Zoals jullie weten is Heks dol op de soap ‘The Bold and the Beautiful’. Lang geleden keek ik er al naar, ’s morgens vroeg, voordat ik naar mijn werk ging. En sinds mijn absolute favoriete soap aller tijden, ‘As The World Turns’, na een halve eeuw gestopt is, ben ik een redelijk trouwe kijker geworden van ‘The Bold’. Ik volg het wel en wee van de gefortuneerde familie Forester, de lepe gezusters Logan en de geslepen Spencerclan op de voet.
Categorie archief: heksenverhalen
Heks ontdekt een geweldig slaapmiddel! Je hebt er boeren voor nodig en Yvon Jaspers. En wat welwillende vrouwen. Ik weet niet of dit middel ook bij mannen werkt……
Maandagmorgen om kwart over zeven gaat de wekker. Heks ontwaakt uit dromenland. Waar ben ik? Wat is er aan de hand? Eventjes zoek ik versuft naar mijn wekker en zet hem uit. Dan weer ik het weer: Het is maandag, ik ga Indiaas zingen!
Nadat ik nachtenlang waardeloos heb geslapen, was de afgelopen nacht zo slecht nog niet. Wel een beetje kort, maar ik heb geslapen! Wel vijf hele uren achter elkaar! en dat allemaal door gewoon twee afleveringen van ‘Boer zoekt vrouw’ te kijken op programma gemist. Het landelijke leven maakt landerig. Het feit dat het nergens over gaat ontspant de hersenpan. Het zien van de gemiddelde boer doet je beseffen hoezeer je het hebt getroffen met je eigen partner. Dat stemt tevreden en dankbaar!
Ik zet de televisie aan en kijk naar de verkeersinformatie. Mijn goede stemming krijgt een oplawaai: Het stormt, windkracht 8 in de kustgebieden en een extra waarschuwing voor enorme windstoten …. Oeps. Het Gele Gevaar rijdt wel heel erg zuinig, maar weegt dan ook niets! En de arme armen van Heks zijn niet bepaald haar sterkste punt. Ik krijg visioenen van een onbedoeld Vliegende Kanariepiet…..
Ik moet zeker een uur rijden naar Barendrecht, want het is ook nog eens heel erg druk op de weg. Overal files. Ik bekijk de kaart op Internet. De ring rond Rotterdam is een dikke rode streep. Rond Leiden is het ook helemaal mis. Er zijn een paar ongelukken gebeurd. Misschien zijn er wat andere superzuinige autootjes door de lucht gevlogen…..
Met een paar koppen sterke koffie en een gloeiendhete douche masseer ik weer wat leven in mijn lijf. Eerst maar eens die hond uitlaten, dan zien we wel weer. Eenmaal buiten vind ik het enorm meevallen met de wind. Hier in de stad dan. Ik besluit gewoon te gaan rijden. Ik zie wel waar het schip strandt. En wie schetst mijn verbazing: Zonder enig oponthoud arriveer ik bij het kleine dijkhuisje. “Wat ben je vroeg Heks’, begroet mijn juf me.
We zijn met een superklein clubje vandaag. Heel knus. We zingen een paar uur onafgebroken. Daarna kwetteren we ons een slag in de rondte. Een heerlijke lunch en een al even fijne namiddag volgen. Omdat Frogs mijn hondje uitlaat, kan ik direct om vier uur weer naar huis gaan rijden. Geen files. Windstoten vallen me niet op. Om even over vijven ben ik thuis!
Als Frogs het hondje terugbrengt vertel ik hem over mijn nieuwe ontdekking. ”Boer zoekt vrouw’ is een geweldig slaapmiddel! Ik heb in geen tijden zo heerlijk geslapen als vannacht. Ik denk, dat het iets met je hersengolven doet. Al dat groen, die beesten met hun gezonde shit, de boeren zelf…. Het slaapverwekkende commentaar van Yvon Jaspers. Het is een ideaal programma voor de slechte slapers onder ons.’
‘Ik heb dan ook besloten om de programma’s op te sparen voor als ik weer eens iets belangrijks heb en zeker goed wil slapen…. Dan zorg ik gewoon, dat er een paar afleveringen klaarstaan!’
Frogs zit me een beetje bevreemd aan te kijken. Hij is een man natuurlijk. En mannen hebben niets met dit soort neuzel-TV. Die hebben hun eigen favoriete programma’s. Zoals Top Gear bijvoorbeeld…. Over het algemeen hebben ze juist een bloedhekel aan ‘Boer zoekt Vrouw’! en ik begrijp nu ook waarom. Als je partner er naar heeft zitten kijken is er in bed niets meer mee aan te vangen! Ben je als man zelf juist lekker geil geworden na het kijken naar grote auto’s bijvoorbeeld. Ligt je vrouw in coma!
Peinzen over pijnlichamen. Pijn op de pijnbank. Mijn pijnlichaam ontleed. Schreeuwen schreeuwt om aandacht. Verwachtingen houden ons maar weg bij de realiteit. Beter is het in het hier en nu onvolkomenheden toe te geven. Want wat in het vitvat zit verzuurt wel degelijk. En oude woede is als mosterd na de maaltijd……..
Begin jaren negentig loopt Heks stage bij een landelijk bekende toverkol. Dit vrouwtje bezemsteel komt zelfs wel eens op televisie, zoals die keer bij Paul de Leeuw als paardenfluisteraar. Ze heeft al heel jong een dijk van een praktijk als paranormaal genezeres opgebouwd. Het is een hele leuke meid. Heks heeft het getroffen met haar stageplek!
Na de stage ga ik een tijd bij haar in behandeling. Aanleiding is een opmerking, die ze een keertje maakt over mijn onvermogen te reageren op pijnprikkels. ‘Heks, als ik je hier ter plekke keihard recht in je gezicht sla, dan denk je: Dat doet Karin niet! Pas als je weer thuis bent, over pakweg twee uur, dringt het tot je door, dat ik je toch echt een oplawaai heb verkocht. De tijd om te reageren is dan al lang verstreken!’
Jaren later op de Filipijnen ontmoet ik een beroemde tovenaar. Hij is ook geneesheer-directeur van een zeer gerenomeerd ziekenhuis in Manilla. In dat land doen ze niet zo moeilijk over animistische tendenzen in de gezondheidszorg. En dat levert opmerkelijke, kleurrijke en zeer begaafde artsen op!
Als de goede man geen ziekenhuis aan het bestieren is, dan houdt hij zich bezig met de meest vreemde alternatieve geneeswijzen. Zoals tijdens het healing seminar in Manaoag georganiseerd door zijn goede vriend Alex Orbito.
Eén van zijn toverkunsten behelst een behandeling met elektroshocks. Wanhopig als ik ben na toen al zeker vijftien jaar ME, wil ik me wel wagen aan deze naar het zich laat aanzien zeer pijnlijke therapie. Uit zijn behandelhokje klinken de meest ijselijke kreten geslaakt door zijn arme slachtoffers. Je kan het prima horen, want er hangt alleen een gordijntje voor het kot.
De marteldokter sluit elektroden aan op mijn heksenlijf en begint met een stevige stroomstoot. Ik geef geen kik. Hij voert het voltage op. Nog steeds geen reactie. Ik voel het wel degelijk, maar reageren doe ik niet. Nieuwsgierige gezichten duiken op vanachter het gordijntje. Geen geschreeuw en gegil? Dat willen zijn collega’s wel eens zien. Hij krijgt uiteindelijk wel een beetje gepiep uit me, maar echt tevreden stemt hem dat niet.
Als ik hem een week later in Manilla tref spreekt hij zijn verbijstering uit over de hoge pijngrens van Heks. ‘Ik heb nog nooit zoiets gezien’, klaagt hij tegen Joyce, mijn flamboyante Amerikaanse heksenvriendin, ‘Normaal gesproken schreeuwen mensen moord en brand, maar deze vrouw geeft geen enkele reactie. Ik kan er nog niet bij. Hoe is dat mogelijk?’
Geen idee. In medische kringen wordt juist altijd beweerd, dat ME patiënten aanstellers zijn! Ze piepen bij het minste of geringste! Dat is al heel lang de enige verklaring voor het feit, dat ze zich zogenaamd beroerd voelen, zonder dat de wetenschap kan achterhalen wat er mis met hen is.
Al hebben ze intussen ook wel aanwijzingen gevonden, dat onze hersenen heel veel pijnprikkels afvuren, ondanks het ontbreken van een directe lichamelijke oorzaak. Of lang nadat er een lichamelijke pijnprikkel is geweest. Alsof de hersenpan in een pijnloop blijft steken!
Heks weet al lang, dat ze geen watje is. Ik kan idiote hoeveelheden pijn verstouwen. Misschien een oud overlevingsmechanisme. Ook gunde ik agressors mijn tranen niet! Heks is altijd extreem trots geweest. Een lastige karaktertrek.
Gelukkig lig ik tegenwoordig wel te schreeuwen tijdens de behandelingen van mijn orthopedische fysiotherapeut. Als enige in de hele wereld is het hem gelukt om me dit soort reacties te ontlokken. Maar hij is dan ook echt heel erg gemeen. Hij weet tot op de millimeter precies waar hij me moet raken……
Ook leer ik eindelijk, dat mensen je soms gewoon pijn doen en dat je daar maar beter op kunt reageren. Met horten en stoten doe ik dat dan ook. Misschien wat te heftig naar andermans smaak. Maar ja, dat is ook logisch na al die jaren verlamming. Groot kans dat er ook een hoop achterstallige pijn schreeuwt om aandacht. Of schreeuwt om een schreeuw!
Tegelijkertijd realiseer ik me ook, dat mijn omgeving niet gewend is lik op stuk te krijgen als ze lopen te eikelen. ‘Dat doet Heks niet, wat gaan we nu krijgen?’
Mijn ‘Dat doet die of die niet’ zit ook nog steeds ergens ingebakken in mijn reactiepatroon. Maar het gaat de goede kant op!
Lachen is gezond. Wie het laatst lacht heeft de grap niet begrepen, maar lacht wel het best! Lachen is het beste medicijn. Het is de ultieme remedie tegen de waan van de dag….
‘Heks, ik maakte me zorgen over je, naar aanleiding van je blog, ik had niet gedacht je hier te zien….,’ zegt een tenor van mijn koor vanmiddag in de pauze. Hij volgt mijn heksenblog al jaren. Nou ja, ik ben inderdaad gammel, maar onkruid vergaat niet. Ik ben gewoon lekker gaan zingen vanmiddag. Frogs bood aan het hondje op te halen. Vanmorgen heel erg vroeg stuurt hij me een berichtje: ‘Zal ik Ys vanmiddag voor mijn rekening nemen?’
Een paar uur later zitten we aan de koffie. Het is heerlijk om weer eens eventjes een mens van vlees en bloed te spreken. Natuurlijk hebben we het over de aanslagen in Parijs. Onze discussies, gelardeerd met allerlei feiten en indrukken, gaan altijd behoorlijk diep. We gaan in op de achtergronden en informatie via internet en pers.
Opeens begint mijn goede vriend te lachen. ‘Donderdag in De Wereld Draait Door was er zo’n filmpje van Lucky TV . Zag je Willem Alexander staan met een bord: ‘Je suis Willy’. Hij hikt van de lach. ‘Met zo’n uitgestreken hoofd. Je kent het wel van hem. Geen gezicht! En dan dat stemmetje van Sander van de Pavert eronder! Hilarisch! Hahaha, Willy, hihihi. Ofwel lul! Ook nog!’ ‘Lulletje’, giebel ik terug. Ik zie het voor me!
Kijk hier naar: Je suis Willy.
Kijk! Lachen zorgt dat we ons hoofd er weer enigszins omheen kunnen vouwen. Al die bloederige beelden. Alle verschrikkingen van de afgelopen dagen.
Als ik later terug kom van koorrepetitie tref ik mijn bovenbuurvrouw net als ze deur uitgaat. Terwijl we langzaam verstenen op de stoep in de waterkoude namiddag praten we over onze voormalige buurman. De ellendeling, die ons zoveel narigheid heeft bezorgd. Ik herinner me, dat ik destijds veel energie gestoken heb in compassie genereren voor die boze buurman. Maar oh, wat was ik blij, toen hij ophoepelde naar Groningen! Mijn buurvrouw ook. Wij weten allebei, hoe gevaarlijk deze gek is. Wij hebben het dubieuze genoegen gesmaakt zijn ware gezicht te zien…..
Het ware gezicht, dat wat er onder ons beschavingsvernisje schuil gaat, is vaak geen prettig gezicht. Toch geloof ik in beschaving. Bij Shambhala, een Tibetaanse Boeddhistische traditie, hebben ze een hele mooie oefening. Eerst stuur je compassie en liefde naar iemand van wie je veel houdt. Dan naar iemand, die het echt nodig heeft. Vervolgens naar iemand, die je je reet zal roesten. Tenslotte naar een regelrechte vijand.
De kunst is om werkelijk iedereen in je hart te koesteren. Of zoals ik het zelf graag uitdruk: Iedereen is mijn partner.
Neemt niet weg, dat ik van sommige partners hoop ze nooit meer in mijn buurt te zien. Beneden staat een woning leeg. We krijgen een nieuwe buur. Stel dat het die mafkees van een ex-buurman blijkt te zijn, hij is gek genoeg om het te proberen…… Je ziet, de paranoiazaadjes kiemen en steken hun kopjes boven de grond! Nou ja, dan gaan we tot in de hoogste boom met ons protest! Ik heb in elk geval een medestandster in dit portiek! En Ysbrandt lust hem rauw! 😉
Ik denk aan Charlie. En aan Willy. Aan humor. Hoe het ons redt van rigide denkbeelden. Hoe het tegenstellingen kan verzoenen. De noodzaak om met alles de spot te drijven. Onszelf niet al te serieus te nemen.
Ik kom uit een achtergrond met een zekere traditie in het lachen om elkaar. Geloof me: Er is niks mis mee. Het wil niet zeggen, dat het altijd prettig is. Soms is het best kwetsend. Willy is misschien ook niet zo blij met dit filmpje….
Maar ook: Een dag niet gelachen is een dag niet geleefd.
De nachtmerrie duurt voort. Terwijl ik dit zit te schrijven gaat het in Parijs bergafwaarts. Wat een toestanden. Woorden schieten tekort….
Het is weer zover. Heks ligt al de hele week in bed. Ik heb geen millimeter energie. Met moeite loop ik mijn rondjes met Ysbrandt. Om dan snel weer plat te gaan. Sinds ik maandag bij Cowboy vertrok heb ik geen mens meer gezien. Op de doktersassistente na dan. Gevangen in je eigen huis. Dat is het lot van veel MEpatiënten. Sinds ik vorige zomer mijn hondje heb behandeld met gifbaden is het weer helemaal mis met mijn brakke gezondheid. Het subtiele evenwicht, dat ik na jaren vitaminen en mineralen slikken had bereikt is naar het zich laat aanzien naar de pielegaaien.
Vanmorgen ontwaak ik met Doctor Phil. Hij heeft een echtpaar in zijn programma. De man is een niet te geloven vervelende kerel. Hij neemt van niemand iets aan en beschuldigt zijn vrouw van de meest afschuwelijke dingen. Hij controleert haar bij voortduring. Valt haar lastig, valt haar collega’s lastig, gebruikt fysiek geweld. Kortom: Een supereikel. Als blijkt uit een test met leugendetector door iemand van de CIA, dat zijn vrouw de waarheid spreekt, lapt hij dat net zo gemakkelijk aan zijn laars….
Dat is altijd gevaarlijk, mensen die hun eigen spelregels hanteren. Iemand zei tegen Heks onlangs, dat het feit, dat de rechter in het voordeel van zijn opponent uitspraak had gedaan bij een bepaalde zaak in het verleden hem niets zei: ‘Rechters geven iedereen maar gelijk, ik ben er niet van onder de indruk!’ Het is een gerespecteerd lid van de maatschappij, die deze uitspraak deed. Niet de eerste de beste dus.
Het is vergelijkbaar met maffiapraktijken. Binnen deze criminele organisatie hanteert men ook zijn eigen regels, normen en waarden. Iedereen buiten de maffiafamilie is in feite vogelvrij. Als je je als familielid tegen de familie keert ben je er nog slechter aan toe. Dat is hoogverraad….. Geweld wordt bepaald niet geschuwd. En hoe romantisch het er ook uitziet in die lekkere lange Gothfatherfilms, met de geweldige feesten en dergelijke: De realiteit is verre van rooskleurig.
De waarheid is, dat het van geen kanten klopt, dit gedragsprotocol. Het gaat in tegen ons basale recht op vrijheid, ons fundamentele recht als mens om ons te uiten. Op het hebben van een eigen mening. We hebben gisteren goed ingepeperd gekregen, wat er gebeurd als we aan dit recht gaan tornen.
Op de televisie zie ik nu beelden uit Frankrijk. Twee gestoorde gekken houden daar iemand gegijzeld in een drukkerij. Waarschijnlijk in de hoop te worden opgeblazen, het liefst nadat ze nog flink wat onschuldige mensen de dood in hebben gejaagd. Ze hebben waarschijnlijk het gestoorde idee, dat ze hoogstpersoonlijk door Allah worden ontvangen met een stel lekkere wijven. Wel maagd natuurlijk, want anders is het maar ranzig…..
Gisterenavond heb ik weer uitgebreid gekeken naar allerlei programma’s rondom de afschuwelijke aanslag in Parijs. De gekte in Syrië, het ideaal van de Islamitische Staat, de schrikbarende denkbeelden onder Moslims in Nederland, een interview met Hirsi Ali…..
Laatstgenoemde hield een pleidooi tot modernisering van de Islam. Volgens haar is deze religie geheel verouderd. Ik moet zeggen, dat die rare geweldsboodschappen inderdaad nogal Oudtestamentisch aan doen. Kijk naar het Christendom. Ook daar was het vroeger Van Dik Hout Zaagt Men Planken. Tijdens de kruistochten trokken er ook jongemannen met harnassen aan naar het Midden Oosten om daar een potje te vechten. Die kruisridders waren ook bepaald geen lekkertjes.
En wat te denken van de Inquisitie? Een vrouwonvriendelijke instituut is niet denkbaar. Alles wat riekte naar het vrouwelijke, de oude religie van de Godin, werd op de brandstapel gegooid. En dat allemaal onder het mom van het ware geloof!
Als het Christendom zich niet af en toe een beetje had geëmancipeerd, dan zaten wij ook allemaal met een hoofddoekje om achter het aanrecht met de man als hoofd van het gezin. En waarschijnlijk zonder stemrecht…… Nederlandse vrouwen droegen overigens zo’n 40 jaar geleden dagelijks een kopvot. Met een stel sexy en opwindende krulspelden eronder!
De man in de televisieshow van Phil mag als verloren worden beschouwd. Ik denk niet, dat het nog goedkomt met hem, vastbesloten als hij is om zijn gelijk te halen. Hij slaat het ene onzinnige argument na het andere uit. Zijn vrouw zit erbij met een volledig door jarenlange stress geruïneerd gezicht. Hij beschuldigt haar van vreemdgaan, maar Heks kan zich niet voorstellen, dat zij met wie dan ook seks heeft. Ik verdenk haar van jarenlange droogstand. Haar van verdriet verwrongen gelaat is het beste voorbehoedsmiddel ter wereld…..
Wel biecht ze op, dat ze zo’n vijfentwintig jaar geleden inderdaad haar toenmalige vriend heeft bedrogen. Ze was achttien en al vier jaar samen met die jongen, tegenwoordig haar man. Ze heeft een keer een fout gemaakt, jammert ze. De man begint te schuimbekken. Zie je wel, hij heeft het toch gezegd. Ze liegt dat ze barst.
Heks denkt ook ‘Zie je wel’. Zie je wel, dat ook in dit afschuwelijke verhaal geleden PIJN de oorzaak is van alle ellende. Ook al is het lang geleden. Ook al was zij nog maar piepjong. Ook al …….
Intussen zie ik op televisie hoe helikopters zich boven een kleine drukkerij in Noord Frankrijk verzamelen. Het gebied, waar ik regelmatig met mijn Moslimvrienden doorheen ben gejast in mijn eerste eigen auto, de Volkswagen Jetta. Regelmatig zette ik daar ergens de vriend, die ging trouwen met zijn nicht, af in een Moslimenclave. Een aardige vent.
Ik ben ook wel eens op bezoek geweest bij familie van mijn geliefde in Angoulême. Een aantal families leeft daar op boerderijen in de heuvels op het Franse platteland. Heks is daar extreem gastvrij onthaalt. Met moeite konden we ons losrukken uit deze gezellige familieclan. Compleet met hoofddoekjes, baarden en soepjurken dartelden ze door de Dordogne met hun kudde schapen en geiten.
Ik hoop, dat de twee broers levend uit die drukkerij worden gehaald. ze willen een heldendood sterven, maar ik gun het hen niet. Het lijkt me beter, als ze levenslang kunnen nadenken over de frustratie en pijn, die hen vatbaar heeft gemaakt voor het plegen van deze wandaad. Ook denk ik aan hun familie. Misschien wel met een eenvoudige boerenhoeve ergens op het Franse platteland. Of met zo’n geweldige bakkerij in een voorstad van Parijs. Ook deze jongens hebben een moeder….
In ons land zag ik een tijdje geleden een Marokkaanse man op televisie, wiens zoon vertrokken was naar Syrië. De man had aan alle bellen getrokken, die je je maar kunt voorstellen. Hij vond het verschrikkelijk en had alles in het werk gesteld om zijn kind tegen te houden. Kreeg hij hulp? Werd hij gesteund? Niet echt. Wel regende het achteraf verwijten over zijn arme hoofd.
Mensen, die hun eigen regels maken. Vanuit hun pijneilandjes anderen terroriseren. Niet onder de indruk zijn van de grondwet en onze basale rechten als mens. Zoals ons recht onszelf te uiten. Je komt ze overal tegen. Onder Moslims. Onder Amerikaanse huisvaders. En ik ken ook echt wel een paar Nederlanders, die zich er schuldig aan maken. Het levert ongetwijfeld iets op, anders zou je je er niet aan wagen.
Tegelijkertijd kost het je ook iets, je sluit het je uit van het Interzijn met andere mensen. Je jaagt ze tegen je in het harnas. Je isoleert je van hun liefde, want waar liefde hoort te huizen heerst angst. Maar ja. Tja…
Youssef Azghari: Nooit is het een cartoonist gelukt mij als moslim op de kast te jagen!
Later vandaag zie ik alle ellende in Parijs. Ik denk aan de woorden van Cowboy: ‘De Eerste Wereldoorlog is begonnen met een aanslag…’
Schattige pup voert me terug naar de tijd, dat Ysbrandt zo klein was. En naar de moeilijke periode daarvoor. Toen ik doodziek was en geheel op mezelf aangewezen. Helemaal? Nee, ook in die donkere periode had ik een hand vol vrienden.
Vanmorgen sta ik brak op. Mijn cortisolniveau is weer om te huilen en dat resulteert in een stevige kater. Ik hoef er niet eens voor te drinken! Langzaam masseer ik mezelf richting aankleden en hond uitlaten. Gelukkig is het heerlijk weer. Het is geen straf om met mijn halvezolige hoofd op pad te gaan. Meestal trek ik ook bij van een beetje frisse buitenlucht.
Ysbrandt draaft vrolijk naast me als ik over de Singel fiets. In het van der Werfpark kom ik een puppy tegen, een Heidewachtel van 11 weken. Het is net zo’n lekker schatje als mijn hondje tien jaar geleden. En zo zacht! Al knuffelend snuffel ik aan deze blaffende aanwinst van de Leidse parken. Intussen praat ik met zijn nieuwbakken baasje.
‘Hoe heet hij?’ ‘Floris,’ antwoord de vrouw. Wat een geinige hondennaam. Lekker stoer. ‘Ik vond dat altijd zo’n leuke naam. Als ik een zoon had gehad had hij ook Floris geheten!’ Ha, dat herken ik. Mijn hondje heeft ook de naam van mijn nooit geboren zoon. Terwijl we praten draait het ventje een piepklein drolletje. Zo schattig. Ik smelt helemaal.
Sinds het nare gesprek een tijdje geleden, waarin ik te horen kreeg, dat allerlei mensen, waar ik veel van houd, een hekel aan me hebben en niets met me te maken willen hebben, ben ik van slag. Hoewel het waarschijnlijk een grove leugen is om eigen falen van mijn gesprekspartner te verbloemen trek ik het me toch aan. De diepe afwijzing, die naar voren kwam uit zowel woorden als daden van betreffende persoon spreekt boekdelen. En nu zet ik die informatie moeiteloos om in zelfafwijzing! Dat loeder van een emotie van het afgescheiden zelf!
Opeens moet ik alle zeilen bijzetten om niet in een diepe depressie weg te zakken. Altijd een tricky punt voor MEpatiënten. Onze lage cortisollevels werken dat standaard al in de hand. Als je dan ook nog om je oren wordt geslagen met beschuldigingen van deze aard wordt het wel erg lastig.
‘Je bent helemaal veranderd na dat gesprek’, zei Cowboy onlangs. Ja, vind je het gek? En nee, ik hoop toch echt van niet.
De laatste dagen oefen ik heel bewust ‘in het hier en nu zijn’. Ik verbind me met bomen, dieren, wildvreemde medemensen. Ik knuffel puppy’s en kristallen schedels. Ik praat met windmolens, maar vecht er niet langer tegen. Ook zoek ik de stilte op. Ik kan niet functioneren, zolang ik mezelf afwijs. Als ik ga twijfelen aan mijn eigen waarde, dan is het einde zoek.
Ook moet ik een manier vinden om anderen opnieuw meer van hetzelfde te vergeven.
Dat laatste is altijd lastig, als je medemens geen enkele neiging tot begrip vertoont. En gewoon met de botte bijl blijft hakken. Het is dan vooral ook zaak om buiten bereik van die wapens te blijven. Uit zelfbehoud.
Heks heeft een geschiedenis van ziekte en tegenslag. ‘Het kan altijd erger’, zei iemand onlangs tegen me. Dat vind ik toch zo’n dooddoener. Lijden is inherent aan het leven.
Je hebt vaak geen idee hoe de ander er aan toe is. Wat voor de één een eitje is, is voor de ander een zware klus. Heks is bepaald geen watje. Ik heb al die narigheid verdragen met de inslag dat ik probeer te genieten van wat er wel is. Van wat wel lukt. Van de goede dingen des levens. Van het leven zelf. In het hier en nu.
Dat neemt niet weg, dat ik me verschrikkelijk in de steek gelaten heb gevoeld in de tijd, dat ik helemaal tegen de vlakte lag na een zware operatie, die me zowel lichamelijk als geestelijk onderuit haalde. Mijn vaste vriendenclub liet het afweten, ik heb hen niet aan mijn ziekbed kunnen betrappen. Wel kreeg ik een kaart met alle namen erop. Geschreven tijdens een gezellig etentje. ‘Sterkte ermee!’ stond er op.
Ook mijn familie blonk uit door afwezigheid. Alleen mijn moeder was oprecht betrokken. In het ziekenhuis is een piepkleine delegatie enigszins teut een kwartiertje geweest ter welkome afwisseling van een verjaardagsfeestje, maar daarna heb ik niets meer vernomen. Waarschijnlijk waren ze me gewoon vergeten.
Een ander deel van mijn vriendenkring werd destijds verdeeld en uiteen geslagen, toen mijn toenmalige buurman me de oorlog verklaarde. Hij voelde zich afgewezen, omdat ik niet met hem naar bed wilde. Huh? Ja echt waar.
Yek. Het idee alleen al is genoeg om me weken de eetlust te benemen. Maar hij dacht, dat een doodzieke Heks wel in zou zijn voor een gruizig avontuur. En toen dat niet lukte sloeg hij eerst mij en toen mijn auto total loss. Niemand die het geloofde, want hij ging twee keer per week naar de kerk. En hij gedroeg zich als een gedienstige gereformeerde ouderling. Dus vandaar de controverse in de vriendenkring, waartoe hij was gaan behoren.
Mijn bovenbuurvrouw gelooft me overigens wel. Zij heeft vijftien jaar eerder ongeveer hetzelfde meegemaakt. Ook haar werd deze ongewenste liefde verklaard. Ook zij is in elkaar geslagen en ook zij heeft een auto verspeeld aan deze christelijke nachtmerrie van een buurman. Zo lelijk als de nacht ook. Zowel van buiten als van binnen. Hij lijkt sprekend op Mister Bean. Hoewel laatstgenoemde enorm sexy is vergeleken met mijn gewezen buurman.
Een aantal vrienden bleven me trouw. En gelukkig had ik indertijd een paar nieuwe vrienden gemaakt via internet. Zij kwamen me wel in het ziekenhuis bezoeken. Eén van hen, Sammy, woont in Leiden. Hij is echt heel goed voor me geweest. Een wildvreemde in feite. Een eenvoudige man zonder blabla. Iemand met het hart op de goede plaats. Het contact is intussen verwaterd. Hij is grootvader geworden en heeft het daar heel druk mee. Maar Heks blijft hem eeuwig dankbaar voor zijn warmte en vriendschap in die moeilijke tijd.
Eventjes lekker op jezelf zijn is overigens helemaal niet verkeerd: Tien zaken, die je pas gaat begrijpen wanneer je leert alleen te zijn.
Hele leuke treinreis: Heks maakt een nieuwe vriendin! Een echte dierenvriend van een dame. Ysbrandt vindt haar stiekem ook heel lief! En mooie foto’s van mijn hondje op het strand!
Maandagmiddag pak ik een trein vanuit Amsterdam naar Leiden. Samen met Varkentje. Het is altijd een hele onderneming. Vouwfiets, mijn eigen bagage, hondenspullen en hondje. Omdat Ysbrandt altijd uiterst fel is tegen vreemden, die plotseling opduiken vanuit het niets, reis ik bij voorkeur niet in de spits. Toch is het druk in de trein.
Hele volksstammen laten zich vervoeren naar Schiphol, bepakt en bezakt met enorm hutkoffers. Ook lopen er veel vage jongeren door de trein. Ze duiken het toilet in om er in no time weer uit te komen. ‘Wafwaf’, grauwt mijn schatje, ‘Grrrr, Wragf, Gorgeldewraf!!’ Ik hou hem strak tegen mijn lijf. Om zijn snoet zit een kleine muilband. Zo kan hij niet eventjes snel in een paar ballen of billen bijten…..
‘Bijt uw hond?’ vraagt een jongeman van Marokkaanse afkomst. ‘Ja, je kunt em beter met rust laten!’ waarschuw ik hem. Hij loopt recht op Ysbrandt af en steekt z’n vingers bijna in zijn bek. ‘Grrrr’, knauwt mijn hondje. Bijna heeft hij toch een middelvinger te pakken, ondanks zijn muilkorf. Je zou zeggen: Een gewaarschuwd mens telt voor twee. In dit geval zijn mijn woorden aan dovemansoren verspild….
Als het weer iets rustiger wordt op het balkon, schrijf ik een verhaaltje op mijn Ipad. Dan stapt er een vrouw in. Ze gaat pal tegenover me zitten. O jee, als ze nu maar niet haar vingers in de bek van mijn monster steekt. Haar knieën raken bijna de mijne. En daartussen geklemd zit mijn boze ventje.
‘Hallo hondje’, zegt ze, ‘Is hij bang? Bijt hij?’ Ik knik bevestigend. Hopelijk schrikt dat haar genoeg af om ergens anders te gaan zitten. Ze glimlacht echter breed vanonder haar hoofddoek. Een schitterende rij tanden blinkt me tegemoet. ‘Ik ben niet bang van honden. Als je zelf rustig bent en ze niet recht in de ogen kijkt, is er niets aan de hand.’
Ze heeft het nog niet gezegd of Ysbrandt gaat relaxed op de grond liggen.
Ze kijkt me aan met een open blik. ‘Ik ben dol op honden, katten, alle dieren eigenlijk. Ik hou meer van dieren dan van mensen!’ Ik begrijp wat ze bedoelt. Dieren laten je nooit zitten, ze houden onvoorwaardelijk van je. De trouw van mijn have is me zo dierbaar. Ze hebben me door de meest donkere periodes van mijn leven gesleept.
In tijden, dat iedereen me leek te zijn vergeten, stonden ze me bij. Ik heb heel wat uurtjes in bed doorgebracht omgeven door mijn katten. Er zijn vele dagen geweest, dat mijn enige uitje de rondes met Ysbrandt waren. Mijn trouwe kameraad.
‘Ik heb zelf een Rottweiler gehad. Het was de hond van de buren. Ze hadden er echter geen tijd voor, het dier werd verwaarloosd. En toen beet hij het nichtje van die mensen. Het was absoluut de schuld van dat kind zelf. Ze misdroeg zich tegenover dat beest. Zat hem te pesten. Ik heb het regelmatig met eigen ogen gezien! Maar goed, ze wilden hem laten afmaken. Hij was pas vijf jaar!’
Ze vertelt over de tijd met haar hond, een ontroerend verhaal. ‘Ik kon midden in de nacht over straat, nooit werd ik lastig gevallen. Vrijgezelle mannen, die op bezoek kwamen joeg hij de stuipen op het lijf!’ Ze begint hartelijk te lachen. Het is een prachtige vrouw. Ik neem aan, dat er heel veel single mannen achter haar hebben aangejaagd. En uit eigen ervaring weet ik, dat een blaffende lijfwacht dan echt geen overbodige luxe is….
Veel te snel ben ik in Leiden. Ik moet de trein uit. Mijn nieuwe vriendin helpt me met mijn ingewikkelde manoeuvres. Fiets uitklappen, hond in positie plaatsen, draaien zodat ik aan de goede kant van het balkon sta. ‘Hoe heet je?’ ‘Maria en jij?’ ‘Toverheks’ We wisselen snel wat gegevens uit. Dan sta ik alweer op het perron. Wat een leuke treinreis! Wat een bijzondere dame! Wie weet hoor ik nog eens van haar…..
Panta Rhei: Heks wenst jullie allen een ontspannen jaar vol verandering en beweging. In de goede richting natuurlijk. Het enige dat nooit verandert, is dat alles verandert……
De feestdagen dit jaar waren anders dan anders. Geen kerk op eerste kerstdag, geen brunch bij Tanneke, geen familiediner, geen schranzende neven en nichten aan mijn keukentafel, geen nieuwjaarsborrel in Huize Heks, geen Oud en Nieuw onder mijn kerstboom.
Vredesmeditatie markeert overgang naar het nieuwe jaar. En Heks krijgt nieuwe liefdevolle huisgenoot: Een schedeltje van Rozenkwarts!
Op oudejaarsdag ga ik mediteren bij Maan. Elk jaar faciliteert zij op de laatste dag van het jaar een vredesmeditatie en Heks is al jaren van de partij. Ik kan me intussen geen betere bezigheid voorstellen op deze bijzondere dag. Ik pak mijn schedelvrienden in en rijd met mijn vriendinnetje Jaoa richting Den Haag. Ruim op tijd arriveren we in het heerlijke huis van Maan.
Ze ontvangt ons met koffie, thee en lekkernijen. In de woonkamer staat een prachtige opstelling van kristallen schedels en andere heksige objecten. Dit tezamen creëert een veld vanwaaruit wij later opstijgen op drakenruggen om onze vredesmissie te volbrengen.
Ik schrik me geen hoedje en toch heb ik er opeens vier! Heks is in haar knollentuin!
De dag voor kerst loop ik nog eventjes binnen bij Leidse Lijn. Een tijdelijke broedplaatslocatie in de Breestraat, waar allerlei kunstenaars hun spullen exposeren. True en Steenvrouw hebben er samen een stand. Ik heb er al een paar keer gezellig thee gedronken, terwijl zij aan hun oeuvre zaten te werken.
Vandaag echter kom ik met een ander doel. Bij mijn vorige bezoek ontdekte ik de stand van Het Hoedengilde. En daar kwam ik een beeldschoon hoofddeksel tegen. Na een nachtje erover slapen heb ik besloten mezelf dit hoedje cadeau te doen. Het is een prachtig edoch degelijk wollen hoedje. Als ik er lief voor ben gaat het een leven lang mee……
Ik zwaai naar mijn vriendinnen en begeef me naar de eerste verdieping. Daar ga ik op zoek naar de eigenaar van het hoedenparadijs. Een paar collega’s van hem snorren hem op. We kennen elkaar wel. In het verleden heb ik al veel rare exemplaren in zijn winkeltje opgeduikeld. ‘Ha Toverheks, wat leuk, jij bent het’, begroet hij me enthousiast, ‘Waar kan ik je mee van dienst zijn?’ Ik laat hem het gewilde hoedje zien. ‘Ha,’ roept hij. ‘We gaan een mooi prijsje maken.’ Kijk, dat willen we horen natuurlijk.
Terwijl ik hoedjes pas en onderhandel kletsen we een beetje bij. Waarover? Hoeden natuurlijk. Ik vertel hem welk hoedje ik waar heb gedragen. ‘Vorig jaar in de opera had ik dat groene hoedje op. Samen met een schitterende bijpassende outfit. Onze gewezen koningin Beatrix was er ook. Met hoedje. Maar haar ufo haalde het niet bij mijn exemplaar!’ Dat doet hem deugd. Hij glimt van top tot teen.
Uiteindelijk krijg ik wel vier hoedjes voor de prijs van dat ene hoedje, waar ik mijn zinnen op had gezet. Met een tas vol hoofddeksels loop ik de trap af. Beneden wachten mijn vriendinnen me nieuwsgierig op. ‘Laat zien, Heks,’ roepen ze in koor. Dat laat ik me geen twee keer zeggen. Ik show het ene na het andere ravissante exemplaar. De dames zijn perplex. ‘Ga ook even kijken,’ moedig ik True aan. Ik weet hoe dol zij is op grote flaphoeden en laat ik er nou net een paar enorme superflappers tussen hebben gezien.
En inderdaad. Ook zij scoort een paar prachtige hoofddeksels. ‘Gelukkig hebben we een geheel andere hoedensmaak,’ verzucht ze later tegen mij, als we allebei een van onze nieuwe hoedjes ophebben.
Als ik het pand verlaat loopt er een man naar buiten, die ons bezig heeft gezien met al die hoeden. ‘Heerlijk hoor, zo’n tas vol hoeden’, roept hij me vrolijk toe. ‘Inderdaad, maar het zijn niet de enige hoedjes in mijn assortiment,’ grijns ik terug, ‘Ik heb een hele plank vol.’ ‘Dat dacht ik al,’ lacht de man, ‘Veel plezier ermee, Heks.’
En plezier heb ik er al van gehad. Diezelfde avond zat ik met de mooie zwarte hoed op in de kerstnachtmis.

















































































































































Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.