Actiegroep Dogs in the City heeft een bezwaarschrift opgesteld tegen het nieuwe hondse hondenbeleid in Leiden. Nou ja, beleid? Schijt aan de bewoners beter gezegd. Poppenstront aan de knikker! Daar komt geen hondendrol aan te pas! Ondertekenen dus! Laat die nare ambtenaren maar eens een poepie ruiken!!!

Lieve hondenvrienden. Hier is dan nog een mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen tegen het voorgenomen hondse hondenbeleid  in Leiden. De honden lusten er geen brood van! Hun hondsdagen zijn geteld…..

Bij voorbaat dank namens alle glibberige Leidse viervoeters.

Bericht van actiegroep Dogs in the City:

Beste mensen.  Karin en ik hebben een brief gemaakt om bezwaar aan te tekenen tegen het hondenbeleid dat ingevoerd gaat worden en met name tegen het losloopverbod in het van der werfpark. Om aan de brief meer body te geven willen we jullie vragen om de brief te ondertekenen met je naam en deze voor 14 februari te mailen naar sleutel@leiden.nl onder vermelding bij het onderwerp: inspraak hondenbeleid, team RO

Groetjes Mireille

Gemeente Leiden team RO

Inspraak hondenbeleid

Leiden, 30 januari 2017

Geachte burgemeester en wethouders,

Namens alle hondeneigenaren en hun honden uit het centrum van Leiden, willen wij u hierbij het volgende laten weten.

Tot onze schrik lazen wij het nieuwe hondenbeleid, dat momenteel op de website van onze gemeente staat aangekondigd, dat onze honden binnenkort niet meer mogen loslopen in het van der Werfpark.

Uiteraard begrijpen wij dat overlast van hondenpoep moet worden voorkomen. Ook wij hebben een hekel aan hondenpoep en doen er alles aan om hondenpoep te verwijderen.

Uw voornemen om in het hele centrum van Leiden geen loslopende honden meer toe te staan, zien wij echter als een te drastische maatregel en vinden wij uiterst hond- en mensonvriendelijk.

Het doet ons overkomen alsof met name aan de wensen voldaan wordt van mensen die klagen over honden. Met deze brief willen wij als hondenliefhebbers /eigenaars ook graag onze wensen kenbaar maken en hopen dat u ook ónze wensen zult begrijpen en meenemen in de besluitvorming.

Wij zouden graag in het centrum ruimte voor loslopende honden willen, en met name pleiten wij voor loslooptijden in het van der Werfpark, waar wij met elkaar en onze rennende honden  iedere dag heerlijke momenten beleven.

Wij zijn van mening dat honden ook bewoners van Leiden zijn waar we blij mee mogen zijn. Ze produceren weliswaar hondenpoep, die helaas door een enkeling niet zorgvuldig wordt weggehaald, maar wat te denken van alle waardevolle intermenselijke (en interdierlijke) contacten die dankzij honden ontstaan? In het van der Werfpark zijn dagelijks hartverwarmende taferelen te zien  Bent u het met ons eens dat goed contact tussen mensen (en dieren) vandaag de dag gekoesterd moet worden? Het laten spelen en rennen van honden draagt daar absoluut aan bij!   In Leiden moet natuur in de binnenstad gekoesterd worden, zoveel is er niet, honden geven ons allen ook deze ‘natuur-beleving’.

Bovendien is rennen / lichaamsbeweging absoluut een must om honden gezond en tevreden te houden.  Wandelen in een groep met aangelijnde honden is niet mogelijk aangezien het onwenselijk gedrag en zelfs agressie tussen de honden teweegbrengt. Aangelijnde honden gedragen zich namelijk heel anders in een groep dan loslopende honden. Iedere hondenexpert kan dat beamen.

Iedere morgen en begin van de avond lopen wij met een grote groep binnenstadbewoners met onze honden met elkaar in het van der Werfpark. Hierbij lopen (vrijwel) alle honden los en worden door ons in de gaten gehouden. Wij ruimen onze hondenpoep op in het park en vaak ook nog de rommel die andere parkbezoekers (zonder hond) hebben achtergelaten. Deze groep zal bij een losloopverbod niet meer samen met de honden kunnen lopen. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?

Dat het loslopen nu in het hele centrum verboden wordt, en wij uit moeten wijken tot ver buiten het centrum vinden wij een slechte zaak en komt het welzijn van onze honden en ook hun bazen niet ten goede. Sommigen mensen laten hun honden in werkpauzes uit,  anderen zijn slecht ter been of snel vermoeid vanwege de leeftijd of ziekte en voor heel wat, en met name deze mensen, is de bereikbaarheid van plekken buiten het centrum een probleem. De afstand is gewoon te groot. De dichtstbijzijnde losloopplek is de Lorentzkade en dan is toch voor een groot aantal van ons te ver weg. Buiten dat ligt dit losloopgebied langs een weg waar verkeer rijdt, dat is zowel voor de honden als de weggebruikers gevaarlijk.

Ons voorstel zou zijn om alsnog tot loslooptijden te komen voor onze honden in ieder geval in het van der Werfpark, als het alternatief is dat er helemaal niet meer mag worden losgelopen. Wij zijn overigens van mening dat het laten loslopen van honden van zorgvuldige hondenbazen zoals wij niet tot meer hondenpoep leidt. In de zomer als er evenementen zijn in het park lopen wij normaal gesproken ook op een vroeger tijdstip om de gebruikers van het park niet te hinderen.

U geeft aan dat uit de enquete blijkt dat hondenbezitters geen voorstander zijn van loslooptijden, maar dat antwoord hangt natuurlijk af van hoe de vraag gesteld wordt. Is het alternatief dat de honden altijd mogen loslopen, dan zijn loslooptijden niet wenselijk, maar als aangegeven was in de enquete dat het ging om loslooptijden als alternatief voor een losloopverbod dan is het antwoord natuurlijk anders. Wij vinden het niet ideaal, maar als het alternatief is dat de honden niet los mogen dan zijn loslooptijden voor ons een goed compromis.

Uw aangekondigde maatregel om geen hondenzakjes meer beschikbaar te stellen, kunnen wij niet zo goed begrijpen. U wilt er ten slotte alles aan doen om hondenpoep te voorkomen? Wij vinden het een onlogische maatregel die wij betreuren. Met het verwijderen van losloopgebieden in het centrum en met name het van der Werfpark hebben wij echter veel meer moeite.

Wij hopen spoedig een bericht van u te ontvangen.

Te allen tijde zijn wij bereid om het bovenstaande verder te verhelderen. Bijvoorbeeld tijdens een gezellig rondje met u en onze honden in het van der Werfpark.

Met een hondvriendelijke groet,

Alle hondeneigenaren en hun honden uit het centrum van Leiden

Hardnekkig vragen van verkeerde aandacht en lozen van allerlei afval in mijn kleine kruidentuintje drukt als een loden last op de pijnlijke schouders van Heks: Ik ben verdorie geen vuilnisvat! En ook: Nieuwe vriendin wandelt mijn leven in met haar Mechelaar!

‘Kom schatje, we gaan naar Baris,’ Ik kriebel mijn hondje achter zijn oren, ‘Baris. Baris, Baris…..’ VikThor spitst zijn flappers. Hoort hij het goed? Hij houdt zijn geinige koppie schuin en zijn ondeugende bekkie gaat open in een soort grijns. Althans, daar lijkt het op. Hoera! We gaan wandelen met mijn vroegere hulp en haar Mechelaar.

Niet veel later zit ik in de auto. Laat ik er nog maar eventjes van genieten, want het ziet ernaar uit dat ik mijn kanariepiet op termijn ga kwijtraken. Of mijn dieren. ‘Breng ze maar naar het asiel,’ zegt de financiële man tegen me, ‘Of houd eens een tijdje op met je medicatie. …’ Alsof ik dat voor mijn lol slik!

Het zal de auto wel worden vrees ik. Heks is bezig om zich financieel te beraden. Dingen zijn toch niet zo goed geregeld als ik dacht. Opeens hang ik aan allerlei touwtjes te bengelen! Ik ben ergens onderweg mijn autonomie op dit gebied volstrekt kwijtgeraakt! En als ik ergens niet tegen kan is het om mijn vrijheid op te offeren voor zoiets stoms en triviaals als geld!

Terwijl ik de stad uit rijd heb ik last van een medeweggebruiker. Hij haalt me in en gaat zo rijden dat ik er niet meer langs kan, ondanks de tweebaansweg. Hij treuzelt voor mijn neus en kijkt in zijn spiegel naar Heks. Ik neem gas terug en doe alsof ik linksaf wil slaan. Op het laatste moment ga ik echter toch naar rechts. De man is dan al in de rij voor het andere stoplicht beland. Mooi zo. Daar ben ik vanaf…..

©Toverheks.com

Maar nee. Niet veel later zit er weer zo’n klever achter me. Zou het dezelfde zijn? Ik heb helemaal niet op het type auto gelet. Noch op de bestuurder. De chauffeur plakt en plakt. Heks kan geen kant op, want voor me zit iemand te sukkelen en naast me rijden ook auto’s. Plotseling haalt de eikel me links in en schiet tussen mijn auto en een voorganger op de andere baan door om pal voor mijn neus schielijk weer in te voegen. Een levensgevaarlijke manoeuvre!

Even later gaat de man vol op zijn rem. Zomaar. Om me te pesten: Er rijdt niks vlak voor hem. Ik knal er bijna bovenop. Hij rijdt tergend langzaam totdat we bij stoplichten komen. Heks heeft geen zin in de engbek. Ik wijs op mijn voorhoofd naar de starende idioot in zijn achteruitkijkspiegel en wissel snel van baan.

Maar als ook ik voor de lichten stop hoor ik plok. Of TOK. O jee. Nu ben ik uit pure nijd tegen mijn nieuwe voorganger aangereden.

Braaf sukkel ik achter de geschonden auto aan naar een loze rijstrook. Daar bekijken we de schade. ‘Jullie zijn gered door jullie afweergeschut,’ lacht Heks opgelucht tegen het uitermate vriendelijke echtpaar dat is uitgestapt. Ik ben alleen maar tegen hun trekhaak aangekomen. En die heeft een luikje in mijn bumper opengeduwd. Niks aan de hand. Goddank!

‘Zagen jullie wat er gebeurde?’ Ze hebben het niet gezien. Hoe weer één of andere kerel aandacht wilde van Heks. Het was niet eens een lelijke vent, maar wel een griezel natuurlijk. Een ongeluk veroorzaken vind ik nu niet bepaald sexy.

‘Heks, jij bent zo’n prachtige superslimme vrouw, sommige mannen kunnen daar niet tegen. Vooral als ze zelf lelijk zijn of oliedom. Of een slecht karakter hebben. Daarom hebben ze een hekel aan je. En dan ben je daarbij ook nog eens een echte schat! ‘ Don Leo troost me als er weer eens zo’n type tegen me heeft staan schreeuwen.

©Toverheks.com

Zoals gewoonlijk was er geen enkele aanleiding is voor dit gedrag behalve mijn existentie. Soms zit iemand zelf vol met louter nijd. En dat wil ‘ie dan zo snel mogelijk kwijt……

Heks wordt dan nogal eens aangezien voor vuilnisvat. Een oude rol, die me niet meer past. Helaas heeft nog niet iedereen dat in de gaten. En sommigen kunnen dat gedrag nu eenmaal niet laten.

Heks was dus weer eens met stomheid geslagen, voor de zoveelste keer in haar leven, maar iets terug zeggen heeft meestal geen zin bij aartschagrijnen. Je kunt beter de plaats poetsen!

Deze prachtige dame rijdt op deze zonnige dag met haar geweldige hondje in haar aftandse maar zeer geliefde autootje naar het strand. Daar staan Baris en zijn vrouwtje ongeduldig op ons te wachten. ‘Ha schat, daar zijn we dan, iets verlaat, want ik werd achtervolgd door een foute kerel’ ik til VikThor uit de auto en grijns ondeugend naar mijn vriendin. We vliegen elkaar om de hals. Voorzichtigjes. Vanwege mijn gekke nek.

©Toverheks.com

Dan lopen we een heerlijk rondje door de duinen. Het stormt, maar we vinden een beschut plekje uit de wind en in de zon. Mijn maatje tovert een thermosfles met thee tevoorschijn. ‘Wil je er ook een lekker sneetje kerststol bij?’

De hondjes zijn toch zo blij. VikThor pakt de bal af van Baris en gaat uitdagend ererondes rennen om de picknicktafel. We liggen in een deuk. Baris staat goeiig te grommen. ‘Leg neer die bal…..’

Op het strand waaien we compleet uit ons hemd. De zee is een grote woeste wit schuimende watermassa. Je kunt tegen de lucht leunen! We worstelen ons een weg tegen de wind in. Helaas zijn alle standtenten gesloten. Maar we vinden nog een zonnige duinpan! Voor een laatste kopje thee.

Op het parkeerterrein bij Duinoord nemen we afscheid. Maar niet voordat we een nieuwe afspraak hebben gemaakt. Volgende week gaan we weer aan de wandel. Op alweer een andere locatie.

Op mijn gemak tuf ik terug naar Leiden. Ik rijd helemaal om, zodat ik via Voorschoten de stad in kom: Ik moet nog eventjes langs de apotheek. Het dorp van mijn jeugd is ook al bezig om zich te laten opstuwen in de vaart der volkeren. Een megalomaan bouwproject verkracht het hart van dit mooie oude plaatsje. Een kniesoor die er op let…..

Wat is het fijn om samen op stap te gaan. Om weer een vriendin erbij te hebben. Ik heb zoveel verliezen geleden de laatste jaren. De laatste tijd ook. Uit elkaar groeien houd je nu eenmaal niet tegen…..

Maar hier groeit iets. Naar elkaar toe. Mooi.

©Toverheks.com

 

 

 

 

Plons: Mijn varkentje lijkt wel een kikker! Of een zeehond…… Voor de zoveelste keer lazert VikThor in de gracht…….

1001004006414134

De dinsdagavond voor de sint ga ik toch naar het koor. Ik zit ruim twee uur uit op mijn stoel. Nou ja, zitten. Ik hou het geen drie seconden in dezelfde houding vol. En ik ben nog wel uitgebreid naar de fysio geweest vandaag. Goeie hemel. Niets lijkt nog te helpen. Mijn lichaam valt langzaam uit elkaar……

Thuisgekomen neem ik allerlei verschillende pijnstillers tegelijk in. Daarna ga ik naar buiten met VikThor. Hij moet hoognodig nog een lekker rondje lopen. Parmantig huppelt hij voor me uit. De stad is uitgestorven. Hij loopt los, wel zo lekker voor mijn arme gepijnigde armen.

imgres-6

‘Ga naar je pijn toe, probeer te achterhalen wat het je vertelt,’ zegt een van mijn behandelaars. Lekker is dat. Ik wil juist van die pijn weg. Ophoepelen nou, klotepijn!

Het is zo gemakkelijk gezegd. Overal in de alternatieve wereld krijg ik dit advies. Maar het is gewoon geen haalbare kaart. Toch probeer ik ook vanavond weer door de getormenteerde gebieden in mijn lijf heen te ademen en de pijn te voelen. Intussen tracht ik ook mijn lichaam te ontspannen. En laat ik ook eens een beetje anders lopen. Niet zo verkrampt.

Ik schud met mijn kont, voor zover mogelijk. Borst vooruit. Linkerschouder duw ik bewust naar achteren, want hij schijnt teveel naar voren te  staan en zo de hele boel vast te zetten. Inclusief een paar grote zenuwbanen. Mijn duim, wijsvinger en middelvinger zijn al dagen gevoelloos. Ter afwisseling van een paar weken brandende pijn. Ik weet niet wat vervelender is…..

imgres-5

Terwijl ik zo loop te kreukelen neem ik me opnieuw voor om niet op te geven. Ook Heks wil nog iets maken van haar sukkelige leventje. Ook ik heb zo wat noten op mijn zang……

En ook om te genieten van wat er dagdagelijks te genieten valt. In mijn geval een heel lief hondje en zeven schatten van katten. VikThor rent intussen voor me uit.

Hij snuffelt aan muurtjes en paaltjes. Het zal niet lang meer duren voor hij zijn poot optilt. Ik grijns van oor tot oor. Wat een lekker ventje!

Plotseling maakt mijn ventje een gekke beweging en geloof het of niet: Plons! Hij ligt in de gracht. Alweer! Hevig spetterend houdt hij zijn kleine koppie boven water. In een flits zie ik mezelf weer achter hem aan springen…… Brrrr. Het is stervenskoud! Het vriest een paar graden!

Ik neem een snoekduik op het droge en vis hem met een flinke beweging van mijn rechterarm uit de gracht. Geen nat pak deze keer voor Heks. Ik kan er gelukkig net bij.

Mijn hondje schudt zich uit en gaat als een zotteklap rondjes rennen. Hij is helemaal door het dolle. Een passerende vrouw krijgt er de slappe lach van.

Zo snel als mogelijk neem ik mijn gekke ventje mee naar huis. Gelukkig hoeven we niet ver te lopen. Binnen een paar minuten rol ik hem in een warme handdoek.

Wel een kwartier wrijf ik zijn kleine lijf totdat hij bijna droog is. En weer helemaal warm. Als een dwarse baby wringelt hij alle kanten op. Pas als ik hem een lekkere pensstaaf geef wordt hij een beetje rustig.

Jeetje, wat een gedoe. Mijn schouder heeft een ongelofelijke oplawaai gehad van deze reddingsactie. In 1 beweging is de behandeling van de fysiotherapeut weer volledig teniet gedaan. Maar goed. Mijn hondje is veilig. En dat is ook wat waard.

Een dag later ligt het monster alweer in het water. Tijdens het spelen met een andere hond vliegt hij uit de bocht zo een moddersloot in. Mijn auto ruikt nog dagen naar baggerig hondje…….

Ik kan me niet heugen dat Ysbrandt ooit in het water is gevallen. Zijn opvolger echter is dat al zeker zeven keer overkomen! Vier keer in de gracht, een keertje in een vijver en tot slot een paar maal in een moddersloot…… VikThor loopt echt in zeven sloten tegelijk!

Hier ga ik VikThor voor opgeven!!!!!!

 

 

Help! Heks hulpeloos zonder hulp! Hulp hopeloos zonder Heks! Hoe moet dat nu verder? We passen er een mooie mouw aan!

‘Heks, heeft mijn baas je al gebeld? Weet je het al?’ Mijn hulp staat hulpeloos in de deuropening. Het is vrijdag twaalf uur. Ze komt me uit de brand helpen, zoals altijd. Twee keer per week!

Ik kijk haar glazig aan. Ik weet van niets. Wat is er aan de hand? Of? Misschien? Een klamme hand slaat om mijn hart. Is haar contract niet verlengd? Raak ik haar kwijt?

Mijn bange vermoedens worden bewaarheid. Er is een gesprek geweest. Vrij plotseling. Hoewel het in de lucht hing.

‘Helaas, helaas, pindakaas, mevrouwtje. U heeft last van uw schouder gehad. En ook, maar dat zeg ik niet tegen u, wilt u niet meer uren gaan werken. U wilt dat wel, maar ik doe net of het niet zo is. Dus geen vast contract. Want dat is waarop het vast zit, maar dat zeg ik natuurlijk niet. Kom over een half jaar maar weer solliciteren……’

Shit, sapperdeflap, krijg nou wat. Heks had het niet verwacht. Tegen alle goede redenen om aan te nemen dat ze geen vast contract zou krijgen in -Niemand krijgt dat bij die club- ging ik er gewoon van uit dat dit voor eeuwig was. Mijn ideale hulp. Mijn aanstormende maatje. Mijn grote hondenvriendin!

We balen allebei. Het is altijd zo gezellig als zij er is en ook mijn thuiszorg vindt het heerlijk om hier te zijn. We delen een grote liefde voor honden en we behoren tot hetzelfde vliegende volkje: Ook zij is een heksje. Een heerlijk nuchtere toverkol. Dus je begrijpt dat er altijd heel wat wordt afgekletst tijdens het schoonmaken.

‘Je gaat er vast op vooruit qua hulp,’ troost ze me, ‘Ik voel me altijd schuldig, omdat we zoveel babbelen….’ Heks betwijfelt het. Als een witte tornado trekt ze al kwebbelend door het huis. Alles wat nodig is wordt gedaan. En indien nodig blijft ze iets langer: ‘We hebben zo lang gepraat. Ik ga toch nog even dweilen….’

‘Zullen we dan nu eindelijk eens samen met onze hondjes gaan wandelen? ‘ We roepen het bijna tegelijkertijd. Al maanden hebben we het hierover. Zowel mijn hulp als ik moesten tot onze schrik dit jaar vrij plotseling afscheid nemen van onze ouwe trouwe viervoeter. En zowel zij als ik hebben in no time een nieuw monster in huis gehaald!

We trekken onze agenda’s en spreken direct af. ‘Anders komt het er niet van en het lijkt me zo leuk als die honden het goed kunnen vinden met elkaar,’ zeggen we tegen elkaar. ‘Ik kan morgenmiddag,’ glimt mijn hulp.  ‘Ik ook,’ jubelt Heks.

Zo spreken we dan om twee uur af bij de golfbaan. De avond ervoor lig ik helemaal om. Ik ga niet naar het koor. En dat doe ik alleen als ik op sterven na dood ben. Niet best dus……. Oh jee. Ik begin te vrezen voor onze hondenwandeling! Dat wordt afbellen. Ik kan nog geen deuk in een pakje boter slaan…..

Gelukkig trek ik die nacht een beetje bij. En bovendien: Ik moet toch met mijn hondje op stap.

Tegen tweeën arriveer ik met mijn ventje in de fietskar bij het basketbalveld naast de golfbaan. In de verte zie ik iemand met een joekel van een Mechelse herder. We zwaaien. Langzaam peddel ik in haar richting. Nu wordt het spannend. Gaan deze blafbeesten vrienden worden?

Ik laat VikThor uit zijn veilige schuilplaats en zet fiets en kar op slot aan een lantarenpaal. We negeren de honden. Voorzichtig draaien ze om elkaar heen. VikThor glijdt op zijn rug. Hij laat zijn mooie stippelbuikje zien. Baris is in zijn nopjes! Een snuffelsessie verder gaan we op stap.

We lopen om het golfveld richting het eilandje in het Joppe. De honden doen het goed. Allengs wennen ze aan elkaars gezelschap en als we halverwege het eilandje zijn rennen ze al samen door het struikgewas. ‘Wat leuk,’ roepen we. En ‘Het gaat zo goed…..’

‘Zullen we ook nog de hele ronde om de golfbaan lopen?’ We hebben tijd genoeg. De hondjes zijn nog steeds op goede viervoet. Vooruit maar. We wandelen langs de gerestaureerde molen van de gekke molenaar. ‘Hij heeft hem in de fik laten vliegen door te draaien tijdens een storm……., dat heb ik gehoord van een andere molenaar.’

‘Hij heeft mij ook wel eens voor domme kut uitgescholden, die leiperd. En gedreigd mijn hond dood te schieten……’ We grinniken. De molenaar heeft een slechte naam onder vrouwelijke hondenbezitters. Het is een psychopatische mafkees met een jachtgeweer. Geen ideale combinatie. En hij heeft ongetwijfeld een klap van zijn eigen molen gehad…..

‘Hij koopt de politie regelmatig om met een paar lekkere hazen heb ik gehoord,’ mijn hulp is ook als de dood voor de schietgrage polderprins. En dat is dan weer niet zonder gevaar…… Angsthazerij wordt keihard afgestraft door die man…….

Als we bij de fietskar komen is het stralend weer geworden. Een lief zonnetje lacht ons tegemoet. ‘Jammer dat ik geen thee bij me heb,’ verzucht Heks. ‘Ga gezellig eventjes met mij mee…’ mijn hulp nodigt me spontaan uit.

Als we later aan de thee zitten, kunnen we er maar niet over uit hoe goed het is gegaan met de honden. Baris ligt voor Pampus in zijn mand en VikThor zit buiten in zijn kar.

Heks wordt verwend met heerlijkheden binnen haar dieet. Fantastisch! Zwarte chocolade met amandelen, kokossnoepjes……. Af en toe komt Baris naast me staan. Ik negeer hem volkomen. Ik heb zelf zo’n hondje gehad. Met een flinke gebruiksaanwijzing!

Dit gedrag buiten is geen probleem, dan kan ik hem gewoon aanhalen. Binnen gelden andere mores. Hier moet ik uitkijken voor mijn vingers….. Tenzij ik hem gewoon in zijn waarde laat……

‘Wat was het gezellig, dit gaan we nog eens doen….’ We hebben allerlei plannen met onze hondjes. Speuren, puzzelen voor honden en wandelen, wandelen, wandelen…….

Over een paar weken krijg ik een andere thuiszorg. Ik kijk er niet naar uit. Ik ga mijn huidige hulp enorm missen! Maar dit is ook erg leuk. Dit gaan we beslist vaker doen!

 

 

Heks en Joy gaan samen op stap. Met zeven katten naar de dierenarts: Een hele uitdaging! En een leuk uitje bovendien! Volgende keer gaan we een dagje naar het strand……..

Vrijdagavond vlak voor Sinterklaas begin ik me toch een beetje zorgen te maken. De buurvrouw is ziek en we zouden samen naar de dierenarts gaan. ‘Ik ga morgen met ALLE katten naar Ranzijn voor vaccinatie, zin om mee te gaan?’ sms ik mijn grote kattenvriendin Joy.

Misschien heeft ze tijd. Het is natuurlijk een raar weekend. Half Nederland zit met zijn handen in de papier maché of kledderige ontbijtkoek in een poging een dierbare goed te grazen te nemen. Of te verrassen. Met een  listige surprise…….

Binnen een paar minuten krijg ik uitsluitsel. Mijn maatje gaat graag mee! ‘Ik ben om kwart voor 11 bij je,’ schrijft ze, ‘en ik neem een extra vervoersmand mee!’ Hoera! Alle problemen opgelost.

Dinsdagavond zie ik een item op televisie voorbij komen, waarin wordt gewaarschuwd voor kattenziekte. Er is een grote uitbraak in Alphen aan de Rijn en nog een paar Nederlandse gemeenten. Help! Alphen is vrij dichtbij! ‘Het is superbesmettelijk en in bijna alle gevallen dodelijk,’ de presentatrice kijkt omfloerst de camera in, ‘dus als je katten niet zijn ingeënt lopen ze direct gevaar. Ook binnenkatten….’

Ik heb mijn katten al zeker twee jaar niet laten vaccineren. Na vijfentwintig jaar nutteloos geprik. De kosten zijn zo gigantisch hoog geworden de laatste jaren. Minimaal zo rond de vijftig euro per kat bij de lokale en regionale dierenartsen….. Ook is mijn kattengezin nogal uitgedijd. Alles bij elkaar is het niet meer op te hoesten.

Vorig jaar ontdekte ik echter dat je bij tuincentrum ‘Ranzijn’ voor veel minder geld terecht kunt. Alleen moest ik dan wel helmaal naar Aalsmeer met de hele beestenbende. In Leiderdorp hadden ze die service nog niet. ‘Komend najaar komt er hier ook een dierenarts,’ vertelde een medewerkster van het volledig in renovatie zijnde bedrijf me dit voorjaar, ‘Nog eventjes geduld!’

Zodoende zit Heks donderdagmorgen op internet te kijken of de dierendokter zich al heeft gevestigd op deze groene locatie. En wat een toeval! Laten ze nu juist vandaag open gaan! Ik bel hen op en maak direct een afspraak. Misschien ben ik wel de eerste klant!

Zaterdagochtend meldt mijn vriendin zich bijtijds. We drinken koffie en gaan daarna direct aan de slag. Alle katten moeten in de diverse manden. ‘Hoe had je het gedacht Heks?’ Joy kijkt me vragend aan. Ik zet mijn plan uiteen.

‘Snuitje in de kleine plastic box, Leonoor in de rieten mand en Ferguut in die grote stoffen tas. Zij moeten alledrie bij voorkeur in hun eentje worden vervoerd. De boskat kan met zusje Aafje in die grote kattenbench van de buurvrouw. En Bolster kan met zijn moeder in de bench van Ys. Eh VikThor.’

We vangen kat na kat en stoppen ze in de juiste mand. Alleen Bolster is nergens te bekennen. Op zijn vaste verstopplekjes is hij niet te vinden. Ook houdt hij zich muisstil. Hij voelt nattigheid.

Na een goed kwartier ontdek ik hem in een piepklein hoekje achter de bank en de gordijnen. Snel grijp ik hem in zijn nekvel. ‘Jij ontsnapt me niet meer, kleine puntneus,’ mopper ik op de Benjamin van het gezelschap. Ik laat hem in de bench zakken. Zo. Klaar. Inladen en wegwezen!

We sjouwen een paar keer de trap op en af. VikThor staat bovenaan in de aanslag om mee te gaan. ‘Kunnen we hem niet beter thuislaten?’ pleit Joy, ‘Het lijkt me nogal onhandig als hij ons voor de voeten gaat lopen.’ Tja, ze heeft gelijk, maar ik neem hem toch liever mee. ‘Zo onhandig!’ roept Joy, ‘En hij heeft er toch niet veel aan. We hebben geen tijd om te wandelen of spelen.’

‘Ja, maar hij wordt wel geestelijk afgebeuld. En dat is ook belangrijk,’ ik kijk mijn vriendin aan, ‘anders moet ik direct weer aan de bak met hem als we terugkomen van de dierenarts. En dan ben ik helemaal af en klaar. Dan moet ik eigenlijk een paar uur plat.’

Ik heb het nog niet gezegd of Joy belt haar vent. ‘Heb je zin om op VikThor te passen?’ Vijf minuten later gooien we mijn hondje bij hem naar binnen. Hij gaat lekker met hem wandelen!

‘Miauw, miauw,’ klinkt het in de achterbak van mijn piepkuiken, ‘Maauwwwww, mrwwaauuuwww’. Bolster voert het hoogste woord, maar ook de boskat laat zich gelden. De enige die we helemaal niet horen is de Zwarte Panter. Hij houdt zich gedeisd.

‘Ik reed een keer op een mooie zomerse dag met zo’n vier katten en Ysbrandt richting dierenarts. M’n monsters zaten te miauwen als gekken en mijn raampje stond open, dus mensen op straat hoorden dat kabaal. Maar als ze keken zagen ze die lieve hondenkop van Ys boven de achterbank uitsteken. Veel verbaasde gezichten, joh’. We giechelen.

We hobbelen rustig de stad uit. Oh wat is het toch altijd gezellig met Joy. Vanaf dag 1 is dat zo geweest. En ook vandaag is geen uitzondering.

Bij het tuincentrum laden we alle manden op een paar winkelwagens. In karavaan gaan we op zoek naar de net geopende dierenartsenpraktijk. Het is druk in het net verbouwde bedrijf. Je kunt over de hoofden lopen, ware het niet dat ze zich allemaal verbaasd omdraaien om naar deze miauwende optocht te kijken.  Alsof de zon doorbreekt vormt zich een lach op menig gezicht: Wat leuk, poesjes!

We moeten het halve bedrijf door, policy om aan zoveel mogelijk begeerlijke producten te worden blootgesteld: Heks is min of meer opgegroeid in een dergelijk bedrijf, ik ken de sneaky methoden om klanten tot kopen te verleiden van haver tot gort! We kijken nergens naar. Heks is hartstikke blut. Ze kan nog net het komende consult ophoesten!

‘Het ziet er wel mooi uit, Joy. Jeetje wat is het hier opgeknapt! Moet je kijken hoe hoog de kassen zijn! Wat een ruimte……. Echt prachtig!’

Bij de dierenarts worden we vriendelijk verwelkomt. Alle katten worden ingevoerd in het systeem. Een charmante jonge vrouw neemt ons mee naar een spiksplinternieuwe praktijkruimte. Enigszins moeizaam staat ze ons te woord. Haar Nederlands is gebrekkig, ze is overduidelijk een importarts. Later ontdek ik dat er vier  dierenartsen tegelijkertijd werkzaam zijn. Ook Nederlandse.

Zodra ze echter de dieren in haar handen krijgt is er geen gebrekkigheid meer te bekennen. Geroutineerd wordt dier na dier onderzocht. ‘Hopla’, vakkundig prikt ze een stevige cocktail antistoffen bij mijn schatjes naar binnen. Niesziekte en kattenziekte zijn vanaf nu weer kansloos in Huize Heks. Wat een opluchting!

Intussen kwebbelt Heks over de familiaire verhoudingen in haar kattengezin. ‘Ze zijn allemaal familie van elkaar,’ Joy grijnst me toe, haar kat Siep is ook familie van al mijn beestjes!

‘Kijk, dit is Bolster,’ we beginnen met de Benjamin, ‘Hij is de kleinzoon van Snuitje en Ferguut, de zoon van Pippi en de boskat en die lap en die rooie zijn zijn tantes…..’

Na Bolster volgt Pippi. Dan Snuitje, Ferguut en de lap. Ze laten zich gemakkelijk pakken en bepotelen. Bij het onderzoek echter knorren ze zo hard dat de arts het hartje niet kan horen. We moeten erom lachen. Gekke beesten. Zien ze het soms als een leuk uitje?

Katten snorren ook in stresssituaties. Zo gek is hun gedrag dus niet. Maar grappig blijft het.

Tot slot halen we ThayThay en Aafje uit de bench. De grote boskat blijkt toch slechts 5.5 kilo te wegen. Heks wist het wel, maar het blijft vreemd, gezien zijn omvang. Deze enorme haarbal is ook al zo gezond als een vis. ‘Mijn eerste kat woog ruim negen kilo. En dan was hij echt niet dik, ik hield hem strak in het voer. Nadat ik een aantal maanden op wereldreis was geweest had hij een heel klein hoofd gekregen……’

Verbaasde blik van de dierenarts. Misschien begrijpt ze geen jota van het verhaal. Toch klets ik vrolijk verder.’Bleek de buurman hem zoveel eten te hebben gegeven als hij maar wilde: Kat Koe woog opeens ruim twaalf kilo! Een grote berg witte kat met een stippelkopje erop. Hilarisch, maar niet gezond. Hahaha….’ Ik moet nog lachen als ik eraan terug denk. Koe was toch zo’n fantastisch bakbeest. Elke nacht sliep hij boven op mijn hoofd. 18 jaar lang. Ik mis hem nog steeds.

Na een klein uur zijn alle katten gewogen, gecheckt en gevaccineerd. We kunnen weer naar huis!

Opnieuw loopt de kattenkaravaan door het tot spiksplinternieuw verbouwde tuincentrum te paraderen. ‘Ik moet nog een nepplant scoren, lieve Heks, hebben we daar tijd voor?’ We hebben helemaal geen haast, dus we kachelen richting zijdebloemen. Wat een leuk uitje! Op stap met alle katten! ‘Miauw, miauw, mrauwwwwww…..’, zingen onze reisgenoten in koor.

Twee kleine tekkeltjes komen aangestormd. De kleinste in een rolstoel. Vol verbazing observeren ze mijn monsters. Ze draaien aan alle kanten om de hete brei, volledig gefascineerd. Mijn kleine katachtigen zijn niet onder de indruk, gewend als ze zijn aan een blafbeest om zich heen. De eigenaresse van de tekkels ligt dubbel, wat een vertoning!

De zijdeplanten zijn ruk. Joy kan geen geschikt cadeautje vinden. ‘Ik heb jarenlang in de zijdebloemen gezeten. Mijn afdeling was wel tien keer zo groot als deze. Met veel meer keus!’ Postuum is Heks nog trots op haar uitgelezen afdeling namaakgroen van dertig jaar geleden. Zelfs al houdt ze zelf totaal niet van kunstbloemen en -planten. Zo lelijk!

We wurmen ons langs de kassa. Nog niet zo gemakkelijk met zoveel bagage. Alle katten worden weer in de auto geladen. Al miauwend rijden we de stad weer in. VikThor wordt opgehaald. Die heeft ruim twee uur lopen rennen en spelen. Ideaal.

Eenmaal thuis kruipen alle katten snel op een lekker warm veilig plekje. Behalve de panter. Die smeert hem direct. Eerst eventjes door de buurt paraderen met z’n mooie nieuwe vaccinaties……

Heks kruipt in haar bed.

Een paar uur lig ik bewegingsloos uit te puffen. Mijn lijf is toch zo slecht. Ik dwing mezelf tot bewegen. Projecten zoals vandaag zijn eigenlijk helemaal niet haalbaar. Lig ik weer uren te creperen van de pijn. Goddank is Joy mee geweest. Zo gezellig! En zo is het toch allemaal goed verlopen!

’s Avonds zit ik met al mijn beesten in de woonkamer. Ik voel me opgelucht. Het idee al mijn diertjes te verliezen aan zoiets ellendigs als kattenziekte is te afschuwelijk: Daar hoef ik me voorlopig geen zorgen om te maken. Mijn kattenbende is safe!

 

 

 

Van een avondje zingen knap ik altijd op! En Heks is niet de enige! Lang leve Ex Animo! Een uitstekend medicijn voor tanend bejaardenlibido! En voor mensen met pijn……

©TOVERHEKS.COM

In een week als deze maak ik weinig mee. Ik hobbel van therapeut naar therapeut en tussendoor probeer ik zodanig te bewegen dat er niets uit de kom schiet. Of valt. Of plopt. Ik sleep me wel naar het koor. En hoewel ik nauwelijks op mijn stoel kan zitten en al helemaal moeite heb met het omslaan van de pagina’s van Haydn’s partituur met die ellendige pijnlijke arm, toch ben ik blij dat ik gegaan ben.

‘Ik heb een cadeautje voor je,’ zegt mijn zangmaatje Anna. ‘Doe niet zo gek, echt waar?’ Heks is onlangs jarig geweest, maar dat feest viel totaal in het water. Nu word ik toch nog verwend. ‘Niet uitpakken hoor, anders krijg je het er niet meer in.’

Dat vind ik grappig. Het is toch de bedoeling dat je presentje uit de verpakking komt….. Toch geef ik gehoor aan haar suggestie. Ik trek de zijkant los, maar laat de inhoud ongemoeid. Voorzichtig gluur ik in het pak.

©TOVERHEKS.COM

‘Een poezenkalender! Wat leuk, echt supergaaf! Gekkie, wat een mooi cadeau!’ Ik geef haar een dikke zoen. Verlegen zit ze te lachen om haar succes. ‘Jij verwent mij ook altijd zo, ik wilde gewoon een keer iets aan jou geven!’

Later thuis bekijk ik het presentje nog eens heel goed: 365 katten! Voor elke dag 1. En ook nog een prachtige poezenposter……. De kalender krijgt een mooi plekje.

Vanavond studeren we nog een keertje op Haydn, maar na de pauze gaan we beginnen aan ons kerstprogramma. Ik heb mijn boek met Christmas Carols weer uit de kast gehaald. De eerste die we beetpakken is geen favoriet van Heks. ‘On the way to Bethlehem…..’ Vorig jaar hebben we em ook gezongen en elke keer ging er wel iets mis met het onding.

‘Hoe is het met je man?’ Een andere zangvriendin heeft al een paar weken verstek laten gaan. Haar echtgenoot lag plotseling in het ziekenhuis. ‘Hij is nu weer thuis, maar hij heeft een goed pak uitgedaan….’ Ze zijn allebei op leeftijd en dan hakt zoiets er dubbel in. ‘Ik ben blij dat je er weer bent!’

‘Oh, ik hoop dat dat zo blijft. Ik heb aanstaande zaterdag mijn stemtest en ik ben bang dat ik er niet door kom. Vooral omdat ik al weken niet heb gezongen…..’

Ja, die stemtesten. Heks heeft er ook wel eens eentje ondergaan. Een stressvol gebeuren. En al die spanning slaat dan weer op je stem. Of je krijgt van de zenuwen geen lucht. Of je piept van angst….. Iedereen heeft er de pest aan.

‘Ik zat vorig jaar nog bij de sopranen, maar na de stemtest was ik mooi opeens alt. Na vijfendertig jaar!’ Anna kan er nog nijdig om worden. En het is waar: Ze pakt nog steeds moeiteloos de hoogste noten. ‘Ik ben blij dat je geen sopraan meer bent. Anders zat je niet gezellig naast me,’ troost ik haar.

©TOVERHEKS.COM

Sopraan zijn is natuurlijk het hoogst haalbare. Letterlijk. Maar Heks eindigt waarschijnlijk als bas. Ik kan nu al gemakkelijk hun partijen meezingen met mijn Indiase zangbereik een paar octaven de diepte in. Niet verder vertellen hoor, want ik wil nog een paar jaar alt blijven en tenoren en bassen zijn er altijd tekort. Voor je het weet ben je de klos.

Zingend loop ik achteraf naar mijn auto. Ik ben altijd blij na een repetitie met mijn koor. Zelfs al kan ik niet op mijn stoel zitten van de pijn. Zelfs al lukt het me nauwelijks om een bladzijde om te slaan. Wat kan het schelen?

Mijn humeur wordt enorm opgevijzeld. En dat is alleen maar gunstig voor allerlei fysieke processen. Lang leve Ex Animo! Een uitstekend medicijn voor het tanende bejaardenlibido! -Er  wordt wat afgeflirt en afgelachen- En voor mensen met pijn.

©TOVERHEKS.COM

 

Commissaris Carlos in vreemd gezelschap. ‘Je heet Gijs en Gijs is niet wijs,’ krijgt hij naar zijn hondenkop! Gelukkig maar dat het zo’n goedzak is. Al doet zijn uiterlijk anders vermoeden!

Dinsdag kom ik Buurman met zijn Duitse herder Carlos tegen bij de dierenwinkel. VikThor springt een gat in de lucht als hij zijn grote vriend ontwaart. Even later kuieren we samen door de stad. ‘Laten we ergens een drankje doen, Heks, bijvoorbeeld hier,’ Buurman wijst op een berucht aso-rookterras.

Heks vindt het prima. Even lekker tussen de aso’s, alhoewel, er is niemand te bekennen….

‘Wat wil jij? Ik ga iets halen,’ mijn vriend staat op en kijkt me verwachtingsvol aan. Heks wil wijn. Bij wijze van aangename zelfmedicatie. Ik verrek nog steeds van de pijn en moet nog een hele avond naar het koor. Hoe moet ik dat voor elkaar krijgen?

Zoals altijd zitten we binnen de kortste keren te lachen om iets absurds.

Een jongeman komt naar buiten om te roken. Het is een aardig joch. In zijn kielzog komt een stel. De man is totaal niet opvallend, maar de vrouw springt in het oog. Ze is nog geen dertig, maar gedraagt zich alsof ze het hele terras bezit. En al degenen die er op zitten.

Breed loopt ze rond te paraderen. Zelfs haar gezicht dijt uit. Een breedbekkikker is er niets bij! Ze gaat uitgebreid voor Heks staan en geeft haar een hand. Ze stelt zich voor! Maar de manier waarop geeft te denken. Je verwacht er een flinke oplawaai achteraan……

Wat een rare griet toch weer. Ook Buurman kijkt bevreemd als ze hem met haar kinnebak in de lucht en haar bekken met denkbeeldige penis vooruit zo’n rare hand komt geven. Maar imponeren kun je hem eenvoudigweg niet met zijn enorme Duitse herder. Laat staan intimideren…….

‘Wat een prachtig beest,’ de heren in het gezelschap vragen of ze de hond mogen aaien. Niemand let op VikThor. Zo’n schattige pup interesseert hen totaal niet. Carlos echter met zijn grote kop en imposante lijf krijgt alle aandacht……. Zo’n levensgevaarlijke Duitse herder: Daar kun je hier mee aankomen……

Ook de vrouw is onder de indruk van de hond. Zij wil hem niet aaien. Wel zakt ze door haar knieën en staart de hond recht aan. Gelukkig maar dat deze Duitse herder zo’n goedzak is!

‘Ha Gijs,’ zegt ze tegen het bakbeest. ‘Hij heet Carlos, geen Gijs.’ O jee. Ik heb mijn oude vriend wel eens ruzie zien krijgen met een dronken vrouw, die zijn vorige hond consequent Commissaris Rex noemde. Hoe gaat dit aflopen?

‘Nee hoor,’ zegt het eigenwijze kreng, ‘Dit is een echte Gijs, ha Gijs,’ provocerend kijkt ze Buurman aan. Zie je, ik voelde het al aankomen: Narigheid! ‘Gekke Gijs, kom maar hier Gijs,’ ze is niet meer te stoppen.

‘Ha,’ zegt Buurman, ‘Dat klinkt bijna als Gajus. Zo heette mijn vorige hond. Ook een Duitse herder. Ook een geweldige hond, heel ander karakter dan dit exemplaar. Ja, dat was een fantastische hond, nog veel groter dan deze.’

Buurman vertelt graag. De ene anekdote na de andere vliegt uit zijn mond. Over de Duitse Herder Vereniging. Over de training aldaar. Bewaking, lange afstand lopen, pakwerk……

‘Met onze vorige hond hebben we dat allemaal gedaan, maar Carlos is te gevoelig. Met hem zijn we er niet meer aan begonnen. Dat pakwerk is best heftig. Zo’n ingepakte man, die door een hond te grazen wordt genomen…..’

‘Ik ken een man, die in het veld stond als pakwerker. Allerlei honden gingen op hem tekeer, behalve zijn eigen herder. Die zat in zijn splinternieuwe auto, maar het beest kon zijn baas wel zien. Met al die andere herders in de aanval……. Daar werd die hond helemaal gek van! Heeft hij het interieur van die auto volledig gesloopt, hahaha.’

‘Hahaha….’ echoot zijn publiek. Ja, dat zal je toch gebeuren. Dan ben je niet blij. Maar wel een leuk verhaal. Het wordt zeer gewaardeerd…….

Nadat ons vreemde gezelschap een paar sigaretten heeft weggepaft gaan ze weer naar binnen. ‘Ze zitten lekker met z’n allen te eten,’ zegt Buurman, nadat hij is gaan betalen, ‘Ze hebben hier een heerlijke daghap!’

Heks gaat echter thuis eten. Ik heb een heerlijke Indische maaltijd bij Sjonnie gehaald en zoals altijd heeft hij de bakken extra volgepropt. ‘Ik denk dat hij me gewoon een hele leuke vrouw vindt,’ vertrouw ik Fiederelsje later toe als ik het haar vertel. Ze kent de man toevallig.  ‘Net als jou, je krijgt weer de groetjes. Hij verwent me zo gigantisch. Soms kan ik van 1 maaltijd wel drie dagen eten…..’

Kattenperikelen: Een panter in het nauw maakt rare sprongen! Gelukkig in een volstrekt LEEG museum. Je moet er niet aan denken dat de collectie van dit instituut, tenen op sterk water bijvoorbeeld, s’nachts tot leven zou komen…..

Katten! Teringlijers zijn het. Als ze ergens de pest over inhebben smeren ze em zonder met hun grote groene ogen te knipperen. Dagen- weken-, soms maandenlang laten ze je lijden doordat je hen nergens kunt vinden. En als ze dan opduiken zijn ze alles behalve dankbaar. Moet je weer op je knieën om hun affectie binnen te vissen…….

Snuitje is nog maar net een beetje bijgetrokken van haar avonturen of de panter is alweer zoek. Ik probeer mijn zwerver weer een beetje te domesticeren. Dus met enige regelmaat zorg ik dat hij binnen slaapt. Thuis wel te verstaan. In Huize Heks.

Het liefst ligt hij dan gezellig in mijn heksenbed. Maar de laatste weken bonjour ik hem eruit. Snuitje heeft het rijk alleen, want zij moet aansterken. Een grote bak voer staat permanent naast haar kleine uitgemergelde kattenkopje en gedurende de nacht peuzelt ze zo’n hele bak weg! Niet echter als de panter ons bed deelt, binnen vijf minuten maakt hij die hele bak vreten soldaat.

Dus slaapt de dolende ridder op de vensterbank in de keuken. Lekker boven de verwarming. Maar ook: Temidden van andere katten. Dat laatste vindt hij dan weer beduidend minder. Hoewel ze hem volledig met rust laten. Hij is een enorme loner. Het liefst in zijn uppie. Buiten. Of met Heks.

Waar is mijn zwarte bakbeest? Heks loopt alweer dagen te zoeken.

‘Ik heb hem woensdag nog gezien,’ beweert mijn buurvrouw, ‘Hij zat in de hal en liep met mij mee naar buiten.’ Heks heeft hem dinsdagmorgen voor het laatst gezien. Op zich niet dramatisch lang geleden, panter is wel eens vaker enige dagen op stap. In de lente. Als het lekker weer is. Als de rudimentaire restanten van zijn gecastreerde klokkenspel opspelen. De castratie heeft in zijn geval nauwelijks effect gehad. Hij is nog steeds zeer uithuizig.

Maar met dit weer, die afschuwelijke regen en kou? Zit hij soms ergens in een keldertje opgesloten? Hij ruikt soms wat schimmelig als hij een nachtje is weggebleven. Wie weet waar hij schuilt?

Zoals altijd als Ferguut in de problemen raakt voel ik het op mijn klompen. Vanaf het eerste moment. Alsof hij een noodoproep doet! Zodoende loop ik al dagen door de buurt te struinen en te roepen. Ik blèr langdurig onder het raam van de vrouw die zich hem afgelopen zomer had toegeëigend. Ik gil door het hofje waar haar bejaarde moedertje woont. Verschrikte hoofden voor ramen, maar geen zwart monster…..

Zondagmorgen loop ik door de buurt met VikThor. Het eerste piesrondje. Ik wil graag naar de kerk, dus ik ben wat gehaast. ‘Ferguut’ roep ik door de steeg om de hoek. Belachelijk denk ik nog bij mezelf. Waar zou het beestje zich hier moeten verbergen? Achter een vuurdoorn? In die afvalbak? Zinloos gezoek. Hopeloos geroep.

©Toverheks.com

Plotseling hoor ik een tijger grauwen, een leeuw brullen, een panter miauwen. Geen twijfel mogelijk. Dit verbale geweld is afkomstig van mijn schatje, ik weet het zeker. Maar waar zit hij in godsnaam. Onrustig spurt ik door de steeg. VikThor verwoed snuffelend naast me. Die heeft zijn neus helemaal ontdekt!

Waar zit Ferguut? Ik kan hem nergens vinden…..

Na een paar sprintjes ontdek ik zijn verstopplek. Hij zit in het museum! Stevig opgesloten achter een dikke tijdelijke deur: Het museum wordt al sinds jaar en dag verbouwd. Afgelopen week waren ze weer bezig een gat in de muur te slaan om allerlei buizen door naar binnen te duwen. Vervolgens werd het gat vol water gepompt. Of de buizen. Een grote kraan tilde troep over het dak naar de binnenplaats……

Kortom: Levensgrote gevaren voor ondernemende katten, want een kat in het nauw maakt vreemde sprongen. Sinds woensdag schreeuw ik al in die ellendige bouwput hier in de steeg. Ik ben afgelopen zomer door het gebouw gedwaald, zonder toestemming overigens, volledig op eigen risico, op zoek naar Snuitje: Alle vloeren liggen open, muren worden verplaatst of gesloopt, overal elektriciteitsdraden……

In mijn kop spelen zich de meest vreselijke taferelen af: Mijn kat ingemetseld in een eeuwenoude muur of opgesloten in het riool. Of geëlektrocuteerd door een loshangende draadje……… Geen medewerker van het museum die er wakker van ligt.

‘Wij hebben dag en nacht bewaking, als uw kat hier zit hadden wij hem allang gezien,’ zeiden ze afgelopen zomer toen ik Snuitje liep te zoeken, ‘Hier zit ze echt niet….’

Mooi zo. Ze hebben bewaking. Ook in het weekend. Heks belt het noodnummer, dat op de deur staat. Ook zoekt ze online naar het betreffende bedrijf. Die nemen de telefoon niet op en het noodnummer blijkt van iemand te zijn die nog nooit in het museum is geweest. Hij kent wel iemand die er werkt, een opzichter of iets dergelijks, dus die belt hij op. ‘Zoek het maar uit,’ adviseert die, ‘Morgen ben je de eerste.’

Ook de politie en dierenambulance hebben weinig interesse in een opgesloten kat. Mijn buurvrouw is ook aan het bellen geslagen, groot dierenvriend als ze is. ‘Ze komen niet hoor, Heks,’ verontwaardigd kijkt ze me aan. Heks heeft intussen het gebouw aan een grondig onderzoek onderworpen.

©Toverheks.com

Plotseling klinkt er een akelig geschater door de steeg. De zon verduistert. De hemel wordt zwart als de nacht……

Een fladderende gedaante vliegt door de lucht op een bezemsteel. Na een ijzingwekkende looping rondom de kerktoren ploft er een hoop vodden op de stoep. Een grote neus prikt onder een enorme zwarte heksenhoed vandaan. We staan we aan de grond genageld. Verstijfd van schrik……

‘Wat staan jullie nu stom te kijken? Nog nooit een echte toverheks gezien? Ik weet dat ik moeders mooiste niet ben, maar ach. In de nacht zijn alle katjes grauw, dus waar hebben we het over?’

Met een stevige tik breekt een klein ruitje in de ruimte naast de voordeur in duizend stukjes. Wie heeft daar nu een klap met een koevoet tegenaan gegeven? Welke engel staat daar met een bakje voer te zwaaien totdat er een roofridder tussen de scherven door naar buiten sluipt? Geen idee. Het is een groot wonder en bepaald niet voor de kat zijn kont gedaan!

Zit je nu als een kat om de hete brij te draaien? Maak dat toch de kat wijs, Heks!

De flodderige figuur veegt het glas weg met haar bezem en roetsjjjj….. ze is er alweer vandoor! Met een grote zwarte kater achterop haar vervoersmiddel. Krijsend verdwijnt ze aan de einder!

Zo is de panter veilig thuis. Je moet het breekijzer smeden als het heet is, dat is wel duidelijk.

Als bedankje poept hij in mijn bed. De teringlijer. Een dikke drol wacht me op als ik terug kom van een wandeling met mijn hondje en Fiederelsje. De lucht slaat me al tegemoet in het portaal.

Een dag later is het ruitje alweer gerepareerd, alsof er nooit een kat in dit vreemde pakhuis heeft gezeten…… Hopelijk houdt het raampje nu een tijdje en is het geen kat in de zak. En hopelijk komt niemand verhaal halen , want daar komt de zwarte kat in….. 

Night at the MuseumNight at the Museum

VikThor de Tractor, Het Geheime Kanariepietengenootschap, de kracht van ja zeggen tegen nee, en bubbelen tot je erbij neervalt: Heks verjaart! En het eerste wintervirus komt te paard……

De gehele afgelopen week dweil ik maar zo’n beetje in de rondte. Ik laat me prikken en kneden door diverse therapeuten, maar veel helpen doet het niet. ‘Is het niet gewoon viraal?’ app’t een vriendinnetje, ‘Mijn lief heeft zich ook een paar weken enorm beroerd gevoeld. Doodmoe vooral. Nu gaat het weer iets beter, hij is weer aan het werk.’

Haar man heeft ook wat gezondheidsitems. Hij behoort zonder meer ook tot de Nationale Kanariepietenbrigade! Net als Heks. Dit geheime genootschap heeft tot taak om als eerste van zijn of haar denkbeeldige stokje te vallen bij viraal en bacterieel gevaar. Ook testen van ongezonde inpandige eindeloos herververste lucht behoort tot ons werkgebied.

Als wij bijvoorbeeld plotseling omvallen na het aanzetten van zo’n foute airco, dan kun je ervan verzekerd zijn dat je te maken hebt met een ‘ziek gebouw’. Ik spreek uit ervaring.

Denk nu niet dat het kanariepietensyndroom je in dank wordt afgenomen. Over het algemeen willen zakenlieden helemaal niet horen dat hun gebouw ziek is, of hun bedrijf knettergek om een airco aan te sluiten op een oud en vies buizensysteem. Liever laten ze de helft van de werknemers gestrekt afvoeren, de kanariepieten voorop, dan toe te geven dat ze fout zitten!

In vroeger tijden namen de mijnwerkers kanaries mee om te waarschuwen voor brandbaar mijngas (methaangas) en giftig koolstofmonoxide gas. De kanaries gingen namelijk al bij kleine concentraties van het gas van hun stokje.

De afgelopen week begin ik ook weer eens te lezen in een boek over ‘De kracht van JA!’ van John Kalse. Ik ben twintig jaar geleden bij de man in de leer geweest naar aanleiding van zijn boek ‘Creëren vanuit je bron.’ Heks had een geweldig leuke week, maar ik heb er verder weinig aan gehad.

Alles wat ik zat te creëren vanuit mijn bron was hopeloos. Ik werd precies in die tijd opnieuw ziek na te zijn blootgesteld aan een foute airco. Ook kreeg ik een relatie met een volstrekte eikel. Mijn kinderwens eindigde in een miskraam. Ik moest vervolgens ook nog eens flink onder het mes.

Mijn vriendenkring ontplofte, mijn buurman en goede vriend veranderde in de psychopaat die hij altijd al was, nadat ik vriendelijk bedankte voor zijn plotselinge avances.  (Ik was een tijd vrijgezel na de relatie met de eikel). Helaas was de Boze Buurman op zijn knakworstje getrapt na te zijn afgewezen! Of op zijn schamele waxinelichtje, wie zal het zeggen?

Hij sloeg mij en mijn auto total loss en treiterde jarenlang stiekem mijn hond. Hij jatte mijn krant en ik kreeg vreemde hoge gas/licht en -waterrekeningen. En ga zo maar door. De lijst is eindeloos……

Daarnaast trakteerde het wonderschone leven me als bonus op RSI en een stevige Whiplash. Bovenop de ME en Fibromyalgie. ….. Niet bepaald de dingen die ik in mijn leven wilde creëren. Min of meer het tegenovergestelde……

Er waren nog een paar bijzonder traumatisch nare zaken, die ik met de beste bedoelingen blijkbaar toch heb zitten creëren, maar daar wil ik echt niet meer over praten. Laat staan schrijven…..

Ik was na enige tijd nstuurlijk wel klaar met het idee dat je je eigen leven creëert. Nog voordat de maakbare samenleving werd gelanceerd vond Heks het al een waardeloos concept. Die levensvisie is alleen maar prettig voor succesvolle narcisten. Niet voor kanariepietjes…….

Een goede representant van god zijn is nog niet zo eenvoudig. Het eindigt ook niet altijd goed, vraag maar aan de Zoon van god. Die werd als beginnende dertiger al vastgespijkerd aan een kruis……

Maar goed. Ik bak er dan ook niet zoveel van. Van dat creëren van geluk en vervulling. Ik koester ook niet langer de overtuiging dat het daarom gaat. Als ik dat ooit al heb gedaan.

Maar nu dan ja. De kracht van ja. Nou ja zeg! Ik zeg al een hele tijd NEE.

Geen zin meer in dit, ik wil dat niet meer. Geen gezeik meer aan mijn kop, niet meer altijd de underdog zijn of het zwarte schaap. Geloof er geen donder van, moet je niet mee aankomen en ga zo maar door. Hou op, schei uit! Nee, nee, nee. Als een kleuter in zijn peuterpubertijd. Louter nee.

‘Je kunt ook ja zeggen tegen je nee,’ schrijft John. Oh ja? Ik probeer het direct uit. En het is geweldig! Want al dat ‘ik heb het gehad, ik wil niet meer etcetera’ zadelt me met een vreselijk gevoel op. Ik herken mezelf niet meer als ik weiger te luisteren naar een zielig zuigverhaal. Stiekem zeg ik dus nee tegen mijn nee……

Huh?

Nee toch zeker!

Dat gaat veranderen!

puppycusus04

Vrijdagavond ga ik met de buurvrouw naar puppycursus. In haar leven spelen problemen waar de honden geen brood van lusten. Laat staan puppies! Dagenlang luisteren lukt me niet meer. Maar een uurtje samen iets leuks doen pakt geweldig uit!

Heks heeft haar persoonlijke fotograaf! Het gehele uur schiet ze het ene plaatje na het andere. En mijn buurvrouw verzucht de eerste keer op de terugweg: ‘Ik heb het hele uur niet 1 keer aan alle ellende gedacht!’

‘Ik heb een aanbod voor een vervolgcursus. Gewoon weer op de vrijdag. Vijf keer. Als je interesse hebt….’ zegt onze juf bij de puppycursus-certificaar-uitreiking. Ja, VikThor heeft zijn eerste diploma binnen! Buurvrouw en Heks kijken elkaar aan. Zullen we? Ja, natuurlijk. We vonden het al zo jammer dat het afgelopen was!

Later thuis komt Joy eventjes buurten. We drinken een hele goeie franse bubbelwijn. Het is tenslotte mijn verjaardag. ‘Ik ga ja zeggen tegen mijn nee,’ vertrouw ik mijn vriendin toe, ‘en ik ga allemaal leuke dingen doen het komende jaar. ik ben bezig het roer om te gooien!’

We verzinnen vervolgens samen wat grappige plannetjes. Aangewakkerd door de bubbels worden ze steeds gekker. Het is al hartstikke laat als we afscheid nemen……

Heks crepeert nog steeds van de pijn. Ondanks alle pijnstillers, medicinale cannabis en bubbels. Vooral na een uurtje trainen met VikThor is het bar en boos met mijn lijf. Met name mijn armen. ‘Ik heb zijn naam veranderd,’ roep ik naar mijn medecursisten als hij me het trainingsveld op sleurt de afgelopen avond, ‘Vanaf nu heet hij TracThor.’

TracThor

Lieve Heks, waarom meld je Snuitje niet aan bij het Reiki crisisteam voor dieren? Bestaat er dan zoiets? Jazeker!

‘Lieve Heks, waarom meld je Snuitje niet aan bij het Reiki crisisteam voor dieren voor een oppeppertje en ondersteuning? Kost 25 Euros en een heel team mensen gaat met haar aan de slag, ik ook. Je mailt het verhaal en haar foto en ze plannen haar in. ik zal haar zowiezo helpen ❤ . Als je interesse hebt laat mij het weten…..’ schrijft mijn vriendin Maan.

Sinds Snuitje terug is zijn er een flink aantal mensen met haar in de weer. Allereerst Heks natuurlijk. Ik geeft haar doorlopend lekkere hapjes te eten, knuffel mijn schatje plat of aai haar teder. Ook ben ik veelvuldig in haar buurt te vinden.

Daarnaast zijn er nog flink wat kattenvrienden en vriendinnen op bezoek geweest. Ze nemen Snuitje op schoot en omhullen haar met warmte, liefde en veiligheid.

‘Praat me haar over Ysbrandt en hoe jijzelf ook van een koude kermis thuis kwam, toen er opeens een pup hier zat na je vakantie in plaats van die ouwe Dibbes,’ moedig ik de broodnuchtere Frogs aan om zijn steentje bij te dragen. Hij heeft mijn schatje al op schoot.

‘Even stil zijn, Heks, ik probeer me te focussen,’ maant mijn kikkervriend. Hij gaat het zowaar doen!

Ook mijn buurvrouw doet een flinke duit in het zakje. Zij is een echte dierenvriend. Al mijn katten zijn gek op haar. Vooral de boskat. Dagelijks doet hij geslaagde pogingen om de voordeur open te maken, om vervolgens de trap af te spurten en voor haar voordeur keihard te miauwen. ‘Laat me erin!’

Maar ook Ysbrandt was dol op haar, een waar wonder gezien zijn geschiedenis van pesterijen hier in het trappenhuis. Wilde hij bij mijn andere buren voornamelijk in hun kuiten bijten, als hij de kans zou krijgen, mijn benedenbuurvrouw kon hem gewoon aaien en uitlaten!

Uitgebreid zit ze Snuitje te strelen, soms wel een uur achter elkaar! ‘Ik geef alleen maar liefde, Heks,’ glundert ze, terwijl ze onvermoeibaar verder knuffelt. Snuitje komt helemaal bij als ze zo bezig is. Je ziet haar koppie veranderen…… Volgens mij zou buurvrouw zo een praktijk als dierenmagnetiseur kunnen beginnen!

‘Ik heb geloof ik mijn eigen Reiki crisisteam,’ schrijf ik Maan terug. Toch vraag ik het mail-adres. Voor het geval Snuitje niet opknapt.

We zijn intussen een week verder. Ze eet weer goed. En met smaak. Snorren doet ze ook, maar niet zo hard en veelvuldig als voorheen. Ze gromt tegen Bolster en de Boskat. De kwelgeesten waar ze het meeste last van heeft gehad in de kattenwandelgangen.

Vooral Bolster mocht nogal eens achter haar aan jagen. Hij vindt het heerlijk om zijn grootmoedertje te plagen, maar ze is echt te oud voor dit soort survivalgymnastiek intussen.

‘Ik zal zorgen dat hij niet bij je kan komen als ik niet thuis ben. En in geval van vakantie breng ik je ergens onder!’ beloof ik Snuitertje. ‘Dan mag je wel bij mij,’ zegt mijn buurvrouw goeiig. Ik weet niet of het een goed idee is, ze heeft zelf ook een stokoude kat. In het verleden mishandeld door een vreselijke ex. Die kat zit waarschijnlijk niet op gezelschap te wachten……