Heks en Joy gaan samen op stap. Met zeven katten naar de dierenarts: Een hele uitdaging! En een leuk uitje bovendien! Volgende keer gaan we een dagje naar het strand……..

Vrijdagavond vlak voor Sinterklaas begin ik me toch een beetje zorgen te maken. De buurvrouw is ziek en we zouden samen naar de dierenarts gaan. ‘Ik ga morgen met ALLE katten naar Ranzijn voor vaccinatie, zin om mee te gaan?’ sms ik mijn grote kattenvriendin Joy.

Misschien heeft ze tijd. Het is natuurlijk een raar weekend. Half Nederland zit met zijn handen in de papier maché of kledderige ontbijtkoek in een poging een dierbare goed te grazen te nemen. Of te verrassen. Met een  listige surprise…….

Binnen een paar minuten krijg ik uitsluitsel. Mijn maatje gaat graag mee! ‘Ik ben om kwart voor 11 bij je,’ schrijft ze, ‘en ik neem een extra vervoersmand mee!’ Hoera! Alle problemen opgelost.

Dinsdagavond zie ik een item op televisie voorbij komen, waarin wordt gewaarschuwd voor kattenziekte. Er is een grote uitbraak in Alphen aan de Rijn en nog een paar Nederlandse gemeenten. Help! Alphen is vrij dichtbij! ‘Het is superbesmettelijk en in bijna alle gevallen dodelijk,’ de presentatrice kijkt omfloerst de camera in, ‘dus als je katten niet zijn ingeënt lopen ze direct gevaar. Ook binnenkatten….’

Ik heb mijn katten al zeker twee jaar niet laten vaccineren. Na vijfentwintig jaar nutteloos geprik. De kosten zijn zo gigantisch hoog geworden de laatste jaren. Minimaal zo rond de vijftig euro per kat bij de lokale en regionale dierenartsen….. Ook is mijn kattengezin nogal uitgedijd. Alles bij elkaar is het niet meer op te hoesten.

Vorig jaar ontdekte ik echter dat je bij tuincentrum ‘Ranzijn’ voor veel minder geld terecht kunt. Alleen moest ik dan wel helmaal naar Aalsmeer met de hele beestenbende. In Leiderdorp hadden ze die service nog niet. ‘Komend najaar komt er hier ook een dierenarts,’ vertelde een medewerkster van het volledig in renovatie zijnde bedrijf me dit voorjaar, ‘Nog eventjes geduld!’

Zodoende zit Heks donderdagmorgen op internet te kijken of de dierendokter zich al heeft gevestigd op deze groene locatie. En wat een toeval! Laten ze nu juist vandaag open gaan! Ik bel hen op en maak direct een afspraak. Misschien ben ik wel de eerste klant!

Zaterdagochtend meldt mijn vriendin zich bijtijds. We drinken koffie en gaan daarna direct aan de slag. Alle katten moeten in de diverse manden. ‘Hoe had je het gedacht Heks?’ Joy kijkt me vragend aan. Ik zet mijn plan uiteen.

‘Snuitje in de kleine plastic box, Leonoor in de rieten mand en Ferguut in die grote stoffen tas. Zij moeten alledrie bij voorkeur in hun eentje worden vervoerd. De boskat kan met zusje Aafje in die grote kattenbench van de buurvrouw. En Bolster kan met zijn moeder in de bench van Ys. Eh VikThor.’

We vangen kat na kat en stoppen ze in de juiste mand. Alleen Bolster is nergens te bekennen. Op zijn vaste verstopplekjes is hij niet te vinden. Ook houdt hij zich muisstil. Hij voelt nattigheid.

Na een goed kwartier ontdek ik hem in een piepklein hoekje achter de bank en de gordijnen. Snel grijp ik hem in zijn nekvel. ‘Jij ontsnapt me niet meer, kleine puntneus,’ mopper ik op de Benjamin van het gezelschap. Ik laat hem in de bench zakken. Zo. Klaar. Inladen en wegwezen!

We sjouwen een paar keer de trap op en af. VikThor staat bovenaan in de aanslag om mee te gaan. ‘Kunnen we hem niet beter thuislaten?’ pleit Joy, ‘Het lijkt me nogal onhandig als hij ons voor de voeten gaat lopen.’ Tja, ze heeft gelijk, maar ik neem hem toch liever mee. ‘Zo onhandig!’ roept Joy, ‘En hij heeft er toch niet veel aan. We hebben geen tijd om te wandelen of spelen.’

‘Ja, maar hij wordt wel geestelijk afgebeuld. En dat is ook belangrijk,’ ik kijk mijn vriendin aan, ‘anders moet ik direct weer aan de bak met hem als we terugkomen van de dierenarts. En dan ben ik helemaal af en klaar. Dan moet ik eigenlijk een paar uur plat.’

Ik heb het nog niet gezegd of Joy belt haar vent. ‘Heb je zin om op VikThor te passen?’ Vijf minuten later gooien we mijn hondje bij hem naar binnen. Hij gaat lekker met hem wandelen!

‘Miauw, miauw,’ klinkt het in de achterbak van mijn piepkuiken, ‘Maauwwwww, mrwwaauuuwww’. Bolster voert het hoogste woord, maar ook de boskat laat zich gelden. De enige die we helemaal niet horen is de Zwarte Panter. Hij houdt zich gedeisd.

‘Ik reed een keer op een mooie zomerse dag met zo’n vier katten en Ysbrandt richting dierenarts. M’n monsters zaten te miauwen als gekken en mijn raampje stond open, dus mensen op straat hoorden dat kabaal. Maar als ze keken zagen ze die lieve hondenkop van Ys boven de achterbank uitsteken. Veel verbaasde gezichten, joh’. We giechelen.

We hobbelen rustig de stad uit. Oh wat is het toch altijd gezellig met Joy. Vanaf dag 1 is dat zo geweest. En ook vandaag is geen uitzondering.

Bij het tuincentrum laden we alle manden op een paar winkelwagens. In karavaan gaan we op zoek naar de net geopende dierenartsenpraktijk. Het is druk in het net verbouwde bedrijf. Je kunt over de hoofden lopen, ware het niet dat ze zich allemaal verbaasd omdraaien om naar deze miauwende optocht te kijken.  Alsof de zon doorbreekt vormt zich een lach op menig gezicht: Wat leuk, poesjes!

We moeten het halve bedrijf door, policy om aan zoveel mogelijk begeerlijke producten te worden blootgesteld: Heks is min of meer opgegroeid in een dergelijk bedrijf, ik ken de sneaky methoden om klanten tot kopen te verleiden van haver tot gort! We kijken nergens naar. Heks is hartstikke blut. Ze kan nog net het komende consult ophoesten!

‘Het ziet er wel mooi uit, Joy. Jeetje wat is het hier opgeknapt! Moet je kijken hoe hoog de kassen zijn! Wat een ruimte……. Echt prachtig!’

Bij de dierenarts worden we vriendelijk verwelkomt. Alle katten worden ingevoerd in het systeem. Een charmante jonge vrouw neemt ons mee naar een spiksplinternieuwe praktijkruimte. Enigszins moeizaam staat ze ons te woord. Haar Nederlands is gebrekkig, ze is overduidelijk een importarts. Later ontdek ik dat er vier  dierenartsen tegelijkertijd werkzaam zijn. Ook Nederlandse.

Zodra ze echter de dieren in haar handen krijgt is er geen gebrekkigheid meer te bekennen. Geroutineerd wordt dier na dier onderzocht. ‘Hopla’, vakkundig prikt ze een stevige cocktail antistoffen bij mijn schatjes naar binnen. Niesziekte en kattenziekte zijn vanaf nu weer kansloos in Huize Heks. Wat een opluchting!

Intussen kwebbelt Heks over de familiaire verhoudingen in haar kattengezin. ‘Ze zijn allemaal familie van elkaar,’ Joy grijnst me toe, haar kat Siep is ook familie van al mijn beestjes!

‘Kijk, dit is Bolster,’ we beginnen met de Benjamin, ‘Hij is de kleinzoon van Snuitje en Ferguut, de zoon van Pippi en de boskat en die lap en die rooie zijn zijn tantes…..’

Na Bolster volgt Pippi. Dan Snuitje, Ferguut en de lap. Ze laten zich gemakkelijk pakken en bepotelen. Bij het onderzoek echter knorren ze zo hard dat de arts het hartje niet kan horen. We moeten erom lachen. Gekke beesten. Zien ze het soms als een leuk uitje?

Katten snorren ook in stresssituaties. Zo gek is hun gedrag dus niet. Maar grappig blijft het.

Tot slot halen we ThayThay en Aafje uit de bench. De grote boskat blijkt toch slechts 5.5 kilo te wegen. Heks wist het wel, maar het blijft vreemd, gezien zijn omvang. Deze enorme haarbal is ook al zo gezond als een vis. ‘Mijn eerste kat woog ruim negen kilo. En dan was hij echt niet dik, ik hield hem strak in het voer. Nadat ik een aantal maanden op wereldreis was geweest had hij een heel klein hoofd gekregen……’

Verbaasde blik van de dierenarts. Misschien begrijpt ze geen jota van het verhaal. Toch klets ik vrolijk verder.’Bleek de buurman hem zoveel eten te hebben gegeven als hij maar wilde: Kat Koe woog opeens ruim twaalf kilo! Een grote berg witte kat met een stippelkopje erop. Hilarisch, maar niet gezond. Hahaha….’ Ik moet nog lachen als ik eraan terug denk. Koe was toch zo’n fantastisch bakbeest. Elke nacht sliep hij boven op mijn hoofd. 18 jaar lang. Ik mis hem nog steeds.

Na een klein uur zijn alle katten gewogen, gecheckt en gevaccineerd. We kunnen weer naar huis!

Opnieuw loopt de kattenkaravaan door het tot spiksplinternieuw verbouwde tuincentrum te paraderen. ‘Ik moet nog een nepplant scoren, lieve Heks, hebben we daar tijd voor?’ We hebben helemaal geen haast, dus we kachelen richting zijdebloemen. Wat een leuk uitje! Op stap met alle katten! ‘Miauw, miauw, mrauwwwwww…..’, zingen onze reisgenoten in koor.

Twee kleine tekkeltjes komen aangestormd. De kleinste in een rolstoel. Vol verbazing observeren ze mijn monsters. Ze draaien aan alle kanten om de hete brei, volledig gefascineerd. Mijn kleine katachtigen zijn niet onder de indruk, gewend als ze zijn aan een blafbeest om zich heen. De eigenaresse van de tekkels ligt dubbel, wat een vertoning!

De zijdeplanten zijn ruk. Joy kan geen geschikt cadeautje vinden. ‘Ik heb jarenlang in de zijdebloemen gezeten. Mijn afdeling was wel tien keer zo groot als deze. Met veel meer keus!’ Postuum is Heks nog trots op haar uitgelezen afdeling namaakgroen van dertig jaar geleden. Zelfs al houdt ze zelf totaal niet van kunstbloemen en -planten. Zo lelijk!

We wurmen ons langs de kassa. Nog niet zo gemakkelijk met zoveel bagage. Alle katten worden weer in de auto geladen. Al miauwend rijden we de stad weer in. VikThor wordt opgehaald. Die heeft ruim twee uur lopen rennen en spelen. Ideaal.

Eenmaal thuis kruipen alle katten snel op een lekker warm veilig plekje. Behalve de panter. Die smeert hem direct. Eerst eventjes door de buurt paraderen met z’n mooie nieuwe vaccinaties……

Heks kruipt in haar bed.

Een paar uur lig ik bewegingsloos uit te puffen. Mijn lijf is toch zo slecht. Ik dwing mezelf tot bewegen. Projecten zoals vandaag zijn eigenlijk helemaal niet haalbaar. Lig ik weer uren te creperen van de pijn. Goddank is Joy mee geweest. Zo gezellig! En zo is het toch allemaal goed verlopen!

’s Avonds zit ik met al mijn beesten in de woonkamer. Ik voel me opgelucht. Het idee al mijn diertjes te verliezen aan zoiets ellendigs als kattenziekte is te afschuwelijk: Daar hoef ik me voorlopig geen zorgen om te maken. Mijn kattenbende is safe!

 

 

 

Heks is de Zwarte Piet. Of niet? Ben ik identitair in verzet? Krijgt Piet de Zwarte Piet toegespeeld of is hij niet meer van deze tijd? Raken we dat gezeur over die kleur ooit kwijt? En wanneer maken we van Sint een mooie mollige meid?

Ze hebben een hele enge website

Vorige week krijg ik een raar pamflet in de brievenbus. Het is gedrukt en verspreid door de beweging ‘Identitair Verzet’. Mensen met een identiteit. In verzet. Op een pamflet. Retteketet. Je van het.

Ik sta er sullig naar te staren. ‘Moet je nu eens zien,’ ik wapper het papier voor de neus van mijn hulp heen en weer. Ze is nog maar net binnen. En ook nog niet helemaal wakker, net als Heks.

Het gaat weer over die hopeloze Zwarte Pietendiscussie. ‘Red Zwarte Piet’ staat er op en ‘Ons erfgoed, hun toekomst, onze strijd’ . Het valt me eerlijk gezegd mee dat er geen spelfouten in zitten, want inhoudelijk doet de tekst vermoeden geschreven te zijn door een idioot.

‘Help Zwarte Piet’ en ‘Wie onze cultuur niet eert is ons land niet weerd‘. Dat laatste zou een ‘Oud Hollands gezegde’ zijn. Uit een grote duim gezogen blijkt. Of een vrije interpretatie van ‘Wie het kleine niet eert is het grote niet weerd’. En Nederland is klein.

Vol onzin en vooringenomen gezwets

Meer voor de hand ligt dat de schrijver van het vlugschrift geen notie heeft van Hollandse gezegden en spreekwoorden en maar zo’n beetje bij elkaar grabbelt wat em van pas komt!

De rest van het strooibiljet staat bol van de ‘rot op naar je eigen land’ varianten. ‘BEVALT HET JE HIER NIET? Niemand is verplicht hier te blijven,’ eindigt de boodschap. Mooi zo. De schrijvers van het schotschrift dus ook niet. Ook zij kunnen gevoeglijk ophoepelen als het hen niet bevalt…..

‘Op hoogglanzend papier gedrukt, in kleur, huis aan huis verspreid. Wat een geld is hieraan uitgegeven. Gewoonweg zonde. Mensen zijn knettergek. En die hele Pietendiscussie is volstrekt ziek. Aan beide kanten. Dat gezeur en geneuzel over discriminatie naar aanleiding van dit onschuldige kinderfeest. Geen peuter die er over valt. Want waar hebben we het over? Een domme knecht met een smoel vol schoenpoets of roet…….’

‘En dan nog. De meest gediscrimineerde groep ter wereld zijn vrouwen en daar gooit niemand pamfletjes voor door je brievenbus,’ moppert Heks verder, ‘En dan die nationalistische idioten van een kaaskoppen……. Nederlanders zijn de hele wereld over gegaan. Overal hebben we onze desastreuse sporen nagelaten. Alleen daarom al zouden we alles en iedereen die in ons land wil wonen met open armen moeten ontvangen…..’

De wereld is gestoord. Knecht Zwarte Piet stamt uit een ander tijdperk. Maar Sint ook. Waarom is het eigenlijk een schimmelige witte man? Kunnen we er niet gewoon een frisse blozende vrouw van maken? Met grote kanonnen van borsten, een dikke reet, een gezellige snorrebaard en een kleurtje?

Heks als Zwarte Piet, dertig jaar geleden.

Van een avondje zingen knap ik altijd op! En Heks is niet de enige! Lang leve Ex Animo! Een uitstekend medicijn voor tanend bejaardenlibido! En voor mensen met pijn……

©TOVERHEKS.COM

In een week als deze maak ik weinig mee. Ik hobbel van therapeut naar therapeut en tussendoor probeer ik zodanig te bewegen dat er niets uit de kom schiet. Of valt. Of plopt. Ik sleep me wel naar het koor. En hoewel ik nauwelijks op mijn stoel kan zitten en al helemaal moeite heb met het omslaan van de pagina’s van Haydn’s partituur met die ellendige pijnlijke arm, toch ben ik blij dat ik gegaan ben.

‘Ik heb een cadeautje voor je,’ zegt mijn zangmaatje Anna. ‘Doe niet zo gek, echt waar?’ Heks is onlangs jarig geweest, maar dat feest viel totaal in het water. Nu word ik toch nog verwend. ‘Niet uitpakken hoor, anders krijg je het er niet meer in.’

Dat vind ik grappig. Het is toch de bedoeling dat je presentje uit de verpakking komt….. Toch geef ik gehoor aan haar suggestie. Ik trek de zijkant los, maar laat de inhoud ongemoeid. Voorzichtig gluur ik in het pak.

©TOVERHEKS.COM

‘Een poezenkalender! Wat leuk, echt supergaaf! Gekkie, wat een mooi cadeau!’ Ik geef haar een dikke zoen. Verlegen zit ze te lachen om haar succes. ‘Jij verwent mij ook altijd zo, ik wilde gewoon een keer iets aan jou geven!’

Later thuis bekijk ik het presentje nog eens heel goed: 365 katten! Voor elke dag 1. En ook nog een prachtige poezenposter……. De kalender krijgt een mooi plekje.

Vanavond studeren we nog een keertje op Haydn, maar na de pauze gaan we beginnen aan ons kerstprogramma. Ik heb mijn boek met Christmas Carols weer uit de kast gehaald. De eerste die we beetpakken is geen favoriet van Heks. ‘On the way to Bethlehem…..’ Vorig jaar hebben we em ook gezongen en elke keer ging er wel iets mis met het onding.

‘Hoe is het met je man?’ Een andere zangvriendin heeft al een paar weken verstek laten gaan. Haar echtgenoot lag plotseling in het ziekenhuis. ‘Hij is nu weer thuis, maar hij heeft een goed pak uitgedaan….’ Ze zijn allebei op leeftijd en dan hakt zoiets er dubbel in. ‘Ik ben blij dat je er weer bent!’

‘Oh, ik hoop dat dat zo blijft. Ik heb aanstaande zaterdag mijn stemtest en ik ben bang dat ik er niet door kom. Vooral omdat ik al weken niet heb gezongen…..’

Ja, die stemtesten. Heks heeft er ook wel eens eentje ondergaan. Een stressvol gebeuren. En al die spanning slaat dan weer op je stem. Of je krijgt van de zenuwen geen lucht. Of je piept van angst….. Iedereen heeft er de pest aan.

‘Ik zat vorig jaar nog bij de sopranen, maar na de stemtest was ik mooi opeens alt. Na vijfendertig jaar!’ Anna kan er nog nijdig om worden. En het is waar: Ze pakt nog steeds moeiteloos de hoogste noten. ‘Ik ben blij dat je geen sopraan meer bent. Anders zat je niet gezellig naast me,’ troost ik haar.

©TOVERHEKS.COM

Sopraan zijn is natuurlijk het hoogst haalbare. Letterlijk. Maar Heks eindigt waarschijnlijk als bas. Ik kan nu al gemakkelijk hun partijen meezingen met mijn Indiase zangbereik een paar octaven de diepte in. Niet verder vertellen hoor, want ik wil nog een paar jaar alt blijven en tenoren en bassen zijn er altijd tekort. Voor je het weet ben je de klos.

Zingend loop ik achteraf naar mijn auto. Ik ben altijd blij na een repetitie met mijn koor. Zelfs al kan ik niet op mijn stoel zitten van de pijn. Zelfs al lukt het me nauwelijks om een bladzijde om te slaan. Wat kan het schelen?

Mijn humeur wordt enorm opgevijzeld. En dat is alleen maar gunstig voor allerlei fysieke processen. Lang leve Ex Animo! Een uitstekend medicijn voor het tanende bejaardenlibido! -Er  wordt wat afgeflirt en afgelachen- En voor mensen met pijn.

©TOVERHEKS.COM

 

Commissaris Carlos in vreemd gezelschap. ‘Je heet Gijs en Gijs is niet wijs,’ krijgt hij naar zijn hondenkop! Gelukkig maar dat het zo’n goedzak is. Al doet zijn uiterlijk anders vermoeden!

Dinsdag kom ik Buurman met zijn Duitse herder Carlos tegen bij de dierenwinkel. VikThor springt een gat in de lucht als hij zijn grote vriend ontwaart. Even later kuieren we samen door de stad. ‘Laten we ergens een drankje doen, Heks, bijvoorbeeld hier,’ Buurman wijst op een berucht aso-rookterras.

Heks vindt het prima. Even lekker tussen de aso’s, alhoewel, er is niemand te bekennen….

‘Wat wil jij? Ik ga iets halen,’ mijn vriend staat op en kijkt me verwachtingsvol aan. Heks wil wijn. Bij wijze van aangename zelfmedicatie. Ik verrek nog steeds van de pijn en moet nog een hele avond naar het koor. Hoe moet ik dat voor elkaar krijgen?

Zoals altijd zitten we binnen de kortste keren te lachen om iets absurds.

Een jongeman komt naar buiten om te roken. Het is een aardig joch. In zijn kielzog komt een stel. De man is totaal niet opvallend, maar de vrouw springt in het oog. Ze is nog geen dertig, maar gedraagt zich alsof ze het hele terras bezit. En al degenen die er op zitten.

Breed loopt ze rond te paraderen. Zelfs haar gezicht dijt uit. Een breedbekkikker is er niets bij! Ze gaat uitgebreid voor Heks staan en geeft haar een hand. Ze stelt zich voor! Maar de manier waarop geeft te denken. Je verwacht er een flinke oplawaai achteraan……

Wat een rare griet toch weer. Ook Buurman kijkt bevreemd als ze hem met haar kinnebak in de lucht en haar bekken met denkbeeldige penis vooruit zo’n rare hand komt geven. Maar imponeren kun je hem eenvoudigweg niet met zijn enorme Duitse herder. Laat staan intimideren…….

‘Wat een prachtig beest,’ de heren in het gezelschap vragen of ze de hond mogen aaien. Niemand let op VikThor. Zo’n schattige pup interesseert hen totaal niet. Carlos echter met zijn grote kop en imposante lijf krijgt alle aandacht……. Zo’n levensgevaarlijke Duitse herder: Daar kun je hier mee aankomen……

Ook de vrouw is onder de indruk van de hond. Zij wil hem niet aaien. Wel zakt ze door haar knieën en staart de hond recht aan. Gelukkig maar dat deze Duitse herder zo’n goedzak is!

‘Ha Gijs,’ zegt ze tegen het bakbeest. ‘Hij heet Carlos, geen Gijs.’ O jee. Ik heb mijn oude vriend wel eens ruzie zien krijgen met een dronken vrouw, die zijn vorige hond consequent Commissaris Rex noemde. Hoe gaat dit aflopen?

‘Nee hoor,’ zegt het eigenwijze kreng, ‘Dit is een echte Gijs, ha Gijs,’ provocerend kijkt ze Buurman aan. Zie je, ik voelde het al aankomen: Narigheid! ‘Gekke Gijs, kom maar hier Gijs,’ ze is niet meer te stoppen.

‘Ha,’ zegt Buurman, ‘Dat klinkt bijna als Gajus. Zo heette mijn vorige hond. Ook een Duitse herder. Ook een geweldige hond, heel ander karakter dan dit exemplaar. Ja, dat was een fantastische hond, nog veel groter dan deze.’

Buurman vertelt graag. De ene anekdote na de andere vliegt uit zijn mond. Over de Duitse Herder Vereniging. Over de training aldaar. Bewaking, lange afstand lopen, pakwerk……

‘Met onze vorige hond hebben we dat allemaal gedaan, maar Carlos is te gevoelig. Met hem zijn we er niet meer aan begonnen. Dat pakwerk is best heftig. Zo’n ingepakte man, die door een hond te grazen wordt genomen…..’

‘Ik ken een man, die in het veld stond als pakwerker. Allerlei honden gingen op hem tekeer, behalve zijn eigen herder. Die zat in zijn splinternieuwe auto, maar het beest kon zijn baas wel zien. Met al die andere herders in de aanval……. Daar werd die hond helemaal gek van! Heeft hij het interieur van die auto volledig gesloopt, hahaha.’

‘Hahaha….’ echoot zijn publiek. Ja, dat zal je toch gebeuren. Dan ben je niet blij. Maar wel een leuk verhaal. Het wordt zeer gewaardeerd…….

Nadat ons vreemde gezelschap een paar sigaretten heeft weggepaft gaan ze weer naar binnen. ‘Ze zitten lekker met z’n allen te eten,’ zegt Buurman, nadat hij is gaan betalen, ‘Ze hebben hier een heerlijke daghap!’

Heks gaat echter thuis eten. Ik heb een heerlijke Indische maaltijd bij Sjonnie gehaald en zoals altijd heeft hij de bakken extra volgepropt. ‘Ik denk dat hij me gewoon een hele leuke vrouw vindt,’ vertrouw ik Fiederelsje later toe als ik het haar vertel. Ze kent de man toevallig.  ‘Net als jou, je krijgt weer de groetjes. Hij verwent me zo gigantisch. Soms kan ik van 1 maaltijd wel drie dagen eten…..’

Genezende martelingen, helpende heksenhanden, helende trancedans en curerende kunst helpen Heks herstellen van gekmakende zenuwpijnen. Goddank! Fantastisch!

Woensdagmorgen kan ik dan eindelijk bij mijn orthopedische fysiotherapeut terecht. Na een kleine week creperen ga ik voor de zoveelste keer uit de kleren bij een behandelaar. Een moeizaam gebeuren ook nog met mijn pijnlijf.

Een half uur lang word ik systematisch gemarteld. Pijnplekken worden beknepen. Er wordt in verstrengelde spiervezels gepord. Een paar gemene naalden verdwijnen in verkrampte spieren. Vervolgens wordt er net zo lang in die stijve plek geporreld tot de spier losspringt. Een afschuwelijk misselijkmakend gevoel. Heks schreeuwt het uit. Of kreunt, steunt, kermt en jammert.

Maar je hoort me niet klagen. Ik ben de wanhoop nabij na een slapeloze week en hartstikke blij dat ik terecht kan bij die gemene man. Zijn magische geniepige handen kunnen ware wonderen bewerkstelligen. Systematisch pakt hij de stagnerende spieren en pezen aan.

Deel na deel van mijn rug en schouder krijgen een beurt. ‘Je rechterheup en linkerschouder werken samen….’ verzucht hij , terwijl hij de heup onder handen neemt. ‘Nou, samenwerken,’ pruttel ik, ‘Als je dit samenwerken noemt…. Het zijn meer broeders in het kwaad….’

Mijn behandelaar moet lachten. Intussen plopt er nog meer los links en rechts. Langzamerhand komt er wat beweging in de plank, die voor mijn lichaam doorgaat, maar lekker voelt het nog allerminst.

Na de door deze behandeling veroorzaakte schreeuwsessie snel ik naar huis. Fiederelsje komt een uurtje roerzeven.

In groepsverband roerzeven? Het moet niet gekker worden!

Mijn vriendin komt me helpen met een huishoudelijk klusje. Drie bakken met oranje gekookte kweeperen wachten op verwerking tot jam. Helaas lukt het me zelf maar niet om ze door die verrekte roerzeef te draaien. Een kolfje naar de heksenhand van mijn kweepeervriendin. ‘Ik sta om 12 uur op je stoep, Heks, geen probleem. Om 2 uur heb ik pas weer een afspraak, tijd genoeg dus.’

Mijn vriendin is nog geen kwartier binnen, of ze staat al met haar handen in de kweeperen. ‘Wat zijn ze prachtig van kleur, je hebt ze echt lang gekookt!’ Geroutineerd draait ze de knaloranje brokken door de zeef. Intussen kwebbelen we er vrolijk op los.

‘Ik heb nog een cadeautje voor je, lieve Heks,’ ze diept tussen de bedrijven door een pakje op uit haar tas. ‘Dit vertegenwoordigt voor mij pure schoonheid,’ ze drukt me het pakket in de hand.

Er zit een prachtig boek in over pottenbakker Gerrit de Blanken (1894-1961) uit Leiderdorp. Wat leuk! ‘Hij kwam hier uit de buurt, dat vind ik ook zo bijzonder.’ Mijn vriendin haalt nog een presentje tevoorschijn. Oh, wat word ik verwend!

Niet veel later klinkt mijn nieuwe CD door de keuken. Het is ‘La Tarantella’ van Marco Beasley en Christina Pluhar. Inderdaad antigif tegen ziekte en narigheid, deze muziek:

Zo’n lied eindeloos herhalen werd in vervlogen tijden ingezet als geneesmiddel: Je joeg het gif van de ziekte als het ware de deur uit door je helemaal in het zweet te dansen. Zoals na een spinnenbeet van de tarantula……. Zuid Italiaans sjamanisme uit de zestiende en zeventiende eeuw!

Later diezelfde middag lig ik alweer op een behandeltafel bij alweer een andere fysiotherapeut. Deze keer is mijn heup aan de beurt. Weer gepor en geknijp. Naalden in verkrampte spieren. En weer komt er wat ruimte en beweging in een deel van de plank, die doorgaat voor een heksenlijf.

Aansluitend wandel ik met mijn hondje door het bos. Wel zo prettig met je heup weer min of meer in de kom.

Eenmaal thuis zet ik de helende CD op. Met al die heroverde ruimte in mijn lijf kan ik weer een beetje in mijn stoel zitten. Lang houd ik het niet vol. Al die behandelingen hebben me uitgeput. De tarantella dansen zit er vandaag nog niet in…….

Gelukkig ligt VikThor ook helemaal voor pampus na een speelsessie in Het Leidse Hout. Straks nog een goeie ronde in een stadspark en dan zit het er weer op voor vandaag.

Maar eerst eventjes een paar uur slapen, na al die slapeloze nachten, heerlijk ……

 

Rotouders en een moeilijke jeugd vol agressie kunnen een sterk mens van je maken hoor ik vandaag. Het kan je ook breken en kapotmaken. Als je je verhaal binnen houdt. Of is dat gewoon onzin?

Vanmorgen kijk ik per ongeluk naar Koffietijd. Ik heb het aanvankelijk nauwelijks in de gaten. Mutsige dames in hippe tuttebel jurkjes. Bekende Nederlanders te gast waar ik nog nooit van gehoord heb. Snel wil ik weer wegzappen, maar ik kan de afstandbediening niet vinden.

Een acteur is aan het woord. Als ik hem later google blijkt het om Dirk Zeelenberg te gaan. De man heeft een boek geschreven. Een autobiografie nog wel. Hij durft! Het gaat namelijk over zijn moeilijke jeugd met ellendige en agressieve ouders. Loretta Schrijvers interviewt er lustig op los. Ze stelt de ene stomme vraag na de andere.

Ze heeft een tuttig tijgertruitje aan. Knalgroen. Heks heeft een hip rokje van precies dezelfde stof in de kast hangen. O jee. Dat is even schrikken……

‘Het is autobiografisch, maar de meeste mensen houdt je in de anonimiteit. Dat geldt niet voor je ouders. Die worden met naam en toenaam genoemd. Je had een rotmoeder en je vader sloeg. Is dat niet een beetje een oneerlijke strijd? Wat kunnen je ouders hier nu mee? Iedereen weet het nu ook nog eens……

Die mensen leven dus nog gewoon. Hij heeft niet gewacht met de vuile was lukraak op straat gooien tot ze er geen last meer van zouden hebben. Heks zou dat nooit voor elkaar krijgen. Het kost me al moeite om zoiets te zeggen over iemand die al vijfentwintig jaar dood is. Geboeid kijk ik verder.

‘Ik ben intussen zevenenveertig, ik heb echt geprobeerd om er met mijn ouders uit te komen, maar dat is helemaal niet gelukt. Het interesseert hen weinig. Ze willen er niets mee. Ik kan het lekker uitzoeken. 99% van de ouders houdt van hun kinderen volgens mij. Mijn ouders horen bij die ene procent die dat niet doet…..’

‘Jeetje,’ roept de andere presentatrice wiens naam ik niet weet, ‘Wat verschrikkelijk. Dat lijk me zo moeilijk!’ Ach ja. Het is moeilijk. Want tegennatuurlijk. Ouders horen onvoorwaardelijk van je te houden. Je te steunen en te respecteren. Als dat niet zo is wordt het nooit wat met je.

Zou je denken.

‘Ik ben er sterk door geworden. Door die moeilijke jeugd heb ik me enorm ontwikkeld. Ik heb aan alle kanten geprobeerd om het goed te krijgen met mijn ouders, maar dat is niet gelukt. Daar ben ik dermate moe van…..Het doet me meer verdriet om hen te wel zien dan om hen helemaal niet te zien…..’

En dat allemaal op televisie. Bij koffietijd. Wedden dat zijn moeder zit te kijken?

Rotouders. Je ziet het niet aan hun neus. Vaak heeft de buitenwacht niets in de gaten. Kinderen zelf zijn eindeloos loyaal. Bijvoorbeeld ‘Ik ben van de trap gevallen,’ in plaats van ‘Mijn kleerkast van een vader heeft mijn slaapkamerdeur ingetrapt en me bewusteloos  geslagen,’ zeggen tegen de huisarts is een bekend fenomeen.

En vaak denken die mishandelde kinderen ook dat dit normaal is. Dat alle ouders slaan. Dat ieder kind regelmatig in elkaar wordt geramd.

En het is natuurlijk hun een schuld. Het kind zit fout. Ben je boksbal en zondebok. Zie dan nog maar eens iets van je leven te maken. De acteur heeft het in dat opzicht niet slecht gedaan. Hij loopt nog steeds gezond en wel rond.

Veel mensen met zo’n verleden ontwikkelen een auto immuunziekte of hevige pijnklachten naar het schijnt. Ben je al door het leven geslagen, steekt je eigen lijf nog een mes in de wonde. En richt je afweersysteem zich ook nog eens tegen je…….

Hoe ga je met zo’n jeugd om? Schiet die man er iets me op? Of kun je toch maar beter je bek houden. Heks weet het niet. Als je je kop houdt dan blijven je agressors vrolijk over je heen te walsen. Want de gemiddelde mens is niet geneigd iets aan zichzelf te doen en zulke patronen zijn erg hardnekkig.

Maar om nu bij koffietijd te gaan zitten met je verhaal? Die brave nationale roddelshow? Dat gaat wel ver.

Vijf gevolgen van een slechte jeugd.

Leven bij de dag. Dag na dag. Soms een leuke dag. Dan weer een hoop gezeur en gedoe. En elke dag weer doodmoe. Maar dat is een oude koe. Laat die maar lekker in de sloot.

Zondag ga ik een dagje Indiaas zingen. Het is ongelofelijk lang geleden dat ik dat gedaan heb. Dit jaar nauwelijks. Op een privélesje na dan, hier en daar.

Omdat ik zo gammel ben en verrek van de pijn zie ik er tegenop. Ik hou een paar dagen van tevoren alvast m’n gemak. Een eitje, want ik lig sowieso gestrekt. Maar de zaterdagmiddag ga ik naar de verjaardag van Joy. Verstandig of niet. Ik reanimeer mezelf tot een acceptabel niveau en rep me naar het huis van mijn jeugdige vrienden. Daar is het al een drukte van belang. Supergezellig!

Ouders, schoonouders en andere familieleden bevolken de piepkleine woonruimte van Joy en Boy. Heks strijkt neer naast oma. We blijken veel gemeen te hebben. Allebei verwoede zanglijsters! In no time zitten we te ginnegappen. ‘Wat zie je er mooi uit, Heks,’ roepen de andere bezoekers in koor. Klopt. Ik heb een listig glitterpakje aan!

Kijk, zo doe ik mijn best in het leven om er toch iets van te maken. Hoewel ik nauwelijks op een stoel kan zitten, zit ik intussen toch maar mooi bij. Het heeft zowel voor- als nadelen, dit verhullen van hoe het werkelijk met je gesteld is.

Het nadeel is natuurlijk dat je altijd veel te goed wordt ingeschat en daardoor voortdurend wordt overvraagd. Voordeel is dat je er zelf enorm van opknapt. Als ik mijzelf van een verfje en mooie kleertjes voorzie, dan trek ik bijna vanzelfsprekend een vrolijk hoofd. Als je glimlacht ontspannen vervolgens de spieren in je lichaam en dat helpt weer mee aan je algehele welbevinden.

Als dat laatste allemaal niet lukt dan houd ik het voor gezien. In zo’n geval worden dingen afgebeld en ga ik maar weer mijn bed in. De laatste tijd meer regel dan uitzondering.

Zondagmorgen om negen uur vis ik een zangmaatje van het station. We rijden zonder oponthoud naar Barendrecht. ‘Heks, wat ben je vroeg!’ mijn zangjuf valt me om de pijnlijke hals. We hebben elkaar maandenlang niet gezien!

Een half uurtje later zingen we Karwatjs. Mijn stem is door een verkoudheid extra laag, ik zak weg tot onder de lage Pa! Ik lijk wel een vent! Daarna gaan we ons wijden aan Chandrakauns. Heks heeft het zich in haar hoofd gezet binnenkort een stukje Indiaas te zingen voor haar koor tijdens een soort Bonte Avond. Na tien jaar zangles moet dat toch tot de mogelijkheden behoren.

‘We gaan het helemaal vastzetten, Heks, ik help je wel,’ roept mijn lerares enthousiast, ‘We spreken gewoon een extra les af.’ Oeps. Ik hoop dat het gaat lukken, want lekker met je medeleerlingen een dagje zingen is 1 ding. Voor mijn koor in mijn dooie eentje een compositie laten horen is natuurlijk iets geheel anders!

Zondag is een heerlijke dag. We worden weer fantastisch verwend met een heerlijke lunch. ’s Middags improviseren we rondom de compositie van Chandrakauns. De man van juf speelt een ongelofelijk ingewikkeld ritme op de Pakhaway. We klappen het mee. 14 tellen. KLAP-1-2-3-4, klap 1-2-3, klap-1-2, klap-1, en weer opnieuw KLAP 1-2-3-4, etcetera. En niet iedere klap is hetzelfde, je hebt een kali en een thali…. Ook dat nog!

Op een gegeven moment ben ik echt moe. ‘Sjakie in zijn nakie,’ vertaal ik de tekst nogal vrij vanuit het Sanskriet, ‘Naaaakte Sjaaakieieie…’ Mijn stem draait en kronkelt. Het klinkt prachtig! Iedereen ligt dubbel.

‘Jeetje Heks,’ roept een zangvriendin, ‘Wat heerlijk toch dat je zo lekker gek kan doen, je inspireert me!’ Om vervolgens zelf ook over de naakte Sjakie te gaan zingen……

De rit naar huis verloopt voorspoedig. Als ik echter thuis in een grote stoel neerzijg is de koek plotseling op. Ik zet mijn TENS apparaat op de ontspanningsmodus. Een speciale stand om spieren uit de knoop te krijgen. Andere spiergroepen verwen ik met de morfinestand. Een soort geklop in spieren is het resultaat. Hierdoor maakt je lichaam ter plekke een soort lichaamseigen opiaat aan.

De spieren in mijn nek voelen blauw aan. Mijn arm vlamt pijnlijk langs mijn flank. Mijn knie is dik, mijn heup hangt uit de kom…….. Ik kan maar op 1 manier zitten. Moeizaam. Een uurtje later lig ik al in bed.

Deze tekst hangt op mijn voordeur……

Vandaag kruip ik richting fysiotherapeut. Het huilen staat me nader dan het lachen. Bovendien geeft deze fysio louter ritmische massages, waar ik juist behoefte heb aan de martelpraktijken van de orthopedisch fysiotherapeut. Zijn methoden willen nog wel eens aanslaan, maar bij hem kan ik pas volgende week terecht….

Zelfs de subtiele ritmische massage van mijn rug is te pijnlijk. Ik hou het niet vol. Uiteindelijk legt de therapeut me op mijn rug en pakt mijn oorlellen. Intussen vertel ik over wat me dwars zit. Dat heeft ze me namelijk gevraagd.

De woorden rollen uit mijn mond. Allemaal verdrietige dingen waar ik weinig invloed op heb. Centraal is wel het thema van mijn eeuwige geluister. Jaren heb ik met bepaalde mensen rondgesjouwd. Er is grif gebruik van gemaakt, maar het is nooit gewaardeerd. En het is ook nooit genoeg geweest.

‘Je bent niet verantwoordelijk voor andermans geluk, hoorde ik gisteren iemand zeggen en dat trof me diep. Ik heb me namelijk altijd verantwoordelijk gevoeld voor andermans geluk. Ik heb me jarenlang ingespannen om anderen tevreden te houden. Of op te peppen. Of gezelschap te houden in hun eenzaamheid of ellende……. En precies diezelfde mensen behandelen me dan achteraf echt lullig.’

Ik weet niet wat mijn behandelaarster allemaal aan het doen is, maar er schijnt ruimte te ontstaan in mijn lijf. ‘Er zitten allemaal herinneringen vast in je lichaam. Laat het maar los. En bescherm jezelf een beetje beter. Er komt gewoon heel veel bij je binnen.’

Grenzen stellen. Ik hoor het bepaald niet voor het eerst. Ja, als je andermans geluk hoger acht dan je eigen geluk, dan wordt het niks met die grenzen natuurlijk. Voor de zoveelste keer neem ik me voor om mijn eigen ruimte beter te af te schermen. Ik wil ook geluk in mijn leven tenslotte!

Na de behandeling loop ik een uur met VikThor door het Bosje van Bosman. We dwalen helemaal door tot aan de bossen rondom Endegeest. De rest van de dag lig ik in bed. Mijn lijf voelt wel iets beter na mijn bezoek aan de fysiotherapeut, maar echt veel stelt het nog steeds niet voor. Straks nog een rondje met het hondje en dan houd ik het voor gezien. Morgen gaat het weer beter misschien.

Leven bij de dag. Zo doen we dat.

Heks loopt weer lekker te schelden de laatste tijd. Is het je opgevallen? Maar geen nood : Uit onderzoek is gebleken dat veel schelden zonder meer gekoppeld kan worden aan een bijzonder grote woordenschat en een geweldig hoog IQ, kukeleku!

Vandaag alweer een dag. Het gaat maar door. Fantastisch natuurlijk. Je zou raar opkijken als het opeens ophield. Toch verzucht ik momenteel bijna dagelijks ’s avonds laat dat ik blij ben dat het er weer opzit. Ik heb mijn best weer gedaan. Opgestaan, beesten eten gegeven, gewandeld en uiteindelijk iets eetbaars in mezelf gepropt. Dat laatste schiet er nogal eens bij in moet ik eerlijk toegeven.

En dat allemaal met een extreem pijnlijk lijf.

‘Au,’ schreeuw ik mezelf wakker als ik me omdraai in bed. Met moeite sleep ik me er vervolgens uit. Ga weer eventjes in de woonkamer zitten. Beetje medicinale cannabis dan maar. Weer verder proberen te knorren. Of toch maar weer televisie kijken? Omdat pijn me verhindert weer in te slapen. Kortom: Doorwaakte nachten.

‘Auwwaaww,’ kreun ik als iemand me omhelst ter begroeting. Verschrikt deinst hij terug. Maar zelfs de geringste aanraking is nog te pijnlijk. Naar me wijzen doet al zeer.

Ik gil het uit bij de fysiotherapeut. En na de behandeling voel ik me nog net zo belabberd als ervoor. Bovendien is de boel door al dat gewroet en geknijp nu helemaal overprikkeld. ‘De bovenkant van je rug zit helemaal vast, de wervels en zenuwbanen zijn zwaar geïrriteerd, ik heb het wel iets losser gekregen,’ koelbloedig steekt mijn fysio er nog een naald in.

Ik voel inderdaad nog wat losspringen hier en daar. Maar het is een druppel op een gloeiende plaat. Of beter gezegd op een gloeiende draad, want zo voelen mijn zenuwbanen momenteel. Het enige wat me rest is bewegingsloos televisie kijken. Maar dat kan nu eenmaal niet altijd. Je hebt zo wel eens je verplichtingen…..

Ik prop mezelf vol pijnstillers. Niets schijnt te werken. Een ontspoorde zenuwbaan vlamt vanaf halverwege mijn rug door spieren en pezen mijn linkerarm door. Een soort hevige kiespijn in mijn ledemaat. Dag en nacht niet aflatend. Alleen kun je een kies nog verwijderen. Desnoods zelfs met een touwtje en een deur. Bij zo’n arm ligt dat lastiger.

Ik zie dan ook niet zoveel mensen. Twee keer per week mijn thuishulp. Twee keer per week de doktersassistenten. En ook een paar keer per week de fysiotherapeut. De dierenarts heb ik ook gezien gisteren. En dan ga ik natuurlijk naar het koor. Een hoogtepunt in de week.

En dat is het dan wel zo’n beetje over het algemeen. Door de bank genomen. Triest inderdaad.

Niet zo gek dat ik in mezelf loop te leuteren. Ik probeer het tegen te gaan, maar ik draai me om en ik klets alweer uit mijn nek. Hopeloos. Zonderling.

Ook niet vreemd dat ik behoorlijk kan schelden. Er valt gewoonweg genoeg te mopperen. Vooral als ik heel moe ben. Dagelijks dus. Afgeven op alles en iedereen, mijn miserabele amoebe bestaan, de verdorven mensheid in het algemeen en de prachtige ‘Welt an sich’. Want alles moet er dan aan geloven.

In de meest bloemrijke bewoordingen maak ik overal gehakt van. Het heeft een goddelijk aspect, een zeker Shiva element: Ik mag dan niet al te geslaagd zijn als schepper van mijn eigen leven, ziekte/armoede/eenzaamheid, de andere kant van het spectrum beheers ik als geen ander! Ik ben een uitstekend vernietiger van mijn eigen universum. Verbaal dan. Fysiek geweld is me vreemd.

Intussen word ik ook gek van de troep hier in huis. Soms ruim ik een hoekje op, maar andere hoeken van de kamer groeien intussen helemaal vol met rommel. Mijn kledingkast lijkt te jongen. Als ik al eens iets weggooi komt het tienvoudig terug……

Ik sleep spullen mijn huis uit, maar door de achterdeur sluipen de frutsels en hebbedingen weer gewoon naar binnen. Een nauw bedwongen chaos. Een tijdelijk evenwicht. Dat is het best haalbare hier in huis. Al jaren……

Klaag, klaag, zeur, zeur……

Vanmorgen lees ik een magazine online. Geen idee waarom dat steeds opduikt in mijn digitale brievenbus. Meestal smijt ik het direct weg, maar vandaag lees ik een artikel waar ik helemaal van opvrolijk.

In jezelf kletsen? Een chaotisch huis? Schelden als een bouwvakker? Het zijn allemaal tekenen van een grote woordenschat en een hoog IQ. Helemaal niet erg dus. Een pak van mijn hart.

Niets om je voor te schamen. Ik hoef niet langer pogingen te doen mijn scheldkannonades  terug te dringen. Laat staan me extreem in te spannen om al die overbodige troep op te ruimen. Ook kan ik met een gerust hart de stilte hier in Huize Heks verbreken voor een gezellig kletspraatje met mezelf. Het is normaal voor iemand met zo’n hoog IQ en ruime woordenschat!

Wat een opluchting toch weer. Want zeg nu zelf, een Toverheks met maar liefst zeven zeven-sloten-tegelijk-katten en ook nog een schattig wonderhondje is al zonderling genoeg. Toch?

 

 

 

Het atelier van Steenvrouw is een oase van rust en inspiratie in de woestijn van het leven. Ik ben er weer eens even. Hier is altijd wat te beleven. En ook: Hondentanden en de kloten van de bok!

‘Wat ligt daar nu op de grond, het komt uit de bek van je hondje..’ Steenvrouw neemt een snoekduik naar de vloer en vist een klein bloederig dingetje van de tegels. ‘Kijk,’ ze houdt het onder mijn neus. ‘Het is een melktandje!’ Dolblij pak ik het kleinood af, ‘Nee, een kies. Een piepkleine messcherpe melkkies. Joepie, eindelijk heb ik er eentje te pakken.’

Ik geef mijn vriendin een pakkerd en bewonder het kleine kiesje mateloos.

‘Laat je tandjes zien,’ zeg ik tegen VikThor. Dit oefenen we altijd op puppycursus. Ter voorbereiding op de dierentandarts…..Ik frummel met mijn vingers rond zijn bekje. Hij ontbloot een sneeuwwit rijtje tanden en kiezen.

Supersmerig hondje. 

‘Ik zie een bloederig gat!’ Steenvrouw kijkt gebiologeerd in het kleine bekje. Achterin zit inderdaad een vers wondje. Aan de andere kant zie ik een nieuwe kies opkomen naast de oude. ‘Daar moet ik op letten, die oude moet er wel uit. Kijk, de worteltjes lossen op,’ ik wijs op het bloederige kiesje in mijn hand, zonder wortel ‘En daarna vallen ze eruit.’

Al weken is mijn pup bezig om zijn haarscherpe naaldwapens, geen idee hoe het iemand dit geniepige natuurlijke wapen der puppies zo’n onschuldige benaming als melkgebit kan geven, om te wisselen voor een blijvende versie. Minder scherp, maar nog immer venijnig. Het proces verloopt in etappes. Elke keer als ik denk dat we er doorheen zijn begint het monstertje weer overal op te kauwen. Met name op de handen van Heks. Een heftig bijverschijnsel van al dat gewissel.

Maar zo lief!

.We zitten in het atelier van Steenvrouw. Het is voor het eerst dat ik haar op deze locatie bezoek. Ze zit er al meer dan een jaar!

‘Mooie ruimte,’ roep ik bewonderend als ik binnen kom. Het is niet zo groot en hoog als haar vorige loft, maar ze heeft er helemaal haar eigen plekje van gemaakt. Tafels vol kunstwerken in progress. Prachtige experimentele lampen en marmeren beelden in alle stadia van ontwikkeling. Brokken Belgisch Blauw, Amber, marmer. Enorme vijlen, beitels, slijptollen, lijm, verf, kippengaas……

De bok op Boerderij Het Geertje: Aan het werk, mijn baan is ideaal. Seizoenssekswerker……

Ik ben altijd graag in haar atelier. Het feit dat het zo lang geduurd heeft voordat ik haar hier heb opgezocht heeft niets met haar te maken. Noch met mijn beperkte energie, griepaanvallen en extreme vermoeidheid. Van Steenvrouw krijg ik altijd energie! Van een uurtje tussen haar prachtige beelden knap ik geweldig op.

Het komt doordat er in het pand ook een eikel huist, die ik nog ken uit het verleden. Een draak van een kerel, die Heks ernstig verbaal heeft bedreigd nadat ze op veertigjarige leeftijd gedrogeerd  werd en vervolgens te grazen genomen door een hormonaal gestoorde twintigjarige.

Hij heeft zijn dreigementen ook uitgevoerd: Nog steeds gaat Heks vreselijk over de tong in bepaalde kringen en dat komt uit de koker van deze reptielachtige man en zijn gemene dikke pad van een ex.

En dan nu eindelijk: De kloten van de bok!

Ik heb mezelf beloofd nooit meer in de buurt van die engbek te hoeven verkeren. Gemakkelijker gezegd dan gedaan in een dorp als Leiden. Want hoewel de griezel is verstoken van enige artistieke of andersoortige kwaliteiten huurt hij toch een ruimte bij met Heks bevriende kunstenaars. Hij is klusjesman. En een hele slechte hoor ik onlangs en passant.

Want in de sauna van de sportschool zitten twee vrouwen een keer steen en been te klagen over diezelfde man. Wat een toeval toch weer. Heks zit stilletjes te luistervinken.

Valt hier nog wat te neuken?

Ze balen als een stekker van de klier, omdat hun eigen vent voor hem werkt. Zwart natuurlijk.  Want belasting betalen is er niet bij. Ook hoeven zijn werknemers niet verzekerd te zijn. Nergens voor nodig. Wat kan er misgaan met een cirkelzaag en slijptol tenslotte? Stoned op een steiger. Je bent een sukkel als je weigert!

‘Hij betaalt nooit uit. Mijn geliefde krijgt nog duizenden pikzwarte euro’s van hem. We hebben haast geen geld. Juist nu we een baby hebben gekregen,’ aldus een beeldschone yogalerares. Toevallig ken ik haar man ook. Heks kent nu eenmaal half Leiden. Dat die voor de eikel is gaan werken…. Hij moet toch beter weten……

Je aan geen enkele afspraak houden? Het tekent die vent. Ik ken hem al zo’n vijfendertig jaar en heb nog nooit een fris verhaal over hem gehoord. Een pillen slikkende, blowende, zuipende, snuivende,  illegaal werkende sukkel van een vent. Het enige dat hem siert is een mooie bos haar, grijs intussen, maar nog steeds vol.

Vandaag heb ik echter mijn weerstand om in een straal van honderd meter van de lul te komen overwonnen. Voor mijn vriendin. Omdat ze het zo gezellig vindt als ik langskom. Zij kent de zak overigens nauwelijks. Voor haar is hij niet meer dan een medehuurder van dit krottige complex.

We drinken koffie in een plastic tent met een gaskachel erin. Midden in haar atelier! De kachel staat hoog. De temperatuur is aangenaam. We giebelen en kletsen. Zachtjes, want het pand is erg gehorig. Ik wil niet dat die idioot iets kan verstaan. Gelukkig is hij in geen velen of wegen te bekennen.

‘Misschien hij wel veranderd,’ mijn vriendin is altijd hoopvol. Positief. Ze gelooft in verandering ten goede…… Heks op zich ook. Maar doorgaans gaat dat niet vanzelf. Nooit zomaar. Zonder noodzaak.

Mensen moeten enorm gemotiveerd zijn om het roer om te gooien. En zelfs dan valt het nog niet mee om het voor elkaar te krijgen. Ik spreek uit ondervinding. Zelfreflectie. liefde, respect, inzicht. Elementen die daar onlosmakelijk mee verbonden zijn. Termen die die kerel niet kent.

‘Vergeet het maar, schat. Die man is onverbeterlijk. Ik heb onlangs nog een paar ongelofelijke shitverhalen over hem gehoord. Het is een droplul. Het is niet anders.’ We lopen naar buiten. Een andere huurder is bezig een bus uit te laden. Ook deze man vindt Heks tien keer niks. Maar dat is nergens op gebaseerd.

vik14

Alle gekke geiten op een stokje! Wat loopt daar voor’n rare bok?

De man heeft me nooit iets misdaan, behalve een ruimte verhuren aan een eikel, zodat die weer in mijn periferie opduikt. Louter antipathie en vooroordeel dus. En ook overdrachtHij bevindt zich op de verkeerde plek met een klusbus.

Een spontane antipathie: Daar heeft iedereen wel eens last van. Ook Heks.

Thuis stop ik de kies van VikThor in een mooi doosje. Ik koester mijn schat. Mijn gang in het hol van de leeuw is rijkelijk beloond. Deze queeste is goed verlopen. Zodra ik in de atelierruimte van mijn vriendin ben is er niets meer aan de hand. Absoluut voor herhaling vatbaar.

Ja, dit is een vreemde geit in de bijt!

Want hij heeft zwarte oren!

 

 

Miljonairs op zoek naar een vrouw. Lekker belangrijk. Mijn opa was multimiljonair. Als een echte Dagobert Duck bewaakte hij zijn schat. Verder heeft niemand er veel aan gehad. Mijn oma al zeker niet. Na zijn dood kwam de fiscus en dat was dat. Een koekje met een gat.

Allereerst: Zit op je geld als een rechtgeaarde krentenkakker.

Heks zit weer naar vreemde programma’s te kijken op TV. Eerst zie ik die rare koppelaarster voorbijkomen. Een angstaanjagende forse vrouw met haar op heur tanden. Ze bemiddelt uitsluitend ten behoeve van miljonairs. Daar heeft ze een hele theorie over,  met woorden als commitment en liefde erin, maar de bottom line is gewoon dat het bakken geld in haar laatje brengt.

‘Je bent zelf niet getrouwd, wat is dat nou?’ Een lelijke zelfingenomen rijke stinkerd van 33 zit haar te stangen, ‘Dat is zoiets als een dieetgoeroe met overgewicht…’ De man is een ramp voor de gehele vrouwelijke populatie in zijn omgeving, maar vooral voor meisjes jonger dan twintig!  Als hem gevraagd wordt waar hij op valt luidt het antwoord ‘Piepjong met grote opgespoten joekels.’

Meestal zijn ze niet zo knap, maar dat hoeft ook niet. Een man mag zo lelijk zijn als een aap zeggen ze in Indonesië. Als hij maar geld heeft......

Meestal zijn ze niet zo knap, maar dat hoeft ook niet. Een man mag zo lelijk zijn als een aap zeggen ze in Indonesië. Als hij maar geld heeft……

Ik kan niet geloven dat de trol dat zegt, dus ik spoel het terug. En nog eens. Zijn lelijke mummelmondje vertrekt in een soort kwijlbeweging als hij het woord joekels uitspreekt. Hij voelt ze al tussen zijn dikke vingertjes. Hij proeft ze al tussen zijn brokkelige tanden……

Alles boven de twintig wordt afgekeurd. Ook vindt hij de regel van het bureau om geen seks te hebben tijdens de eerste date maar moeilijk, gewend als hij is om te scoren……

De eikel heeft vast op Trump gestemd, zodat hij in de toekomst straffeloos mag grabbelen en graaien naar al dat plastisch verbouwde speelgoed.

Zulke lieden zijn er alleen maar in geïnteresseerd om vrouwen klein te houden. En het geld en de macht bij mannen, zodat hun piepjonge bimbo’s zonder morren hun features als ballonnen laten opblazen door een malafide plastisch chirurg. En zij er vervolgens mee mogen doen wat ze maar willen en wanneer ze maar willen…..

De ideale maatschappij volgens de nieuwe president van de VS. Ik krijg het nog steeds slecht uit mijn bek. De functie past de man als een vlag op een strontschuit.

Heks zit intussen nieuwe visitekaartjes te maken op haar Mac, dus er ontgaat me ook van alles. Af en toe werp ik een blik. De koppelaarster laat allemaal vrouwen opdraven. Ze keurt ze alsof het koeien zijn. Trekt aan haren, prikt in boezems. ‘Je moet je haar strijken, mannen houden niet van krullen. En extensions nemen, want ze willen met hun handen door zijdezachte lokken strelen…..’

Ja, ik wil ook wel een geliefde met zijdezachte haren om te strelen. Haren überhaupt is al heel wat bij mannen boven de vijfendertig. En die valhelm onder de saaie sweater bij de gemiddelde penopauzale zwangere man kan me ook gestolen worden, maar hoor je mij klagen? Ik doe het er mee. Ik dwing niemand tot een operatie…..

‘En jij, jij bent hoerig. Trek iets anders aan.’ De vrouw die net is uitgescholden voor prostituee zit verbijsterd te kijken. ‘Ik vind mezelf mooi,’ probeert ze nog. Maar nee, zelfvertrouwen is niet de bedoeling als je een miljonair aan de haak wilt slaan. Verleiden en je bek houden. Dat is de echte ideale vrouw. Hopla!

‘Meer decolleté, meer van je lichaam laten zien. Je hebt een prachtig lichaam en daar vis je die mannen mee binnen,’ krijgt een keurige meid te horen, die er hartstikke leuk uitziet. De meisjes zijn in verwarring.

Tja. Het is natuurlijk ook een vorm van prostitutie, deze manier van koppelen. Ik begrijp de verwarring. Heks raakt er ook van in de war.

twee reebruine ogen keken de JAGER aan……

Gedurende het programma smelt de verschrikkelijke matchmaker ook een absolute nerd om tot vlotte vrijgezel. De man is te saai om drie minuten naar te luisteren, maar vakkundig wordt hij in belachelijke hippe kleding gehesen. Er wordt hem wat oppervlakkige conversatie in de mond gelegd.

Tevens wordt zijn eigenwaarde opgepompt. Niet chirurgisch natuurlijk. Dat is louter voor ons dames weggelegd. Een blonde bimbo doet snel een berg extensions in haar te korte haar en weet hem aan haar tepelpiercinghaak te slaan. Bingo. Het relatiebureau heeft flink aan die stervensrijke saaie piet verdiend! En zo gemakkelijk. Een kind met opgespoten neptieten kan de was doen…….

Gelukkig is het item op een gegeven moment afgelopen. Er komen dwangmatige schoonmakers in beeld. Mensen met een neurose. De godganse dag lopen ze te poetsen. Mijn grootmoeder van vaderszijde had hier last van. Ze was uiterst fibromyalgisch achteraf bezien, maar elke week werd het huis met bezems gekeerd!

Een man vertelt hoe hij een uur bezig is om zijn bed op te maken. Elke dag! Wat zonde van je tijd. Alles moet natuurlijk brandschoon zijn. Alle lakens, kussens en sierkussentjes moeten zonder plooien en vouwen in het gelid liggen. Om er dan ’s nachts weer een puinhoop van te maken. Of zou de man bewegingloos slapen? Met zijn handen boven de dekens?

Ook poetst diezelfde kerel dagelijks zijn WCpot op. Eerst baggert ie de binnenkant uit met een tandenborstel, ranzig maar misschien toch nuttig. Ik kan me er nog iets bij voorstellen. Vervolgens is de buitenkant dan aan de beurt. Eerst natuurlijk insmeren met een bacteriedodend middel. Vervolgens opschuren. Schuren? Ja. Schuren.

‘Daarna polijst ik em urenlang op tot ie glanst.’ De man kijkt zielstevreden. Het ritueel maakt hem rustig. Zijn relatie met die WCpot is volmaakt. Therapeutisch ook in zeker opzicht. Want de man kan er indien nodig zijn shit in kwijt. En symbiotisch natuurlijk. Het reservoir van het toilet spoelt niet door zonder de man, de man is niets zonder zijn geliefde smerige closet.  Wel is de pot met zijn handige vlotter veel hipper dan de zeurkous …… Zo zie je maar: Onder ieder dekseltje past een pot.

‘Ik gooi wekelijks zo’n 7 liter chloor in mijn toilet,’ de vrouw die dit zegt steekt er waarschijnlijk vervolgens haar kop in aan haar kapsel te zien. Ook zij heeft last van de aandoening obsessive compulsive cleaning disorder ofwel de schoonmaakziekte, poetspleuris, sopsores.

En ik maar veel geld in de natuurwinkel uitgeven aan biologisch afbreekbare schoonmaakmiddelen. Ik lijk wel gek. 1 zo’n poetser gebruikt meer chloor op een dag dan Heks in haar hele leven…… Misschien moeten we die mensen toch maar massaal opsluiten. Beter voor het milieu.

Wie weet komt die klimaatverandering helemaal niet doordat we teveel in auto’s rijden. Wellicht is er meer aan de hand. Heks heeft sterk de indruk dat de Dettol-generatie hiervoor grotendeels verantwoordelijk kan worden gehouden.

Miljonairs op zoek naar een vrouw met grote tieten. Goed kunnende koken? Niet belangrijk. Melk geven hoeft ook niet, dus ze mogen nep zijn. Liever nep, dat is gemakkelijker schoonhouden.

Gekke wereld. Die vrouwen sporen niet. Wie wil er nu een miljonair? Die denken maar dat ze god zelf zijn, op grond van hun bankrekening. Niets mee te beginnen. Als je niet uitkijkt word je hun slaafje. Plastisch verbouwd, zo zijn we getrouwd.

Het voordeel is dat je zelf niet hoeft te poetsen. Nooit meer. Daar huur je gewoon een minderheidsgroepering voor in. Zelfs Heks moet zelf haar huis bijhouden. Ondanks mijn pijnlijke lijf. Mijn geweldige thuiszorg is gewoonweg niet toereikend. Bij lange na niet.

Gelukkig maar dat ik geen last heb van de schoonmaakziekte. Ik kan prima door de troep heenkijken. Geen noodzaak voor Heks om een miljonair aan de haak te slaan…….

shy_girl_bimbo_tf_color_by_banedearg-d9xp810