondig merken! Het was nog lang voordat ik iets wist van narcisten en de ongehoorde aantrekkingskracht, die ik op zulke lieden uitoefen…… Hoe ze me klein willen krijgen. Altijd.

Het was nog in de tijd, dat ik enorm ellendig werd van zulke haters. Me er diep ongelukkig door kon voelen.

Rare wereld. Mensen met reuma, Bechterev, hypermobiliteitssyndroom, fibromyalgie en weet ik niet wat allemaal nog meer worden niet meer geholpen. Deze chronisch zieken zoeken het maar uit, terwijl ze langzaam veranderen in een plank. Of volledig vergroeien. Ik droomde vannacht, dat ik mijn handen niet meer openkreeg bijvoorbeeld…….

Maar een aandoening als Frozen Schouder, iets dat men nogal eens oploopt op de werkvloer van de gemiddelde kantoortuin, krijgt gewoon twaalf maanden onbeperkt fysiotherapie. Zodat er weer snel gepresteerd kan worden!

Zo heeft de overheid dat bepaalt.

Je zou bijna denken, dat chronisch zieken de investering niet waard zijn. Nou ja bijna. Ik denk dat het zo is. Waarom zou je goed geld weggooien, door de plee spoelen, over de balk smijten, voor mensen, die nooit meer op de arbeidsmarkt inzetbaar zijn? Uit menselijke overwegingen? Marktwerking hanteert geen menselijke overwegingen!

Nee, laat die chronisch zieken maar de rambam krijgen. Laat ze maar vastgroeien aan hun rolstoel. Laat ze maar pijn lijden tot op het bot. Stop ze gewoon vol met opiaten. Dan zijn we van het gezeur af en tegelijkertijd wordt er nog wat aan die mensen verdient. Door de farmaceutische industrie. Zijn ze toch nog ergens goed voor.

 

 

Leaving Neverland. Tot mijn verbazing is de documentaire nu al te zien op televisie. De inhoud verbaast me niks, maar ik ben dan ook nooit een fan geweest van Michael Jackson. En ik weet intussen uit ervaring, dat predators met het grootste gemak liegen alsof het gedrukt staat. Ook ben ik me bewust van de werking van het kinderbrein. Alles nemen ze aan voor zoete koek. Sla hen verrot en ze geven zichzelf de schuld! Menig ouder heeft hier al een slaatje uit geslagen. Letterlijk. Hulde aan de maker van de documentaire. Hij heeft een indringende vorm gevonden om in elk geval een fractie van de slachtoffers van de pedofiele’King of Pop’ een stem te geven.

Als piepklein kind dagdroomde ik dat ik ging logeren bij de koningin. Met enige regelmaat. De prinsjes en prinsessen vonden het reuze gezellig als ik kwam. We sliepen met z’n allen in een enorm stapelbed. Het reikte tot in de hemel. Heks sliep als Benjamin in het onderste bed.

Voordat ik ging slapen keken de prinsesjes over de rand van hun slaapplek om naar me te lachen en te zwaaien. Me te vertellen hoe blij ze waren dat ik er weer was. Hoe ze me hadden gemist! Om me te vertellen hoe bijzonder en lief ik was.

De dromen zijn ongetwijfeld gevoed door een aantal koninklijke huwelijken in die tijd. Zowel prinses Beatrix als prinses Margriet traden met veel bombarie in het huwelijk. De kranten stonden er bol van. Op verjaardagen gaf men commentaar op het gebeuren. Bij ons in huis verschenen fotoboeken over de twee trouwerijen.

Met verontwaardigde aandacht voor de rookbommen in geval Beatrix/Claus. Schandalige praktijken van langharig tuig vond men dat.

Het is voor het eerst dat ik hierover spreek. Mijn kleuterfantasieën over een prinsessenbestaan. Het voelt nog steeds gênant, zelfs al kan ik intussen de noodzaak begrijpen om er zulke wauwse dromen op na te houden als klein kind.

Thuis werden er alsmaar baby’s geboren. Mijn plekje als Benjamin was opeens verdwenen. Opgeëist door de ‘tweede leg’ binnen het huwelijk van mijn ouders.

Ook was thuis niet veilig. Ik had toen al te maken met forse lijfstraffen binnen het gezin. Mijn vader kreeg de pik op me. Ik zat op de kleuterschool en herinner me dat nog heel goed. Een ‘pak slaag’ werd dat genoemd. We vonden dat overigens normaal allemaal. Niks vreemds aan.

Alsmede pesterijen binnen de familie. Een iets ouder nichtje, dat een klas boven me zat, trok bijvoorbeeld geholpen door haar buurjongetje de benen achterwaarts onder mijn lijf vandaan. Zodat ik plat op mijn gezicht viel. Heel grappig, behalve als het jouw snoet is.

Hoe hard ik ook vanuit de kleuterschool naar huis probeerde te rennen, ze haalden me altijd in. Ook hier heb ik nooit over gesproken. Kinderen zijn loyaal. Het getreiter sudderde door tot ver in de pubertijd.

En dan waren er nog de achteraf verdachte en grensoverschrijdende logeerpartijen bij een neefje. En oom. Mijn herinneringen daaraan zijn nogal onsamenhangend en verward, maar desalniettemin ontregelend genoeg gebleken op mijn verdere leven..

Kinderen hebben een magische belevingswereld. Alles is mogelijk in die wereld en gebeurtenissen worden nogal eens magisch geduid. Ik zou niet weten wat er zou zijn gebeurd als de koningin me destijds echt had uitgenodigd om te komen logeren.

Of mijn ouders het goed hadden gevonden bijvoorbeeld. Ik denk het wel. Mijn vader was zijn hele leven lang helemaal idolaat van onze toekomstige koningin Beatrix. En hij had doorgaans het laatste woord. Of in elk geval dan de beslissende stem.

Het moge duidelijk zijn, dat mij nooit iets dergelijks is overkomen. Niemand heeft in werkelijkheid gezegd, dat ik ook maar enigszins bijzonder was. Het was ook niet gangbaar om te zeggen hoe blij men met je was.

Ik mocht wel bij mensen logeren, zoals dat neefje bijvoorbeeld. Maar daar wilde ik uiteindelijk niet meer heen.

Mijn oudste zus is wel eens op die manier in de picture gekomen. Als twaalfjarige jongedame sloot ze vriendschap met een meisje uit Frankrijk. Op de camping in Spanje. Het kind was jaren jonger, maar stapeldol op mijn zus. We werden met zijn allen uitgenodigd op het eten bij de ouders. Die vroegen of mijn zus aansluitend op onze vakantie een maand bij hen in Frankrijk mocht komen logeren………

Zo kon het dus gebeuren dat mijn schier adolescente zuster op weg naar huis werd achtergelaten bij deze ons volstrekt wildvreemde mensen en hun zevenjarige extreem drukke dochtertje! Ze vertrouwden die mensen volkomen en terecht zou later blijken. We werden als vorsten onthaald overigens. De rode loper ging uit.

Moeders noemden we direct tante. En de vader werd onze nieuwe oom. Tante kon geweldig koken. Ze toverde een zevengangendiner op tafel alsof het niets was. Heks at die avond zoveel, dat ze er bijna misselijk van werd…….

Ik herinner me hoe gewoontjes ik me voelde, toen mijn zuster werd teruggebracht. Ze sprak vloeiend Frans intussen. Mijn bijdehante grote zus. Ze werd vervolgens jarenlang bedolven onder presentjes. Een prachtige zelfgebreide trui van Tante. Een schitterende gehaakte beddensprei-achtige omslagdoek van de oudste dochter, een Frans theeserviesje en ga zo maar door.

Heks kreeg echt ook wel eens iets. Bijvoorbeeld zo’n zelfgebreide trui, toen ik vele jaren later ook een keer mocht komen logeren. Maar de bijzondere status van mijn zus heb ik bij Oom en Tante nooit bereikt. Ik was zo’n gunkind. Gepokt en gemazeld vanuit mijn positie als tweede kind, tussenkind, afdraagkind, om te gunnen. Niets voor jezelf te vragen, dan kan het ook niet tegenvallen.

Maar stiekempjes had ik natuurlijk ook wel al die positieve aandacht gewild!

Tijdens de jaarlijkse bezoekjes van onze Franse familie waren we plotseling een modelgezin. Ons overvolle chaotische huis was spic en span. Mijn ouders waren enorm aardig voor elkaar en voor ons. We maakten allemaal leuke uitstapjes in eigen land. Er werd niet of nauwelijks onderling gebakkeleid door de kids. Lijfstraffen werden tijdelijk volledig afgeschaft.

Mijn zusters populariteit bij onze verse Franse familie was net in de periode, dat Heksje verslaafd was aan valium. Dat ik helemaal spaak liep in mijn jeugdige leventje.

Het tijdperk, dat ik opdraaide voor alles wat er mis was in ons gezin en dat was nogal wat.  Toen behandelaars van de Jelgesmakliniek, waar ik poliklinisch op veertienjarige leeftijd zat af te kicken van diezelfde valium, tegen mijn vader zeiden, dat hij hoognodig eens iets iets aan zichzelf moest doen.  Dat hij zijn dochter helemaal kapot aan het maken was op deze manier.

Ze zeiden dit niet vanuit het blinde niks, maar nadat ze ons gezin vanachter glas een aantal malen met een heel team grondig hadden zitten observeren.

Die heftige periode in mijn jeugd, dat mijn ouders besloten, dat ik dan maar uit huis moest worden geplaatst. ‘Met mij is niks mis. Dat onmogelijke kind is de reden, dat ons gezin zoveel problemen heeft. Als ze niet opknapt moet ze maar naar een kindertehuis!’ Twintig jaar na dato hoor ik van mijn lievelingsoom, dat dit destijds het ultieme antwoord van mijn vader was op het verzoek zichzelf eens onder goed de loep te nemen.

Door volkomen mijn mond te houden en binnenshuis zoveel mogelijk van de radar te verdwijnen kon ik deze deportatie voorkomen. Met een stevige hersenschudding, zogenaamd van de trap gevallen, verliet ik een paar jaar later op mijn negentiende uiteindelijk opgelucht mijn ouderlijk huis.

Ik kijk naar de documentaire ‘Leaving Neverland’. Over die rare pedofiele popstar en een paar van zijn slachtoffers. Heks is nooit een fan geweest van Michael Jackson. Ik hield me als kind bezig met klassieke muziek. Ik ben dus niet gehinderd door een enorme liefde voor de man en zijn muziek bij het bekijken van dit drama.

Zaterdagavond zit ik op een feestje bij de Wilde Boerenzoon. De documentaire komt ter sprake: Ik heb em dan nog niet gezien. Ik praat met twee mannen over dit onderwerp.

De ene man is geschokt door hetgeen hij heeft gezien. Hij kan het niet geloven. Heks denkt ook nog steeds dat het allemaal vooral raar is geweest, die logeerpartijen van kleine jongetjes met die Michael Jackson. Onverantwoord en grensoverschrijdend, gestoord en verstorend, maar zonder keiharde seks. Een derde gesprekspartner werkt zelf als kleuterleider en schiet direct in de verdediging betreffende zijn beroep.

‘Sinds de zaak Robber M. is mijn beroep opeens verdacht voor een man. Mensen vroegen er altijd al naar uit een soort nieuwsgierigheid, maar tegenwoordig zeggen ze rustig: Waarom ga je niet voor bejaarden zorgen?’ beklaagt hij zich.

Waarna hij voordoet hoe je tegenwoordig een kind op schoot moet houden zonder je allerlei beschuldigingen op de hals te halen. ‘Benen stevig tegen elkaar, zodat een kind niets in de buurt van je kruis per abuis kan aanraken. Daar moet je echt goed op letten…..’

Een vriend van Heks trad op als muzikale clown ten tijde van Oude Pekela. Hij verdiende daar een goeie boterham mee. Zijn beroep is voorgoed besmet geraakt door deze affaire. Na Oude Pekela kreeg hij de meest verschrikkelijke beschuldigingen naar zijn onschuldige kop. Van hele enge mensen vaak. Bovendien werd hij nauwelijks meer geboekt. Zijn dagen als muzikale clown waren opeens geteld……

Gisterenavond kijk ik dan eindelijk naar de gewraakte documentaire. Ik val af en toe in slaap, niet omdat het zo saai is, maar omdat ik de avond ervoor tot vier uur op het feestje bij ‘de Wilde’ ben blijven plakken.

Van Kras had ik al gehoord, dat het zeer aangrijpend is allemaal. En het is zo. Juist het feit, dat ze met zoveel liefde over hun predator praten maakt de documentatie extra schrijnend.  Een jongetje van zeven, dat zich bijzonder voelt door die kwibus. Maar wel bij de piemel wordt gevat. Nou ja, piemeltje. Hetgeen allerlei prettige fysieke gevoelens geeft, waar zo’n kind nog niet aan toe is.

Een volwassen vent, die stiekem trouwt met zijn tienjarige minnaar. Een kleine greep uit hetgeen verteld wordt.

Ouders, die hun zevenjarige kind achterlaten in het bed van een vijfendertig jarige kerel. Hoe ze daartoe worden overgehaald. Verleid…… Hoe ze blindelings vertrouwen op een wereldberoemde idioot. Hoe zijn rijkdom, roem en sterrendom hen totaal blind maakt voor zijn manipulaties……

Heks heeft natuurlijk niet veel nodig om overtuigd te raken. Want waarom zou je in godsnaam met zo’n verhaal op de proppen komen als het niet echt is gebeurd?

Bovendien zijn er intussen wel erg veel identieke verhalen in omloop over de superstar. En zijn er genoeg volwassen mensen, die hebben getuigd ontoelaatbare en grensoverschrijdende dingen te hebben gezien. Chauffeurs van de dader, huishoudelijk personeel. En ga zo maar door…….

Hele volksstammen willen het niet horen, willen er niets van weten. Michael Jackson is voor hen een heilige. Het is allemaal lulkoek, hij zou dat nooit doen. Hij houdt juist zoveel van kinderen……..

De man zelf is niet meer. ‘Rot maar in de hel,’ lispel ik nijdig, als ik de volgende morgen op sta. Van alles spookt er door mijn hoofd. Ik denk bijvoorbeeld aan een schoolgenoot van de lagere school. Hij had dezelfde naam als mijn foute oom notabene.

De moeder van het joch was op zeer jonge leeftijd gaan hemelen. Opeens was hij half wees. Een voor ons volstrekt abstract fenomeen, want wat betekent het als je moeder helemaal uit je leven verdwenen is? Als je aangewezen bent op je meestel afwezige rouwende vader?

Wij hadden gewoon allemaal een moeder. En op 1 jongetje na had ook de gehele school een vader. Het was in de tijd voor de seksuele revolutie, toen alle dames nog bij hun man bleven. Ook al sloeg hij hen hoogstpersoonlijk bont en blauw of deed hij aan de toegestane verkrachting binnen het huwelijk. Als ze hem niet ter wille was. Die goeie ouwe tijd, toen je nog je echtelijke verplichtingen had als vrouw.  Die je diende na te komen.

Onze razend populaire schoolmeester had zich over de jongen ontfermt. Hij kwam of zat bij de man thuis. Ook zat hij weleens bij ons in de klas, terwijl hij een jaar ouder was. En ook toen we een keer thuis bij de meester pannenkoeken gingen eten, was de jongen van de partij. Volstrekt thuis in dat huis.

Hij wees ons de weg en hielp de meester met bakken. Die twee hadden een vreemd pact, zoveel was me wel duidelijk. Het kind was helemaal vergroeid met die volwassen man. Hij baadde in zijn niet aflatende aandacht en liefde.

Ze hadden hun eigen onbegrijpelijke grapjes. Zaten samen in een leunstoel, de jongen op de leuning. Er bestond een jarenlange diepe vriendschap tussen hen. Die ongetrouwde beetje vreemde vogel van een schoolmeester en dit geschonden godverlaten kind…….

 

 

Krachtdier daar, krachtdier hier. Wie oh wie is mijn krachtdier? Leven slaat hints om mijn oren. Wil ik horen? Wil ik zien? Misschien heb ik wel vele vrienden die me helpen. Niet één of twee, maar pakweg tien……..

Op een dag nam mijn opa me tijdens ons wekelijkse zondagse bezoek mee naar de grootouderlijke slaapkamer. Heks was nog maar een piepklein heksje! Ik drentelde op tuimelvoetjes achter mijn grootvader aan. Nieuwsgierig gevolgd door mijn moeder en zusje.

Achter in de kledingkast lag een cadeautje voor me. Ik mocht het zelf gaan pakken. Ik verdween helemaal tussen de kostuums, jurken en corseletten. Ik weet het nog goed, ondanks het feit, dat ik nog maar nauwelijks kon lopen. Het heeft enorm veel indruk gemaakt.

Mijn opa gaf nooit cadeautjes aan de kleinkinderen. Dat was het terrein van oma. Zij kocht de presentjes en deelde ze uit. Ik heb het mijn opa dan ook ooit meer zien doen. Noch bij mezelf, noch bij enig ander kleinkind. En dat waren er genoeg. Heks komt uit een grote clan.

Het was dus een bijzondere aangelegenheid.

Uit de kast kwam een pak. Uit het pak kwam een beer. Een echte ouderwetse teddybeer. Ik noemde hem BEER, want zo heette hij. Sinds die eerste dag waren we onafscheidelijk. Beer ging overal mee naar toe. Met een onzichtbaar koord zat hij aan me vast. Je kon me uittekenen met mijn duim in mijn mond en Beer aan een poot slepend over de grond achter me aan.

Mijn moeder heeft hem later weggegooid. Hij zal wel een arm of been hebben gemist. Zij had geen last van sentimenten omtrent dierbaar speelgoed. Ergens in de loop van mijn vierde of vijfde levensjaar is Beer uit mijn bestaan verdwenen.

Nu we op de Heksenopleiding met krachtdieren bezig zijn komt mijn oude vriend plotseling weer regelmatig in mijn gedachten. Niet dat hij ooit helemaal weg is geweest. Met enige regelmaat tik ik een beer ergens op de kop. Ik heb nog steeds een enorm zwak voor dit type knuffels. En met enige regelmaat eet een hond van me dan zo’n speelgoedbeer weer op.

Ik heb overigens nooit meer een teddybeer gevonden, die sprekend op het exemplaar uit mijn jonge jaren lijkt……

Afgelopen winter, vlak voordat ik me opgeef voor de sjamanistische jaaropleiding, vind ik een lief prentje van een beer in de kringloop. Het blijkt een genummerd exemplaar te zijn uit de serie ‘Sporting Bears’ van Sue Willis, een mijn tot dan toe onbekende kunstenares. Het is niet heel veel waard, dat is dan weer het gekke. Maar voor mij is het goud: Heks is direct dol op het plaatje.

Na de tweede lesdag zit die oude honingsnoeper naast me in de auto. Eenmaal thuisgekomen is hij zeer aanwezig in mijn belevingswereld. Mijn oude vriend. Mijn grote beschermer. Ik voel hoe hij als een duffelse jas om mijn schouders glijdt. De term ‘I have your back’ schiet door me heen.

Toch heb ik een gigantisch probleem met mijn gigantische vriend. Hij houdt er niet van om Beer genoemd te worden. En laat dat nu net de naam zijn, waaronder hij me jaren heeft vergezeld. Het is het eerste wat in mijn hoofd op komt, als ik aan hem denk.

Ik oefen met zijn andere namen. Honingsnoeper, hij die op 2 benen loopt, Besseneter…… Het beklijft niet.

Mijn queeste naar mijn krachtdieren is in volle gang. Want wat bijvoorbeeld te denken van al die kikkers, die mijn heksenhuisje sinds jaar en dag bevolken? En heb ik ook niet eens een hert net niet op mijn bumper gehad? Tot twee keer toe? In dezelfde vakantie!

De eerste keer midden in de nacht in een uitgestrekt bos in Noord Frankrijk. Heks was op vakantie met haar hondje Ysbrandt. Ik ging mijn stem bevrijden in dat prachtige geitenwollensokkenoord Ecolony.

Plotseling spring er een enorm hert uit de struiken pal voor mijn auto. Ik zie in een fractie van een seconde alle details van het dier in het licht van mijn koplampen. Een halve meter voor mijn bumper…….Het volgende moment is de schoonheid met een elegante reuzensprong in het bos aan de overkant van de weg verdwenen…….

En heb ik niet een paar jaar geleden een uil gered? Ben ik hevig verliefd geworden op die schat! Staan er nu ook allemaal uilen in mijn huis. Hertjes ook trouwens…….

En ben ik niet dol op draken en eenhoorns? Woont er niet sinds jaar en dag een groene draak van een draak in mijn hart? En heb ikzelf niet een magische achternaam? Een mythologisch dier zomaar voor het oprapen?

Zondag vind ik een prachtige steen op een warenmarkt hier om de hoek. Het is een Septarie, ofwel een Drakenei. Heks ziet er een afbeelding van de Zwarte Madonna in. Ik raak in gesprek met de verkoper.

Een heel leuk heksengesprek verder loop ik met de steen onder mijn arm weer naar huis.

De Zwarte Madonna was de eerste gedaante, die mijn innerlijk landschap bevolkte. Tijdens mijn initiatie als toverkol werd ik op pad gestuurd in de Ardennen om haar te zoeken. Samen met een bevriende regressietherapeut. We kregen tips uit andere dimensies…….

We vonden haar uiteindelijk in een klein museum in een stadje in België. Een minuscuul beeldje. Sindsdien woont ze in mijn hart.

Kristallen zijn ook vrienden van me. Helpers. Ze roepen me vanuit obscure winkeltjes, waar je hen nooit zou verwachten. Ze komen op wonderbaarlijke wijze op mijn pad soms. Ik heb wel eens een mooie hanger tussen mijn sierraden gevonden, die ik nooit heb aangeschaft. Op een of andere mysterieuze manier is die daar in die lade terecht gekomen.

Groene Draak woont ook al jaren in mijn hart!

Zo kwam Beer ook naar me toe middels iemand, die nooit cadeautjes gaf. Zelfs niet aan zijn eigen vrouw. Ik moet me dan ook maar geen zorgen maken over wie mijn krachtdieren zijn. Ze laten zich echt niet tegenhouden als ze bij je willen komen.

Vorige week ontdekken mijn hulp en ik een nest muizen in de berging. Muis is net begonnen met het verzamelen van zachte lapjes. Hiertoe heeft ze een antieke Russische winterjas in stukjes geknaagd.

Er zijn nog geen jonge muisjes te bekennen in het nest, dus we zetten het opklapbed, waar het nest in zit, buiten voor de deur. Muis moet haar huisvesting maar elders voortzetten.

Als we het bed verplaatsen gaat de muis er vandoor. Snel rent ze de hoek van de steeg om richting museum. Daar is het prima toeven voor muizen weet ik van mijn kat Ferguut. Het is een uitstekende locatie voor de muizenjacht. Mijn panter laat zich met enige regelmaat expres insluiten voor een bacchanaal.

Zondag aan het eind van de middag fiets ik naar Kras. We gaan weer heerlijk mediteren. Onze Pop Up Sangha loopt als een tierelier. Als we de spirit krijgen en we hebben genoeg energie bellen we elkaar op. Vervolgens komt ze hierheen of ga ik naar haar huis. Ook afhankelijk van onze fysieke mogelijkheden op dat moment; MEDITEREN OP MAAT!

Ik heb mijn nieuwe steen meegenomen. Sinds enige tijd is Kras ook helemaal verslingerd aan kristallen. We zetten de steen neer met een kaarsje erbij. Dan lees ik een willekeurige tekst van Thay. Die is echter zo ongelofelijk to the point voor ons allebei. Ik heb em zomaar lukraak uit een pak kaarten met teksten gegrist!

Het leven zit vol magie. Vaak zien we het niet. Moet je eerst om de oren worden geslagen met hints……..

 

Opiaten ben ik gaan haten. De meeste mensen hebben niks in de gaten. Die laten zich zo een traject met morfine aanpraten. ‘Ik ga u instellen op Tramadol, beste Toverkol,’ haalde een snotneus van een co-assistent ooit in zijn boze bol. Zulke adviezen kun je bij mij beter laten.

‘Ik heb toch toestanden gehad met mijn hondje! Ik dacht echt eventjes dat het einde verhaal was…..’ de doktersassistente schudt haar hoofd. Ze heeft net als Heks een lief viervoetig mormeltje rondlopen thuis. ‘Blijkt het uiteindelijk een auto immuunziekte te zijn. Hij zal levenslang prednison moeten slikken, het arme dier.’

Heks heeft dat hele traject ooit doorlopen met haar vorige hondje. Ysbrandt was zo allergisch als de pest. Bij het minste of geringste speelde bovendien Demodex op, een parasiet, die 1 op de zoveel honden voor z’n vijfde levensdag cadeau krijgt van zijn moeder. Ook hij heeft zijn hele hondenleventje op de cortisonen gezeten.

Van alles heb ik geprobeerd om het tij te keren. Peperdure kruidenpreparaten, hypoallergene diëten, veelbelovende shampoos, een krankzinnig traject bij de dierenarts om het beest te desensibiliseren. De instapprijs daarvoor was al 750 euro.

Elke nieuwe ampul vloeistof kostte ook weer een meier. Met daarop nog een flinke toeslag voor de dierenarts voor het middels de post in ontvangst nemen en vervolgens over de balie doorgeven van het middeltje. Het heeft overigens niets geholpen allemaal……

‘Ik wil een afspraak bij Bart,’ Heks moet nodig langs bij haar huisarts. Al een maand of vier ben ik bezig met die verdraaide zorgverzekering. Ze hebben alles weer veranderd en nu blijk ik opeens niet meer in aanmerking te komen voor chronische fysiotherapie. Maar niemand kan me vertellen waarom. Ik ken mensen met minder kwalen, die het gewoon vergoed krijgen. Maar ik dus niet.

‘Zelfs reuma en Bechterev zijn uit de chronische verzekering gegooid,’ hoor ik bij mijn behandelaars. De ziektekostenverzekeraars vinden ons te duur. Er wordt te weinig verdiend aan ons kreukels. We moeten gewoon massaal aan de opiaten. Dat levert hen tenminste wat op. Een levenslange verslaving bij de patiënt en een goede verstandhouding met de farmaceutische industrie. En ongetwijfeld een paar snoepreisjes.

‘Heks, jij hebt toch een buik vol verklevingen ten gevolge van allerlei operaties? Ik heb ergens gelezen, dat je dan wel voor een chronische code in aanmerking komt?’ tipt mijn fysio.

Ik word al weken van het kastje naar de muur gestuurd (fysiotherapeut, huisarts, reumatoloog, weer fysiotherapeut, zorgverzekeraar, weer fysiotherapeut, nu dus opnieuw huisarts en waarschijnlijk binnenkort nog een orthopeed), het kost klauwen met geld, maar een code heb ik nog steeds niet. Van schrik heb ik al mijn fysiotherapeutische behandelingen voorlopig gestaakt.

Sinds de ziektekostenverzekeraars grof mogen verdienen aan hun verzekerden is de beer los. Elk jaar kieperen ze van alles uit de dekking. Ze bepalen hoe artsen hun patiënten moeten behandelen, welke medicatie ze moeten voorschrijven bijvoorbeeld. Hoeveel je maximaal mag besteden per dag aan alternatieve genezers…… En ga zo maar door.

Eerst werden alle antroposofische middelen geschrapt. De wekelijkse injecties met Abnoba en Citrus betaal ik alweer jaren zelf. En dit omdat de door mijn huisarts voorgeschreven ampullen uit Duitsland moeten komen. De middelen worden gemaakt door een Duitse apotheek.

Een nieuwe regel van de verzekeraars is dat dat niet meer mag. Dit scheelt hen honderden euro’s per jaar in mijn geval……

Daarna was Low Dose Naltrexon aan de beurt. Hoog gedoseerd wordt het wel vergoed, maar in lage doses moet ik er zelf voor opdraaien. Voor dit fenomeen heeft niemand een verklaring. Het is gewoon een op zichzelf staande regel, ontwikkeld nadat dit middel in zwang kwam onder ME patiënten.

Het is na 30 jaar ME het enige middel, dat ik ontdekt heb, dat structureel iets voor deze patiënten doet en dus niet alleen een lapmiddeltje is. 

LDN kost in een gewone apotheek bovendien sinds het niet meer vergoed wordt opeens ruim zes keer zoveel, omdat apotheken het niet meer zelf mogen maken. Ze besteden het verplicht uit aan malafide farmaceuten. Kosten 60 pilletjes opeens 240 euro in plaats van 40. Dan sta je wel eventjes raar te kijken aan de balie van de apotheek.

Gelukkig is er nog 1 apotheek in Nederland, die met gevaar voor eigen leven het middel zelf maakt en het daardoor goedkoper aanbiedt. Niet zo voordelig als voorheen, maar nog altijd veel minder prijzig dan bij de lokale apotheken.

Dat moet je dan maar net weten. Die onversaagde apotheek heeft echter een enorm ingewikkeld protocol, waar je je aan dient te houden. Ik ben gemiddeld een week bezig met het rondkrijgen van de bestelling. En het resulteert evenzogoed nog steeds in honderden euro’s per jaar voor eigen rekening.

Daarna verzonnen de verzekerboeven dat je maximaal nog maar pakweg vijftig euro per dag mag besteden aan een alternatief genezer. Die kosten gemiddeld rond de tachtig euro per behandeling, dus moet je opeens zelf elke keer dertig euro ophoesten.

Zo kan het gebeuren, dat je nog vijfhonderd euro alternatief te besteden hebt aan het eind van het jaar, terwijl je die vijfhonderd euro intussen hebt uitgegeven aan die extra bijdrage. Naast je verplicht eigen bijdrage…..

Die stiekempjes opgelegde extra eigen bijdrage steken die kloterige verzekeraars dan weer in hun eigen zak.

De medicinale Cannabis wordt ook niet meer vergoed. We moeten namelijk massaal aan de opiaten. Het is een beetje een stokpaardje van me dit thema, maar sinds ik in mijn dossier van de pijnpoli zag staan dat mevrouw Heks opiaten ‘weigert kan ik niet genoeg tekeer gaan over dit onderwerp.

In de Verenigde Staten is al een groot deel van de bevolking verslaafd geraakt aan die troep nadat ze het door artsen voorgeschreven kregen. De overstap naar goedkopere middelen op de hoek van de straat wordt regelmatig gemaakt. Door mensen uit alle lagen van de bevolking…….

Nog geen twintig jaar geleden kreeg je maar drie dagen morfine na een zware operatie. Daarna ging de pomp eraf. Om te voorkomen dat je verslaafd aan die rotzooi zou geraken. Ik kan het me goed herinneren, omdat ik indertijd wat had gegeven voor een paar extra dagen fatsoenlijke pijnstilling na weer eens rigoureus te zijn opengesneden. Ook iets, dat artsen zo graag doen.

 

En nu? Nu hebben we te maken met marktwerking. Dus verslaafde patiënten zijn juist gunstig. Daar kun je op alle mogelijke manieren nog meer geld uit persen. 

Wat een idiote wereld. Ik blijf me erover verbazen. Maar Heks is niet voor 1 gat te vangen. Ik ga net zo lang zoeken tot ik de opening in de nieuwe regeltjes heb gevonden naar chronische fysiotherapie. Ik wil niet eindigen als plank. En de scootmobielaanvraag is dan wel de deur uit, maar ik wil zo lang mogelijk op eigen benen blijven staan. En lopen. En traplopen…… Blijven bewegen dus. Ha!

 

Knibbel knabbel knuisje: Ieder huisje heeft zijn kruisje. Heks verlaat haar heksenhuisje…. En trekt de wijde wereld in spin, de bocht gaat in. Uit spuit.

‘Het is toch ook altijd hetzelfde. En telkens vergeet ik dat weer. Ben ik een maand in Plumvillage, een soort snelkookpan aan processen en inzichten, kom ik thuis en moet ik het allemaal nog eens dunnetjes over doen.’

‘Het hele najaar heb ik in de kreukels gezeten. Moest ik opnieuw het wiel uitvinden van verbinden met de Sangha-schapen. Opnieuw woedend op mijn voorouders geweest en eveneens opnieuw me met hen verbonden. Ook stukjes goud onder hen gevonden…..’

Heks zit bij de homeopaat. Ik praat en praat. VikThor ligt slapjes onder haar stoel. Hij is nog steeds niet helemaal de oude. Zo mager als een lat. Morgen ga ik een kuurtje voor hem halen.

Langzaam ploeter ik mezelf een weg door strontland. Ouwe shit in nieuwe vaten. Het levert vruchtbare grond op, al die modder…. dat zeker. Maar leuk is anders. Het mag wel een onsje minder wat mij betreft.

Een paar dagen later rijd ik vroeg de stad uit in mijn kanariepiet. De achterbumper wappert een beetje. Losgeraakt tijdens het inparkeren van deze of gene hier in de buurt. Die nam dat inparkeren wel erg letterlijk.

Ik zal em straks met een knalgele smiley-sticker weer aan elkaar plakken. De ervaring leert, dat het euvel dan weer een tijdje verholpen is. Op mijn gemak tuf ik naar de hoofdstad. Er is geen sterveling op de weg. Om half tien parkeer ik in de P.C.Hooftstraat.

1 voor 1 druppelen de heksjes uit alle windstreken binnen. Sommigen met een druppel aan de kromme neus na een woeste tocht op de bezemsteel. Anderen bepakt en bezakt met grote zelfgemaakte trommels van paardenhuid. Allemaal eigenzinnige dames. Eigenwijze tante Betjes.

Vandaag gaan we aan de slag met krachtdieren. Ik heb al flink liggen dromen over een krachtdier. Een hele heftige droom. Ik werd als het ware bij mijn kladden gegrepen. Door het krachtdier van iemand anders.

Is dat nu ook mijn grote vriend? Dat valt nog te bezien. ‘Krachtdieren komen je vaak besnuffelen,’ vertelt onze juf de vorige keer, ‘Met name de slang, de tijger en die en die staan daarom bekend.’

Ik word dus druk besnuffeld. Heks besluit het allemaal af te wachten. Niet teveel in te vullen. Te genieten van het proces.

De gehele zondag zijn we druk in de weer. Lekker aan het heksen. Heks gooit zich volop in de strijd. Als een slang kruip ik over de grond tussen rijen schreeuwende toverkollen door. Ze klauwen naar me. Houden me tegen. En moedigen me aan.

Om maar iets te noemen.

Dagenlang moet ik bijkomen. Zo’n dagje als een normaal mens tekeer gaan komt me op een week gekreukel te staan. Minstens. Maar ik heb het er voor over!

Tijdens het slangenritueel neem ik afscheid van een aantal zaken, die me hinderen op mijn heksenpad. Ik laat werkelijk heel wat achter me.

Wijs geworden door eerdere ervaringen realiseer ik me, dat ik wat ik verworven heb tijdens dit ritueel wel moet implementeren in mijn dagdagelijkse leventje.

Eindelijk maak ik dan een afspraak om EMDR te gaan doen op datgene wat me hindert op dit pad. Al die mensen, die ik los moet laten. Liefst in liefde. Als het eventjes kan.

Loyaliteit is een prachtige eigenschap, maar je kunt ook overdrijven. Om thuis te komen bij mezelf moet ik vooral thuis geven. Loyaal zijn aan mezelf. Om te beginnen. De rest volgt vanzelf.