Alles is relatief! Is jarenlang mijn rechterarm mijn ‘slechte’ arm, nu is mijn arme linkerarm de armzalige…. En ook: Als je links weg haalt wordt de linkerkant van rechts links. Maar dat is weer een heel ander verhaal!

De dag na kerst zit ik alweer bij mijn huisarts. Ik zie de man bijna dagelijks de laatste tijd. ‘Wat zal het deze keer zijn?’ zie ik hem denken. ‘Ik wil een cortisone prik,’ steek ik maar direct van wal. De dokter kijkt me glazig aan. Wat nu weer? Een paardenmiddel van stal halen? En dat voor iemand die zich hevig verzet tegen behandeling met antibiotica en morfine……

Ja. Heks is het zat om te creperen van de pijn. Zonder uitzicht op verbetering. Al weken neemt de pijn in mijn rug, linkerschouder en -arm al mijn aandacht en energie in beslag. ‘Hoezo heb jij niks bij een reumatoloog te zoeken, Heks?’ vraagt mijn fysiotherapeut me onlangs, ‘Die gewrichten van jou zijn behoorlijk ontstoken door alle irritatie.’ Oh. Oeps.

Zo heb ik het nooit bekeken.

Met kerst spreek ik een familielid met in toenemende mate vergelijkbare fibromyalgische klachten. Die krijgt knoepers van cortisone injecties. En dat helpt. Waarom heb ik daar nooit eerder aan gedacht?

Zo race ik die middag door de stad op mijn elektrische fiets met hondenkar. Eerst naar de fysiotherapeut,. Dan naar de apotheek om de ampul op te halen. Opnieuw naar de huisarts voor de daadwerkelijke prik. Een heel gedoe, want de locaties bevinden zich in allerlei uithoeken van de stad.

Geen pretje ook dat gehobbel met die schouder uit zijn verband en die dove arm en hand. Ik weet gewoonweg niet hoe ik op mijn fiets moet zitten. De auto is echter geen optie. De stad zit vol koopjesjagende kerstvakantiegangers. Geen doorkomen aan.

‘Waar zal ik hem zetten? Hier vooraan maar, daar zitten de meest pijnlijke pezen en aanhechtingen…’ De injectie wordt geprepareerd. ‘Er gaat een stevige verdoving bij, lidocaïne, dat is protocol,’ mijn huisarts staat geconcentreerd te fröbelen. Ale ingrediënten gaan in 1 spuit. Dat scheelt. Ik zie er bepaald niet naar uit.

Het is een rotprik. En het duurt maar en duurt maar. Ik verplaats mijn aandacht naar mijn friemelende tenen en zit het uit. ‘Zo, al klaar. Laat me over pakweg twee weken even weten hoe het ervoor staat,’ stralend geeft hij me een hand. Zo is hij. Altijd positief. Ik heb echt een fijne huisarts, ook al zijn we het niet altijd met elkaar eens.

Als ik de trap afloop voel ik me al een ander mens. ‘Het zal die verdoving wel zijn,’ denk ik bij mezelf, ‘eerst maar eens kijken hoe het ervoor staat als die is uitgewerkt.’ Maar het effect blijft. De dooie vingers lopen terug van drie naar anderhalf. De onderarm raakt uit de kramp. De schouder kalmeert enigszins.

Verder zit er nog van alles schots en scheef in die streek, maar nu kan de boel tenminste genezen en langzaam maar zeker weer op zijn plek vallen. Hoop ik. Vooralsnog scheelt het gigantisch in de pijn. Ik kan weer een beetje op een stoel zitten. En op de fiets.

Wel moet ik de geprikte schouder volledig ontzien. Hetgeen moeilijk is als de pijn vermindert. Ik probeer zoveel mogelijk met mijn rechterarm te doen. Jarenlang mijn slechte arm. Alles is relatief!

Een week later overleg ik met de huisarts. Ik wil een verwijzing voor de pijnpoli en voor de reumatoloog. Dat eindeloze getob in mijn eentje moet maar eens afgelopen zijn. Weg met al die ontstekingen en weg met de pijn!

 

 

Heks en Steenvrouw kleden kale kerstkalkoen aan met keur aan kleurige groenten. Zelf lopen we allemaal in het zwart: Hartstikke chic!

Tweede kerstdag slaap ik uit. Ik slenter een ochtendhondenronde door de stad en lunch met het restant haring van gisteren. Supersloom ben ik vandaag. En ik hoef ook hoegenaamd niets.

Dat is dan weer het voordeel van een jaartje kerst overslaan. Geen toestanden rondom het optuigen van de kerstboom. Geen metershoge stapels met lege dozen, geen emmers met takken, bloemen en bessen, geen heidense troep in de keuken. Nee. Serene rust all over the place.

 

Aan het eind van de middag ga ik met VikThor richting Leiden Zuid West. Ik fiets langs het Vlietkanaal en laat mijn hondje goed rennen. Het is ongelofelijk vies koud pisweer. Ik ben blij als ik de warme gezellige woonkeuken van Steenvrouw in schuif. Wat een verademing. En wat ruikt het hier lekker!

Mijn vriendin is al de gehele dag bezig met het braden van de kalkoen. Ieder half uur wordt het bakbeest besprenkeld met eigen vleessappen. ‘Wat een klus,’ verzucht Steenvrouw, ‘Het is echt heel veel werk lieve Heks. Kijk, ik heb het spek er afgehaald, zodat het velletje een mooi kleurtje kan krijgen….’

We inspecteren de kalkoen. De kernthermometer wordt in het borststuk gestoken. 67 graden. We rekenen uit of het de goede temperatuur is bij een kalkoen van deze grote en kwaliteit. ‘Ik zoek het nog een keertje op,’ Heks staat alweer op internet te neuzen, ‘Het is goed hoor, schat. Dit monster is ongetwijfeld helemaal gaar.’

Omdat de kalkoen er eng wittig blijft uitzien, ondanks de kerntemperatuur, gooien we de grill nog eventjes aan. En ja hoor, binnen een kwartier heeft Meneer de Kalkoenkoekepeer een fantastisch Goois oranjebruin kleurtje opgedaan. Koningsgezind bijkans……

Nu moet Heks nog eventjes in actie komen. Er moet nog een listige jus worden gebrouwen van alle vettigheid, vleessappen en het onderliggende groentegarnituur. Ik pak mijn roerzeef uit mijn tas. De zoon van Steenvrouw kijkt perplex naar het apparaat. ‘Ja jongen, jullie hebben mooie machines in jullie bouwbedrijf, maar wij huisvrouwen hebben ook zo onze speciale hulpmiddelen…..’

‘Huisvrouwen…’ sist Steenvrouw verontwaardigd, ‘Tsssss…..’ Ze wenst niet met dit vlijtig stofzuigende volkje vergeleken te worden. Ze is per slot van rekening beeldhouwster. Ze houdt zich bezig met hakken in plaats van naaien. Emmers worden door haar uitsluitend gebruikt om papier maché in te prepareren. Ramen zemen is volstrekt onbelangrijk. Haar heerlijke huishouden van Jan Steen rommelt ze er maar zo’n beetje bij…..

Als de jus klaar is roepen we alle kids aan tafel. We krijgen een fantastisch voorgerecht voorgeschoteld. Tonijnsalade met garnalen. ‘Voor jou hebben we avocado in plaats van brood, Heks,’ de dochter kijkt me stralend aan. Vanavond heeft iedereen echt rekening met me gehouden!

Ik kijk de tafel rond. Allemaal vrolijke gezichten. Iedereen is op zijn paasbest. Met kerst. Zelfs de zoon heeft een mooi colbert aangetrokken! Geweldig. We proosten op het mooie leven en vallen aan op het voorgerecht. Het is heerlijk!

De kalkoen steelt echter de show vandaag. Vol trots dient Steenvrouw het enorme stuk gevogelte op. We poseren samen naast de vrucht van onze arbeid. Hij ziet er goed uit, die kalkoen. Ook de groentes liggen naar ons te lonken. ‘Ik ben toch zo benieuwd naar die rode kool. Ongetwijfeld heeft dat nachtje marineren in cranberrysap goed uitgepakt. Maar ik wil het nu wel eens proeven…..’

kalkoentje11

Heks staat te popelen om een en ander in haar mond te stoppen. We zijn er ten slotte al een dag mee bezig. Na de verrukkelijke hoofdmaaltijd volgt nog een zalig toetje. Helaas mag ik niet proeven van de Tiramisu, maar er zijn ook nog eens stoofpeertjes op tafel gezet. Met een heerlijke stroperige saus.

Het traditionele kerstdiner is alweer ten einde. Steenvrouw ruimt als een haas de keuken op, jeetje wat is ze hard aan het werk vandaag. ‘Je mag me niet helpen, Heks, ga maar lekker tv kijken met zoonlief. Straks drinken we nog een kopje koffie.’ Dochter en haar vriendje zijn met VikThor aan het wandelen. Ze blijven lekker lang weg, dus het ventje komt goed aan zijn trekken.

 

Een uurtje later rijd ik met hond, fietskar en bakken vol restanten kerstdiner weer naar de binnenstad. De komende dagen ga ik aan de kalkoen, dat is wel duidelijk. Zielstevreden schuif ik alles in mijn koelkast.

Die avond val ik alweer voor de televisie in slaap. En opnieuw word ik pas midden in de nacht weer wakker. Gelukkig is het geen vijf uur in de morgen. En evenmin hoef ik nog te eten. Wel moet ik de volgende dag bijtijds op. Prikken halen bij mijn huisarts. Het gewone leven is weer begonnen.

 

 

 

Bonte Avond bij Ex Animo: Heks zingt ook een moppie mee! Solo welteverstaan: Chandrakauns, Alaap en Compositie!

 

Een paar weken geleden geef ik me op om mee te zingen met een cantate van Bach op de Bonte Avond van mijn koor. Hoewel ik me zo snel mogelijk aanmeld beland ik toch linea recta op de reservelijst. Het lot van vele alten en sopranen overal ter wereld……

Na een paar dagen krijg ik bericht over de oefendata. Goeie hemel. Ik word geacht zeker twee, drie keer op te draven. Alleen maar om op de reservebank te zitten. Ik zou een slecht voetballer zijn, want ik gooi direct de handdoek in de ring. ‘Ik ga wel een stukje Indiaas zingen,’ roep ik in een dolle bui.

Hoe moeilijk kan het zijn? Ik studeer tenslotte al zo’n tien jaar op die materie…..

Een week later heb ik al spijt. Ik zit in een hele slechte periode met mijn lijf en stik sterf crepeer van de pijn. Dan krijg ik er nog die enorme huidinfectie bovenop. Met drain. Getver. Griep, verkoudheden en bronchitis teisteren me zonder ophouden. Ik puf snuf en snotter de pan uit. En dan lig ik ook nog met de halve wereld in de clinch, inclusief mezelf, omdat ik geen Pleegzuster Bloedwijn meer wil zijn.

Net als ik denk dat ik het maar moet afzeggen krijg ik grip op de materie. Privé een dagje zingen met mijn juf doet wonderen. We knutselen een kleine opvoering in elkaar en zetten alle stembewegingen vast tot op de millimeter. Verwoed zit ik daarna op een paar zinnetjes Alaap en het eerste deel compositie van Chandrakauns te studeren. Oh, oh, wat is het toch moeilijk om dit goed te doen.

Maar het lukt! Na jaren heb ik me de kunst van het rondzingen uiteindelijk eigen gemaakt. Niet langer balk ik als een ezel in een poging Indiaas te klinken. Ik zwiep niet meer van de ene naar de andere toon, maar ik zing de hele weg. En dat is te horen!

Alleen kan ik nog steeds geen enkele raga zomaar zingen. ‘Laat eens iets horen,’ zeggen mensen soms tegen me als ze ontdekken waar ik me mee bezig houd. Ik moet hen dan teleurstellen. Tot nu toe dan. Want er gaat verandering in komen!

Nadat ik een hele week heb zitten ploeteren op die paar zinnetjes ga ik zondag een dag zingen met de Dhrupad Bitches, het vaste groepje vrouwen waarmee ik al jaren deze zangstijl bestudeer.

Ik moet vroeg op, iets waar ik totaal niet tegen kan. Het kost me altijd uren om een beetje uit de kreukels te komen. Daar is natuurlijk geen tijd voor.

Hondsberoerd, onder de pijnstillers en met mijn Tensapparaat in de hoogste stand sta ik om even over negenen achter het station. Een klasgenootje rijdt met me mee naar Barendrecht.

Ik heb maar kort geslapen, want zaterdagavond heb ik met mijn koor meegezongen met de kerstviering van het kinderkoor en jeugdkoor in de Hooglandse kerk. Heel gezellig. Glühwein toe. Keurig om tien uur thuis, maar nog onontkoombaar doorgestuiterd tot twee uur ’s nachts: Mijn lijf heeft de grootst mogelijke moeite om aan iets te beginnen, maar ook om te stoppen!

Ik vertel mijn zangmaatje over de problemen rond mijn optreden komende dinsdag. ‘Mijn Tampoera moet nog in ma gestemd worden. Hij is sowieso erg ontstemd. Ook klinkt het voor geen meter als ik mezelf begeleid. Ik zit maar zo’n beetje over die snaren te harken als ik tegelijkertijd zing. Vooral bij de compositie. Vanwege het daarin aanwezige ritme denk ik…..’

‘Laat nog een Tampoera meespelen via je telefoon, je hebt daar uitstekende appjes voor…’ is haar eerste tip. Er volgen er nog meer. Ook biedt mijn maatje aan om aan het eind van de dag mijn Tampoera voor me te stemmen. ‘Heb je een stemapparaat?’ Ik beaam het. Ik kan er alleen niet mee overweg……

De gehele zondag zing ik Chandrakauns met de Bitches. Onder de middag krijgen we een heerlijk bordje Dahl, zoals altijd! Ik krijg zelfs een grote pot mee naar huis!

Op de terugweg heb ik goede moed, dat het optreden ergens op zal gaan lijken. Er zitten uiteindelijk zeker honderd mensen in die zaal. Dan moet je wel een beetje goed voor de dag komen natuurlijk.

Mijn zangmaatje gaat nog even met me mee naar huis en stemt mijn Tampoera. ‘Mooi geluid zit erin, Heks. Het is echt een hele goeie!’ Ik weet het. Mijn juf heeft ooit een prachtexemplaar voor mee meegenomen uit India.

Maandag houd ik de gehele dag mijn mond. Ik ben schor van al het zingen, de keel is de grote zwakke plek van MEpatienten. Ik heb altijd keelpijn. Elke dag. En ik ben regelmatig mijn stem kwijt. Vooral als ik erg moe ben. Ik heb om die reden wel eens vijf jaar achter elkaar niet kunnen zingen. Vreselijk!

Als ik die stomme ziekte niet had, was ik misschien wel operazangeres intussen. In mijn zieke keelgat zit een juweeltje van een stem. Een stem als een klok. Een orgelpijp. Een scheepstoeter!

Nu heb ik toch mooi dinsdag weer wat bereik. Het dagje zwijgen heeft geholpen. Wel loop ik ’s middags enorm te niezen.  Grote snotklodders vliegen in de rondte. Zul je net zien. Word ik op het nippertje weer snipverkouden!

Ik gooi mezelf vol met paracetamol, ibuprofen, PeaPure, neusdruppels en dropjes. Dat helpt. Het niezen houdt op. De snotgolven bedaren, de rochelstorm gaat liggen. Er komt weer wat lucht in mijn holtes. Wel zo prettig voor de resonantie. Ik neem nog een straf bakkie koffie toe. Ik ben er helemaal klaar voor!

Dan stop ik Tampoera, Harman Cardonbox en mezelf in de auto. Het is zover. Ik ga optreden met Indiase zang.

Mijn Tampoera is opnieuw zwaar ontstemd, omdat hij is omgevallen toen ik de deur op slot deed. Gelukkig is ie nog helemaal heel, maar erop spelen is geen optie. Heks vindt het niet zo erg. Ik kan nu eenmaal veel mooier zingen als ik niet word afgeleid door het bespelen van dit instrument.

‘Ik heb de Tampoera louter ter decoratie bij me,’ vertel ik mijn publiek dan ook. Ik zing voor hen met op de achtergrond elektronische tampoerageluiden van de app. Omdat de Harman Cardonbox zo goed van kwaliteit is, klinkt het best aardig. ‘Hij stond te hard, Heks, ik kon je niet goed horen,’ zegt de een achteraf. ‘Perfect geluid erbij, je was prima te verstaan,’ aldus een ander.

Uiteindelijk zit ik heerlijk te zingen. Ik heb even moeite om het begin te vinden. Door de zenuwen natuurlijk. Maar ik laat me niet gek maken en zoek het rustig op. Dan begin ik ook werkelijk. ‘AHAHAHAHA’, jammer ik. De opening is schrijnend. Een hele akelig lijdende NI houdt het publiek in zijn greep. Hij lost op naar de SA.

Mijn stem kronkelt omlaag. Mijn ogen zakken dicht. Ik ga helemaal op in de muziek. En ik geniet ervan! Het is leuk om te doen. Als ik af en toe mijn ogen open doe zie ik verraste gezichten. Maar geen verveelde gezichten. Ook zitten er geen mensen met hun vingers in de oren. So far, so good!

In een mum van tijd is de Alaap doorgezongen. Normaal gesproken doe je daar zo’n klein uur over, maar ik ben binnen twee minuten klaar. Het is slechts een tipje van de Indiase sluier, die ik hier oplicht. Ik begin aan de compositie.

Ook dit gedeelte verloopt goed. Een klein foutje daargelaten dan. Ach, het leven is nu eenmaal niet volmaakt. Als de laatste tonen versterven zit iedereen een beetje verbaasd naar me te kijken. Nu al voorbij? Ja. Ik wilde slechts een kleine indruk geven  van deze muziekstijl.

En dat is gelukt! Na het concert komen veel koorgenoten naar me toe om me te complimenteren. Het varieert van ‘Ik weet niet of ik het mooi vind, maar het is wel bijzonder,’ tot ‘Wat prachtig gezongen, Heks, echt heel bijzonder,’ en alles wat daartussen zit.

‘Ik vond altijd al, dat je iets bijzonders hebt,’ een lange man staat schaamteloos met me te flirten. Wat gek. Zit hij ook op het koor? Naast hem staat een bas om het hardst mee te flirten. Heks heeft over aandacht niet te klagen vanavond…..

Als ik later thuis nog uren door de kamer stuiter geeft ik mezelf ook een compliment. ‘Dat heb je toch maar weer mooi geflikt, Toverheks, je moet het toch maar durven en vervolgens toch ook maar weer doen….’ Maar laat ik het nu ook heel leuk vinden om die doen. Ik heb performen altijd leuk gevonden. Of het nu het bespelen van een dwarsfluit is of theater maken of Indiaas zingen: Ik heb er altijd van genoten!

 

 

 

 

 

 

Heilzaam slapen onder een deken van kristallen met Maan in een liefdevolle baan om mijn geschonden universum: Heks wordt enorm verwend met een heel speciaal kerstpresentje!

Donderdagavond stop ik VikThor in mijn auto. We gaan naar Den Haag. Heks gaat een dutje doen onder een deken van kristallen en mijn hondje moet dan eventjes in de auto wachten. ‘We zijn een uurtje bezig,’ Maan instrueert me van tevoren, ‘Trek iets gemakkelijks aan.’

Halverwege de rit komen we in de file terecht. O jee, mijn vriendin houdt niet van te laat komen. De minuten tikken weg. Stapvoets gaat het. Geen idee hoe laat het intussen is. In de rush om weg te komen ben ik mijn telefoon vergeten.

Opeens slaat iedereen linksaf, de Landafscheidingsweg op. Heks rijdt rechtdoor. Binnen een paar minuten parkeer ik mijn auto voor het eeuwenoude nostalgisch sjieke appartementencomplex in de Hofstad. Ik bel aan en spoed me door de monumentale marmeren hal naar de antieke lift. Piepend en krakend vlieg ik naar de eerste verdieping. Een bezemsteel gaat sneller……

Aan het einde van de lange, recent opnieuw gestoffeerde voorname gang staat Maan me met open armen op te wachten. ‘Kom binnen, lieverd, hang je jas maar op. We gaan direct beginnen, alles staat klaar. Straks drinken we wel thee en gaan we lekker kletsen….’

Er is nog een ontvangstcomité in de hal aanwezig: Drie enorme bakbeesten van een Maine Coon katten. Een grote forse rode kater en zijn twee wat bescheidener zusters. Geïnteresseerd zitten ze me op te nemen. Mijn tas wordt grondig besnuffeld. Een gigantische kattenkop verdwijnt half in mijn schoen. De andere helft past er niet bij!

‘Kom,’ maant Maan, ‘We gaan beginnen. Loop maar achter me aan. Neem je tas mee, hoor, want die is niet veilig bij m’n monsters….’ Door de enorme gebeeldhouwde houten deuren volg ik mijn roodharige heksenvriendin naar haar werkkamer. Een kristallen paradijs! overal staan grote stukken bergkristal, staven, scepters, amethist geodes, de meest uitzonderlijke en bijzondere stenen en kwarts, pleiadische schijven en ga zo maar door.

IK heb geen idee wat me te wachten staat. Maan heeft het wel steeds over een kristallen deken, maar ik denk dat dat een metafoor is voor de ervaring, die ze me gaat bezorgen in dit kleine stralende paradijs. Niets is minder waar: Op de behandeltafel ligt een dikke rode vliesdeken, geheel bestikt met kleine zakjes. In die zakjes zitten allemaal kristallen! Het is een uiterst ingenieus stukje huisvlijt!

‘Goeie hemel, Maan, wat een knap staaltje handwerk! Ik wist niet dat je zo handig bent met de naaimachine!’ Maan giechelt ‘Alleen met dit soort klussen, ik kreeg vanuit een andere dimensie de opdracht…… niet met het gewone saaie naaiwerk, blegh.’

Voorzichtig stap ik op de tafel. Als een slang laat ik me onder de deken glijden, zodat de kristallen er niet uit vallen. ‘De middelste banen zijn allemaal stukken citrien. De rest is bergkristal,’ Maan legt de deken weer helemaal recht, er zijn toch wat stenen uitgerold, ‘ik leg nog een Ankh onder je voeten en een bol obsidiaan. Zodat je niet wegvliegt!’

Ik lig intussen lekker te ontspannen onder die speciale deken. ‘Je mag slapen, snurken, dromen, visioenen krijgen, alles is goed….’ Maan zet een stoel bij mijn hoofd en neemt mijn heksenhersenpannetje in haar vaardige heksenhanden. Een heerlijke geur verspreid zich door de ruimte. ‘Dat zijn essences van de geascendeerde meesters. Ik heb ze op mijn handen gesmeerd….’

Op de achtergrond speelt prachtige muziek. Langzaam zak ik in een tranceachtige staat van diepe ontspanning.

Wel een uur lang is Maan met me bezig. Waar haar handen mijn lichaam raken wordt het aangenaam warm. Gloeiend heet soms. De kristallen lijken mijn energie te verdikken. ‘Ken je het gevoel dat je in de verdunning komt bij mensen?’ leg ik de ervaring later uit aan Steenvrouw, ‘Dit is precies andersom. Ik liep vol met energie, een dikke behaaglijke mantel van liefde.’

We zijn al meer dan een uur verder als ik Maan door de kamer hoor scharrelen. Het zit erop! Wat gek! Ze loopt overduidelijk bij het hoofdeinde rond, maar heeft nog steeds mijn voeten vast!

‘Ja, grappig he, er waren een paar engelen aanwezig, dat voelde je dus ook!’ Mijn vriendin staat te grinniken. ‘Wat heb je allemaal beleefd? Kom, dan krijg je een kopje thee. Ik heb speciale glutenvrije koekjes voor je gehaald!’

Even later zitten we in haar royale woonkamer te klessebessen. Heks is helemaal rozig na haar kristallen bad. De beelden en ervaringen dwarrelen nog door mijn hoofd. Intussen geeft Maan me de informatie door, die ze tijdens de behandeling heeft opgepikt.

‘Je moet beter gronden, Heks. Zelfs al ben je de dochter van een vaste plantenkweker en zodoende genetisch geaard. Zelfs als je iedere dag met je hond wandelt. En zelfs al heb je lekkere stevige benen. Die heb ik ook. Juist omdat ik van nature niet zo goed geaard ben. Ook moet je goed je energie reinigen. Elke dag weer. Vooral als je ergens bent geweest!’

‘Ik weet dat je die medicinale cannabis nodig hebt voor je pijn, maar het kan gaten maken in je aura. Je moet daar extra aandacht aan besteden. Zorgen dat je aura intact is.’ Ze geeft me een aantal gouden tips. Ik herinner me opeens dat ik een pleiadische schijf heb voor dit doel. Die zal ik maar weer eens tevoorschijn halen!

‘Als je aura een gatenkaas is, kan er van alles in ploppen. Voor je het weet heb je een lifter. Die leven van jouw emoties. Als jij je rot voelt of kwaad bent zijn zij in hun nopjes, want het is voer voor hen! Je moet je maar eens afvragen of al die woede waar je last van hebt eigenlijk wel van jou is….’

Het is al ruim over tienen als ik bij de auto kom. VikThor zit braaf te wachten, maar hij heeft wel een drolletje gedraaid op zijn ligkussen. Het arme beest heeft weer last van zijn trophozoiet, een hardnekkig parasietje. De behandeling slaat wel aan, maar gaat gepaard met aanvallen van buikpijn en dit soort acties……

Die nacht slaap ik als een roos. Mijn innerlijk landschap schittert en straalt. Ik voel me veilig en geborgen.

‘Heks, wat zie je er goed uit!’ De doktersassistente lacht me de volgende morgen tegemoet, ‘Herboren gewoonweg! Heel wat anders dan een paar dagen geleden, jeetje. Je leek wel een dood vogeltje, zo ellendig. Ik dacht dat het misschien nooit meer goed zou komen met je, maar goddank: Je bent er weer.’

Zij is niet de enige, die het opvalt, dat er een diepe energetische transformatie heeft plaatsgevonden de afgelopen dagen. Ook de buurvrouw heeft het in de gaten. ‘Je zag er echt niet uit, Heks, gewoonweg verschrikkelijk. Maar nu gaat het wel weer. Gelukkig maar!’

Dank je wel, lieve magische Maan. Jouw kristallen deken is een waar wereldwonder.

Etterbakken en schijtlijsters: Heks is er niet wild van. Toch heb ook ik zo nu en dan met een flinke etterbuil te maken. Geen kruid tegen gewassen natuurlijk. Gelukkig heb ik een handige huisarts…..

‘Vindt je het goed als mijn arts in opleiding meekijkt?’ Mijn huisarts geeft me een ferme handdruk en loopt achter me aan de lange trap op. Ik vind het best. De arts-assistente heeft afgelopen week de intake gedaan, dus ze weet wat haar te wachten staat. Zij liever dan ik….. ‘Waar je zin in hebt,’ grijns ik, terwijl ik haar de hand schud.

Heks zou een slechte dokter zijn. Ik gruw van etter en pus. Kots en vloeibare spuitpoep behoren ook niet tot mijn favorieten. Laat staan open wonden met bloederige blubberige rafelranden. Of een etterbuil zoals zich nu op mijn lijf bevindt………

Eenmaal op de behandeltafel heb ik al snel minder praatjes. Ik ontbloot mijn bovenlichaam en de dokter verwijdert het doorweekte verband. ‘Het ziet er iets beter uit dan gisteren, maar daar is ook alles mee gezegd, ik ga een nieuwe drain aanbrengen.’ Vakkundig bent hij te fröbelen. ‘Heb ik op chirurgie geleerd vroeger, tijdens mijn co-schappen, een drain maken van steriel gaas…..’

Trots wurmt hij de nieuwe drain in een flink wondgat ter hoogte van mijn middenrif. Heks gilt maar een klein beetje vandaag. ‘Het gaat beter, hè, met die Betadine zalf als glijmiddel?’ Goeie hemel, wat een gesprekken toch weer op de behandeltafel. Maar het gaat inderdaad gemakkelijker dan voorgaande dagen.

Vooral het opensnijden en initiële ledigen van de mega-buil was een regelrechte ramp. De oppervlakkige plaatselijke verdoving leek weinig te doen voor Heks. ‘Je kunt wel goed tegen pijn, zeg,’ mijn huisarts is onder de indruk, terwijl ik mijn pijn verbijt. Uiteindelijk, als hij in diepere weefsellagen begint te wroeten, vlieg ik toch tegen het plafond.

‘Laat niet je huisarts met een plaatselijke verdoving in een etterbuil snijden,’ lees ik later op internet. Veel te pijnlijk. En bovendien krijgen ze de rotzooi er vaak niet helemaal uit. Het kan onnodige complicaties geven…..

Nou ja, het is al gebeurd. En in een ziekenhuis kun je ook weer van alles oplopen. Vooral als je geen enkele weerstand hebt zoals Heks.

‘Volgens mij komt het doordat ik een dag voordat die buil de etterige kop opstak grondig onder handen ben genomen door de mondhygiëniste van de parodontoloog. Die heeft allerlei ontstekingen onder een paar kiezen aangepakt en mijn gebit extreem diepgaand gereinigd. Een dag later had ik opeens die buil……’

Mijn antroposofische huisarts vindt het onzin, maar mijn acupuncturist niet. De mondhygiëniste heeft er nog nooit van gehoord. Toch sluit ook zij niet uit dat er een direct verband is. ‘Hartpatiënten moeten van tevoren aan de antibiotica als ze hier worden behandeld,’ ze noemt nog wat patiëntengroepen op, die preventief met dit paardenmiddel worden behandeld, omdat ze risico lopen bij een hen.

MEers zijn echter psychiatrische patiënt hier in Nederland. Dus die buil zal ook wel tussen mijn oren zitten volgens de reguliere geneeskunde. Mooi niet!

‘Als u die ontsteking uit uw mond op uw arm zou projecteren, dan zou het een ontstoken wond van tien centimeter zijn…’ de mondhygiëniste kijkt me opgewekt aan. Langzamerhand begin ik in het stadium te komen om een paar overigens gezonde kiezen uit mijn heksenbek te laten trekken. Omdat de infecties eronder niet over gaan.

Ik ben alsmaar in de lappenmand en zo’n ontsteking zet natuurlijk ook geen zoden aan de dijk…..

Heks heeft teveel brandhaarden in haar lijf momenteel. Een dikke knie, een hypermobiele heup, een gedisloceerde schouder, pijnlijke arm en dode vingers, nek helemaal uit z’n verband, etterbuil op de buik, grote buil op voorhoofd, bronchitis, ontstekingen in de mond, gisten en schimmels in alle ander holten. Ik word er helemaal gek van. De godganse dag ben ik bezig met het blussen van binnenbrandjes.

‘Hoe doe je dat dan met je hondje, Heks?’ zul je je afvragen. Nou, die komt niet elke dag helemaal aan zijn trekken vrees ik. Ik doe mijn best.

Vanmiddag na de fysiotherapeut ga ik naar het bos. VikThor rent lekker over een veldje met een paar andere blaffers. Intussen staat een alleraardigste vrouw al haar ellende over me heen te storten. O jee. Hoe is dat nu weer mogelijk? Heb ik soms een bordje ‘vuilnisvat’ om mijn nek hangen?

Plotseling knalt mijn stevige sterke hondje samen met zijn speelkameraad van voren tegen mijn slechte knie aan. De knie, waar een veel te dikke labrador onlangs volledig het verband uit heeft gerukt.

Scheldend fiets ik naar huis. Die klotehonden. Dat puberige kolerebeest. Kan hij niet uit zijn doppen kijken? De hele wereld is ruk. Geen mens, die het iets interesseert hoe ik het rooi. Ik moet maar zien of ik het trek de komende tijd. Oh, oh, wat ben ik toch zielig.

Bij een brug kom ik tot stilstand met fietskar en al. Ik kom er niet tegenop. Terwijl ik sta te modderen krijg ik een grote bek van een lelijke kerel met een kop alsof hij altijd zo’n humeur heeft als ik nu!

‘Je ziet me toch emmeren,’ roep ik wanhopig tegen de etterbak. Opnieuw krijg ik commentaar. De man begint zowaar een preek. Zijn pathetische zeikgezicht breekt open in een stroom van verwijten. Goeie hemel, wat zijn sommige medemensen toch verschrikkelijk! Wat ik allemaal niet naar mijn geteisterde kop krijg!

Dan zijn de rapen gaar bij Heks. Plotseling vliegen er allemaal stevige scheldwoorden uit mijn mond. De man schrikt zich een ongeluk en gaat er snel vandoor. ‘Zieke eikel, zeikerige zeurkous!’ schreeuw ik hem allitererend na vanaf de Kippenbrug, die ik eindelijk met fietskar en al genomen heb.

Gisterenavond eet ik bij Steenvrouw. Boerenkool met worst. Ik kan zo aanschuiven! Haar adolescente kinderen zijn er ook. We hebben verrukkelijke gesprekken met hen. Daarna lopen mijn vriendin en ik nog een hele ronde langs de Vliet.

Vanavond ga ik naar Maan. Die schat gaat me verwennen met een kristallen bad. Een deken van bergkristal en andersoortig kwarts. Ik mopper wel op de mensheid, maar ik ken genoeg mensen met een hart van goud, die er wel voor me zijn. En goed voor me zijn!

Plons: Mijn varkentje lijkt wel een kikker! Of een zeehond…… Voor de zoveelste keer lazert VikThor in de gracht…….

1001004006414134

De dinsdagavond voor de sint ga ik toch naar het koor. Ik zit ruim twee uur uit op mijn stoel. Nou ja, zitten. Ik hou het geen drie seconden in dezelfde houding vol. En ik ben nog wel uitgebreid naar de fysio geweest vandaag. Goeie hemel. Niets lijkt nog te helpen. Mijn lichaam valt langzaam uit elkaar……

Thuisgekomen neem ik allerlei verschillende pijnstillers tegelijk in. Daarna ga ik naar buiten met VikThor. Hij moet hoognodig nog een lekker rondje lopen. Parmantig huppelt hij voor me uit. De stad is uitgestorven. Hij loopt los, wel zo lekker voor mijn arme gepijnigde armen.

imgres-6

‘Ga naar je pijn toe, probeer te achterhalen wat het je vertelt,’ zegt een van mijn behandelaars. Lekker is dat. Ik wil juist van die pijn weg. Ophoepelen nou, klotepijn!

Het is zo gemakkelijk gezegd. Overal in de alternatieve wereld krijg ik dit advies. Maar het is gewoon geen haalbare kaart. Toch probeer ik ook vanavond weer door de getormenteerde gebieden in mijn lijf heen te ademen en de pijn te voelen. Intussen tracht ik ook mijn lichaam te ontspannen. En laat ik ook eens een beetje anders lopen. Niet zo verkrampt.

Ik schud met mijn kont, voor zover mogelijk. Borst vooruit. Linkerschouder duw ik bewust naar achteren, want hij schijnt teveel naar voren te  staan en zo de hele boel vast te zetten. Inclusief een paar grote zenuwbanen. Mijn duim, wijsvinger en middelvinger zijn al dagen gevoelloos. Ter afwisseling van een paar weken brandende pijn. Ik weet niet wat vervelender is…..

imgres-5

Terwijl ik zo loop te kreukelen neem ik me opnieuw voor om niet op te geven. Ook Heks wil nog iets maken van haar sukkelige leventje. Ook ik heb zo wat noten op mijn zang……

En ook om te genieten van wat er dagdagelijks te genieten valt. In mijn geval een heel lief hondje en zeven schatten van katten. VikThor rent intussen voor me uit.

Hij snuffelt aan muurtjes en paaltjes. Het zal niet lang meer duren voor hij zijn poot optilt. Ik grijns van oor tot oor. Wat een lekker ventje!

Plotseling maakt mijn ventje een gekke beweging en geloof het of niet: Plons! Hij ligt in de gracht. Alweer! Hevig spetterend houdt hij zijn kleine koppie boven water. In een flits zie ik mezelf weer achter hem aan springen…… Brrrr. Het is stervenskoud! Het vriest een paar graden!

Ik neem een snoekduik op het droge en vis hem met een flinke beweging van mijn rechterarm uit de gracht. Geen nat pak deze keer voor Heks. Ik kan er gelukkig net bij.

Mijn hondje schudt zich uit en gaat als een zotteklap rondjes rennen. Hij is helemaal door het dolle. Een passerende vrouw krijgt er de slappe lach van.

Zo snel als mogelijk neem ik mijn gekke ventje mee naar huis. Gelukkig hoeven we niet ver te lopen. Binnen een paar minuten rol ik hem in een warme handdoek.

Wel een kwartier wrijf ik zijn kleine lijf totdat hij bijna droog is. En weer helemaal warm. Als een dwarse baby wringelt hij alle kanten op. Pas als ik hem een lekkere pensstaaf geef wordt hij een beetje rustig.

Jeetje, wat een gedoe. Mijn schouder heeft een ongelofelijke oplawaai gehad van deze reddingsactie. In 1 beweging is de behandeling van de fysiotherapeut weer volledig teniet gedaan. Maar goed. Mijn hondje is veilig. En dat is ook wat waard.

Een dag later ligt het monster alweer in het water. Tijdens het spelen met een andere hond vliegt hij uit de bocht zo een moddersloot in. Mijn auto ruikt nog dagen naar baggerig hondje…….

Ik kan me niet heugen dat Ysbrandt ooit in het water is gevallen. Zijn opvolger echter is dat al zeker zeven keer overkomen! Vier keer in de gracht, een keertje in een vijver en tot slot een paar maal in een moddersloot…… VikThor loopt echt in zeven sloten tegelijk!

Hier ga ik VikThor voor opgeven!!!!!!

 

 

Help! Heks hulpeloos zonder hulp! Hulp hopeloos zonder Heks! Hoe moet dat nu verder? We passen er een mooie mouw aan!

‘Heks, heeft mijn baas je al gebeld? Weet je het al?’ Mijn hulp staat hulpeloos in de deuropening. Het is vrijdag twaalf uur. Ze komt me uit de brand helpen, zoals altijd. Twee keer per week!

Ik kijk haar glazig aan. Ik weet van niets. Wat is er aan de hand? Of? Misschien? Een klamme hand slaat om mijn hart. Is haar contract niet verlengd? Raak ik haar kwijt?

Mijn bange vermoedens worden bewaarheid. Er is een gesprek geweest. Vrij plotseling. Hoewel het in de lucht hing.

‘Helaas, helaas, pindakaas, mevrouwtje. U heeft last van uw schouder gehad. En ook, maar dat zeg ik niet tegen u, wilt u niet meer uren gaan werken. U wilt dat wel, maar ik doe net of het niet zo is. Dus geen vast contract. Want dat is waarop het vast zit, maar dat zeg ik natuurlijk niet. Kom over een half jaar maar weer solliciteren……’

Shit, sapperdeflap, krijg nou wat. Heks had het niet verwacht. Tegen alle goede redenen om aan te nemen dat ze geen vast contract zou krijgen in -Niemand krijgt dat bij die club- ging ik er gewoon van uit dat dit voor eeuwig was. Mijn ideale hulp. Mijn aanstormende maatje. Mijn grote hondenvriendin!

We balen allebei. Het is altijd zo gezellig als zij er is en ook mijn thuiszorg vindt het heerlijk om hier te zijn. We delen een grote liefde voor honden en we behoren tot hetzelfde vliegende volkje: Ook zij is een heksje. Een heerlijk nuchtere toverkol. Dus je begrijpt dat er altijd heel wat wordt afgekletst tijdens het schoonmaken.

‘Je gaat er vast op vooruit qua hulp,’ troost ze me, ‘Ik voel me altijd schuldig, omdat we zoveel babbelen….’ Heks betwijfelt het. Als een witte tornado trekt ze al kwebbelend door het huis. Alles wat nodig is wordt gedaan. En indien nodig blijft ze iets langer: ‘We hebben zo lang gepraat. Ik ga toch nog even dweilen….’

‘Zullen we dan nu eindelijk eens samen met onze hondjes gaan wandelen? ‘ We roepen het bijna tegelijkertijd. Al maanden hebben we het hierover. Zowel mijn hulp als ik moesten tot onze schrik dit jaar vrij plotseling afscheid nemen van onze ouwe trouwe viervoeter. En zowel zij als ik hebben in no time een nieuw monster in huis gehaald!

We trekken onze agenda’s en spreken direct af. ‘Anders komt het er niet van en het lijkt me zo leuk als die honden het goed kunnen vinden met elkaar,’ zeggen we tegen elkaar. ‘Ik kan morgenmiddag,’ glimt mijn hulp.  ‘Ik ook,’ jubelt Heks.

Zo spreken we dan om twee uur af bij de golfbaan. De avond ervoor lig ik helemaal om. Ik ga niet naar het koor. En dat doe ik alleen als ik op sterven na dood ben. Niet best dus……. Oh jee. Ik begin te vrezen voor onze hondenwandeling! Dat wordt afbellen. Ik kan nog geen deuk in een pakje boter slaan…..

Gelukkig trek ik die nacht een beetje bij. En bovendien: Ik moet toch met mijn hondje op stap.

Tegen tweeën arriveer ik met mijn ventje in de fietskar bij het basketbalveld naast de golfbaan. In de verte zie ik iemand met een joekel van een Mechelse herder. We zwaaien. Langzaam peddel ik in haar richting. Nu wordt het spannend. Gaan deze blafbeesten vrienden worden?

Ik laat VikThor uit zijn veilige schuilplaats en zet fiets en kar op slot aan een lantarenpaal. We negeren de honden. Voorzichtig draaien ze om elkaar heen. VikThor glijdt op zijn rug. Hij laat zijn mooie stippelbuikje zien. Baris is in zijn nopjes! Een snuffelsessie verder gaan we op stap.

We lopen om het golfveld richting het eilandje in het Joppe. De honden doen het goed. Allengs wennen ze aan elkaars gezelschap en als we halverwege het eilandje zijn rennen ze al samen door het struikgewas. ‘Wat leuk,’ roepen we. En ‘Het gaat zo goed…..’

‘Zullen we ook nog de hele ronde om de golfbaan lopen?’ We hebben tijd genoeg. De hondjes zijn nog steeds op goede viervoet. Vooruit maar. We wandelen langs de gerestaureerde molen van de gekke molenaar. ‘Hij heeft hem in de fik laten vliegen door te draaien tijdens een storm……., dat heb ik gehoord van een andere molenaar.’

‘Hij heeft mij ook wel eens voor domme kut uitgescholden, die leiperd. En gedreigd mijn hond dood te schieten……’ We grinniken. De molenaar heeft een slechte naam onder vrouwelijke hondenbezitters. Het is een psychopatische mafkees met een jachtgeweer. Geen ideale combinatie. En hij heeft ongetwijfeld een klap van zijn eigen molen gehad…..

‘Hij koopt de politie regelmatig om met een paar lekkere hazen heb ik gehoord,’ mijn hulp is ook als de dood voor de schietgrage polderprins. En dat is dan weer niet zonder gevaar…… Angsthazerij wordt keihard afgestraft door die man…….

Als we bij de fietskar komen is het stralend weer geworden. Een lief zonnetje lacht ons tegemoet. ‘Jammer dat ik geen thee bij me heb,’ verzucht Heks. ‘Ga gezellig eventjes met mij mee…’ mijn hulp nodigt me spontaan uit.

Als we later aan de thee zitten, kunnen we er maar niet over uit hoe goed het is gegaan met de honden. Baris ligt voor Pampus in zijn mand en VikThor zit buiten in zijn kar.

Heks wordt verwend met heerlijkheden binnen haar dieet. Fantastisch! Zwarte chocolade met amandelen, kokossnoepjes……. Af en toe komt Baris naast me staan. Ik negeer hem volkomen. Ik heb zelf zo’n hondje gehad. Met een flinke gebruiksaanwijzing!

Dit gedrag buiten is geen probleem, dan kan ik hem gewoon aanhalen. Binnen gelden andere mores. Hier moet ik uitkijken voor mijn vingers….. Tenzij ik hem gewoon in zijn waarde laat……

‘Wat was het gezellig, dit gaan we nog eens doen….’ We hebben allerlei plannen met onze hondjes. Speuren, puzzelen voor honden en wandelen, wandelen, wandelen…….

Over een paar weken krijg ik een andere thuiszorg. Ik kijk er niet naar uit. Ik ga mijn huidige hulp enorm missen! Maar dit is ook erg leuk. Dit gaan we beslist vaker doen!

 

 

Heks en Joy gaan samen op stap. Met zeven katten naar de dierenarts: Een hele uitdaging! En een leuk uitje bovendien! Volgende keer gaan we een dagje naar het strand……..

Vrijdagavond vlak voor Sinterklaas begin ik me toch een beetje zorgen te maken. De buurvrouw is ziek en we zouden samen naar de dierenarts gaan. ‘Ik ga morgen met ALLE katten naar Ranzijn voor vaccinatie, zin om mee te gaan?’ sms ik mijn grote kattenvriendin Joy.

Misschien heeft ze tijd. Het is natuurlijk een raar weekend. Half Nederland zit met zijn handen in de papier maché of kledderige ontbijtkoek in een poging een dierbare goed te grazen te nemen. Of te verrassen. Met een  listige surprise…….

Binnen een paar minuten krijg ik uitsluitsel. Mijn maatje gaat graag mee! ‘Ik ben om kwart voor 11 bij je,’ schrijft ze, ‘en ik neem een extra vervoersmand mee!’ Hoera! Alle problemen opgelost.

Dinsdagavond zie ik een item op televisie voorbij komen, waarin wordt gewaarschuwd voor kattenziekte. Er is een grote uitbraak in Alphen aan de Rijn en nog een paar Nederlandse gemeenten. Help! Alphen is vrij dichtbij! ‘Het is superbesmettelijk en in bijna alle gevallen dodelijk,’ de presentatrice kijkt omfloerst de camera in, ‘dus als je katten niet zijn ingeënt lopen ze direct gevaar. Ook binnenkatten….’

Ik heb mijn katten al zeker twee jaar niet laten vaccineren. Na vijfentwintig jaar nutteloos geprik. De kosten zijn zo gigantisch hoog geworden de laatste jaren. Minimaal zo rond de vijftig euro per kat bij de lokale en regionale dierenartsen….. Ook is mijn kattengezin nogal uitgedijd. Alles bij elkaar is het niet meer op te hoesten.

Vorig jaar ontdekte ik echter dat je bij tuincentrum ‘Ranzijn’ voor veel minder geld terecht kunt. Alleen moest ik dan wel helmaal naar Aalsmeer met de hele beestenbende. In Leiderdorp hadden ze die service nog niet. ‘Komend najaar komt er hier ook een dierenarts,’ vertelde een medewerkster van het volledig in renovatie zijnde bedrijf me dit voorjaar, ‘Nog eventjes geduld!’

Zodoende zit Heks donderdagmorgen op internet te kijken of de dierendokter zich al heeft gevestigd op deze groene locatie. En wat een toeval! Laten ze nu juist vandaag open gaan! Ik bel hen op en maak direct een afspraak. Misschien ben ik wel de eerste klant!

Zaterdagochtend meldt mijn vriendin zich bijtijds. We drinken koffie en gaan daarna direct aan de slag. Alle katten moeten in de diverse manden. ‘Hoe had je het gedacht Heks?’ Joy kijkt me vragend aan. Ik zet mijn plan uiteen.

‘Snuitje in de kleine plastic box, Leonoor in de rieten mand en Ferguut in die grote stoffen tas. Zij moeten alledrie bij voorkeur in hun eentje worden vervoerd. De boskat kan met zusje Aafje in die grote kattenbench van de buurvrouw. En Bolster kan met zijn moeder in de bench van Ys. Eh VikThor.’

We vangen kat na kat en stoppen ze in de juiste mand. Alleen Bolster is nergens te bekennen. Op zijn vaste verstopplekjes is hij niet te vinden. Ook houdt hij zich muisstil. Hij voelt nattigheid.

Na een goed kwartier ontdek ik hem in een piepklein hoekje achter de bank en de gordijnen. Snel grijp ik hem in zijn nekvel. ‘Jij ontsnapt me niet meer, kleine puntneus,’ mopper ik op de Benjamin van het gezelschap. Ik laat hem in de bench zakken. Zo. Klaar. Inladen en wegwezen!

We sjouwen een paar keer de trap op en af. VikThor staat bovenaan in de aanslag om mee te gaan. ‘Kunnen we hem niet beter thuislaten?’ pleit Joy, ‘Het lijkt me nogal onhandig als hij ons voor de voeten gaat lopen.’ Tja, ze heeft gelijk, maar ik neem hem toch liever mee. ‘Zo onhandig!’ roept Joy, ‘En hij heeft er toch niet veel aan. We hebben geen tijd om te wandelen of spelen.’

‘Ja, maar hij wordt wel geestelijk afgebeuld. En dat is ook belangrijk,’ ik kijk mijn vriendin aan, ‘anders moet ik direct weer aan de bak met hem als we terugkomen van de dierenarts. En dan ben ik helemaal af en klaar. Dan moet ik eigenlijk een paar uur plat.’

Ik heb het nog niet gezegd of Joy belt haar vent. ‘Heb je zin om op VikThor te passen?’ Vijf minuten later gooien we mijn hondje bij hem naar binnen. Hij gaat lekker met hem wandelen!

‘Miauw, miauw,’ klinkt het in de achterbak van mijn piepkuiken, ‘Maauwwwww, mrwwaauuuwww’. Bolster voert het hoogste woord, maar ook de boskat laat zich gelden. De enige die we helemaal niet horen is de Zwarte Panter. Hij houdt zich gedeisd.

‘Ik reed een keer op een mooie zomerse dag met zo’n vier katten en Ysbrandt richting dierenarts. M’n monsters zaten te miauwen als gekken en mijn raampje stond open, dus mensen op straat hoorden dat kabaal. Maar als ze keken zagen ze die lieve hondenkop van Ys boven de achterbank uitsteken. Veel verbaasde gezichten, joh’. We giechelen.

We hobbelen rustig de stad uit. Oh wat is het toch altijd gezellig met Joy. Vanaf dag 1 is dat zo geweest. En ook vandaag is geen uitzondering.

Bij het tuincentrum laden we alle manden op een paar winkelwagens. In karavaan gaan we op zoek naar de net geopende dierenartsenpraktijk. Het is druk in het net verbouwde bedrijf. Je kunt over de hoofden lopen, ware het niet dat ze zich allemaal verbaasd omdraaien om naar deze miauwende optocht te kijken.  Alsof de zon doorbreekt vormt zich een lach op menig gezicht: Wat leuk, poesjes!

We moeten het halve bedrijf door, policy om aan zoveel mogelijk begeerlijke producten te worden blootgesteld: Heks is min of meer opgegroeid in een dergelijk bedrijf, ik ken de sneaky methoden om klanten tot kopen te verleiden van haver tot gort! We kijken nergens naar. Heks is hartstikke blut. Ze kan nog net het komende consult ophoesten!

‘Het ziet er wel mooi uit, Joy. Jeetje wat is het hier opgeknapt! Moet je kijken hoe hoog de kassen zijn! Wat een ruimte……. Echt prachtig!’

Bij de dierenarts worden we vriendelijk verwelkomt. Alle katten worden ingevoerd in het systeem. Een charmante jonge vrouw neemt ons mee naar een spiksplinternieuwe praktijkruimte. Enigszins moeizaam staat ze ons te woord. Haar Nederlands is gebrekkig, ze is overduidelijk een importarts. Later ontdek ik dat er vier  dierenartsen tegelijkertijd werkzaam zijn. Ook Nederlandse.

Zodra ze echter de dieren in haar handen krijgt is er geen gebrekkigheid meer te bekennen. Geroutineerd wordt dier na dier onderzocht. ‘Hopla’, vakkundig prikt ze een stevige cocktail antistoffen bij mijn schatjes naar binnen. Niesziekte en kattenziekte zijn vanaf nu weer kansloos in Huize Heks. Wat een opluchting!

Intussen kwebbelt Heks over de familiaire verhoudingen in haar kattengezin. ‘Ze zijn allemaal familie van elkaar,’ Joy grijnst me toe, haar kat Siep is ook familie van al mijn beestjes!

‘Kijk, dit is Bolster,’ we beginnen met de Benjamin, ‘Hij is de kleinzoon van Snuitje en Ferguut, de zoon van Pippi en de boskat en die lap en die rooie zijn zijn tantes…..’

Na Bolster volgt Pippi. Dan Snuitje, Ferguut en de lap. Ze laten zich gemakkelijk pakken en bepotelen. Bij het onderzoek echter knorren ze zo hard dat de arts het hartje niet kan horen. We moeten erom lachen. Gekke beesten. Zien ze het soms als een leuk uitje?

Katten snorren ook in stresssituaties. Zo gek is hun gedrag dus niet. Maar grappig blijft het.

Tot slot halen we ThayThay en Aafje uit de bench. De grote boskat blijkt toch slechts 5.5 kilo te wegen. Heks wist het wel, maar het blijft vreemd, gezien zijn omvang. Deze enorme haarbal is ook al zo gezond als een vis. ‘Mijn eerste kat woog ruim negen kilo. En dan was hij echt niet dik, ik hield hem strak in het voer. Nadat ik een aantal maanden op wereldreis was geweest had hij een heel klein hoofd gekregen……’

Verbaasde blik van de dierenarts. Misschien begrijpt ze geen jota van het verhaal. Toch klets ik vrolijk verder.’Bleek de buurman hem zoveel eten te hebben gegeven als hij maar wilde: Kat Koe woog opeens ruim twaalf kilo! Een grote berg witte kat met een stippelkopje erop. Hilarisch, maar niet gezond. Hahaha….’ Ik moet nog lachen als ik eraan terug denk. Koe was toch zo’n fantastisch bakbeest. Elke nacht sliep hij boven op mijn hoofd. 18 jaar lang. Ik mis hem nog steeds.

Na een klein uur zijn alle katten gewogen, gecheckt en gevaccineerd. We kunnen weer naar huis!

Opnieuw loopt de kattenkaravaan door het tot spiksplinternieuw verbouwde tuincentrum te paraderen. ‘Ik moet nog een nepplant scoren, lieve Heks, hebben we daar tijd voor?’ We hebben helemaal geen haast, dus we kachelen richting zijdebloemen. Wat een leuk uitje! Op stap met alle katten! ‘Miauw, miauw, mrauwwwwww…..’, zingen onze reisgenoten in koor.

Twee kleine tekkeltjes komen aangestormd. De kleinste in een rolstoel. Vol verbazing observeren ze mijn monsters. Ze draaien aan alle kanten om de hete brei, volledig gefascineerd. Mijn kleine katachtigen zijn niet onder de indruk, gewend als ze zijn aan een blafbeest om zich heen. De eigenaresse van de tekkels ligt dubbel, wat een vertoning!

De zijdeplanten zijn ruk. Joy kan geen geschikt cadeautje vinden. ‘Ik heb jarenlang in de zijdebloemen gezeten. Mijn afdeling was wel tien keer zo groot als deze. Met veel meer keus!’ Postuum is Heks nog trots op haar uitgelezen afdeling namaakgroen van dertig jaar geleden. Zelfs al houdt ze zelf totaal niet van kunstbloemen en -planten. Zo lelijk!

We wurmen ons langs de kassa. Nog niet zo gemakkelijk met zoveel bagage. Alle katten worden weer in de auto geladen. Al miauwend rijden we de stad weer in. VikThor wordt opgehaald. Die heeft ruim twee uur lopen rennen en spelen. Ideaal.

Eenmaal thuis kruipen alle katten snel op een lekker warm veilig plekje. Behalve de panter. Die smeert hem direct. Eerst eventjes door de buurt paraderen met z’n mooie nieuwe vaccinaties……

Heks kruipt in haar bed.

Een paar uur lig ik bewegingsloos uit te puffen. Mijn lijf is toch zo slecht. Ik dwing mezelf tot bewegen. Projecten zoals vandaag zijn eigenlijk helemaal niet haalbaar. Lig ik weer uren te creperen van de pijn. Goddank is Joy mee geweest. Zo gezellig! En zo is het toch allemaal goed verlopen!

’s Avonds zit ik met al mijn beesten in de woonkamer. Ik voel me opgelucht. Het idee al mijn diertjes te verliezen aan zoiets ellendigs als kattenziekte is te afschuwelijk: Daar hoef ik me voorlopig geen zorgen om te maken. Mijn kattenbende is safe!

 

 

 

Heks is de Zwarte Piet. Of niet? Ben ik identitair in verzet? Krijgt Piet de Zwarte Piet toegespeeld of is hij niet meer van deze tijd? Raken we dat gezeur over die kleur ooit kwijt? En wanneer maken we van Sint een mooie mollige meid?

Ze hebben een hele enge website

Vorige week krijg ik een raar pamflet in de brievenbus. Het is gedrukt en verspreid door de beweging ‘Identitair Verzet’. Mensen met een identiteit. In verzet. Op een pamflet. Retteketet. Je van het.

Ik sta er sullig naar te staren. ‘Moet je nu eens zien,’ ik wapper het papier voor de neus van mijn hulp heen en weer. Ze is nog maar net binnen. En ook nog niet helemaal wakker, net als Heks.

Het gaat weer over die hopeloze Zwarte Pietendiscussie. ‘Red Zwarte Piet’ staat er op en ‘Ons erfgoed, hun toekomst, onze strijd’ . Het valt me eerlijk gezegd mee dat er geen spelfouten in zitten, want inhoudelijk doet de tekst vermoeden geschreven te zijn door een idioot.

‘Help Zwarte Piet’ en ‘Wie onze cultuur niet eert is ons land niet weerd‘. Dat laatste zou een ‘Oud Hollands gezegde’ zijn. Uit een grote duim gezogen blijkt. Of een vrije interpretatie van ‘Wie het kleine niet eert is het grote niet weerd’. En Nederland is klein.

Vol onzin en vooringenomen gezwets

Meer voor de hand ligt dat de schrijver van het vlugschrift geen notie heeft van Hollandse gezegden en spreekwoorden en maar zo’n beetje bij elkaar grabbelt wat em van pas komt!

De rest van het strooibiljet staat bol van de ‘rot op naar je eigen land’ varianten. ‘BEVALT HET JE HIER NIET? Niemand is verplicht hier te blijven,’ eindigt de boodschap. Mooi zo. De schrijvers van het schotschrift dus ook niet. Ook zij kunnen gevoeglijk ophoepelen als het hen niet bevalt…..

‘Op hoogglanzend papier gedrukt, in kleur, huis aan huis verspreid. Wat een geld is hieraan uitgegeven. Gewoonweg zonde. Mensen zijn knettergek. En die hele Pietendiscussie is volstrekt ziek. Aan beide kanten. Dat gezeur en geneuzel over discriminatie naar aanleiding van dit onschuldige kinderfeest. Geen peuter die er over valt. Want waar hebben we het over? Een domme knecht met een smoel vol schoenpoets of roet…….’

‘En dan nog. De meest gediscrimineerde groep ter wereld zijn vrouwen en daar gooit niemand pamfletjes voor door je brievenbus,’ moppert Heks verder, ‘En dan die nationalistische idioten van een kaaskoppen……. Nederlanders zijn de hele wereld over gegaan. Overal hebben we onze desastreuse sporen nagelaten. Alleen daarom al zouden we alles en iedereen die in ons land wil wonen met open armen moeten ontvangen…..’

De wereld is gestoord. Knecht Zwarte Piet stamt uit een ander tijdperk. Maar Sint ook. Waarom is het eigenlijk een schimmelige witte man? Kunnen we er niet gewoon een frisse blozende vrouw van maken? Met grote kanonnen van borsten, een dikke reet, een gezellige snorrebaard en een kleurtje?

Heks als Zwarte Piet, dertig jaar geleden.

Van een avondje zingen knap ik altijd op! En Heks is niet de enige! Lang leve Ex Animo! Een uitstekend medicijn voor tanend bejaardenlibido! En voor mensen met pijn……

©TOVERHEKS.COM

In een week als deze maak ik weinig mee. Ik hobbel van therapeut naar therapeut en tussendoor probeer ik zodanig te bewegen dat er niets uit de kom schiet. Of valt. Of plopt. Ik sleep me wel naar het koor. En hoewel ik nauwelijks op mijn stoel kan zitten en al helemaal moeite heb met het omslaan van de pagina’s van Haydn’s partituur met die ellendige pijnlijke arm, toch ben ik blij dat ik gegaan ben.

‘Ik heb een cadeautje voor je,’ zegt mijn zangmaatje Anna. ‘Doe niet zo gek, echt waar?’ Heks is onlangs jarig geweest, maar dat feest viel totaal in het water. Nu word ik toch nog verwend. ‘Niet uitpakken hoor, anders krijg je het er niet meer in.’

Dat vind ik grappig. Het is toch de bedoeling dat je presentje uit de verpakking komt….. Toch geef ik gehoor aan haar suggestie. Ik trek de zijkant los, maar laat de inhoud ongemoeid. Voorzichtig gluur ik in het pak.

©TOVERHEKS.COM

‘Een poezenkalender! Wat leuk, echt supergaaf! Gekkie, wat een mooi cadeau!’ Ik geef haar een dikke zoen. Verlegen zit ze te lachen om haar succes. ‘Jij verwent mij ook altijd zo, ik wilde gewoon een keer iets aan jou geven!’

Later thuis bekijk ik het presentje nog eens heel goed: 365 katten! Voor elke dag 1. En ook nog een prachtige poezenposter……. De kalender krijgt een mooi plekje.

Vanavond studeren we nog een keertje op Haydn, maar na de pauze gaan we beginnen aan ons kerstprogramma. Ik heb mijn boek met Christmas Carols weer uit de kast gehaald. De eerste die we beetpakken is geen favoriet van Heks. ‘On the way to Bethlehem…..’ Vorig jaar hebben we em ook gezongen en elke keer ging er wel iets mis met het onding.

‘Hoe is het met je man?’ Een andere zangvriendin heeft al een paar weken verstek laten gaan. Haar echtgenoot lag plotseling in het ziekenhuis. ‘Hij is nu weer thuis, maar hij heeft een goed pak uitgedaan….’ Ze zijn allebei op leeftijd en dan hakt zoiets er dubbel in. ‘Ik ben blij dat je er weer bent!’

‘Oh, ik hoop dat dat zo blijft. Ik heb aanstaande zaterdag mijn stemtest en ik ben bang dat ik er niet door kom. Vooral omdat ik al weken niet heb gezongen…..’

Ja, die stemtesten. Heks heeft er ook wel eens eentje ondergaan. Een stressvol gebeuren. En al die spanning slaat dan weer op je stem. Of je krijgt van de zenuwen geen lucht. Of je piept van angst….. Iedereen heeft er de pest aan.

‘Ik zat vorig jaar nog bij de sopranen, maar na de stemtest was ik mooi opeens alt. Na vijfendertig jaar!’ Anna kan er nog nijdig om worden. En het is waar: Ze pakt nog steeds moeiteloos de hoogste noten. ‘Ik ben blij dat je geen sopraan meer bent. Anders zat je niet gezellig naast me,’ troost ik haar.

©TOVERHEKS.COM

Sopraan zijn is natuurlijk het hoogst haalbare. Letterlijk. Maar Heks eindigt waarschijnlijk als bas. Ik kan nu al gemakkelijk hun partijen meezingen met mijn Indiase zangbereik een paar octaven de diepte in. Niet verder vertellen hoor, want ik wil nog een paar jaar alt blijven en tenoren en bassen zijn er altijd tekort. Voor je het weet ben je de klos.

Zingend loop ik achteraf naar mijn auto. Ik ben altijd blij na een repetitie met mijn koor. Zelfs al kan ik niet op mijn stoel zitten van de pijn. Zelfs al lukt het me nauwelijks om een bladzijde om te slaan. Wat kan het schelen?

Mijn humeur wordt enorm opgevijzeld. En dat is alleen maar gunstig voor allerlei fysieke processen. Lang leve Ex Animo! Een uitstekend medicijn voor het tanende bejaardenlibido! -Er  wordt wat afgeflirt en afgelachen- En voor mensen met pijn.

©TOVERHEKS.COM