Road trip: Toverheks, Boeddhistische Non en Bosuil ofwel une Chouette Hulotte gaan op queeste; Reizen naar buiten en naar binnen…. Een geneeskrachtig avontuur.

De aspirant monnik bekijkt de vogel voorzichtig.

Als ik een goede week in het klooster ben hebben we les op een andere locatie: New Hamlet. Het is een flink end rijden, dus iedereen is al vroeg uit de veren om op tijd bij de bus te zijn. Heks gaat met de auto, ondanks het dringende verzoek om dat niet te doen. Iemand spreekt me er zelfs vermanend over toe. ‘Klets maar raak,’ glimlach ik onschuldig zwijgend naar de bemoeial, ‘Ik heb zo mijn redenen om met eigen vervoer te gaan en die gaan je niets aan!’

We krijgen hulp van een paar lieve dames. Deze schat heeft ook een gele Peugeot 107 vertelt ze me. Wat een toeval! Een Franse versie van Heks!

Heks wordt regelmatig op de vingers getikt over allerlei vermeend slecht gedrag. Gisteren nog hier in de kerk. Waarom ik toch altijd op het nippertje naar binnen schuif. Of ik soms aandacht wil trekken? Stond ik me toch nog een beetje te verdedigen, omdat ik de vingertikster graag mag…. De vrouw heeft wel een punt natuurlijk, zeker in haar optiek. Maar ja. Ik heb nu eenmaal de grootste moeite om waar dan ook op tijd te zijn, überhaupt om waar dan ook te zijn!

In het klooster kost het me niet de minste moeite om op tijd te zijn. Ik heb gewoon niets anders te doen: Geen hond uitlaten, behandelaars bezoeken, administratie bijhouden, huis opruimen….. Met het grootste gemak arriveer ik overal op het juiste tijdstip. Heerlijk. Ik haast me nergens voor en als ik iets niet haal, laat ik het gewoon schieten.

Vanmorgen rijd ik met mijn vriendin, de Nederlandse non, naar het andere klooster. Op ons gemak gaan we op pad. Als we het dal uitdraaien en op de heuvelkam terecht komen stokt zoals altijd de adem in mijn keel. Het uitzicht is adembenemend! Kilometers ver kijken we door de Dordogne. Ontroerd rijd ik over de kam langs het dal.

Plotseling zien we een bevriend echtpaar langs de weg lopen. Voor hen uit loopt een dame met een enorme vogel in haar handen. Het is een uil! Heks stopt haar auto. Snel springen we er uit. De vrouw legt de vogel in een greppel en gaat er snel vandoor. ‘Hij lag op de weg, hij is gewond! Helaas heb ik geen tijd om me er verder mee bezig te houden. Ik heb haast, ik moet naar mijn werk, mijn baas zit op me te wachten!’

la chouette hulotte

la chouette hulotte

Onthutst staan we te kijken. ‘Leeft die uil nog?’ informeer ik bezorgd. Het beest leeft nog. Onze vriend haalt hem voorzichtig uit de greppel en houdt hem omhoog. Goeie hemel, wat een prachtig dier! Eén oog zit dicht, maar zijn andere oog kijkt me helder en wakker aan. Ik voel mijn hart opengaan.

‘Hij is waarschijnlijk geraakt door een auto,’ zeggen we tegen elkaar, ‘Hij moet naar een dierenarts.’

Onze vriendin, de non, helpt het gezelschap uit de droom. ‘Je hoeft hier echt nergens aan te komen met gevonden wild. Vorig jaar vond ik een aangeschoten hert. De enige, die ik ervoor kon interesseren was de jagersvereniging. Geen dierenarts wil er zijn handen aan branden. Zij willen alleen maar huisdieren. Of vee. We moeten iets anders verzinnen…..’

We besluiten naar het andere klooster te rijden en het gewonde dier mee te nemen. ‘Ik laat je niet in de steek, uileballetje,’ slis ik stiekem in uilentaal tegen de vogel, ‘Ik zal zorgen dat je ergens wordt geholpen, wees maar niet bang!’

Uit mijn lijf komt een veld rustgevende moeder-aarde-energie. Het legt een deken van liefde en kalmte rondom het diertje. De Godin heeft zich het lot van haar vogelkind aangetrokken. De Grote Moeder gaat alle zeilen bijzetten om dit prachtige schepsel te redden!

‘Misschien is er wel een dierenarts onder de deelnemers aan de retraite,’ zeg ik hoopvol tegen mijn vriendin, als we weer onderweg zijn. Zij zit naast met met de uil in een knalgele gebloemde koeltas op haar schoot. Hij zit gerieflijk op een fleurig tafelkleedje! Het dier is gelukkig heel rustig. Stress is funest. Dodelijk vaak bij aangeschoten wild….

Bij de dierenarts

In het klooster blijkt dat er inderdaad een dierenarts aanwezig is: Eén van de aspirant monniken beoefende in zijn vorige leven dit beroep. Na de lezing snorren we hem op. Ook een paar dierlievende dames staan ons met raad en daad terzijde. Zij vinden een kliniek in Bordeaux, waar ze wild behandelen in plaats van opeten. En een vogelresort in Arcachon, die het dier na de eerstelijns behandeling wil rehabiliteren!

‘Het beestje ziet er behoorlijk levendig uit,’ de knappe aspirant kijkt me verbluft aan, ‘en hij is zo relaxed, dat is echt een wonder. Soms gaan ze dood van de stress nog voordat je iets voor hen hebt kunnen doen. Ik laat hem dan ook zoveel mogelijk met rust, volgens mij is hij prima te redden! Maar dan moet hij helaas helemaal naar Bordeaux!’

‘Het is wel een ongelofelijk end rijden,’ roepen mijn nieuwe vrienden door elkaar. We staan te overleggen hoe het nu verder moet. ‘Ik vind het geen probleem om te gaan, als jullie me het adres geven en eventjes met die mensen willen bellen dat ik er aan kom, dan ga ik direct op weg,’ verzucht ik. Ik laat dit dier niet stikken!

Mijn vriendin  de non kijkt me stralend aan. ‘Ik ga mee, we hebben vanmiddag toch geen dharma-discussie, ik heb mijn handen vrij, dus het komt prima uit!’ Ha fijn. Een road trip met mijn maatje! De uil wordt met koelbox en al in een kartonnen doos gezet. Zorgvuldig bevestig ik het geheel in de veiligheidsgordels. Even later zijn we op weg.

Weer is er een péage ondergelopen door de overvloedige regenval. Dat betekent ook nog eens omrijden! We nemen de prachtige route national. Die is behoorlijk bobbelig, hetgeen me zorgen baart. Ik hoop dat Uil er niet al teveel last van heeft! De weg voert ons langs kleine dorpen en stadjes. Wat is het hier toch schitterend mooi. Op ons gemak rijden we naar Bordeaux.

Intussen zitten we heerlijk met elkaar te praten: Mijn vriendin vertelt me haar hele levensverhaal! Daar hebben we alle tijd voor! Tegen het eind van de middag zijn we in de grote stad. Het is druk, want vrijdagmiddag en spits. De TomTom voert ons echter moeiteloos via een tussenweg naar het doel, een schier onvindbare kliniek.

‘Ah, een Hulotte!’ roepen de artsen in koor als we met onze kleine gewonde vogelvriend binnenkomen. Ofwel een Chouette Hulotte, een bosuil! Wat klinkt dat ook weer lekker, zo’n zoete chouette in plaats van een uil….. Ze tillen hem uit de doos. Geroutineerd wordt hij bekeken. Het beest geeft geen kik. De dokter aait hem over zijn bolletje en hij vindt het heerlijk!

‘Het is zo’n schatje, ik kon hem ook gewoon knuffelen en aaien, dat had ik helemaal niet verwacht,’ zegt Heks verwonderd tegen de arts. ‘Van alle uilen is dit de meest lieve soort. De gemiddelde uil kan best agressief zijn, die moet je echt niet proberen te aaien. Handschoenen zijn dan onontbeerlijk…. Maar deze soort is erg vriendelijk!’

Nou, was ik al verliefd op het dier, dit kleine wonder, dan word het nu alleen maar erger. Verrukt kijk ik hoe ze mijn schatje meenemen voor een grondig onderzoek. We wachten rustig totdat de artsen klaar zijn met het beestje. We willen uiteindelijk weten hoe het afloopt natuurlijk!

‘Hij heeft alleen een flinke bloeduitstorting rond zijn oog, zijn vleugels zijn goddank nog intact. Hij heeft absoluut een aanvaring met een auto te verduren gehad! We geven hem antibiotica en wat cortisonen. Maandag gaat hij naar Arcachon, voor revalidatie. Hij komt er weer helemaal bovenop. Dank jullie wel voor het brengen, niet veel mensen getroosten zich die moeite!’

We nemen tevreden afscheid. Wat heerlijk dat het zo goed afloopt. Dolgelukkig beginnen we aan de terugweg.

‘We gaan het eten in het klooster niet meer halen, Heks, zullen we ergens onderweg stoppen om iets te drinken?’ Een prima idee. Omdat het intussen erg druk is op de weg schieten we toch geen bal op. In een stadje doen we ons te goed aan koffie met gebak. We wandelen het hele plaatsje rond en babbelen intussen vrolijk verder over het leven in het algemeen en onze levens in het bijzonder!

Na een heerlijke middag achter het stuur met het beste reisgezelschap ooit komen we terug in het klooster. Tevreden, vrolijk, opgewonden en blij. Over een paar weken laten ze Uil weer vrij. Waarschijnlijk vindt hij zijn weg terug naar zijn habitat. Hemelsbreed is het niet eens zo ver naar Arcachon. Zo’n vogel vliegt met het grootste gemak over al die bergen en heuvels heen!

s’Avonds lig ik lekker in mijn tent. De eerste nacht van mijn verblijf  hier zat er een uil te roepen in de boom boven mijn hoofd. Een waanzinnig prachtig geluid. Ik kon er zelfs niet van slapen! Nu is het rustig. Alleen geritsel van bladeren. ‘Zou het dezelfde uil zijn geweest zijn?’ vraag ik me af. De kans is groot, want we hebben het dier hier vlakbij gevonden.

De volgende dag vind ik een piepklein veertje in mijn koelbox, tezamen met een uilepoepje op mijn gebloemde tafelkleedje. Het kleedje spoel ik uit. Dus uilen poepen, ondanks hun tevens produceren van uilenballen. Ze hebben gewoon ook een cloaca, net als alle andere vreemde vogels!

Het veertje plak ik in mijn aantekeningenboek. Een klein bewijs van de onwijs gave redding van een wijze vogel.

DSC03941

Heerlijk koffie drinken met Non Hollandaise gevolgd door niet blij zijn met een dode mus…… Dagen later ontdek ik het verschil tussen een dood vogeltje, maar dat is een ander verhaal. Een spannend verhaal bovendien! Met wel een goede afloop.

Na een paar dagen verwoest meedraaien in het kloosterritme is het ‘Lazy Day’. Deze dag word je geacht zo lui mogelijk door te brengen. Veel mensen krijgen dat niet voor elkaar. Als een zot gaan ze enorme wandelingen plannen, gezamenlijk bomen omhelzen of andere nuttige bezigheden verenigen met het aangename. Kortom: Er is van alles te doen!

Heks is echter kampioen in het houden van een degelijke ‘Lazy Day’. Als het weer het toelaat hang ik in mijn hangmat. Het weer laat echter niets toe deze retraite. Dientengevolge zit ik lekker onder mijn luifel voor de tent koffie te drinken met mijn vriendin de Non Hollandaise. Speciaal voor de gelegenheid heb ik naast mijn espressoapparaat ook mijn melkschuimer meegebracht. En stroopwafels!

We zitten heerlijk te klessebessen. Er valt veel bij te praten na twee jaar radiostilte. ‘Het lukt me niet om allerlei mailcontacten te onderhouden,’ verzucht mijn vriendin, ‘Zelfs mijn familie krijgt zelden een berichtje terug als ze me mailen. Het leven hier is gewoon te hectisch, er gebeurt altijd zoveel in het hier en nu. Bovendien zijn de internetmogelijkheden nogal beperkt. Brievenschrijverij schiet er volledig bij in…..’

Ik snap het. Ik kom ook niet toe aan smsjes met het thuisfront, laat staan emailcontact. Blogjes schrijven schiet er ook bij in. Liever geef ik me volledig over aan het leven in dit aardse paradijs. Ik leef op. Niet langer overleven! Nee. Leven! En bij lekker leven hoort een bakkie troost.

‘Mmmmmm,’ geniet mijn vriendin, ‘Wat is dit een heerlijk kopje koffie, Heks! Hier in het klooster ben ik echt de enige, die zoveel van koffie houdt. Vroeger was er nog een Duitse non met een voorliefde voor dit goddelijke goedje. Toch is het echt een Hollandse traditie, dat koffie drinken. Zo gezellig ook! Heerlijk!’

Urenlang doen we ons tegoed aan cappuccino, koekjes en chocolade. De rest van de dag hang ik lekker rond in en om mijn tent. Totdat ik met mijn Amerikaanse familielid naar St Foy le Grand tuf. Daar is een enorme Leclerc. Ik wil een blogje posten en een reserveluchtbed scoren. Ook mijn gasfles is bijna leeg.

Mijn maatje is toe aan een kleine break. Het kloosterleven trekt een zware wissel op haar humeur. Een zekere onrust maakt zich van haar meester. Na een kleine roadtrip voelt ze zich een stuk beter.

Op de terugweg zitten we lekker te lachen. De ramen van mijn auto staan open, het is heerlijk weer geworden.

Plotseling horen we een harde knal. Een vogel heeft zichzelf dood gevlogen tegen de spiegel aan de passagierskant. Hij zit bekneld tussen de spiegel en het raam.

Verschrikt stop ik mijn dodelijke kanariepiet. We halen de verongelukte vogel voorzichtig van mijn auto af. Een sliertje bloed komt uit zijn bekje. Zijn oogjes zijn dicht. Slap hangt hij in de handen van mijn kompaan. Het leven is echt uit zijn lijfje geweken……..

Naast de weg is een greppel. ‘We gooien hem niet in die greppel, hoor. Kom laten we hem in elk geval begraven.’ Snel haal ik een stoffer en blik uit mijn auto. Ik graaf een kuiltje met het blik. We leggen onze zangvriend erin en dekken hem toe met aarde en bladeren.

Wat een sof. Arm beestje. Hopelijk was het geen moedervogel met een nest vol hongerige kindertjes……..

Zo komt er een ruw einde aan deze heerlijke middag. Heks houdt een rotgevoel over aan dit treffen. Ik weet wel dat een ongeluk in een klein hoekje zit. Zelf ben ik regelmatig op de korrel genomen door een medeweggebruiker. Maar een vogel? Die heeft toch geen enkele kans tegenover een auto. Zelfs zo’n klein kanariepietje als het mijne is geen partij voor welke vogel dan ook….

Die avond slaap ik in met een gevoel van tekort schieten. Op het verkeerde moment op de verkeerde plek zijn. Ik hoop maar dat het een oude vrijgezelle vreemde vogel was. Enigszins suïcidaal indien mogelijk. Misschien is het beestje me in dat geval wel dankbaar voor deze grove vorm van euthanasie……

 

 

Varkenswangen met vijgenazijn en whisky. Natuurlijk glutenvrij, lactosevrij, sojavrij. Heerlijk gerecht getoverd uit mijn heksenketel voedt dierbare vrienden. En een nieuwe naam voor een KRASSE dame….

Woensdag sta ik bij de slager. Er liggen varkenswangen in de vitrine. Mijn nieuwsgierigheid is gewekt. Ik ben voorstander van gebruik van het hele varken als je zo’n dier slacht. Zoals vroeger bij mijn vader thuis. Ieder najaar werd een knorrende huisvriend geofferd. Alle restanten werden verwerkt tot bloedworsten, kopkaas en balkenbrei. De wangen werden vast ook opgesoupeerd!

Varkens lijken overigens erg op mensen naar het schijnt. En vice versa! Ze zijn bijzonder intelligent en ondanks hun voorkeur voor blubber zie ik geen enkele reden om het dier onrein te noemen. Zo gemeen! In India eten ze geen koeien, maar dat is omdat die dieren HEILIG zijn. Klinkt alweer een stuk beter.

Voor mij is alle leven heilig. Je dient er respectvol mee om te gaan. Ik eet levende wezens. Granen, fruit, groenten, vlees en vis. Ik leef niet op prana. En ik wordt ook gegeten. Door bacteriën, virussen en hele kolonies gistachtigen……

‘Hoe bereid je zoiets?’ De slager ratelt een recept af. ‘Het staat ook op onze website. De clou is om het heel lang in de oven te zetten. Hoe langer, hoe beter.’ Ok. Goeie tip.

Ik koop een kilo en ga thuis aan de slag. Op internet vind ik het recept. Iemand met een kookblog heeft het volgens het boekje klaargemaakt, maar de smaak was toch niet optimaal. Te zoet. Te veel honing. Ze stelt voor de honig te vervangen door sinaasappelsap. Goed idee. Heks gaat het natuurlijk toch weer anders doen. Doe ik altijd. Nog nooit van mijn leven heb ik een recept exact volgens de richtlijnen klaargemaakt. Altijd goochel ik met nieuwe ingrediënten of afwijkende hoeveelheden. Ik kan het niet laten.

Zo ook nu. Ik vervang de olijfolie met boter om de wangen in te braden door cocosvet en een beetje ghee (geklaarde boter). Ik vervang de honing grotendeels door vijgenazijn. Ook zoet, maar niet mierzoet. Bovendien maakt de azijn het vlees zacht. Ik gooi er om die reden ook nog sap van een halve citroen bij en citroenrasp. En een schep pirpirikruiden. En een flinke scheut whisky. En tot slot 6 gehalveerde tenen knoflook.

Verder heb ik het recept van de site gevolgd. Ik heb het echter 4,5 uur in de oven laten garen. Afgedekt met folie, om al die verrukkelijke sappen niet te laten vervliegen. Maar in tegenstelling tot mijn voorbeeld heb ik het zo uit de oven geserveerd: Geen saus door een zeef gedrukt zoals in het originele recept. Een dag laten staan voordat je het opeet is wel een hele goede tip. Dan kunnen al die smaken diep in de wangen dringen……

Ik kook er allebei groenten bij. Broccoli en bloemkool. Herenboontjes in knoflook gebakken. Rode kool met appel en een heel fijn gesnipperd rauw sjalotje. Laatstgenoemde is een bijzonder goede combinatie met dit gerecht. Die houd ik er dan ook in voor een volgende keer.

Donderdagavond bel ik Frogs. Hij komt maar wat graag eten. Hij is bekend met de heerlijkheden, die ik uit mijn heksenketel tover. Tevreden zie ik hem smullen. Goeie hemel, wat heb ik lekker gekookt. Ik maak een paar mooie foto’s van mijn bord, maar helaas heb ik die plaatjes per ongeluk weggegooid.

Ook vrijdag maak ik iemand blij met deze lekkernij. Ras belt. ‘Heb je zin om te komen eten?’ Ja, dat heb ik wel. Maar zal ik dan het eten meenemen?

‘Jeetje Heks, wat is dit lekker. Wat kan jij goed koken! Ongelofelijk!’ zegt mijn vriendin als we samen aan de maaltijd zitten, ‘Ook die groentes, zo speciaal klaargemaakt. En dan die puree van aardappel en koolrabi. Fantastisch. En zelfs een toetje! Ik ben dol op rabarber.’

Het is fijn om elkaar weer te zien. Het was alweer eventjes geleden. Ras zat een maand in Spanje. In the middle of nowhere. Ze laat me foto’s zien van een rauw en verlaten landschap. Prachtig. De wereld kent veel plekken waar nooit iemand komt.

‘Het is een hele goede reis geweest, Heks. En ik heb mijn naam veranderd! Ik vond Ras nooit een fijne naam, maar gelukkig heb ik nog een hele mooie doopnaam en die ga ik eindelijk gebruiken. Ik wilde dat al toen ik twaalf was, maar toen lukte het me niet om het voor elkaar te krijgen: Vanaf nu heet ik Kras.’

Kras. Het past bij mijn vriendin. Ze is ook kras. Ik moet er nog een beetje aan wennen. ‘Raskras, Krasras,’ mompel ik onderweg naar huis. Het vraagt een zekere overgangsperiode. Als ik een woord zoek dat naar mijn vriendin verwijst gebruik ik nog steeds haar oude naam. Maar Kras zit eraan te komen. Het moet nog een beetje inslijten. Over een jaar weet ik niet beter……

 

 

 

Warrige week vol miskleunen en gedoe. Heks is moe. Nou moe, alweer een waarheid als een ouwe koe. Boe. Uit de sloot: Bitterheid op de koop toe! Toch ben ik er beter aan toe dan en half jaartje geleden, toen ook smaakpapillen schipbreuk leden: Ik ben weer LEKKER aan het kokkerellen!

De afgelopen week heb ik teveel aan mijn fiets. Ik moet dit, ik moet dat. Terwijl de tank chronisch leeg is. Ernstig leeg. Woensdag neemt mijn acupuncturist me te grazen. Hij zet een paar gemene naalden in handen en voeten. En een venijnig exemplaar bovenop mijn hoofd. Precies op mijn kruintje. ‘Ga je me weer verbinden met de kosmos?’ grap ik langs mijn neus weg. ‘Het is hard nodig,’ grijnst mijn behandelaar.

Even later trek ik mijn vilten hoedje over mijn ogen en val in slaap. Uren lang dobber ik in een parallelle wereld. Als ik weer boven kom drijven ben ik gaar. Of klaar. In elk geval sta ik een kwartiertje later weer buiten.

Die dag gaat er van alles mis. ‘Hoe laat haal je dochter Vlinder op?’ app’t mijn vriendin ’s morgens even na elven. Ik zie het hele bericht niet, want ik ben druk met het herinrichten van mijn net gearriveerde nieuwe koelkast. Ik ben sowieso totaal niet van de app. Ik mis die dingen altijd, zie ze vaak pas dagen later…. Soms ben ik mijn mobiel uren kwijt, moet ik mezelf weer opbellen met mijn vaste telefoon om dat geniale onding terug te vinden…..

Ik haal Vlinder dus niet op. Ik ontdek pas dat dat de bedoeling is als ik in een poging de stad uit te komen muurvast kom te staan op de Hooigracht. Ik diep mijn telefoontje op uit mijn tas en zie eindelijk het bericht. Oeps.

Snel pleeg ik een paar telefoontjes. Ik blijk totaal vergeten te zijn dat we na mijn uitvoering van de Matthäus hierover gesproken hebben. Weken geleden. Toen ik op de adrenaline stond te stuiteren van vermoeidheid na een hele dag zingen.

‘Je moet me echt hierover een herinnering sturen, want ik heb mijn telefoon met daarin mijn agenda niet bij me, dus ik vergeet het geheid!’ riep ik nog. Het was aan dovemansoren gericht. Mijn gebrekkige geheugen deed de rest.

Hè getsie. Wat vervelend. ‘Waarom sein je me dan ook niet in, een mailtje of sms een dag ervoor bijvoorbeeld?’ zeg ik kriebelig tegen de dochter, als ik haar tenslotte aan de telefoon krijg, ‘Je weet toch hoe total loss ik ben na 7 uur zingen?’ Ik vergeet sowieso alles waar ik bij sta. Zelfs als de omstandigheden wel optimaal zijn. Soms ben ik vergeten wat ik wil zeggen nog voordat het mijn mond verlaat…..

Het is dus te laat om haar nog op te halen. Haar afspraak is al voorbij. Later hoor ik dat ook zij die dag geen beste dag had. Dubbel balen dus…..

Maar goed. Na de naalden ben ik weer een beetje bij de les. Ik laat mijn hondje uit. Het is afschuwelijk zuur en koud weer. Bah. Tegen de tijd dat ik weer in Leiden ben ben ik helemaal verkleumd. Ik moet vanavond mijn werkkamer opruimen, morgen komt de dame van de belastingbonnetjes. Helaas kan ik niet meer bewegen.

Zo zit ik dan de hele avond onrustig op de bank. Te moe om te slapen. Mijn lijf stuitert alle kanten op. Mijn hoofd is ook niet rustig. Ik moet zoveel en niks lukt. Ik ben te moe om te koken, te moe om te eten, te moe om te slapen…..

Pas laat val ik in slaap en de volgende ochtend om zeven uur gaat de wekker alweer. Brakjes ga ik in mijn werkkamer aan de slag. Ik stop alle kleren in de kast. Sorteer schoenen. Zoek post bij elkaar. Jakker een stofzuiger door de ruimte.

Om een uurtje of half elf ga ik naar mijn huisarts. De man loopt altijd uren uit, dus ik zit verplicht een uur stuk te slaan met niksen. Terwijl mijn hele huis op zijn kop staat……

In de wachtkamer schrijf ik aan een blogje. Een kind van anderhalf is niet bij met weg te slaan. Zijn olijke koppie zit onder de waterpokken. Ik maak geintjes met het ventje. Hij drukt met zijn kleverige knuistje op mijn tablet en het onaffe verhaaltje vliegt online……

Uiteindelijk kom ik met mijn waslijst bij de dokter. ‘Lang geleden, Heks, dat ik je gezien heb,’ lacht hij me toe. Ik kom twee keer per week bij het therapeuticum, maar niet bij hem persoonlijk. Maar nu heb ik toch echt een heleboel vragen.

Je moet wel lang wachten voordat je aan de beurt bent bij deze huisarts, maar hij neemt wel altijd alle tijd voor je. Vandaag moet ik onder andere een paar verwijsbrieven, een verklaring voor de verzekering over bepaalde medicatie en tot slot allerlei akelige bloedonderzoeken aanvragen. Dat is de ellende van een ontrouwe partner. Je kunt van alles oplopen. Daar pluk je dan later de zure vruchten van. Als je pech hebt nog jaren….

Welnu. Wat een week. En nog is het niet gedaan. Ook de dagen hierna moet ik vol aan de bak. Met een koortsig vermoeid lijf en een tobberig vol snothoofd.

‘Toch gaat het de goede kant op met me,’ beweer ik tegen Frogs, ‘Ik ben weer regelmatig heel lekker aan het koken! Dat is een goed teken, want lekker koken is alleen mogelijk met liefde in je hart. Een half haar geleden heb ik een keertje zo smerig gekookt, Zwaan kwam toen eten. Ik zat helemaal niet lekker in mijn vel en dat was goed te proeven: Zouteloos verdriet en smakeloze bitterheid maakten het opeten van dit gerecht een ware beproeving.’

‘Ik had natuurlijk veel eten over en dat zat nog in de vriezer. Ik heb het allemaal weggeflikkerd. Weg met die akelige nasmaak van moeilijke tijden! Want er komen betere tijden, ik voel het aan mijn hekseneksteroog!’

Heks en Zwaan samen op stap in oerHollands landschap. Het komt me nog bekend voor ook. Verrek! Ik ben hier al eens eerder geweest. In minder goed gezelschap weliswaar en ook zat alles toen tegen…… realiseer ik me achteraf.

Woensdagmorgen smijt ik wat kleren in een koffer, pak mijn tandenborstel en haarborstel in, grijp wat spulletjes voor Ysbrandt bij elkaar: We gaan een dagje op stap met Zwaan. Ze heeft ons uitgenodigd om een nachtje in een hotel te logeren.

Rond het middaguur belt mijn vriendin aan. We duiken eerst nog even een outlet in. Hier pal om de hoek. Natuurlijk vind ik weer twee perfecte jurkjes voor bijna niets. Zwaan koopt een wollen vest voor haar beste vriend.

In de loop van de middag arriveren we in Lekkerkerk. We logeren in het enorme Fletcher hotel de Witte Brug. Onze kamer vinden is een hele opgave, het gebouw is een doolhof! Maar wat een mooie kamer. Groot genoeg voor een heel gezin.

Nadat we onze spullen hebben gestald gooi ik een kleedje op tafel. We eten we een broodje en drinken thee. ‘Kom, dan gaan we lekker met het Varken wandelen…!’ Even later zitten we in de auto richting een interessant wandelgebied. ‘Neem het pontje, dat is ook heel leuk om te doen!’ adviseert de receptioniste ons.

Eenmaal aan de andere kant van de Lek herken ik opeens het landschap. Hier ben ik een tijdje geleden ook geweest! ‘Volgens mij staat hier ergens het ‘Huis van Zessen”, mompel ik half in mezelf. En ja hoor, net op dat moment rijden we er langs.

Een stukje verder parkeer ik mijn kanariepiet langs de dijk. We lopen het prachtige Hollandse landschap rond Kinderdijk in. Bomvol molens! ‘Goeie hemel,’ zeg ik tegen mijn maatje, ‘Het zijn er veel meer dan ik me herinner!’ Don Quichot zou zijn hart kunnen ophalen hier!

We bezoeken een kaasboerderij  ‘BioKaas Kinderdijk‘ waar we toevallig langskomen. De uitbater is een vriendelijke man. Trots op zijn product. ‘Onze kazen zijn volstrekt vegetarisch. We gebruiken geen stremsel uit de lebmaag van kalveren!’ Zwaan koop yoghurt en kaas. Heks ziet het met lede ogen aan. Alle hier uitgestalde producten zijn voor mij verboden gebied tot mijn verdriet….

‘Je kunt onze producten ook in Amsterdam kopen,’ vervolgt de man zijn verhaal. Hij geeft Zwaan het adres. ‘Het is ongelofelijke lekkere kaas, Heks,’ vertelt ze me een dag later.

Even later wandelen we door de polder. Het is ijzig koud intussen, ondanks het zonnetje. Een gemene wind snijdt zich een weg door de kieren en spleten in onze winterjassen. Maar wat is het hier mooi! Echt fantastisch.

Een uurtje later rijden we weer langs de dijk. ‘Kijk, hier heb ik met een ex ons 1 jarig bestand gevierd. In een snackbar….’   Ik wijs op een glazen frietkot langs de weg in een klein plaatsje langs de Lek. Lekker romantisch. Met kleffe frietjes….. Moest ze zelf betalen natuurlijk. Zoals ik alles eeuwig en altijd zelf moest betalen bij die knakker. En vaak ook nog voor hem….. De benzine van dat uitje stond bijvoorbeeld al op mijn rekening. Zoals meestal het geval was.

We draaien Alblasserdam in op zoek naar een restaurant. Om de hoek van de friettent is een Chinees restaurant, ‘China Town‘. We worden gastvrij ontvangen door een ongelofelijk aardige jongeman. Ondanks zijn jonge leeftijd runt hij dit restaurant met vaste hand. De kaart is geweldig en bovendien staat bij elk gerecht vermeld welke allergenen er in zitten! Binnen mijn wensen en mogelijkheden wordt een menu samengesteld. Fantastisch!

In no time staat de tafel vol met heerlijk eten. Mijn Tippan gerecht wordt ter plekke geflambeerd. Het is overheerlijk en zoveel dat Varkentje onder de tafel ook een hele goeie dag heeft……

‘De groenteschotel krijgt u van het huis,’ zegt de gastheer als we om de rekening vragen. Als we die dan uiteindelijk krijgen kunnen we nog niet geloven dat de man niets vergeten is….

 

‘Ongelofelijk,’ zeg ik tegen Zwaan op de terugweg naar ons hotel, ‘Toen ik met die ex hier was ging alles mis. Ik liep natuurlijk weer aan de kar te trekken, zoals gewoonlijk. Ik heb dat ‘Huis van Zessen’ voor hem opgesnord op internet, ondanks zijn gescheld op smartphones…. Sinds hij er zelf eentje heeft zijn ze plotseling wel OK overigens. Meuh….’

‘Vervolgens konden we die vermaledijde molens niet vinden. Achteraf gezien bizar. Want we stonden er ongeveer met onze neus bovenop! En ook een fatsoenlijk restaurant zat er niet in die dag. Zo vierden we ons jubileum op een hopeloze plek met smerig eten….. Op een steenworp afstand van de geweldige Chinees waar we vandaag te gast waren. Typisch.’

Natuurlijk heb ik van die dag destijds toch een mooi verhaal gemaakt. Gewoontegetrouw.

’s Avonds gaan we lekker een uurtje de sauna van het hotel in. Er liggen slippers, handdoeken en een dikke badjas klaar. Super de luxe natuurlijk, zo’n privé sauna. Eenmaal terug op de kamer kunnen we onze ogen nauwelijks open houden. Heks hangt ondersteboven uit het raam en rookt medicinale weed, terwijl Zwaan al op 1 oor ligt.

Ik krijg meer spierpijn van mijn moeizame positie dan dat het voordeel oplevert, dus ik kruip ook in bed. Alles doet zeer natuurlijk, na zo’n dag. Het duurt dan ook eventjes voordat ik in slaap sukkel. Al die tijd ligt Ysbrandt lekker tegen mijn handen te knuffelen. Hij vindt het superleuk dat hij zo op de grond naast mijn hoofd kan slapen. Normaal gesproken ligt hij aan het voeteneind!

De volgende dag maken we nog een gigantische wandeling. Het is een prachtige omgeving. Aan het eind van de middag koers ik huiswaarts. Ik zet Zwaan af op het station. Het waren heerlijke dagen, we hebben elkaar de oren van het hoofd gekletst en Heks is doodmoe natuurlijk.

’s Avonds sluit zich een virus aan bij mijn vermoeidheid. Mijn keel begint pijn te doen en ik raak mijn stem kwijt…. De grote zwakke plek van MEpatiënten. Dat betekent de komende dagen absolute bedrust, want ik wil volgende week wel in de Mattheüs Passion meezingen!

 

Heks baalt van woningcorporatie Portaal. Ze dient een klacht in. Resultaat: Hoorzitting met Geschillencommisie. Gelukkig verwacht ik er helemaal niets van. En dan valt het nog tegen! Wordt vervolgd…..

Woorden aaneenrijgen tot zinnen. Zin geven hieraan, ook al is het onzin. Een verhaal verzinnen. Die vervolgens uit je duim zuigen of gewoon uit je mouw schudden. Gevolgd door een aap.

Dinsdagavond word ik op het matje geroepen bij Portaal, althans, daar lijkt het op. In werkelijkheid ben ik te gast bij de Geschillencommissie. Na de frustrerende toestanden rond mijn intussen min of meer gereanimeerde lijk van een verwarmingsketel heb ik een paar vette klachten ingediend: Met name over de houding van de medewerkers van Portaal.

Ze hebben me laten barsten, de telefoon op de haak gesmeten: Ik zat in de kou, soms wel een week achter elkaar, maar wat hun betreft kon ik de rambam krijgen. En nu beweren zij dat ik me niet netjes gedragen heb!

Het klopt dat ik een keertje wanhopig steeds harder ben gaan praten, na een weekend in de kou en een stuk of twintig telefoontjes hierover. Waarvan meer dan de helft in het proces van doorverbinden werd afgebroken. De medewerkers van Portaal zijn over het algemeen te dom om op het juiste knopje te drukken, althans, daar heeft het alle schijn van. Het is de enige verklaring voor dit verschijnsel.

Een vriendin van me was een keertje getuige van dit proces.  Heks belde Portaal, moest door zich door een walgelijk keuzemenu vreten naar de juiste medewerker. Gevolgd door een fikse wachttijd natuurlijk.

Telkens als ik dan eindelijk iemand aan de lijn kreeg moest ik het hele verhaal van voren af aan opnieuw volledig uit de doeken doen. Ze kunnen blijkbaar ook niet lezen wat er in de computer staat. Of de stumpers schrijven niets op…..’Oh, ik verbind u even door met de volgende kwezel….’ Vervolgens drukken ze op het verkeerde knopje: En je ligt er weer uit en kunt opnieuw beginnen…..Mijn maatje was werkelijk verbijsterd…..

Een andere verklaring zou natuurlijk zijn, dat ze de telefoon er in mijn geval gewoon opsmijten omdat ik een kruisje achter mijn naam heb. Een idiote gedachte natuurlijk. Maar na het bijwonen van deze vergadering begin ik ernstig te twijfelen of die gedachte nu zo gestoord is of de medewerkers van Portaal.  Ik neig intussen naar het laatste…..

Stipt om zeven uur ben ik op het Leidse kantoor van dit hopeloze woningbouwclubje. De portier neemt me mee en stelt me voor aan twee mannetjes van Portaal. Ik krijg een hand van de ene, de ander negeert me volledig. Hij pakt in plaats van mijn hand zijn telefoon. Merkwaardig. Wat een onbeschoft heerschap, deze onverzorgde vent. Of vergis ik me? Doet hij het niet expres?

Hij doet het expres. Gedurende de gehele avond kijkt deze lompe kerel me niet één keertje aan. Deze wijkopzichter of iets dergelijks. Iemand met een centrale positie. Je kunt er moeilijk omheen. Letterlijk ook in dit geval. Hij zit erbij als een enorme zoutzak en liegt door zijn tanden.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Aan de kop van de tafel zit de commissie bestaande uit drie mensen. Een jongeman, die onbegrijpelijke vragen stelt. Hijzelf vindt ze heel slim, maar mij ontgaat waarom je in godsnaam wilt weten wat ik in mijn dagboek schrijf.

In het midden zit een oudere man, die dolgraag aan het woord is. Hij doet patriarchaal tegen me. Zegt ook al van die rare dingen, ik heb een voorbeeld genoteerd. ‘Uw beleving met uw ketel is natuurlijk heel anders dan de beleving van Portaal.’ Ik snap achteraf nog steeds niet waar dat nu over ging, maar de man raakt behoorlijk geïrriteerd als ik hem vraag waar hij het in godsnaam over heeft.

Toch moet ik het een beetje van hem hebben, goddank is hij niet vijandig. Wel stom vaderlijk. Bah bah, wat is dat toch een irritant verschijnsel, dit soort types op relevante plekken.

Natuurlijk zit er een dame te notuleren. Zij moet haar mond houden, toch beweert ook zij iets ongelofelijk stoms: Een slechte ketel heeft geen invloed op je verbruik. Dus het feit, dat ik idioot hoge rekeningen heb heeft niks te maken met het lijk in mijn gangkast.

Tot slot zit er nog een dame in de commissie. Zij is helder van geest en goed van de tongriem gesneden. Als de opa in het midden haar even laat uitpraten en het snotjong haar niet onderbreekt, dan mag zij ook iets zeggen. Halleluja!

Opvallend ook weer, dat de mannen mogen uitpraten en niet geïnterrumpeerd worden, maar dat geldt voor de vrouwen niet. Heks wordt de mond gesnoerd, maar ook de vrouw in de commissie komt er nauwelijks tussen. De typgeit mag al helemaal niet blaten. De volgende keer ga ik een geluidsopname maken!

Portaal heeft dus die lompe morsige kerel en een frisse vriendelijk ogende jongere man als afgevaardigden. Good cop and bad cop. Good cop voert het woord. Hij kijkt me wel aan met koele observerende ogen. Zijn doelstelling is duidelijk. Ontkennen, ontkennen, ontkennen.

Heks heeft geen idee, wat er van haar wordt verwacht. Ik heb überhaupt weinig verwachtingen  van deze avond. Toch is het goed, dat ik er heen ben gegaan. Als de lijstjes met telefoontjes van Heks aan Portaal en de verrichtingen van de verwarmingsfirma Visser op tafel komen, blijkt Portaal voor het gemak de helft te hebben geschrapt. Of ze hebben de helft niet genoteerd. Ik heb nauwelijks gebeld. En alles is direct prima opgelost. Volgens hen.

Heks vertelt een ander verhaal. Het wordt direct in twijfel getrokken. Maar pech voor hen: Ik kan wel wat telefoonlijstjes aanleveren. En alle data dat de verwarming het niet deed. Gewoon eventjes mijn blog raadplegen.

Over dat laatste heb ik het maar niet. De jongen van de Commissie zit te vissen wat ik allemaal zoal schrijf. Gaat hem geen zak aan. Ik heb het helemaal gehad met mensen, die zich bemoeien met wat ik schrijf.

De man van Portaal, die het woord voert zou een goed politicus zijn. Heel veel dingen weet hij niet, of hij heeft daar geen zicht op. Of het is hem niet bekend. Of hij kan daar weinig over zeggen. Hoe de klachtenprocedures bij Portaal werken? Hij heeft geen idee. Hoe lang de huidige verwarmingsfirma in dienst is? Het is hem onbekend. Hoe lang de vorige firma de boel heeft kunnen belazeren? Hij heeft geen flauw benul.

Hoe het mogelijk is dat mijn telefoontje nergens terug te vinden zijn, laat staan de bezoekjes van de firma Visser? Het is volgens hem niet mogelijk. Hij zegt het niet, maar wat hem betreft zit Heks gewoon te liegen!

De patriarch van de Geschillencommissie spreekt zeker acht keer zijn twijfel uit over mijn verhaal: ‘Mocht het waar blijken te zijn, stel dat u echt gebeld heeft, stel dat Visser echt zo vaak geweest is….’ Zulke dingen zegt hij niet over de medewerkers van Portaal….. Frappant.

Toch begint het uiteindelijk bij de commissie door te dringen, dat er veel in het verhaal van Portaal niet klopt. Ze stellen voor de zaken wat dieper uit te spitten en nog een keertje bij elkaar te komen.

‘Mevrouw Toverheks huurt een woning bij jullie, zij betaalt huur aan jullie. Jullie zijn dus verantwoordelijk voor de staat van het huis. Als er problemen zijn moeten JULLIE dat oplossen. Niet mevrouw zelf en ook niet de firma, die jullie vervolgens inhuren. Als die lui een wanprestatie leveren, zijn JULLIE verantwoordelijk. Niet mevrouw Toverheks.’

Uiteindelijk mogen wij om beurten nog iets zeggen tot slot. Ik luister naar het gelieg en gedraai van de Mannetjes van Portaal. Dan lap ik de lomperik erbij: Ik vertel hoe hij een keertje gewoon de hoorn op de haak heeft gegooid, nadat hij mij belde. Volgens hem zat ik te schreeuwen, maar toevallig had ik een getuige op dat moment. Frogs zat naast me.

Daar heeft de hork niet op gerekend! Wat een pech. De ellendeling heeft me een nieuwe ketel beloofd en vervolgens heeft hij me laten barsten. ‘ Ik heb nu geen zin om met u te praten.’ Nadat hij mij belt….. Het is een domme leperd. Hij liegt dat hij uit zijn dikke pens barst. Onsmakelijk gewoonweg.

Zo ga ik met een vieze smaak in mijn mond naar huis. Gelukkig verwacht ik sowieso al niks van deze hopeloze club. Toch ga ik lekker door met klagen. Laat ze het maar Spaans benauwd krijgen, die leugenachtige mannetjes. Ik ga lijstjes produceren en data tevoorschijn toveren.

Desnoods laat ik geluidsopnames opvragen van mijn vermeende onbehoorlijke geschreeuw aan de telefoon. Die bestaan niet. Ik heb een keertje met stemverheffing gesproken. Volledig terecht volgens de dame van de geschillencommissie. ‘Als ik zo was behandeld door u was ik ook kwaad geworden aan de telefoon,’ kregen de Mannetjes naar hun kop.

Over een aantal weken krijgen we nog een hoorzitting. Ik ga zelf ook gewoon iemand meenemen, die er als een zoutzak en hork bij gaat zitten. Ha! Ik zal ze krijgen, die leugenaars van Portaal!

©Toverheks.com

©Toverheks.com

In je blote kont om een flatgebouw rennen en je doel verplaatsen. Jezelf niet meer verdedigen door een ander gewoon gelijk te geven….. Kortom: Schijt hebben aan wie wat dan ook maar over je zegt of denkt. ‘Heks, wat in iemands kop zit kun je niet veranderen! Maar je moet wel je helende handjes laten wapperen…..’ Consult bij paragnost Peter van der Hurk deel 1!

Woensdagmorgen sta ik op tijd op. Vandaag gaat het me niet gebeuren, dat ik vertraging oploop door een kotsende hond of brakende kat! Ook files mogen geen kans krijgen om roet in het eten te gooien. Ik wil op tijd zijn voor mijn afspraak met de paragnost!

Vier minuten later dan gepland stap ik in de auto. Helemaal niet gek voor mijn doen. Ik ben ruim een half uur te vroeg vertrokken, dus op tijd zijn voor mijn afspraak moet gaan lukken. Dat staat vast. Geen twijfel mogelijk. Ik voel het op mijn klompen, aan mijn water en mijn stekende hekseneksteroog!

Als ik de Mare op draai met mijn piepkuiken bots ik bijna tegen mijn heksenvriendinnetje Fiederelsje op. Wat een toeval toch weer! Ik draai mijn raampje open: “Ik ben op weg naar Peter van der Hurk, ik ga eindelijk antwoorden krijgen op heel veel vragen!’ Mijn vriendin steekt haar eierkopje naar binnen en geeft me een zoen. ‘Heel veel plezier, lieve Heks, geniet ervan!’

Op mijn gemak rijd ik naar een dorpje van niets in het Westland. De weg is rustig. Het weer is grauw. Er waait een snijdende wind. Mijn auto schudt heen en weer door plotselinge windstoten. Varkentje ligt doodstil naast me op de grond. Hij houdt niet van autorijden. Hij gaat graag mee met de vrouw, waar dan ook naar toe. Maar hij zal nooit zijn kop uit het raam steken onderweg. Laat staan uit het raam kijken…..

Omdat ik zo vroeg ter plekke ben heb ik alle tijd om een uitgebreid rondje met Ysbrandt te lopen. Dan ga ik op zoek naar het adres. Een heel gewoon flatgebouw aan een gezellig plein. Er is markt vandaag. De kraampjes staan in rijen opgesteld. De oerhollandse geur van haring en stroopwafels slaat me in het gezicht.

Als ik aanbel bij de flat neemt een buurvrouw me mee naar binnen. Natuurlijk weet ze wie haar beroemde buurman is, ‘maar echt kennen doe ik hem niet hoor,’ besluit ze haar betoog.

Nog steeds te vroeg bel ik aan. ‘Geeft niks, kom maar binnen hoor, ‘ hoor ik een stem op de achtergrond, als zijn vrouw de deur opent. Even later zit ik tegenover deze beroemde paragnost. De zoon van de ooit minstens zo befaamde paragnost Peter Hurkos. Hij kijkt me vriendelijk aan. Zijn eega Mary brengt ons een koppie koffie. We praten eventjes over koetjes en kalfjes.

Dan vraagt hij om een foto van mezelf. Wat stom. Ik heb allerlei afbeeldingen bij me, maar geen enkele van mezelf. ‘Jawel joh, je paspoort, rijbewijs?’ Niet veel later wrijven zijn vingers over het piepkleine boeventronieachtige pasfotootje in mijn paspoort. ‘Eerst ga ik even je fysieke gezondheid na.’ In een sneltreintempo loopt hij mijn lichaam langs en maakt rake opmerkingen over hoe het met mijn lijf gesteld is.

Geen alarmerende dingen, behalve een hopeloos immuunsysteem. Gespannen nek en rug. En nog wat mankementen. Niets echt akeligs in elk geval. Daar ben ik blij om, want MEpatiënten ontwikkelen nogal eens één of andere vorm van kanker als bijverschijnsel van hun ziekte. Daar hoef ik voorlopig niet bang voor te zijn, dunkt me! Het reguliere medische circuit checkt dat nooit. Voor hen zijn wij nog steeds psychiatrisch patiënt…..

Het verhaal gaat plotseling over van de puur fysieke kant van mijn gesteldheid naar mijn mentale en emotionele welzijn. De man tegenover mij praat en praat. Hij heeft een verrukkelijk Haags accent. Zonder omhaal van woorden vertelt hij me hoe ik mijn leven lang voor anderen heb geleefd, hoe ik heb lopen zorgen en pleasen en hoe zat ik dat ben. ‘Je hebt er genoeg van, je hebt nergens zin meer in,’ beweert hij.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

 

Hoe is het mogelijk? Hij slaat de spijker precies op zijn kop. Er volgt een lang betoog over hoe ik me niet langer moet verdedigen tegenover allerlei lieden, die zelf te dom zijn om voor de duvel te dansen.

‘Je trekt je ook veel te veel aan van wat anderen van jou vinden. Dit uit zich door jezelf te bewijzen, maar ook door jezelf te verdedigen voor van alles en nog wat. Maar als mensen iets in hun kop hebben haal je dat er toch niet uit. Ik geef zulke types altijd direct gelijk.’

‘Stel je voor dat ik met jou op een terras wat zit te drinken. Belt zo’n figuur me op met een smoes. En dan begint ‘ ie van: “Ik heb je wel zien zitten met die langharige brunette. En het was niet je vrouw!’ “Inderdaad , zeg ik dan, je hebt helemaal gelijk, ik ben ff lekker aan het vreemdgaan.” Onzin natuurlijk, want als ik dat zou willen ga ik toch niet open en bloot op een terrasje zitten… Hahaha.’

‘Door je te verdedigen geef je heel veel macht aan zulke hele domme mensen. Want je gaat mee in de gekte in hun hoofd.’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

 

‘Kijk, ik zal je nog een voorbeeld geven: Stel dat ik zin heb om in mijn blote kont om dit flatgebouw te rennen. Dus ik kleed me uit en ren een rondje en er zijn twee buurvrouwen die het zien. De ene moet lachen, ‘Ga je lekker Peet?’ , maar die ander belt de politie. Dus die komt. ‘Hebt u dat gedaan?’ ‘Ja’. Of ik het niet meer wil doen, want die ene vrouw heeft zich eraan geërgerd….

©Toverheks.com

©Toverheks.com

 

Maar de volgende dag wil ik weer in mijn blote kont om de flat rennen. Dan moet ik één ding doen: Kijken of die lastige buurvrouw voor het raam staat. En zo ja? Dan verplaats ik mijn doel: Dan ren ik gewoon om dat gebouw daar in de verte heen! Jij zou dat niet doen, jij gaat in de verdediging. Moet je niet doen, Heks!’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Jij bent anders Heks, altijd al geweest. Als kind had je al vreemde ideeën. Je was een buitenbeentje in jullie gezin. Je werd niet echt begrepen. Net als ik overigens. Jij kunt ook hetzelfde als ik, alleen kan jij er ook bij genezen. Met je handen. Dat moet je gewoon gaan doen. Laat al die  mensen die altijd met hun problemen bij jou komen er maar voor gaan betalen!’

Het uur vliegt voorbij, terwijl de tijd ook stil lijkt te staan. In opperste concentratie praat mijn gespreksgenoot verder. Hij geeft me goed inzicht in hoe ik in relaties heb gefunctioneerd. Hoe ik mijn best heb gedaan om het iedereen naar de zin te maken. Hoe ik voor anderen doe wat ik niet voor mezelf zou doen. Maar ook hoe weinig mensen me echt kennen……

‘Jij wordt vaak heel verkeerd ingeschat. Je bent een prachtige vrouw met een schitterend voorkomen en een heel sprekend gezicht. Zelfs als je een jutezak aantrekt ben je nog beeldschoon! Je komt heel krachtig en evenwichtig over. En warm. Je trekt mensen aan als een magneet. Ze zoeken geborgenheid bij je. En iedereen is altijd welkom, ook de meest vreemde en rare types, je kent ze wel: Mensen die uit de poppenkast zijn gevallen.’

Ja, ik ken het. Heks sluit niemand buiten. Nooit. Iedereen is mijn partner immers…..

‘Veel mensen zeggen dat ze van je houden, maar ze lullen maar wat. Ze kunnen net zo goed zeggen dat ze van lekker eten houden. Of van een paar nieuwe schoenen. Als jij zegt dat je van iemand houdt komt dat uit je hart. Jij voelt echt liefde dan. Dat is een groot verschil. Ook in liefdesrelaties zoek jij een echte ouderwetse complete verbinding. Maar je hebt altijd gesetteld voor iets wat er niet in de buurt komt!’

‘Jij hebt ook zo je grenzen en veel pijn als mensen eroverheen gaan…. Maar als jij aangeeft dat je iets niet kunt of wilt geloven mensen je gewoon niet. Ze vinden eigenlijk dat je het gewoon allemaal maar wel moet doen. ‘Dat doet ze uiteindelijk toch wel’ denken ze dan. Ze pikken het ook niet als je niet doet wat ze willen, dan breekt de pleuris uit! Gewoon schijt hebben aan al die mensen!’

Schijt, schijt, schijt aan iedereen is het advies. Meuh! Ik hoop dat het me bevrijdt, want ik raak wel erg veel kwijt de laatste tijd……

billenfluisteraarbillenfluisteraarbillenfluisteraar

Overigens bestaat er ook een vorm toekomst voorspellen door het lezen van billen……

Heks is het zat. Ze wordt eindeloos op het verkeerde been gezet en pootje gelicht door een Liegbeest. Ze wil de waarheid en niets dan de waarheid, maar Jokkebrokken malen nu eenmaal niet om eerlijkheid. Die zijn alleen maar bezig met het redden van hun eigen leugenachtige smoelwerk van gezichtsverlies….. Dus maak ik een afspraak met een paragnost. En niet de eerste de beste: Peter van der Hurk!

Heks is een kreng en een bitch! Oeps! Sorry dat ik niet de toegewijde liefhebbende persoon ben, die jij als medemens verdient! Ik moet nog veel leren….. Wijze lessen van een ‘eenvoudige’ 😉 man: Consult bij paragnost Peter van der Hurk deel 2!

 

 

Dagje Indiaas zingen met Dhrupadbitches draait uit op een verrukkelijke eindeloze privéles! Heks zingt de sterren zodanig rond van de hemel, dat ze promoveert van balkende ezel naar zangeres! Niet gek. Ik hoop dat ik ook op andere gebieden snel ezel af ben…..

‘Lieve juf, we hebben toch morgen een lesdag Indiase zang? Ik kan de mail met data niet meer vinden….’ sms ik zondagmiddag naar onze opper-Dhrupadbitch. Het duurt eventjes voordat ik antwoord krijg. Juf is niet zo multimedia minded. ‘Jazeker, maar bijna niemand kan. We zijn maar met z’n drietjes! Geeft niks. We gaan gewoon lekker zingen.’

‘Ik kom!’ schrijf ik terug. Zodoende kruip ik vroeg in mijn bed, slaap helaas slecht en schrik na een doorwaakte nacht toch wakker uit een diepe slaap… Brakjes organiseer ik mezelf de auto in. Redelijk op tijd arriveer ik in Barendrecht. Juf staat al op de uitkijk. ‘Je bent de enige vandaag!’ roept ze vrolijk, ‘Lekker he, krijg je alle aandacht!’ Snel ruimt ze de muziekkamer een beetje op. ‘Kom, dan gaan we eerst maar eens koffie drinken….’

We stommelen de trap op naar de gezellige keuken. Met dampende koffie voor onze neus wisselen we de laatste nieuwtjes uit. We hebben elkaar een half jaar niet gezien! We hebben allebei van alles meegemaakt, dus onze monden staan niet stil.

Dan dalen we weer de trap af naar die magische gewijde ruimte vol Tampoera’s en Pakhawajs. Juf begint te spelen. Onze stemmen voegen zich in het gordijn boventonen, dat zich uit de Tampoera losmaakt. ‘AAAAAAAAAaaaaaaaaa’ brommen we steeds lager. Mijn stem zakt in mijn borstkas, doet mijn hele lijf zachte vibreren. Naar nog lagere regionen volg ik de toon. Soms ontglipt ‘ie me, dan pak ik em iets hoger weer op en glijd opnieuw naar beneden. Tot de diepst haalbare klank zich ontspannen in me opent.

©Toverheks.com

De tijdloze tijd verstrijkt terwijl wij in klank verstillen. Af en toe wisselen we een blik. Glimlachen verrukt naar elkaar. Het is toch zo heerlijk om te doen! Soms zitten we minuten lang met gesloten ogen en proeven de klanken, riedels boventonen, muziek.

Aansluitend zingen we nog wat oefeningen en daarna wandelen we met Ysbrandt langs de dijk. Het is stralend weer. Lenteachtig. Je proeft de belofte van nieuw leven in de lucht. Mijn hondje vliegt enthousiast achter een bal aan.

Later kookt juf een pan verrukkelijke Dahl. We smikkelen en smullen. ‘Ik eet niet te veel hoor, want dan word ik zo slaperig,’ beweert mijn vriendin halverwege. ‘Ik ook niet,’ antwoord ik, terwijl ik nog een bordje op schep. En ook juf zit alweer met een nieuw bord van dit goddelijke voedsel voor haar neus.

Natuurlijk zijn we sloom en slaperig na dit feestmaal. Een straf bakkie koffie wekt ons weer toe leven. ’s Middags zingen we de alaap van Chandrakauns. Dat is het inleidende deel van deze compositie. Zonder enigerlei tekst van betekenis, maar met louter onzinwoordjes. Hierin verken je als het ware de muzikale mogelijkheden van de raga. Juf zingt voor en ik volg. Lekker. Ik hoef helemaal nergens aan te denken. Gewoon zingen. Rondzingen. De hele weg zingen. Overgave aan mijn stem in dit moment.

‘Heks, je bent echt heel goed aan het zingen. Ik hoor je helemaal niet meer balken als een ezel. Aan het eind merk ik wel dat je moe word. Maar je bent ongelofelijk vooruit gegaan, zelfs nu je een tijdje niet bent geweest. Zo zie je maar, dingen moeten ook indalen. Je hebt je dat rondzingen en verbinden eigen gemaakt!’

Heks zit trots te glimmen. Ik ben tot zangeres gepromoveerd en ezel af! Wat een heugelijke mededeling. Ik hoop dat deze promotie ook voor andere gebieden in mijn leven op gaat. Het feit dat ik me zo menig maal aan dezelfde narcistische steen heb gestoten, iets wat een gemiddelde ezel in het gemeen nooit zou presteren, heeft me in mijn treurige optiek helaas tot mega ezel bestempeld.

Na de alaap zingen de eerste zinnen van de compositie. Alleen die eerste zinnen. Eindeloos. Als we ophouden zegt juf: ‘Bij mijn leraar in India doe ik hier gerust een hele dag over. Alleen maar de eerste zinnetjes. Herhalen, herhalen.’ Ze grinnikt. Ik weet het: Daar kunnen wij ons niets bij voorstellen. Dat is hele andere koek…..

Later loop ik nog een grote ronde met Ysbrandt voordat ik weer naar huis rij. Wat een heerlijk dagje. We gaan dit vaker zo doen. Zingen, kletsen, beetje wandelen. Lachen en genieten. Ik heb de beste en liefste zangjuf ooit!

Voorlichtingsavond over hooggevoeligheid in de Vredeskerk te Leiden. Georganiseerd door Rivierduinen. Klinkt allemaal heel rustgevend: Niets is minder waar! We worden overspoeld door informatie. Heks beleeft prikkelende avond met veel hoog sensitieve personen. Lange tenen, gevoelige oortjes, voelsprieten tot in het heelal? Hier kan dat allemaal…..

Maandag aan het eind van de middag schuift Steenvrouw aan voor een lekker bordje Dahl. We gaan vanavond samen naar een voorlichtingsavond over hooggevoeligheid. Mijn vriendin kwam ermee op de proppen. Precies op het goede moment blijkt. Zelf zou ik niet op het idee zijn gekomen om naar iets dergelijks op zoek te gaan.

Ruim op tijd arriveren we ter plekke. We worden ontvangen met foldertjes en posters over het onderwerp. Er blijkt veel meer onderzoek naar gedaan te zijn, dan ik me bewust was. Het lijkt bijna een hype!  De avond is druk bezocht. Het zaaltje zit bomvol mensen met lange tenen, een gevoelige radar en supersensitieve voelsprieten.

Een jonge vrouw, Eva Pama, geeft de voorlichting. Ze is zelf hooggevoelig. Daarnaast is ze psychologe.

Als je hooggevoelig of hoogsensitief bent, voel je je vaak anders dan de meeste mensen. Je wordt met hooggevoeligheid geboren; regelmatig blijkt dat één van de ouders ook hooggevoelig is. 

Hoogsensitieve mensen verwerken prikkels van buitenaf anders dan de meeste mensen. Opvallend is bijvoorbeeld dat deze mensen meer gevoelig zijn voor details en daardoor meer prikkels te verwerken hebben. Mensen met hooggevoeligheid kunnen erg sterk reageren op prikkels uit de omgeving. Dat kan een reactie op een hard geluid zijn, maar ook een fel licht of een sterke geur kan daarvoor zorgen. Naast de reguliere zintuiglijke waarneming, voelen hoogsensitieve personen emoties, sfeer en spanningen van andere personen bijzonder goed aan. 

We krijgen de nodige informatie te verwerken. Spread sheets. Een Power Point presentatie. Een afschuwelijk filmpje over de prikkels, die we zoal te verwerken krijgen als HSPer…… Alleen het zien ervan maakt me al misselijk…… Na een uurtje ben ik zo moet als een hond. Ik ben niet de enige blijkt! Gelukkig krijgen we een kleine pauze.

Het blijkt dat die hooggevoeligheid gewoon een erfelijke eigenschap is: Het zegt niets over je persoonlijkheid. Het is een kwestie van bedrading…. Ons zenuwstelsel pakt meer prikkels op. Ook kunnen we meer prikkels verwerken, er lichten veel meer grijze gebieden in onze hersenpan op dan bij de gemiddelde mens, maar daar zit natuurlijk ook de crux: Dat heeft meer tijd nodig. Zonder nieuwe prikkels…..

Over het algemeen loopt dit hooggevoelige volkje over van empathie. Toch kunnen overprikkelde HSPers  hele vervelende mensen worden. Ook bestaan er varianten die het in hun jeugd in dat opzicht dermate slecht hebben gehad, dat dit vermogen als het ware vervormd is. Een op zich prima eigenschap is dan tegen gaan werken……

Heks weet er alles van. Ik ben al mijn hele leven bezig om mezelf meer af te schermen tegen de buitenwereld. Maar ik herken uit mijn verleden ook wel de extraverte variant die zich kenmerkt als zogenaamde Thrillseeker: Juist het opzoeken van prikkels geeft meer controle hierover. Die vlieger ging bij mij zo lang op tot ik volledig uitgeput raakte…..

Achterin de zaal zit een man in vloeiend Leids scherpe vragen af te vuren. Als ik me omdraai zie ik zijn verbeten gezicht. Hij heeft een vuurrode huidcomplexie gecombineerd met een roodgeblokt houthakkershemd: Vrij veel prikkels…….

Als het gaat over de onmogelijkheid voor een HSPer om onder een baas te werken, die zijn autoriteit niet draagt roept hij: ‘De meeste managers zijn narcisten. Daar kun je helemaal niks mee.’ De zaal ligt dubbel en ook Eva Pama moet lachen.

 

Maar hij heeft waarschijnlijk wel gelijk. Uit wetenschappelijk onderzoek is al lang gebleken dat een groot deel van de bestuurders hoog scoort op persoonlijkheidskenmerken van een psychopaat! Narcisme is daar een voorloper van….. Worden al die bonussen en topsalarissen opeens begrijpelijk: Werk van een gevoelloze gek!

Ook later die avond komt de man terug op het fenomeen narcisme en de onmogelijke combinatie met een HSPer. ‘Een narcist houdt van niemand, die weet niet wat liefde is. Dan blijf je nergens met al je empathie.’ Dat is zo. Voor ons type zijn die manipulerende leugenaars heel gevaarlijk…..

De hele avond staat bol van de herkenning onderling. Maar ja, wat schiet je ermee op? Heks weet al jaren dat ze een hele gevoelige bedrading heeft. Ik weet wanneer iemand liegt en dat is best lastig als het recht in je gezicht gebeurt. Vooral als iemand jou vervolgens voor gek verklaart en de leugen vrolijk volhoudt….. Soms gaat iemand er zelf in geloven. Dan wordt het echt onhoudbaar voor mij.

Ook kan ik zelf niet liegen. Ik ben dwangmatig eerlijk: Waardeloos. Ook gemeen zijn gaat me slecht af, terwijl dat juist zo handig is in sommige hopeloze gevallen. Ik ken genoeg mensen die enorm zouden opknappen van een goeie portie venijn…. Maar nee, ik blijf maar geloven in liefde en compassie. Meuh!

Vanavond wordt het me volledig duidelijk dat het niet erg is om bij die best grote groep (15% tot 20% van de mensheid en opvallend genoeg ook bepaalde diersoorten) te horen, zo lang je er maar in gesteund wordt. Kinderen die opgroeien in een omgeving van rauwdouwers met een olifantenhuid kunnen ongelofelijk in de problemen geraken.

Het kan aanleiding geven tot allerlei klachten. Opvallend is dat er steeds als belangrijke klacht vermoeidheid genoemd wordt…..

Heks is doodmoe aan het eind van de avond. En enigszins overprikkeld. Snel zet ik mijn grote vilten hoed op mijn kop. Ook een manier om jezelf terug te trekken. Terwijl ik daar grapjes over maak tegen andere HSPers lopen we de deur uit.

‘Dank je, lieve Steenvrouw, voor de tip. Het was best goed om dit allemaal een achter elkaar gezet te zien. Ik ben eigenlijk wel benieuwd naar hun workshops, want mijn afscherming kan echt nog wel wat beter….. Zo leuk is het toch ook weer niet, die hooggevoeligheid.’ We sluiten elkaar in de armen.

Gekscherend vervolg ik, ‘In een volgend leven incarneer ik gewoon eens als botterik met een dikke olifantenhuid. En een klein beetje gemeen….’

De hoogsensitieve survivalgids.

10 voordelen van hoogbewust zijn.

Hooggevoelig / heel gewoon

 

Eerst naar de kerk en dan naar de kroeg. Zo hoort het. Kortjakje en Janneke hebben veel te bespreken. Jip kan niet mee. Hij heeft corvee.

jip en janneke, dansen, blij, eten, drinken, spelen

Zondagmorgen ben ik al vroeg uit de veren. Mijn wekker staat nog op zomertijd en zodoende is het nog veel vroeger dan ik in de gaten heb. Pas als ik een kop koffie achter mijn kiezen heb valt het kwartje.

love, liefde, amor, amour, liebelove, liefde, amor, amour, liebelove, liefde, amor, amour, liebe

Mooi zo. Nu kan ik op mijn gemak het hondje uitlaten alvorens naar de kerk te gaan. De laatste keer dat ik mijn gezicht daar heb laten zien is al maanden geleden. Griep en gedoe hielden me aan huis gekluisterd. Vandaag ga ik mijn zonden maar weer eens laten vergeven. Een beetje absolutie kan geen kwaad in mijn geval. In ieders geval. Dat in elk geval!

jip en janneke, dansen, blij, eten, drinken, spelen

Omdat ik zo buitensporig vroeg ben voor mijn doen, kom ik zelfs op tijd in de kerk. Ik schuif naast Jip en Janneke aan. ‘Hoe gaat het met je?’ fluistert mijn vriendin. Ik draai met mijn ogen en trek een bek.

‘Waardeloos, ik heb een vervelende tijd achter de rug.’ ‘Laten we straks ergens gaan koffiedrinken…’ Haar laatste woorden verdwijnen in de eerste klanken van het openingsgezang, maar Heks heeft het goed begrepen: Na de kerk gaan we naar de kroeg.

jip en janneke, dansen, blij, eten, drinken, spelen

Vandaag gaat onze dirigent, Wim de Ru, voor. Hij preekt over de kracht van muziek. Heks weet er alles van. Al weken zingt een prachtige alt onafgebroken het ‘Erbarme Dich’ van Bach in mijn innerlijke geheime klankkast. Mij tot tranen toe beroerend. Telkens weer! Gelukkig is ze tijdens de dienst even stil…..

Als er echter gebeden wordt voor alle mensen, die iemand waar ze veel van houden hebben verloren stromen de tranen weer volop. Heks is een vat vol hevige emoties. Gek word ik ervan.

Na de dienst spoed ik me met Janneke naar het cafe. Jip heeft verplichtingen elders. We bestellen bier en wijn en frietjes. ‘Ik neem ook koffie,’ verzucht Janneke tegen de ober, ‘We hebben een zware preek achter de rug.’ De jongen begint te grijnzen. ‘Wat een pittig wijfie,’ zie ik hem denken. En dat is ze ook. Met haar gekke felle verhalen maakt ze me verschrikkelijk aan het lachen.

 

Vooral als ze vertelt hoe ze een vermeende vreemdganger in haar sociale cirkel bij de kladden heeft gegrepen. ‘Verhalen ophangen dat je op de bank bij die vrouw hebt geslapen, ha! Wie denk je wel dat je voor je hebt? Ik ben de zeventig gepasseerd! Ga iemand anders die onzin maar wijsmaken! Je hebt gewoon de hele nacht liggen ….!’

Ondeugend kijkt ze me aan als ze vertelt hoe haar slachtoffer met de staart tussen de benen het veld ruimde. ‘Welke staart?’ vraag ik onschuldig. We liggen dubbel!

jip en janneke, dansen, blij, eten, drinken, spelen

Het is heerlijk om weer eens uitgebreid bij te praten. Voor we het in de gaten hebben is het alweer half drie. We moeten er vandoor!

Thuisgekomen gaapt een lange lege zondag me aan. Ik heb al zovele zondagen alleen stukgeslagen in mijn leven. Maar vandaag valt het me zwaar.

jip en janneke, dansen, blij, eten, drinken, spelen

De telefoon rinkelt. Het is Joy. Ze komt op de thee met een verlaat verjaarspresentje. Wat lief! Zo kom ik de dag wel door. Vooral als Frogs ’s avonds ook nog eventjes iets langs komt brengen.

jip en janneke, dansen, blij, eten, drinken, spelen

Liefde is het mooiste wat er is. Helaas kunnen wij mensen er maar beperkt mee uit de voeten. Om een eindeloze bron aan te boren moet je toch niet bij je gelimiteerde zelf zijn. Daar is meer voor nodig. Verbinding. Met Godin, God, Bron, Eeuwige, Allah, Boeddha, Jahwe of één van de vrouwelijke varianten op de laatstgenoemden.

Een keertje naar de kerk gaan kan dan geen kwaad. Zeker niet voor een Toverheks!

love, liefde, amor, amour, liebe

1 Korintiërs 13:

1  Al ware het, dat ik met de tongen der mensen en der engelen sprak,

maar had de liefde niet,

ik ware schallend koper

of een rinkelende cimbaal.

2  Al ware het, dat ik profetische gaven had, en alle geheimenissen en alles, wat te weten is, wist, en al het geloof had, zodat ik bergen verzette,

maar ik had de liefde niet,

ik ware niets.

3  Al ware het, dat ik al wat ik heb tot spijs uitdeelde, en al ware het, dat ik mijn lichaam gaf om te worden verbrand,

maar had de liefde niet,

het baatte mij niets.

love, liefde, amor, amour, liebe

4  De liefde is lankmoedig,

de liefde is goedertieren,

zij is niet afgunstig,

de liefde praalt niet,

zij is niet opgeblazen,

5  zij kwetst niemands gevoel,

zij zoekt zichzelf niet,

zij wordt niet verbitterd,

zij rekent het kwade niet toe.

6  Zij is niet blijde over ongerechtigheid, maar zij is blijde met de waarheid.

7  Alles bedekt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verdraagt zij.

8  De liefde vergaat nimmermeer;

maar profetieën, zij zullen afgedaan hebben;

tongen, zij zullen verstommen;

kennis, zij zal afgedaan hebben.

9  Want onvolkomen is ons kennen en onvolkomen ons profeteren.

10  Doch, als het volmaakte komt, zal het onvolkomene afgedaan hebben.

11  Toen ik een kind was,

sprak ik als een kind,

voelde ik als een kind,

overlegde ik als een kind.

Nu ik een man (VROUW) ben geworden, heb ik afgelegd wat kinderlijk was.

12  Want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen,

doch straks van aangezicht tot aangezicht.

Nu ken ik onvolkomen,

maar dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben.

13  Zo blijven dan:

Geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde.

love, liefde, amor, amour, liebe