Kommer en kwel, tobben tot je erbij neervalt, dweilen met de kraan open: Het zit niet mee in Huize Heks. Volgens mij zit ik intussen wel op de bodem van de put. Nu kan het alleen maar beter gaan……

Afgelopen weekend is het vreselijk weer. Zondagmorgen loop ik met een onwillig hondje te wandelen. Hij is niet vooruit te branden. Sloom sukkelt hij achter Heks aan. Met een sneue snuit heft hij zijn achterpoot en piest lauw tegen een struik. Ellendig draait hij een drolletje. Halverwege geeft hij aan echt weer terug naar huis te willen.

Zuchtend geef ik gehoor aan zijn onuitgesproken wens. We maken er een beschaafde wandeling van. Er komt ook een donkere lucht aanzetten van heb ik jou daar. Varkentje heeft dan wel een regenjasje aan, maar tegen dit soort buien is geen jas gewassen……

Eenmaal thuis wil mijn ventje niet eten. Geen goed teken. Hij ziet er beroerd uit. Sneu ligt hij in zijn mandje. Heks zit hem te observeren. Wat is er aan de hand? Ik zie hem zo ongeveer met het kwartier ellendiger worden. Snel neem ik zijn temperatuur op. Boven de 39 graden. Hij heeft koorts!

Ik bel de dierenarts. We kunnen eventjes langskomen. Ome Frogs gaat mee. Als de bliksem laden we Varkentje in zijn bolide en scheuren naar de waarnemende dierenarts. Daar wordt Ysbrandt op een tafel gehesen. Een thermometer verdwijnt in zijn kleine anusje. Zijn koorts is gestegen. Oh, wat voelt hij zich beroerd.

‘Ik weet niet wat het precies is, zijn buik voelt op zich ok, maar die koorts bevalt me niets. De wond ziet er goed uit, maar misschien zit er toch een ontsteking van binnen….’ Mijn ventje wordt van top tot teen bepoteld. Hij krijgt een shot antibiotica.

Met een pak pijnstillers en een kuur amoxicilline onder mijn arm ga ik naar huis. Aan het begin van de avond begint Ysbrandt als een gek te hijgen. Alsof hij het Spaans benauwd heeft. Hij voelt zo verhit! Hij eet niet, drinkt niet……. In paniek bel ik weer naar de dierenarts. ‘Honden hebben dat soms. Je schrikt je inderdaad een ongeluk. Wacht maar even af totdat de penicilline inwerkt. Dat kan nog wel een dag duren….’

Wat later drinkt mijn monster een bak water leeg en begint zowaar iets te eten. De koorts zakt in de loop van de avond een beetje. Een onrustige nacht volgt. Ook maandag is het nog niks met hem. Die avond begint hij alarmerend te hoesten. De hele nacht word ik uit mijn slaap gehouden door een rochelende oude man. Kokhalzend probeert hij zich te ontdoen van slijm. Slijm? Waar komt dat nu weer vandaan?

Een dag later zit ik weer bij de dierenarts. Mijn eigenste deze keer. Hij maakt een paar röntgenfoto’s van Ys’ torso. Prachtig om te zien overigens. ‘Kijk, zijn hart is een beetje vergroot. Hij hoort zo groot te zijn…’ De dokter wijst aan waar het hondenhartje van mijn hartje hoort te eindigen, ‘Ook zie ik veel slijm in zijn bronchiën. Dat verklaart dat gehoest. Maar waar dat vandaan komt…’

Het zou goed kunnen, dat het hartje van Ysbrandt niet goed werkt, waardoor er wat oedeemvorming in de longen ontstaat. Later bedenk ik me, dat koorts dan natuurlijk funest is. Het hart moet dan zo hard aan de gang…. Dat verklaart misschien de enorme toename van het gehoest. Mijn kereltje rochelt al een tijdje af en toe, maar nooit zo vaak en heftig als nu……

 

Ik krijg wat codeïne mee. En het dringende advies om een echo te laten maken. Weer een rib uit mijn lijf natuurlijk….. ‘Ik mats je met de röntgenfoto’s, Heks, de tweede krijg je van mij.’ Mijn dierenarts krijgt wel een beetje medelijden met mijn portemonnaie.

Oh, oh, wat een getob. De dagen erna boks ik met moeite wat eten en medicatie in mijn ventje. Maar ook ikzelf lig opeens helemaal om. Geveld door een geniepig buikgriepje. Gevolgd door een stevige verkoudheid. Dit in combinatie met mijn zieke hondje en mijn toch al niet geringe depressie van de laatste tijd maakt dat ik het helemaal gehad heb.

Wat een kutleven. Je doet je gloeiende best, maar krijgt niets voor elkaar. In mijn dooie eentje sla ik wat ellendige dagen stuk. Meuh! Blegh! Geef mijn portie maar aan Fikkie.

Een kwade dag voor Varkentje. Na jaren virtuoos alle loopse teefjes in Leiden en omstreken te hebben bespeeld moet zijn klokkenspel er nu eindelijk aan geloven: Komt deze Don Juan dit weer te boven?

Een aantal weken geleden ga Ik met Varkentje naar de dierenarts. De eerste afspraak loopt mis. Ik kom er achter dat ik bij een collega terecht zal komen en ik wil toch echt een consult bij mijn eigenste dierenarts! Mijn hondje is veel relaxter bij deze dokter dan bij welke andere vakbroeder of -zuster dan ook!

‘De heer Kermani heeft geen spreekuur meer in Leiden, u kunt alleen nog in Lisse terecht. Daar opent hij komende maandag een nieuwe vestiging. Misschien bent u wel de eerste cliënt!’ De assistente is bereidwillig en vriendelijk. Ze boekt mijn afspraak direct om.

Dus ik moet de bollenstreek in. Geen probleem. Zolang je een autootje hebt en die heb ik! Leuk ook om een kijkje te nemen op de nieuwe locatie van mijn dierenarts.

Eerst kan ik de kersverse praktijk natuurlijk niet vinden, ondanks het feit dat er een feestelijke zuil knaloranje ballonnen voor de deur staat. Ik heb de laatste tijd weer last van mijn whiplash. Wazig zien, alles vergeten en gedesoriënteerd raken bij het minste of geringste. En hoofdpijn natuurlijk. Gemeen knijphandje in nek ook….. Maar ik laat me niet uit het veld slaan. Bovendien heb ik een TomTom. Die brengt me doorgaans daar waar ik moet wezen. Ook vandaag.

Ik ben niet de allereerste klant op de nieuwe locatie. Maar het scheelt niet veel. De afspraak verloopt chaotisch. Logisch natuurlijk. Je moet je weg weer vinden in zo’n nieuwe omgeving. ‘Ik heb niet eens mijn stethoscoop hier. Die heeft iemand weer meegenomen naar Leiden…’ Gelukkig komt het ding toch nog tevoorschijn…..

Ik krijg tot slot een rondleiding door het werkelijk schitterende complex. Alle apparatuur is modern en gloednieuw. Het enige dat nog harder glimt dan alle instrumentaria is de dierendokter zelf. Trots vertelt hij dat zelfs de burgermeester even is geweest ter eren van de feestelijke opening vanmorgen…..

Omdat mijn hondje de laatste tijd rochelt als een oude man en kreunt wanneer hij gaat liggen laat ik wat extra onderzoek doen. ‘Hij heeft een kleine tumor op zijn kont. Een slechte plek om te opereren. Meestal zijn ze goedaardig, maar soms ontwikkelen ze zich tot een kwaadaardige kanker. Ik neem een biopt.’

Goddank ziet hij de tumor. Dat hebben we te danken aan mijn hondenvriendin Dog Lady. Zij heeft onlangs het kontje van mijn hondje kaal geschoren. Werkelijk geen gezicht. Als hij voor me uit rent zie ik zijn balletjes er vrolijk onderuit bengelen. Zijn kleine klokkenspel stuitert open en bloot in de rondte. Zijn balletjes lijken opeens ook veel lager te hangen……’Dat doe ik nooit meer,’ denk ik dan steeds. Maar nu ben ik toch wel erg blij met zijn kale kont.

Een goeie week later krijg ik de uitslag van het bloedonderzoek en de punctie. ‘Het is inderdaad een kleine tumor, meestal zijn ze goedaardig, zo ook deze, maar ze kunnen zich kwaadaardig ontwikkelen. Ik heb even overlegd met een hierin gespecialiseerde collega. Dit soort tumoren zijn over het algemeen hormoon geïnitieerd. Hetgeen betekent dat ze vaak spontaan verdwijnen als je je hond castreert…’

Heks is er eventjes stil van. Moet die ouwe man er dan toch nog an? Of vanaf beter gezegd. Raakt deze eeuwige Don Juan van de Leidse parken dan eindelijk zijn wilde haren kwijt? Hoewel: Honden krijgen meestal een veel dikkere vacht na castratie. Arme, arme Ysbrandt.

‘Opereren op die plek is heel lastig, je loopt de kans er een incontinente hond aan over te houden…. Je kunt natuurlijk ook niets doen..’ Snel maak ik een afspraak voor de castratie. Ik wil mijn hondje niet verliezen aan de gevolgen van een hormonaal aangedreven turbotumor. De dagen voor de operatie geniet ik nog maar van mijn hanige hondje. Hoe hij listig de loopse teefjes het hof maakt. Hoe zijn klokkenspel vrolijk rammelt onder zijn geschoren achterkant. Hij moest eens weten!

Maar woensdag is het dan toch echt zo ver. Om 9 uur ’s morgens lever ik mijn monster af. Ik klets een beetje met de dierenarts. Hij zit nog aan de koffie. Intussen krijgt Ys prikjes om slaperig te worden. ‘Doe je voorzichtig met mijn schatje? Hij moet nog zeker 19 jaar mee. Vanmorgen zag ik een hond op het journaal, die dertig jaar is geworden. Bizar!’

Mijn dierenarts kijkt me ongelovig aan. Dertig jaar?  ‘Ja, een veel grotere hond dan Ysbrandt. Een Australische herder……’ Nu leg ik de lat natuurlijk wel erg hoog! Hoe zuiverder het ras en hoe groter de hond: Hoe korter ‘ie leeft en hoe minder gezond. Mijn kleine bastaard heeft echt betere papieren!

Aan het eind van de ochtend haal ik em op. Een heel sneu hondje met een rompertje aan klimt moeizaam in de auto. Onderweg laat ik em nog eventjes plassen, maar hij wil alleen maar naar huis. Voorzichtig til ik em de trap op. De rest van de dag ligt hij zielig in zijn mandje. Op een paar kleine ommetjes na. Zelfs de slager krijgt er geen stukje worst in. Kun je nagaan.

Een clubje dak- en thuislozen vraagt lachend waarom mijn hondje een speelpakje aanheeft. Als ik hen vertel over zijn recente castratie grijpen ze massaal naar hun eigen kruis. Alsof ze vrezen er zelf ook aan te moeten geloven. ‘Jezus,’ roept de grootste van het stel, terwijl hij witjes wegtrekt, ‘Arm beest, wat verschrikkelijk voor je….. Lief zijn voor hem, Heks!’ Ik beloof het.

In de loop van de avond komt ome Frogs op ziekenbezoek. Hij heeft al ge’smst en gebeld….. Voorzichtig draagt hij mijn hondje nog een keertje de trappen af voor een laatste wandelingetje. Gelaten loopt Varkentje achter ons aan te sukkelen. Een piepklein plasje komt er uit. Vind je het gek? Hij wil helemaal niet drinken. Waarschijnlijk is hij nog steeds kotsmisselijk….

Pas vanmiddag neemt hij zijn eerste slok water. Hij drink gelijk zijn halve bak leeg. Eten is er nog niet bij. Op een enkel snoepje na, dat hij onderweg heeft gekregen van een hondenvriend. Listig verleid ik hem met een stukje ham. Of extra lekker voer. Het helpt niet. Na een paar hapjes laat hij de rest staan.

Geeft niks. Ik moet toch oppassen dat hij niet dikker wordt na deze ingreep. Vanaf morgen is hij weer zeer gebeten op lekkers en snoepjes vrees ik. ‘We moeten hem 20% minder eten geven, dus ook veel minder lekkers, Ome Frogs,’ ik probeer streng te kijken naar mijn kikkervriend. We moeten er allebei om lachen. Varkentje wordt nu eenmaal vreselijk verwend door zijn suikeroompje……

Beschaamde Heks wordt op het matje geroepen door haar dierenarts naar aanleiding van een kwetsend blog over zijn beroepsgroep. Ik blijk het ook nog eens bij het verkeerde eind te hebben! De prijsstijgingen in deze branche worden veroorzaakt door een huizenhoog BTW tarief. Huisdieren zijn luxe artikelen geworden! Te gek voor woorden natuurlijk. Teken de petitie!

 

In memoriam: Mijn ouwe trouwe schuddebuikende piepende en krakende huisgenoot Koelkast is niet meer. Heks is ontdaan. Maar niet getreurd, Liebherr doet zijn intrede in Huize Heks. Binnenkort.

Woensdagavond geef ik vrij laat de beesten eten. Zeven hongerige katten zitten op de keukentafel en de buffetkast te schreeuwen. Ysbrandt stofzuigt  de vloer op zoek naar kattenbrokjes. Ik pak zijn eten uit de koelkast. Het voelt warm aan. Huh?

Snel loop ik terug naar mijn schuddebuikende stuk huisraad. Hij staat doodstil. Ook fluit hij niet naar me, zoals gewoonlijk. Zijn lichtje brandt nog, maar toch is hij overleden! Heel stilletjes heeft hij ergens in de de afgelopen uren zijn laatste koude adem uitgeblazen…..

Oh jee, ook dat nog.

Ik zet em een keertje aan en uit. Het helpt niet. Ook gedraai aan zijn enige knopje heeft geen enkel effect.

Snel voer ik het vee. Wat nu? De volgepropte vriezer is nog stijfbevroren. Ik stuur een nood-sms aan Frogs. ‘Ik lig al bijna in bed, Heks. En morgen moet ik heel vroeg op. Dus ik kan je niet helpen. Wel mag je alles in mijn vriezer stoppen. Die is helemaal leeg. Je hebt de sleutel, dus kijk maar…’

Heks is ook gaar. ‘Morgen is er weer een dag,’ bedenk ik me. Zodoende laat ik de boel de boel en ga ook bijtijds slapen. Dat lukt niet. Ik zit de halve nacht in mijn doodstille woonkamer. Jeetje, wat een rust. Ik mis mijn kouwelijke luidruchtige stuk meubilair!

De volgende dag kom ik maar niet op gang. Aan het begin van de middag ben ik dan eindelijk zover, dat ik met koelboxen vol diepvrieszooi richting Frogs vertrek. Ik prop alles in het vriesvak van zijn ijskast, mijn oude exemplaar. ‘Jeetje, Frogs,’ grap ik een dag later, ‘ Die oude doet het nog prima en mijn nieuwe is kapot. Ik kom em weer ophalen, hoor……’

Niets is minder waar. Ik ben me online aan het oriënteren op een spiksplinternieuwe koelvriescombinatie. Als snel zie ik door de bevroren bomen het ijzige bos niet meer. Uiteindelijk loop ik de witgoedwinkel hier om de hoek binnen. Er is geen enkel passend apparaat voorradig, maar ik kan er wel eentje bestellen natuurlijk.

 

Zo gezegd, zo gedaan. Volgende week komt er een hele mooie Liebherr. De Cadillac onder de koelkasten volgens de verkoper. Morgen krijg ik een noodexemplaar. Een oude rammelkast met fluittonen waarschijnlijk. Gezellig!

Vandaag ruim ik samen met mijn hulp alle restanten voedsel uit het kapotte apparaat op. We maken em een beetje schoon. ‘We nemen die oude koelkast gewoon weer mee, maar zorg dat er geen restanten vlees of zoiets inzitten, zei de jongeman in de winkel tegen me. Ha, stel je voor. Het komt regelmatig voor dat mensen hun oude vriezer met inhoud en al meegeven….Ontdooid en wel, soms in verregaande staat van ontbinding. Walgelijk natuurlijk!’

De vorige keer dat mijn koelkast het begaf lag ik drie dagen later in het ziekenhuis met een darmafsluiting. Precies met pasen. Een soort wederopstanding, want ik dacht werkelijk dat ik dood ging van de pijn. We zijn drie dagen verder nu en pasen is ook net aan voorbij, dus ik heb goede moed dat me dat deze keer niet gebeurt.

Aan het eind van de middag fiets ik naar Engel. Ze is jarig. Ik heb een enorme zachtroze Helleboris bij me in feestelijk cellofaan. Ysbrandt draaft enthousiast naast me. Hoera, we gaan iets leuks doen!

‘En?’ informeer ik, nadat ik haar heb gefeliciteerd en gezoend, ‘Is ie nog geweest?’ We giebelen. Een vriendin van de jarige heeft haar gisteren zitten plagen ‘Ik bezorg je een geweldige verrassing morgenmiddag!’ dreigde ze. En wat voor’n verrassing…. Een professionele striptease door een ‘politieagent’. Haha.

Natuurlijk kwam er ‘zogenaamd’ iets tussen. Het blijft bij een goeie grap. We moeten het met louter voorpret doen. We grijnzen ondeugend. ‘Ach,’ zeg ik laconiek, ‘Beter zo. Ysbrandt heeft al eens in de ballen van een politieman gehangen. Ik weet niet wat er gebeurt als een agent ook nog eens al zijn kleren uittrekt! Hij eindigt misschien als smurf….’

De rest van het bezoek is al vertrokken. Ik ben echt laat. ‘Kom, ik maak je flesje wijn open, Heks.’ Ik heb een minifles witte wijn meegebracht. Niet koud natuurlijk, helaas. Engel gaat op zoek naar een kurkentrekker. Ze is pas vorige week hierheen verhuisd, overal staan nog dozen. ‘Ik weet niet of ik er eentje heb, Heks, ik drink nooit wijn.’ Ze spit al haar keukenlades om. Geen kurkentrekker.

Ik doe nog een lauwe poging om de kurk erin te duwen met mijn duim. We willen gewoon feestelijk klinken! Uiteindelijk zitten we lekker aan de dubbeldrank met chips. Hele lekkere chips. Dat merk moet ik onthouden!

Jarige Engel in haar nieuwe knusse huisje. Vergenoegd zit ze een paar verhalen te vertellen. Na een uurtje is de koek op bij Heks. Plankerig hijs ik mezelf overeind. ‘Heb je last van je rug?’ Ja, die zit helemaal vast na al dat gesjouw met koelboxen vol bevroren eten….. Ze legt haar genezende handjes er op.

Ik ben eigenlijk te moe om ervan te genieten. Maar ik voel wel van alles tintelen en in beweging komen. Even later ga ik met Varkentje richting huis. Ik fiets een stukje en dan laat ik hem los in de berm. Zo kuier ik langs de Singel. De stad heeft iets feestelijks. Het is al bijna half acht, toch zitten er mensen op de terrassen. Soms met dekentjes om hun benen, maar toch buiten. Genietend van de lauwe lentelucht.

‘Jouw verjaardag is met recht de eerste echte voorjaarsdag!’ roep ik eerder verrukt tegen mijn vriendin. Tot gisteren heb ik steeds in een dikke donzen winterjas met Ys gelopen. Vandaag niet. Een warm vest en een leren jasje zijn voldoende. Ik hoef ze niet eens dicht te knopen!

Nu zit ik weer rustig thuis op de bank. Hongerige poezen staan op het balkon te schreeuwen. Mijn hondje ligt aan mijn voeten. Hij houdt me met  één oog in de gaten. Hij heeft ook honger. De kleine koelcrisis is bezworen. Ik hoef helemaal niets meer vandaag. Nou ja, beesten voeren, mezelf voeren en nog een hondenrondje…..

En morgen? Dan is er weer een dag.

 

Morning after….. Altijd even slikken. Pijnstillers in mijn geval. Maar ook: Het is weer zo ver! Gezellig samenzijn met poezenvriendin! Alle poezen geaaid en verwend. Varkentje ook blij.

De dag na de Matthäus sta ik doodziek op. Mijn ene oog kijkt loens in mijn andere broekzak. Mijn kop heeft sowieso veel weg van een ouwe gymschoen. Gelukkig heb ik niets om handen. Alhoewel…. Plotseling realiseer ik me dat ik om twaalf uur een afspraak heb met mijn therapeute. Goeie hemel. Ik kan geen stom woord uitbrengen. Mijn lichaam is een soort pijnlijke wandelende plank. Mijn gezicht bestaat uit oude lappen…..

Ik krijg het voor elkaar om op tijd ter plaatse te zijn, maar vraag me niet hoe. ‘God Heks, wat zie je er uit!’ Mijn therapeute kijkt me geschrokken aan. Zo heeft ze me nog nooit meegemaakt. Bijna niemand overigens. Op dit soort momenten ga ik normaal gesproken niet naar buiten, behalve om het hondje uit te laten. En dat doe ik dan snel, zwijgend en incognito.

Ondanks mijn ellendige uiterlijk en halvezolige lijf heb ik genoeg te melden en te schelden. Ik ben nu al meer dan een half jaar zo depressief als een ui. Er komt maar geen eind aan. Positieve tegengeluiden en spirituele prietpraat ‘Het aards bestaan is een leerschool, dit is een schuurpapiertje van het leven, alles heeft betekenis, je bent niet voor niets ziek, je hebt het zelf veroorzaakt’ en dergelijke kan ik niet meer horen. Ook wegwuifgedrag gaat er niet meer in bij mij. Gelukkig is mijn therapeute ook somber vandaag. ‘Ja Heks, de wereld zit vol gekkigheid. De mensheid is vaak hopeloos bezig.’

Een dag later kom ik Pappa tegen op straat. Ik heb hem sinds kerst niet meer gezien. ‘Ga mee een kopje koffie drinken, Heks,’ nodigt hij me uit. Even later zitten we in een leuk biologisch eethuisje. Ik vertel hem wat sombere verhalen, maar moet er ook om lachen. Ik maak er zelfs wat goeie grappen over. Zodoende ontstaan er een soort regenboog tussen de tafeltjes en de toog.

Pappa is Boeddhist, ik ken hem van Shambala. Hij leeft vanuit het principe van de fundamentele goedheid van de mens. Een uitgangspunt dat ik ook altijd gehuldigd heb. Tot voor kort. Een plaatje waarin geen plek is voor narcisten en psychopaten. Die onverlaten die ons niet kunnen liefhebben maar prima kunnen haten.

‘Heb je alweer verkering?’ vraag ik mijn oude vriend, ‘Shambala is altijd een geweldige vijver voor jou om uit te vissen…..’ Ondeugend kijk ik hem aan. En ja hoor, hij heeft sinds kort weer beet. Een leuke dame van zijn leeftijd passend in zijn leefstijl…..

Aafje kan zich niet inhouden……

‘Ik moet gaan, lieverd, laten we snel iets afspreken!’ Heks racet ervandoor. Ik haal nog even wat bloemen en plantjes om mijn huis op te fleuren. Vanavond krijg ik bezoek. Goddank is mijn onvolprezen hulp geweest: Er ging van alles mis en eventjes zag het ernaar uit dat ik met pasen in een vies huis zou zitten…..

Een uurtje later schuift mijn poezenvriendinnetje Joy mijn heksenhuisje binnen. Ze is bepakt en bezakt met presentjes: Kluifjes voor Ysbrandt, snoepjes voor de katten, bloemen en chocolade voor Heks, kattenmelk, flessen wijn…….. Ik kook een lekker soepje en gooi wat pasta met garnalen in de pan. Intussen drinken we een glaasje wijn en kletsen bij.

Levensgevaarlijk!

En waarover? Over mijn poezengezin en haar kat Siep: De dochter van mijn Pippi en de Boskat, kleindochter van Snuitje en Ferguut, zus van Bolster, nichtje van Aafje en Leonoor. Kortom, Siep is familie van al mijn katten!

‘Ik zie zoveel terug in Siep van jouw beestenboel. Ze mauwt precies zo als Snuitje, maar heeft weer veel gedrag van ThayThay de Boskat, zoals haar fascinatie met water en haar zachte geknerp naar alles wat vliegt…..’ Stuk voor stuk somt ze eigenschapen van mijn beestjes op, die ze terugziet in haar Siep. En ze kan het weten, want ze past regelmatig op mijn dierentuin.

Oh, ze zijn toch zo lekker, die poezensnoepjes!

Alle katten worden geknuffeld en Ys wordt schandelijk verwend. In de loop van de avond gaan we hoedjes passen. ‘Wat staan die hoedjes je goed,’ roep ik enthousiast. Mijn vriendin heeft een echt hoedenhoofd! ‘Ik heb binnenkort een bruiloft, mag ik er dan eentje lenen?’ Natuurlijk. We zoeken direct een paar mooie exemplaren uit.

Het is ruim na middernacht, we zitten al zeker twee uur met ogen op stokjes, als we eindelijk afscheid nemen. Zoals altijd raken we maar niet uitgepraat. ‘We zijn nu drie jaar vriendin, lieve Heks, en Siep is ook bijna drie jaar bij mij! Dat gaan we binnenkort vieren!’

Samen met Varkentje wandel ik een stukje met haar mee naar huis. Wat een heerlijke avond. De uren zijn voorbijgevlogen!

 Vrolijk samenzijn met kattenvriendin: De dochter van mijn kat Pippi boft maar met haar kattenvrouwtje! Alle poezen geaaid en helemaal bijgepraat. Waarover? Onze monsters natuurlijk!

Geef! Meer!

Ex Animo zingt Matthäus met bevindelijke en vitale momenten, aldus de lovende recensie van Lidy van der Spek. Heks heeft een heerlijke bevindelijke dag en avond met dit prachtige meesterwerk van Johann Sebastian Bach. Ik ben fit genoeg: Het kan en mag! Elke dag wat mij betreft……

Doorkijkje door de enorme kerk

Matthäus Passion, woensdag 23 maart 2016, Pieterskerk te Leiden. Koor: Christelijke Oratorium Vereniging Ex Animo. Dirigent: Wim de Ru. Solisten: Tetsje van der Kooi, Ingeborg Bröcheler, Pascal Pittie, Laurens-Alexander Wyns, Joep Bröcheler , David Greco. Begeleiding: Holland Orkest Combinatie, m.m.v. Jeugdkoor BplusC, Thijs Kramer, orgel-continuo en Takeshi Sudo, Viola da gamba.

Het orkest zit klaar, het koor staat opgesteld, de generale kan beginnen

Woensdagmorgen schrijf ik een blogje in bed. Ik spaar mijn krachten, want ik moet de hele dag aan de bak met de Matthäus Passion. Eerst generale en dan uitvoering. Het blog gaat over de aanslagen, want daar is mijn bewustzijn van vergeven.

Om twaalf uur race ik naar de mondhygiëniste. Een ongelukkig geplande afspraak. Nou ja, ik zing vanavond in elk geval met een stralend gebit! ‘Er is een stukje van mijn kies afgebroken,’ vertel ik haar. Ze kijkt in mijn mond. ‘Oh nee, iet ies ein kroon gebroken!’ Mijn mondverzorgster is Oost Europees. Ze roept de tandarts erbij. Die maakt snel een foto en een vervolgafspraak.

’s Avonds hebben we natuurlijk allemaal mooie zwarte jurken en pakken aan…….

Dure grap hoor, zo’n gebroken kroontje. Deze prinses op de erwt is er in elk geval niet blij mee. Als een haas ga ik ervandoor. Ik ben door dit gedoe hartstikke laat voor de generale repetitie. Lunchen sla ik dan ook maar over.

Als ik in de kerk kom staat iedereen al klaar. Heks heeft een plekje buiten het koor. Krijg nou wat! Samen met mijn maatje zijn we aan de andere kant van het gangpad geposeerd, aan de rand van de te kleine tribune, waarop het koor zit. ‘We zitten op de strafbank,’ fluister ik in haar oor. Ze kijkt me berustend aan, maar baalt als een stekker.

kroonluchtertje

Door onze ongelukkige positie hoor ik de alten niet goed, behalve een paar alten achter me, waarvan er eentje enorm zit te broddelen hier en daar. Wel knallen via een pilaar de tenoren in mijn oor. Echt lekker zingen is er dus niet bij die middag. Maar ja, ik vind het al weer heel wat dat ik hier sta. En dat ik bij stem ben. Om dat te bewerkstelligen heb ik een hele week absolute rust gehouden: Het heeft gewerkt!

Na de generale repetitie scheur ik naar huis. Ik moet nog van alles, maar ik ben doodop. God, wat heb ik toch weinig energie. Hopeloos. Mijn lichaam vertoont slakkengedrag. Traag worstel ik me onder de douche door. En ik moet nog een hele avond knallen. Ik zorg dat ik op tijd terug ben in de kerk. Maar oh jee, extra pijnstillers innemen vergeten. En er is geen koffie voor ons vooraf!

Mijn maatje balend op de strafbank

Een koorvriendinnetje van me diept paracetamol op in haar van alle gemakken voorziene handtas. Ook trakteert ze me op een kopje koffie aan de bar. Zodoende trek ik net genoeg bij om er vol tegenaan te gaan. Onze inzingsessie doet de rest. Giebelig staan we even later aan weerszijden van de kerk opgesteld om in ganzenpas naar voren te marcheren.

Ik neem plaats op mijn strafstoel. De kerk zit stampvol. Er zijn nog maar een paar lege plekken. ‘Zo druk heb ik het nog nooit meegemaakt,’ sist mijn zangmaatje. Zij zingt al zeker voor de dertigste keer mee, dus dat zegt wel iets.

Even later komen de solisten en dirigent binnen. Het geroezemoes verstomt. Onze vice voorzitter neemt het woord. We gaan een minuut stilte houden voor de slachtoffers van de aanslagen bij onze zuiderburen.

bevriende sopranen

Even schrik ik, want ik heb soms moeite met het zich toe eigenen van allerlei leed door Jan en alleman. Tegelijkertijd gaat onze uitvoering van vanavond natuurlijk juist over onschuldige slachtoffers en foute politiek. Het wordt muisstil. De minuut duurt eindeloos. Heks kijkt vanuit haar hoge positie door doodstille kathedrale kerk. De kroonluchters verspreiden hun gouden licht kwistig door de enorme ruimte. Rond de eeuwenoude pilaren branden waxinelichtjes.

Dan is het zover. Onze dirigent, Wim de Ru,  zwaait zijn baton door de lucht. Het orkest begint zijn slepende eindeloos modulerende melodielijn. De spanning bouwt op. We halen diep adem en beginnen. ‘Kommt, Kommt,  Kohohohommt, ihr Töchter, helft mir klahahahahahahahahahahahagen,’ zingt Heks op volle sterkte vanuit haar strafbank. Mijn hart zwelt op in mijn borstkas. Heerlijk! We knallen het eerste deel eruit.

Vrolijke noten in de pauze!

‘Seht! Wohin? Auf unsre Schuld,’ klinkt het om me heen. Boven alles uit zingt het jeugdkoor ‘O Lamm Gottes, unschuldig,’ met hun ijle zuivere hoge stemmen. Dat ontroert me altijd zo. Dat prachtige jongenskoor dwars door alles heen.

De kop is eraf. Het verhaal neemt een aanvang. We zingen en zingen alsof ons leven ervan afhangt. Soms zacht en ingetogen, vooral bij de koralen, dan weer voluit. De gekke spreekkoren…. ‘Herr, bin ich’s?’ zingen we om beurten en tegen elkaar in. Ik hoor een Herr teveel realiseer ik me. Bin ich’s? ‘Nee, ik was het ,’geeft de alt achter me later toe.

‘Ich will bei meinem Jesu wachen,’ de tenor heeft een schitterende stem. ‘So schlafen unsre Sünden ein,’ antwoorden we. ‘Wat is dat toch prachtig dit gedeelte,’ geniet ik al zingende. Dan volgt al snel een favoriet van Heks.

Kwek kwek kwek. Het koor heeft een grote sociale funcie…..

Sind Blitze, sind Donner in Wolken verschwunden?
Eröffne den feurigen Abgrund, o Hölle,
zertrümmre, verderbe, verschlinge, zerschelle
mit plötzlicher Wut
den falschen Verräter, das mördrische Blut.

Oh, wat zingt dat toch lekker weg. Waanzinnig!

Niet veel later is het pauze. Steenvrouw is komen luisteren, maar ook Trui en haar prachtige dochter Vlinder zijn van de partij. Wat een enorme verrassing dat deze jongedame de hele Matthäus komt uitzitten speciaal voor mij! ‘Het is supergoed!’ zeggen mijn vriendinnen.

Engel is er ook, ik zie haar recht voor me op de derde rij zitten. Wat een geweldige plek! Na afloop kunnen we elkaar niet vinden. ‘Wat me zo opviel bij de Matthäus, was dat het trager/wat slepender ging, en met zóveel gevoel….niet alleen bij de solisten of t orkest, maar vooral t koor. Zo zacht en teer er gezongen werd. Was prachtig, voelde me door de muziek omarmd!’ schrijft ze me ’s nachts.

Bas/Bariton David Greco en dirigent Wim de Ru tijdens de generale repetitie

En een paar dagen later ‘Ik zag gisteren een stukje Matthäus op TV…..een beroemd koor en beroemde solisten enzo….het werd afgeraffeld, uptempo, zonder enig gevoel en compassie. Veel en veel liever jullie intonatie….. zó persoonlijk en gevoelig gebracht, alsof jullie het voor mij speciaal zongen. Als t koor begon te zingen, was het ook net alsof een golf van zachte wattenklanken over het publiek uitgerold werd.’

Geweldige recensie toch?

Nog een bevriende alt

De rest van de avond vliegt voorbij. We sterven van verdriet bij het hart van dit beroemde muziekstuk, het ‘Erbarme dich’. En daarna is het een afglijdende beweging naar het graf. Tegen die tijd crepeer ik van de pijn. Al dat opstaan en zitten. Het staan. De lange dag. De virussen die in mijn lijf rondwaren. Ik ben ook aan een wederopstanding toe zo langzamerhand…..

Mijn andere zangmaatje heeft er zin in!

Toch kan de Matthäus me nooit lang genoeg duren. Als we de laatste noten zingen baal ik dat het afgelopen is. Bij onze uitvoering wordt geklapt. Niet direct. Eerst is het zeker een minuut doodstil. Niet voor Brussel dit keer, alhoewel…. Indirect wel. Dan barst er een oorverdovend applaus los, we krijgen een staande ovatie! Het publiek wordt gek. Er komen bloemen voor de solisten en onze onvolprezen dirigent. Iedereen zweeft een paar meter boven de grond van geluk na het volbrengen van deze wereldberoemde lijdensweg…….

Een kwartier later zijn de meesten op weg naar buiten. Muziek ingepakt, vlinderstrikje aan de wilgen, leesbril opgeborgen, jas aan, tot ziens, was fijn, zit er weer op…. Heks drinkt nog een glaasje wijn met Trui en Vlinder in de leegstromende kerk. Daarna tref ik Frogs in mijn huis. Hij heeft voor Varkentje gezorgd. We nemen nog meer wijn en ik vertel over mijn belevenissen.

Ja, we gaan weer beginnen

Lang nadat hij naar huis is stuiter ik nog in de rondte. Ik luister nog naar een stuk of twintig uitvoeringen van ‘Ich will bei meinem Jesu wachen,’ sommigen zo mooi dat de tranen over mijn wangen rollen. Maar bij een licht nichterige balletuitvoering geïnspireerd op de muziek krijg ik de slappe lach. Alhoewel het einde daarvan wel weer prachtig is: Tijdens de laatste tonen van het stuk valt de danser in slaap……

De dagen er op zie ik nog twee fantastische documentaires over onze geliefde Matthäus Passion. Prachtig, allebei. In één ervan,  2Doc: Erbarme Dich’, zit ook veel dans en beweging. Het is een zeer interactieve uitvoering. De muzikanten, het koor, iedereen acteert mee: Fantastisch, heel dramatisch. Zo zou ik em ook wel eens willen zingen. De muziek leent zich er bij uitstek voor!

Nog wat laatste markeringen aanbrengen……

De andere, ‘2Doc: Mijn Matthäus’,  gaat over hoe dit meesterwerk het leven van mensen beïnvloedt. Ook heel mooi en indringend. En herkenbaar voor ons verslaafde amateurzangers…….Een aanrader voor alle Matthäus fanaten……

Tot slot de recensie in het Leidsch Dagblad:

We kregen een geweldige recensie in Leidsch Dagblad! 

Voor degenen die niet weten wat ze met het woordje bevindelijk aanmoeten, kijk eens hier: Wat bedoelt men nou eigenlijk echt met “bevindelijke prediking”? Een antwoord vanuit de reformatorische hoek……

Onze inzingruimte, tevens omkleedruimte

‘Pablo Neruda  Dichter aan Huis, Dichter aan Zee’.  Geweldig leuke voorstelling door Martine Zeeman, Juan Tajes en Carolina Droller in het charmante Teatro Munganga te Amsterdam. Een aanrader!

 

Zaterdagavond brengt Frogs mijn Varkentje terug. Hij heeft een dag op het monster gepast. We drinken gezellig een glaasje wijn en kletsen bij. ‘Ik ga op tijd naar huis Heks, want morgen heb ik van alles te doen. Ik moet een artikel afmaken en in de loop van de middag ga ik naar Amsterdam. Juan Tajes speelt mee in een toneelstuk over de  Chileense dichter Pablo Neruda.’

Wat leuk! Ik ben een fan van deze acteur. Een paar jaar geleden heeft Frogs samen met hem gewerkt aan een project rond de dichter Garcia Lorca: ‘Global Lorca‘. Die dichter was weer een goede vriend van Neruda. ‘Ik wil mee!’ roept Heks spontaan. Hoe laat en waar? Wat spreken we af?

Zondagmiddag tegen drie uur arriveer ik met Ysbrandt bij onze kikkervriend. Mijn hondje gaat op het huis passen en ik stap in de riante bolide van Frogs. We zoeven naar de hoofdstad. Binnen een half uur zijn we ter plekke. We parkeren voor de deur en het is nog gratis ook. Lang leve het parkeerbeleid van Amsterdam op zondag!

Als we het theatertje binnenkomen ben ik aangenaam verrast. Wat een grappige plek! Het is een hoge ruimte met een bar annex balie, een keur aan kekke keukenstoelen voor het publiek en een indrukwekkende lichtinstallatie aan het plafond, een regiekamer en een toilet. Veel meer heb je ook niet nodig, mijns inziens.

Hoewel Teatro Munganga er bedrieglijk eenvoudig uitziet, werkt alles prima. De medewerkers zijn uitermate vriendelijk, we worden bijzonder hartelijk ontvangen. Omdat we zo vroeg zijn kan ik op mijn gemak rondkijken en een paar foto’s maken. Even over vieren begint het stuk.

De voorstelling ‘Pablo Neruda  Dichter aan Huis, Dichter aan Zee’ gaat over het leven van de dichter Pablo Neruda. Zijn jeugd in Chili wordt aangestipt; Hoe het dichten er al jong in zit. Helaas moet hij architect worden van zijn vader. Dus verandert hij zijn naam en trekt de wijde wereld in…..

De scenes lopen vloeiend in elkaar over en er wordt listig gebruikgemaakt van minimale middelen om iets op te roepen. De regisseuse van het stuk, Martine Zeeman,  speelt zelf ook mee. In verschillende rollen: Van vertelster tot vrouw van de dichter. Die nam het overigens niet zo nauw met de trouw, dus er volgen nog meer damesrollen….

Pablo Neruda   Dichter aan Huis, Dichter aan Zee.

Een voorstelling die de Chileense dichter Pablo Neruda tot leven wekt. Met poëzie, over zijn muzen en zijn vaderland, met dans en verhalen. Twee bekenden uit Valle Tango Muziektheaterproductie (2009 KunstKlank) ontmoeten elkaar weer op Noordwijkse bodem tezamen met Martine Zeeman. Nu in een poëzie-, verhaal-, en dansprogramma. Met Juan Tajes, verteller uit Montevideo, en Carolina Droller, danseres uit Buenos Aires.

 “Es tan corto el Amor y es tan largo el olvido.

Zo kortstondig is de liefde, zo langdurig het vergeten.”

Een hele mooie bijdrage wordt geleverd door de Argentijnse danseres Carolina Droller. Haar hele sierlijke lichaam wurmt zich op een gegeven moment in een op het podium aanwezige ouderwetse lessenaar. Prachtig hoe zij verbeeldt wat de dichter verwoordt.

‘Ik vond het zo mooi hoe zij die geboorte van het kind uitbeeldde achter die semi-transparante kamerschermen,’ zegt Frogs later tegen me. Multifunctionele elementen in het eenvoudige decor. Het is me min of meer ontgaan. Er is zoveel te zien. ‘Dit is zo’n stuk waarbij je als je het nog eens ziet weer allemaal nieuwe dingen ontdekt!’ roep ik.

Ja, we raken enthousiast. Een paar jaar geleden heeft Frogs met de acteur Juan Tajes en een verder geheel internationaal theatergezelschap ook een prachtig programma gemaakt rond een dichter. Een eveneens  geweldig project. Dit theaterstuk heeft dezelfde kwaliteit. Het boeit van het begin tot het eind.

Het is eigenlijk maar een heel eenvoudig gegeven, vertellen over het leven van deze man: Overigens meesterlijk neergezet door Juan Tajes. Toch vliegen er zomaar drie kwartier voorbij. Er volgt een staande ovatie. Daarna is het feest , want de regisseuse is jarig. Wat boffen we toch weer!

Ik kom iemand van mijn koor tegen. We kijken elkaar verbaasd aan, wat is de wereld toch klein soms. Het is sowieso een middag vol leuke ontmoetingen. Ik klets een tijdje met de danseres. Zij blijkt ook veel affiniteit met Indiase dans te hebben. Heks heeft dat vroeger fanatiek beoefend. Voordat ik in een kwarktaart veranderde.

‘Oh, Frogs wat een heerlijke middag was het. Dit gaan we vaker doen!’ We eten nog een hapje in Huize Heks achteraf. Ik schud een soepje en een bord pasta uit mijn mouw. Een een glaasje wijn natuurlijk.

Teatro Munganga Adres: Schinkelhavenstraat 27-HS, 1075 VP Amsterdam Telefoon:020 675 9837

Teatro Munganga is een van oorsprong Braziliaanse theatergroep met een kleine theaterzaal in Amsterdam-Zuid en een reizende theaterbus waarin beeldende poëtische kindervoorstellingen worden opgevoerd. Naast het ten tonele brengen van eigen uitvoeringen, biedt de theatergroep een podium voor theater, muziek, lezingen, films, dans, workshops en cursussen van andere kunstenaars in de theaterzaal Casa Munganga.

Carlos Lagoeiro en Cláudia Maoli zijn de oprichters van Teatro Munganga

Wat maakt een theaterstuk nu boeiend en goed? Dat het in een grote schouwburg wordt opgevoerd? Dat er een BNer in meespeelt? Dat het stuk geschreven is door een wereldberoemde schrijfster/ver?

Driewerf neen.

Vanmiddag werden we meegenomen in een andere wereld. We hebben als publiek een klein uitstapje gemaakt in het leven van een mij tot nu toe onbekende man. Ik heb drie kwartier op het puntje van mijn stoel gezeten. En dagen erna is iets van de voorstelling blijven hangen. Het stuk heeft me geraakt!

Dus toch die goeie ouwe Catharsis? Die broodnodige door angst en medelijden geïnitieerde loutering  der emoties zoals Aristoteles het beschreef in zijn Poetica?

Ja.

De regisseuse van de voorstelling, Martine Zeeman, heeft een klein theatertje in de Voorstraat in Noordwijk: Zeep aan Zee. Voor theaterlessen,  toneel productiecursussen, Toneelcursussen tekst/beweging en improvisatie alsmede voorstellingen kun je hier terecht!

Peter van de Hurk bij Umberto Tan. Dat is schrikken voor een aantal aanwezigen! Heks geniet van wat ze ziet. Behalve van dat stuk verdriet van een Levchenko. Dat is dan weer pure verspilling van zendtijd.

Woensdagavond val ik in slaap voor de TV. Ik dommel en droom. Ik dobber, ga kopje onder, kom even boven en zak weer weg. Ik moet de hond nog uitlaten. Om half drie loop ik met Varkentje door een doodstille steeg. De realiteit is onwerkelijk. Geen zuchtje wind, geen geluid. De stad slaapt. De natuur slaapt.

Natuurlijk ben ik vanmorgen een wrak. Gebroken nachten leveren halvezolige dagen op. Traag kom ik op gang. Aan het begin van de middag rijd ik naar Barendrecht. Ik ga lekker Indiaas zingen: Dhrupad.  Een privéles. Doe maar duur. Lekker luxe.

Het is heerlijk weer. De nieuwe A4 zorgt ervoor dat ik in een mum van tijd voor het kleine dijkhuis parkeer. In het souterrain tref ik mijn juf. We maken koffie en kletsen even bij. ‘Hoe is het me je, Heks?’ Ik vertel haar over mijn rare amoebeleventje. Het ontdekken van de gruwelijkheid van het echte bestaan. ‘Ik droomde vannacht van een afgehakt hoofd!’

‘Hè getsie, Heks, dat is ook gebeurd. Heb je het nieuws niet gezien? Er is vanmorgen ergens een afgehakt hoofd op de stoep gelegd. Een afrekening in de onderwereld. Afschuwelijk en gruwelijk. Wat gek dat jij daarvan droomt….’

Ja, vreemd. Gisteren zie ik Peter van der Hurk op televisie bij Umberto Tan. Op uitzending gemist. Ik kreeg een tip van mijn therapeute. Zij is net als Heks fan van deze bijzondere man.

‘Op een gegeven moment zei hij iets tegen Umberto. Die schrok zich een ongeluk en zat een partij te draaien op zijn stoel…! Hij durfde het niet aan! Alsof hij weet ik wat te verbergen heeft. Heel grappig. Je moet echt even kijken, Heks.’

En dat doe ik. Het duurt een hele tijd voordat Peter van der Hurk aan bod komt. Eerst krijgen we nog een vreselijk ex-voetballer uit de Oekraïne voorgeschoteld, die met zijn seksistische narcistische flauwekul bakken aandacht opslorpt. De sukkel, Evgeniy Levchenko,  wordt elders op het web al subliem afgekraakt door Nico Dijkshoorn. Dus ik laat het hierbij.

Maar gottegot, je zal toch wakker worden naast dit angstige schoothondje, dit opgepoetste misogyne poedeltje…..Zoals Victoria Koblenko elke morgen. Wakker schrikken bedoel ik. Hopeloos!

Maar dan is het zo ver. Eindelijk is onze nationale paragnost aan de beurt.

Peter van der Hurk heeft een prijs gewonnen. Hij is door de lezers van Paravisie gekozen tot medium van het jaar. Toe maar. Wat mij betreft is hij medium van de eeuw. De man steekt met kop en schouders boven zijn collega’s uit. Maar goed. Toch van harte gefeliciteerd!

PETER VAN DER HURK

Dit is waarschijnlijk de aanleiding voor de uitnodiging van vanavond om aanwezig te zijn in ‘Late Night’. Er wordt wat heen en weer gepraat over dit onderwerp. Ja, daar zit je dan als hoogsensitief persoon tussen de dikhuidige Darwinmensen. Krijg je weer al die vooroordelen en angsthazerij naar je hoofd. Uiteindelijk moet Peter zich natuurlijk weer bewijzen. Dat is wat mensen willen. Laat maar zien dat je het kunt. Dat kunstje.

‘Hou op met je bewijzen, Heks. Wat er in iemands kop zit kun je toch niet veranderen. Gewoon je ding doen en je nergens meer voor verdedigen,’ was zijn advies aan mij nog niet zo lang geleden. Ik zie hem nu ook geen krimp geven. ‘Ik scoor 80%,’ deelt hij nog even mee. Gewoon wetenschappelijk bewezen. Deze man heeft zijn sporen verdiend door mee te helpen met het oplossen van misdrijven…..

Peter raakt behoorlijk op dreef als hij de foto van een willekeurig iemand uit het publiek in handen krijgt. Zachtjes wrijft hij over deze ‘inductor’. Vervolgens spuit hij uit het blinde niks allerlei zeer persoonlijke informatie over degene op de foto. De eigenaars van de foto, degenen op de foto, staan verbijsterd te kijken. Het meeste is raak.

Geen ‘cold reading’, waar bij je heel veel uit de interactie met de ander haalt. Slechts met de inductor in de hand geeft hij allerlei treffende informatie. ‘Jij kunt dit ook, Heks. Maar let op: Het interesseert de mensen geen bal, waar jij je informatie vandaan haalt. Ze willen gewoon geholpen worden…’ zei hij onlangs tegen me.

Nu ik hem weer zo bezig zie, deze keer met andere mensen, valt het me weer op hoe snel en trefzeker hij werkt. Er zit nauwelijks iets tussen. Het is zoals met Alex Orbito en spiritueel genezen: Hier is een meester aan het werk. Iemand van het hoogste niveau. En zoals altijd in zulke gevallen is hij super bescheiden. Het is wel een man met flair. En ook zo grappig. Maar hij laat zichzelf niet gelden in wat hij doet. Hij is dienstbaar.

Ik schrik als ik hem hoor vertellen over zijn fysieke problemen vorig jaar. Dit werk kan een grote wissel op je trekken! Mijn hart gaat naar hem uit!

‘Heks, jij kunt ook genezen. Daar moet je iets mee doen. Als er weer mensen bij je komen met problemen: Behandel hen dan! Dan ben je zo uit de sores!’

‘Maar Heks, ik wist helemaal niet dat jij dat kunt, genezen met je handen,’ roept mijn juf als ik vertel over al deze zaken. ‘Ik ben gediplomeerd Toverheks. Ik heb er jarenlang voor op school gezeten bij de Stichting Opleiding en Onderzoek Paranormaal Begaafden, nu het Johan Borgman College. Ik heb zelfs een tijdje een eigen praktijk gehad met alles erop en eraan. Het is niet iets waar je nu echt van droomt als kind. Het komt op je pad en ik heb er niet altijd zin in gehad…..’ Zacht uitgedrukt.

Ik zit in de muziekkamer van het dijkhuisje in Barendrecht. Mijn juf en ik zijn bijgekletst. We gaan zingen. Eerst zo laag mogelijk AAAAAAAaaaaaaa. Dan:  Chandrakauns!

Onze stemmen glijden beurtelings om de riedels boventonen geproduceerd door de Tampoera. Mijn juf zingt voor en ik volg. Later speelt haar man op de Pakhawaj het ritme. Gedrieën dobberen we enige tijd in een andere wereld.

Juf improviseert. Haar stem vliegt omhoog. Indringend. Gepassioneerd. Ik reageer met het op en neer glijden van mijn stem. Heel snel, waardoor een raar effect ontstaat. Het is hierbij belangrijk, dat je van boven naar beneden denkt, terwijl je het doet…. Juf moet lachen. Het klinkt ook grappig.

De middag eindigt met een wandeling langs de dijk met mijn onvolprezen hondje. Hij heeft rustig in de auto op me liggen wachten. Nu is hij aan de beurt.

Voor ik ga slapen spreek ik met Engel op de chat. Morgen ga ik haar nieuwe huisje bekijken. Een wonder naar het schijnt…! Zij is ook een heks in ruste net als Heks. Met genezende handen. ‘Ik voelde me heel goed toen ik er actief mee bezig was,’ laat ze me weten.

‘Eerlijk gezegd voel ik me altijd het beste als ik vanuit dat principe leef. Genezen. Helen. Liefde. Verbinding,’ schrijf ik terug. En dat moet ik dan ook maar doen. Alle woede en ontzetting ten spijt. Alle narcisten en psychopaten ten spijt. Alle onredelijkheid ten spijt.

Schelden?

Scheldt kwijt!

Op de terugweg uit Barendrecht knal ik bijna op een auto voor me. De vrouw stopt voor een fietser, die op de stoep rustig staat te wachten en geen voorrang heeft. Abrupt. Ik en de persoon achter me staan gierend op de rem. Het gaat maar net goed. Geen auto in mijn nek vandaag. Deze onnodige actie is vriendelijk bedoeld misschien, maar levensgevaarlijk. Heks toetert! Als ik naast haar sta bij een stoplicht zit ze me smalend uit te lachen. Ik zit nog scheldend te klappertanden. Bizar toch weer.

Even later ben ik thuis. Ik ga iemand energetisch op afstand behandelen. Bij wijze van vingeroefening. Ik zak met mijn bewustzijn weg in die speciale liefdesenergie. Maak contact met die oneindige bron. Ga mezelf heel goed voelen. Ja, de wereld is gek. Veel mensen halen goedbedoeld de raarste capriolen uit. Levensgevaarlijk soms. En heel veel mensen hebben totaal geen goede bedoelingen….. Ook dat nog! Maar dit voelt goed. Dit is waarom je het doet. Leven.

Leven vanuit je hart.

‘Het is een heel moeilijk en zwaar beroep. De wereld is vaak geen fijne plek.  Dit jaar heb ik geen voorspellingen gedaan voor het nieuwe jaar, ik had er geen zin in. Ik zie alleen maar narigheid…..’ zegt de beroemde paragnost tegen Umberto Tan. Heks is dus niet de enige die af en toe somber is over onze prachtige blauwe planeet en diens bewoners. Met name de kroon van de schepping laat het nogal eens afweten…..

Haha, Toverheks. Je moet jezelf niet zo noemen hoor, als er mensen bij je komen! Dan schrikken ze zich een hoedje!’ raadt Peter van der Hurk me aan tot besluit van zijn consult afgelopen januari. Nou ja, ik hou wel van een hoedje hier en daar…. Hij gniffelt nog even na. ‘Je bent een schat, ik vind je een schat, Toverheks! Haha!’

Hijgend Hert aan je voet, het moet niet gekker worden. Je bent zelf ternauwernood de jacht ontkomen tenslotte!Intussen verzuip je bijna in een blubberpoel en je zusje staat erbij en kijkt ernaar….. Beetje raar. Maar waar!

Ik zit op mijn balkonnetje in de zon. Ingepakt in jassen en dekens en een soort schapenvacht. Ik slurp de zonnestralen in. Vanmorgen had ik weer eens therapie. Dat was een tijdje geleden, want ook therapeuten krijgen griep.

‘Ik maak een soort studie van enge mensen. Soms kijk ik naar de meest vreselijke programma’s op televisie. Gewoon om mezelf ervan te doordringen dat het bestaat, zulk afschuwelijk gedrag.’ Ze knikt en geeft me groot gelijk. Wat een verademing. Geen vermanende woorden over het aandacht geven aan negativiteit.

‘Jouw krachtige basis komt juist voort uit het feit, dat je zoveel hebt meegemaakt,’ ze kijkt me indringend aan. Het is waar. Mijn leven is een aaneenschakeling van extreme gebeurtenissen geweest. Wie is er bijvoorbeeld zeker drie keer op straat in elkaar getimmerd? Heks! Ik heb er de krant mee gehaald.

En dat is nog het minst vervelende. Dat zijn maar klappen, blauwe plekken en een flinke hersenschudding door een trap tegen mijn hoofd. De laatste keer door uitsmijters van ‘Het Koetshuis’. Omdat hun vriendinnen me in het voorbijgaan uitscholden en ik iets terug riep…… Dan kun je als kleerkast vol anabole steroïden natuurlijk niet achterblijven. Zeker niet als je ook al impotent bent, en regelmatig voor lul staat met je knakworst bij diezelfde vriendin. Want impotent word je van die troep. En agressief.

Maar goed. Beurse plekken trekken wel weer bij. Andere verwondingen zijn lastiger te helen.

‘Een ander had al lang aan een touwtje aan het plafond gehangen,’ geef ik toe, ‘De meeste mensen worden al gek als ze drie weken griep hebben, laat staan een chronische versie daarvan. Ook worden mensen er over het algemeen helemaal niet goed van als ze zoveel alleen zijn als ik.’

‘Hopeloze relaties alsmede vriendschappen drijven nogal eens iemand naar de rand van de afgrond, maar ook dat heb ik overleefd. Daarbij kom ik ook niet uit een achtergrond waarbij ze de deur bij me plat lopen om voor me te zorgen als ik helemaal om lig. Eufemistisch uitgedrukt. Dus ja, ik doe het lang niet gek.’

‘Jij komt er wel uit, Heks. Je bent er nog niet. De bezem moet er door en je moet eindelijk eens voor jezelf gaan kiezen. Maar uiteindelijk komt het goed met jou!’

Als ik later met Ysbrandt langs de Zijl wandel spookt zo’n griezelprogramma door mijn hoofd. Een jongeman rijdt zichzelf bijna dood tegen een boom. Hij blijkt ternauwernood een aanslag op zijn leven te hebben overleefd. Gepleegd door zijn eigen zus!

Zij en haar vriendje en nog een paar trawanten sloegen het joch half dood alvorens hem in een grote vijver te dumpen met een zwaar gewicht aan zijn been. Ze lieten hem voor dood achter, maar hij wist zichzelf los te rukken van het betonnen tuinbeeld aan zijn voet. Een hertje notabene.

Hij sleept zich zijn auto in met een grote bloedende hoofdwond en longen vol smerig water. Langzaam maar zeker verliest hij het bewustzijn en rijdt zichzelf bijna te pletter tegen een boom. Maar hij wordt snel gevonden en gered!

Hij is er verschrikkelijk aan toe. Bont en blauw en opgezwollen. Buiten bewustzijn…… Zijn zus zit schijnheilig naast zijn bed gedurende de gehele periode dat hij in coma lig. Zijn overlevingskans is 1 op 4 miljoen. Hoe ze dat hebben berekend is mij dan weer een raadsel.

De gruwelzuster wijkt niet van zijn bed en als hij dan eindelijk zijn ogen opent, een waar wonder,  begint zij hem direct onder druk te zetten. Het is een echte bitch! Hij mag niet reppen over het feit, dat zij hem heeft geprobeerd te vermoorden voor een paar honderd dollar. Want daar ging het allemaal om, zuslief wilde dat hij zijn spaargeld aan haar gaf.

Oh ja, ze heeft ook nog het ouderlijk huis in brand gestoken om de sporen van het bloederige gevecht van drie volwassen kerels tegen één leptosome adolescent uit te wissen…..

Maar goed, het komt toch uit natuurlijk. De boosdoeners worden opgepakt. En nu komt het: De jongeman weigert te getuigen tegen zijn zus. ‘Ze is toch mijn zuster, ik hou van haar, ik heb altijd een sterke band met haar gehad…..’

Hij houdt voet bij stuk, dus de criminelen komen er vanaf met een lichte straf en de monsterzus gaat vrijuit. Ze neemt een nieuwe vriend en verhuist naar de andere kant van de wereld. Veel berouw lijkt ze niet te voelen. Waarschijnlijk een narciste/psychopate. De broer heeft nog steeds contact met haar.

De moeder van de jongen komt ook aan het woord. Zij houdt natuurlijk van allebei haar kinderen. Met een extatische uitdrukking op haar gezicht geeft ze gedurende het gehele item commentaar op de gebeurtenissen. Een vreemd gezicht.

Ja, zo kan het ook. Dit is heel erg hoe Heks altijd heeft geprobeerd te leven. Vergeven bij voorbaat en dan gewoon doorgaan met liefhebben. Als iemand je iets flikt zet je gewoon nog een tandje bij.

Gevangenissen kweken nu eenmaal in het algemeen kleine crimineeltjes op tot monsters. Het is dus nogal wat om je broeder of zuster er bij te lappen om hen naar een dergelijk oord te doen verbannen…..

Toch is er een verschuiving in me aan de gang. Ik heb geen idee welke kant het op gaat, maar ik kan je één ding zeggen: Probeer me niet te vermoorden of iets dergelijks, want je hangt! Als ik het overleef tenminste. De tijd dat Heks Jan en Alleman met alles liet wegkomen is definitief voorbij.

 

Killer stories, a true story to die for, moordwijven en dodelijke kerels,bloeddorstige bloedbroeders versus een geslepen zus die haar zuster offert. De wereld zit vol gevaarlijke gekken. Niet iedereen overleeft hen.

Vandaag ben ik laat. Ik ben pas om half vijf in slaap gevallen, vandaar. Het is dan ook al rond het middaguur als ik eindelijk met Ysbrandt in een park loop. De zon schijnt, het is droog. Goddank.

Vannacht bekijk ik diverse afleveringen van het programma ‘Born to kill’. Afgewisseld met ‘Bloodrelatives’ en andere griezelige reality programma’s vol moorddadige mensen met zieke geesten en verdorven karakters, die elkaar naar het leven staan. Vol ongeloof zie ik het verhaal van een serieverkrachter in love. Zijn geliefde gaat vanaf dag één mee in zijn verdorven fantasieën.

Als ze eenmaal getrouwd zijn gaat het van kwaad tot erger. Hij baalt ervan dat ze geen maagd meer is en laat zijn oog vallen op haar jongere zusje. Een onschuldig meisje van vijftien. Samen drogeren ze het arme kind om haar vervolgens te verkrachten. Helaas is de dosis verdovende drugs uit de dierenkliniek (!) waar de slechte zuster werkt te hoog voor het jonge meisje. Het is geen paard tenslotte: Ze overlijdt ter plekke.

Het gruwelstel komt ermee weg….. Nu begint hun echte terreur. Was de man voorheen tevreden met een stevige verkrachting, nu wil hij bloed zien. Zijn vrouw helpt hem zoveel ze maar kan. Onvoorwaardelijk. Ze plegen nog een paar moorden op jonge maagden voordat ze gepakt worden.

Hierna volgt een item over drie moordbroers. Ook weer walgelijk en afschuwelijk. Gewetenloze psychopaten aan het werk. De jongste broer is pas 15 jaar oud. Hij heeft wel emoties en gevoelens. Hij doet niet mee met het moorden, maar is natuurlijk wel met zijn familie op stap. Roadtrip met pief paf poef geluiden. Heks zit verbijsterd te kijken.

Uiteindelijk worden ook zij gepakt. De jongste broer wordt later gevangenispriester…..

Dan komt er nog een aflevering over een sociopaat van de bovenste plank. Hij liegt over zijn beroep, achtergrond, opleiding, financiele status en ga zo maar door. Toch weet hij zich te profileren als politiek lobbyist en op die manier in de hoogste kringen dor te dringen. Hij maakt mensen handig geld afhandig en weet de schijn op te houden zelf ook een rijke stinkerd te zijn.

Op een gegeven moment trouwt hij met een zakenvrouw met drie jonge kinderen. Niemand weet dit, hij houdt haar succesvol verborgen voor de buitenwereld. Zodoende kan hij rustig doorgaan met zijn vele affaires en avontuurtjes. Hij manipuleert de vrouw naar de andere kant van het land. Zo heeft hij lekker zijn handen vrij om door te gaan met zijn rare leventje.

Hij trouwt nog een vrouw. Ook haar weet hij enige tijd een rad voor ogen te draaien, maar uiteindelijk valt zijn kaartenhuis in duigen. De dames ontdekken elkaar. Ze ontdekken nog meer bedrog. De meest recente echtgenote besluit de eikel erbij te lappen wegens bigamie, maar dat moet ze met de dood bekopen. Meneer schiet haar door de kop…..

Wat heb je toch een rare mensen. Wat zit de wereld vol met mafkezen. Neem nu die broers. De middelste is de leider. Hij is vrij jong in een gevangenis beland en daar tijdens een opstand door andere gevangene verkracht. Acht uur lang! Door grote gewelddadige horken van kerels!  Afschuwelijk natuurlijk. Het heeft hem gebroken. Het heeft van dit rotjong, deze kleine crimineel, een monster gemaakt……

Terwijl de beelden nog door mijn hoofd spoken geniet ik van het zonnetje. In het park kom ik een vrouw tegen met een schat van een hond uit Roemenië. We raken aan de praat. Opeens komt de malle molenaar ter sprake. Hoe? Geen idee. De man blijkt klusjes te doen voor de vrouw. ‘Hij is ongelofelijk aardig voor me, ik krijg regelmatig een lekkere eend of gans cadeau. Die schiet hij zelf…’

Dat weet Heks. Hij wilde zijn jachtgeweer ook een keertje op mijn hond richten. Die zat achter een haas aan op de golfbaan. Hij behoort die zigzaggende haas af te schieten. Nog niet zo gemakkelijk natuurlijk. Dat is zijn bijbaantje, maar nee, hij pakt liever mijn hond, de held. Ik ben niet de enige met deze ervaring! De man is een regelrechte griezel. Hij heeft een goeie klap van zijn eigen molen gehad mijns inziens. De laatste die ik over de vloer zou halen…..

‘Ik heb de politie een keertje op zijn dak gestuurd, toen hij me stond uit te maken voor hoer, kutwijf en erger. En dat hij me wist te vinden. Hij sloeg regelrecht bedreigende taal uit. En dat in combinatie met dat geweer….. Mijn actie heeft wel geholpen. Sindsdien laat hij me met rust.’

Er komt een loopse teef aanlopen met een meneer eraan vast. Varkentje is instant verliefd. Zo snel gaat dat bij honden in hun wereld van geur. Zodoende moet ik hem vliegensvlug aanlijnen.

‘Dank voor de tip. Ja, je hebt vreemde snuiters op de wereld,’ zegt de vrouw bij het afscheid. ‘Ach, jij hebt geen problemen met de man. Het is net als bij de gemiddelde psychopaat. Superaardig voor sommige mensen, maar voor anderen gevaarlijk….’

‘Ik maak een studie van rare mensen momenteel,’ vervolg ik opgewekt, ‘Ik probeer de vinger te krijgen achter bepaald gedrag, waar ik vaak tegenaan loop. Ik heb zelf ook relaties met narcisten achter de rug. Het thema houdt me dus behoorlijk bezig.’ Ik vertel maar niet over de griezelmarathon van vannacht. Wel noem ik het boek van Iris Koops, Het verdwenen Zelf.

‘Oh, wat interessant! Ik werk met moeilijke mensen, intelligente types vaak, maar zonder enige vorm van empathie. En ik heb een moeilijke broer….’ Klinkt bekend. De wereld zit vol narcisten, maar veel mensen weten er de ballen vanaf. Heks ook tot voor kort. Nu mijn ogen open zijn gegaan zie ik dit verschijnsel overal. Het komt toch vaak voor. 1% van de bevolking is best veel, dat zijn er 100 op de duizend!

Mijn overtuiging is ook, dat je er meer op je dak krijgt als je hen niet herkent. Zodra je een narcist ontmaskert heb je een enorm probleem. Het is het ergste dat je deze mensen kunt aandoen. Dus maak je borst maar nat: Er volgen geheid levensgevaarlijke represailles. Het goede nieuws is, dat als je het overleeft, je waarschijnlijk ook van die kwibus af bent…… Omdat ie in de bak zit.

God moet een geweldige vis zijn. Een vrouwelijke wel te verstaan! En: Vergeven is een tweezijdig proces. Vandaar dat het vaak niet lukt. Ligt er weer eentje dwars…..

Vanmorgen ga ik naar de kerk. Het is alweer een paar weken geleden, dat ik het op kon brengen. Of niets anders aan de hand had. Eerst natuurlijk eventjes met Varkentje naar buiten. Een koude natte maartse bui kleddert over ons heen. We zijn binnen een paar meter doorweekt. Bah, bah, wat is het toch al maanden vreselijk weer. Slechts zelden piept de zon eventjes door de wolken. Die  verraderlijke wattendekens vol onverzoenbren hemelse haat.

Snel geef ik mijn hondje eten. Even een kwast over mijn toet trekken en ik kan er weer mee door. Op het nippertje arriveer ik in mijn kerk waar God ook een vrouw is.

Nu is God ook een vrouw. Zelfs de katholieke kerk ontkomt niet aan dat gegeven. Onlangs heeft één van  hun priesters, Father John Micheal O’neal,  een bijna dood ervaring gehad. Nou ja, bijna, hij was zowaar 48 minuten dood. Toen hij succesvol werd gereanimeerd, kwam hij bij met een gelukzalige glimlach op zijn gezicht. ‘God is een vrouw!’ bracht hij uit.

 

He claims that at that point in his experience, he went to heaven and encountered God, which he describes as a feminine, mother-like “Being of Light”.
“Her presence was both overwhelming and comforting” states the Catholic priest. “She had a soft and soothing voice and her presence was as reassuring as a mother’s embrace. The fact that God is a Holy Mother instead of a Holy Father doesn’t disturb me, she is everything I hoped she would be and even more!

 

Vandaag hebben wij in onze kerk ook een katholiek op de kansel. In een witte jurk met een lila sjerp staat hij zijn mannetje tegenover die vrouwelijke God.

Haar vrouwelijkheid maakt het celibaat er alleen maar onbegrijpelijker op. Werk je voor een vrouw en zijn vrouwen uit den boze. Tenzij God de Moeder een jaloers kreng is natuurlijk. Misschien wil ze al die priesters lekker voor zichzelf houden…..

Wat een pech voor haar: De priesters keken van oudsher dan toch liever naar kleine jongetjes…… Heks is overigens faliekant tegen het celibaat. In welke klooster of kerkorde dan ook. Wat je onderdrukt perverteert. Seksualiteit is een fantastische  en heilige oerkracht, maar als je em onnatuurlijk aan banden legt zijn de gevolgen desastreus….

De preek van vandaag gaat over vergeven. Over het belang van erkenning door de pleger van wat ie heeft gedaan. Ook berouw en goed maken behoren tot het proces. Het is een tweezijdig gebeuren. Oh.

Vandaar dat het zo moeizaam gaat, dat vergeven in mijn geval. Ik probeer het. Ik verplaats me in de ander, voel compassie in mijn hart voor de ellendige positie van mijn gemene medemens. Maar het is steeds een eenzijdig proces.

Het legertje narcisten uit mijn verleden heeft natuurlijk nooit berouw betoond voor de toegebrachte mishandelingen of spijt gehad van wat dan ook. Het zit nu eenmaal niet in de aard van die beesten. Maar ook van veel anderen heb ik nooit excuses gehad voor tikken die ze uitdeelden. Ikzelf heb daarentegen nogal eens sorry gezegd. Zelfs als die ander het eigenlijk had moeten doen. Maar daar ben ik eindelijk mee opgehouden. Zeer recent.

De preek is opgehangen rondom het verhaal van de verloren zoon. Het is ook een irritant verhaal. Een egocentrische losbol van een lievelingetje van een jongste zoon en zijn oudere broer brave Hendrikje. Heks zit er slaperig naar te luisteren. Al die familieperikelen. Ik kan het niet meer aanhoren. De Bold en The Beautiful volg ik ook niet meer. Krijg toch de klere met je macht en geld. Ik begrijp zulke mensen niet. Met liefde en respect heeft het weinig te maken. En dat is het enige dat mij interesseert.

‘Hoe vond je onze nieuwe aanwinst op de kansel?” vraagt een andere geestelijk leider van mijn kerk aan me bij de koffie. Er ontstaat een sprankelend gesprek met verschillende geloofsgenoten. Over het katholieke geloof en hoe wij in mijn kerk hun wet omzeilen door een onofficiële eucharistie te vieren. Hoe de voorganger van vandaag geen priester is maar een diaken. Niet tot priester gewijd dus.

Mooi zo, denk ik bij mezelf. Hij hoeft zich dus ook niet aan dat enge celibaat te houden. Hoe het komt weet ik niet, maar in no time hebben we het over hoe wij mensen af stammen van vissen. Ik sta aan een tafel met een paar biologen schat ik zo in. Thich Nhat Hanh zei ooit: ‘Volgens een vis moet God een geweldige vis zijn, hoe kan hij anders zo’n perfect zwemmend dier kunnen hebben geschapen?’