Een dagje vrij van je eigen bestaan is ook wel eens lekker. Of een paar weken, maanden….. Op vakantie gaan is voorlopig geen optie. Bovendien veel te vermoeiend. Maar een middagje ongegeneerd door de stad schuimen en plezier maken kan natuurlijk altijd!

‘Schat, kom je eten?’ Heks heeft een enorme pan Thaise rode curry gekookt. ‘Graag,’ schrijft Steenvrouw terug, ‘Maar liever morgen. Vandaag ben ik druk aan het klussen…..’

Mijn handige stoere vriendin heeft een complete wooneenheid in haar huis gebouwd. Met een piepklein keukentje, badkamertje, balkonnetje, bedje, tafeltje, stoeltje, magnetronnetje en kast. Ruim vijf, zes maanden is ze aan het klussen geweest. Een eindeloos project, een gebed zonder end, een megaklus.

Maar nu is het dan af. Haar eindeloze gebed is verhoord: Er komt een huurder aan. Hoera!

Zondag fiets ik een schandalig late ochtendronde ergens in de middag. Ik heb om zes uur vanmorgen nog door een slapende stad gewandeld en daarna zelf flink uitgeslapen. Langzaam kom ik weer op gang.

De stad is afgeladen vol. Overal staan bandjes te spelen, want vandaag is het Gouden Pet festival. Een competitie tussen straatmuzikanten. Heks heeft ook wel eens meegedaan vijfentwintig jaar geleden. Samen met Buurman en ons Dikkertje Tromkoor, een compleet koor bestaande uit twee personen. Ons tweetjes.

‘Kom wat eerder, dan gaan we een beetje over de markt lopen, het is hartstikke gezellig in de stad,’ app ik Steenvouw. Zo lopen we een klein uurtje later lekker door de stad te schuimen. VikThor is ook van de partij. Heerlijk vindt hij dat, die mensenmassa’s. Overal knuffelen met Jan en Alleman…. Een heel ander karaktertje dan Ysbrandt….

Op de Breestraat is een rommelmarkt aan de gang. Heks heeft een paar tientjes in haar tas gestoken. Hier en daar koop ik wat onzinnige en fantastische spulletjes. Het allerleukste is evenwel het onderhandelen. Ik heb een goede bui, evenals de verkopende partij. Dus de kwinkslagen zijn niet van de lucht.

In een kraam vol vreemde voorwerpen staan twee minuscule sumo worstelaars tegenover elkaar. Plastic poppetjes werkend op zonne-energie. Dreigend wiegen ze met hun heupjes. Schommelen met hun minimale massieve schoudertjes.

‘Wat kosten die worstelaars?’ ‘Vijf euro, jongedame. Maar ze zijn alleen saampjes te koop…..’

De twee mannekes wisselen van eigenaar. ‘Ze doen me denken aan bepaalde mannen in mijn omgeving,’ grap ik opgewekt tegen de verkoper. Grinnikend dient hij me van repliek. De lucht is licht en vrolijk. We dansen verder door de stad.

Een grote blauwe opgezette vlinder trekt mijn aandacht. Mijn hulp is dol op vlinders. En met name dit exemplaar. Een paar weken terug heeft ze me er een afbeelding van laten zien op haar telefoon. ‘Maar die dingen zijn geweldig duur. Moet je kijken, wat ze er voor vragen….’

Wat een toeval, dat ik er eentje tegenkom. Mijn kleding-engel is weer goed bezig. Hij heeft zich intussen ook toegelegd op het opsporen van bijzondere vlinders en woonhuizen. Voorzichtig informeer ik naar de prijs. Een fractie van wat ze er op internet voor wilden hebben.

Hierna vinden we het welletjes. Het geplande terras laten we zitten.

Met een tas vol gekke aankopen lopen we weer naar Huize Heks. Steenvrouw heeft ook een paar leuke dingetjes op de kop getikt. ‘Ik ben eigenlijk bezig om troep weg te gooien en moet je nu eens zien….’ ik kijk mijn vriendin berouwvol aan. We schieten in de lach. Vandaag mag het eventjes.

Geen zorgen voor morgen en leve de lol.

Heks zet een fenomenale Thaise curry op tafel. Verse Thaise basilicum groeit in mijn raamkozijn. Ik snipper de blaadjes over de borden. Nog een schepje veganistische Tzatziki ernaast….. Het feestmaal is compleet.

‘Proost, schat,’ Steenvrouw heeft wijn meegenomen. We klinken op een mooie zomer, nette bewoners voor haar pasgebouwde studio en de liefde. Vooral de liefde heeft wat geproost nodig. We zijn beiden alweer jaren vrijgezel. Het bevalt wel, beter dan leven met gezegende gekken, zoals onze exen…..

Maar is het intussen niet eens tijd voor een nieuw avontuur?

©Toverheks.com

 

 

Roeien met de theelepeltjes, die je hebt. Oost, West, krijg de pest. De pest er in heeft geen zin, Heks. Dus kom je tot niets, stap dan op je fiets. Die geweldige snelle elektrische fiets.

Heks zit weer in een lekkere periode van roeien zonder riemen, omdat je ze niet hebt. Heks heeft theelepeltjes tot haar beschikking. Om de drie dagen. De tussenliggende periode lig ik hoegenaamd stil.

Behalve als ik elektrisch rondfiets. Met mijn hondje, mijn zenmeester, mijn viervoetige vriend.

Idioot heet is het de afgelopen weken. Met tropische uitschieters en zwoele nachten. Heks ligt ’s middags in bed te wachten tot het een beetje afkoelt. Soms is het pas tegen zevenen enigszins te harden. Dan hang ik Vik’s kar achter mijn fiets. Stop mijn monster er in en hopla: Op naar het eerste beste parkje.

Daar laat ik mijn ventje zwemmen, totdat hij genoeg is afgekoeld om veilig de stad uit te komen. Op de warme geasfalteerde stukken zit mijn prinsje op zijn erwt in de hondenkar. Schaduwrijke stukken laat ik hem lekker rennen naast de fiets.

Bij het Valkenburgermeertje is het een drukte van belang. Dikke schommelende dames staan heupwiegend balletjes te gooien voor minuscule ratachtige hondjes. Een bolle lelijke kerel geeft me een grote bek, omdat zijn hond de bal niet uit het water wil halen. En mijn hondje wel. Ook het balletje van zijn hond.

Ik geef die afgekloven tennisbal dus maar weer terug aan dat stuk chagrijn. Met tegenzin. En een opmerking. Zijn vrouw glimlacht vergoelijkend, zoals een echte narcistenpartner betaamd. Snel maak ik me uit de voeten. Ik voel een scheldaanval  opkomen, zoals altijd tegenwoordig na een confrontatie met een rasnarcist.

Vlak voordat ik ervandoor ga schrik ik me een hoedje. In de verte komt een dame aanlopen met een grote hond. Ik denk eventjes dat het een oude vriendin betreft, die om onduidelijke redenen van de ene op de andere dag is afgehaakt. Maar nee. Het is een mij onbekende vrouw.

Als ik heel veel later op de terugweg weer langs het hondenstandje kom, staat de vrouw er nog steeds. We raken aan de praat, terwijl we eindeloos balletjes gooien voor onze honden.

En wat blijkt? We hebben op dezelfde lagere school gezeten. We kennen dezelfde mensen. Ze vertelt hoe ze haar hond van een jager heeft gekregen. ‘Hij was niet zo geschikt voor de jacht. Beet veel te hard in de aangeschoten dieren. Was bezitterig op zijn prooi. Toen ik hem kreeg was hij zo vals als wat. Altijd op zijn flikker gekregen. Echt heel zielig. Hij sliep in een schuur. Totaal niet gesocialiseerd….’

Ongelofelijk. Ik zie een prima gesocialiseerde hond, die uitstekend luistert en heel hard wil werken voor de baas……Dat heeft ze in no time voor elkaar gekregen! Slechts een paar jaar. ‘Het is een ouwe kerel, hoor. Hij is ruim negen.’

De dame naast me krijgt regelmatig afgeschoten wild van bevriende jagers. Het wordt op de juiste wijze geschoten. ‘Die jager van wie ik vaak iets krijg gaat rustig twintig keer terug om een bepaald dier te schieten. Hij moet hem goed op de korrel krijgen, zodat hij hem met 1 schot kan doden. Direct in de longen of het hart…..’

Zij slacht vervolgens die dieren. ‘Ik eet er zelf van en geef soms wat aan vrienden. Of ik nodig mensen op het eten…..’ ‘Wat doe je met de huiden?’ ‘Die gooi ik weg….’

Zo wisselen we dan adressen uit. Heks mag de huiden komen halen om trommels van te maken. Nou ja, een trommel. Dat is wat ik wil. Eentje voorlopig. Maar eens zien of dat lukt.

Op de valreep kom ik er achter, dat we nog een passie delen. Stenen! ‘Ik ben net terug uit de Sahara. Daar heb ik gezocht naar halfedelstenen. Er zijn allemaal oude mijnen, door de Fransen leeggeroofd en achtergelaten, waar lokale mensen met gevaar voor eigen leven in gaan. Ik doe dat niet , hoor. Dus ik vind ook niet de mooiste stenen…..’

‘Op een gegeven moment kwam ik in contact met een vader met zijn zoontje. Zij hadden allemaal halfedelstenen te koop. Maar hun prijs was belachelijk laag. Ze vroegen 500 dinar. Dus heb ik mijn gids gezegd te doen of hij hen niet begreep…..’

‘Dat vind die vrouw veel te duur, 5000 dinar. Ze wil er hooguit 4000 voor geven….. Hahahaha….’

Tevreden fiets ik naar huis. Wat een leuke ontmoeting. Wat een bijzonder medemens. En wie weet maak ik binnenkort wel zelf een prachtige drum. ‘Ik heb een ree voor je, maar hij ligt al een paar dagen in de warmte, dus hij stinkt wel heel erg….’ appt ze me later.

Nou, de volgende keer beter. Dit valt me nog een beetje rauw op mijn dak. Eerst maar eens zorgen, dat ik een heks vindt, die hier wat meer ervaring mee heeft. Zodat we lekker samen aan de gang kunnen met die huiden.

 

 

‘Love yourself for dummies,’ hernieuwde uitgave. Met extra veel tips om jezelf lief te hebben ondanks onvolmaaktheden, lage bankrekening, verkeerde huidskleur, verkeerd geslacht, teveel/te weinig of geen geslacht, overgewicht, zweverigheid en andere gebreken. We kunnen niet genoeg van onszelf houden. Helaas zijn we doorgaans niet erg scheutig met eigenliefde. Terwijl het zo heilzaam is! Een vicieuze cirkel.

‘Love yourself and love God,’ aan het woord is mijn leermeester Alex Orbito. De man, die zijn patiënten op geheel Filipijnse wijze met zijn blote handen opereert. Voor ons westerlingen een onbekend fenomeen.

Uiterst wantrouwig worden we van dergelijke praktijken. Iedereen roept direct dat het gaat om regelrechte oplichting met behulp van kippenbloed. Maar Heks heeft er, als doorgewinterde medewerker van zijn vrijwilligersdreamteam, te vaak met haar neus bovenop gestaan om dit te kunnen onderschrijven.

De arme man is zelfs wel eens ergens in de gevangenis beland door zijn altruïstische edoch in onze ogen onconventionele manier om de mensheid te helpen. Ook werd hij een keer gekidnapt door een malafide oliesjeik om een familielid te genezen……..

Tot overmaat van ramp heeft hij ooit maanden in Italië huisarrest gehad, terwijl een groep fanatieke wetenschappers zich op allerlei bewijsmateriaal stortte. Hele vreemde dingen troffen ze aan. Onverklaarbaar weefsel. Dematerialiserende bewijsstukken. Maar nergens kippenbloed.

‘Peace is every step. I have arrived, I am home. The Kingdom of God is here and now…….’ zomaar wat uitspraken van een andere leermeester van Heks, Thich Nhat Hanh. Onze geliefde filosofische Zen Boeddhist, die de term interbeing in ons bewustzijn heeft gelanceerd.

Onlangs zit ik ergens in ons moerassige kikkerlandje op een eeuwenoude grafheuvel. Ik denk aan al onze voorouders. Hoe ze zich kapot ploeterden om zichzelf in leven te houden. Een keihard bestaan. Overleven.

De gevaren bezweren door middel van offers en rituelen. De wereld trotseren met magie. Een samenleving vergroeid met het landschap. Ons huidige landschap. Maar dan een zeer ruige zompige versie.

‘Wij hadden het ook niet gemakkelijk, hoor,’ lispelt een voorouderlijke stem in mijn geestesoor. Wat een dooddoener, zul je zeggen. Een dooddoener door een dooie. Het moet niet gekker worden…..

Reken maar dat ze een hard leven hadden, die voorouders van ons.

 

Gek genoeg relativeert dit inzicht mijn huidige gespartel. Mijn gemopper en gebaal van mijn luizige leventje. De gemiddelde voormoeder zou tekenen voor zo’n leventje. Geen dagdagelijkse strijd om iets eetbaars op tafel te krijgen. Niet op je blote knietjes kleding wassen in een ijskoud beekje, geen kwaaie woeste kerel met knots, die je alle hoeken van je plaggenhut laat zien, NOOIT HONGER…..

Niet vijftien keer bevallen en al je kinderen overleven. Niet een dierbare offeren aan de goden voor een goede oogst. Nou ja, zo kun je nog wel eventjes doorgaan.

Wel aten ze allemaal biologisch. Iets, dat nu als een luxe wordt ervaren. Ook was niemand suikerverslaafd. Of gokverslaafd. Alcohol is iets van alle tijden. Maar er ging vast geen kratje bier doorheen op een warme zomeravond. En in de winter lag je sowieso vroeg in je nest…..

Gisterenavond ervaar ik diepe rust in mezelf. Snuitje ligt te knorren op mijn schoot. De laatste tijd zit ze als een pluizig snorrend bolletje aan me vastgeplakt. Het zijn de laatste loodjes voor mijn schatje. Zolang ze eet blijft ze leven. Muizenhapjes gaan er in. Heks is voortdurend in de weer om iets lekkers te verzinnen binnen haar dieet.

‘No coming, no going,’ zingt het zachtjes door me heen. Ik voel hoe mijn schatje in mijn hart woont. Waar ook Koe, Prinsje en Ysbrandt hun plekje hebben. Mijn overleden huisdieren drentelen al weken door mijn huis.

Ze blijven een beetje in de buurt voor het geval dat….

Het geval wil, dat mijn poesje nog ligt te leven. Knorrend en snorrend. Het Koninkrijk Gods is hier en nu. De Grote Moeder is overal aanwezig. Er is geen dood, slechts verandering. Ik weet wel, dat ik mijn schatje enorm ga missen. Maar ook weet ik dat ze voortleeft in mijn hart.

Tot in mijn tenen geniet ik van onze vrijpartijtjes samen. I have arrived, I am home.


‘Love yourself and love God.’ Heks voelt de Grote Moeder door haar handen stromen. Ik rust in haar vrede. Een beetje van mezelf houden is genoeg. Dat is al meer dan gemiddeld.

‘Maar is het dan niet oneindig narcistisch om alleen maar zo’n beetje van jezelf te houden?’ Nee. Een narcist houdt niet van zichzelf, kent zichzelf niet, kijkt niet in zijn eigen spiegel……. Jezelf eindeloos spiegelen in de bewondering van anderen is niet wat ik bedoel.

Je kale armetierige zelfje liefhebben. Ontdaan van toeters en bellen. Je eigen ruggensteun zijn. Je eigen grootste fan. Zoiets. We doen ons best.

   

 

 

Thay’s Aandachtsoefening Loving Speech bestaat niet voor niets. Woorden kunnen wapens zijn. Onbedoeld, maar toch niet fijn. Heks moet ook haar mond gaan spoelen na al dat machteloos schelden in koele bloede…… Laat ik maar weer verhaaltjes verzinnen. Wacht, er schiet me er al eentje te binnen!

Verhaaltjes in je hoofd. Heks heeft er al haar hele leven last van. Misschien komt het, omdat ik lang heb geduimd. Geen idee. Wat ik wel weet is, dat het op de lagere school al begon op te vallen. In de tweede klas kreeg ik een hele lieve juf, die hier gretig gebruik van maakte.

Elke dag zette ze me een half uurtje voor de klas. Direct begon Heksje iets uit haar grote duim te zuigen. Een koning met bolle appelwangen. Een hofhouding, die hier niet mee uit de voeten kon. Een liedje om het geheel te verluchtigen. Met melodie en al.

‘Koning Appelwang heeft een dikke appelwang. Maar hij eet niet veel, heeft een hekel aan bakmeel…. Koning Appelwang, Koning Appelwang!!!!!!!’

Ik geef toe, de tekst is rudimentair. Ik was dan ook pas zeven jaar oud. Maar is het onderwerp niet intrigerend? Onze huidige koning was nog niet eens geboren. Toch had ik al een gleshelder innerlijk beeld van hem……

Toevallig herinner ik me dit verhaaltje. Stress en adrenaline verbeteren het geheugen aanzienlijk is uit wetenschappelijk onderzoek gebleken. En Heksje had stress die bewuste dag!

Tijdens het vertellen liet ik een paar lawaaiwindjes flapperen. Ondanks al mijn pogingen die pretknetters binnen te houden….. We hadden wellicht hachee gegeten de dag er voor. De hele klas lag dubbel. Lekker gênant natuurlijk. Ja: Poep en pies grapjes doen het altijd het best bij deze leeftijdsgroep.

Ook later verbaasde ik vriend en vijand met mijn pennenvruchten. De meester in de vierde klas kon er niet over uit, toen ik een opstel schreef over ons familiebedrijf. Een juf op de middelbare school was verbijsterd over een gedicht, dat ik ongevraagd had toegevoegd aan een subliem opstel.

Zelf vond ik dit allemaal niet zo bijzonder. Dus de eerste beste a-literaire gek, die zijn laatdunkende plasje over mijn schrijfsels deed, wist me al te overtuigen, dat het allemaal niet zoveel voorstelde.

Tegenwoordig weet ik wel beter. Ik ben gezegend met een enorm talent op dat vlak. Als ik wat meer energie had, schreef ik de sterren van de hemel!

Het gesproken woord is zeer machtig. De vierde aandachtsoefening van Thich Nath Hanh is geheel aan dit fenomeen gewijd. Naast goed luisteren, het belang van zorgvuldig spreken. Liefdevol. En het is waar, onzorgvuldige woorden kunnen onbedoeld enorm kwetsen.

Heks kreeg daar afgelopen week mee te maken. Iemand gaf me verbaal een veeg uit de pan. Waarschijnlijk zonder er bij na te denken. Maar evenzogoed au, au, au.

Direct ook verbazing bij Heks. Waarom doe je dat, magisch medemens? Er zijn duizenden manieren om precies hetzelfde te vertellen, zonder mij eventjes en passant verbaal een trap te verkopen……

Loving speech.

DE VIERDE AANDACHTSOEFENING: Liefdevol spreken en aandachtig luisteren

Bewust van het lijden veroorzaakt door onzorgvuldig spreken en het onvermogen om naar anderen te luisteren, beloof ik van ganser harte om te leren liefdevol te spreken en met mededogen te luisteren om zo het lijden te verminderen en verzoening en vrede tot stand te brengen in mijzelf en tussen andere mensen, groeperingen en naties. Wetend dat woorden geluk of leed kunnen veroorzaken, heb ik het oprechte voornemen om de waarheid te spreken en woorden te kiezen die bijdragen tot zelfvertrouwen, vreugde en hoop. Als er woede in mij opkomt, neem ik mij voor om niets te zeggen. Ik zal dan met aandacht mijn adem volgen en loopmeditatie doen om zo mijn boosheid te herkennen. Ik zal diepgaand kijken naar het ontstaan van de boosheid, vooral naar verkeerde waarnemingen en gebrek aan begrip voor het lijden in mijzelf en in anderen. Ik zal op zo’n manier spreken en luisteren dat wij gezamenlijk ons lijden kunnen los laten en een weg kunnen vinden uit moeilijke situaties. Ik neem me voor geen geruchten te verspreiden en niets te zeggen dat verdeeldheid of onenigheid kan veroorzaken. Ik zal met de juiste inzet oefenen om mijn vermogen tot begrip, liefde, vreugde en saamhorigheid te voeden om zo boosheid, geweld en angst, die diep in mij verborgen liggen, langzaam maar zeker te kunnen transformeren.

De laatste jaren krijg ik steeds meer moeite met louter liefdevol spreken. Sinds ik situationeel geïnitieerde Gilles de la Tourette heb ontwikkel scheld ik met enige regelmaat echt heel smerig op mijn medemensen. Ik kan op zo’n moment werkelijk niemand meer uitstaan, vooral mezelf niet.

Doorgaans scheld ik echter zachtjes binnensmonds voor me uit. Of binnenshuis. Of alleen in het bos. Ik wil niet dat iemand het hoort. Nog steeds wil ik mensen geen pijn doen.

Maar als je me zo bezig hoort zou je anders vermoeden. ‘Krijg allemaal de dit en de dat….’ bijvoorbeeld. Waarbij dit en dat pijnlijke of ellendige ziektes zijn…..

Met enige regelmaat kom ik tijdens mijn omzwervingen met VikThor een koorgenote tegen. Zij heeft zich tegen alle verwachtingen in aan de ijzeren wurggreep van slokdarmkanker ontworsteld. Tot twee keer toe. ‘Ik ben inwendig volledig verbouwd…. Mijn maag zit aan mijn oren vast geniet….’

We komen er tijdens een gezellig gesprekje achter dat we allebei steeds minder van mensen en het leven gaan houden, als we heel erg moe worden. ‘Als ik mezelf enorm tekeer hoor gaan tegen het 1 of ander, of ik ben opeens strontchagrijnig, dan weet ik alweer hoe laat het is. Ik ben dan gewoon doodmoe…..’ aldus mijn zingende zuster.

 

Verhaaltjes zijn geduldig. Sloom dromen ze in mijn zoete duim. Zodra ik echter het eerste woord eruit heb gezogen tuimelen de resterende woorden haastig over elkaar heen de vrijheid tegemoet. Ze willen gehoord worden. Ze willen opgeschreven worden. Ze willen bemind worden, die woorden.

Woordeloos ten onder gaan is er niet bij bij mij. Gelukkig maar. Steeds weer nieuwe zin en onzin. Het schrijven telkens opnieuw bevrijd. En: Schrijven bevrijdt.

The Fourth Mindfulness Training: Loving Speech and Deep Listening

Listen DeeplyAware of the suffering caused by unmindful speech and the inability to listen to others, I am committed to cultivating loving speech and compassionate listening in order to relieve suffering and to promote reconciliation and peace in myself and among other people, ethnic and religious groups, and nations.

Knowing that words can create happiness or suffering, I am committed to speaking truthfully using words that inspire confidence, joy, and hope. When anger is manifesting in me, I am determined not to speak. I will practice mindful breathing and walking in order to recognize and to look deeply into my anger.

Heks mijmert voor de televisie. Elfstedenkoorts tijdens hittegolf. Mijn held, Maarten van der Weijden, levert een topprestatie. Zomaar. Omdat hij genezen is van kanker en anderen niet….. Helaas is een opgekalefaterde ME-patiënt niet de aangewezen persoon om dit kunstje te evenaren. Wie oh wie gaat er voor zorgen, dat wij ook eens worden behandeld voor deze ernstige invaliderende ziekte? Heks wordt weer overal weggestuurd momenteel…….

De mussen vallen van het dak, maar Heks ligt in bed voor de televisie. Doodmoe na een dagje op stap met de heksenschool. Grafheuveltjestoertocht. Dodenwegwezenexcursie. Heerlijk!

Lekker in bed dus. Met dit weer. Helemaal niet erg: Maarten van der Weijden is aan zijn laatste kilometers bezig. Mijn held. Heks is dol op deze enorme vriendelijke zwemreus. Vorig jaar heb ik twee nachten aan de televisie gekluisterd met de man meegeleefd.

Baalde met hem mee, dat hij moest stoppen. Dacht direct stiekem dat hij vast weer een poging zou gaan doen. Dat zit in zijn karakter. Het karakter van een duursporter. Mijn slag sporters……

Ik ben ook nog speciaal dol op deze man, omdat ik jaren geleden op dit blog over hem schreef en hij schreef terug! Een superleuke reactie ook nog. Echt een hele aardige gast.

En dan ben ik stapeldol op de elfstedentocht. Zelf al jaren lid van de elfstedenvereniging. Nog steeds, ondanks ME. Ik heb namelijk nog steeds de stille hoop, dat er een geneesmiddel voor deze kloteziekte wordt gevonden.

Helaas krijg je geen ME-patiënt zo gek om zijn leven te wagen met een dergelijke monsterprestatie. Ze zijn überhaupt al te moe om helemaal naar Friesland af te reizen. Laat staan, dat ze ook maar 1 Fries stadje hadden weten te bereiken.

Niemand wil ook voor ons iets dergelijks op touw zetten. Je gaat zo’n groep notoire aanstellers toch niet lopen steunen. Een pak op hun flikker moeten ze krijgen. Die luie donders. Die verfoeide aandachtsvragers. Die verdraaide teringlijers. Een schop onder hun kont, hup, zo zelf het Friese water in. Dat zal ze leren!

Het is dus ook dubbel, mijn gevoel als ik naar dit spektakel kijk. Mensen gooiden een tijdje geleden massaal emmers ijswater over hun hoofd voor ALS. Een groot succes. Vrienden gingen mij zelfs hun grappige filmpjes sturen. Maar op mijn verzoek mee te doen aan de natte dweil in je gezicht voor ME heeft nooit iemand gehoor gegeven!

Wel krijg ik nog met enige regelmaat een natte dweil in mijn gezicht. Door de diverse behandelaars.

Zo ben ik al sinds november bezig om ergens voor langere tijd therapie te krijgen. Ik spring tegen de muren op, sinds ik heb ontdekt, dat mijn moeder me een heleboel rotstreken heeft geleverd alvorens in haar dementie te verdwijnen. Ik loop dagelijks tegen de gevolgen aan en het gekke mens wil me ook nog eens niet meer zien! Alsof ik iets verkeerd heb gedaan……

Als ik haar op zoek rent ze van me weg als was ik de duvel. Onverdraaglijk.

Mijn ziekte maakt het er allemaal niet gemakkelijker op. Ik zie soms wekenlang bijna niemand. En als ik dan mensen zie, wil ik niet gaan zitten zemelen over mijn mislukte leventje. Anderen ook niet overigens. Mensen praten liever over zichzelf tegen Heks. Nog steeds.

Dus iemand om de boel mee op een rijtje te krijgen is echt geen luxe. Maar het lukt niet. Wel sta ik drie maanden op de wachtlijst bij een vent, die me op de ochtend van de afspraak afbelt. Hij heeft de vragenlijsten, waar ik een middag bloedig op heb geploeterd om ze in te vullen, net ingekeken. Vijf minuten voor de afspraak.

‘Ik doe geen lange trajecten. Dus u kunt niet komen,’ blaat hij vanuit zijn schapenbaard in de hoorn. Mijn reactie ‘Dus u stuurt me ook weer weg, ik word altijd overal weggestuurd,’ maakt hem razend. Te vuur en te zwaard bestrijdt hij mijn inzicht. maar ik mag toch niet komen.

Uiteindelijk krijg ik de tip van Transparant. Een alternatief voor Rivierduinen. De doorzichtige club heeft zich afgescheiden van de reguliere Rivierduinen, omdat ze niet goed werden van het protocol daar. Maar zelf zijn ze geen haar beter. Ik word lullig te woord gestaan. Ze slaan me met hun protocol om de oren. En mag niet komen.

‘Ik ben al vanaf november op zoek naar hulp. Ik spring tegen de muren op en roep elke dag als eerste dat ik dood wil,’ klap ik uit de school. Het is niet gelogen. Elke dag baal ik van mijn leven, van mijn pijnlijke lijf, mijn gebrek aan energie, van mijn afwezige familie, van mijn gebrek aan geliefden, van mijn uitdunnende vriendenclub…….

Ik vecht, maar verlies terrein. Elk jaar weer. En overal word ik weggestuurd. Al jaren. Ik ben al dertig jaar mijn eigen behandelaar.

Alleen het alternatieve circuit wil me hebben. Dankzij hen ben ik nog in de lucht. Helaas hebben zij ook geen afdoende oplossing voor ME. Pappen en nathouden.

Vanmiddag zit ik bij de reumatoloog in het Alrijne ziekenhuis. Ze moet ontzettend lachten als ze mijn status ziet. ‘Hahaha,’ hikt ze als ik haar vraag wat er zo lachwekkend is,’ u mankeert van alles en denkt dan toch dat er nog dingen kunnen worden uitgezocht. Hahaha….’

Geweldige binnenkomer toch weer. Ik ben eventjes helemaal overbluft. Ik ben wel eens onthaald met de tekst ‘Wat doet u allemaal om uw klachten in stand te houden?’, maar dit is ook apart…..

Dan blijkt ze gewoon een reumatoloog uit het LUMC te zijn, de club waar ik gillend ben weg gelopen, nadat ze me steeds met een verpleegkundige opzadelden in plaats van een arts…….

Toch weet ze me nog wat interessante dingen te melden. Nadat ze uitgelachen is.

‘Uw lichaam doet verschrikkelijk zijn best, om het goed te doen. Te goed eigenlijk…’ Een heel verhaal volgt. Mijn hoofd wil niet luisteren, maar het moet. Haar verhaal komt er op neer, dat je bij heel veel van patiënten met fibromyalgie sprake is van aanleg, maar ook iets dat het triggert.

En laat nu datgene wat het triggert vaak traumatische ervaringen in je jeugd te zijn. ‘Zoals zware lijfstraffen bijvoorbeeld?’ Ja, dat is een uitstekend voorbeeld.

‘Uw lichaam heeft geprobeerd die stress op te vangen, maar te goed. Intussen loopt u daardoor ook nog steeds rond. Jullie ervaren het vaak als last hebben van je lichaam, het wil niks meer. Maar in feite doet uw lijf geweldig zijn best….’

‘Ja,’ denk ik later, ‘lekker is dat. Kun je ook van kanker zeggen: Uw doodzieke lichaam doet geweldig zijn best om allemaal celletjes te splitsen. Maar te goed. Te veel. Je hebt er misschien last van, maar het is eigenlijk een geweldige actie van je lijf…..’

Natuurlijk zegt niemand dat tegen een kankerpatiënt. Dat zou zeer onkies zijn. Je kunt het ook moeilijk verkopen, dat je lijf geweldig zijn best voor je doet, terwijl je daar tegelijkertijd dood aan gaat, Wij ME-patienten gaan niet dood aan onze ziekte, we veranderen doorgaans in een levend lijk, tegen ons kun je gewoon alles zeggen. Blijkbaar.

Tel je zegeningen!

Zo word ik dan weer weggestuurd bij de zoveelste behandelaar. Kan het ze iets schelen? Nee. In het huidige hopeloze medische bestel zit iedereen op zijn of haar eilandjes te prutselen. Na hun de zondvloed. En ME-ers zijn vervelende zeurkousen. Zo. Klaar. Volgende patiënt.

Maar Maarten is binnen!!!!!!!! Klokslag half acht……

 

 

 

 

 

 

Het grote verschil tussen een dood vogeltje. Zijn ene pootje even lang. Koolmees zingt zwanenzang. En Heks ruimt ouwe troep op. Eindelijk.

‘Heks, kijk nou eens wat ik uit de bek van de boskat vis,’ mijn onvolprezen hulp komt de keuken in lopen met een wollig wezentje verborgen in haar hand. Het is een jonge koolmees. Als ze haar hand opent zien we hem naar adem happen.

O jee. In no time zijn we in de weer met lepeltjes water, een eierdoosje en een ouderwetse zachte schone zakdoek. ‘Meelwormen, daar doen ze het goed op,’ vertelt ze me vervolgens, ‘Ik heb een keer twee koolmeesjes groot gebracht. Eentje is zelfs vijf jaar oud geworden……

‘Ik nam ze gewoon mee naar mijn werk, in mijn rugzak. Zo kon ik ze om de paar uur eten geven…….’

Dat klinkt hoopgevend. De aanblik van ‘Kooltje’ is dat geenszins. Ik heb sterke twijfels of we hem hier doorheen krijgen. ‘Hij heeft misschien wel inwendige verwondingen,’ Heks maakt zich zorgen.

Zo zit ik dan met een klein zielig vogeltje op mijn schoot heel zachtjes te trommelen. En te zingen. Kooltje luistert met zijn kope scheef. Hapt naar adem. Lijkt een beetje bij te komen…..

Het is zijn zwanenzang. Als ik terug kom van de dierenwinkel met een bak heerlijke kronkelige meelwormen ligt hij dood in zijn eierbedje. Oh, wat is hij mooi. Wat een prachtig schepseltje. Zijn gele vleugeltjes. Het geel aan zijn snaveltje. Zijn lieve kleine koppie……

‘Hoe ben je op mijn balkon terecht gekomen, schatje. Je bent nog zo klein. Je kunt vast nog niet vliegen……’ Misschien gepakt door een andere vogel en per ongeluk gedumpt op het dak van de berging? En ogenblikkelijk geannexeerd door de boskat? Of is ThayThay de hoofdschuldige?

’s Avonds stop ik hem in de vriezer. Mooi verpakt in een stukje wit papier en een blauw plastic diepvrieszakje. Ik ga de prachtige veertje bewaren heb ik besloten. ‘Teken hem een nieuw verenkleed,’ Heks krijgt duidelijke instructies in haar oor getoeterd. Ok. Komt voor elkaar.

Mijn kleine leventje met de dieren. De hele dag achter Snuitje aanlopen met lepeltjes eten. En ze eet. Minuscule hapjes weliswaar. De rest van de tijd ligt ze het liefst op mijn schoot te knorren. Of op de horizonbox van de televisie.

Mijn suffe bestaan met de dieren. Elke dag op stap met mijn viervoetige vriend. Ik moet het eruit persen momenteel. De recente griep heeft flink huis gehouden. De laatste restjes reserve energie opgesoupeerd.

Jammer, dat Kooltje het niet gered heeft. Het scheelt wel enorm veel werk. Elke dag op stap met een koolmeesje in je rugzak? Om de paar uur voeren? Ook weer een pittig klusje…….

Maandag werk ik met de dame van Cuprum aan mijn vangnet. Of beter gezegd, het gebrek aan vangnet. Het aan te leggen vangent. Steuntjes in de rug. Voor als ik val. Voor de zoveelste keer finaal onderuit ga. Of weer een half jaar griep heb….

Eerst stellen we een lijstje op van mensen, die in geval van nood mijn hond willen uitlaten. Als ik in bed lig te klapperen van de griep bijvoorbeeld. Vaak klim ik dan toch strontziek op de fiets. Gewoon omdat ik niemand vind, die het stokje over pakt. Zo’n blafbeest moet er u eenmaal uit.

Dan een lijstje met mensen, die wellicht een boodschapje willen halen als het me echt niet lukt. Zoals onlangs. Zodat ik niet weer dagenlang zonder de broodnodige sapjes en dropjes in bed lig te stinken.

En tot slot nog een kattenlijstje. Mijn dreamteam is onlangs verhuisd. ‘Natuurlijk blijven we gewoon je katjes verzorgen, hoor,’ zegt Joy hierover. Maar misschien is het toch wel handig om de buurman te vragen voor dit team. Zodat het haalbare kaart blijft om mijn dierentuin in de lucht te houden als ik bijvoorbeeld op vakantie ben.

Na het maken van deze lijstjes gaan we naar mijn slaapkamer. Ik heb het in mijn hoofd gezet om een heleboel teringzooi, opgeslagen naast en onder het bed, weg te gooien. Zakken vol oude kleding, mijn oude tent en windscherm en een enorme tas met stokoude reisgidsen en vage studieboeken knikker ik de deur uit. Er ontstaat enorm veel ruimte!

De dame van Cuprum is perplex. Wat is er in Heks gevaren, dat ze zo gründlich aan het uitmesten slaat?

Ja, wat is er in mijn gevaren? Ben ik soms eindelijk eens verleden aan het loslaten. Laat ik me eindelijk niet meer verleiden tot lijden aan meer van hetzelfde?

Een hele stapel geborduurde tafelkleden van mijn grootmoeder verdwijnen richting kringloop. Ik heb ze altijd foeilelijk gevonden, maar ja. Gemaakt door oma….. En niet eens voor mij!

Mijn geliefde oma, die mij eng vond, nadat ik als zeer jong kind aan de valium verslaafd was gemaakt. Hele spooky ogen kreeg ik daar blijkbaar van…… Grote zuignappen van pupillen. Ze las de ene detective na de ander, maar haar eigen kleindochter was pas echt griezelig!

Mijn moeder kon niet wachten om me dit allemaal in geuren en kleuren te vertellen. Je kunt het ook niet doen natuurlijk. Je kind een beetje ontzien. Ze heeft het al moeilijk genoeg met de chronische afwijzing en aanhoudende mishandeling door die narcistische vader……

Wat een opluchting. Weg met die oude zooi.

Het kleed, dat oma ooit speciaal voor mij borduurde besluit ik te houden. Als ik het nog kan vinden. Ik zie dat kakelbonte tafelkleed helemaal nergens meer…….

Koolmees splijt schedel van concurrent in nestkast

Teken van leven: Toverheks! Waer bestu bleven? Mi lanct na di gheselle mijn! Jaja, dat zal vast wel zo zijn. Een virus heeft me klein gekregen! ’T laatste restje energie uit me gezeverd. Ons koorweekend was echter echt fijn!

Dinsdag herrijst Heks uit haar as en gaat naar het koor. Het lukt me net om twee uurtjes op een stoel te zitten en mee te krassen met de repetitie. Maar daar is ook alles mee gezegd.

Als ik om me heen kijk zie ik wel erg veel lege plekken. Waar is iedereen? Massaal met voorjaarsvakantie? Wat een kaalslag! Maar nee. In de pauze spreekt onze voorzitter ons toe over dit opvallende fenomeen: Een virale nasleep van een geweldig koorweekend!

‘Zeker zeventien mensen zijn behoorlijk ziek geworden na het weekendje weg. Drie van hen hebben er zelfs een longontsteking aan over gehouden…… We hebben contact gehad met de GGD bestrijding infectieziekten…… Een heel naar virus met lange nasleep is hun conclusie. Als jullie meer willen weten, er is een mailtje gestuurd met een telefoonnummer……’

Heks zit met tutende oren te luisteren. Ze ploppen open en dicht. Hoor ik dit nu allemaal goed? Ook ik ben doodziek thuis gekomen van het reisje naar Trier. Eenmaal thuis ben ik in bed gerold om er dagenlang niet meer uit te komen. In geen jaren heb ik me zo ongelofelijk ellendig gevoeld van een griep.

Ik zeg al mijn afspraken voor de komende week af. Nog niet zo eenvoudig als je helemaal geen verstaanbaar geluid meer produceert. Mijn hulp neemt VikThor in huis. Heks verdwijnt in snotland. Kotsmisselijk met een stampend hoofd en nauwelijks lucht in mijn longen zweef ik dagenlang ijlend in het niets……

Een vangnet heb ik niet. Nog steeds niet. Ik mag al blij zijn met mijn geweldige hulp.

In de vriezer vind ik uiteindelijk een bak tomatensoep. Die lepel ik gedurende enige dagen in etappes leeg. Verder heb ik niks in huis. Geen sapjes. Geen dropjes. Ik overleef op de tomatensoep met kamillethee en crackers. Het interesseert me weinig. Bewegingsloos wachten tot het beter gaat is het devies.

Geen mens heeft in de gaten hoe klote ik me voel. What’s new? Hoe vaak lig ik niet zo te stumperen? Het hele afgelopen najaar heb ik in bed doorgebracht, zonder dat het een medemens op viel. En ook nu ben ik al weer drie weken grotendeels onder water verdwenen. Frustrerend, want gekmakend.

Ik ben dan ook blij, dat ik het gered heb naar het koor. De dagen er op ben ik weer terug bij af. Ik kan me werkelijk niets permitteren qua energie.

Mijn voorafgaand aan het koorweekend zorgvuldig opgebouwde voorraadje was direct op toen we om 7 uur ’s morgens vertrokken. Veel te vroeg voor Heks! Ik ben dan nog hondsberoerd van mijn dagdagelijkse kater. Bovendien had ik natuurlijk veel te kort geslapen door de vakantiestress.

De rest van het weekend heb ik ingeteerd op toekomstige energie. Hetgeen betekent, dat ik voorlopig, een maand of wat, geen millimeter over zal hebben. En dan nog de virussen. Heks had namelijk nog een tweede virus opgepikt in datzelfde weekend, een maagdarmparg. Anderen heb ik er niet over gehoord, behalve mijn maatje Anna.

Twee voor de prijs van 1! Spekkoper! Bofkont!

Het was een geweldig leuk weekend. Maar oh, oh, wat betaal ik een prijs. Vier dagen pret, een paar weken ziek in bed……. En dan maanden herstellen. Je moet er wat voor over hebben! Als ME patiënt……

Ik verdenk overigens de airco van de zeer luxe dubbeldekker ervan verantwoordelijk te zijn voor de efficiënte distributie van de diverse virussen. Heks haat airco’s.

Driemaal is scheepsrecht en voor niets gaat de zon op. Heks gaat een hele dag naar de dierenarts op en neer. Met steeds een ander dier. Het eind is nog niet in zicht. Het is mijn plicht als baasje. Heks is vandaag het haasje…..

Dinsdagavond doet de panter weer vreemd. Hij wil niet eten, maar gelijk na binnenkomst weer naar buiten. Onrustig tijgert hij door het huis. Eet dan toch zijn bak leeg. Er is iets met mijn schat. In een opwelling kijk ik in zijn bek. En ja hoor, er is weer een tand uitgeslagen door die kloterige Bengaalse wilde kat van mijn hopeloze asociale buren.

Mijn grote zwarte kater mist nu zijn rechterhoektand boven en zijn linkerhoektand onder. Hij crepeert van de pijn. Ik geef hem een pijnstiller. Morgen maar eens de dierenarts bellen. Ik neem hem bij me in bed en streel zijn gekwelde koppie.

Pas vrijdagmorgen kan ik terecht. Het is dan ook geen echt spoedgeval. Die tand is er vrijdag ook nog wel uit. Ze hebben nog wel een plekje op donderdagmorgen, maar Heks heeft dan geen auto. Die staat bij de garage voor de jaarlijkse keuring.

Vrijdagmorgen ben ik al vroeg bij de dierendokter. Een piepjonge arts staat me te woord. ‘Dat restant tand en bot moet er waarschijnlijk wel uit worden gehaald,’ ze kijkt me verontschuldigend aan, ‘Anders kan het wel eens flink gaan ontsteken. Ik overleg het nog eventjes met een collega, die iets meer thuis is in gebitten….’

Op weg naar huis valt het me op dat VikThor zo raar doet. Hij doet de hele ochtend al vreemd. Schrikt zich een ongeluk van niks. Stopt zijn staart helemaal tussen zijn poten door tegen zijn buik. Wil niet in de auto springen, zodat ik hem er in moet tillen. Wat heeft hij nu weer?

Samen met mijn  hulp inspecteren we zijn staart. We zien dat zijn anaalklieren nogal vol zitten, zou hij daar zo’n last van hebben? Ook heeft hij zich afgelopen week meermalen versprongen. Is er iets mis in zijn bewegingsapparaat en krijgt hij steeds na inspanning last?

Mijn hondje gaat zo snel achteruit, dat ik rond het middaguur alweer bij de dierenarts zit. Een mij bekende jongeman. Die knijpt de anaalklieren leeg. Een smerige putlucht trekt door zijn spreekkamer.

Vervolgens onderzoekt hij zijn pootjes en heupjes. Strekt en rekt mijn ventje alle kanten op. Niets bijzonders te vinden. Ik krijg een stapel pijnstillers mee. ‘Hou hem maar een paar dagen rustig. Wat het ook is, rust doet altijd goed.’

Intussen heb ik hem ook over Snuitje gesproken. Ik heb volgende week een afspraak voor haar gemaakt, want ik vertrouw het functioneren van haar niertjes voor geen cent. En of de duvel ermee speelt lijkt Snuitje ook precies op vrijdag flink achteruit te gaan. Ze staat alsmaar te drinken uit de waterbak van VikThor.

Ook loopt ze ongelofelijk slecht opeens. En ze lijkt zo slapjes…..

Zo zit ik dan vrijdagavond alweer bij de dierenarts. Een grote naald verdwijnt eerst in Snuitjes nekje en daarna in een pootje. Ze weet nog maar 2.3 kilo. In januari was ze nog 2.6!

Ook heb ik thuis een plasje opgevangen. Alles wordt grondig onderzocht. En ja hoor, het zijn haar niertjes. ‘Geen suiker, schildklier is ook goed, maar haar nierfunctie is ernstig beperkt. Het is nog niet in de acute fase, maar ze moet wel per direct op dieet…..’

Zaterdag slapen we allemaal de hele dag. Tussendoor kijk ik naar een travestieten-talentenjacht. Geweldig programma. Heks heeft er als vrouwelijke travestiet erg van genoten.

Vandaag ontdek ik dat ik mijn prachtige elektrische vouwfiets kwijt ben. Geen idee wat ik ermee gedaan heb, maar hij staat niet meer in de berging. Paniekerig begin ik door de buurt te rennen. Vind em terug bij de slager voor de deur.

Als ik zo moe ben als ik nu ben doe ik dit soort stomme dingen. Hoewel niet met een ketting ergens aan vast heb ik de fiets gelukkig wel op slot gezet. Dat vergeet ik ook nogal eens onder zulke omstandigheden.

En goddank staat mijn peperdure fietsje er nog na een woeste uitgaansnacht in de drukke Haarlemmerstraat.

Dinsdag gaat de panter onder het mes. Dan worden de restanten tand en bot verwijderd, zodat de boel mooi geneest. Altijd spannend. Narcose is geen kattenpis.

Volgend weekend ga ik op koorreis. De helft van mijn beesten zitten in de lappenmand.  Pleegzuster Bloedwijn krijgt last van slijtageverschijnselen. Dat gaat nog wat worden. Op mijn tandvlees op vakantie……

MISSCHIEN EEN KLAPPERTJE VOOR DE PANTER?

 

Het klinkt misschien een beetje leip, Heks in de ban van vogel Grijp. Veel getrommel en gerommel, duimendraaiend magisch gestommel….. Maar dan heb je ook wat: Een heel huis! ‘Piep,’ zei de muis, ‘Hier is het pluis!’

‘Heks, we hebben zo’n leuk huis gezien. Moet je kijken….’ mijn vriendinnetje Joy stuurt me foto’s van een gezellige gezinswoning op steenworp afstand van de snelweg. ‘Er is heel veel belangstelling voor. Het huis van de buren is onlangs verkocht en alle mensen, die daar naast grepen proberen nu dit huis te annexeren!

‘Wil je voor ons duimen? Please?’

Heks gaat flink duimen. Met haar duimen op haar trommel. Zachtjes trommel ik mezelf naar binnen. Zoek naar het huis, fluister het adres. Zing een liedje van verlangen. Een loflied op de aanstaande bewoners: Mijn vrienden….

Dagenlang hoor ik niets. Dan volgt een kleine update. ‘We zijn gaan kijken. Mooi joh! Echt een heel leuk huis.’ Een aantal foto’s verder ben ik het helemaal met haar eens. Ja, het is inderdaad fantastisch. ‘Vanmorgen ben ik zelfs om 6 uur opgestaan en ter plekke gaan luisteren hoeveel geluid die snelweg nu eigenlijk maakt. Dat valt op zich erg mee….’

‘We gaan een bod uitbrengen, maar we weten niet of het genoeg is….’ Mijn vrienden hebben als voordeel, dat ze er binnen een maand in kunnen indien nodig. Of over een half jaar pas, mocht dat beter uit komen.

‘Volgende week horen we of ons bod is geaccepteerd.’

Het blijft weer eventjes stil, maar de dinsdagmiddag er op zie ik opeens een bericht staan op de app. Een ingesproken bericht. Een enorm lang verhaal. Heks luistert een deel af midden in de polder, waar ik met VikThor aan de zwier ben. Hebben ze dat huis nu of niet?

Er komt geen eind aan het verhaal en ik heb voorlopig geen gelegenheid om het af te luisteren, dus stuur ik een app: ‘Hoe loopt het af?’

Maar nee, mijn vriendin verklapt niks. Pas een dag later kom ik toe aan de rest van de boodschap. En wie schets mijn verbazing? Hun bod is geaccepteerd!

Onder voorwaarde dat er geen bouwkundig onderzoek zal komen. ‘De eigenaar heeft dat drie jaar geleden nog laten doen. Zo’n onderzoek is vrij kostbaar en het is voor zijn rekening, dus als we daarvan af zien is het huis voor ons.’

Goh.

‘Maar we doen het niet, Heks. Na lang twijfelen hebben we de knoop doorgehakt. We weten nu in elk geval, dat het binnen ons bereik ligt, maar zo’n bouwkundige inspectie overslaan voelt nogal tricky.’

‘Maar nu heb ik ons vandaag ingeschreven voor een huurwoning in dezelfde wijk, maar niet pal naast de snelweg. Hiervoor zijn ook veel gegadigden. Er worden er drie ingeloot en daaruit wordt dan de nieuwe bewoner geselecteerd. Wil je voor ons duimen?’

Heks pakt haar trommel uit de kast en duimt er lustig op los. Mijn eigen huidige woning heb ik aan een dergelijk proces te danken meer dan dertig jaar geleden. Tegen alle verwachtingen in gekregen. Buiten proportioneel groot en mooi voor een dame alleen. Midden in de binnenstad.

Gisteren komt mijn vriendin langs met haar wolk van een baby. Ze komt me helpen met het uitzoeken van kleding voor tweedehands winkeltjes. En natuurlijk om nog eens in geuren en kleuren te vertellen hoe het is afgelopen met het huis……

‘We hebben het, Heks. Tegen alle verwachtingen in. Het is heel raar gegaan. Helemaal niet volgens de regels. We zijn bijvoorbeeld nooit ingeloot. Eerlijk gezegd hoorden we helemaal niks na onze inschrijving. Dus heb ik nog maar eens een mailtje gestuurd. En heeft mijn man nog maar eens een keertje gebeld…..’

‘Hij kreeg te horen, dat we het huis mochten komen bezichtigen. Samen met een super saai ander stel. Ik heb natuurlijk steeds geroepen hoe perfect de tuin is voor onze kleine en dergelijke…’

‘Maar weet je wat nu het gekke is? De straat heet Fabeldier, jouw achternaam! Vind je dat nu niet bizar? Jij zit te duimen voor ons. Nou ja, te trommelen. Het koophuis, waar we veel minder op konden bieden dan de andere gegadigden, konden we krijgen. En dit huurhuis, een veel betere optie voor ons momenteel, is ook gelukt. Ondanks het feit, dat we helemaal niet volgens protocol zijn ingeloot. In een straat met jouw achternaam…..’

‘Koningsdag 2019? Heks is er net van bijgekomen. De voorbereidingen zijn tien keer leuker dan de dag zelf. Wat een kou. Wat een gesjouw. En: ‘Drie keer niks is toch wel duur, mevrouw.’

‘Zullen we op de koningsdagmarkt gaan staan, Heks?’ Mijn nieuwe heksenvriendinnetje kijkt me verwachtingsvol aan. Ze wil allerlei oude spulletjes gaan verkopen. Heks heeft ook nog wel wat rommel op te ruimen. En een heleboel leuke kettingen en oude kleding…..

Zo gezegd, zo gedaan. Mijn maatje regelt een plek op de Papengracht. Een super leuke locatie. Het is schitterend weer in de week voorafgaand aan de grote dag. De mussen vallen van het dak. Ik haal de dag voorafgaand aan koningsdag dus nog een partijtje gekke zonnebrillen bij mijn geheime adresje.

De man verkoopt oude partijen van van alles en nog wat. Een winkel van Sinkel van heb ik jou daar. Echt een favoriet van Heks. ‘Hier heb je nog wat brillenrekjes. Je moet ze wel eventjes zelf in elkaar zetten,’ hij drukt me een paar kartonnen dozen in de hand.

Mijn heksenmaatje staat alles hoofdschuddend te bekijken. Ze houdt haar hoofd weliswaar stil, maar ik zie haar toch schudden vanuit mijn ooghoeken. Met een etalagepop onder de arm lopen we naar Huize Heks. We zijn al de hele middag saampjes op stap.

Eerst koffie met zelfgebakken koekjes in haar heksenhuisje. ‘Zal ik je de kaart leggen,’ zegt mijn vriendin plotsklaps. Geroutineerd schudt ze het pak tarotkaarten en legt ze op tafel. ‘Eens kijken of die nieuwe aanbidder iets voor je is. Of die mysterieuze man. Of er nog liefde aan komt in je leven….’

Heks is blij met haar nieuwe maatje. We zitten samen op de heksenschool. En toevalligerwijs wonen we in dezelfde stad. Op loopafstand van elkaar!

Tot besluit gaan we de hondjes uitlaten en een staatslot kopen. En vervolgens dus naar de Winkel van Sinkel. En met etalagepop onder arm naar Huize Heks…….

Dan weer terug lopen naar de Haven om mijn fiets op te halen. Nog een hondenrondje langs de Singel en de koek is op. ‘Oh jee, ik geloof dat ik te vroeg gepiekt heb,’ piep ik ’s avonds tegen de Don aan de telefoon. Ik ben helemaal druk van moeheid en dat is over het algemeen een veeg teken…..

Een schier slapeloze nacht volgt. Teveel adrenaline in mijn systeem en tegelijkertijd doodmoe. Ik woel en draai me vast in mijn dekbed. Waakslaap en slaapwaak de nacht door. Word heel vroeg wakker om vervolgens toch nog in coma te geraken.Schrik me dood van de wekker en moet ik er dan toch echt uit.

Ik heb geprobeerd om 1 en ander goed voor te bereiden, maar op het laatste moment neemt mijn chaotische aard het over. Ik ben te moe om verstandige beslissingen te nemen, dus fiets ik met een hondenkar vol spulletjes naar de Papengracht. Volledig kapot en de dag moet nog beginnen.

Mijn vriendin is in geen velden of wegen te bekennen. Het zal nog een klein half uurtje duren, voordat ze zich door de menigte heeft geworsteld. Heks zit dan al met wat troepje op de stoep. Het is gemeen koud weer. Net als we van alles hebben uitgestald klettert een overdreven natte voorjaarsbui over het terrein….

Snel de boel weer op een drol gegooid en een paraplu eroverheen. De volgende bui krijgen we hulp van de buurman en zijn enorme oranje zeildoek. Heks loopt even naar huis om een paar kleine krukje te halen. Ik kan niet meer op mijn benen staan intussen. En het is pas half 12 in de ochtend…..

Terwijl ik heen en weer marcheer voel ik de spierpijn in mijn benen schieten. Een teken aan de wand. O jee, mijn lijf gaat het opgeven. En het is nog niet eens middag! Ik heb nog niks verkocht. Alleen maar ontevreden dames aan mijn kleed, die echt helemaal niks willen betalen voor overigens prima spulletjes.

Mijn vriendin doet goede zaken. Zij heeft dan ook werkelijk prachtige kettingen van agaat en mooie ingewijde gebedskralen uit India. Voor een appel en een ei. Ze is overbodige troep uit haar leven aan het verwijderen. Heks heeft ook iets van haar gekregen.

‘Het is een heilig voorwerp uit India, ingezegend door een monnik. Kijk, onderaan zit een mesje. Om overbodige banden door te snijden….. Ik heb em niet meer nodig…..’

Om een uurtje of 1 houden we het voor gezien. We zijn intussen al tien keer zeiknat geregend. En volgens buienradar was dit de droge periode en komen de echte buien er nu pas aan……

Heks heeft alleen een knaloranje sjaal verkocht, die eigenlijk ter decoratie was meegekomen. Ik wilde em echt niet kwijt. Maar de alleraardigste vrouw tegenover me heeft het koud. En ze heeft haar oog erop laten vallen. Hij is ook prachtig.

Ook heb ik een sjaaltje verkocht aan iemand, die er niks voor wilde geven. Zelfs toen ik de prijs halveerde naar dubbel niks was het nog teveel. Ze geeft me daarvan de helft in stuivers. Kijkt me meesmuilend recht in mijn gezicht. Wat een portret. Niet leuk meer. Zo wordt dit spel niet gespeeld! Het spel is dan ook uit. Ik ben er klaar mee.

Gelukkig verkoop ik nog een lederen portemonnaie voor twee kwartjes aan een schattig meisje. Dat maakt mijn dag enigszins goed.

Steenvrouw komt nog even langs, alsmede mijn hulp met haar hele gezin. Maar dan ben ik alweer helemaal ingepakt. De etalagepop achterin de fietskar. Ze ligt een beetje achterover, waardoor mijn kar aanloopt. ‘Ze lijkt wel zwaarder dan op de heenweg…’

Ja, dat krijg je met die anorectische etalagepopjes. Heeft natuurlijk maanden niks te vreten gehad en heeft zich op de markt stiekempjes aan van alles en nog wat te goed gedaan……

Thuisgekomen ben ik zo kapot, dat ik er chagrijnig van ben. ‘Dit doe ik nooit meer, veel te vermoeiend, veel te zwaar voor mijn gestel….’ pruttel ik, terwijl ik alles weer naar binnen sjouw. Ik smijt het in een hoek en zijg neer in mijn stoel.

Daar zit ik een uur later nog steeds. Bewegingsloos. Verkleumd tot op het bot. Ziek. Misselijk. Ellendig. Alles doet pijn……

Ik kruip zonder lunch of avondeten in bed om er alleen nog uit te komen voor een ijskoude laatste hondenuiltaatronde. Ik fiets een rondje langs de Singel. De kille ijzige wind vreet zich een weg door mijn dikke kleding. Mijn handen veranderen in ijspegels. Het zal een half uur onder een gloeiendhete douche kosten om Heks weer op te warmen.

Koningsdag 2019 is geen succes voor Heks. De voorbereidingen waren echter geweldig. Misschien had ik de dag zelf moeten overslaan en alleen voor de aanloop moeten gaan…. Met mijn nieuwe heksenmaatje met het gouden hart.

Ik slaap ongeveer het klokje rond. En nog steeds ben ik niet vooruit te branden. Ik lig daarna nog een hele dag uitgeblust in bed voor de buis. Te moe om te eten. Alleen voor een paar fietsrondes met VikThor kom ik er even uit.

Maar: Het kleine magische mesje gekregen van de schone Italiaanse heksenprinses is al bezig om zijn werk te doen. Volgende week ga ik met Joy mijn kledingkast aanpakken. Spulletjes uitzoeken voor tweedehandswinkels. En de rest naar het Leger Des Heils. En wat dan over blijft is voor de lompenboer.