Elk jaar in januari vindt bij Ex Animo de aftrap plaats van de Matthäus Passion! Hoera! Wij worden toch zo blij van dit lijdensverhaal! De repetities zijn een feestje! Ook Heks kikkert er helemaal van op!

De tweede dinsdag van januari begint mijn koor met de repetities van de Matthäus Passion. De kerstballen staan net weer op zolder. De eerste marathon op natuurijs is nog niet eens verreden. De oliebollen liggen nog dwars op de maag. De kerstkilos’s zwerven nog op dijen en heupen. Het kindeke ligt nog zoet te sabbelen in zijn krib. De drie koningen zijn pas op de heenreis. In Orthodox Rusland is het kerstfeest nog niet eens gevierd! Wij echter storten ons vol overtuiging op het lijdensverhaal.

Is het normaal gesproken al gezellig druk en rumoerig tijdens de repetities, nu zit de zaal stampvol. Het koor is verdriedubbeld. Uitgerust met extra projectleden. De meesten van hen zie ik elk jaar terugkeren. Heks zit op de voorste rij naast haar vaste zangmaatje. Ze zit al te zwaaien als ik binnen kom. ‘Gelukkig nieuwjaar,’ zing ik haar toe. ‘Ja, dank je, jij ook de beste wensen, hè.’ Ik glijd naast haar op mijn stoel.

In de pauze sommeert ze me om een sprint te trekken naar de koffiekamer. ‘Snel, Heks, anders hebben we geen plekje.’ Ik ren via een sluiproute naar onze vaste tafel. Een bevriende sopraan haalt de koffie. Even later zitten we lekker te lachen en kletsen. ‘Hoe heb jij de kerstdagen doorgebracht?’ Mijn maatje is naar een hotel geweest met haar geliefde zoon.

‘We hebben ons lekker laten verwennen! Het was goed hoor, Heks. Echt een heel lekker kerstdiner. En je hoeft niks te doen. Dat is ook heerlijk!’ Ze heeft maar één kind, maar hij telt voor tien. Elke dinsdag brengt hij zijn moedertje om half acht naar het koor en om tien uur staat hij enigszins ongeduldig te wachten om haar weer naar huis te begeleiden. ‘Hij is stapelgek op zijn moeder,’ Anna glimlacht verrukt. Het is haar een raadsel. Mij niet.

Eén van de dames laat al tijdje verstek gaan.  Haar man heeft in het ziekenhuis gelegen. Ja, dat hakt erin. Dan heb je wel eventjes iets anders aan je hoofd. ‘Zij is ook al 85 hoor, Heks. Dat moet je niet vergeten. Het wordt haar ook een beetje te druk allemaal, vooral nu , met al die projectleden….’

Het is alweer de derde keer dat ik meezing in de Matthäus. Het stuk zit er al aardig in, dat scheelt. Tijdens de repetities zit ik lekker te tekenen op mijn tablet. Intussen luister ik hoe de bassen zich stukbijten op een fragment. Of de tenoren. De twee sopranen, moeder en dochter, waar ik twee jaar geleden mee heb gevochten tijdens de generale repetitie zitten pal achter me. De moeder kijkt nog steeds nijdig naar me. Het deert me niet.

De dochter steunt haar chagrijnige moeder door dik en dun. Zelfs toen het mens me te lijf ging met mijn eigen muziekstandaard! ‘Sommige dochters worden gekaapt door hun moeder,’ zegt een Indiase zangvriendin tegen me, als we het er over hebben.  Ze spreekt uit ervaring. Jarenlang was zij haar moeders bitch.

Het Dikkertje Tromkoor met Heks en Buurman

Er wordt wat afgestreden in de wereld. Je zingt over het lijden van iemand, die ons liefde probeerde te leren en slaat elkaar letterlijk met de tekst om de oren. Rechtvaardigheid is vaak ver te zoeken in de wereld en liefde nog verder. Wij mensen zijn bovendien ook nog eens verzot op melodrama. De gemiddelde soap kan niet tippen aan de bizarre werkelijkheid!

Nou, melodrama kun je het niet noemen, mijn geliefde Passie. Bach heeft deze krankzinnige geschiedenis virtuoos muziekaal verhaalt.

‘Geef mij maar de Johannes Passion, Heks, die duurt tenminste niet zo lang,’ zegt een zangvriend uit een ander koor onlangs tegen me, ‘als jullie die een keertje gaan zingen, ga ik ook meedoen.’

 

 

Bonte Avond bij Ex Animo: Heks zingt ook een moppie mee! Solo welteverstaan: Chandrakauns, Alaap en Compositie!

 

Een paar weken geleden geef ik me op om mee te zingen met een cantate van Bach op de Bonte Avond van mijn koor. Hoewel ik me zo snel mogelijk aanmeld beland ik toch linea recta op de reservelijst. Het lot van vele alten en sopranen overal ter wereld……

Na een paar dagen krijg ik bericht over de oefendata. Goeie hemel. Ik word geacht zeker twee, drie keer op te draven. Alleen maar om op de reservebank te zitten. Ik zou een slecht voetballer zijn, want ik gooi direct de handdoek in de ring. ‘Ik ga wel een stukje Indiaas zingen,’ roep ik in een dolle bui.

Hoe moeilijk kan het zijn? Ik studeer tenslotte al zo’n tien jaar op die materie…..

Een week later heb ik al spijt. Ik zit in een hele slechte periode met mijn lijf en stik sterf crepeer van de pijn. Dan krijg ik er nog die enorme huidinfectie bovenop. Met drain. Getver. Griep, verkoudheden en bronchitis teisteren me zonder ophouden. Ik puf snuf en snotter de pan uit. En dan lig ik ook nog met de halve wereld in de clinch, inclusief mezelf, omdat ik geen Pleegzuster Bloedwijn meer wil zijn.

Net als ik denk dat ik het maar moet afzeggen krijg ik grip op de materie. Privé een dagje zingen met mijn juf doet wonderen. We knutselen een kleine opvoering in elkaar en zetten alle stembewegingen vast tot op de millimeter. Verwoed zit ik daarna op een paar zinnetjes Alaap en het eerste deel compositie van Chandrakauns te studeren. Oh, oh, wat is het toch moeilijk om dit goed te doen.

Maar het lukt! Na jaren heb ik me de kunst van het rondzingen uiteindelijk eigen gemaakt. Niet langer balk ik als een ezel in een poging Indiaas te klinken. Ik zwiep niet meer van de ene naar de andere toon, maar ik zing de hele weg. En dat is te horen!

Alleen kan ik nog steeds geen enkele raga zomaar zingen. ‘Laat eens iets horen,’ zeggen mensen soms tegen me als ze ontdekken waar ik me mee bezig houd. Ik moet hen dan teleurstellen. Tot nu toe dan. Want er gaat verandering in komen!

Nadat ik een hele week heb zitten ploeteren op die paar zinnetjes ga ik zondag een dag zingen met de Dhrupad Bitches, het vaste groepje vrouwen waarmee ik al jaren deze zangstijl bestudeer.

Ik moet vroeg op, iets waar ik totaal niet tegen kan. Het kost me altijd uren om een beetje uit de kreukels te komen. Daar is natuurlijk geen tijd voor.

Hondsberoerd, onder de pijnstillers en met mijn Tensapparaat in de hoogste stand sta ik om even over negenen achter het station. Een klasgenootje rijdt met me mee naar Barendrecht.

Ik heb maar kort geslapen, want zaterdagavond heb ik met mijn koor meegezongen met de kerstviering van het kinderkoor en jeugdkoor in de Hooglandse kerk. Heel gezellig. Glühwein toe. Keurig om tien uur thuis, maar nog onontkoombaar doorgestuiterd tot twee uur ’s nachts: Mijn lijf heeft de grootst mogelijke moeite om aan iets te beginnen, maar ook om te stoppen!

Ik vertel mijn zangmaatje over de problemen rond mijn optreden komende dinsdag. ‘Mijn Tampoera moet nog in ma gestemd worden. Hij is sowieso erg ontstemd. Ook klinkt het voor geen meter als ik mezelf begeleid. Ik zit maar zo’n beetje over die snaren te harken als ik tegelijkertijd zing. Vooral bij de compositie. Vanwege het daarin aanwezige ritme denk ik…..’

‘Laat nog een Tampoera meespelen via je telefoon, je hebt daar uitstekende appjes voor…’ is haar eerste tip. Er volgen er nog meer. Ook biedt mijn maatje aan om aan het eind van de dag mijn Tampoera voor me te stemmen. ‘Heb je een stemapparaat?’ Ik beaam het. Ik kan er alleen niet mee overweg……

De gehele zondag zing ik Chandrakauns met de Bitches. Onder de middag krijgen we een heerlijk bordje Dahl, zoals altijd! Ik krijg zelfs een grote pot mee naar huis!

Op de terugweg heb ik goede moed, dat het optreden ergens op zal gaan lijken. Er zitten uiteindelijk zeker honderd mensen in die zaal. Dan moet je wel een beetje goed voor de dag komen natuurlijk.

Mijn zangmaatje gaat nog even met me mee naar huis en stemt mijn Tampoera. ‘Mooi geluid zit erin, Heks. Het is echt een hele goeie!’ Ik weet het. Mijn juf heeft ooit een prachtexemplaar voor mee meegenomen uit India.

Maandag houd ik de gehele dag mijn mond. Ik ben schor van al het zingen, de keel is de grote zwakke plek van MEpatienten. Ik heb altijd keelpijn. Elke dag. En ik ben regelmatig mijn stem kwijt. Vooral als ik erg moe ben. Ik heb om die reden wel eens vijf jaar achter elkaar niet kunnen zingen. Vreselijk!

Als ik die stomme ziekte niet had, was ik misschien wel operazangeres intussen. In mijn zieke keelgat zit een juweeltje van een stem. Een stem als een klok. Een orgelpijp. Een scheepstoeter!

Nu heb ik toch mooi dinsdag weer wat bereik. Het dagje zwijgen heeft geholpen. Wel loop ik ’s middags enorm te niezen.  Grote snotklodders vliegen in de rondte. Zul je net zien. Word ik op het nippertje weer snipverkouden!

Ik gooi mezelf vol met paracetamol, ibuprofen, PeaPure, neusdruppels en dropjes. Dat helpt. Het niezen houdt op. De snotgolven bedaren, de rochelstorm gaat liggen. Er komt weer wat lucht in mijn holtes. Wel zo prettig voor de resonantie. Ik neem nog een straf bakkie koffie toe. Ik ben er helemaal klaar voor!

Dan stop ik Tampoera, Harman Cardonbox en mezelf in de auto. Het is zover. Ik ga optreden met Indiase zang.

Mijn Tampoera is opnieuw zwaar ontstemd, omdat hij is omgevallen toen ik de deur op slot deed. Gelukkig is ie nog helemaal heel, maar erop spelen is geen optie. Heks vindt het niet zo erg. Ik kan nu eenmaal veel mooier zingen als ik niet word afgeleid door het bespelen van dit instrument.

‘Ik heb de Tampoera louter ter decoratie bij me,’ vertel ik mijn publiek dan ook. Ik zing voor hen met op de achtergrond elektronische tampoerageluiden van de app. Omdat de Harman Cardonbox zo goed van kwaliteit is, klinkt het best aardig. ‘Hij stond te hard, Heks, ik kon je niet goed horen,’ zegt de een achteraf. ‘Perfect geluid erbij, je was prima te verstaan,’ aldus een ander.

Uiteindelijk zit ik heerlijk te zingen. Ik heb even moeite om het begin te vinden. Door de zenuwen natuurlijk. Maar ik laat me niet gek maken en zoek het rustig op. Dan begin ik ook werkelijk. ‘AHAHAHAHA’, jammer ik. De opening is schrijnend. Een hele akelig lijdende NI houdt het publiek in zijn greep. Hij lost op naar de SA.

Mijn stem kronkelt omlaag. Mijn ogen zakken dicht. Ik ga helemaal op in de muziek. En ik geniet ervan! Het is leuk om te doen. Als ik af en toe mijn ogen open doe zie ik verraste gezichten. Maar geen verveelde gezichten. Ook zitten er geen mensen met hun vingers in de oren. So far, so good!

In een mum van tijd is de Alaap doorgezongen. Normaal gesproken doe je daar zo’n klein uur over, maar ik ben binnen twee minuten klaar. Het is slechts een tipje van de Indiase sluier, die ik hier oplicht. Ik begin aan de compositie.

Ook dit gedeelte verloopt goed. Een klein foutje daargelaten dan. Ach, het leven is nu eenmaal niet volmaakt. Als de laatste tonen versterven zit iedereen een beetje verbaasd naar me te kijken. Nu al voorbij? Ja. Ik wilde slechts een kleine indruk geven  van deze muziekstijl.

En dat is gelukt! Na het concert komen veel koorgenoten naar me toe om me te complimenteren. Het varieert van ‘Ik weet niet of ik het mooi vind, maar het is wel bijzonder,’ tot ‘Wat prachtig gezongen, Heks, echt heel bijzonder,’ en alles wat daartussen zit.

‘Ik vond altijd al, dat je iets bijzonders hebt,’ een lange man staat schaamteloos met me te flirten. Wat gek. Zit hij ook op het koor? Naast hem staat een bas om het hardst mee te flirten. Heks heeft over aandacht niet te klagen vanavond…..

Als ik later thuis nog uren door de kamer stuiter geeft ik mezelf ook een compliment. ‘Dat heb je toch maar weer mooi geflikt, Toverheks, je moet het toch maar durven en vervolgens toch ook maar weer doen….’ Maar laat ik het nu ook heel leuk vinden om die doen. Ik heb performen altijd leuk gevonden. Of het nu het bespelen van een dwarsfluit is of theater maken of Indiaas zingen: Ik heb er altijd van genoten!

 

 

 

 

 

 

Van een avondje zingen knap ik altijd op! En Heks is niet de enige! Lang leve Ex Animo! Een uitstekend medicijn voor tanend bejaardenlibido! En voor mensen met pijn……

©TOVERHEKS.COM

In een week als deze maak ik weinig mee. Ik hobbel van therapeut naar therapeut en tussendoor probeer ik zodanig te bewegen dat er niets uit de kom schiet. Of valt. Of plopt. Ik sleep me wel naar het koor. En hoewel ik nauwelijks op mijn stoel kan zitten en al helemaal moeite heb met het omslaan van de pagina’s van Haydn’s partituur met die ellendige pijnlijke arm, toch ben ik blij dat ik gegaan ben.

‘Ik heb een cadeautje voor je,’ zegt mijn zangmaatje Anna. ‘Doe niet zo gek, echt waar?’ Heks is onlangs jarig geweest, maar dat feest viel totaal in het water. Nu word ik toch nog verwend. ‘Niet uitpakken hoor, anders krijg je het er niet meer in.’

Dat vind ik grappig. Het is toch de bedoeling dat je presentje uit de verpakking komt….. Toch geef ik gehoor aan haar suggestie. Ik trek de zijkant los, maar laat de inhoud ongemoeid. Voorzichtig gluur ik in het pak.

©TOVERHEKS.COM

‘Een poezenkalender! Wat leuk, echt supergaaf! Gekkie, wat een mooi cadeau!’ Ik geef haar een dikke zoen. Verlegen zit ze te lachen om haar succes. ‘Jij verwent mij ook altijd zo, ik wilde gewoon een keer iets aan jou geven!’

Later thuis bekijk ik het presentje nog eens heel goed: 365 katten! Voor elke dag 1. En ook nog een prachtige poezenposter……. De kalender krijgt een mooi plekje.

Vanavond studeren we nog een keertje op Haydn, maar na de pauze gaan we beginnen aan ons kerstprogramma. Ik heb mijn boek met Christmas Carols weer uit de kast gehaald. De eerste die we beetpakken is geen favoriet van Heks. ‘On the way to Bethlehem…..’ Vorig jaar hebben we em ook gezongen en elke keer ging er wel iets mis met het onding.

‘Hoe is het met je man?’ Een andere zangvriendin heeft al een paar weken verstek laten gaan. Haar echtgenoot lag plotseling in het ziekenhuis. ‘Hij is nu weer thuis, maar hij heeft een goed pak uitgedaan….’ Ze zijn allebei op leeftijd en dan hakt zoiets er dubbel in. ‘Ik ben blij dat je er weer bent!’

‘Oh, ik hoop dat dat zo blijft. Ik heb aanstaande zaterdag mijn stemtest en ik ben bang dat ik er niet door kom. Vooral omdat ik al weken niet heb gezongen…..’

Ja, die stemtesten. Heks heeft er ook wel eens eentje ondergaan. Een stressvol gebeuren. En al die spanning slaat dan weer op je stem. Of je krijgt van de zenuwen geen lucht. Of je piept van angst….. Iedereen heeft er de pest aan.

‘Ik zat vorig jaar nog bij de sopranen, maar na de stemtest was ik mooi opeens alt. Na vijfendertig jaar!’ Anna kan er nog nijdig om worden. En het is waar: Ze pakt nog steeds moeiteloos de hoogste noten. ‘Ik ben blij dat je geen sopraan meer bent. Anders zat je niet gezellig naast me,’ troost ik haar.

©TOVERHEKS.COM

Sopraan zijn is natuurlijk het hoogst haalbare. Letterlijk. Maar Heks eindigt waarschijnlijk als bas. Ik kan nu al gemakkelijk hun partijen meezingen met mijn Indiase zangbereik een paar octaven de diepte in. Niet verder vertellen hoor, want ik wil nog een paar jaar alt blijven en tenoren en bassen zijn er altijd tekort. Voor je het weet ben je de klos.

Zingend loop ik achteraf naar mijn auto. Ik ben altijd blij na een repetitie met mijn koor. Zelfs al kan ik niet op mijn stoel zitten van de pijn. Zelfs al lukt het me nauwelijks om een bladzijde om te slaan. Wat kan het schelen?

Mijn humeur wordt enorm opgevijzeld. En dat is alleen maar gunstig voor allerlei fysieke processen. Lang leve Ex Animo! Een uitstekend medicijn voor het tanende bejaardenlibido! -Er  wordt wat afgeflirt en afgelachen- En voor mensen met pijn.

©TOVERHEKS.COM

 

Leven bij de dag. Dag na dag. Soms een leuke dag. Dan weer een hoop gezeur en gedoe. En elke dag weer doodmoe. Maar dat is een oude koe. Laat die maar lekker in de sloot.

Zondag ga ik een dagje Indiaas zingen. Het is ongelofelijk lang geleden dat ik dat gedaan heb. Dit jaar nauwelijks. Op een privélesje na dan, hier en daar.

Omdat ik zo gammel ben en verrek van de pijn zie ik er tegenop. Ik hou een paar dagen van tevoren alvast m’n gemak. Een eitje, want ik lig sowieso gestrekt. Maar de zaterdagmiddag ga ik naar de verjaardag van Joy. Verstandig of niet. Ik reanimeer mezelf tot een acceptabel niveau en rep me naar het huis van mijn jeugdige vrienden. Daar is het al een drukte van belang. Supergezellig!

Ouders, schoonouders en andere familieleden bevolken de piepkleine woonruimte van Joy en Boy. Heks strijkt neer naast oma. We blijken veel gemeen te hebben. Allebei verwoede zanglijsters! In no time zitten we te ginnegappen. ‘Wat zie je er mooi uit, Heks,’ roepen de andere bezoekers in koor. Klopt. Ik heb een listig glitterpakje aan!

Kijk, zo doe ik mijn best in het leven om er toch iets van te maken. Hoewel ik nauwelijks op een stoel kan zitten, zit ik intussen toch maar mooi bij. Het heeft zowel voor- als nadelen, dit verhullen van hoe het werkelijk met je gesteld is.

Het nadeel is natuurlijk dat je altijd veel te goed wordt ingeschat en daardoor voortdurend wordt overvraagd. Voordeel is dat je er zelf enorm van opknapt. Als ik mijzelf van een verfje en mooie kleertjes voorzie, dan trek ik bijna vanzelfsprekend een vrolijk hoofd. Als je glimlacht ontspannen vervolgens de spieren in je lichaam en dat helpt weer mee aan je algehele welbevinden.

Als dat laatste allemaal niet lukt dan houd ik het voor gezien. In zo’n geval worden dingen afgebeld en ga ik maar weer mijn bed in. De laatste tijd meer regel dan uitzondering.

Zondagmorgen om negen uur vis ik een zangmaatje van het station. We rijden zonder oponthoud naar Barendrecht. ‘Heks, wat ben je vroeg!’ mijn zangjuf valt me om de pijnlijke hals. We hebben elkaar maandenlang niet gezien!

Een half uurtje later zingen we Karwatjs. Mijn stem is door een verkoudheid extra laag, ik zak weg tot onder de lage Pa! Ik lijk wel een vent! Daarna gaan we ons wijden aan Chandrakauns. Heks heeft het zich in haar hoofd gezet binnenkort een stukje Indiaas te zingen voor haar koor tijdens een soort Bonte Avond. Na tien jaar zangles moet dat toch tot de mogelijkheden behoren.

‘We gaan het helemaal vastzetten, Heks, ik help je wel,’ roept mijn lerares enthousiast, ‘We spreken gewoon een extra les af.’ Oeps. Ik hoop dat het gaat lukken, want lekker met je medeleerlingen een dagje zingen is 1 ding. Voor mijn koor in mijn dooie eentje een compositie laten horen is natuurlijk iets geheel anders!

Zondag is een heerlijke dag. We worden weer fantastisch verwend met een heerlijke lunch. ’s Middags improviseren we rondom de compositie van Chandrakauns. De man van juf speelt een ongelofelijk ingewikkeld ritme op de Pakhaway. We klappen het mee. 14 tellen. KLAP-1-2-3-4, klap 1-2-3, klap-1-2, klap-1, en weer opnieuw KLAP 1-2-3-4, etcetera. En niet iedere klap is hetzelfde, je hebt een kali en een thali…. Ook dat nog!

Op een gegeven moment ben ik echt moe. ‘Sjakie in zijn nakie,’ vertaal ik de tekst nogal vrij vanuit het Sanskriet, ‘Naaaakte Sjaaakieieie…’ Mijn stem draait en kronkelt. Het klinkt prachtig! Iedereen ligt dubbel.

‘Jeetje Heks,’ roept een zangvriendin, ‘Wat heerlijk toch dat je zo lekker gek kan doen, je inspireert me!’ Om vervolgens zelf ook over de naakte Sjakie te gaan zingen……

De rit naar huis verloopt voorspoedig. Als ik echter thuis in een grote stoel neerzijg is de koek plotseling op. Ik zet mijn TENS apparaat op de ontspanningsmodus. Een speciale stand om spieren uit de knoop te krijgen. Andere spiergroepen verwen ik met de morfinestand. Een soort geklop in spieren is het resultaat. Hierdoor maakt je lichaam ter plekke een soort lichaamseigen opiaat aan.

De spieren in mijn nek voelen blauw aan. Mijn arm vlamt pijnlijk langs mijn flank. Mijn knie is dik, mijn heup hangt uit de kom…….. Ik kan maar op 1 manier zitten. Moeizaam. Een uurtje later lig ik al in bed.

Deze tekst hangt op mijn voordeur……

Vandaag kruip ik richting fysiotherapeut. Het huilen staat me nader dan het lachen. Bovendien geeft deze fysio louter ritmische massages, waar ik juist behoefte heb aan de martelpraktijken van de orthopedisch fysiotherapeut. Zijn methoden willen nog wel eens aanslaan, maar bij hem kan ik pas volgende week terecht….

Zelfs de subtiele ritmische massage van mijn rug is te pijnlijk. Ik hou het niet vol. Uiteindelijk legt de therapeut me op mijn rug en pakt mijn oorlellen. Intussen vertel ik over wat me dwars zit. Dat heeft ze me namelijk gevraagd.

De woorden rollen uit mijn mond. Allemaal verdrietige dingen waar ik weinig invloed op heb. Centraal is wel het thema van mijn eeuwige geluister. Jaren heb ik met bepaalde mensen rondgesjouwd. Er is grif gebruik van gemaakt, maar het is nooit gewaardeerd. En het is ook nooit genoeg geweest.

‘Je bent niet verantwoordelijk voor andermans geluk, hoorde ik gisteren iemand zeggen en dat trof me diep. Ik heb me namelijk altijd verantwoordelijk gevoeld voor andermans geluk. Ik heb me jarenlang ingespannen om anderen tevreden te houden. Of op te peppen. Of gezelschap te houden in hun eenzaamheid of ellende……. En precies diezelfde mensen behandelen me dan achteraf echt lullig.’

Ik weet niet wat mijn behandelaarster allemaal aan het doen is, maar er schijnt ruimte te ontstaan in mijn lijf. ‘Er zitten allemaal herinneringen vast in je lichaam. Laat het maar los. En bescherm jezelf een beetje beter. Er komt gewoon heel veel bij je binnen.’

Grenzen stellen. Ik hoor het bepaald niet voor het eerst. Ja, als je andermans geluk hoger acht dan je eigen geluk, dan wordt het niks met die grenzen natuurlijk. Voor de zoveelste keer neem ik me voor om mijn eigen ruimte beter te af te schermen. Ik wil ook geluk in mijn leven tenslotte!

Na de behandeling loop ik een uur met VikThor door het Bosje van Bosman. We dwalen helemaal door tot aan de bossen rondom Endegeest. De rest van de dag lig ik in bed. Mijn lijf voelt wel iets beter na mijn bezoek aan de fysiotherapeut, maar echt veel stelt het nog steeds niet voor. Straks nog een rondje met het hondje en dan houd ik het voor gezien. Morgen gaat het weer beter misschien.

Leven bij de dag. Zo doen we dat.

Kattenperikelen: Een panter in het nauw maakt rare sprongen! Gelukkig in een volstrekt LEEG museum. Je moet er niet aan denken dat de collectie van dit instituut, tenen op sterk water bijvoorbeeld, s’nachts tot leven zou komen…..

Katten! Teringlijers zijn het. Als ze ergens de pest over inhebben smeren ze em zonder met hun grote groene ogen te knipperen. Dagen- weken-, soms maandenlang laten ze je lijden doordat je hen nergens kunt vinden. En als ze dan opduiken zijn ze alles behalve dankbaar. Moet je weer op je knieën om hun affectie binnen te vissen…….

Snuitje is nog maar net een beetje bijgetrokken van haar avonturen of de panter is alweer zoek. Ik probeer mijn zwerver weer een beetje te domesticeren. Dus met enige regelmaat zorg ik dat hij binnen slaapt. Thuis wel te verstaan. In Huize Heks.

Het liefst ligt hij dan gezellig in mijn heksenbed. Maar de laatste weken bonjour ik hem eruit. Snuitje heeft het rijk alleen, want zij moet aansterken. Een grote bak voer staat permanent naast haar kleine uitgemergelde kattenkopje en gedurende de nacht peuzelt ze zo’n hele bak weg! Niet echter als de panter ons bed deelt, binnen vijf minuten maakt hij die hele bak vreten soldaat.

Dus slaapt de dolende ridder op de vensterbank in de keuken. Lekker boven de verwarming. Maar ook: Temidden van andere katten. Dat laatste vindt hij dan weer beduidend minder. Hoewel ze hem volledig met rust laten. Hij is een enorme loner. Het liefst in zijn uppie. Buiten. Of met Heks.

Waar is mijn zwarte bakbeest? Heks loopt alweer dagen te zoeken.

‘Ik heb hem woensdag nog gezien,’ beweert mijn buurvrouw, ‘Hij zat in de hal en liep met mij mee naar buiten.’ Heks heeft hem dinsdagmorgen voor het laatst gezien. Op zich niet dramatisch lang geleden, panter is wel eens vaker enige dagen op stap. In de lente. Als het lekker weer is. Als de rudimentaire restanten van zijn gecastreerde klokkenspel opspelen. De castratie heeft in zijn geval nauwelijks effect gehad. Hij is nog steeds zeer uithuizig.

Maar met dit weer, die afschuwelijke regen en kou? Zit hij soms ergens in een keldertje opgesloten? Hij ruikt soms wat schimmelig als hij een nachtje is weggebleven. Wie weet waar hij schuilt?

Zoals altijd als Ferguut in de problemen raakt voel ik het op mijn klompen. Vanaf het eerste moment. Alsof hij een noodoproep doet! Zodoende loop ik al dagen door de buurt te struinen en te roepen. Ik blèr langdurig onder het raam van de vrouw die zich hem afgelopen zomer had toegeëigend. Ik gil door het hofje waar haar bejaarde moedertje woont. Verschrikte hoofden voor ramen, maar geen zwart monster…..

Zondagmorgen loop ik door de buurt met VikThor. Het eerste piesrondje. Ik wil graag naar de kerk, dus ik ben wat gehaast. ‘Ferguut’ roep ik door de steeg om de hoek. Belachelijk denk ik nog bij mezelf. Waar zou het beestje zich hier moeten verbergen? Achter een vuurdoorn? In die afvalbak? Zinloos gezoek. Hopeloos geroep.

©Toverheks.com

Plotseling hoor ik een tijger grauwen, een leeuw brullen, een panter miauwen. Geen twijfel mogelijk. Dit verbale geweld is afkomstig van mijn schatje, ik weet het zeker. Maar waar zit hij in godsnaam. Onrustig spurt ik door de steeg. VikThor verwoed snuffelend naast me. Die heeft zijn neus helemaal ontdekt!

Waar zit Ferguut? Ik kan hem nergens vinden…..

Na een paar sprintjes ontdek ik zijn verstopplek. Hij zit in het museum! Stevig opgesloten achter een dikke tijdelijke deur: Het museum wordt al sinds jaar en dag verbouwd. Afgelopen week waren ze weer bezig een gat in de muur te slaan om allerlei buizen door naar binnen te duwen. Vervolgens werd het gat vol water gepompt. Of de buizen. Een grote kraan tilde troep over het dak naar de binnenplaats……

Kortom: Levensgrote gevaren voor ondernemende katten, want een kat in het nauw maakt vreemde sprongen. Sinds woensdag schreeuw ik al in die ellendige bouwput hier in de steeg. Ik ben afgelopen zomer door het gebouw gedwaald, zonder toestemming overigens, volledig op eigen risico, op zoek naar Snuitje: Alle vloeren liggen open, muren worden verplaatst of gesloopt, overal elektriciteitsdraden……

In mijn kop spelen zich de meest vreselijke taferelen af: Mijn kat ingemetseld in een eeuwenoude muur of opgesloten in het riool. Of geëlektrocuteerd door een loshangende draadje……… Geen medewerker van het museum die er wakker van ligt.

‘Wij hebben dag en nacht bewaking, als uw kat hier zit hadden wij hem allang gezien,’ zeiden ze afgelopen zomer toen ik Snuitje liep te zoeken, ‘Hier zit ze echt niet….’

Mooi zo. Ze hebben bewaking. Ook in het weekend. Heks belt het noodnummer, dat op de deur staat. Ook zoekt ze online naar het betreffende bedrijf. Die nemen de telefoon niet op en het noodnummer blijkt van iemand te zijn die nog nooit in het museum is geweest. Hij kent wel iemand die er werkt, een opzichter of iets dergelijks, dus die belt hij op. ‘Zoek het maar uit,’ adviseert die, ‘Morgen ben je de eerste.’

Ook de politie en dierenambulance hebben weinig interesse in een opgesloten kat. Mijn buurvrouw is ook aan het bellen geslagen, groot dierenvriend als ze is. ‘Ze komen niet hoor, Heks,’ verontwaardigd kijkt ze me aan. Heks heeft intussen het gebouw aan een grondig onderzoek onderworpen.

©Toverheks.com

Plotseling klinkt er een akelig geschater door de steeg. De zon verduistert. De hemel wordt zwart als de nacht……

Een fladderende gedaante vliegt door de lucht op een bezemsteel. Na een ijzingwekkende looping rondom de kerktoren ploft er een hoop vodden op de stoep. Een grote neus prikt onder een enorme zwarte heksenhoed vandaan. We staan we aan de grond genageld. Verstijfd van schrik……

‘Wat staan jullie nu stom te kijken? Nog nooit een echte toverheks gezien? Ik weet dat ik moeders mooiste niet ben, maar ach. In de nacht zijn alle katjes grauw, dus waar hebben we het over?’

Met een stevige tik breekt een klein ruitje in de ruimte naast de voordeur in duizend stukjes. Wie heeft daar nu een klap met een koevoet tegenaan gegeven? Welke engel staat daar met een bakje voer te zwaaien totdat er een roofridder tussen de scherven door naar buiten sluipt? Geen idee. Het is een groot wonder en bepaald niet voor de kat zijn kont gedaan!

Zit je nu als een kat om de hete brij te draaien? Maak dat toch de kat wijs, Heks!

De flodderige figuur veegt het glas weg met haar bezem en roetsjjjj….. ze is er alweer vandoor! Met een grote zwarte kater achterop haar vervoersmiddel. Krijsend verdwijnt ze aan de einder!

Zo is de panter veilig thuis. Je moet het breekijzer smeden als het heet is, dat is wel duidelijk.

Als bedankje poept hij in mijn bed. De teringlijer. Een dikke drol wacht me op als ik terug kom van een wandeling met mijn hondje en Fiederelsje. De lucht slaat me al tegemoet in het portaal.

Een dag later is het ruitje alweer gerepareerd, alsof er nooit een kat in dit vreemde pakhuis heeft gezeten…… Hopelijk houdt het raampje nu een tijdje en is het geen kat in de zak. En hopelijk komt niemand verhaal halen , want daar komt de zwarte kat in….. 

Night at the MuseumNight at the Museum

Ex Animo zingt Matthäus met bevindelijke en vitale momenten, aldus de lovende recensie van Lidy van der Spek. Heks heeft een heerlijke bevindelijke dag en avond met dit prachtige meesterwerk van Johann Sebastian Bach. Ik ben fit genoeg: Het kan en mag! Elke dag wat mij betreft……

Doorkijkje door de enorme kerk

Matthäus Passion, woensdag 23 maart 2016, Pieterskerk te Leiden. Koor: Christelijke Oratorium Vereniging Ex Animo. Dirigent: Wim de Ru. Solisten: Tetsje van der Kooi, Ingeborg Bröcheler, Pascal Pittie, Laurens-Alexander Wyns, Joep Bröcheler , David Greco. Begeleiding: Holland Orkest Combinatie, m.m.v. Jeugdkoor BplusC, Thijs Kramer, orgel-continuo en Takeshi Sudo, Viola da gamba.

Het orkest zit klaar, het koor staat opgesteld, de generale kan beginnen

Woensdagmorgen schrijf ik een blogje in bed. Ik spaar mijn krachten, want ik moet de hele dag aan de bak met de Matthäus Passion. Eerst generale en dan uitvoering. Het blog gaat over de aanslagen, want daar is mijn bewustzijn van vergeven.

Om twaalf uur race ik naar de mondhygiëniste. Een ongelukkig geplande afspraak. Nou ja, ik zing vanavond in elk geval met een stralend gebit! ‘Er is een stukje van mijn kies afgebroken,’ vertel ik haar. Ze kijkt in mijn mond. ‘Oh nee, iet ies ein kroon gebroken!’ Mijn mondverzorgster is Oost Europees. Ze roept de tandarts erbij. Die maakt snel een foto en een vervolgafspraak.

’s Avonds hebben we natuurlijk allemaal mooie zwarte jurken en pakken aan…….

Dure grap hoor, zo’n gebroken kroontje. Deze prinses op de erwt is er in elk geval niet blij mee. Als een haas ga ik ervandoor. Ik ben door dit gedoe hartstikke laat voor de generale repetitie. Lunchen sla ik dan ook maar over.

Als ik in de kerk kom staat iedereen al klaar. Heks heeft een plekje buiten het koor. Krijg nou wat! Samen met mijn maatje zijn we aan de andere kant van het gangpad geposeerd, aan de rand van de te kleine tribune, waarop het koor zit. ‘We zitten op de strafbank,’ fluister ik in haar oor. Ze kijkt me berustend aan, maar baalt als een stekker.

kroonluchtertje

Door onze ongelukkige positie hoor ik de alten niet goed, behalve een paar alten achter me, waarvan er eentje enorm zit te broddelen hier en daar. Wel knallen via een pilaar de tenoren in mijn oor. Echt lekker zingen is er dus niet bij die middag. Maar ja, ik vind het al weer heel wat dat ik hier sta. En dat ik bij stem ben. Om dat te bewerkstelligen heb ik een hele week absolute rust gehouden: Het heeft gewerkt!

Na de generale repetitie scheur ik naar huis. Ik moet nog van alles, maar ik ben doodop. God, wat heb ik toch weinig energie. Hopeloos. Mijn lichaam vertoont slakkengedrag. Traag worstel ik me onder de douche door. En ik moet nog een hele avond knallen. Ik zorg dat ik op tijd terug ben in de kerk. Maar oh jee, extra pijnstillers innemen vergeten. En er is geen koffie voor ons vooraf!

Mijn maatje balend op de strafbank

Een koorvriendinnetje van me diept paracetamol op in haar van alle gemakken voorziene handtas. Ook trakteert ze me op een kopje koffie aan de bar. Zodoende trek ik net genoeg bij om er vol tegenaan te gaan. Onze inzingsessie doet de rest. Giebelig staan we even later aan weerszijden van de kerk opgesteld om in ganzenpas naar voren te marcheren.

Ik neem plaats op mijn strafstoel. De kerk zit stampvol. Er zijn nog maar een paar lege plekken. ‘Zo druk heb ik het nog nooit meegemaakt,’ sist mijn zangmaatje. Zij zingt al zeker voor de dertigste keer mee, dus dat zegt wel iets.

Even later komen de solisten en dirigent binnen. Het geroezemoes verstomt. Onze vice voorzitter neemt het woord. We gaan een minuut stilte houden voor de slachtoffers van de aanslagen bij onze zuiderburen.

bevriende sopranen

Even schrik ik, want ik heb soms moeite met het zich toe eigenen van allerlei leed door Jan en alleman. Tegelijkertijd gaat onze uitvoering van vanavond natuurlijk juist over onschuldige slachtoffers en foute politiek. Het wordt muisstil. De minuut duurt eindeloos. Heks kijkt vanuit haar hoge positie door doodstille kathedrale kerk. De kroonluchters verspreiden hun gouden licht kwistig door de enorme ruimte. Rond de eeuwenoude pilaren branden waxinelichtjes.

Dan is het zover. Onze dirigent, Wim de Ru,  zwaait zijn baton door de lucht. Het orkest begint zijn slepende eindeloos modulerende melodielijn. De spanning bouwt op. We halen diep adem en beginnen. ‘Kommt, Kommt,  Kohohohommt, ihr Töchter, helft mir klahahahahahahahahahahahagen,’ zingt Heks op volle sterkte vanuit haar strafbank. Mijn hart zwelt op in mijn borstkas. Heerlijk! We knallen het eerste deel eruit.

Vrolijke noten in de pauze!

‘Seht! Wohin? Auf unsre Schuld,’ klinkt het om me heen. Boven alles uit zingt het jeugdkoor ‘O Lamm Gottes, unschuldig,’ met hun ijle zuivere hoge stemmen. Dat ontroert me altijd zo. Dat prachtige jongenskoor dwars door alles heen.

De kop is eraf. Het verhaal neemt een aanvang. We zingen en zingen alsof ons leven ervan afhangt. Soms zacht en ingetogen, vooral bij de koralen, dan weer voluit. De gekke spreekkoren…. ‘Herr, bin ich’s?’ zingen we om beurten en tegen elkaar in. Ik hoor een Herr teveel realiseer ik me. Bin ich’s? ‘Nee, ik was het ,’geeft de alt achter me later toe.

‘Ich will bei meinem Jesu wachen,’ de tenor heeft een schitterende stem. ‘So schlafen unsre Sünden ein,’ antwoorden we. ‘Wat is dat toch prachtig dit gedeelte,’ geniet ik al zingende. Dan volgt al snel een favoriet van Heks.

Kwek kwek kwek. Het koor heeft een grote sociale funcie…..

Sind Blitze, sind Donner in Wolken verschwunden?
Eröffne den feurigen Abgrund, o Hölle,
zertrümmre, verderbe, verschlinge, zerschelle
mit plötzlicher Wut
den falschen Verräter, das mördrische Blut.

Oh, wat zingt dat toch lekker weg. Waanzinnig!

Niet veel later is het pauze. Steenvrouw is komen luisteren, maar ook Trui en haar prachtige dochter Vlinder zijn van de partij. Wat een enorme verrassing dat deze jongedame de hele Matthäus komt uitzitten speciaal voor mij! ‘Het is supergoed!’ zeggen mijn vriendinnen.

Engel is er ook, ik zie haar recht voor me op de derde rij zitten. Wat een geweldige plek! Na afloop kunnen we elkaar niet vinden. ‘Wat me zo opviel bij de Matthäus, was dat het trager/wat slepender ging, en met zóveel gevoel….niet alleen bij de solisten of t orkest, maar vooral t koor. Zo zacht en teer er gezongen werd. Was prachtig, voelde me door de muziek omarmd!’ schrijft ze me ’s nachts.

Bas/Bariton David Greco en dirigent Wim de Ru tijdens de generale repetitie

En een paar dagen later ‘Ik zag gisteren een stukje Matthäus op TV…..een beroemd koor en beroemde solisten enzo….het werd afgeraffeld, uptempo, zonder enig gevoel en compassie. Veel en veel liever jullie intonatie….. zó persoonlijk en gevoelig gebracht, alsof jullie het voor mij speciaal zongen. Als t koor begon te zingen, was het ook net alsof een golf van zachte wattenklanken over het publiek uitgerold werd.’

Geweldige recensie toch?

Nog een bevriende alt

De rest van de avond vliegt voorbij. We sterven van verdriet bij het hart van dit beroemde muziekstuk, het ‘Erbarme dich’. En daarna is het een afglijdende beweging naar het graf. Tegen die tijd crepeer ik van de pijn. Al dat opstaan en zitten. Het staan. De lange dag. De virussen die in mijn lijf rondwaren. Ik ben ook aan een wederopstanding toe zo langzamerhand…..

Mijn andere zangmaatje heeft er zin in!

Toch kan de Matthäus me nooit lang genoeg duren. Als we de laatste noten zingen baal ik dat het afgelopen is. Bij onze uitvoering wordt geklapt. Niet direct. Eerst is het zeker een minuut doodstil. Niet voor Brussel dit keer, alhoewel…. Indirect wel. Dan barst er een oorverdovend applaus los, we krijgen een staande ovatie! Het publiek wordt gek. Er komen bloemen voor de solisten en onze onvolprezen dirigent. Iedereen zweeft een paar meter boven de grond van geluk na het volbrengen van deze wereldberoemde lijdensweg…….

Een kwartier later zijn de meesten op weg naar buiten. Muziek ingepakt, vlinderstrikje aan de wilgen, leesbril opgeborgen, jas aan, tot ziens, was fijn, zit er weer op…. Heks drinkt nog een glaasje wijn met Trui en Vlinder in de leegstromende kerk. Daarna tref ik Frogs in mijn huis. Hij heeft voor Varkentje gezorgd. We nemen nog meer wijn en ik vertel over mijn belevenissen.

Ja, we gaan weer beginnen

Lang nadat hij naar huis is stuiter ik nog in de rondte. Ik luister nog naar een stuk of twintig uitvoeringen van ‘Ich will bei meinem Jesu wachen,’ sommigen zo mooi dat de tranen over mijn wangen rollen. Maar bij een licht nichterige balletuitvoering geïnspireerd op de muziek krijg ik de slappe lach. Alhoewel het einde daarvan wel weer prachtig is: Tijdens de laatste tonen van het stuk valt de danser in slaap……

De dagen er op zie ik nog twee fantastische documentaires over onze geliefde Matthäus Passion. Prachtig, allebei. In één ervan,  2Doc: Erbarme Dich’, zit ook veel dans en beweging. Het is een zeer interactieve uitvoering. De muzikanten, het koor, iedereen acteert mee: Fantastisch, heel dramatisch. Zo zou ik em ook wel eens willen zingen. De muziek leent zich er bij uitstek voor!

Nog wat laatste markeringen aanbrengen……

De andere, ‘2Doc: Mijn Matthäus’,  gaat over hoe dit meesterwerk het leven van mensen beïnvloedt. Ook heel mooi en indringend. En herkenbaar voor ons verslaafde amateurzangers…….Een aanrader voor alle Matthäus fanaten……

Tot slot de recensie in het Leidsch Dagblad:

We kregen een geweldige recensie in Leidsch Dagblad! 

Voor degenen die niet weten wat ze met het woordje bevindelijk aanmoeten, kijk eens hier: Wat bedoelt men nou eigenlijk echt met “bevindelijke prediking”? Een antwoord vanuit de reformatorische hoek……

Onze inzingruimte, tevens omkleedruimte

Peter van de Hurk bij Umberto Tan. Dat is schrikken voor een aantal aanwezigen! Heks geniet van wat ze ziet. Behalve van dat stuk verdriet van een Levchenko. Dat is dan weer pure verspilling van zendtijd.

Woensdagavond val ik in slaap voor de TV. Ik dommel en droom. Ik dobber, ga kopje onder, kom even boven en zak weer weg. Ik moet de hond nog uitlaten. Om half drie loop ik met Varkentje door een doodstille steeg. De realiteit is onwerkelijk. Geen zuchtje wind, geen geluid. De stad slaapt. De natuur slaapt.

Natuurlijk ben ik vanmorgen een wrak. Gebroken nachten leveren halvezolige dagen op. Traag kom ik op gang. Aan het begin van de middag rijd ik naar Barendrecht. Ik ga lekker Indiaas zingen: Dhrupad.  Een privéles. Doe maar duur. Lekker luxe.

Het is heerlijk weer. De nieuwe A4 zorgt ervoor dat ik in een mum van tijd voor het kleine dijkhuis parkeer. In het souterrain tref ik mijn juf. We maken koffie en kletsen even bij. ‘Hoe is het me je, Heks?’ Ik vertel haar over mijn rare amoebeleventje. Het ontdekken van de gruwelijkheid van het echte bestaan. ‘Ik droomde vannacht van een afgehakt hoofd!’

‘Hè getsie, Heks, dat is ook gebeurd. Heb je het nieuws niet gezien? Er is vanmorgen ergens een afgehakt hoofd op de stoep gelegd. Een afrekening in de onderwereld. Afschuwelijk en gruwelijk. Wat gek dat jij daarvan droomt….’

Ja, vreemd. Gisteren zie ik Peter van der Hurk op televisie bij Umberto Tan. Op uitzending gemist. Ik kreeg een tip van mijn therapeute. Zij is net als Heks fan van deze bijzondere man.

‘Op een gegeven moment zei hij iets tegen Umberto. Die schrok zich een ongeluk en zat een partij te draaien op zijn stoel…! Hij durfde het niet aan! Alsof hij weet ik wat te verbergen heeft. Heel grappig. Je moet echt even kijken, Heks.’

En dat doe ik. Het duurt een hele tijd voordat Peter van der Hurk aan bod komt. Eerst krijgen we nog een vreselijk ex-voetballer uit de Oekraïne voorgeschoteld, die met zijn seksistische narcistische flauwekul bakken aandacht opslorpt. De sukkel, Evgeniy Levchenko,  wordt elders op het web al subliem afgekraakt door Nico Dijkshoorn. Dus ik laat het hierbij.

Maar gottegot, je zal toch wakker worden naast dit angstige schoothondje, dit opgepoetste misogyne poedeltje…..Zoals Victoria Koblenko elke morgen. Wakker schrikken bedoel ik. Hopeloos!

Maar dan is het zo ver. Eindelijk is onze nationale paragnost aan de beurt.

Peter van der Hurk heeft een prijs gewonnen. Hij is door de lezers van Paravisie gekozen tot medium van het jaar. Toe maar. Wat mij betreft is hij medium van de eeuw. De man steekt met kop en schouders boven zijn collega’s uit. Maar goed. Toch van harte gefeliciteerd!

PETER VAN DER HURK

Dit is waarschijnlijk de aanleiding voor de uitnodiging van vanavond om aanwezig te zijn in ‘Late Night’. Er wordt wat heen en weer gepraat over dit onderwerp. Ja, daar zit je dan als hoogsensitief persoon tussen de dikhuidige Darwinmensen. Krijg je weer al die vooroordelen en angsthazerij naar je hoofd. Uiteindelijk moet Peter zich natuurlijk weer bewijzen. Dat is wat mensen willen. Laat maar zien dat je het kunt. Dat kunstje.

‘Hou op met je bewijzen, Heks. Wat er in iemands kop zit kun je toch niet veranderen. Gewoon je ding doen en je nergens meer voor verdedigen,’ was zijn advies aan mij nog niet zo lang geleden. Ik zie hem nu ook geen krimp geven. ‘Ik scoor 80%,’ deelt hij nog even mee. Gewoon wetenschappelijk bewezen. Deze man heeft zijn sporen verdiend door mee te helpen met het oplossen van misdrijven…..

Peter raakt behoorlijk op dreef als hij de foto van een willekeurig iemand uit het publiek in handen krijgt. Zachtjes wrijft hij over deze ‘inductor’. Vervolgens spuit hij uit het blinde niks allerlei zeer persoonlijke informatie over degene op de foto. De eigenaars van de foto, degenen op de foto, staan verbijsterd te kijken. Het meeste is raak.

Geen ‘cold reading’, waar bij je heel veel uit de interactie met de ander haalt. Slechts met de inductor in de hand geeft hij allerlei treffende informatie. ‘Jij kunt dit ook, Heks. Maar let op: Het interesseert de mensen geen bal, waar jij je informatie vandaan haalt. Ze willen gewoon geholpen worden…’ zei hij onlangs tegen me.

Nu ik hem weer zo bezig zie, deze keer met andere mensen, valt het me weer op hoe snel en trefzeker hij werkt. Er zit nauwelijks iets tussen. Het is zoals met Alex Orbito en spiritueel genezen: Hier is een meester aan het werk. Iemand van het hoogste niveau. En zoals altijd in zulke gevallen is hij super bescheiden. Het is wel een man met flair. En ook zo grappig. Maar hij laat zichzelf niet gelden in wat hij doet. Hij is dienstbaar.

Ik schrik als ik hem hoor vertellen over zijn fysieke problemen vorig jaar. Dit werk kan een grote wissel op je trekken! Mijn hart gaat naar hem uit!

‘Heks, jij kunt ook genezen. Daar moet je iets mee doen. Als er weer mensen bij je komen met problemen: Behandel hen dan! Dan ben je zo uit de sores!’

‘Maar Heks, ik wist helemaal niet dat jij dat kunt, genezen met je handen,’ roept mijn juf als ik vertel over al deze zaken. ‘Ik ben gediplomeerd Toverheks. Ik heb er jarenlang voor op school gezeten bij de Stichting Opleiding en Onderzoek Paranormaal Begaafden, nu het Johan Borgman College. Ik heb zelfs een tijdje een eigen praktijk gehad met alles erop en eraan. Het is niet iets waar je nu echt van droomt als kind. Het komt op je pad en ik heb er niet altijd zin in gehad…..’ Zacht uitgedrukt.

Ik zit in de muziekkamer van het dijkhuisje in Barendrecht. Mijn juf en ik zijn bijgekletst. We gaan zingen. Eerst zo laag mogelijk AAAAAAAaaaaaaa. Dan:  Chandrakauns!

Onze stemmen glijden beurtelings om de riedels boventonen geproduceerd door de Tampoera. Mijn juf zingt voor en ik volg. Later speelt haar man op de Pakhawaj het ritme. Gedrieën dobberen we enige tijd in een andere wereld.

Juf improviseert. Haar stem vliegt omhoog. Indringend. Gepassioneerd. Ik reageer met het op en neer glijden van mijn stem. Heel snel, waardoor een raar effect ontstaat. Het is hierbij belangrijk, dat je van boven naar beneden denkt, terwijl je het doet…. Juf moet lachen. Het klinkt ook grappig.

De middag eindigt met een wandeling langs de dijk met mijn onvolprezen hondje. Hij heeft rustig in de auto op me liggen wachten. Nu is hij aan de beurt.

Voor ik ga slapen spreek ik met Engel op de chat. Morgen ga ik haar nieuwe huisje bekijken. Een wonder naar het schijnt…! Zij is ook een heks in ruste net als Heks. Met genezende handen. ‘Ik voelde me heel goed toen ik er actief mee bezig was,’ laat ze me weten.

‘Eerlijk gezegd voel ik me altijd het beste als ik vanuit dat principe leef. Genezen. Helen. Liefde. Verbinding,’ schrijf ik terug. En dat moet ik dan ook maar doen. Alle woede en ontzetting ten spijt. Alle narcisten en psychopaten ten spijt. Alle onredelijkheid ten spijt.

Schelden?

Scheldt kwijt!

Op de terugweg uit Barendrecht knal ik bijna op een auto voor me. De vrouw stopt voor een fietser, die op de stoep rustig staat te wachten en geen voorrang heeft. Abrupt. Ik en de persoon achter me staan gierend op de rem. Het gaat maar net goed. Geen auto in mijn nek vandaag. Deze onnodige actie is vriendelijk bedoeld misschien, maar levensgevaarlijk. Heks toetert! Als ik naast haar sta bij een stoplicht zit ze me smalend uit te lachen. Ik zit nog scheldend te klappertanden. Bizar toch weer.

Even later ben ik thuis. Ik ga iemand energetisch op afstand behandelen. Bij wijze van vingeroefening. Ik zak met mijn bewustzijn weg in die speciale liefdesenergie. Maak contact met die oneindige bron. Ga mezelf heel goed voelen. Ja, de wereld is gek. Veel mensen halen goedbedoeld de raarste capriolen uit. Levensgevaarlijk soms. En heel veel mensen hebben totaal geen goede bedoelingen….. Ook dat nog! Maar dit voelt goed. Dit is waarom je het doet. Leven.

Leven vanuit je hart.

‘Het is een heel moeilijk en zwaar beroep. De wereld is vaak geen fijne plek.  Dit jaar heb ik geen voorspellingen gedaan voor het nieuwe jaar, ik had er geen zin in. Ik zie alleen maar narigheid…..’ zegt de beroemde paragnost tegen Umberto Tan. Heks is dus niet de enige die af en toe somber is over onze prachtige blauwe planeet en diens bewoners. Met name de kroon van de schepping laat het nogal eens afweten…..

Haha, Toverheks. Je moet jezelf niet zo noemen hoor, als er mensen bij je komen! Dan schrikken ze zich een hoedje!’ raadt Peter van der Hurk me aan tot besluit van zijn consult afgelopen januari. Nou ja, ik hou wel van een hoedje hier en daar…. Hij gniffelt nog even na. ‘Je bent een schat, ik vind je een schat, Toverheks! Haha!’

Bach is niet dood! Hij leeft. In dit lichaam! Ex Animo! Ik zing me een hoedje! Of twee! Dat is beter dan schrikken. Of je verslikken: Koorrepetitie met franje.

Vanavond staan we weer lekker in te zingen met mijn koor. Ik ben op het nippertje naar binnen geschoven. Als we klaar zijn komt één van mijn maatjes naar me toe. ‘Ik heb ze meegebracht, Heks, hier voor jou!’ Ze overhandigt me een plastic zak. Er zitten twee prachtige hoedjes in!

‘Ik heb mijn kast opgeruimd en vond twee oude hoeden, iets voor jou? Ik heb ze nog gedragen op de bruiloft van mijn vriendin, 40 jaar geleden!’ vroeg ze me vorige week. ‘Natuurlijk, kom maar op met die eierdopjes!’ Heks hoeft er niet over na te denken. En nu is het dan zo ver: Nieuwsgierig gluur ik in de zak.

Oh, wat mooi! Een roze flaphoed en een prachtig rieten hoofddeksel! Heks is verguld. Snel zet ik er eentje op mijn kop. Ik kan bijna niet kiezen, ik wil ze allebei op!

 

Maar dat kan niet. We gaan direct beginnen met het openingskoor uit de Matthäus Passion. Vol overgave blèr ik mee. De hoedjes zitten in mijn kop in plaats van er op. Ze gooien vrolijke fratsen door mijn gedachtengoed. Mijn innerlijke wereldburger vat moed. En buiten dat: Ze staan me goed! Denk ik. Ik moet nog tot de pauze wachten voordat ik dat kan verifiëren…..

Mijn andere zangmaatje is jarig. We zingen haar toe uit volle borst. Verlegen zit ze te glimmen. Niets zo leuk als toegezongen worden door Ex Animo ter ere van je verjaardag!

In de pauze eten we kersenbonbons. Ik zoen mijn zangmaatje op beide wangen en geef haar een lekker verwencadeautje. De andere dames aan tafel besnuffelen het geschenk van voor naar achter. ‘Het is fair trade!’ roept de ene. ‘Wat is het eigenlijk?’ vraagt een ander. ‘Ik heb wel eens zoiets gezien,’ zegt een derde. Het is geurig magisch toverschuim. Voor onder de douche.

Ook mijn nieuw verworven hoedjes worden grondig geïnspecteerd en uitbundig bewonderd. ‘Ik heb ook nog een paar prachtige exemplaren in de kast liggen. Van vijftig jaar geleden,’ zegt een sopraan. Even bekruipt me een gevoel van euforie: Gaat ze vragen of ik die soms ook zou willen hebben? Misschien heb ik wel een enorme antieke hoedenbron aangeboord hier bij mijn koor!

Maar nee, ze vertelt met glinsterende ogen over haar schatten en wanneer ze ze heeft gedragen. Want hoedjes draag je niet zomaar. Behalve als je Heks heet. Vroeger was het wel veel gangbaarder voor dames om een hoed op hun kop te zetten. ‘Met een paar glacés en een bijpassende tas!’

We knikken en lachen. Ja, die goeie ouwe tijd. ‘Ik heb nog een paar prachtige hoeden van mijn moeder. Zij droeg ze ook, net als ik. Ze stonden haar prachtig!’

Vanavond zingen we een groot deel van de Matthäus. We beginnen vooraan en komen een behoorlijk end. Ik ben niet goed bij stem, dus ik knerp de hoge d er met moeite uit. Mijn maatjes schieten in de lach. Maar de rest gaat prima. Na een tijdje is mijn stem opgewarmd. Mijn hoofd staat goed door al dat gehoed. En mijn hart zingt sowieso vanavond.

Terwijl we bezig zijn kijk ik rond. Al die mensen, zo verschillend. Met sommigen zou ik normaal gesproken nooit zo lang in één ruimte verkeren. Ik zie al die monden open gaan. Geluid geven. Zingen. Ik zie gezichten bewegen rond woorden en klanken. Emoties trekken als wolkenflarden over iemands gelaat. Hier en daar. Een ander tuurt verwoed in zijn partituur. Ik zie een gezamenlijk doel. Inzet. Betrokkenheid.

Als Koos, onze supertenor, ‘Ich will bei meinen jesu wachen’ zingt en wij antwoorden met ‘So schlafen unsre Sünden ein’ bekruipt mij zo’n overweldigend gevoel van ontroering. Wat kan die man prachtig zingen. Hij is gewoon koorlid, maar gezegend met een fabeltastische stem.

Onze kleine dirigent zwaait zijn baton met flair. We zijn één zingend lichaam, mijn koor: Ex Animo. Bach is niet dood! Hij leeft. In dit lichaam!

Bach hield het bij een puike pruik……

 

Christelijke Oratorium Vereniging Ex Animo zingt weer vol animo de Matthäus Passion van Johann Sebastian Bach onder bezielende leiding van Wim de Ru op woensdag 23 maart 2016.

Woensdag 23 maart 2016 is het weer zover: De Christelijke Oratorium Vereniging Ex Animo zingt weer vol animo de Matthäus Passion van Johann Sebastian Bach onder bezielende leiding van Wim de RuWe zijn volop aan het repeteren: Het wordt weer fantastisch!

De eerste rang is helaas al uitverkocht. Er zijn echter nog wel kaarten verkrijgbaar via de website voor de tweede en derde rang. Ook niet verkeerd hoor.

Dus komt dat zien en vooral horen!

mattheus passion , ex animo, Leiden, oratoriumvereniging, Wim de Ru, 2016

Compliment van een vent. Door één deur met een charmeur. Een telefoonnummer op de koop toe, nou moe! En dan op de loop: Heks houdt geen uitverkoop!

Vandaag gaan we met mijn koor de gehele dag oefenen op de Matthäus Passion. Om kwart voor tien ren ik de deur uit met Varkentje aan de riem. Die gaat een dagje bij ome Frogs bivakkeren. Ik loop naar de Lange Mare, want daar staat mijn auto. Niet. Oh.

Ik snel helemaal naar de andere kant van de steeg: Er staat me bij daar te zijn uitgestapt onlangs. Maar als ik ter plekke kom: Geen kanariepiet. Opeens meen ik me te herinneren dat mijn kuikentje voor de Schouwburg staat. Ik ben intussen al zeker tien minuten bezig…..

Uiteindelijk vind ik mijn autootje terug. Ik rijd de stad door. Het is nationale slakkendag. Alle slijmvormige rijbekwamen uit de regio glijden traag via hun slikkige slakkenspoor voor me uit. Ze zorgen ervoor dat ik bij elk stoplicht moet wachten!

Ome Frogs neemt het hondje van me over. Ik ben intussen echt te laat. De slakkengang zit er goed in! Op mijn gemak glijd ik langs bedauwde grasvelden vol krokussen. De zon doet duizenden druppeltjes glinsteren. Het is waterkoud.

Eenmaal in de kerk ben ik toch nog op tijd voor het inzingen. Gelukkig maar. Ik heb slecht geslapen vannacht en mijn stem is nog helemaal niet wakker. Schor kraak ik mee met de glijtonen. Stiekem riedel ik een paar boventonen. We zijn begonnen!

In de pauze spreid ik mijn tafelkleedje voor me uit op tafel. Ik lunch met geroosterd brood, zalm en bietenspread met wasabi. Een gekookt eitje maakt mijn feestmaal af. De andere alten moeten lachen. Ze is weer lekker bezig, die Heks.

We houden een uur eerder op. Onze dirigent is tevreden. ‘Oh jee,’ moppert mijn maatje, ‘Mijn zoon komt me halen, maar hij komt pas over een uur.’

We bellen hem op met mijn telefoon. De goede man is onbereikbaar. Helaas heeft ze haar huissleutel niet bij zich, het heeft dus geen zin om een stukje om te rijden om haar af te zetten. ‘Je mag wel met mij mee,’ grapt Heks. Dat lijkt haar wel wat, kan ze eindelijk al mijn katten zien! En Ysbrandt, de grote charmeur. Maar het is niet praktisch….

Als ik terug ben in de binnenstad haal ik snel een paar boodschappen. Op de hoek van de straat bots ik bijna tegen een knappe kerel op. Hij duikt plotseling op uit de  bloemenwinkel. Stralend kijkt hij me aan. ‘Hallo!’ begint hij enthousiast’ ‘Hoe gaat het met je?’ Ik bekijk hem eens goed. Prettig open gezicht, heeft wel iets bekends, maar ik kan hem niet thuisbrengen. ‘Ken ik je ergens van?’

‘Ja, we hebben onlangs koffie gedronken in de stad,’ antwoordt hij in vlekkeloos Duits. Mijn hersens kraken. Er gaat geen belletje rinkelen. Hij bluft vast maar wat. ‘Wat zie je er prachtig uit! Ga je mee ergens iets drinken?’ vervolgt de charmeur. Ik pieker er niet over.

‘Een ander keertje dan?’ Hij laat zich niet uit het veld slaan. ‘Kom geef me je nummer.’ Geen denken aan. ‘Dan geeft ik je mijn nummer! Ich bin in dich verliebt!‘ Toe maar. Dat is snel! Op het eerste gezicht!

Ik heb geen telefoon bij me om zijn gegevens in op te slaan…. Ik sta intussen te bedenken hoe ik me hier uit wurm.

Ik bevind me op een steenworp afstand van mijn huis en ik wil onder geen beding dat deze vasthoudende vleesgeworden verleiding weet waar ik woon!

Ik loods hem de winkel in. Daar schrijft hij zijn nummer op een papiertje dat hij van de toonbank grist. De dames achter de balie kijken verbaasd. Ik geef hen een knipoog. ‘Hij wil per se zijn telefoonnummer geven….’ fluister ik. Even later duwt hij een briefje in mijn hand. Ik loop achter hem aan de winkel uit, maar treuzel lang genoeg om hem uit het oog te verliezen.

Eenmaal buiten maak ik me snel uit de voeten. Ongezien verdwijn ik om de hoek en vliegensvlug schiet ik het portiek van mijn huis in. PPPfffff. Ik ben nog niet toe aan mannengedoe.

Het is natuurlijk wel leuk dat ik weer aanbidders heb. En een beetje uitgaan zou me vast goeddoen. Maar alles op zijn tijd. Ik denk aan de wijze woorden van de paragnost Peter van der Hurk: Zorg dat je eerst weer helemaal stevig op je benen staat. Als je jezelf laat zien in je kracht kan degene die bij je past je ook vinden. Niet meer settelen voor minder!

Als ik later nog eens naar het inderhaast neergeschreven telefoonnummer kijk zie ik dat het op een flyer is geschreven. ‘De Godin in Jezelf’ staat er op. En ook: ‘The Goddess Within’, ‘Lady of the Dragonfly’. En tot slot: Dance the Goddess within……