Inspiratie: Filantropie versus de dagdagelijkse frustratie. Een gever temidden van vele nemers. Variërend van ONDERnemers tot ECHTE criminelen……

Vorige week zondag wil ik naar de kerk. Ik ben al lekker in de stemming, want ik kijk tot een uurtje of vijf in de ochtend naar moordprogramma’s. Deadly women: Meisjes vermoorden hun schat van een vader, dochters slaan de de hand slaan aan hun lastige moeder. Een exotische oppas vermoordt het aan haar toevertrouwde onschuldige kind. Ontspoorde pubermeid vermorzelt een assertieve homoseksuele man. Verliefde beeldschone deernes zetten hun partners aan tot moord……

Ik slaap een paar uur. Dan sta ik op.

Oh, wat is het koud. Snel draai ik aan de thermostaat. Ik kruip weer in bed. De tweede poging om op te staan is succesvoller. Na de nodige koffie en pijnstillers ga ik de deur uit met VikThor. De kerk ga ik niet meer halen. Ik moet mijn zonden nog maar even verbijten.

Die middag schrijf ik aan een blogje. Het zonnetje baadt mijn woonkamer in haar onbarmhartige licht. Overal liggen stofvlokken. Stukken hondenflos zwerven door de kamer. Mijn hondje kauwt werkelijk op alles wat los en vast zit. Lang leve zo’n ouderwets touw!

In de loop van de middag ga ik weer naar buiten. Het is stralend weer. Overal uitgelaten mensen. Ik peddel met fietskar en hond richting Merenwijk. Onderweg gooi ik mijn hondje uit de kar. Enthousiast rent hij naast de fiets. ‘Kant,’ brul ik als er tegenliggers aankomen. Braaf zwenkt hij naar de rechterkant van het fietspad.

‘Naast,’ commandeer ik vervolgens. En hij komt keurig langszij! Er zit een onzichbare lijntje tussen mij en mijn hondje. Ik lees hem als een boek. En dat is wederkerig. Hij volgt trouw al mijn bevelen op, zelfs nu hij een beetje pubert! Hoe is het toch mogelijk? Hoe kan een wezentje van zeven maanden oud nu toch zoveel snappen en weten? Moet je eens naar onze mensenkinderen kijken: Die liggen amechtig brabbelend in hun wieg als ze zo oud zijn.

Langzaam fiets ik rondom het golfveld. Op de sloten en vaarten wordt geschaatst. Iemand is de ijsbaan aan het vegen. Voor het hek wacht een menigte bont ingepakte kinderen. Een incidentele volwassene steekt er kaaltjes bovenuit.

Op de Zijl zie ik ook iemand schaatsen. In het midden liggen grote ijsschotsen. Daar is weer zo’n klerelijer doorheen gevaren. Dat moest toch verboden worden in tijden van ijspret!

Kleine jongens zitten op een pak stenen langs het bevroren water. Ze stampen erop met hun laarzen, maar durven niet de stap te zetten los van de wal. Hun ouders hebben hen vast goed de oren gewassen! Om beurten gooien ze takken en stenen op het ijs.

Ik kom de leuke vrouw tegen van de wijnwinkel in Warmond.  VikThor vlijt zich tegen haar aan. Zelf heeft ze ook een schitterende jachthond. Heks weet niet welk merk. Dat moet ik toch eens vragen.

Nadat we over het eilandje in het Joppe hebben gestruind gaan we richting Kras. Zij woont om de hoek van dit miniatuur natuurgebied. ‘Gezellig Heks, kom binnen, ik ben net in de weer met mijn slow juicer. ik ben nog eventjes bezig, dan drinken we thee.’

Terwijl mijn vriendin een listig sapje perst zet ik gemberthee. Niet veel later zitten we tegenover elkaar aan haar grote eettafel. VikThor rent verrukt rond met allerhande kattenspeelgoed. Wij drinken gloeiendhete thee en uitermate traag geperst sap. Zalig!

‘Wat gezellig dat je langs komt! Ik had net een beetje een prutdag,’ mijn vriendin lacht van oor tot oor. Al snel zitten we te giebelen om elkaars bizarre verhalen. ‘Dat vind ik toch zo leuk aan jou, jij hebt ook echt de meest vreemde dingen meegemaakt, Heks,’ hikt ze na een hilarisch vervolg op deel 1 van Een Huilduitser In Mijn Hangmat.

Ja, dat klopt. Ondanks mijn amoebe-achtige constitutie stort ik me toch altijd in allerlei avonturen. Ik ken mensen met een enorme actie radius, die nauwelijks verder kijken dan hun neus lang is. Heks kijkt liever ver voorbij het einde van haar hakige heksenneus. Dat heb ik met mijn vriendin gemeen. Het maakt het lastige leven weer sprankelend en leuk….

‘Gisteren was ik eventjes naar Den Haag op mijn nieuwe scootmobiel. Ik kook altijd voor mijn oude tantetje op vrijdag,’ ze ziet mijn verbaasde blik. Op de scootmobiel naar Den Haag? Ik weet dat het een turbo exemplaar is, maar waarom niet met de auto?

‘Oh, heb ik dat niet verteld? Ik heb mijn bus weggegeven,’ mijn vriendin kijkt vergenoegd. Ik weet dat ze het van plan was. Maar om dat dan vervolgens ook daadwerkelijk te doen! ‘Ik zou in een heel duur tarief terecht komen en dat kan ik onmogelijk ophoesten, dus toen ben ik toch nog maar eens op internet gaan kijken of ik iemand kon vinden, die zo’n aangepaste bus goed kan gebruiken.’

Proefrit met Kras ©Toverheks.com

De bus is bedoeld voor gehandicapte mensen en mijn maatje is niet gehandicapt genoeg voor deze volledig aangepaste bus, dus vandaar dat hoge tarief wegenbelasting. Haar tevens gehandicapte partner stond destijds borg voor het lage tarief. Sinds zij niet meer onder ons is staat de bus op de schop…… Haar eigen dure aangepaste bus!

Nederland en zijn stomme regeltjes. Bah.

Maar goed. Deze roodharige dame tegenover me aan de eettafel van haar fleurige huis is niet voor 1 gat te vangen. Ze laat zich stomweg niet uit het veld slaan door bureaucratisch geneuzel. Ze heeft gezocht en gevonden: Een nieuwe eigenaar voor dit geweldige vervoermiddel.

Ergens in Nederland woont een kleine jongen met een stofwisselingsziekte. ‘Er zijn legio van dat soort aandoeningen, Heks. En die mensen moeten vaak maar zien hoe ze het redden. Kortom, ik heb zijn ouders gebeld en gezegd dat ik een auto voor hen heb heb als ze geïnteresseerd zijn…’

‘Aanvankelijk vertrouwden ze het zaakje voor geen meter.  Toch ben ik er een dag later heen gegaan. Ze wonen helemaal in Deventer, stad van de legendarische Go Ahead Eagles. Die kleine jongen is een groot fan van deze voetbalclub. Hij is er een keertje te gast geweest! Hij kreeg een shirt met alle handtekeningen van de spelers! Een onvergetelijke ervaring…..’

‘Maar goed. Ze moesten toevallig die middag naar de dokter in Zwolle. Tijdens de proefrit naar het ziekenhuis kreeg zijn moeder een smsje van haar bezorgde schoonzus. “Kijk maar uit met die testrit. Misschien is het wel een criminele bende en halen ze intussen snel je huis leeg”.’

We moeten vreselijk lachen. Ik zie Kras al voor me als heavy crimineel met haar bus. Een roodharige madre de familia maffia in een oranje scootmobiel. ‘Mensen kunnen het gewoon niet geloven, als je zoiets doet. Wie geeft er nu een bus weg van duizenden euro’s? Dat is gewoon verdacht!’

inspiratie7

Armoede is op je geldberg zitten en je oog alweer laten vallen op het luttele bezit van een ander…… ©Toverheks.com

Ze laat me foto’s zien van het jongetje. Wat een lekker ventje! Hij zit enthousiast te zwaaien met de sleutels van de bus. ‘Hij wilde ze niet meer teruggeven! Wat een lieverd, he?’ Ze laat ook nog wat foto’s zien van de situatie zoals ze hem aantrof.

Een dodelijk vermoeide moeder, die met veel pijn en moeite een ondanks zijn ziekte goddank toch opgroeiend jochie vanuit zijn rolstoel in een personenauto probeert te proppen. ‘Daarbij stootte hij elke keer zijn hoofd,’ wijst mijn vriendin.

Het zusje van de jongen helpt mee. Dan moet de rolstoel helemaal uit elkaar gehaald worden, anders past hij niet in de achterbak van de auto. Wat een gedoe. En de jongen wordt natuurlijk nog groter! De bus komt als geroepen!

Een uurtje later fiets ik naar huis. Mijn hart is helemaal opgewarmd. Ik zit zachtjes voor me uit te zingen. Wat een inspirerende middag! Wat heerlijk dat er mensen zijn zoals Kras. Die niet bang zijn om iets weg te geven, zelfs al hebben ze zelf geen knoop.

Filantropie komt uit het hart ©Toverheks.com

‘God houdt van zijn kinderen,’ zegt een televisiedominee die nacht op de buis. Heks kijkt naar een religieuze zender voor de verandering. Moordprogramma’s zijn plots van de baan.

De voorganger is een forse stoere menopauzale vrouw met een grote wulpse mond, een praktisch kortgeknipt kapsel, een stem als een scheepstoeter en de subtiele charme van een sergeant majoor. ‘Je kunt ze dus maar beter goed behandelen. Als je hen mishandelt word ‘ie erg boos. Dat wil je niet meemaken!’

Oh jee. Daar denken de meesten van ons helemaal niet over na. We beschouwen kinderen vaak gewoon als privébezit. Je mag ze uitschelden, slaan en voor je laten werken…… Ze zijn je verlengstuk, boksbal , bitch en pispaal. Je kunt ze kapen, gijzelen, bezitten en verguizen. Kinderen moeten vaak alles waarmaken wat jij hebt gelaten. Ze moeten slagen waar de ouder heeft gefaalt. En als dat mis gaat promoveer dan die mislukkeling gewoon tot zondebok!

Een wildvreemd kind een auto geven omdat je daar gewoon zin in hebt? Dat is nog eens andere koek! En hoewel ik Kras nog nooit in een moskee of kerk heb gespot, laat staan dat ze zich door een patriarchale mannelijke god de wet laat voorschrijven, toch denk ik dat het wel goed zit met Kras en Godin, de Grote Goddelijke Moeder….

‘Heks, die bus is een tijdelijke oplossing. Hij is aangepast voor mijn grote kleine engeltje destijds. Die mensen zijn nog steeds aan het sparen voor een geheel nieuwe aangepaste bus. De mijne kunnen ze dan inruilen, dus dat scheelt. Maar er is nog best veel geld nodig! Ze hebben een actie opgezet. Ik zal je de link sturen,’ zegt Kras als ik haar later spreek.

Hier kun je meer lezen over deze actie. Dream or donate. Rolstoelbus voor Hayden!

En hier de reactie op de geweldige actie van Kris! Update : Lieve lezers donateurs tot dusver. Er is iets bijzonders gebeurt we hebben een best grote donatie gekregen. Een vw transporter uit 2006. Deze is aangepast met een uitklapbare plank om de rolstoel naar binnen te rijden. We zijn erg blij met deze donatie van een mevrouw uit Leiden. Ze zei ook dat het niet het ideaalste voor ons is maar een begin. Ze ziet het als een investering voor onze eigen bus. We gaan dus door met onze dream!

 

Elk jaar in januari vindt bij Ex Animo de aftrap plaats van de Matthäus Passion! Hoera! Wij worden toch zo blij van dit lijdensverhaal! De repetities zijn een feestje! Ook Heks kikkert er helemaal van op!

De tweede dinsdag van januari begint mijn koor met de repetities van de Matthäus Passion. De kerstballen staan net weer op zolder. De eerste marathon op natuurijs is nog niet eens verreden. De oliebollen liggen nog dwars op de maag. De kerstkilos’s zwerven nog op dijen en heupen. Het kindeke ligt nog zoet te sabbelen in zijn krib. De drie koningen zijn pas op de heenreis. In Orthodox Rusland is het kerstfeest nog niet eens gevierd! Wij echter storten ons vol overtuiging op het lijdensverhaal.

Is het normaal gesproken al gezellig druk en rumoerig tijdens de repetities, nu zit de zaal stampvol. Het koor is verdriedubbeld. Uitgerust met extra projectleden. De meesten van hen zie ik elk jaar terugkeren. Heks zit op de voorste rij naast haar vaste zangmaatje. Ze zit al te zwaaien als ik binnen kom. ‘Gelukkig nieuwjaar,’ zing ik haar toe. ‘Ja, dank je, jij ook de beste wensen, hè.’ Ik glijd naast haar op mijn stoel.

In de pauze sommeert ze me om een sprint te trekken naar de koffiekamer. ‘Snel, Heks, anders hebben we geen plekje.’ Ik ren via een sluiproute naar onze vaste tafel. Een bevriende sopraan haalt de koffie. Even later zitten we lekker te lachen en kletsen. ‘Hoe heb jij de kerstdagen doorgebracht?’ Mijn maatje is naar een hotel geweest met haar geliefde zoon.

‘We hebben ons lekker laten verwennen! Het was goed hoor, Heks. Echt een heel lekker kerstdiner. En je hoeft niks te doen. Dat is ook heerlijk!’ Ze heeft maar één kind, maar hij telt voor tien. Elke dinsdag brengt hij zijn moedertje om half acht naar het koor en om tien uur staat hij enigszins ongeduldig te wachten om haar weer naar huis te begeleiden. ‘Hij is stapelgek op zijn moeder,’ Anna glimlacht verrukt. Het is haar een raadsel. Mij niet.

Eén van de dames laat al tijdje verstek gaan.  Haar man heeft in het ziekenhuis gelegen. Ja, dat hakt erin. Dan heb je wel eventjes iets anders aan je hoofd. ‘Zij is ook al 85 hoor, Heks. Dat moet je niet vergeten. Het wordt haar ook een beetje te druk allemaal, vooral nu , met al die projectleden….’

Het is alweer de derde keer dat ik meezing in de Matthäus. Het stuk zit er al aardig in, dat scheelt. Tijdens de repetities zit ik lekker te tekenen op mijn tablet. Intussen luister ik hoe de bassen zich stukbijten op een fragment. Of de tenoren. De twee sopranen, moeder en dochter, waar ik twee jaar geleden mee heb gevochten tijdens de generale repetitie zitten pal achter me. De moeder kijkt nog steeds nijdig naar me. Het deert me niet.

De dochter steunt haar chagrijnige moeder door dik en dun. Zelfs toen het mens me te lijf ging met mijn eigen muziekstandaard! ‘Sommige dochters worden gekaapt door hun moeder,’ zegt een Indiase zangvriendin tegen me, als we het er over hebben.  Ze spreekt uit ervaring. Jarenlang was zij haar moeders bitch.

Het Dikkertje Tromkoor met Heks en Buurman

Er wordt wat afgestreden in de wereld. Je zingt over het lijden van iemand, die ons liefde probeerde te leren en slaat elkaar letterlijk met de tekst om de oren. Rechtvaardigheid is vaak ver te zoeken in de wereld en liefde nog verder. Wij mensen zijn bovendien ook nog eens verzot op melodrama. De gemiddelde soap kan niet tippen aan de bizarre werkelijkheid!

Nou, melodrama kun je het niet noemen, mijn geliefde Passie. Bach heeft deze krankzinnige geschiedenis virtuoos muziekaal verhaalt.

‘Geef mij maar de Johannes Passion, Heks, die duurt tenminste niet zo lang,’ zegt een zangvriend uit een ander koor onlangs tegen me, ‘als jullie die een keertje gaan zingen, ga ik ook meedoen.’

 

 

Hardnekkig vragen van verkeerde aandacht en lozen van allerlei afval in mijn kleine kruidentuintje drukt als een loden last op de pijnlijke schouders van Heks: Ik ben verdorie geen vuilnisvat! En ook: Nieuwe vriendin wandelt mijn leven in met haar Mechelaar!

‘Kom schatje, we gaan naar Baris,’ Ik kriebel mijn hondje achter zijn oren, ‘Baris. Baris, Baris…..’ VikThor spitst zijn flappers. Hoort hij het goed? Hij houdt zijn geinige koppie schuin en zijn ondeugende bekkie gaat open in een soort grijns. Althans, daar lijkt het op. Hoera! We gaan wandelen met mijn vroegere hulp en haar Mechelaar.

Niet veel later zit ik in de auto. Laat ik er nog maar eventjes van genieten, want het ziet ernaar uit dat ik mijn kanariepiet op termijn ga kwijtraken. Of mijn dieren. ‘Breng ze maar naar het asiel,’ zegt de financiële man tegen me, ‘Of houd eens een tijdje op met je medicatie. …’ Alsof ik dat voor mijn lol slik!

Het zal de auto wel worden vrees ik. Heks is bezig om zich financieel te beraden. Dingen zijn toch niet zo goed geregeld als ik dacht. Opeens hang ik aan allerlei touwtjes te bengelen! Ik ben ergens onderweg mijn autonomie op dit gebied volstrekt kwijtgeraakt! En als ik ergens niet tegen kan is het om mijn vrijheid op te offeren voor zoiets stoms en triviaals als geld!

Terwijl ik de stad uit rijd heb ik last van een medeweggebruiker. Hij haalt me in en gaat zo rijden dat ik er niet meer langs kan, ondanks de tweebaansweg. Hij treuzelt voor mijn neus en kijkt in zijn spiegel naar Heks. Ik neem gas terug en doe alsof ik linksaf wil slaan. Op het laatste moment ga ik echter toch naar rechts. De man is dan al in de rij voor het andere stoplicht beland. Mooi zo. Daar ben ik vanaf…..

©Toverheks.com

Maar nee. Niet veel later zit er weer zo’n klever achter me. Zou het dezelfde zijn? Ik heb helemaal niet op het type auto gelet. Noch op de bestuurder. De chauffeur plakt en plakt. Heks kan geen kant op, want voor me zit iemand te sukkelen en naast me rijden ook auto’s. Plotseling haalt de eikel me links in en schiet tussen mijn auto en een voorganger op de andere baan door om pal voor mijn neus schielijk weer in te voegen. Een levensgevaarlijke manoeuvre!

Even later gaat de man vol op zijn rem. Zomaar. Om me te pesten: Er rijdt niks vlak voor hem. Ik knal er bijna bovenop. Hij rijdt tergend langzaam totdat we bij stoplichten komen. Heks heeft geen zin in de engbek. Ik wijs op mijn voorhoofd naar de starende idioot in zijn achteruitkijkspiegel en wissel snel van baan.

Maar als ook ik voor de lichten stop hoor ik plok. Of TOK. O jee. Nu ben ik uit pure nijd tegen mijn nieuwe voorganger aangereden.

Braaf sukkel ik achter de geschonden auto aan naar een loze rijstrook. Daar bekijken we de schade. ‘Jullie zijn gered door jullie afweergeschut,’ lacht Heks opgelucht tegen het uitermate vriendelijke echtpaar dat is uitgestapt. Ik ben alleen maar tegen hun trekhaak aangekomen. En die heeft een luikje in mijn bumper opengeduwd. Niks aan de hand. Goddank!

‘Zagen jullie wat er gebeurde?’ Ze hebben het niet gezien. Hoe weer één of andere kerel aandacht wilde van Heks. Het was niet eens een lelijke vent, maar wel een griezel natuurlijk. Een ongeluk veroorzaken vind ik nu niet bepaald sexy.

‘Heks, jij bent zo’n prachtige superslimme vrouw, sommige mannen kunnen daar niet tegen. Vooral als ze zelf lelijk zijn of oliedom. Of een slecht karakter hebben. Daarom hebben ze een hekel aan je. En dan ben je daarbij ook nog eens een echte schat! ‘ Don Leo troost me als er weer eens zo’n type tegen me heeft staan schreeuwen.

©Toverheks.com

Zoals gewoonlijk was er geen enkele aanleiding is voor dit gedrag behalve mijn existentie. Soms zit iemand zelf vol met louter nijd. En dat wil ‘ie dan zo snel mogelijk kwijt……

Heks wordt dan nogal eens aangezien voor vuilnisvat. Een oude rol, die me niet meer past. Helaas heeft nog niet iedereen dat in de gaten. En sommigen kunnen dat gedrag nu eenmaal niet laten.

Heks was dus weer eens met stomheid geslagen, voor de zoveelste keer in haar leven, maar iets terug zeggen heeft meestal geen zin bij aartschagrijnen. Je kunt beter de plaats poetsen!

Deze prachtige dame rijdt op deze zonnige dag met haar geweldige hondje in haar aftandse maar zeer geliefde autootje naar het strand. Daar staan Baris en zijn vrouwtje ongeduldig op ons te wachten. ‘Ha schat, daar zijn we dan, iets verlaat, want ik werd achtervolgd door een foute kerel’ ik til VikThor uit de auto en grijns ondeugend naar mijn vriendin. We vliegen elkaar om de hals. Voorzichtigjes. Vanwege mijn gekke nek.

©Toverheks.com

Dan lopen we een heerlijk rondje door de duinen. Het stormt, maar we vinden een beschut plekje uit de wind en in de zon. Mijn maatje tovert een thermosfles met thee tevoorschijn. ‘Wil je er ook een lekker sneetje kerststol bij?’

De hondjes zijn toch zo blij. VikThor pakt de bal af van Baris en gaat uitdagend ererondes rennen om de picknicktafel. We liggen in een deuk. Baris staat goeiig te grommen. ‘Leg neer die bal…..’

Op het strand waaien we compleet uit ons hemd. De zee is een grote woeste wit schuimende watermassa. Je kunt tegen de lucht leunen! We worstelen ons een weg tegen de wind in. Helaas zijn alle standtenten gesloten. Maar we vinden nog een zonnige duinpan! Voor een laatste kopje thee.

Op het parkeerterrein bij Duinoord nemen we afscheid. Maar niet voordat we een nieuwe afspraak hebben gemaakt. Volgende week gaan we weer aan de wandel. Op alweer een andere locatie.

Op mijn gemak tuf ik terug naar Leiden. Ik rijd helemaal om, zodat ik via Voorschoten de stad in kom: Ik moet nog eventjes langs de apotheek. Het dorp van mijn jeugd is ook al bezig om zich te laten opstuwen in de vaart der volkeren. Een megalomaan bouwproject verkracht het hart van dit mooie oude plaatsje. Een kniesoor die er op let…..

Wat is het fijn om samen op stap te gaan. Om weer een vriendin erbij te hebben. Ik heb zoveel verliezen geleden de laatste jaren. De laatste tijd ook. Uit elkaar groeien houd je nu eenmaal niet tegen…..

Maar hier groeit iets. Naar elkaar toe. Mooi.

©Toverheks.com

 

 

 

 

Alles is relatief! Is jarenlang mijn rechterarm mijn ‘slechte’ arm, nu is mijn arme linkerarm de armzalige…. En ook: Als je links weg haalt wordt de linkerkant van rechts links. Maar dat is weer een heel ander verhaal!

De dag na kerst zit ik alweer bij mijn huisarts. Ik zie de man bijna dagelijks de laatste tijd. ‘Wat zal het deze keer zijn?’ zie ik hem denken. ‘Ik wil een cortisone prik,’ steek ik maar direct van wal. De dokter kijkt me glazig aan. Wat nu weer? Een paardenmiddel van stal halen? En dat voor iemand die zich hevig verzet tegen behandeling met antibiotica en morfine……

Ja. Heks is het zat om te creperen van de pijn. Zonder uitzicht op verbetering. Al weken neemt de pijn in mijn rug, linkerschouder en -arm al mijn aandacht en energie in beslag. ‘Hoezo heb jij niks bij een reumatoloog te zoeken, Heks?’ vraagt mijn fysiotherapeut me onlangs, ‘Die gewrichten van jou zijn behoorlijk ontstoken door alle irritatie.’ Oh. Oeps.

Zo heb ik het nooit bekeken.

Met kerst spreek ik een familielid met in toenemende mate vergelijkbare fibromyalgische klachten. Die krijgt knoepers van cortisone injecties. En dat helpt. Waarom heb ik daar nooit eerder aan gedacht?

Zo race ik die middag door de stad op mijn elektrische fiets met hondenkar. Eerst naar de fysiotherapeut,. Dan naar de apotheek om de ampul op te halen. Opnieuw naar de huisarts voor de daadwerkelijke prik. Een heel gedoe, want de locaties bevinden zich in allerlei uithoeken van de stad.

Geen pretje ook dat gehobbel met die schouder uit zijn verband en die dove arm en hand. Ik weet gewoonweg niet hoe ik op mijn fiets moet zitten. De auto is echter geen optie. De stad zit vol koopjesjagende kerstvakantiegangers. Geen doorkomen aan.

‘Waar zal ik hem zetten? Hier vooraan maar, daar zitten de meest pijnlijke pezen en aanhechtingen…’ De injectie wordt geprepareerd. ‘Er gaat een stevige verdoving bij, lidocaïne, dat is protocol,’ mijn huisarts staat geconcentreerd te fröbelen. Ale ingrediënten gaan in 1 spuit. Dat scheelt. Ik zie er bepaald niet naar uit.

Het is een rotprik. En het duurt maar en duurt maar. Ik verplaats mijn aandacht naar mijn friemelende tenen en zit het uit. ‘Zo, al klaar. Laat me over pakweg twee weken even weten hoe het ervoor staat,’ stralend geeft hij me een hand. Zo is hij. Altijd positief. Ik heb echt een fijne huisarts, ook al zijn we het niet altijd met elkaar eens.

Als ik de trap afloop voel ik me al een ander mens. ‘Het zal die verdoving wel zijn,’ denk ik bij mezelf, ‘eerst maar eens kijken hoe het ervoor staat als die is uitgewerkt.’ Maar het effect blijft. De dooie vingers lopen terug van drie naar anderhalf. De onderarm raakt uit de kramp. De schouder kalmeert enigszins.

Verder zit er nog van alles schots en scheef in die streek, maar nu kan de boel tenminste genezen en langzaam maar zeker weer op zijn plek vallen. Hoop ik. Vooralsnog scheelt het gigantisch in de pijn. Ik kan weer een beetje op een stoel zitten. En op de fiets.

Wel moet ik de geprikte schouder volledig ontzien. Hetgeen moeilijk is als de pijn vermindert. Ik probeer zoveel mogelijk met mijn rechterarm te doen. Jarenlang mijn slechte arm. Alles is relatief!

Een week later overleg ik met de huisarts. Ik wil een verwijzing voor de pijnpoli en voor de reumatoloog. Dat eindeloze getob in mijn eentje moet maar eens afgelopen zijn. Weg met al die ontstekingen en weg met de pijn!

 

 

Heks wenst al haar lezers een heel Gelukkig Nieuwjaar! Veel liefde, lachen en lustig leven toegewenst. Gezondheid ook vooral. En een hart vol compassie, een portemonnaie met voldoende activa en een paar broodnodige goede vrienden……..

©Toverheks.com

 

Heks en Steenvrouw kleden kale kerstkalkoen aan met keur aan kleurige groenten. Zelf lopen we allemaal in het zwart: Hartstikke chic!

Tweede kerstdag slaap ik uit. Ik slenter een ochtendhondenronde door de stad en lunch met het restant haring van gisteren. Supersloom ben ik vandaag. En ik hoef ook hoegenaamd niets.

Dat is dan weer het voordeel van een jaartje kerst overslaan. Geen toestanden rondom het optuigen van de kerstboom. Geen metershoge stapels met lege dozen, geen emmers met takken, bloemen en bessen, geen heidense troep in de keuken. Nee. Serene rust all over the place.

 

Aan het eind van de middag ga ik met VikThor richting Leiden Zuid West. Ik fiets langs het Vlietkanaal en laat mijn hondje goed rennen. Het is ongelofelijk vies koud pisweer. Ik ben blij als ik de warme gezellige woonkeuken van Steenvrouw in schuif. Wat een verademing. En wat ruikt het hier lekker!

Mijn vriendin is al de gehele dag bezig met het braden van de kalkoen. Ieder half uur wordt het bakbeest besprenkeld met eigen vleessappen. ‘Wat een klus,’ verzucht Steenvrouw, ‘Het is echt heel veel werk lieve Heks. Kijk, ik heb het spek er afgehaald, zodat het velletje een mooi kleurtje kan krijgen….’

We inspecteren de kalkoen. De kernthermometer wordt in het borststuk gestoken. 67 graden. We rekenen uit of het de goede temperatuur is bij een kalkoen van deze grote en kwaliteit. ‘Ik zoek het nog een keertje op,’ Heks staat alweer op internet te neuzen, ‘Het is goed hoor, schat. Dit monster is ongetwijfeld helemaal gaar.’

Omdat de kalkoen er eng wittig blijft uitzien, ondanks de kerntemperatuur, gooien we de grill nog eventjes aan. En ja hoor, binnen een kwartier heeft Meneer de Kalkoenkoekepeer een fantastisch Goois oranjebruin kleurtje opgedaan. Koningsgezind bijkans……

Nu moet Heks nog eventjes in actie komen. Er moet nog een listige jus worden gebrouwen van alle vettigheid, vleessappen en het onderliggende groentegarnituur. Ik pak mijn roerzeef uit mijn tas. De zoon van Steenvrouw kijkt perplex naar het apparaat. ‘Ja jongen, jullie hebben mooie machines in jullie bouwbedrijf, maar wij huisvrouwen hebben ook zo onze speciale hulpmiddelen…..’

‘Huisvrouwen…’ sist Steenvrouw verontwaardigd, ‘Tsssss…..’ Ze wenst niet met dit vlijtig stofzuigende volkje vergeleken te worden. Ze is per slot van rekening beeldhouwster. Ze houdt zich bezig met hakken in plaats van naaien. Emmers worden door haar uitsluitend gebruikt om papier maché in te prepareren. Ramen zemen is volstrekt onbelangrijk. Haar heerlijke huishouden van Jan Steen rommelt ze er maar zo’n beetje bij…..

Als de jus klaar is roepen we alle kids aan tafel. We krijgen een fantastisch voorgerecht voorgeschoteld. Tonijnsalade met garnalen. ‘Voor jou hebben we avocado in plaats van brood, Heks,’ de dochter kijkt me stralend aan. Vanavond heeft iedereen echt rekening met me gehouden!

Ik kijk de tafel rond. Allemaal vrolijke gezichten. Iedereen is op zijn paasbest. Met kerst. Zelfs de zoon heeft een mooi colbert aangetrokken! Geweldig. We proosten op het mooie leven en vallen aan op het voorgerecht. Het is heerlijk!

De kalkoen steelt echter de show vandaag. Vol trots dient Steenvrouw het enorme stuk gevogelte op. We poseren samen naast de vrucht van onze arbeid. Hij ziet er goed uit, die kalkoen. Ook de groentes liggen naar ons te lonken. ‘Ik ben toch zo benieuwd naar die rode kool. Ongetwijfeld heeft dat nachtje marineren in cranberrysap goed uitgepakt. Maar ik wil het nu wel eens proeven…..’

kalkoentje11

Heks staat te popelen om een en ander in haar mond te stoppen. We zijn er ten slotte al een dag mee bezig. Na de verrukkelijke hoofdmaaltijd volgt nog een zalig toetje. Helaas mag ik niet proeven van de Tiramisu, maar er zijn ook nog eens stoofpeertjes op tafel gezet. Met een heerlijke stroperige saus.

Het traditionele kerstdiner is alweer ten einde. Steenvrouw ruimt als een haas de keuken op, jeetje wat is ze hard aan het werk vandaag. ‘Je mag me niet helpen, Heks, ga maar lekker tv kijken met zoonlief. Straks drinken we nog een kopje koffie.’ Dochter en haar vriendje zijn met VikThor aan het wandelen. Ze blijven lekker lang weg, dus het ventje komt goed aan zijn trekken.

 

Een uurtje later rijd ik met hond, fietskar en bakken vol restanten kerstdiner weer naar de binnenstad. De komende dagen ga ik aan de kalkoen, dat is wel duidelijk. Zielstevreden schuif ik alles in mijn koelkast.

Die avond val ik alweer voor de televisie in slaap. En opnieuw word ik pas midden in de nacht weer wakker. Gelukkig is het geen vijf uur in de morgen. En evenmin hoef ik nog te eten. Wel moet ik de volgende dag bijtijds op. Prikken halen bij mijn huisarts. Het gewone leven is weer begonnen.

 

 

 

Een groot deel van de kerstdagen breng ik door in de BEDlehemkerk. Maar er wordt ook een subliem kerstdiner in elkaar geknutseld door Heks en Steenvrouw: Kalkoen à la Jamie!

‘Heks, wil je tweede kerstdag komen dineren?’ Ik wordt op het allerlaatste moment uitgenodigd bij oude vrienden van me. Ook de familie roert zich vlak voor kerst met allerlei in der ijl in elkaar geknutselde plannen. Helaas moet ik verstek laten gaan, gelukkig is er nog geen sprake van ‘wat doen we met Heks dit jaar?’: Ik heb al bezigheden! Steenvrouw en Heks gaan een kalkoen in de oven stoppen. Een megaproject.

Een paar maanden geleden zitten we al plannetjes te maken. ‘Zullen we het weer samen vieren? Met de kindertjes erbij?’ Al jarenlang komt mijn vriendin met haar grut op tweede kerstdag Chinees fonduen. Of eigenlijk Koreaans: Daarbij zit er een gloeiendhete bakplaat middenin de pan met bouillon.

‘Ik overleg het met de kids. Ze worden zo groot en hebben vaak zelf ook plannen.’ Een paar dagen later krijg ik uitsluitsel. ‘Mijn zoon vindt het superleuk als je komt, maar wil het graag een keertje thuis vieren. Dus je bent van harte uitgenodigd. Zullen we binnenkort overleggen wat we gaan koken?’

Ja, die kinderen zijn opgeschoten als kool. Ik zie Steenvrouw nog voorrijden met haar fietskar vol kleintjes. Nu fiets ik met zo’n kar. Met daarin een pup.

‘Zullen we dit jaar eens een echt kerstdiner doen? Iedereen maakt iets en we trekken ook deftige feestkleding aan?’ We zijn er snel uit. Een ouderwets kerstdiner met alles erop en eraan. Daar hoort natuurlijk een kalkoen bij!

Mijn vriendin heeft nog nooit zo’n monster in de oven gestopt. Heks heeft wel wat ervaring. Bovendien heb ik jaren het kunstje afgekeken van mijn vader: Hij was echt een geweldige kok. Dagenlang was hij met zo’n kalkoen in de weer. Een jaarlijks terugkerend fenomeen. ‘Ik heb dus ook nooit uitgedroogde plofkalkoen gegeten, zoals de halve wereld. En dat gaan we dit jaar ook niet doen!’ verzeker ik Steenvrouw.

De week voor kerst lig ik veel in bed. Ik ben toch zo slecht met mijn lijf. Een kerstboom is er niet bij dit jaar. Het idee zo’n loodzwaar onhandelbaar ding te moeten sjouwen en optuigen bezorgt me al spierpijn. Ook de andere versieringen blijven in de kast. Geen kersttafel vol engeltjes en chocolade. Geen ijsparadijs in mijn toilet. Ik koop alleen een paar plantjes en een bos amaryllissen.

Ook haal ik een wat vleeswaren, haring en wat Marokkaanse delicatessen. Daar moet ik het maar mee doen dit jaar. ‘Ha Toverheks!’ Ilias staat naar me te glimmen in zijn marktkraam. Sinds ik een keertje over hem heb geschreven, hij gaf me zo een pak geld mee toen ik mijn portemonnaie vergeten was,  zijn we dikke maatjes.

Hij strijkt met zijn hand langs zijn gezicht, trekt een uitgemergeld mummelmondje en kijkt me streng aan. Ja, ik weet het. Ik ben hartstikke mager momenteel. Het laatste jaar zijn er zomaar tien kilo’s overtollig lichaamsvet verdwenen. Nou ja, overtollig. Ze zaten me bepaald niet in de weg.

Niets ontgaat de scherpe blik van Ilias. ‘Magere vrouwen is niets gedaan. Daar doen we wat aan,’ spookt er ongetwijfeld door zijn hoofd. Hij zwiept een emmer verrukkelijke vissoep uit zijn voorraad omhoog. ‘Voor jou, Heks, kun je een beetje aansterken…..’ Hij kijkt naar mijn spierwitte bekkie. Pakt nog een emmer. En een groot Turks brood……. ‘Goed eten, lieve Toverheks.’ Hij deponeert zijn gulle gaven op mijn fietskar.

Goeie hemeltje. Ik kan de hele kerst aan de soep. Hoogstwaarschijnlijk zitten er gluten in, maar ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om deze geschenken niet aan te nemen. Alleen het kijken naar de potten soep doet me al goed. Later waag ik me toch aan een bordje en inderdaad: Heel erg lekker.

Kerstavond lig ik in bed. Uitgeput. Ik slaap tot een uurtje of tien. Schrik wakker. Trek een kerstachtige outfit aan en spurt naar de kerk. Omdat ik laat ben zit ik helemaal achterin. Zoals altijd. Kortjakje in haar kerstpakje.

Eerste kerstdag slaap ik uit. In de loop van de middag meld ik me bij Steenvouw met een tas vol vergeten groenten. En een ijskoude fles bubbels.

De gehele week hebben we onafhankelijk van elkaar Jamie Olivers kerstrecepten bestudeerd. Ik heb hem allerlei verrukkelijke dingen zien uithalen met een kalkoen. Groenten zien roosteren. Verrassende vulling zien maken…..

Mijn vriendin heeft alle benodigde ingrediënten in huis gehaald. Spek, cranberries, rundergehakt alsmede een bakbeest van een scharrelkalkoen. Superieure kwaliteit. In haar tuin staan allerlei verse kruiden te overwinteren. Tevens heeft ze een paar grote ovens in keuken en bijkeuken. Kortom: We zijn er klaar voor.

Zo rommelen we een heerlijke vulling in elkaar. Stoppen gezamenlijk die hele pan vulling in het beest. Naaien em dicht met een takje Rozemarijn. Proppen doorgesneden clementines in zijn kont. Bekleden het geheel met spek. Leggen dit spectaculaire hoofdgerecht op een bedje van groenten in een grote ovenschaal……

Tussendoor gaan we heerlijk met het hondje wandelen. Tot slot maken we de fles bubbels soldaat. Heks zet allemaal lekkere liflafjes op tafel. En een bord vol haring. We hebben het verdiend. Morgen hoeft Steenvrouw de kalkoen alleen nog maar in de oven te zetten en een keer of driehonderd te bedruipen…….

Tevreden fiets ik aan het begin van de avond naar huis. Ik laat mijn hondje nog uitgebreid uitrennen langs de Vliet. Dan geef ik alle beesten eten en ga eventjes op bed liggen uitrusten. Strakjes ga ikzelf wel eten. Ik heb nog wat Indische afhaalchinees in de koelkast staan.

Als ik wakker schiet is het al midden in de nacht. Ik verzuim om te kijken hoe laat het precies is, maar ga eerst nog een laatste rondje met het hondje wandelen. Jeetje, wat is het stil op straat. Compleet uitgestorven.

Thuisgekomen zet ik mijn eten in de magnetron. Ik heb Ilias beloofd om beter en meer te eten, dus ik neem ook nog wat van zijn soep. Voor de televisie peuzel ik het op. Pas op dat moment krijg ik in de gaten dat het vijf uur in de morgen is. Ik zit in feite te ontbijten!

Natuurlijk kruip ik er nog een paar uur in. Ik wil graag okselfris zijn voor ons fenomenale kerstdiner!

 

 

 

 

 

Merry Christmas!

Wat heb ik nu aan mijn neus hangen?

Zalig kerstfeest!

Bonte Avond bij Ex Animo: Heks zingt ook een moppie mee! Solo welteverstaan: Chandrakauns, Alaap en Compositie!

 

Een paar weken geleden geef ik me op om mee te zingen met een cantate van Bach op de Bonte Avond van mijn koor. Hoewel ik me zo snel mogelijk aanmeld beland ik toch linea recta op de reservelijst. Het lot van vele alten en sopranen overal ter wereld……

Na een paar dagen krijg ik bericht over de oefendata. Goeie hemel. Ik word geacht zeker twee, drie keer op te draven. Alleen maar om op de reservebank te zitten. Ik zou een slecht voetballer zijn, want ik gooi direct de handdoek in de ring. ‘Ik ga wel een stukje Indiaas zingen,’ roep ik in een dolle bui.

Hoe moeilijk kan het zijn? Ik studeer tenslotte al zo’n tien jaar op die materie…..

Een week later heb ik al spijt. Ik zit in een hele slechte periode met mijn lijf en stik sterf crepeer van de pijn. Dan krijg ik er nog die enorme huidinfectie bovenop. Met drain. Getver. Griep, verkoudheden en bronchitis teisteren me zonder ophouden. Ik puf snuf en snotter de pan uit. En dan lig ik ook nog met de halve wereld in de clinch, inclusief mezelf, omdat ik geen Pleegzuster Bloedwijn meer wil zijn.

Net als ik denk dat ik het maar moet afzeggen krijg ik grip op de materie. Privé een dagje zingen met mijn juf doet wonderen. We knutselen een kleine opvoering in elkaar en zetten alle stembewegingen vast tot op de millimeter. Verwoed zit ik daarna op een paar zinnetjes Alaap en het eerste deel compositie van Chandrakauns te studeren. Oh, oh, wat is het toch moeilijk om dit goed te doen.

Maar het lukt! Na jaren heb ik me de kunst van het rondzingen uiteindelijk eigen gemaakt. Niet langer balk ik als een ezel in een poging Indiaas te klinken. Ik zwiep niet meer van de ene naar de andere toon, maar ik zing de hele weg. En dat is te horen!

Alleen kan ik nog steeds geen enkele raga zomaar zingen. ‘Laat eens iets horen,’ zeggen mensen soms tegen me als ze ontdekken waar ik me mee bezig houd. Ik moet hen dan teleurstellen. Tot nu toe dan. Want er gaat verandering in komen!

Nadat ik een hele week heb zitten ploeteren op die paar zinnetjes ga ik zondag een dag zingen met de Dhrupad Bitches, het vaste groepje vrouwen waarmee ik al jaren deze zangstijl bestudeer.

Ik moet vroeg op, iets waar ik totaal niet tegen kan. Het kost me altijd uren om een beetje uit de kreukels te komen. Daar is natuurlijk geen tijd voor.

Hondsberoerd, onder de pijnstillers en met mijn Tensapparaat in de hoogste stand sta ik om even over negenen achter het station. Een klasgenootje rijdt met me mee naar Barendrecht.

Ik heb maar kort geslapen, want zaterdagavond heb ik met mijn koor meegezongen met de kerstviering van het kinderkoor en jeugdkoor in de Hooglandse kerk. Heel gezellig. Glühwein toe. Keurig om tien uur thuis, maar nog onontkoombaar doorgestuiterd tot twee uur ’s nachts: Mijn lijf heeft de grootst mogelijke moeite om aan iets te beginnen, maar ook om te stoppen!

Ik vertel mijn zangmaatje over de problemen rond mijn optreden komende dinsdag. ‘Mijn Tampoera moet nog in ma gestemd worden. Hij is sowieso erg ontstemd. Ook klinkt het voor geen meter als ik mezelf begeleid. Ik zit maar zo’n beetje over die snaren te harken als ik tegelijkertijd zing. Vooral bij de compositie. Vanwege het daarin aanwezige ritme denk ik…..’

‘Laat nog een Tampoera meespelen via je telefoon, je hebt daar uitstekende appjes voor…’ is haar eerste tip. Er volgen er nog meer. Ook biedt mijn maatje aan om aan het eind van de dag mijn Tampoera voor me te stemmen. ‘Heb je een stemapparaat?’ Ik beaam het. Ik kan er alleen niet mee overweg……

De gehele zondag zing ik Chandrakauns met de Bitches. Onder de middag krijgen we een heerlijk bordje Dahl, zoals altijd! Ik krijg zelfs een grote pot mee naar huis!

Op de terugweg heb ik goede moed, dat het optreden ergens op zal gaan lijken. Er zitten uiteindelijk zeker honderd mensen in die zaal. Dan moet je wel een beetje goed voor de dag komen natuurlijk.

Mijn zangmaatje gaat nog even met me mee naar huis en stemt mijn Tampoera. ‘Mooi geluid zit erin, Heks. Het is echt een hele goeie!’ Ik weet het. Mijn juf heeft ooit een prachtexemplaar voor mee meegenomen uit India.

Maandag houd ik de gehele dag mijn mond. Ik ben schor van al het zingen, de keel is de grote zwakke plek van MEpatienten. Ik heb altijd keelpijn. Elke dag. En ik ben regelmatig mijn stem kwijt. Vooral als ik erg moe ben. Ik heb om die reden wel eens vijf jaar achter elkaar niet kunnen zingen. Vreselijk!

Als ik die stomme ziekte niet had, was ik misschien wel operazangeres intussen. In mijn zieke keelgat zit een juweeltje van een stem. Een stem als een klok. Een orgelpijp. Een scheepstoeter!

Nu heb ik toch mooi dinsdag weer wat bereik. Het dagje zwijgen heeft geholpen. Wel loop ik ’s middags enorm te niezen.  Grote snotklodders vliegen in de rondte. Zul je net zien. Word ik op het nippertje weer snipverkouden!

Ik gooi mezelf vol met paracetamol, ibuprofen, PeaPure, neusdruppels en dropjes. Dat helpt. Het niezen houdt op. De snotgolven bedaren, de rochelstorm gaat liggen. Er komt weer wat lucht in mijn holtes. Wel zo prettig voor de resonantie. Ik neem nog een straf bakkie koffie toe. Ik ben er helemaal klaar voor!

Dan stop ik Tampoera, Harman Cardonbox en mezelf in de auto. Het is zover. Ik ga optreden met Indiase zang.

Mijn Tampoera is opnieuw zwaar ontstemd, omdat hij is omgevallen toen ik de deur op slot deed. Gelukkig is ie nog helemaal heel, maar erop spelen is geen optie. Heks vindt het niet zo erg. Ik kan nu eenmaal veel mooier zingen als ik niet word afgeleid door het bespelen van dit instrument.

‘Ik heb de Tampoera louter ter decoratie bij me,’ vertel ik mijn publiek dan ook. Ik zing voor hen met op de achtergrond elektronische tampoerageluiden van de app. Omdat de Harman Cardonbox zo goed van kwaliteit is, klinkt het best aardig. ‘Hij stond te hard, Heks, ik kon je niet goed horen,’ zegt de een achteraf. ‘Perfect geluid erbij, je was prima te verstaan,’ aldus een ander.

Uiteindelijk zit ik heerlijk te zingen. Ik heb even moeite om het begin te vinden. Door de zenuwen natuurlijk. Maar ik laat me niet gek maken en zoek het rustig op. Dan begin ik ook werkelijk. ‘AHAHAHAHA’, jammer ik. De opening is schrijnend. Een hele akelig lijdende NI houdt het publiek in zijn greep. Hij lost op naar de SA.

Mijn stem kronkelt omlaag. Mijn ogen zakken dicht. Ik ga helemaal op in de muziek. En ik geniet ervan! Het is leuk om te doen. Als ik af en toe mijn ogen open doe zie ik verraste gezichten. Maar geen verveelde gezichten. Ook zitten er geen mensen met hun vingers in de oren. So far, so good!

In een mum van tijd is de Alaap doorgezongen. Normaal gesproken doe je daar zo’n klein uur over, maar ik ben binnen twee minuten klaar. Het is slechts een tipje van de Indiase sluier, die ik hier oplicht. Ik begin aan de compositie.

Ook dit gedeelte verloopt goed. Een klein foutje daargelaten dan. Ach, het leven is nu eenmaal niet volmaakt. Als de laatste tonen versterven zit iedereen een beetje verbaasd naar me te kijken. Nu al voorbij? Ja. Ik wilde slechts een kleine indruk geven  van deze muziekstijl.

En dat is gelukt! Na het concert komen veel koorgenoten naar me toe om me te complimenteren. Het varieert van ‘Ik weet niet of ik het mooi vind, maar het is wel bijzonder,’ tot ‘Wat prachtig gezongen, Heks, echt heel bijzonder,’ en alles wat daartussen zit.

‘Ik vond altijd al, dat je iets bijzonders hebt,’ een lange man staat schaamteloos met me te flirten. Wat gek. Zit hij ook op het koor? Naast hem staat een bas om het hardst mee te flirten. Heks heeft over aandacht niet te klagen vanavond…..

Als ik later thuis nog uren door de kamer stuiter geeft ik mezelf ook een compliment. ‘Dat heb je toch maar weer mooi geflikt, Toverheks, je moet het toch maar durven en vervolgens toch ook maar weer doen….’ Maar laat ik het nu ook heel leuk vinden om die doen. Ik heb performen altijd leuk gevonden. Of het nu het bespelen van een dwarsfluit is of theater maken of Indiaas zingen: Ik heb er altijd van genoten!

 

 

 

 

 

 

Heilzaam slapen onder een deken van kristallen met Maan in een liefdevolle baan om mijn geschonden universum: Heks wordt enorm verwend met een heel speciaal kerstpresentje!

Donderdagavond stop ik VikThor in mijn auto. We gaan naar Den Haag. Heks gaat een dutje doen onder een deken van kristallen en mijn hondje moet dan eventjes in de auto wachten. ‘We zijn een uurtje bezig,’ Maan instrueert me van tevoren, ‘Trek iets gemakkelijks aan.’

Halverwege de rit komen we in de file terecht. O jee, mijn vriendin houdt niet van te laat komen. De minuten tikken weg. Stapvoets gaat het. Geen idee hoe laat het intussen is. In de rush om weg te komen ben ik mijn telefoon vergeten.

Opeens slaat iedereen linksaf, de Landafscheidingsweg op. Heks rijdt rechtdoor. Binnen een paar minuten parkeer ik mijn auto voor het eeuwenoude nostalgisch sjieke appartementencomplex in de Hofstad. Ik bel aan en spoed me door de monumentale marmeren hal naar de antieke lift. Piepend en krakend vlieg ik naar de eerste verdieping. Een bezemsteel gaat sneller……

Aan het einde van de lange, recent opnieuw gestoffeerde voorname gang staat Maan me met open armen op te wachten. ‘Kom binnen, lieverd, hang je jas maar op. We gaan direct beginnen, alles staat klaar. Straks drinken we wel thee en gaan we lekker kletsen….’

Er is nog een ontvangstcomité in de hal aanwezig: Drie enorme bakbeesten van een Maine Coon katten. Een grote forse rode kater en zijn twee wat bescheidener zusters. Geïnteresseerd zitten ze me op te nemen. Mijn tas wordt grondig besnuffeld. Een gigantische kattenkop verdwijnt half in mijn schoen. De andere helft past er niet bij!

‘Kom,’ maant Maan, ‘We gaan beginnen. Loop maar achter me aan. Neem je tas mee, hoor, want die is niet veilig bij m’n monsters….’ Door de enorme gebeeldhouwde houten deuren volg ik mijn roodharige heksenvriendin naar haar werkkamer. Een kristallen paradijs! overal staan grote stukken bergkristal, staven, scepters, amethist geodes, de meest uitzonderlijke en bijzondere stenen en kwarts, pleiadische schijven en ga zo maar door.

IK heb geen idee wat me te wachten staat. Maan heeft het wel steeds over een kristallen deken, maar ik denk dat dat een metafoor is voor de ervaring, die ze me gaat bezorgen in dit kleine stralende paradijs. Niets is minder waar: Op de behandeltafel ligt een dikke rode vliesdeken, geheel bestikt met kleine zakjes. In die zakjes zitten allemaal kristallen! Het is een uiterst ingenieus stukje huisvlijt!

‘Goeie hemel, Maan, wat een knap staaltje handwerk! Ik wist niet dat je zo handig bent met de naaimachine!’ Maan giechelt ‘Alleen met dit soort klussen, ik kreeg vanuit een andere dimensie de opdracht…… niet met het gewone saaie naaiwerk, blegh.’

Voorzichtig stap ik op de tafel. Als een slang laat ik me onder de deken glijden, zodat de kristallen er niet uit vallen. ‘De middelste banen zijn allemaal stukken citrien. De rest is bergkristal,’ Maan legt de deken weer helemaal recht, er zijn toch wat stenen uitgerold, ‘ik leg nog een Ankh onder je voeten en een bol obsidiaan. Zodat je niet wegvliegt!’

Ik lig intussen lekker te ontspannen onder die speciale deken. ‘Je mag slapen, snurken, dromen, visioenen krijgen, alles is goed….’ Maan zet een stoel bij mijn hoofd en neemt mijn heksenhersenpannetje in haar vaardige heksenhanden. Een heerlijke geur verspreid zich door de ruimte. ‘Dat zijn essences van de geascendeerde meesters. Ik heb ze op mijn handen gesmeerd….’

Op de achtergrond speelt prachtige muziek. Langzaam zak ik in een tranceachtige staat van diepe ontspanning.

Wel een uur lang is Maan met me bezig. Waar haar handen mijn lichaam raken wordt het aangenaam warm. Gloeiend heet soms. De kristallen lijken mijn energie te verdikken. ‘Ken je het gevoel dat je in de verdunning komt bij mensen?’ leg ik de ervaring later uit aan Steenvrouw, ‘Dit is precies andersom. Ik liep vol met energie, een dikke behaaglijke mantel van liefde.’

We zijn al meer dan een uur verder als ik Maan door de kamer hoor scharrelen. Het zit erop! Wat gek! Ze loopt overduidelijk bij het hoofdeinde rond, maar heeft nog steeds mijn voeten vast!

‘Ja, grappig he, er waren een paar engelen aanwezig, dat voelde je dus ook!’ Mijn vriendin staat te grinniken. ‘Wat heb je allemaal beleefd? Kom, dan krijg je een kopje thee. Ik heb speciale glutenvrije koekjes voor je gehaald!’

Even later zitten we in haar royale woonkamer te klessebessen. Heks is helemaal rozig na haar kristallen bad. De beelden en ervaringen dwarrelen nog door mijn hoofd. Intussen geeft Maan me de informatie door, die ze tijdens de behandeling heeft opgepikt.

‘Je moet beter gronden, Heks. Zelfs al ben je de dochter van een vaste plantenkweker en zodoende genetisch geaard. Zelfs als je iedere dag met je hond wandelt. En zelfs al heb je lekkere stevige benen. Die heb ik ook. Juist omdat ik van nature niet zo goed geaard ben. Ook moet je goed je energie reinigen. Elke dag weer. Vooral als je ergens bent geweest!’

‘Ik weet dat je die medicinale cannabis nodig hebt voor je pijn, maar het kan gaten maken in je aura. Je moet daar extra aandacht aan besteden. Zorgen dat je aura intact is.’ Ze geeft me een aantal gouden tips. Ik herinner me opeens dat ik een pleiadische schijf heb voor dit doel. Die zal ik maar weer eens tevoorschijn halen!

‘Als je aura een gatenkaas is, kan er van alles in ploppen. Voor je het weet heb je een lifter. Die leven van jouw emoties. Als jij je rot voelt of kwaad bent zijn zij in hun nopjes, want het is voer voor hen! Je moet je maar eens afvragen of al die woede waar je last van hebt eigenlijk wel van jou is….’

Het is al ruim over tienen als ik bij de auto kom. VikThor zit braaf te wachten, maar hij heeft wel een drolletje gedraaid op zijn ligkussen. Het arme beest heeft weer last van zijn trophozoiet, een hardnekkig parasietje. De behandeling slaat wel aan, maar gaat gepaard met aanvallen van buikpijn en dit soort acties……

Die nacht slaap ik als een roos. Mijn innerlijk landschap schittert en straalt. Ik voel me veilig en geborgen.

‘Heks, wat zie je er goed uit!’ De doktersassistente lacht me de volgende morgen tegemoet, ‘Herboren gewoonweg! Heel wat anders dan een paar dagen geleden, jeetje. Je leek wel een dood vogeltje, zo ellendig. Ik dacht dat het misschien nooit meer goed zou komen met je, maar goddank: Je bent er weer.’

Zij is niet de enige, die het opvalt, dat er een diepe energetische transformatie heeft plaatsgevonden de afgelopen dagen. Ook de buurvrouw heeft het in de gaten. ‘Je zag er echt niet uit, Heks, gewoonweg verschrikkelijk. Maar nu gaat het wel weer. Gelukkig maar!’

Dank je wel, lieve magische Maan. Jouw kristallen deken is een waar wereldwonder.